De Grondwet van 1848

Vanaf en mede door de Grondwet van 1848 begon de snelle ontwikkeling van Zwitserland op vrijwel alle gebieden.

De Confederatie van 1815

De confederatie van soevereine kantons van 1815 maakte plaats voor een bondsstaat met drie politieke eenheden: de centrale overheid, de kantons en gemeentes.

Het principe van de soevereine kantons bleef onaangetast, met één belangrijk verschil: tenzij de kantons (en het Volk) deze aan de centrale overheid hebben overgedragen.

Tot 1848 was Zwitserland een voornamelijk agrarische samenleving met (hoogstaande) educatieve, industriële, dienstverlenende en commerciële centra op het gebied van (kranten) uitgeverijen, (koffie-en zijde) handel, wetenschap, chocola, textiel, horloges, machines en turbines voor schepen en een beginnend toerisme en financiële dienstverlening.

Van een industriële revolutie of het aanleggen van spoorwegen was echter nog geen sprake. In veel (bergachtige) regio´s heerste armoede. Zwitserland was een emigratieland, zoals de meeste Europese landen dat waren.

Tot 1848 kende het land geen eenheid voor gewichten, lengte- en breedtematen, munten of zelfs de tijdsmeting. Tussen de kantons werd tol geheven en de infrastructuur was niet goed ontwikkeld.

Zwitserland had geen grondstoffen (steenkool, ijzererts). Op een belangrijke uitzondering na: water en graniet, die een belangrijke rol zouden spelen in de modernisering na 1848.

Politiek was er tot 1848 geen stabiliteit, bijvoorbeeld de splitsing van Bazel in de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft (1833), rondtrekkende roversbenden, een feitelijke burgeroorlog in het kanton Valais (tussen Haut-Valais en Bas-Valais) en de Sonderbundskrieg in 1847.

Het land was omringd door monarchieën en aristocratische systemen. Duizenden politieke tegenstanders van Habsburg, de Russische tsaar, de Franse koning of keizer of van Duitse koningen en Groothertogen ageerden vanuit Zwitserland tegen deze vorsten. Dezen beschouwden Zwitserland als een vrijplaats van anarchie en politieke extremisten.

De modernisering en politieke stabiliteit na 1848 werden mogelijk door deze Grondwet, ondernemers- en pioniersgeest, kosmopolitische en open mentaliteit, goed onderwijs en wetenschap, risicobereidheid, investeringen en al bestaande globale exportnetwerken.

De Grondwet van 1848

Deze Grondwet was een ontwerp op het juiste moment op de juiste plaats in een land dat in 1847 nog de (anti-) climax van een korte burgeroorlog kende.

De federale overheid sloot na 1848 handelsverdragen met en in de hele wereld. Het Verenigd Koninkrijk werd een van de belangrijkste (handels) partners. De Zwitserse Frank werd geïntroduceerd, de tol tussen de kantons verdween en het land werd een grote binnenmarkt, zeg maar een Unie van Kantons.

Spoorwegen, chemie, voedingsmiddelen, machinebouw, toerisme, financiële dienstverlening, elektrotechniek, spoorwegen en andere infrastructurele projecten veranderden het land in één generatie.

In 1875 was het land een van de modernste (en mondaine) landen van Europa en wordt met reden ook wel het laboratorium van de vooruitgang genoemd.

De Zwitserse confederatie in 1848 was geen kunstmatig politiek construct, maar had  eeuwenoude fundamenten van politieke, economische, persoonlijke, culturele en taalkundige relaties, uitwisselingen, ervaringen en systemen. Deze Confederatie schiep de voorwaarden voor de modernisering en industriële revolutie à la Suisse.

De Grondwet van 1848 was geen toeval, maar een goed doordacht politiek systeem op basis van  deze ´bottom up´ creatie.

Er was nagedacht over het haalbare in het multiculturele, multireligieuze en meertalige land, de rol en functie van de bestuurlijke eenheden (gemeentes, kantons en centrale overheid), het parlement, de burgers, de democratie, de taakverdeling tussen het bedrijfsleven en de overheid, het (civiele) rechtssysteem, de internationale politiek, de organisatie en financiering van het onderwijs, ziekenhuizen, sociale systemen of defensie (als niet NAVO-lid voldoet het land tegenwoordig als een van de weinige Europese landen aan de NAVO-normen (samen met Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen).

