Het Schweizmobil-wegennet

Het Schweizmobil-wegennet is een uniek systeem voor wandel-, fiets-, mountainbike-, langlauf- en kanotochten.

Het net is uniform bewegwijzerd tot in het Vorstendom Liechtenstein. De routes zijn gemarkeerd met een systeem van namen, nummers en kleuren. De website en app van Schweizmobil geven alle informatie over de tochten.

De informatie behelst onder andere: 32.000 km nationale, regionale en lokale routes,  60.000 km wandelpaden, de nationale kaarten van Swisstopo, 25.000 haltes van het openbaar vervoer (PostAuto kabelbaan, trein) gekoppeld aan de dienstregeling van de SBB, online planning, 4.500 accommodaties en bezienswaardigheden, weersvoorspelling, boekingsmogelijkheden, positiebepaling en kompasfunctie.

(Bron en nadere informatie: www.schweizmobil.ch).

De relatie tussen Zwitserland en Groot-Brittannië

De relatie tussen Zwitserland en Groot-Brittannië kende haar hoogtijdagen in de achttiende en negentiende eeuw en eindigde feitelijk met de beroemde toespraak van Churchill en zijn verblijf in Zürich op 19 september 1946.

De Confederatie (Eidgenossenschaft) van 13 kantons oriënteerde zich tot de Franse inval in 1798 ironisch genoeg juist op de Eeuwige Vrede met Frankrijk.

Na de vernietigende nederlaag van de Eidgenossen, althans van een aantal kantons, in 1515 bij Marignano tegen de Franse koning, sloot de koning een vrede voor en met de Eidgenossenschaft in 1516, de Eeuwige Vrede, la paix pépertuelle van Freiburg/Fribourg.

Dit verdrag werd aan de vooravond van de Franse revolutie (1789) zelfs nog bekrachtigd in 1777.  In dat jaar had Zwitserland echter al lang een cultstatus in Angelsaksische landen.

Tal van schrijvers, historici, reizigers, politici, diplomaten en kooplieden waren lovend over het politieke systeem, de staatsinrichting en het functioneren van de Eidgenossenschaft van 13 kleine republieken.

Edward Gibbon, Charles Dickens, Conan Doyle (en de waterval van Reichenbach), John Ruskin, William Turner, Mark Twain, Thomas Cook en Lord Byron zijn maar enkele voorbeelden.

Deze aandacht ging gelijk op de met de toegenomen aandacht en idealisering van de natuur en indrukwekkende berglandschappen. Het was tenslotte ook de tijd van Jean-Jacques Rousseau.

Britse en Amerikaanse schrijvers hadden vooral grote bewondering voor de staatkundige inrichting en het functioneren van de directe democratie in een aantal kantons. Wel was er kritiek op de oligarchische (gilde) structuren van de stedelijke kantons in onder andere Bern, Solothurn, Bazel, Luzern, Schaffhausen, Freiburg en Bazel.

Genève was zelfs twee eeuwen een soort bedevaartsoord, onder andere vanwege de Academie van Calvijn. Vooral na de Glorious Revolution in 1688 in Engeland was Genève tot de Franse Revolutie van 1789 een belangrijk reisdoel op de Grand Tour en voor Engelse intellectuelen.

Overigens was deze erkenning en bewondering wederzijds en nam Zwitserland in 1848 veel over van de Amerikaanse constitutie van 1786. Engeland werd met zijn parlementaire systeem in Zwitserland beschouwd als ‘een republiek gehuld in een monarchistische deken’.

De eerste bijdrage over Genève verscheen in 1761 van George Keate “A Short account of the Republic of Geneva”. Er zouden er vele volgen, onder andere van Edmund Burke, David Hume, Alexis de Toqueville en De Montesquieu.

Na de Napoleontische oorlogen, de nieuwe Confederatie van 22 kantons in 1815 en de nieuwe Grondwet van 1848, de basis van het huidige Zwitserland, ging de Angelsaksische aandacht vooral uit naar het toeristische aspect, de handel en de economie.

Engelse ingenieurs speelden bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de opbouw van het Zwitserse spoorwegnetwerk. De vele Grand Hotels getuigen van de hoogtijdagen van het (Engelse) toerisme. De export- en import van goederen uit Angelsaksische landen nam enorm toe.

De basis voor de huidige grote handelsstromen tussen Angelsaksische landen en Zwitserland werd in deze periode gelegd.

