Montfaucon, een van de oudste dorpen van Franches-Montagnes

Montfaucon is een van oudste dorpen van het plateau van Franches-Montagnes (kanton Jura). De kerk van Montem falconis (Mont du Faucon) wordt al genoemd in een bul van paus Innocentius II uit 1139. Naar alle waarschijnlijkheid bestond het dorp echter al voor de 12e eeuw.

De kerk van Montfaucon was gewijd aan Sint Jan de Doper. In 1384 stelde Imier van Ramstein, prinsbisschop va Bazel door een Franchise Charter de inwoners vrij van alle belastingen en gaf iedere burger een hectare grond. Deze maatregel moedigde de vestiging van nieuwe kolonisten aan.

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) trof de regio hard. Ze werd geplunderd en verwoest door Franse troepen. Dit herhaalde zich in de oorlog van Lodewijk XIV (1643-1715) tegen de Franche-Comté in 1668.

Na  de Franse Revolutie (1789) was het bisdom Bazel in 1792 een van de eerste veroveringen van de Franse legers. Daarmee kwam een einde aan zeven en een halve eeuw bisschoppelijke macht van Basel in de Jura. De prins-bisschop verliet Porrentruy , dat sinds zijn vlucht uit Bazel in 1527 (Reformatie) door de prins-bisschop was bewoond.

Op 17 december 1792 werd de “Vrije en Onafhankelijke Republiek van de Rauracie” uitgeroepen. Het omvatte de streken Porrentruy, Saint-Ursanne, Delémont, Laufon en de Franches-Montagnes.

De Rauracische Republiek hield al weer op te bestaan in maart 1793. Het departement Mont Terrible werd opgericht. Dit departement ging in 1800  weer op in het departement Haut-Rhin.

1813-1815 markeerde de val van Napoleon en de periode waarin Frankrijk zijn grenzen van 1792 terugkreeg. De zegevierende mogendheden besloten in het Congres van Wenen het grondgebied van het vroegere bisdom Bazel toe te wijzen aan het kanton Bern.

De Franche-Montagnes was een district met Saignelégier als hoofdstad. Na de vorming van het Kanton Jura in 1979 bleef deze situatie ongewijzigd.

(Bron: www.montfaucon.ch).

Klooster van Wettingen

Het cisterciënzerklooster van Wettingen (Kanton Aargau) is in 1227 gesticht. De Cisterciënzerorde – genoemd naar de eerste stichting in Cîteaux (Bourgondië) – bouwde haar kloosters in de afzondering van de natuur met het doel economisch onafhankelijk te zijn door landbouw. De locatie op het schiereiland Limmat in Wettingen was om deze reden ideaal.

Het klooster werd in 1256 ingewijd. Het klooster kwam in 1415 onder gezag van de Confederatie door de verovering van Aargau. De brand van 1507 verwoestte het klooster. De wederopbouw met de steun van de Confederatie (Eidgenossenschaft) was in 1517 voltooid.

Het klooster kende een bloeiperiode tussen 1594 en 1633, toen de abt opdracht gaf tot talrijke structurele veranderingen en uitbreidingen, zoals de aanleg van een koorgestoelte, die het klooster tegenwoordig een grote culturele en historische betekenis geeft.

De kloostergemeenschap heeft de Franse periode 1798-1813 goed doorstaan. De discussies over de positie van de kloosters in Aargau na 1813 leidden echter in 1841 tot de opheffing van alle kloosters. De monniken uit Wettingen verhuisden naar Mehrerau bij Bregenz (Oostenrijk), waar de cisterciënzer gemeenschap nog steeds aanwezig is.

De tuinen met hun bijna 800-jarige geschiedenis zijn een cultuurmonument van de eerste orde. Sinds 1227 worden er groenten, geneeskrachtige kruiden, fruit, wijn en sierplanten geteeld.

Het kloosterpark, dat naar Engels model is aangelegd, en de verschillende tuinen worden door de kloosterkwekerij verzorgd met instandhouding van historische opzet.

(Bron en nadere informatie: www.klosterwettingen.ch).

Baden, Spanischbrötlibahn en de SBB

Het stationsgebouw van Baden (kanton Aargau) is het oudste van Zwitserland. Het is gebouwd in 1847. De Spanischbrötlibahn (spoorweg) tussen Zürich en het (kuuroord) Baden was de eerste treinverbinding in Zwitserland. De eerste plannen dateerden uit 1836. Deze spoorlijn verbond Zürich en Basel.

Station Baden

De kantons en private spoorwegmaatschappijen verhinderden echter een realisering van kantonoverschrijdende verbindingen. Pas nadat de Constitutie van 1848 de federale overheid (der Bund/ la Fédération) meer bevoegdheden had gegeven, werd begonnen met de ontwikkeling van het nationale spoorwegennet.