De grondwet in 2022

Het bijzondere is dat de principes van de negentiende eeuw nog steeds hun waarde bewijzen en onveranderd actueel zijn in 2022.

Haar kracht is de directe democratie, federalisme, decentralisatie en aanpassingen, stap voor stap, maar met een weldoordacht concept en altijd in overleg met burgers, ondernemers en de kantons en nooit als van bovenaf opgelegde maatregel. Een Grondwet is altijd in beweging, omdat de maatschappij dat is. En bij voorkeur beweegt ze ook in de richting van de burgers en ondernemers. Vanwege de directe democratie (onder andere het Volksintitiatief) is er altijd directe communicatie met alle lagen van de maatschappij.

Daarom duurt het verkrijgen van het burgerschap voor buitenlanders met een vaste verblijfplaats zo lang: ook Zwitserse burgers hebben (eeuwen)lang moeten wachten op hun land. In de kantons is het stemrecht vanouds (vanaf de dertiende en veertiende eeuw) verbonden aan het burgerschap.

Een burgerschap moet je verdienen en is geen recht, al is passief kiesrecht in bijvoorbeeld gemeentes in deze tijden van globalisering een serieuze (of al bestaande) optie in kantons.

Ook het kiesrecht voor vrouwen is laat ingevoerd (1971). Niet omdat het land perse vrouwonvriendelijk is. Integendeel, al rond 1870 studeerden vrouwen aan universiteiten, promoveerden er en waren actief in het politieke en sociale (verenigings) leven. (Zie ook Swiss Spectator, Vijftig jaar vrouwenkiesrecht).

Op een aantal gebieden nemen constitutionele veranderingen hun tijd, maar eenmaal ingezet gaat de modernisering snel en efficiënt.

Conclusie

De basis voor de politieke stabiliteit en (huidige) welvaart van Zwitserland is verankerd en gelegen in de Grondwet van 1848.  Ook deze Grondwet is niet van graniet, zoals de vele aanpassingen laten zien, de laatste grote in 1999. Daarnaast hebben de burgers door het Volksinitiatief altijd de mogelijkheid de Grondwet aan te passen of aan te vullen.

Bron: J. Jung, Das Laboratorium des Fortschritts. Die Schweiz im 19. Jahrhundert (Bazel, 2019).

De Wakkerprijs 2022

De Jaarlijkse Wakkerprijs van de Zwitserse organisatie voor het behoud van het Erfgoed (Patrimoine Suisse/Schweizer Heimatschutz) is voor 2022 toegekend aan Meyrin, een voorstad van Genève met 27 000 inwoners.

De Wakkerprijs wordt sinds 1972 toegekend aan een gemeente die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het behoud van het erfgoed. Tot voor enkele jaren geleden waren het vooral dorpen en kleine gemeenten die werden onderscheiden vanwege het behoud of renovatie van het materiële erfgoed.

Sinds een jaar of  tien gaat de aandacht echter uit naar een combinatie van het materiële erfgoed, planning, integratie, milieu en woonvriendelijkheid.

Meyrin is uitverkoren omdat ze haar enorme groei van 2 000 inwoners in 1950 tot 26 000 inwoners tegenwoordig zo goed heeft opgevangen.

Het dorp huisvest tegenwoordig 140 nationaliteiten. De flatgebouwen uit de jaren 1960 in de onmiskenbare stijl van Le Corbusier zijn fraai ingebed in de nieuwe bebouwing, inclusief veel groen, speel- en ontspanningsplaatsen. De oude dorpskern uit de jaren vóór de explosieve groei is echter behouden.

Ook aan een fietsplan, de mobilité douce, en openbaar vervoer is veel aandacht besteed. Een tram rijdt in vijftien minuten naar het centrum en het station Cornavin in Genève.

Ook de aanleg van een kunstmatig meertje Lac des Vernes  als nieuwe biotoop voor flora en fauna en als recreatiegebied, draagt bij aan het landelijke beeld. Er is in 2019 ook een nieuwe ecologische wijk met 1 300 woningen gebouwd, het écoquartier des Vergers.

