Graubünden in honderd historische verhalen

Welk kanton heeft 460 drieduizend + bergen, 615 grotere en kleine meren, honderden bruggen en viaducten, 150 dalen, drie officiële talen (het Walser niet meegerekend), twee (inter) nationaal bekende steenbokken Gian en Giachen, het oudste bisdom ten noorden van de Alpen, ’s werelds grootste prehistorische bergverschuiving, de meeste Karolingische en Romaanse kloosters, het hoogste dorp in de Alpen en drie wapens, waaronder weer een steenbok, in zijn heraldiek ?

De vraag kan ook luiden ? Welk kanton lijkt fysisch het meest op Zwitserland ? Ook het ontstaan en de naamgeving van Graubünden (Les Grisons, Grischun of  I Grigioni), over dit kanton gaat het hier, is bijzonder.

Welk land of streek is genoemd naar een kleur ? Het kanton dankt zijn naam echter aan het verdrag (de Bundsbrief) van drie soevereine bonden in 1524. De Grauer of de Oberer Bund, de Zehngerichtebund en de Gotteshausbund stichtten de Republik of de Freistaat der Drei Bünde. Deze republiek werd de facto als een soevereine staat erkend door de grootmachten. Ze was weliswaar geen lid van de Eidgenossenschaft of Confederatie van dertien kantons, maar was als zugewandter Ort nauw gelieerd en een bondgenoot.

Deze eenheid wil niet zeggen dat er geen conflicten waren. Ook deze republiek werd in periodes verscheurd door politieke, religieuze (na de Reformatie), economische en vooral dynastieke twisten tussen de leidende families.

Het kanton Graubünden ontstond pas 275 jaar later. De Franse bezetter hief in 1798 de oude Confederatie van dertien kantons op. Daarvoor in de plaats kwam de Helvetische Republiek (1798-1803) met kanton Rätien als opvolger van de Republiek der Drei Bünde.

Met de vestiging van de Confederatie van 19 kantons, waaronder Graubünden, doet dit kanton in 1803 zijn intrede in de Zwitserse Eidgenossenschaft. De naam is afgeleid van de Grauer Bund.

Er kunnen over dit kanton wel duizend en een verhalen en legenden en zelfs sprookjes in en over de vele kastelen, wouden, wilde dieren en persoonlijkheden worden verteld.

Zo fascinerend is zijn (ontstaans) geschiedenis, cultuur, flora en fauna (inclusief sinds enige jaren weer de wolf en soms zelfs weer een beer (de laatste was in 1905 in S- Charl doodgeschoten), de magnifieke natuur, de kunst, Grandhotels, UNESCO-spoorwegtrajecten-, natuurparken en berggebieden, dorpen en stadjes, ja zelfs over de introductie van bridge in St. Moritz, Flims of was het misschien toch in Davos in de jaren 1920 ?

Het is een team van 65 historici en journalisten gelukt in honderd verhalen een pakkend en veelzijdig beeld te schetsen van het Zwitserland in het klein.

Peter Röthlisberger (Hrsg.), Graubünden in 100 Geschichten (Chur, 2021).

Baulmes en zijn abdij

De naam Baulmes is afgeleid van Baulmes/Balmensis, Balma, Baume, wat betekent een holte onder de rots.

De plaats werd al in de prehistorie, rond 12 000 v. Chr. bewoond. Het is een van de oudste bewoonde regio’s van het kanton Vaud. Opgravingen hebben veel unieke vondsten aan het licht gebracht.

In de tiende eeuw staat er in Baulmes een priorij die onder de abdij van Cluny valt, evenals de nabijgelegen abdijen in Payerne, Romainmôtier, Montcherand.

De priorij vervalt na de Reformatie en de bezetting van Bern in 1536. Alleen de kerk staat nog steeds trots op de heuvel. De rots Aiguilles  domineert de plaats aan de noordzijde. Het dorp ademt nog steeds de oude glorie van weleer uit en alleen het landschap is al een bezoekje waard.

(Bron: www.baulmes.ch).