In 1856 kwam de verbinding met Baden- Brugg tot stand. In 1858 was het traject van Baden naar Bern en Basel gereed. De verbinding met de spoorweg van het Groothertogdom Baden in Waldshut (Duitsland) werd in 1859 in gebruik genomen. De exploitatie van de spoorlijnen was in handen van particuliere ondernemingen.

Veel private spoorwegbedrijven gingen echter failliet en dit leidde tot een slecht functionerend vervoerssysteem. In 1898 leidde een nationalisatie van spoorwegenbedrijven  tot de oprichting van de SBB (Schweizerische Bundesbahnen).

Uiteraard gebeurde dit na een raadpleging van het Volk. In het referendum van 20 februari 1898 stemden de kiezers met overweldigende meerderheid in met de “Federale wet op de verwerving en de exploitatie van spoorwegen voor rekening van de Confederatie en de organisatie van het bestuur van de Zwitserse federale spoorwegen”. (Bundesgesetz betreffend Erwerbung und Betrieb von Eisenbahnen für Rechnung des Bundes und die Organisation der Verwaltung der Schweizerischen Bundesbahnen). 

De geschiedenis van de Schweizerische Bundesbahnen (SBB) begon vervolgens in 1902. Het eerste stationsgebouw in Baden is sinds 2007 een monument van nationaal belang.

(Bron: www.baden.ch).

Stationsklok van de eerste spoorweg in Zwitserland 1847. Collectie: Historisches Museum Baden

Kasteel Dorneck

Kasteel Dorneck bij Dornach (Kanton Solothurn) werd voor het eerst in documenten vermeld rond 1350. De baronnen van Pfeffingen waren waarschijnlijk de bouwers in de 11e eeuw.

Het complex kwam later in het bezit van de graven van Saugener en, vanaf ongeveer 1200, van de graven van Thierstein. Habsburg kocht het kasteel in 1384. Nadat de Habsburgers een zware nederlaag hadden geleden in de Slag bij Sempach (1386), veranderde het kasteel meermalen van eigenaar.

De stad Solothurn kocht het kasteel in 1485. In de daaropvolgende 300 jaar werd het uitgebouwd tot een vesting. Franse troepen plunderden het kasteel in 1798, waarna het kanton Solothurn de ruïne in 1902 kocht.

Tegenwoordig is het nationale erfgoed (Denkmalpflege) verantwoordelijk voor het onderhoud van de ruïnes in het schitterende wandelgebied van de Jura en het stroomgebied van de rivier Birs.

(Bron: https://denkmalpflege-schweiz.ch).

Klooster Dornach en de Schwabenkrieg

Het klooster in Dornach (kanton Solothurn) is gebouwd in de jaren 1674-1676. Maria Magdalena von Roll (1604-1672) schonk 1672 door een legaat het geld voor de bouw.

Het was het enige Kapucijnerklooster in de Birseck, de regio van het stroomgebied de rivier Birs in de huidige kantons Birseck en Solothurn. In 1990 vertrokken de laatste monniken. De Stichting Kloster Dornach nam het complex vervolgens over.

Het monument ter herdenking van de slag bij Dornach in de Schwabenkrieg (Swabenoorlog) in 1499 ligt direct naast het klooster. Het is dan ook meer dan symbolisch dat op 27 juli 1999, de 500e verjaardag van de veldslag, het kanton Solothurn de schenkingsoorkonde uit 1672 aan de stichting heeft overgedragen.

Het monument meldt in het nabijgelegen Beinhaus met schedels en beenderen van de gesneuvelden van beide partijen in de Schwabenkrieg (Habsburger en Eidgenossen):  ‘Die Edlen müssen bei den Bauern liegen’.

(Bron: www.klosterdornach.ch).

Bally, Beatrix en Elizabeth

Wie wil weten welk schoeisel Koning Beatrix (1936) droeg op de dag van haar kroning op 30 april 1980, kan terecht in het Bally Museum in Schönenwerd (Kanton Solothurn). De collectie toont de twee paar pumps, die het bedrijf in opdracht voor de kroning heeft gemaakt.

Het kwaliteitsmerk heeft overigens ook diverse keren het Engelse koningshuis van schoenen voorzien: ter gelegenheid van het zestigjarig jubileum van Koningin Victoria (1819-1901) in 1897, de troonbestijging van Koning Georg VI (1895-1952) in 1936 en de trouwschoenen (1947) en kroningsschoenen van Koningin Elizabeth II (1926) in 1952.