(Bron en verdere informatie: www.heimatschutz.ch)

En het oude dorp

De nieuwe nationale sport

Op de Zwitserse wegen en in het openbaar vervoer is het sinds het begin van de pandemie in de winter van 2020 beduidend minder druk geweest.

Dit geldt niet voor de met sneeuw bedekte hellingen van de Jura in de kantons Neuchâtel, Jura, Bern en Vaud. In deze kantons ligt de oudste bergketen van Zwitserland, die tussen 205 en 135 miljoen jaar geleden is ontstaan.

Hoewel de hoogste toppen niet hoger zijn dan 1750 m, is het gebied door de geografische en klimatologische omstandigheden relatief sneeuwzeker.

La Chaux-de-Fonds (kanton Neuchâtel), de hoogst gelegen stad van het land, ligt op een hoogte van bijna 1.000 meter en is bijna de hele winter bedekt met sneeuw. La Brévine (kanton Neuchâtel), een dorp op 1.082 meter, is zelfs de koudste plaats onder de boomgrens (- 41,8 gemeten).

In de winter zijn de mogelijkheden om te langlaufen en te sneeuwschoenwandelen (Raquette of Scheeschuhlaufen) vrijwel onbeperkt dankzij de vele valleien en honderden kilometers geprepareerde langlauf- en sneeuwschoenpaden. De mogelijkheden om te skiën zijn uiteraard beperkter, maar nog steeds beschikbaar.

Voor de allerkleinsten (schoolgaande jeugd) is het zelfs een uitstekend gebied om te leren skiën, onder andere in Les Bugnenets (kanton Neuchâtel), Les Genevez (kanton Jura), Le Chasseral (kanton Bern) of La Vallée de Joux (kanton Vaud).

Dankzij de pandemie is sneeuwschoenwandelen de snelst groeiende wintersport in Zwitserland. Er is altijd wel een besneeuwde vallei op korte afstand te vinden, en er zijn geen sanitaire beperkingen. Zwitserland is van oudsher een wandelland, en nu is het ook een sneeuwschoenland (of misschien wel een sneeuwschoenwonderland !).

Onderweg komen wandelaars niet alleen medewandelaars of langlaufers tegen, maar ook, bijvoorbeeld in de Franche-Montagnes (kanton Jura), husky- of paardensleeën, ruiters en vele paarden voor de karakteristieke boerderijen van de Franche-Montagnes.

De Zwitserse Alpenclub (SAC)

De Zwitserse Alpenclub (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in dit gebied (en elders in het land).

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel)activiteiten in andere regio’s.

(Bron en nadere informatie: www.sac-cas.ch).

De sigarettenautomaat

Op 13 februari jongstleden heeft het Volk, dat is de constitutionele naam van de stemgerechtigden bij een referendum of een volksinitiatief, gestemd voor een algemeen verbod op tabaksreclame.

De stemming richtte zich met name op jongeren tot 25 jaar. Er geldt een verkoopverbod voor tabakswaren voor jongeren tot en met 18 jaar.

Een reliek uit voorbije tijden is op enkele plaatsen nog in het straatbeeld te zien, onder andere in de kantons Zürich, Aargau en Basel-Stadt. De sigarettenautomaat, verdwenen uit het Nederlandse straatbeeld, is nog op enkele plaatsen te zien.

Deze automaten worden door een bedrijf geëxploiteerd, inclusief de verplichte identificatie voor 18+ personen. Sinds 2009, toen de 18+-regel van kracht werd, neemt het aantal apparaten snel af.

Dit heeft ook te maken met de gemeentelijke belastingheffing. Als een apparaat op of aan de openbare weg staat of hangt, moet in Bazel jaarlijks 330 CHF betaald worden.

Automaten die geheel op privégrond staan zijn vrijgesteld van deze belasting. De voormalige Duitse exploitant is in 2011 failliet gegaan, waarna een Zwitsers bedrijf het heeft overgenomen.

