Het Kapelletje op de brug

De Käppelijoch op de Mittlere Brücke in Bazel heeft altijd een bijzondere betekenis gehad. Käppelijoch betekent kapelletje dat op een peiler (Joch) is gebouwd.

Het reliëf boven het traliewerk toont een bisschop met een voorwerp met twee bogen in zijn hand. Hij wordt geflankeerd door vier engelen met een kruis en een lans. Ze symboliseren goddelijke bescherming. Het voorwerp stelt de brug, de Mittlere Brücke, voor. Het kapelletje staat precies op het midden van de brug, de (huidge) scheidslijn van Grossbasel en Kleinbasel.

De Prins-Bisschop Heinrich von Thun, bisschop van 1216 tot 1238, was de drijvende kracht achter de bouw van deze brug in 1225, de enige in de wijde omtrek, dus van groot belang voor goederen-en personenverkeer.

De bouw was onderdeel van zijn regionale machtspolitiek. Kleinbasel en Grossbasel vormden in die tijd nog geen eenheid. Pas in 1392 werden ze verenigd. Kleinbasel behoorde tot het bisdom Konstanz en viel onder het aartsbisdom Mainz, terwijl het vorstbisdom Bazel aartsbisdom Besançon boven zich had.

Aanvankelijk was de Käppelijoch van hout gemaakt. In 1478 kwam er een stenen kapel voor in de plaats. In 1905 werd de deels nog houten brug vervangen. De originele Käppelijoch bevindt zich sindsdien in het Historisch Museum van Bazel. De huidige Käppelijoch  is een kopie.

In de Middeleeuwen diende de Käppelijoch als een plaats waar veroordeelden werden geëxecuteerd door verdrinking. Tegenwoordig is het een plaats om de liefde te betuigen door het ophangen ‘liefdes’ sloten.

Bron: www.altbasel.ch; D. Heitz, Stadtjäger. Ein Spaziergang zu Basels versteckten Besonderheiten, Basel 2021).

Aargau, Graafschap Baden en de grenssteen in de Dominiloch

Na de verovering van Aargau door de Confederatie van de acht soevereine Orte ( de Eidgenossenschaft) in 1415 werd het eeuwenoude Graafschap Baden (Grafschaft Baden) in Aargau bestuurd door de acht Orte (kantons) van deze Confederatie. De naam kanton wordt pas in de loop van de zestiende eeuw gebruikt.

Het graafschap was in de 11e en de 12e eeuw een bezit van de graven van Lenzburg, vanaf 1173 van de graven van Kyburg en vanaf 1264 van de graven van Habsburg. De naam Grafschaft Baden werd na 1415 echter gehandhaafd door de Confederatie.

De drie andere regio’s in Aargau waren: de Berner Aargau, het Freie Amt en het Fricktal. Het Freie Amt en het Graafschap Baden waren een gemeenschappelijke heerschappij (Gemeine Herrschaft) van de acht Orte.

De Eidgenossen stelden baljuws (Landvögte) aan om het graafschap te beheren. In organisatorisch opzicht was het graafschap Baden verdeeld in Amten (Ämter), die ieder door een Untervogt werden bestuurd. De inwoners hadden geen politieke inspraak. Onder toezicht van de baljuw hadden ze echter wel relatieve autonomie.

Beeld: Historisches Museum Baden

Het graafschap bestond uit acht Innere (Birmenstorf, Dietikon, Ehrendingen, Leuggern, Gebenstorf, Rohrdorf, Siggenamt en Wettingen) en drie äussere (Kaiserstuhl, Klingnau en Zurzach) plaatsen.

De steden Baden, Bremgarten en Mellingen hadden hun eigen rechtbanken en zelfbestuur en regeerden ook over enkele naburige dorpen. De kloosters van Wettingen en St Blasien, de Johanniterkommende Leuggern en de bisschop van Konstanz hadden ook jurisdictie in bepaalde gebieden.

Matthäus Merian (1593-1650), Baden, rond 1642. Collectie: Historisches Museum Baden

De acht Orte leverden om de twee jaar de voogd. Zijn standplaats was in de stad Baden (in het huidige historische museum). Vanaf 1712, na de nederlaag van de katholieke Orte Luzern, Zug, Uri, Schwyz en Unterwalden in de Tweede Villmerger Oorlog, bestuurden alleen de drie gereformeerde steden Zürich, Bern en Glarus  Aargau tot 1798.

