De Wolfsschlucht in natuurpark Thal

De Wolfsschlucht ligt in natuurpark Thal (kanton Solothurn). De indrukwekkende kloof toont de machtige krachten van de natuur. Het water van de beek Wolfsbach erodeerde tienduizenden jaren het poreuze Jura gesteente. Ook al voert de beek tegenwoordig nog maar zelden water, de sporen van haar kracht zijn duidelijk zichtbaar.

Tussen hoge, deels overhangende rotswanden loopt een pad door de smalle, wildromantische kloof met rotswanden tot honderd 100 meter grotten en kloven.

In minder dan anderhalve kilometer is een hoogteverschil van 300 meter, steeds begeleid door de Wolfsbach, die dit indrukwekkende natuurspektakel heeft geschapen.

Het uitzicht vanuit de kloof en haar beuken, sparren en esdoorns naar de bergkam is een reis door de klimaatzones. Terwijl het in de kloof altijd koel en vochtig is, heersen op de top van de bergkam droogte en hitte. Aan deze omstandigheden aangepaste vegetatie en bomen, die doen denken aan de Middellandse Zee, bepalen het beeld.

(Bron: www.naturparkthal.ch).

Zwitserse huurlingen en Borneo Louis

Vanaf het midden van de vijftiende tot het midden van de negentiende eeuw waren soldaten van de Eidgenossenschaft het meest gevraagde exportproduct.

Het prestige van de vechtlust, moed en bewapening van deze huurlingen steeg tot ongekende hoogte na de nederlagen die ze de machtigste legers hadden toegebracht: Habsburg in 1315, 1386, 1415, 1460 en 1499 en het oppermachtige Hertogdom Bourgondië in 1474-1477.

Zonder de Eidgenossen was er wellicht het koninkrijk Bourgondië gekomen en was het toen machteloze koninkrijk Frankrijk een korte episode in de geschiedenis geweest.

Hoe dan ook, naar schatting anderhalf miljoen (!) Zwitserse soldaten waren in deze periode in dienst van koningen, keizers, hertogen, pausen, republieken en andere heersers. De Zwitserse garde in het Vaticaan is een reliek uit deze tijd, zoals de Leeuw van Luzern (het Löwendenkmal) de Zwitserse Garde van de Franse Koning gedenkt. De meesten overleefden de aanval op het koninklijk paleis de Tuilerieën in 1792 niet.

Het systeem werkte eenvoudig en was effectief. Vooraanstaande families onderhielden de contacten met de opdrachtgevers in Europa en ontvingen daarvoor riante vergoedingen, vaak generaties lang. De soldaat, veelal van boerenkomaf, ontving zijn (magere) soldij en kwam met geluk weer terug in zijn dorp met wat buit. Weinigen werden rijk in dit gevaarlijke beroep. Velen bleven in de landen van hun opdrachtgevers of overleefden het niet.

De Grondwet van 1848 verbood deze lucratieve bedrijfstak, want dat was het geworden. Niet zozeer voor de gewone soldaat, maar vooral voor de families die de soldaten rekruteerden. Bovendien ontwikkelde Zwitserland zich na 1848 in een snel tempo van emigratie- naar immigratieland. Ook de landelijke kantons in het midden- en oosten van het land, de hofleveranciers van huurlingen, kregen minder belangstelling vanwege de opkomst van industrie, toerisme, handel en ook emigratiemogelijkheden naar De Nieuwe Wereld, Amerika.

Het kanton Nidwalden in centraal Zwitserland leverde eeuwenlang vele huurlingen. Het lot van de meesten is niet bekend. Er zijn echter ook personen van bekende families. Louis Wyrsch, Borneo Louis, is een van de bekendste. Hij diende als officier in het Nederlandse koloniale leger en maakte naam en fortuin.

De huurlingensector is ook in Zwitserland altijd omstreden geweest. In de Reformatie was het zelfs een belangrijk aandachtspunt, onder andere voor de hervormer Huldrych Zwingli (1484-1531) in Zürich.