De toekomst voor deze apparaten ziet er niet rooskleurig uit. De gemeente zal geen vergunning verstrekken voor nieuwe automaten in de openbare ruimte en op privégrond is er ook geen belangstelling meer voor.

Het aangezicht van de straat en de volksgezondheid schaadt dat niet.

Het Hirsch Paviljoen in Neuchâtel

Adolph Hirsch (1830-1901), een Duitse astronoom, leidde 42 jaar lang de sterrenwacht van Neuchâtel.

Bij zijn dood in 1901 liet hij zijn fortuin na aan het kanton Neuchâtel met de voorwaarde een astronomische telescoop te bouwen en een toren met een koepel om die in onder te brengen.

Het Hirsch Paviljoen (Pavillon Hirsch) is gebouwd in 1912. Het paviljoen heeft een entree die versierd is door de art nouveau-kunstenaar Charles L’Eplattenier (1874-1946) en de Ateliers d’art réunis in 1910-1911.

Gestileerde elementen vertegenwoordigen de Style sapin. Deze stijl is een regionalistische variant van Art Nouveau die zich in het begin van de 20e eeuw ontwikkelde onder impuls van Charles L’ Eplattenier aan de School voor Toegepaste Kunsten van La Chaux-de-Fonds.

De plafondversiering verbeeldt de hemel met bliksem, wolken en vogels. De vloer in het midden is bedekt met een mozaïek. De Orangerie van de Botanische Tuin toont levensgrote reproducties van zijn 12 deuren.

(Source: www.csem.ch).

Mellingen en zijn bruggen

Het middeleeuwse stadje Mellingen (Kanton Aargau) ligt op de linkeroever van de rivier de Reuss. Het dorp dateert uit de Alemannische tijd, maar lag eeuwenlang op de rechteroever. Het dorp kwam in de Hoge Middeleeuwen in het bezit van de graven van Lenzburg.

In de 11e eeuw bouwden zij een kerk op de linkeroever van de Reuss.  Na het uitsterven van de Lenzburgers ging Mellingen in de 12e eeuw over naar de Kyburgers. Rond 1230 stichtten de Kyburgers de stad op de linkeroever en lieten een ringmuur bouwen.

Er is al sinds 1253 een brug over de rivier en in de loop der eeuwen zijn er diverse nieuwe bruggen gebouwd. De laatste houten brug werd in 1794 gebouwd en in 1928 werd de houten brug afgebroken en werd het huidige ijzeren bouwwerk opgetrokken.

De Habsburgers, de heersers vanaf 1273,  verleenden stadsrechten in 1296. In 1415 veroverden de Eidgenossen Aargau. Mellingen werd een deel van het graafschap Baden, maar behield zijn marktrechten, jurisdictie en politieke autonomie.

Het katholieke Mellingen was het toneel van strijd met de gereformeerde steden Bern en Zürich en is tussen 1528 en 1712 twaalf keer bezet. Na de tweede Villmerger Oorlog van 1712 kwam Mellingen onder het bewind van de gereformeerde steden Zürich, Bern en het twee-religieuze Glarus. Sinds 1803 behoort de gemeente tot het kanton Aargau.

(Bron: www.mellingen.ch).

De Reformatie van Ulrich Zwingli in Zürich

Vijfhonderd jaar geleden predikte Ulrich Zwingli (1484-1531) zijn religieuze opvattingen vanaf de preekstoel van de Grossmünster in Zürich.

Wat hij in Zürich, Calvijn (1509- 1564) in Genève, Guillaume Farel (1489-1565) in Neuchâtel of Martin Luther (1483-1546) in Duitsland,  en andere hervormers in Europa, in gang hebben gezet, wordt tegenwoordig de Reformatie genoemd.

De Reformatie heeft haar stempel gedrukt op Zwitserland en verbindt Zwitserland ook met Europa. Men kan zelfs stellen dat er zonder Reformatie geen Zwitserland zou zijn geweest.

De Reformatie bracht culturen, talen en regio’s samen. Genève, Neuchâtel, Schaffhausen, Bern, Bazel en Zürich, Frans- en Duitstalige kantons vonden elkaar. De Reformatie was meertalig en multicultureel.