Keizerin Irene op de Julierpas

Keizerin Irene van Byzantium (752-803) staat centraal in het nieuwe muziektheater in de Juliertoren (Julierturm) op de Julierpas in kanton Graubünden.

Zij was een van de meest raadselachtige en machtigste vrouwelijke heersers in de vroege Middeleeuwen. Met intriges, diplomatieke vaardigheden en een feilloos gevoel voor macht, bleef zij decennia lang op de Byzantijnse troon. Rond deze keizerin zijn vele legenden ontstaan.

Het nieuwe toneelstuk van Giovanni Netzer gaat op zoek naar de persoon achter de keizerin en de mythe, stelt de macht ter discussie en vertelt het verhaal van een opmerkelijke vrouw. Op het podium staan een interdisciplinair acteursgezelschap, solisten van het Hamburgs Ballet en zangers van het Origen Ensemble.

De voorstellingen zijn op 8, 9, 18, 19, 25, 26 en 27 februari in de Julierturm op de Julierpas.

Het muzikale winterspeelplan biedt recitals en concertreeksen in de Clavadeira in Riom. Maximilian Vogler, Marian Dijkhuizen en Alena Sojer geven invulling aan de kamermuziekavonden.

De voorstellingen zijn op 4, 12, 13, 15, 22 en 23 februari.

Het “Duitse Requiem” van Brahms staat begin april op het programma.

De voorverkoop voor de voorstellingen begint op donderdag 13 januari.

(Nadere informatie: www.origen.ch).

 

Angenstein in Duggingen

Kasteel Angenstein (Duggingen, kanton Basel-Landschaft) is vooral voor de prinsbisschop van Bazel van strategisch belang geweest voor de controle van zijn grondgebied in de Jura (Grofweg het gebied van het huidige kanton Jura, de Birseck in Basel-Landschaft en Franstalige gebieden van kanton Bern). Het gebied ligt ten zuidwesten van de stad Bazel in het stroomgebied van de Birs.

Angenstein werd in de 13e eeuw bewoond door de graven van Pfirt. Deze stonden in 1271 het kasteel af aan de bisschop van Bazel. Na een lange strijd tussen de bisschop en kanton Solothurn over het eigendom van deze strategisch belangrijke buitenpost, kwam de bisschop als overwinnaar uit de strijd.

In 1557, na diens noodgedwongen vertrek uit Bazel naar Porrentruy (huidige kanton Jura),  schonk bisschop Melchior von Lichtenfels (1517-1575) het kasteel aan zijn kanselier Wendelin Zipper.

Deze herbouwde het kasteel tot de huidige ridderlijke en romantische domicilie. Hij voegde de vakwerkgebouwen toe aan de vier verdiepingen tellende donjon (woontoren), die ook vandaag nog het beeld van Angenstein bepalen.

De kapel met haar drie prachtige glas-in-loodramen, geschonken door de bisschop en de kanunniken, is in 1560-1562 voltooid. Deze ramen symboliseren de drie belangrijke kerkelijke feestdagen “Goede Vrijdag”, “Kerstmis” en “Pinksteren”.

Diverse Oorlogen en plunderingen (onder andere door protestante Zweedse troepen tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648)  en branden leidden tot een toenemend verval.

In 1951 verwierf de stad Bazel het kasteel, dat echter op het grondgebied van kanton Basel-Landschaft ligt. Tussen 1988 en 1991 werd het complex volledig gerenoveerd en bewoonbaar gemaakt.

Niet alleen deze eeuwenoude historie en de terugkeer van Bazel als eigenaar (in 1951) zijn interessant, maar ook de spoorwegtunnel onder het kasteel en de rivier de Birs die langszij stroomt.

Moderniteit, historie, natuurlijke barrières en eeuwenoude rivaliteit tussen kantons zijn nooit ver weg in Zwitserland.

(Source: www.duggingen.ch).

Wandelen in de Franches-Montagnes

De route biedt alles wat de Jura in de winter te bieden heeft. Sneeuwbedekte weiden en beuken-, eiken- en naaldbossen, rotswanden, beekjes, boerderijen, vennetjes en dorpjes wisselen elkaar af.