Hij pleitte  in 1530 al voor een verbod vanwege morele en religieuze motieven. Anderen vonden het economisch niet verantwoord de sterkste mannen te laten vertrekken. Ook vochten Zwitserse huurlingen  vaak tegen elkaar.

Het historische museum van Nidwalden in Stans  (nidwaldner-museum.ch) besteedt in een goed gedocumenteerde tentoonstelling aandacht aan de morele, economische, organisatorische en persoonlijke facetten van Nidwalder in buitenlandse krijgsdienst.

1500 Zwitsers op een Houten vlot

Een kroniek uit de negentiende eeuw (Jan Willem van Druijnen, Leven aan de Waal of Vervolg der Kronijk van Nijmegen 1819-1859) meldt dat meer dan 1500 Zwitsers in juli en augustus 1819 op houtvlotten aankwamen in Nijmegen, op weg naar Dordrecht om vervolgens per schip naar Zuid-Amerika (Brazilië) te emigreren.

Het is niet alleen een indicatie voor de massale emigratie uit deze regio in de eerste helft van de negentiende eeuw, maar toont ook welke route de emigranten namen. De tocht op rivieren was in deze periode de meest zekere, goedkope en comfortabele manier van reizen. De (hygiënische) omstandigheden waren uiteraard slecht, maar dat was iedere reis voor arme emigranten toentertijd.

Deze houtvlotten zijn eeuwenlang de meest opmerkelijke, maar vergeten transporten over de Rijn geweest. In de zestiende eeuw kwam dit vervoer langzaam op gang nadat was bepaald dat in Hollandse steden huizen alleen nog met stenen mochten worden gebouwd.

De vraag naar (lange) heipalen was enorm groot. Alleen het Paleis op de Dam is  gebouwd op meer dan 13 000 palen/boomstammen.

Ook de bloeiende scheepsbouw had zeer veel hout nodig. Dit hout (eiken, beuken, dennen en grenen) was in overvloed aanwezig in de Vogezen, het Zwarte Woud en andere bosgebieden langs de Rijn in Zwitserland.

Kleinere rivieren zoals de Main en Neckar vervoerden de gekapte bomen stroomafwaarts naar Mainz en Mannheim aan de Rijn, waar de stammen tot enorme vlotten van wel 300 lang en 60 meter breed werden samengebonden.

Vanaf Koblenz ging het vervolgens richting eindhaven Dordrecht, waar het vlot werd ontmanteld en verkocht aan lokale afnemers. Een houtvlot omvatte zo´n 30 000 m3 boomstammen.

Deze reuzenvlotten werden Höllander Flösse genoemd. Het was een gecompliceerde logistieke operatie de vlotten met een snelheid van ongeveer 16-20 kilometer per dag (´s nachts werd niet gevaren) stroomafwaarts te manoeuvreren.

Honderden bemanningsleden leefden en sliepen op het vlot in houten hutten op stro, de kapitein, stuurlieden, meesterknechten en andere hoge bemanningsleden hadden eigen scheepshutten.

Gaarkeukens, varkens en ander slachtvee, duizenden kilo´s meel, kaas en boter, zout en peulvruchten en tienduizenden liters bier gingen mee als foerage.

Alles en iedereen moest aan de kant als zo´n gevaarte er aankwam. Een bootje met een rood-witte vlag voer één uur vooruit om te waarschuwen, want het vlot stopte niet.

De remweg met tientallen zware ankers was kilometers lang. Brugpijlers, kades en andere schepen moesten het vaak ontgelden, het vlot kon wel tegen een stootje.

Honderden bemanningsleden roeiden met riemen, begeleidden het vlot aan de zijkant met sloepen of bemanden de zogenaamde knieën aan de voorkant met touwen.