De breuk met de katholieke traditie in Zürich kwam in 1522, toen een openbare worstmaaltijd in het bijzijn van Zwingli het vastengebod schond. Zwingli’s steun  wekte de woede van paus Hadrianus VI (1459-1523), de eerste en enige Nederlandse paus.

De paus beval het stadsbestuur (der Grosse Rat) deze priester als ketter te verbannen of desnoods op de brandstapel te zetten (De Boheemse hervormer Jan Hus (1370-1415) eindigde zo op voordracht van de paus  in 1415 ten tijde van het Concilie van Konstanz 1414-1418) .

Op uitnodiging van de stadsraad van Zürich vond er echter een discussie met Zwingli plaats. Tegen de instructies van de paus in, nam het stadsbestuur het standpunt van Zwingli over en voerde de reformatorische vernieuwingen in.

De Reformatie betekende ook het begin van nieuwe conflicten met de katholieke oppositie in het kanton, met de Duitse hervormer Martin Luther en, op confederaal niveau, met de katholieke kantons in Centraal Zwitserland die trouw bleven aan het oude geloof.

Het kwam tot een breuk tussen Zwingli en Luther. Dit schisma leidde tot de evangelisch-hervormde en de lutherse kerk. In Confederatie van dertien kantons was er ook een confessionele splitsing.

Deze leidden tot (korte) burgeroorlogen tussen katholieke en protestantse kantons, de Kappeleroorlogen in 1529 en 1531, en de Eerste en Tweede Villmergeroorlogen  in 1656 en 1712. De laatste (burger)oorlog, de Sonderbundskrieg in 1847, op Zwitserse bodem was mede een religieus conflict.

Deze conflicten hadden weliswaar een religieuze aanleiding, maar economische motieven en de (constitutionele) opzet, rol en functie van de Confederatie speelden echter ook altijd een rol.

Toch heeft de Reformatie niet tot de excessen geleid, zoals elders in Europa (Nederland, Frankrijk, Spaanse inquisitie). De (burger) oorlogen waren van korte duur en compromis en afspraken prevaleerden uiteindelijk.

De kantons Glarus en Appenzell zijn bijzondere voorbeelden. Appenzell besloot zich in 1597 na consultatie van (kiesgerechtigde) burgers te splitsen in een katholiek (Appenzell Innerrhoden) en protestants kanton (Appenzell Ausserrhoden).

Kanton Glarus ging nog verder en accepteerde in een lang proces van discussie beide religies en deelde zelfs de kerken in voor beide geloven.

De afwezigheid van koninklijke en prinselijke structuren en de opzet van de Confederatie van dertien kantons heeft zeker bijgedragen aan deze relatief geweldloze Reformatie, wat overigens niets afdoet aan de individuele scheiding in gemeenschappen.

Ook in Zwitserland was het geloof tot ver in de twintigste eeuw vaak doorslaggevend bij huwelijken, de koop en verkoop van levensmiddelen of de keuze voor scholen en sportclubs.

(Bron en nadere informatie onder andere: www.zhref500.ch; www.zwingli.ch; www.musee-reforme.ch).

Hollands glorie und der Handelsschifffahrtsweg zwischen dem Rhein und der Rhône.

Élie Gouret (1586-1656) was een hugenoot die in de Republiek van de Verenigde Provinciën woonde, maar zakelijk actief was in Zwitserland en Frankrijk.

Hij legde in 1636 de regering (der Grosse Rat) van kanton Bern een project voor om de Rijn via de rivier de Aare, het meer van Biel en het meer van Neuchâtel met het meer van Genève te verbinden.

Hij wilde dit bereiken door Yverdon met Morges (kanton Vaud) en daarmee de Rijn met de Rhône te verbinden. Hij wilde ook de Rhône tussen Genève en Lyon bevaarbaar maken door een zijkanaal langs de Rhône naar de Middellandse zee te graven. Hij beoogde op deze wijze zelfs de Noordzee en de Middellandse Zee te verbinden.

De Republiek en in het bijzonder Hollandse steden hadden grote belangstelling voor dit project. Deze nieuwe waterweg zou van groot voordeel zijn voor de handel, omdat de gevaarlijke zeeroute (storm, piraten, vijandige landen) werd vermeden.