Dostojewski, Ikonen en Bazel

Ter gelegenheid van 200 jaar Fëdor Michajlovič Dostojewski (1821-1881) organiseert het Philosophicum in Bazel de tentoonstellingen ““Frauenbilder” en “Heilige Frauen. Dämonen. Toter Gott” , een tentoonstelling van Russische iconen. Er is ook een gevarieerd ondersteunend programma.  Dostojewski bezocht op zijn Europareizen ook Zwitserland en Basel in 1862 en 1867.

Vrouwen speelden een belangrijke rol in Dostojewski’s persoonlijke leven en in zijn literaire werk.

Door literaire constructies van vrouwelijkheid en mannelijkheid creëert de Russische auteur zijn specifieke beeld van de mens en zijn ideeën over de rol van Rusland in en voor de wereld.

Ook speelden vrouwen een belangrijke rol in de receptie van Dostojewski’s werken in Duitsland, met name Elisabeth Kaerrick (1886-1966) en Svetlana Geier (1923-1920). Twee films van het Zwetajewa-centrum voor Russische cultuur van de universiteit van Freiburg staan in het middelpunt van de tentoonstelling.

De andere tentoonstelling slaat een brug tussen het literaire werk van Dostojewski en de beeldtaal van de iconen. Het draait om de drie thema’s “Vrouwen, Demonen en Dode God”.

Het oudste iconografische motief in Rusland is de icoon van Sophia, de goddelijke Wijsheid en Maagd. Het verschijnsel van het kwaad is een ander thema in het literaire werk van Dostojewski en in de christelijke kunst, met name de weergave van de onderwereld of de hel.

Het derde thema sluit aan bij een episode van Dostojewski’s Europese reis. Bij het zien van het “Lijk van Christus in het Graf” (Leichnam Christi im Grab) van Hans Holbein de Jongere in het Kunstmuseum Basel, was hij geschokt. In het orthodoxe christendom wordt Christus niet getoond als de gekwelde, lijdende mens, maar als de triomferende God. Hieruit blijkt ook het verschil tussen de westerse en oosterse christelijke beeldtradities.

De tentoonstelling toont iconen (18e en 19e eeuw) uit Zwitserse particuliere collecties en het Ikonenmuseum / Museum Burghalde in Lenzburg.

Het project is een samenwerking met het Zwetajewa Centrum en Internationale Graduiertenkollege 1956 (IGK) van de Universiteit van Freiburg, Iconarium en Philosophicum Basel.

(Bron en nadere informatie: www.philosophicum.ch).

Nobelprijs Hermann Hesse en Zwitserland

Van 9 tot 11 december vindt in Bazel het Hermann Hesse festival plaats (Corona Volente) ter gelegenheid van diens Nobelprijs voor Literatuur in 1946, 75 jaar geleden.

Het hoogtepunt van het festival is het Hermann Hesse Plein (Platz) dat op 10 december wordt ingewijd. Daarnaast behelst het programma lezingen, voordrachten, ontmoetingen, concerten en andere evenementen.

Hermann Hesse (1877-1962) is geboren in Calw (destijds het koninkrijk Württemberg, het huidige Baden-Württemberg). Zijn ouders waren echter staatsburgers van het Russische Keizerrijk vanwege hun Baltische Russisch-Duitse voorouders.

Zijn (groot) ouders werkten voor de Basler Mission in Bazel en Hesse ging daar op school (en beheerste zelfs het Baseldeutsch !). Hij werkte aanvankelijk na zijn schooltijd in een boekhandel in Bazel. Bovendien kwamen twee van zijn drie vrouwen uit deze stad. Vanaf 1924 was hij Zwitsers staatsburger. Hij overleed in Montagnola (kanton Tessin), waar hij vanaf 1919 woonde.

In Bazel begon ook zijn literaire carrière, aanvankelijk als journalist, later als auteur.

Hij is na Karl May (1842-1912) de meest gelezen Duitstalige auteur van romans. Zijn werken zijn in meer dan 60 talen beschikbaar.

Zijn intellectuele en spirituele vorming is bepaald door zijn (groot) ouders en zijn verblijf in Bazel, destijds een van de humanistische hoofdsteden van Europa.

Het uitgebreide programma van het festival staat op de website van de Vereniging.

(Bron en verdere informatie: www.hermann-hesse-basel.com).

Amfitheater van Vindonissa

Het XIIIe legioen heeft het amfitheater van Vindonissa (Windisch, kanton Aargau) tijdens de regeerperiode van keizer Tiberius (14-37 n. Chr.) gebouwd. Deze constructie was nog van hout.  Na een brand heeft het XXIe legioen het vervangen door een stenen constructie.