Honderden houtvlotten passeerden zo de Waal bij Nijmegen op weg naar Dordrecht. He was commercieel immers een uiterst lucratieve bezigheid en de winsten waren fabelachtig.

Ter indicatie, een houtvlot vertegenwoordigde een waarde tot wel 1 miljoen gulden uit die tijd. De kosten waren uiteraard ook hoog, alleen aan tol was al een bedrag van ongeveer 40 000 – 60 000 gulden gemoeid, daarnaast inkoopkosten hout, bemanning en foerage.

Het laatste houtvlot passeerde de Rijn in 1967 en bestond slechts uit 2 500 stammen, die door sleepboten werden getrokken. Aan vier eeuwen vervoer met houtvlotten was een einde gekomen. Zwitserland was toen al een eeuw een immigratieland geworden.

(Bron: K. Moerbeek, B. Gunterman, Het Nijmeegsch Rondgezicht. Een tentoonstelling over het oudste stadspanorama van Nederland, Nijmegen 2019).

De Helveten in Zwitserland

De Helvetiërs, (Helvetii in het latijn) was de naam voor aan aantal Keltisch stammen, die het Zwitserse Plateau bewoonden enkele eeuwen voor de jaartelling.  De naam Confoederatio Helvetica vindt haar oorsprong in de naam  van deze stam.

De namen van enkele van deze stammen op huidig Zwitsers grondgebied zijn ook bekend, onder andere de Tigurini, Ambrones, Verbigeni en Tugini.

De regio’s Bazel, Zuid-Elzas en Baden werden in dezelfde periode bewoond door de Keltische stam van de Rauracen (Rauraci) en Sueves (Suebi).

De andere stammen op het grondgebied van het huidige Zwitserland en de aangrenzende regio’s zijn: de Nantuates (Nantuates) in de Chablais, de Veragri (Veragri) in de regio Martigny, de Seduni (Seduni) in het centrale deel van Wallis, de Rhètes (Raetii) in de valleien van de Grisons en de region rond St. Gallen, de Lepontianen (Lepontii) in Ticino, de Salasses (Salassi) in de Vallei van Aosta en de Allobrogen (Allobroges) in Genève, reeds opgenomen in de Romeinse provincie Cisalpina sinds 122 v. Chr.

Deze informatie over de Kelten is afkomstig van Romeinse en Griekse auteurs en archeologie. De Kelten kenden geen schriftcultuur. De cultuur, nederzettingen (oppida genoemd door Caesar) en Keltische samenlevingen, waaronder de Helveten, is door de archeologie echter steeds beter bekend.

De geschiedenis van de Helvetiërs, hun migratie en nederlaag tegen de Romeinse legioenen in 58 v.Chr. bij Bibracte bij de stad Autun zijn bekend door de Bello Gallico van Julius Caesar (100-44 v.Chr.).

De eerste getuigenis van dit volk stamt echter uit het einde van de 4e eeuw v. Chr. van een vermelding op een vaas. De eerste historische Helvetische naam is Divico als aanvoerder van de Tigurini, die de Romeinse legioenen in 107 BC verpletterend versloeg.

De Helvetiërs zijn door Caesar uitvoerig beschreven en zelfs voorgesteld als de machtigste van de Keltische volkeren. Deze informatie is de enige bekende tekst. Ze geeft inzicht in de samenleving, al is bij Caesar voorzichtigheid geboden, omdat de Bello Gallico ook bedoeld was als zelfpresentatie. Je tegenstander voorstellen als de sterkste, maakt jezelf bijvoorbeeld nog sterker.

Net als de Griekse en Romeinse samenleving was de Helvetische (en Keltische) maatschappij gebaseerd op slavernij, een aristocratische elite, een oligarchisch systeem en krijgsheren. De druïden organiseerden de religie.

Tegenwoordig zijn ongeveer vijftien oppida op het huidige Zwitserse grondgebied in kaart gebracht, waarvan het grootste deel in het Zwitserse Plateau (Mont-Vully, Lausanne, Roggwil, Bern, Luzens, Bazel (murus gallicus), Jensberg, Bois de Châtel, Sermuz, Yverdon, Üetliberg, Windisch, Rheinau, Zürich, Altenburg).