De Rijn liep bovendien door bevriende (lees protestante) gebieden van Duitse vorstendommen en daarna Zwitserse gebieden (de kantons Bern en Bazel, het untertanengebiet Vaud, de soevereine stad Genève en (Frans, maar protestants) prinsdom Neuchâtel). In het Rhônedal en het zuiden van Frankrijk woonden toen, voor de opheffing van het Edict van Nantes in 1685, bovendien veel protestanten.

De maatschappij, de Société du Canal, bestond voor 19% uit Hollands, 10% Frans, 16% Geneefs en  55%  Berns kapitaal. Op 10 februari 1637 gaf de regering in Bern toestemming om het kanaal van Entreroches (le canal d’ Entreroches) ’aan te leggen en te exploiteren.

De werkzaamheden begonnen in 1638 onder leiding van Hollandse ingenieurs en twee jaar later, op 12 april 1640, was het eerste deel, tussen Yverdon en Orny (kanton Vaud), voltooid.

Het kanaal was 5,28 meter breed en 2,35 meter diep. Acht sluizen regelen dit 17 km lange traject, waarbij een hoogteverschil van 16 meter wordt overbrugd.

In 1648 werd het tweede traject van Orny naar Eclépens in gebruik genomen en in 1656 werd Cossonay bereikt. Er restte nog 12,5 km tot Morges, maar dit deel van het kanaal werd nooit voltooid en vervoer naar het meer van Genève vond plaats via de weg.

Gedurende bijna 190 jaar werd dit onvoltooide kanaal van Yverdon naar Cossonay, met een lengte van 25 km, met succes geëxploiteerd. De schepen van Hollands ontwerp werden vervaardigd in Thun (kanton Bern), daarna in Yverdon. Ze waren 19 meter lang en 3,5 meter breed en konden 25 ton vracht vervoeren. De schepen werden getrokken door paarden langs jaagpaden op de oevers.

Duizenden schepen met duizenden tonnen vracht bewogen zich tot 1829 door het kanaal in kanton Vaud. Het kanaal heeft een positieve rol gespeeld in de economische ontwikkeling Zwitserland en de handel met Nederland.

De exploitatie van het kanaal stopte in 1829. Sindsdien zijn grote delen van het kanaal drooggevallen, op enkele plaatsen is het traject echter nog goed te volgen tussen Orny en Éclepens en markeren stenen markeringen en fundamenten van sluizen de route van het kanaal.

Het sluiswachterhuis, la maison de l’éclusier du canal d’Entreroches, een monument, in Orny is een stille getuige van deze opmerkelijke historie.

(Source: documentaire: Pierre-André Vuitel, La fabuleuse avonture du canal d’Entreroches, 2014; Lexicon Historique de la Suisse, Entreroches, canal d’ (hls-dhs-dss.ch).

Het Wirtschaftswunder Zwitserland

ls er ooit een land geweest met slechtere voorwaarden om een ’s werelds meest welvarende te worden, dan was het Zwitserland wel: bergen, rotsen, weinig akkerbouwland, geen grondstoffen, alleen water, sneeuw, gletsjers en gras.

Tegenwoordig is het een van de rijkste (en meest innovatieve, democratische, kosmopolitische, met de beste universiteiten en wetenschappers van Europa) landen ter wereld. Hoe is dit mogelijk ? Het is niet het bankgeheim, noch het feit dat het land gespaard bleef van beide wereldoorlogen, noch aan ‘vuile’ zaakjes met de dictators in deze periode.

Het succesverhaal van Zwitserland neemt al eeuwen eerder een aanvang, in de 14e en 15e eeuw met de vestiging de eerste democratische en republikeinse structuren in centraal Zwitserland. De handel floreerde vervolgens in veel gebieden, hoewel ook Zwitserland, zoals de rest van Europa, een overwegend agrarische samenleving bleef met slechts enkele commerciële centra. Armoede was troef voor het grootste deel van de inwoners.