De rangen (cavea) zijn verdeeld in drie horizontale delen en bieden plaats aan ongeveer 11.000 toeschouwers. De toeschouwers waren strikt naar de  hiërarchische indeling van de maatschappij gescheiden.

De elliptische Arena, met afmetingen van 64 bij 52 meter, is de grootste van de zeven bekende amfitheaters in Zwitserland. Met zijn buitenafmetingen van 111 m bij 99 m is het gebouw echter veel kleiner dan het grootste Romeinse amfitheater, het Colosseum in Rome, dat plaats biedt aan 50.000 toeschouwers.

De meest populaire opvoeringen waren de jacht op wilde beesten (Venetationes) en de gladiatorengevechten (Munera).

Het eerste stenen amfitheater werd rond 70 n. Chr. in Rome gebouwd. Het vond snel navolging in de Romeinse provincies en is een symbool van de romanisering. Het ging ten koste van de belangstelling voor het Romeinse theater.

(Bron en verdere informatie: www.vindonissa.ch).

Le petit Prince uff Baseldytsch

De eerste opvoering van Der kleine Prinz (le petit Prince) in het Marionettentheater in Bazel vond plaats in 1960. Het tijdloze verhaal/novelle van de Franse schrijver-piloot Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) is in meer dan driehonderd talen en dialecten verschenen.

In Zwitserland alleen al in de vier landstalen (der kleine Prinz, le petit Prince, il piccolo Principe, il pitchen Prinzi en zelfs in het Baaseldutsch: Dr gläi Brinz). De kleine Prins is het meest vertaalde boek ter wereld na de Bijbel.

Het verhaal is bedoeld voor kinderen, maar het onderwerp zijn de volwassenen. Daarmee is het boek vooral voor volwassenen een ‘must’.

De Saint-Exupéry schreef het boek in 1943 in zijn ballingsoord New York. In dat jaar verscheen ook de Engelse vertaling ‘The Litte Prince’  met de tekeningen van de auteur.

De auteur maakte de eerste Franstalige uitgave niet mee. Hij sneuvelde op 31 juli 1944 als piloot van de geallieerde luchtmacht in de Middellandse Zee.

De Franse editie verscheen in 1946. In 1951 verscheen de eerste Nederlandse vertaling. De eerste Baaseldütschi Ussgoob (Bazelduitse uitgave) verscheen in 2016.

De Prins komt op zijn tournee door het heelal op zes planetoïden en op de planeet aarde. Hier ontmoet hij in de woestijn de verteller van het verhaal, de piloot (een verwijzing naar de Saint-Exupéry, die in 1912 al zijn eerste vlucht maakte).

Deze heeft een noodlanding gemaakt in de woestijn. De prins doet in acht dagen zijn verhaal van zijn indrukken en contacten met volwassen mensen op de zes planetoïden, zelf bewoond hij planetoïde B612.

Op 31 december aanstaande vindt de laatste voorstelling van dit jaar van Dr gläi Brinz in het Marionettentheater plaats.

Op deze datum zegt de kleine Prins in het zelfs voor Duitstaligen niet eenvoudige Baaseldutsch de volgende frasen uit de originele Franse editie:

“On ne voit bien qu’avec le coeur. L’essentiel est invisible pour les yeux.”

“Mais si tu m’apprivoises, nous aurons besoin l’un de l’autre. Tu seras pour moi unique au monde. Je serai pour toi unique au monde.”

 “Toutes les grandes personnes ont d’abord été des enfants. Mais peu d’entre elles s’en souviennent.”

 “Il est bien plus difficile de se juger soi-même que de juger autrui.”

 “C’est une folie de haïr toutes les roses parce que une épine vous a piqué, d’abandonner tous les rêves parce que l’un d’entre eux ne s’est pas réalisé, de renoncer à toutes les tentatives parce qu’on a échoué… C‘est une folie de condamner toutes les amitiés parce qu’une d’elles vous a trahi, de ne croire plus en l’amour juste parce qu’un d’entre eux a été infidèle, de jeter toutes les chances d’être heureux juste parce que quelque chose n’est pas allé dans la bonne direction. Il y aura toujours une autre occasion, un autre ami, un autre amour, une force nouvelle. Pour chaque fin il y a toujours un nouveau départ.”

 “Fais de ta vie un rêve, et d’un rêve, une réalité.”

 “Ce n’était qu’un renard semblable à cent mille autres. Mais j’en ai fait mon ami, et il est maintenant unique.”

 (Bron: Antoine de Saint-Exupéry, Dr gläi Brinz, Bazel 2018;  Antoine de Saint-Exupéry, le petit Prince, Parijs 2017).

(Verdere informatie: www.bmtheater.ch).