Het verloop van de historie na de nederlaag in 58 v. Chr. is Romeins en de eeuwen van Aventicum als hoofdstad van de Helvetiërs en romanisering konden beginnen.

(Bron: G. Kaenel, L’an, – 58 Les Helvètes. Archéologie d’un peuple celte, Lausanne 2012).

Bazel, een vicus zonder naam

Na de overwinning van Julius Caesar (100 -44 v. Chr.) op de Keltische leider Vercingetorix bij Alesia in 52 v. Chr. kwam Gallië, min of meer het huidige Frankrijk, onder Romeins bestuur.

Het westelijke en noordwestelijke deel van het huidige  Zwitserland raakten ook direct onder invloed van de Romeinse Republiek. De Keltische stammen waren bondgenoten (foederati). Genève (Genava) maakte zelfs al deel uit van de Romeinse provincie Gallia narbonensis vanaf 122 v. Chr.

De Romeinen stichtten bovendien twee colonia: het huidige Nyon  (Colonia Iulia Equestris) en het huidige Augst/Kaiseraugst (Colonia Augusta Rauracorum) rond 44 v. Chr. Dit was weer een gevolg van de nederlaag van deze Kelten in 58 v. Chr. Caesar versloeg ze bij Bibracte bij Autun (Frankrijk). Hij stichtte (als een van zijn laatste daden) deze twee colonia als steunpunten tegen de Germaanse stammen.

In de jaren 15-13 v.Chr. veroverden de Romeinen tenslotte het hele gebied van het huidige Zwitserland. Een tijd lang was de Rijn de natuurlijke grens van het Romeinse Rijk.

De Münsterheuvel (met de Murus gallicus) rechts, de locatie van de voormalige Alte Gasfabrik/huidige Novartis links, twee Keltische nederzettingen in het huidige Bazel voor de Romeinse verovering. Afbeelding: Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig

De administratieve organisatie van Gallië werd gewijzigd onder het bewind van Augustus (keizer van 27 v. Chr. tot 14 n. Chr.). De omgeving van Bazel werd een deel van Belgisch Gallië (Gallia Belgica), dat zich uitstrekte van het huidige België en Oost-Frankrijk tot aan de Boven-Rijn tot aan het Meer van Genève (lac Lemanus).

De Romeinen stichtten veel nieuwe steden, zoals Avenches (Aventicum), nederzettingen, bijvoorbeeld Baden (Aquae Helveticae) of kampen voor militairen,  onder andere in Windisch (Vindonissa).

Beeld: Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig

De romanisering, de culturele, economische en sociale veranderingen, die reeds enkele decennia eerder waren begonnen,  versnelde door de integratie van de Keltische gebieden in het Romeinse Rijk.

Deze romanisering was nog niet direct merkbaar in het huidige Bazel. Er bestond weliswaar een  Keltische nederzetting, een oppidum, op de heuvel van de huidige Münster, maar deze stond in de schaduw van de Romeinse stad Augusta Raurica.

Keizer Domitianus (81-96 n. Chr.) reorganiseerde het Keizerrijk en de streek van Bazel aan de Rijnbocht werd deel van de Romeinse provincie Germania Superior. Deze provincie strekte zich uit over de Elzas, Noord-Zwitserland, het Zwarte Woud en de gebieden tussen de Rijn, de Donau en de Main.

De kleine nederzetting komt echter niet voor in de Romeinse bronnen. Ook de gedetailleerde Romeinse wegenkaart de Tabula Peutingeriana, de Peutingerkaart naar een kopie uit de middeleeuwen, meldt Bazel niet. Het was een vicus sine nomine, een nederzetting zonder naam.