Het bevolkingsoverschot en het succes op het slagveld tegen de leidende Europese vorstenhuizen (Habsburg en Bourgondië) leidden daarnaast tot een belangrijk export artikel voor de Europese grootmachten: Zwitserse soldaten. In het land waren minder monden te voeden en de elite verdiende er goed aan.

In de 17e en 18e eeuw kende Zwitserland regio’s met een zeer hoog niveau van economische en exportgerichte sectoren, met name in de handel, dienstverlening, textiel en de machinebouw. In 1835 schreef een lid van het Britse parlement namens de Privy Council for Trade:

“Zwitserse fabrikanten hebben hun weg gevonden naar alle markten van de wereld. Dit resultaat was niet het gevolg van de geografische ligging van Zwitserland; het land heeft immers geen grondstoffen voor zijn fabrieken en beschikt evenmin over een haven voor de uit- of invoer“.

In de beide Appenzeller, in de kantons Glarus, Zürich, Bazel, Neuchâtel, Genève, Bern, Luzern of bijvoorbeeld Bern, bestonden talloze banken, fabrieken en handelshuizen.

Een van de merkwaardige verhalen is bijvoorbeeld de firma Escher Wyss in Zürich. Dit bedrijf was in 1835 een van de grootste bouwers van schepen voor stoomvaart op de Europese binnenwateren met vestigingen in diverse andere Europese landen.

Zwitserse ondernemers, kooplieden en bedrijven waren te vinden op alle marktplaatsen in Europa en andere continenten. Grondstoffen uit de hele wereld werden ingevoerd, verwerkt, geraffineerd en verkocht in Europa en overzee. Export, innovatie en ondernemerschap waren koning sinds de late Middeleeuwen, de enige royal van Zwitserland.

Dit is des te opmerkelijker omdat Zwitserland politiek gezien tot 1848 misschien wel de meest achtergebleven staat van het continent was: de oude Confederatie was een chaotische, (te) vaak handelingsonbekwame en inefficiënte verzameling van dertien kantons in 1798 en tweeëntwintig kantons in 1848. Ieder kanton was een soevereine republiek.

Daarnaast waren er tot 1798 nog enkele bondgenoten (Genève, Graubünden, het bisdom en de stad St. Gallen, Neuchâtel), de zogenaamde Zugewandte Orte, en de zogenaamde Untertanegebiete, door de kantons gezamenlijk bestuurde bezette gebieden (Aargau, Vaud, Tessin, Thurgau) en, tot 1798, de huidige Italiaanse gebieden in de Valtellina, Chiavenna en Bormio. Tot 1848 was de Confederatie geen moderne staat, maar een overblijfsel uit de Middeleeuwen.

Het boek verhaalt over dit economische wonder avant la lettre.

Markus Somm, Warum die Schweiz reich geworden ist. Myhten und fakten eines Wirtschaftswunders (Bern, 2022).

Een revolutie à la Suisse

500 jaar geleden veranderde de reformatie Europa. De katholieke kerk en de paus zouden daarna langzaam maar zeker hun wereldlijke macht verliezen,

In Zwitserland waren Basel, Genève en Zürich de hoofdsteden van de Reformatie. In Zwitserland hadden de pre-democratische structuren al invloed op de Reformatiebeweging. Huldrych Zwingli (1484-1531) drukte zijn stempel op de reformatie in Zürich. Hij bekritiseerde kerkmisbruik.

De eerste volledige vertaling van de Bijbel in het Duits, de zogenaamde Froschauer Bibel van 1531 (met titelblad “Die gantze Bibel der ursprünglichen Ebraischen und Griechischen waarheyt nach auffs aller treüwlichest verteütschet) is gedrukt in Zürich door Christoffel Froschouer in 1531.

De reformatie in Zürich was democratisch en politiek. Belangrijke beslissingen werden in het stadhuis genomen. De Kleine Raad en de Grote Raad kwamen hier bijeen. De raadsleden debatteerden in aanwezigheid van Zwingli en burgers.

De reformatie in Zwitserland was een revolutie à la Suisse: De mensen zochten naar een evenwicht, discussieerden en stemden, zo ook in andere kantons (onder andere de  beide Appenzeller en Glarus).

(Bron en verdere informatie: www.zhref500.ch).