Ook was Groot Brittannië de grote steun en toeverlaat zijn tijdens en na Napoleon en bij het Congres van Wenen (1814-1815), de separate vredesverdragen (onder andere Parijs in 1815 en Turijn in 1816), de spanningen met Pruissen, Oostenrijk, Frankrijk en Rusland vanwege de liberale Zwitserse toelating van politieke vluchtelingen, interne spanningen (met name bij de Sonderbundkrieg van 1847) en de crisis in 1856/1857 over de koninklijke Pruisische aanspraken op Neuchâtel.

De eerste serieuze test in de eeuwenoude relatie was de Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1900-1902). De tweede test kwam snel daarna, in de Eerste Wereldoorlog. De Duitstalige Zwitsers steunden in meerderheid de Duitstalige landen Oostenrijk en Duitsland, de Franstalige Zwitsers daarentegen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Na 1945 speelde Zwitserland geen rol meer van betekenis meer in de Angelsaksische publieke opinie. De neutraliteit in de Tweede Wereldoorlog werd in deze landen niet gewaardeerd, of het land een keuze had stond niet ter discussie. De handel met en de wapenleveranties aan Duitsland tijdens de oorlog werden ook niet in dank afgenomen.

Het bankgeheim en de gestalde niet opgehaalde (Joodse) banktegoeden werkten ook niet mee. Daarbij werd over het hoofd gezien dat het bankgeheim niet is geïntroduceerd om het stallen van zwart geld te faciliteren, maar om redenen van privacy van Zwitserse klanten.

Hoe het ook zij, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk zitten (weer) in hetzelfde schuitje. Churchill zei het al bij zijn pleidooi in Zürich.

Hij sprak zich uit voor een verzoening van Frankrijk en Duitsland en een soort van de Verenigde Staten van Europa, waarbij hij letterlijk de Commonwealth als voorbeeld nam en zeker geen Europese superstaat voor ogen had:

“Great Britain would not be part but it would assist realising the project. We British have our own Commonwealth of Nations“.

Technorama Winterthur

Het Technorama biedt ervaringen met honderden fenomenen uit de natuur en de techniek.

Het is een van de grootste wetenschapscentra in Europa. Bezoekers kunnen zich uitleven in meer dan 500 proefopstellingen en natuurverschijnselen ervaren om de wereld van technologie en wetenschap beter te begrijpen.

In het centrum kan de bezoeker alles aanraken en met alles experimenteren. Leren in het Science Center gebeurt spelenderwijs door de directe confrontatie met de natuurverschijnselen, in laboratoria en AdventureRooms, door dialoog of door het bouwen van machines in de werkplaats van de uitvinder.

Het Technorama biedt inspiratie en wekt nieuwsgierigheid en enthousiasme voor wetenschap en technologie.

(Bron en verdere informatie: www.technorama.ch).

De Helveten en Romeinen in Bern

Het gebied van de stad Bern was al bewoond in de IJzertijd en gedurende de Romeinse bezetting (15. v. Chr.-400 n. Chr.). De restanten zijn te zien op het schiereiland Enge (Engehalbinel) in een kleine, maar informatieve tentoonstelling.

Sinds de IJzertijd hebben verschillende Keltische stammen in het Zwitserse Mittelland gewoond. Deze stammen deelden de Keltische cultuur, maar waren geen politieke eenheid. De Helveten waren de grootste stam in dit gebied. De muren van de oppidum uit de tweede en eerste eeuw v. Chr. zijn nog gedeeltelijk bewaard en toegankelijk voor het publiek.

Rond 15 v. Chr. werd het gebied deel van het Romeinse Rijk. Voor de verovering waren er al (handels) contacten.

In de eerste eeuw na Christus, tijdens de Romeinse bezetting, ging de nederzetting meer en meer lijken op een typisch Romeins stadje, een vicus. Een klein amfitheater is nog te bezichtigen.

Een kleine archeologische tentoonstelling toont deze geschiedenis en de romanisering van de lokale Keltische bevolking, bijvoorbeeld aan de hand van woonhuizen, werkplaatsen, een badhuis en drie Gallo-Romeinse tempels waar  Keltische, Romeinse en Oosterse goden werden vereerd.

In de tweede helft van de 3e eeuw eindigde de Pax Romana en werd de plaats verlaten, waarschijnlijk door invallen van Germaanse stammen en Romeinse burgeroorlogen.

Pas in 1191 stichtte hertog Berchtold van Zähringen  (1160-1218) Bern. De oude en verlaten Romeins-Keltische nederzetting groeide echter in twee eeuwen uit tot een van de machtigste republieken ten noorden van de Alpen.

(Bron en meer informatie: www.be.ch/archaeologie).