Het Graafschap Baden werd in 1798 het kanton Baden van de Helvetische Republiek (1798-1803). In 1803 werd dit kanton deel van het nieuwe kanton Aargau in de nieuwe Confederatie van negentien kantons (1803-1813). Het kanton ging daarna op in de Confederatie van tweeëntwintig kantons in 1815 en vijfentwintig (half) kantons in 1848.

De grenssteen in de Dominiloch, tegenover het klooster Hermetschwil aan de rivierReuss, scheidde de stadstaat Zürich van het Graafschap Baden tot 1798 (de proclamatie van de Helvetische Republiek).

De grenssteen staat tegenwoordig niet meer op een grens, maar is een belangrijke getuige van de Gemeine Herrschaft van de Eidgenossenschaft van het Graafschap Baden en het bestaan van dit graafschap überhaupt.

(Bron: www.aargau.ch).

Het Gemeenschappelijk bestuur van de Aargau

Tussen 18 april en 18 mei 1415 veroverden de Orte (kantons) Bern, Zürich, Luzern en andere Eidgenossen de Aargau. Alleen het Fricktal bleef in Habsburgs bezit.

Na 1415 ontstonten op het veroverde grondgebied vier regio’s: het Freiamt, het graafschap Baden, de Berner Aargau en Fricktal (Habsburgs). Van groot belang voor de ontwikkeling van de Confederatie van kantons was het gemeenschappelijke bestuur (Gemeine Herrschaft) van het graafschap Baden en het Freiamt.

Door deze Gemeine Herrschaft ontstond de noodzaak en behoefte vaak bij elkaar te komen. Om deze reden vond de vergadering van de Orte plaats in Baden (kanton Aargau) onder de naam Tagsatzung.

Dit bleef tot 1798 de enige gemeenschappelijke instelling van de Confederatie. Deze Tagsatzung bleef bestaan na de Reformatie en de splitsing in katholieke en protestante kantons en de burgeroorlogen van 1529 en 1531 (de Kappelerkriege) en 1656 en 1712 (de Villmergerkriege).

De Tagsatzung verenigde niet alleen tegen de gemeenschappelijke vijand (Habsburg), maar verenigde ook, ondanks alle (religieuze) verschillen en uiteenlopende (economische) belangen (bijvoorbeeld de verovering van Italiaanse gebieden door kantons in centraal-Zwitserland in 1512 en Vaud door Bern en Freiburg in 1536). De verpletterende nederlaag in 1515 bij Maregnano tegen de Franse koning om het Hertogdom Milaan vloeide onder andere voort uit deze verdeeldheid.

De verovering van de Aargau was dus een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling van en conflictoplossing tussen  de verschillende stad- en landsteden van de Confederatie.

Toen in 1803 het kanton Aargau werd gesticht, ontstond een nieuw kanton dat uit deze vier verschillende regio’s bestond. De gebeurtenissen van 1415 hadden dus niet alleen verstrekkende gevolgen voor de ontwikkeling van de Zwitserse Bondsstaat, maar ook voor het nieuwe kanton Aargau.

(Bron: www.aargau.ch).

Honderd jaar Henry Brandt

Het eeuwfeest ter ere van Henry Brandt (1921-2018) is bedoeld om een breder publiek kennis te laten maken met het werk van deze belangrijke figuur van de documentairemaker en fotograaf, de Joris Ivens van de Alpen.

Een tentoonstelling in het Kunst- en Geschiedenismuseum en in het park van het Etnografisch Museum van Neuchâtel, de presentatie van zijn documentaires in de Passion Cinéma in La Chaux-de-Fonds, Delémont en Neuchâtel andere activiteiten en evenementen vinden plaats in 2022.

De eerste aan hem gewijde monografie (Scheidegger & Spiess, Zürich 2021) is in 2021 verschenen.

(Nadere informatie en een programma: www.henrybrandt.ch).

Grossbasel en Kleinbasel

De stad Bazel ligt aan beide oevers van de Rijn. Tot 1392 waren er zelfs twee Bazels: Kleinbasel aan de rechteroever en Grossbasel aan de linkeroever.