Pas in de vierde en vijfde eeuw komt de naam Basilia voor. Dit hangt samen met het uiteenvallen van het Romeinse Rijk, de invallen van de Alemannen en de opkomst van het Christendom.

De bisschop zetelde namelijk in de vijfde eeuw in Augusta Raurica. Hij nam echter in de loop van de vijfde eeuw zijn toevlucht in Basilia op de relatief goed verdedigbare heuvel op de Münster.

Bazel als bisschopsstad wordt echter pas belangrijk in de tijd van Karel de Grote (748-814) en vooral na opname in het Heilige Roomse Rijk na 1032. De Duitse koningen keizers maakten Bazel tot belangrijk religieus en bestuurlijk centrum. De bouw van de kathedraal in de elfde eeuw herinnert hieraan. De bisschop was een machtige prins het het Heilige Roomse Rijk.

De herkomst van de naam Bazel is overigens nog steeds onderwerp van (wetenschappelijke) discussie. De meest waarschijnlijke oorsprong is een Keltische naam.

(Bron: A. Hagendorn, ‘De la frontière à l’arrière-pays: la naissance d’un vicus’, dans Archéologie Suisse,  Bâle, 2015).

Poggio Bracciolini in Baden

Baden (Aquae Helveticae) had In de tweede eeuw vijf grote badhuizen (thermen) aan de oevers van de Limmat. De oppervlakte was ongeveer 800 m2. Daarnaast waren er diverse kleine bronnen om in te baden. Tempels om offers aan goden te brengen en woonhuizen als verblijf voor badgasten stonden naast de baden. Deze wijk heet tegenwoordig het Römerquartier.

Het Freibad en het St. Verenabad op de Kurplatz waren als Romeinse bassins zelfs tot 1844 in gebruik. Onder de Habsburgse heerschappij in de dertiende en veertiende eeuw ontstonden meer badhuizen en wooncomplexen.

Baden was zelfs de belangrijkste badplaats in Midden-Europa. De Italiaanse humanist Poggio Bracciolini (1380-1459) beschreef de baden zelfs als het paradijs op aarde, een oase van genoegens  (un’oasi di ricreazione in questi bagni deliziosi), waar schaars geklede mannen en vrouwen met elkaar een bad namen. Hij kwam terug van het Concilie in Konstanz (1414-1418). Hij was secretaris van de Paus en schreef dit in een brief aan zijn vriend Niccolò Nicole (1365-1437).

Ruim zeshonderd jaar later zou Bracciolini met hetzelfde enthousiasme over Baden en het onlangs geopende badencomplex Fortyseven schrijven.

(Bron: www.archaeokontor.ch).

Zermatt, de Matterhorn en het Mattertal

De geschiedenis van Zermatt in het Mattertal gaat terug tot de 13e eeuw. In 1280 werd het dorp voor het eerst in een oorkonde vermeld onder de naam “Pratobornum”.

De eerste Duitse naambenamingen werden waarschijnlijk vermeld in documenten uit 1495 en 1544. De Duitse namen waren “zer mat”, “zer Mat” of “zur Matt”. In de 19e eeuw werd men het eens over de spelling “Zermatt”.

Europapark in Rust (Duitsland), steen van de Matterhorn

Gornergrat, de kleinste Matterhorn

In de 13e eeuw stond Zermatt onder de soevereiniteit van de bisschop van Sitten (Sion). 115 gezinnen verenigden zich om de eerste gemeenschap te vormen op 25 januari 1540.

Het hele grondgebied van het huidige kanton Wallis werd in 1810 bij Frankrijk gevoegd. In 1814 verkreeg Wallis zijn vrijheid als republiek en kon het zich in 1815 aansluiten bij de Confederatie. En toen kwam het (Britse) toerisme, de Engelse kerk en de bergbeklimmingen. De Matterhorn (le Cervin in het Frans) was er toen ruim  20 miljoen jaren.