Saignelégier en de Franches-Montagnes

Saignelégier is de hoofdstad van de Franches-Montagnes (kanton Jura). Vóór 1380 werd de streek, die op een gemiddelde hoogte van 1.000 meter ligt, de Montagne des Bois (Bosberg) genoemd, omdat het gebied bedekt was met dichte bossen, bewoond door beren en wolven.

In 1385 verklaarde de prins-bisschop Imier de Ramstein van het prinsbisdom Bazel de regio belastingvrij voor al zijn inwoners, vandaar de naam Franche-Montagnes. Tegenwoordig is de Franches-Montagnes een van de drie districten van het kanton.

Dit land, dat bekend staat om zijn bossen van dennenbomen en groene weiden, zijn vee en de architectuur van de boerderijen, is het bastion van de Zwitserse paardenfokkerij.

De gemeente Saignelégier omvat ook de dorpen Les Pommerats en Goumois, en gehuchten en geïsoleerde boerderijen, waaronder Les Cerlatez, La Theurre, Le Chaumont, Belfond, Le Theusseret, Vautenaivre, Malnuit en Le Moulin Jeannottat.

De nationale paardenmarkt (le Marché-Concours national de chevaux), die plaatsvindt op de tweede zondag van augustus, wordt beschouwd als het grootste folkloristische evenement van het kanton. Dit grote paardenfestival, dat in 1897 werd opgericht, trekt duizenden toeschouwers.

In de Franches-Montagnes valt in de winter veel sneeuw en ondanks de relatief lage ligging is het gebied relatief sneeuwzeker. Eind januari vindt de beroemde sledehondenrace ( la course de chiens de traîneaux) plaats.

(Bron en nadere informatie: www.saignelegier.ch).

Dutch Business Round Table

De Dutch Business Round Table (DBRT) is in 1995 ontstaan. Het is een netwerk van en voor Nederlandse professionals en bedrijven in Zwitserland, met als missie het verbinden en versterken van hun positie op zakelijk, maatschappelijk en sociaal vlak. Er zijn afdelingen in Bazel, Genève, Zug en Zürich.

De organisatie beoogt haar leden in Zwitserland op diverse gebieden bij te staan en de (zakelijke) betrekkingen tussen Nederland en Zwitserland te bevorderen.

Ze biedt een netwerk van professionals en bedrijven en deelt kennis en kunde over werken en leven in Zwitserland. Ze organiseert regelmatig (netwerk) borrels, lezingen, paneldiscussies en andere informatieve evenementen.

De DBRT organiseert op 9 december een bijeenkomst op de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties en de Wereld Handels Organisatie (WTO) in Genéve. Leden hebben gratis toegang, introducees betalen CHF 20. Aanmeldingen voor 7 december aanstaande.

(Bron en verdere informatie: www.dbrt.ch).

Honderd jaar Nederland-Bazel

Op 2 december 1921 is in Bazel de Vereniging Nederland-Bazel (VNB) opgericht. De stad aan de Rijn had enkele jaren daarvoor de eerste Rijnhavens aangelegd, de dienstverlenende, farmaceutische en chemische industrie was in opkomst en de handel met Nederland werd steeds belangrijker, mede in verband met de doorvoer naar Italië.

De stad was ook cultureel volop in ontwikkeling. Het kamerorkest (Kammerorchester Basel) was een wereldprimeur in 1926 (zie ook Swiss Spectator Kamerorkesten 1920-2020, 24 november 2020), de musea ontvingen de Oude en Nieuwe Meesters en de wetenschap, kranten- en boekenuitgeverijen floreerden.

De toestroom van Nederlanders (en andere nationaliteiten) was zo groot dat een Nederlands consulaat werd geopend. Kortom, de tijd was rijp voor de oprichting van een vereniging die een ontmoetingsplek was voor landgenoten. In 1921 meldden zich 25 leden.  Het ledenaantal fluctueerde van periodes met 400 leden tot 12 leden in de oorlogsjaren 1940-1945. Momenteel telt de Vereniging 230 leden.

Honderd jaar later is de Vereniging (de regio van de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft) op tal van gebieden actief. Ze organiseert regelmatig uiteenlopende activiteiten, zoals wandelingen, filmavonden, diners, familiebijeenkomsten en lezingen.

Het lustrumjaar is op 20 november op een passende wijze afgesloten met een jaren 1920-feest.

(Bron en verdere informatie: www.nederlandbazel.ch).

Het Salzhaus in Brugg

Het Salzhaus (gebouw voor de opslag van zout) in Brugg (kanton Aargau) sluit de Hofstatt, de grootste open ruimte in de oude stad, naar het zuiden af, op een steile helling van de rivier de Limmat.

Op deze plaats stond de residentie van Habsburgers die tot 1415 Aargau bestuurden. De (acht) Eidgenossen veroverden Aargau in 1415.