De wandeling begint in Saignelégier, de hoofdstad van de Franches-Montagnes (kanton Jura).

Dit gebied is het bastion van de Zwitserse paardenfokkerij. De nationale paardenmarkt (le Marché-Concours national de chevaux), die plaatsvindt op de tweede zondag van augustus, wordt beschouwd als het grootste (folkloristische) evenement van het kanton. Dit grote paardenfestival, dat in 1897 werd opgericht, trekt duizenden toeschouwers.

Het Étang des Royes en de steengroeve (Carrière) des Royes zijn twee andere opmerkelijke plaatsen op de wandeling. De steengroeve voor de winning van mergelachtig kalksteen dankt haar ontstaan aan de botsing van de continentale platen van Afrika en Europa 230 miljoen jaar geleden.

De Alpen en de Jura waren hiervan uiteindelijk het gevolg, omgeven door zeeën. Op de zeebodem ontwikkelde zich in de loop van miljoenen jaren deze kalksteen. Fossielen in het kalksteen getuigen van de aanwezigheid van zeeën.

Het ontstaan van de Étang des Royes is van aanzienlijke recentere datum. Ze is een restant van de laatste ijstijd, 10 000 jaar geleden. De vele waterbronnen in de Jura en deze regio in het bijzonder leidden ook tot de vorming van veengebieden.

Een graanmolen, aangedreven door waterkracht, was al 1589 aan de Étang des Royes gevestigd, evenals een fabriek voor dakpannen en stenen. Tegenwoordig is het een natuurgebied zonder industriële activiteiten.

Het dorp Pré-Petitjean (Montfaucon), even verderop, heeft niet alleen een treinstation als verbinding voor vermoeide, maar ook een goed restaurant voor hongerige wandelaars.

Het dorp is ook de vestigingsplaats van Le train à vapeur des Franches-Montagnes (Stoomtrein van de Franches-Montagnes).

De wandeling gaat verder naar de opstapplaatsen van de trein in La Combe en La Combe Tabeillon door een schilderachtige omgeving van rotswanden, beekjes, kleine kloven en langs de Étang de Bollement, tegenwoordig ook een natuurgebied.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron en verdere informatie: www.sac-cas.ch).

Crans-Montana en James Bond alias 007

Het Franstalige Crans-Montana (Kanton Valais) bestond midden negentiende eeuw nog niet. Het Rhône-dal bij Sierre was weliswaar al vanaf de brons- en ijzertijd bewoond en ook de Kelten en Romeinen hebben er hun sporen nagelaten, maar de bergen zijn pas eeuwen daarna gecultiveerd.

Het nabij gelegen Lens telde rond 1150 ongeveer twaalf huizen en boerderijen. De locatie van het huidige Crans-Montana op het Haut-Plateau bleef veel langer onbewoond. Pas in de zeventiende en achttiende eeuw zijn  de eerste bebouwingen aantoonbaar.

De doorbraak kwam aan het einde  van de negentiende eeuw. Het (Engelse) toerisme in andere gebieden van Zwitserland vond altijd plaats in een dorp, St. Moritz of Davos bijvoorbeeld, of in dorpen en steden aan meren, bijvoorbeeld het Meer van Genève of het Meer van Neuchâtel.

In het huidige Crans-Montana was alleen een vlakte, het Haut-Plateau, maar geen dorp. Boeren weiden daar hun vee en jagers kwamen er regelmatig voor de jacht

Dit veranderde na 1890 toen steeds meer reizigers overnachtten in Sierre. De bergen en het Haut-Plateau trokken de aandacht en in 1893 bouwden ondernemers het eerste hotel op het Haut-Plateau, Hotel du Parc in Montana.

Daarna ging het snel, aanvankelijk vooral door de inbreng van Engelse toeristen en de faam als kuuroord. Montana werd een klein stadje voor de wintersport en als kuuroord.