Beide Bazels waren steden in het Heilige Roomse Rijk. Grossbasel was zelfs een vrije Rijksstad (Reichsunmittelbarkeit). Deze status gaf een grote mate van autonomie, omdat de stad alleen de keizer boven zich had staan.

De bisschop van Basel verkocht Kleinbasel op 6 april 1392 aan de stad Bazel. De koop is gedocumenteerd in een oorkonde. De 13e en 14e eeuw werden gekenmerkt door een machtsstrijd tussen de bisschop, Grossbasel en de Habsburgers. De bisschop van Bazel regeerde ook over Kleinbasel als een wereldlijke heerser.

De Habsburger Hertog Leopold van Habsburg (1351-1386) was geïnteresseerd in Kleinbasel om zijn machtspositie in het gebied te versterken, aangezien Freiburg, Breisach ( in de huidige Duitse deelstaat Baden) en Rheinfelden zijn bezit waren.

De bisschop van Bazel zat altijd zwaar in de schulden en verpandde zijn rechten  eerst aan de hertog in 1375. De stad Bazel kocht vervolgens Kleinbasel in 1392. Het pand van de Habsburgers werd in 1393 afgelost.

In politiek en economisch opzicht was Kleinbasel nauw verbonden met Grossbasel. De brug over de Rijn, gebouwd in de periode 1225-1240, leidde tot een steeds grotere economische verwevenheid. Het politieke en sociale integratieproces verliep na 1392 dan ook zonder noemenswaardige problemen.

Alleen op 13, 20 en 27 januari vieren de drie erenverenigingen (Ehrengesellschaften)  van Kleinbasel en Vogel Gryff, Wilde Maa en Leu sindsdien de Wilde Ma-Horst, de intocht van de Wilde-Ma (die Talfahrt), hun dansen, de avondoptocht (der Abendumgang) en het gemeenschappelijke diner (das Gryffe Mähli).

Er was echter een complicatie die pas in 1803 verdween. Grossbasel viel onder de diocese van bisdom Bazel (aartsbisdom Besançon).  De diocese van Kleinbasel was echter het bisdom Konstanz (aartsbisdom Mainz).

Deze situatie werd pas door en onder Napoleon in en ten tijde van de Franse tijd (1798-1813) veranderd. Toen had de bisschop van Bazel echter al lang (sinds 1527) zijn zetel in Porrentruy of Pruntrut (huidige kanton Jura).

De Domheren  en de bisschop zetelden vanaf 1679 in Arlesheim (huidige kanton Basel-Landschaft) na de Franse Bezetting van Freiburg.

In Arlesheim bouwden ze de enorme Dom met het beroemde Silbermannorgel. Arlesheim was een dorpje met een paar honderd inwoners.

Tweehonderd en vijftig jaar later bouwde Rudolf Steiner het Goetheanum in het nabij gelegen Dornach (kanton Solothurn), maar dat is een ander verhaal.

De bisschop zetelt vanaf 1828 in de stad Solothurn, maar de naam bisdom Bazel blijft gehouden. De gecompliceerde (religieuze) historie van Zwitserland in een notendop.

(Bron: Kleinbasler Zeitung, Januar, Nr. 01/12, 2022).

Met 80 kaarten door Zwitserland

Zwitserland is altijd een land van en met landkaarten geweest. Al eeuwenlang worden allerlei soorten kaarten gemaakt en verspreid. In de visuele en digitale informatiemaatschappij neemt het aantal nieuwe kaarten exponentieel toe.

Zwitserland is ook altijd een land van kaartlezers geweest. Kaarten begeleiden de Zwitsers van jongs af aan intensief, thuis, op school, in de vele wandelverenigingen of in het leger.

Swisstopo, Schweizmobil of Peakfinder zijn de moderne digitale kaarten. Het is niet overdreven dat de kwaliteit en precisie van de horlogerie ook tot uitdrukking komt in de oude en moderne digitale cartografie.

Deze 500-jarige traditie is gebundeld in de cartografische reis door de tijd “Mit 80 Karten durch die Schweiz“.

Deze kaarten reizen door ruimte en tijd en bijna alle regio’s van Zwitserland. De begeleidende tekst plaatst ze in historisch perspectief van een half millennium. De lezer krijgt een overzichtelijk beeld van de identiteit van Zwitserland.