Het kasteel van de landvoogd (Landvogteischloss) van de Eidgenossenschaft toont nog steeds de wapens van de acht kantons. De nieuwe landsheren vervingen de Habsburgse residentie door een laatgotisch gebouw aan het begin van de 16e eeuw.

Bern vestigde de belangrijke directie en opslagplaats van zout in dit machtige gebouw, dat tot op de dag van vandaag nauwelijks is veranderd.

Het drie verdiepingen tellende gebouw met zijn imposante dak wordt tegenwoordig gebruikt als cultureel centrum. Het plein en zijn middeleeuwse toegangstraatjes zijn in de loop der eeuwen nauwelijks veranderd.

Het kasteel van de landvoogd, de houten loopbrug en het historische museum liggen aan de voet van de helling aan de rivier de Limmat, een afdaling van ruim honderd meter.

De kapel van Sint-Bartholomeus in Saas-Grund

De eerste documenten die melding maken van het bestaan van een kerk in Saas-Grund (kanton Wallis) dateren uit 1297.

Sint-Bartholomeus was de kerk voor de vier dorpen (Saas-Fee, Saas-Almagell, Saas-Grund en Saas-Balen) van de Saasvallei (Saastal) en als parochiekerk ingewijd. In 1685 werd op de oude plaats een nieuwe kerk gebouwd, die op 31 juli 1687 is ingewijd.

Op 1 juni 1893 scheidden Saas-Fee en Saas-Almagell zich af van de moederkerk in Saas-Grund en stichtten hun eigen parochies. Saas-Balen volgde dit voorbeeld in 1907. Op 28 augustus 1939 wijdde de bisschop van Sitten de nieuwe kerk in Saas-Grund in.

De kerktoren in de vorm van een campanile herinnert aan de oude banden tussen het Saasdal en het naburige Valle Anzasca in Italië.

(Bron: www.pfarreisaasgrund.ch).

De Petersgasse in Bazel

De twee heuvels van Bazel liggen op nog geen driehonderd meter van elkaar. De heuvel van de Münster is al vanaf de Keltische tijd bewoond en bebouwd geweest. De murus gallus vlakbij de kathedraal of Münster herinnert er nog aan.

De bisschop betrok deze locatie in de vijfde eeuw, toen hij vertrok uit de Romeinse stad Augusta Raurica, het huidige Kaiseraugst, acht kilometer stroomopwaarts van de Rijn. De heuvel was een veilig toevluchtsoord in verband met de invallen van de Alemannen.

De bouw van de kathedraal, het paleis van de bisschop en de monumentale woonhuizen van de kapittelheren bepalen nog steeds het aanbeeld van de Münsterplatz. De welgestelde burgerij en aristocratie bewoonden vanaf de twaalfde eeuw eveneens de directe omgeving van de Münster.

Rijke kooplieden uit de achttiende en industriëlen uit de negentiende eeuw bouwden er hun stadspaleizen. De Martinskirche, gebouwd in de elfde eeuw, was de belangrijkste parochiekerk. De Morgestraich van de Fasnacht vindt hier stipt op maandagmorgen om 04.00 plaats.

De Münster staat niet alleen tegenover de Roche-torens uit de twintigste eeuw. Wie de Münster afdaalt en het marktplein oversteekt, gaat heuvelopwaarts naar het Bazel van de handwerklieden en gildes, die vanaf de twaalfde eeuw steeds machtiger werden.

Schilderachtige middeleeuwse straten en steegjes en vele huizen uit deze periode bepalen het beeld van deze wijk. De St. Peterskirche en de St. Leonardskirche, twee voormalige abdijen uit de elfde eeuw, zijn de twee gezichtsbepalende kerken.

Beide abdijen zijn rond 1529 ten tijde van de Reformatie opgeheven. De St. Leonardskirche is sinds 1572 (het jaar van de Bartholomeusnacht in Parijs) de Franse Evangelisch-gereformeerde kerk van Bazel (L’Église française reformée de Bâle).

Erasmus (1466-1536) heeft ook in dit deel van Bazel gewoond (en ook vlakbij de kathedraal op de andere heuvel). Hij woonde in het huis Zur Alten Treu van 1522-1529 als gast van de uitgever-drukker Johannes Froben (1460-1527).  Dit was de periode van de Reformatie en de opheffing van de nabijgelegen abdijen.

De St. Peterskirche is nog steeds het middelpunt van de middeleeuwse wijk en haar vele steegjes, straten, huizen en interessante gebouwen, zoals de Rosshof (paardenhof), en woonhuizen van notabelen.