Mededeling
De musea zijn tot nader order gesloten.
Deze rubriek geeft een overzicht van relevante tentoonstellingen in Zwitserland en omliggende regio's. Ieder onderdeel is gelinkt aan het desbetreffende museum.
De musea zijn tot nader order gesloten.

De fotograaf Michel Darbellay (1936-2020) streefde een doel na: de mensen de diversiteit van (kanton) Wallis te laten ontdekken en waarderen. In zijn vijftigjarige carrière als fotograaf heeft hij Wallis op alle mogelijke manieren in kaart gebracht: te voet, op ski’s, op de motor, in auto’s, in helikopters en in vliegtuigen.
Hij was een man van het veld, met aandacht voor de veranderingen van en in de natuur, de seizoenen, de rituelen, variaties in kleur en atmosfeer.
De tentoonstelling toont meer dan 200 foto’s van landschappen en reportages. Ze gaan vergezeld van filmfragmenten.

Het museum presenteert in deze tentoonstelling (La Maison imaginaire) een artistieke kruisbestuiving door cinema, schilderkunst, keramiek en poëzie samen te brengen. Drie kunstenaars, de schilder Uwe Wittwer (1954), de keramist Aiko Watanabe (1898-1956) en de dichter Jürg Halter (1980) delen hun artistieke praktijken en standpunten vanuit dezelfde inspiratiebron:
De Japanse cultfilm van Kenji Mizoguchi’s (1898-1956) uit 1953 The Tales of the Wave after the Rain Moon (in het Japans: “Ugetsu monogatari”).
De film vertelt het verhaal van een pottenbakker en zijn familie in de 16e eeuw.
Uwe Wittwer (1954), Aiko Watanabe (1971) en Jürg Halter (1980) geven elk vanuit hun artistieke discipline uiting aan hun visie op de film.
Een tweede tentoonstelling van Uwe Wittwer, Les Écrins de la colère toont de dialoog tussen zijn werken geschilderd op glasplaten en Duitse porseleinen papegaaien uit de 18e en 19e eeuw, de exotische luxegoederen van Europese prinsen en koningen.
De inspiratiebron is ook cinema, een film van Werner Herzog (1942) Aguirre, Aguirre, der Zorn Gottes (1972).
De tentoonstelling brengt Auguste Rodin (1840-1917) en Hans Arp (1886-1966) in dialoog, de grote hervormer van de laat 19de-eeuwse beeldhouwkunst en de belangrijkste protagonist van de 20ste eeuwse abstracte beeldhouwkunst.
Beide kunstenaars toonden een uitzonderlijke artistieke vindingrijkheid en enthousiasme voor het experiment. Hun werken hebben een diepe stempel op hun tijd gedrukt en zijn tot op heden actueel.
De mijlpalen van Auguste Rodin en Hans Arp geven een opmerkelijke illustratie van fundamentele aspecten in de ontwikkeling van de moderne beeldhouwkunst.
De tentoonstelling van ongeveer 110 werken neemt als uitgangspunt Arp’s Automatische Skulptur (Hommage aan Rodin) uit 1938 en zijn gedicht Rodin uit 1952 – een eerbetoon aan de grote voorloper.
De tentoonstelling toont iconische werken zoals Rodin’s De Denker en De Kus, maar ook Arp’s Ptolemaeus en Torso, en minder bekende werken, waaronder reliëfs van Arp en tekeningen en collages van beide kunstenaars.