De Engelse kerk (1870)

Cicely Williams schreef in 1970:

“Tourism is a highly developed industry in Zermatt. Yet the village has retained its ancient charm with its ageing chalets huddled in its centre, its nimble goats parading the streets, and its seasoned guides roaming around on summer evenings searching for their clients. These, together with Swiss hospitality, draw people of all nationalities to the mountain village, which, par excellence, epitomizes Switzerland” (Cicely Williams, A Church in the Alps, Zermatt 1970, 6e editie in 2006).

En zo is het nog steeds, in Zermatt, in de omliggende gehuchten en in het dal.

Basel-Zermatt. Chinmoy Internationaler Friedensweg

(Bron: www.zermatt.ch).

Dee Weiler Blatten (VS), Zum See en Zmutt 

Kapelle Blatten

Kapelle Zum See

(Quelle: www.zermatt.ch).

Impressies

De Matterhorn vanaf de Aletschgletsjer

De Matterhorn vanaf de Mont Blanc

SBB Basel,  23 november 2022

De Matterhorn. Afbeelding: informatiecentrum Gornergrat

Zinal, das Matterhorn

De Matterhorn, Wandschildering, SBB Basel

De Matterhorn, Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

De Matterhorn. Afbeelding: informatiecentrum Gornergrat

De Matterhorn. Afbeelding: informatiecentrum Gornergrat

De Matterhorn. Afbeelding: Matterhorn Museum Zermatlantis

Zermatterhof

Monte Rosa

Monte Rosa en Edward Whymper

Het Alexander Seiler (1819-1891) en Katharina Seiler (1834-1895) monument

Monument voor de eerste succesvolle beklimming van de Matterhorn op 14 juli 1865 en haar tragische afdaling. 

Ere, wie ere toekomt na 370 Matterhorn beklimmingen

De katholieke kerk

en op de Mattterhorn omgekomen klimmers

Matterhornmuseum Zermatlantis

Het Zahnrad (1871 uitgevonden)

 

 

Marmot op de Riffelberg

Täsch in zomer en winter

St. Niklaus

Stalden

De spoorweg Visp-Zermatt kwam 1891 in gebruik, hier met de Matterhorn Gotthard-Bahn

 

De vennen in de Franches-Montagnes

Het park Du Doubs en zijn omgeving in de Franches-Montagnes (kanton Jura) zijn bekend vanwege de vele beekjes, riviertjes en vennetjes. Deze hebben zich gevormd in een ondergrond van veen. De laatste ijstijd en het smeltwater, ongeveer 10 000 jaar geleden, was de directe ontstaansreden.

De vennetjes van Les Royes en Gruère zijn de bekendste en de grootste. daarnaast zijn er nog diverse kleine pareltjes van vennen, zoals bijvoorbeeld die van Bollement (l’étang de Bollement). De oppervlakte van deze ven is ongeveer 1 ha, terwijl het hele natuurgebied 7,5 ha groot is.

De fauna in de directe omgeving vertoont een opmerkelijke diversiteit. De aanwezigheid van veel water, het stromende water van de beek en het stilstaande water van de vijver, en de veenbodem zijn de ontstaansgrond van deze rijke biodiversiteit.

De molens en zagerijen speelden ook in Bollement een belangrijke economische en vanaf de 16e eeuw tot de 20e eeuw.  Dit was ook het geval bij de vennen van Des Royes en Gruère.

Het is tegenwoordig moeilijk voorstelbaar dat zulke ongerepte mooie natuurgebieden een eeuw geleden nog veel economische activiteit kenden. Het toont ook hoe snel de natuur zich kan herstellen.

(Source: www.parcdoubs.ch).

Smoke on the Water

Een van de grootste succesnummers in de geschiedenis van de Rock-muziek vindt haar oorsprong in Montreux (kanton Vaud) in Zwitserland. Op 4 december 1971, vijftig jaar geleden, om 16.20 in de namiddag ging het brandalarm af in het beroemde casino uit 1881.