Allerlei sporten maakten de plaats vanaf de jaren 1920 tot een oord voor alle seizoenen. Golf, skiën, paarden, tennis, wandelen, geweldige langlaufmogelijkheden en andere sportfaciliteiten die de Alpen en het Haut-Plateau te bieden hebben.

De golfclub heeft sinds 1908 zelfs de hoogste 18 holes ter wereld. Deze is sinds enkele jaren vernoemd naar de legendarische veel te jong overleden Spaanse golfer Severiano Balesteros (1957-2011).

De dorpen Crans en Montana fuseerden in 1929 tot een gemeente. Het leven op het Haut-Plateau en zijn gezonde lucht en vergezichten worden met reden gewaardeerd door filmsterren, bankiers, kunstenaars, topsporters en andere beroemdheden.

Crans-Montana is bijvoorbeeld jarenlang, sinds 1996, de woonplaats en in 2017  de plaats van overlijden van ’s werelds beroemdste geheime agent geweest.

(Bron: www.crans-montana.ch).

De Rijn als rivier van communicatie

De Rijn was en is een grens- en verbindingselement. De betekenis van de Rijn voor politiek, handel, cultuur, taal, godsdienst en conflicten is complex. De Rijn stroomt al vele millennia geduldig vanaf de St. Gotthard naar de Noordzee.

De afgelopen tweeduizend jaren laten een gestage ontwikkeling zien van stedenbouw en handelsstromen. Voor de Romeinen maakte de Rijn niet alleen deel uit van hun infrastructuur en grens. Hij was ook een godheid, Rhenus. Julius Caesar (100-44 v.Chr.) wees de Rijn aan als de militaire en natuurlijke grens tussen Gallia en Germania.

Keizer Augustus (62 v. Chr. – 14 n. Chr.) trok na de verovering van het gebied van het huidige Zwitserland (15-13 v. Chr.) echter de Rijn over. De Romeinen trokken zich na 9. AD (de verloren Varusslag, met het verlies van drie legioenen), weer terug op de linkeroever van de Rijn. Later vestigden ze zich weer tijdelijk op de rechterrijnoever.

Zij hadden een militaire vloot en stichtten vele steden en havens langs de Rijn. De handel op en langs de Rijn bloeiden tot het langzame verval van het Rijk (in een proces vanaf 260 tot 410). Na het vertrek van de Romeinen stortte de handel in, al verdween deze nooit helemaal.

De Frankische en Karolingische tijd (8e-9e eeuw) was een nieuwe bloeitijd. De bouw van kloosters, kerken, kathedralen vanaf de bovenloop van de Rijn tot aan de Lage Landen creëerde een nieuwe infrastructuur voor handel, steden en uitwisseling over lange afstanden.

De abdijen van St. Gallen (719) en op Reichenau (742) zijn maar enkele van de vele belangrijke abdijen uit de Frankische tijd. Dorestad, Nijmegen en andere plaatsen in Nederland kwamen ook tot grote bloei.

Het Heilige Roomse Rijk bouwde vanaf de 11e eeuw voort op deze fundamenten. Keulen werd in de 12e eeuw een van de belangrijkste bedevaartsoorden in de christelijke wereld en een belangrijke handelsstad.

Kathedralen, kerken en abdijen in onder andere Chur, Bazel, Konstanz, Straatsburg, Speyer, Worms, Keulen en Nijmegen sierden de rivier met een band van kerken die keizer Maximiliaan (1459-1519) de “Pfaffengasse” noemde.

De steden langs de Rijn groeiden steeds sneller vanaf de zestiende tot de negentiende eeuw (ondanks de vele oorlogen en epidemieën), onder andere Bazel, het Roergebied en Rotterdam.

Tot de negentiende eeuw was het echter onmogelijk vanwege de vele Duitse vorstendommen en soevereine kantons in het huidige Zwitserland om internationale afspraken te maken over het bevaarbaar en beheersbaar maken van deze rivier.

De grensoverschrijdende samenwerking van de oeverstaten Zwitserland, Oostenrijk, Liechtenstein, Duitsland, Frankrijk en Nederland is een ontwikkeling van de negentiende en twintigste eeuw.