Het boek beschrijft aan de hand van deze 80 kaarten vanaf de eerste Zwitserse Confederatie in 1480 tot de geboorte van de moderne cartografie deze ontwikkeling.

De thema’s zijn ruimtes en grenzen, stad en land, oorlog en vrede, vervoer en toerisme, mensen en markten, en visies en ficties.

(Diccon Bewes, Mit 80 Karten durch die Schweiz. Eine Zeitreise (Baden, 2015).

De Collégiale van Valangin

In de Middeleeuwen was Valangin (kanton Neuchâtel) een een stad in de gelijknamige seigneurie in een gebied tussen de Val-de-Ruz en de Franches Montagnes. Twee nog steeds bestaande versterkte toegangspoorten en de toren van de burcht herinneren aan deze tijd.

Een houten ophaalbrug vormde de toegang vanuit Valangin tot het belangrijke kruispunt van wegen die de seigneurie met Neuchâtel en het Zwitserse Plateau verbond.

Valangin werd door Claude d’Aarberg (1447-1517), heer van Valangin, uitgekozen om de Collégiale St. Pieter (St. Pierre) te bouwen. Het was de bedoeling de Collégiale van Neuchâtel in grootte en architectuur te overtreffen. De gotische Collégiale van Valanging werd in 1505 ingewijd.

De aanwezigheid van een kerk met kanunniken verhoogde de status van de seigneurie. Om onderdak te bieden aan de zeven kanunniken en de provoost werden ten noorden en oosten van de kerk woonhuizen gebouwd. Zij zijn nog steeds het hart van de huidige burcht.

Het lot was Valangin echter niet gunstig gezin. Neuchâtel, hoewel formeel een katholiek Frans prinsdom van de dynastie D’Orléans-Longueville (1504-1706), werd in 1530 gereformeerd. Een van de eerste daden van de protestante burgers was het plunderen van de slechts 13 km verderop gelegen Collégiale.

De Collégiale werd ook protestant, zeer tegen de zin van Guillemette de Vergy  (1457-1543), de weduwe van Claude d’Aarberg. Zij bepaalde als eigenaresse in haar testament dat de Collégiale nooit plaats mocht bieden aan het protestante geloof, maar een graanschuur moest worden. Tot in de achttiende eeuw was dit inderdaad het geval. Het testament uit 1541 bepaalde:

Nous prions de faire de notre église collégiale de Valangin une grange ou un grenier, et de ne jamais y laisser prêcher cette nouvelle loi, ni en faire une paroisse, mais plûtot de l’abattre entièrement.

Als bijzondere afscheidsgroet werd ze bovendien op haar laatste tocht, conform haar laatste wil, begeleid door honderd priesters.

Na het bestaan als graanschuur werd de Collégiale in negentiende eeuw, de periode van de (hernieuwde) waardering voor de gotiek (en Romaanse kunst) gerenoveerd.

(Bron en verdere informatie: www.neuchatelville.ch).

De Alpen. Gebied, Cultuur en Historie

In dit boek beschrijft de auteur de diepe verbondenheid tussen mens en natuur in dit bijzondere cultuurlandschap.

De tijdsperiode omspant de eerste bewoning van het Alpengebied tot het heden. De cultuur, samenleving, economie, politiek, leven en werken staan centraal en komen chronologisch aan de orde.

Een overzichtsgeschiedenis van uiteenlopende culturen en historische ontwikkelingen, van Hannibal, Kelten, Rhaetische stammen, Romeinen, Franken, Alemannen en de bekende heersers en staatsvorming na deze periode rond het jaar duizend.

De eerste twee hoofdstukken handelen over het ontstaan van de Alpen, hun historische plaats en wetenschappelijk onderzoek. Daarna volgen, met verschillende thematische accenten, hoofdstukken over de prehistorie tot de middeleeuwen, de late middeleeuwen, de vroegmoderne periode en de moderne periode tot heden.

De Duitstalige tekst is geïllustreerd met veel (historische) foto’s, kaarten, een chronologische tabel en een selectie van andere bronnen.

(Jon Mathieu, Die Alpen, Raum, Kultur, Geschichte, Stuttgart, 2015).

