Valais in beeld


Glacier du Rhône, ca 1910©Junghanss & Koritzer, Médiathèque Valais, Martigny. Foto: TES.

De tentoonstelling (Valais à la une. Un siècle vu par les médias) belicht de media van Wallis en hun werk van de afgelopen honderd jaar.

Zij doet dit aan de hand van een eeuw van gebeurtenissen en reportages van allerlei aard: de opening van de Simplontunnel, de overstroming van de Rhône, het vrouwenkiesrecht, rampen en schandalen, de Covid-19 pandemie en vele andere onderwerpen.

Een honderdtal journalisten, verslaggevers en fotojournalisten vertellen in woord en 400 beelden hoe zij hun beroep uitoefenen.

De tweede Schepping


Museum für Kommunikation Bern, Affiche Super – Die zweite Schöpfung.

Biotechnologie, kunstmatige intelligentie en digitalisering hebben ongekende mogelijkheden geboden om onszelf te perfectioneren en nieuwe uitvindingen te doen.

De snelheid van deze ontwikkelingen is ongeëvenaard in de geschiedenis van de mensheid.

Dynamische technologieën stuiten op een samenleving, waarin grote delen van de bevolking nauwelijks iets weten over deze moderne hulpmiddelen.

Het museum lanceert een emotioneel onderzoek (Super – (Super – Die zweite Schöpfung ) in een experiment dat de krachten van theater en tentoonstelling bundelt.

Liechtenstein heden en verleden


Klooster Schellenberg, Ansichtskaart (1904). Collectie LandesMuseums. Aktuele foto: Liechtensteinisches LandesMuseum (Sven Beham).

Het Vorstendom Liechtenstein heeft in de afgelopen 120 jaar snelle veranderingen ondergaan: het heeft zich ontwikkeld van een arm, grotendeels agrarisch land tot een rijke industrie- en dienstennatie.

Deze verandering is duidelijk te zien in het uiterlijk van de dorpen. Hun verschijning in het begin van de 20e eeuw is gedocumenteerd op vele prentbriefkaarten.

De tentoonstelling “Liechtenstein damals und heute – Historische Ansichtskarten und aktuelle Fotos erzählen” toont geselecteerde prentbriefkaarten met motieven uit alle elf gemeenten, afgewisseld met dezelfde fotografische kijk op de situatie vandaag.

De Grote Sint-Bernardpas verbeeld


Edouard Castres (1838-1902), Napoleon passeert de Grote St. Bernardpas. Musée militaire de Morges

De Grote Sint-Bernardpas en zijn Hospice, kanunniken en de reddingshond Sint-Bernard zijn nauw met elkaar verbonden. Deze mythische bergpas is in talloze beelden vereeuwigd als een van de verbindingswegen tussen Noordwest-Europa en de Middellandse Zee regio.

De tentoonstelling toont een grote verzameling oude prenten, waarop iconische plaatsen vanaf het Meer van Genève tot Martigny en Aosta, het Hospice, de kanunniken en de honden te zien zijn, evenals het Napoleontische avontuur in 1800.

De Frans-Provençaalse taal


(Deutsch) Plakat der Ausstellung. Foto/Photo: TES

De tentoonstelling toont de vergeten taal en woordenschat van de Alpen en Franstalig Zwitserland en in het bijzonder het Walliser dialect.

In het land van herontdekte woorden, wordt een wereld geschapen met knisperende beelden en met grappen die het verhaal van een (vergeten) idioom vertellen.

Deze tentoonstelling (Patois-LAND) is gewijd aan het patois, waarvan de wetenschappelijke naam “Frans-Provençaalse taal” luidt.

Met zijn precieze, weelderige woordenschat, bloemrijke uitdrukkingen en idiomen vindt de volkstaal zelden equivalenten in het register van officiële landstalen.

De immateriële waarde van het patois kan dankzij deze tentoonstelling worden genoten en herbeleefd.

Letters en Swiss Style


Plakat CharakterTypen. Papiermuseum Basel

Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw hebben zich in de grafische – en drukkerijsector niet zulke ingrijpende veranderingen voorgedaan als in de 20e eeuw.

Nieuwe druktechnieken openden een voorheen ongekende vrijheid in tekstontwerp en nieuwe uitdrukkingsvormen voor letters en zetwerk.

Maar zelfs vóór deze omwentelingen in de jaren 1950 was in Zwitserland al een herkenbare typografische stijl ontstaan, die onder de termen Schweizer Typografie en Swiss Style internationale faam verwierf en tot op de dag van vandaag invloed uitoefent. Ze wordt steeds als modern beschouwd.

Bazel gaf de belangrijkste impuls voor de ontwikkeling van deze stijl: enerzijds door het opmerkelijke typografische werk en de uitstekende opleidingen, anderzijds door de lettertypes die in Bazel en in de regio werden gecreëerd, waaronder Helvetica.