De Impasse Ronsin, een straat in het hart van de wijk Montparnasse in Parijs, was een unieke kunstenaarsnederzetting van 1971.
De kunstenaarsnederzetting bestond van 1886 tot 1971 en werd gekenmerkt door een diversiteit aan artistieke ontwikkelingen die geenszins louter avant-gardistisch waren, maar eerder een zeer breed spectrum kenmerkten.
De tentoonstelling presenteert meer dan 50 kunstenaars met meer dan 200 werken, allemaal gemaakt op deze magische plek, onder anderen Constantin Brâncusi, Max Ernst, Marta Minujín, Eva Aeppli, Niki de Saint Phalle, Larry Rivers, André Almo Del Debbio en Alfred Laliberté.
Agostino Carracci (1557-1602) en Hendrick Goltzius (1558-1617) waren de belangrijkste graveurs van de late 16de eeuw, de een in Italië, de ander in de Nederlanden.
De twee kunstenaars zijn nooit eerder in een tentoonstelling samengebracht. Naast hun succes als graveurs zijn er nog meer parallellen: beiden waren geïnteresseerd in literatuur en kunsttheorie en beiden stichtten een academie.
Onafhankelijk van elkaar ontdekten ze het illusionistische potentieel van lijnen die zwellen en versmallen. Ze leverden daarmee een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de graveertechniek en de prentkunst van de barok.
De tentoonstelling toont de parallellen in hun leven en zoekt naar de punten en interactie tussen beide kunstenaars. Het hele thematische spectrum van hun werk wordt gepresenteerd, van devotionele beelden tot portretten en erotische beelden.
De eerste solotentoonstelling in Zwitserland van Katja Aufleger (983) brengt werken uit het afgelopen decennium samen: breekbare sculpturen, gevaarlijke chemicaliën en videowerken.
Met transparante materialen als glas, plastic en gekleurde vloeistoffen, maar ook immateriële componenten als geluid en beweging ontwikkelt ze fragiele installaties en films.
Op het eerste gezicht lijken de objecten vertrouwd en aantrekkelijk, maar bij nadere beschouwing wordt duidelijk dat de werken bewoond worden door onzekere of zelfs gevaarlijke spanningen.
Voordat hij een wereldberoemde filmregisseur werd, begon Stanley Kubrick (1928-1999) zijn carrière als fotograaf. De tentoonstelling toont zijn werk uit deze periode.
De jonge Kubrick zwierf door de straten van New York, camera in de hand, en documenteerde het naoorlogse Amerika.
Het was de straatfotografie die hem interesseerde, waarbij hij de echte wereld en de mensen in het bijzonder observeerde. Fotografie was het medium bij uitstek om de hedendaagse wereld en haar laatste gebeurtenissen te verbeelden.
Het tijdschrift Look vroeg hem een breed scala aan onderwerpen te behandelen. Hij was geïnteresseerd in alle aspecten van het leven in New York. Hij leerde het leven te zien door een cameralens, hij observeerde menselijke interacties, ontwikkelde verhalen door middel van beelden en leerde te werken als een team. Deze ervaring hielp hem bij het opbouwen van zijn visie en bleek vooral nuttig toen hij besloot om een carrière als filmmaker te beginnen.
09.12.2020

De tentoonstelling over de geschiedenis van Zwitserland beschrijft de ontwikkeling van Zwitserland over een periode van 550 jaar. Deze reis door de eeuwen heen strekt zich uit van de late middeleeuwen tot het heden, met de uitdagingen waar de democratische instellingen voor staan. De tentoonstelling volgt de evolutie van een statenbond naar een bondsstaat en presenteert ook het heden.

Martin Disler (1949-1996) was tekenaar, schilder, beeldhouwer en dichter. In zijn kunst reflecteert hij op de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan. De tentoonstelling (Theater des Überlebens. Martin Disler – die späten Jahre) richt zich op de laatste tien jaar van zijn carrière en relateert zijn schilderijen en sculpturen uit deze periode aan het werk van Ludwig Kirchner (1880-1938).
De tentoonstelling toont enkele van de grote bronzen figuren en zijn schilderijen. Het bestaat uit doeken van groot formaat met een acrylverf en duidelijk herkenbare motieven. Deze doen onder andere denken aan de Scheeuw (Skrik in het Noors) van Edvard Munch (1863-1944). De elementaire uitdrukkingskracht en zijn fascinatie voor lichamelijkheid manifesteren zich in verschillende technieken.