Op het Congres van Wenen (1815) besloten de landen aan de Rijn een reglement voor de Rijnvaart op te stellen. Zij richtten ook Internationale Centrale Commissie voor de Rijnvaart op. Deze functioneert nog steeds met zetel in Straatsburg.

De mens heeft vervolgens door de beschikbaarheid van nieuw technieken en machines in de tweede helft van de negentiende eeuw ingegrepen om de loop van de Rijn en de vele overstromingen te beheersen en de rivier beter bevaarbaar te maken.

De Rijn met zijn huidige loop met sluizen, dijken en afwateringskanalen bestaat sinds het einde van de 19e eeuw. De Rijn als handelsrivier is tegenwoordig een onmisbare schakel voor het vervoer en de overslag van goederen van Noord- naar Zuid-Europa en omgekeerd.

De rivier heeft alleen geen militaire- en defensieve functie meer. Over de Rijn is al veel geschreven (vanaf de Grieken en Romeinen) en gezegd (vanaf de eerste bewoners), maar deze conclusie geeft een adequate samenvatting:

Hier kreuzen sich die bedeutendsten europäischen Kulturströme, frühe mediterrane Einflüsse, westliche Regionalismen, östliche Neigung zum Okkulten, nördliche Mythologie, preußisch-kategorischer Imperativ, Ideale der französischen Revolution und noch manches andere (Max Ernst, 1953).

(Bron: Marie-Louise von Plessen (Red.), Der Rhein, Eine europäische Flussbiografie, Bonn, 2016).

Het meer van Konstanz is van oudsher een internationaal meer

Het meer van Konstanz (Bodensee) is door de eeuwen heen een belangrijke handelsroute van oost naar west en van zuid naar noord geweest. De Keltische bewoners hebben als belangrijkste erfgoed een aantal nederzettingen van paaldorpwoningen nagelaten. Diverse musea en replica’s van deze dorpen zijn rondom het meer te zien.

De Romeinen hebben vervolgens vanaf 15. v. Chr.  de basis gelegd voor de economische, religieuze en stedelijke ontwikkeling van deze regio. De lokale bewoners, Keltische en Germaanse stammen, werden niet alleen Romeinse burgers, de stichting van steden en nederzettingen. Handel, scheepvaart en wijnbouw kwamen tot ontwikkeling.

Na de Romeinse tijd (na de vijfde eeuw) hebben geromaniseerde Kelten, Alemannen en Franken in een proces van eeuwen de taal en cultuur verder gestalte gegeven. De Frankische koninkrijken van de Merowingers en Karolingers, het Hertogdom van Alemannen, het Keizerrijk van Charlemagne (800-843), het Heilige Roomse Rijk, lokale heersers en het Christendom (vanaf de vierde eeuw) zijn bepalend geweest.

In de vierde eeuw, nog tijdens en door de structuren van het Romeinse Rijk, deed het Christendom zijn intrede in deze regio. De abdij van St. Gallen, de Kartause van Ittingen, de bisschopsstad Konstanz en het kloostereiland Reichenau verbeelden de innige samenwerking en contacten vanaf de vroege middeleeuwen.

Het beroemde ontwerp (rond 810) voor de abdij van St. Gallen is bijvoorbeeld afkomstig uit de het klooster Reichenau. Ook lagen landgoederen van de kloosters en latere wereldlijke heersers aan beide kanten van de huidige landsgrenzen van Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland.

Zwaben (Schwaben), Habsburg en de (langzame) ontwikkeling van de Zwitserse Confederatie speelden vanaf de dertiende en veertiende eeuw een belangrijke rol in dit proces. De kantons Thurgau, St. Gallen en Schaffhausen zijn tegenwoordig de belangrijkste bestuurlijke eenheden aan de Zwitserse kant van het meer. In Duitsland valt deze regio in de Bondsstaat Baden-Württemberg. In het oosten grenst het meer aan Oostenrijk.