Het grafische ontwerpproces is sinds de jaren 1970 en 1980 ook volledig veranderd. De tentoonstelling sluit dan ook af met een blik op het heden.

De presentatie bestaat uit twee delen: enerzijds de fundamentele aspecten van typografie, anderzijds  en het ontstaan van de Zwitserse stijl.

Le Corbusier en kleur


Le Corbusier und die Farbe. Foto: Pavillon Le Corbusier, Zürich

Le Corbusier (1887-1965) gebruikte altijd kleur als een ruimte-scheppend en identiteitsvormend element. De tentoonstelling is gewijd aan zijn gebruik van kleur.

Aan de hand van foto’s, documenten, plannen en installaties op groot formaat, traceert de tentoonstelling (Le Corbusier und die Farbe) de belangrijkste fasen van zijn Polychromie.

Hij maakte kleur ook tot een integraal onderdeel van zijn architectonische conceptie en ontwikkelde bijpassende kleurentoetsenborden.

Drie groot formaat installaties bieden een sensuele ervaring van deze kleur polychromie.

Door gericht gebruik van kleur liet hij afzonderlijke wandpanelen opvallen of juist terugkomen. Of hij schilderde opzettelijk alle oppervlakken van een kamer in dezelfde kleur om ze te identificeren als deel van een traditionele woonruimte.

In zijn legendarische lezing in Zürich in 1938 onthulde Le Corbusier de theoretische grondslag van zijn “puristische” polychromie.

Na de tweede wereldoorlog kreeg kleur een nieuwe betekenis in zijn werk. Vanaf dat moment diende het om oppervlakken te structureren en werd het een ornament in de ruimste zin van het woord.

De architect gebruikte sterkere tinten in combinatie met natuurlijke materialen zoals beton, baksteen of hout.

In het souterrain van het Pavillon Le Corbusier worden de verschillende stadia van kleurontwerp in het oeuvre van Le Corbusier getraceerd:

Van de eerste experimenten in La Chaux-de-Fonds tot de beroemde flatgebouwen van de jaren 1920, leidt de tentoonstelling naar latere grootschalige gebouwen zoals de Unité d’habitation in Marseille.

Bruce Connor


Bruce Conner, A Movie. 1958. Courtesy Kohn Gallery and Connor Family Trust@ Connor Family Trust

Bruce Connor (1933-2008) is legendarisch voor zijn kijk op op de kunst wereld en zijn reputatie als vader van de video clip. Hij werkte op tal van gebieden in de kunst. Zijn experimentele films zijn he tonderwerp van deze tentoonstelling Light out of Darkness. Negen van films komen aan bod, waaronder A Movie, Report, Mea Culpa, Crossroads, Monologo en Looking for Mushrooms.

Stefan Zweig en Martin Bodmer


Johann C. F. Hölderlin, Burg Tübingen, [vers 1790] © Fondation Martin Bodmer / Naomi Wenger.Graphisme : Karen Ichters

Stefan Zweig (1881 – 1942) was een succesvol auteur en verzamelaar van literaire manuscripten.

Hij slaagde erin een belangrijke reeks teksten te verzamelen die zijn grote belangstelling voor de diversiteit van de Europese literatuur weerspiegelen, een verzameling van enkele honderden teksten van de auteurs die hij het meest bewonderde.

Het gaat om ruwe schetsen van beroemde of onuitgegeven werken, voorbereidende notities, persoonlijke brieven, zelfs voor de drukker bestemde manuscripten, van schrijvers uit de Renaissance tot tijdgenoten van hemzelf.

Gedwongen tot ballingschap in 1934, verkoos Zweig afstand te doen van zijn collectie en wendde zich tot de Weense boekhandelaar Heinrich Hinterberger, met wie hij de verkoop van de manuscripten vanuit Londen organiseerde.

Het grootste deel van de collectie werd aangekocht door de Zwitserse bibliofiel Martin Bodmer (1899 – 1971). De karakteristieke eenheid van de Zweig-collectie bleef zo grotendeels bewaard.

De tentoonstelling (De Stefan Zweig à Martin Bodmer) biedt de gelegenheid om enkele van de mooiste teksten van auteurs uit het literaire erfgoed van de wereld te zien.

Life


De kunst van Olafur Eliasson (1967) nodigt ons uit om vormen van toekomstig samenleven tussen mens en de natuur te ontwikkelen door meerdere perspectieven te tonen.

De tentoonstelling vormt een geheel met het omringende park, het stadslandschap, de planeet in haar geheel, en komt tot leven door alles wat er is en allen die ermee in aanraking komen.

Het kunstwerk is een collectieve ervaring. Het daagt onze conventies van kunst, natuur, instellingen en leven uit en probeert grenzen te doorbreken. Planten, dieren, mensen en micro-organismen leven en komen samen in dit werk.

Het tijdstip van de dag en het weer beïnvloeden de waarneming.