Frank Zappa and the Mothers of Invention waren net aan hun laatste nummer bezig toen de zanger Howard Kaylan “Fire, ladies and gentlemen” uitriep. Aanvankelijk dachten de bezoekers aan een practical joke in verband met het muzieknummer Fire van Arthur Brown uit 1968  en Fireball van Deep Purple uit 1971.

Het was echter ernst. Het casino brandde in korte tijd tot de grond af. De tweeduizend bezoekers en de band konden zich in veiligheid stellen. Alle instrumenten en apparatuur waren verloren.

De Rockband Deep Purple had de Rolling Stones mobile studio  gehuurd voor de opnamen van hun nieuwe album in het casino. De studio kon niet meer in het verwoeste Casino terecht. De opnemen vonden plaats in het Grand Hotel in het dorp Territet, boven Montreux.

De bandleden hadden van dichtbij de dikke rookwolken op het water van het meer van Genève gezien. Dit inspireerde tot het nieuwe nummer Smoke on the Water op hun nieuwe album Machine Head van 1972. Het werd een van de grootste hits aller tijden. Het nummer werd een hymne, de brand en Montreux werden een mythe en op slag wereldberoemd.

Deep Purple speelt nog regelmatig in Montreux en Smoke on the Water is tot een soort volkslied geworden bij hun optredens in het herbouwde Casino of andere locaties.

Montreux had toen al de faam van een jazzstad, het jazzfestival had vijf jaar daarvoor een flitsende start gemaakt, en de wereldsterren van de rockmuziek (onder andere Pink Floyd, Led Zeppelin, Rolling Stones, David Bowie en Queen) waren vaste bezoekers. De bassist van de band Roger Glover woont tegenwoordig zelfs in Frick (kanton Aargau), Freddy Mercury heeft in zijn geliefde Montreux een standbeeld. Het grootste momument voor Montreux is echter Smoke on the Water.

De tekst is in feite een verslag van de gebeurtenissen op 4 december 1971:

We all came out to Montreux
On the Lake Geneva shoreline
To make records with a mobile
We didn’t have much time
Frank Zappa and the Mothers
Were at the best place around
But some stupid with a flare gun
Burned the place to the ground

Smoke on the water
A fire in the sky
Smoke on the water

They burned down the gambling house
It died with an awful sound
Uh, Funky Claude was running in and out
Pulling kids on the ground
When it all was over
We had to find another place
But Swiss time was running out
It seemed that we would lose the race

Smoke on the water
A fire in the sky
Smoke on the water

We ended up at the Grand Hotel
It was empty, cold, and bare
But with the Rolling truck Stones thing just outside
Making our music there
With a few red lights, a few old beds
We make a place to sweat
No matter what we get out of this
Ha, I know, I know we’ll never forget

Smoke on the water
A fire in the sky
Smoke on the water.

(Bron: www.montreuxjazzfestival.com).

Architectuurpad Dornach

Sinds 1927 zijn rond het Goetheanum zo’n 200 woon- en functionele gebouwen verrezen, die in ligging en architectuur op het Goetheanum zijn georiënteerd.

De bebouwing op de heuvel boven het Birstal was gebaseerd het idee van een kolonie – een plaats om te wonen en te werken voor leden van de antroposofische Steinervereniging.

Het is een sociale en ruimtelijke structuur die uniek is in de wereld en waarvan de kwaliteiten vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn, ondanks vele sociale en structurele transformaties.

In vier wandelingen van ongeveer 90 minuten kunnen belangstellenden de heuvel en de gebouwen langs geselecteerde routes verkennen.

Het startpunt van elk van de vier paden is het Goetheanum. Van hieruit leiden de paden in vier richtingen naar Dornach en tot aan Arlesheim te midden van betoverende tuinen en parken, onder andere de Ermitage of Engelse tuin van Arlesheim en de (medicijn) tuinen van het Goetheanum.

(Bron: www.architekturpfad.ch)