De grens tussen Duitsland en Zwitserland, of tussen de EU en Zwitserland, is een (denkbeeldige) lijn dwars door het meer (en de Rijn) heen loopt. Deze grens heeft het (handels- en personen) verkeer nooit effectief in de weg gestaan, afgezien van de eerste helft van de twintigste eeuw vanwege de politieke situatie en twee wereldoorlogen.

In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog, in mei 1945, na de Duitse capitulatie, heeft een deel van de Duitse schepen op de Bodensee zijn toevlucht gezocht in Zwitserland, een onbelemmerde vaarweg van een paar kilometer. Tevergeefs, want de (Franse) bezetter van Baden-Württemberg vorderde de schepen met succes terug.

Des te betreurenswaardiger is het dat een van de helden van het Duitse verzet George Elser (1903-1945) in de Tweede Wereldoorlog uitgerekend in Konstanz is gearresteerd na zijn mislukte aanslag op de Führer op 8 november 1939 in München. Het (grens) verkeer van personen, goederen, ideeën en cultuur is vrijwel altijd onbelemmerd geweest. George Elser werd deze grens op 8 november 1939 echter noodlottig.

Het meer van Konstanz, met onder andere Konstanz, Meersburg, Bregenz, Lindau en Friedrichshafen aan Duitse en Oostenrijkse kant en Kreuzlingen, Romanshorn, Rorschach en Arbon aan Zwitserse kant, is nog steeds het middelpunt van een grenzeloze cultuur, handel, scheepvaart en personenverkeer.

De politieke ontwikkelingen, grenspalen en landsgrenzen hebben op deze rivier geen invloed gehad. Een rijk geïllustreerde uitgave leidt de lezers door deze regio en haar vele cultuurhistorische schatten, steden en plaatsen.

(Bron: P. Brauns, 101 Orte zum Verweilen und Entdecken, Darmstadt, 2015).

De Big Ben van Zürich

De St. Petrus Kerk (St. Peter Kirche) in Zürich is de oudste kerk van de stad. De nog zichtbare fundamenten stammen uit de negende eeuw. De van oorsprong Karolingische kerk is in de tiende tot en met de dertiende eeuw in de Romaanse stijl gerenoveerd.

De kerk speelde een belangrijke rol in de Reformatie in Zürich. De pastoor Leo Jud (1482-1542) steunde de reformator Huldrych Zwingli (1484-1531).

Het stadsbestuur ging in discussie met deze reformatoren die het pleit nog wonnen ook. Het stadsbestuur stemde in met de Reformatie en ook de St. Petrus werd protestants.

Het barokke middenschip van de kerk verving in 1706 de Gotische voorganger. De laat romaanse toren en koor zijn nog wel behouden.

De kerktoren, of beter gezegd de kerkklok, is echter het beroemde deel. De kerkklok heeft een diameter van 8.7 meter en is daarmee de grootste van Europa, groter dan de Big Ben in Londen die een diameter van 7 meter heeft.

(Bron en verdere informatie: www.st-peter-zh.ch)

Ermitage, Birseck en Reichenstein

Arlesheim (kanton Basel-Landschaft) is de plaats met ‘s werelds grootste kathedraal voor een dorp. De dom en de stadspaleizen voor de kapittelheren zijn in 1678 gebouwd, toen Arlesheim een paar honderd inwoners telde.

Een eeuw daarna, in 1785, werd de “solitude romantique prèd d’Arlesheim”, de Ermitage van Arlesheim aangelegd. Deze Engelse tuin was gebouwd rondom de aanwezige ruïnes van de middeleeuwse kastelen Birseck en Reichenstein.

Birseck

Reichenstein

Beide kastelen zijn in de afgelopen honderd jaar gerenoveerd. Kasteel Birseck is de blikvanger van de Ermitage. De neogotische fresco’s zijn onlangs in de oude staat teruggebracht. Het kasteel is toegankelijk voor het publiek. Kasteel Reichenstein wordt door een stichting beheerd en is open op verzoek of voor gelegenheden.

(Bron: www.ermitage-arlesheim.info).