Congres van Wenen en Zwitserland

Na het einde van het Heilige Roomse Rijk in 1806 (ontbonden door Napoleon) en de val van Napoleon (1813) wilden de grootmachten het Europese evenwicht en het oude regime (ancien régime, de oude bestuursvormen van voor 1789) herstellen.

Het continent mocht bovendien niet worden gedomineerd door één macht en daarom moesten er staten met stabiele grenzen en legers zijn, met name om Frankrijk in te tomen. Duitsland bestond nog niet en het Heilige Roomse Rijk was ontbonden.

In het akkoord van Langres (29 januari 1814) was Frankrijk tot de grenzen van 1792 teruggebracht en werd de onafhankelijkheid van Zwitserland gegarandeerd om tegenwicht tegen Frankrijk te bieden. Om deze reden zagen het Koninkrijk der Nederlanden (tot 1831 inclusief België), Pruisische gebieden langs de Rijn en het Koninkrijk Sardinië Piëmont (dat bestond tot tot 1861).

De kantons in Zwitserland waren echter diep verdeeld, evenals de grootmachten het Verenigd Koninkrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Rusland en Pruisen wilden een sterke Zwitserse Bondsstaat, terwijl Oostenrijk zich inzette voor het behoud van de onafhankelijkheid van de kantons.

De scheidslijnen bij de Zwitserse kantons liep dwars door de oude Untertanengebiete, Zugewandte Orte of bondgenoten, katholieke en protestante kantons, aanhangers van het ancien régime en andere (economische) scheidslijnen.

Op 8 september 1814 bereikte de Engelse gezant echter een compromis: onafhankelijkheid van de kantons, afschaffing van de interne douanebarrières en aristocratische voorrechten en oprichting van federale instellingen.

Pruisen kreeg Neuchâtel weer terug. Pas in 1857 deed de Pruisische koning formeel afstand van zijn prinsdom. Neuchâtel was echter op 12 september 1814 ook toegetreden tot de Confederatie als kanton. Genève en Wallis werden ook erkend als kantons van de Confederatie en op 7 augustus 1815 werd een overeenkomst ondertekend door de tweeëntwintig kantons. Deze grondwet bleef van kracht tot 1 maart 1848.

De neutraliteit van Zwitserland was op 20 maart 1815 al gegarandeerd door de grootmachten in Wenen en de buitengrenzen zijn sindsdien onveranderd gebleven, wel zijn en worden de grenzen van kantons soms aangepast en is in 1979 een nieuw kanton (Jura) erkend in de Grondwet.

(Bron: Thierry Lentz, 1815. Der Wiener Kongress und die Neugründung Europas, München 2014).

Het Zwitserse Esperanto Rumantsch Grischun

Zeventien van de zesentwintig Zwitserse kantons zijn Duitstalig, vier Franstalig (Vaud, Genève, Neuchâtel en Jura), één is italiaanstalig (Ticino), drie zijn tweetalig Frans en Duits (Fribourg, Bern en Valais) en één is drietalig Romaans, Italiaans en Duits (Graubünden).

Een meertalig territorium

Hoewel Zwitserland al lang een meertalig territorium is, zijn veel, zo niet de meeste Zwitserse burgers tegenwoordig niet (meer) tweetalig, laat staan drietalig. Er is zelfs een groeiende (en zorgwekkende) neiging tot communicatie in het Engels tussen burgers van de verschillende talengroepen.

De enige echt tweetalige gemeenschap is ook de kleinste, de Romaanse. Vrijwel alle Romaanse sprekende burgers, ongeveer 60.000 volgens de laatste cijfers (2000), beheersen de Duitse taal en velen hebben enige kennis van het Italiaans en/of Frans.

Maar zelfs deze kleine taalgroep kent maar liefst vijf dialecten. Om deze reden is het initiatief genomen een gemeenschappelijke Romaanse taal te maken, zeg maar een soort Romaans esparanto.

Een door de buitenwereld vrijwel genegeerd aspect deze meertaligheid is het oudste en meest succesvolle tweetalige schoolsysteem ter wereld. Het gebruik van twee talen op scholen in de Romaanse gebieden kwam in de loop van de negentiende eeuw door omstandigheden tot stand, toen Duits steeds belangrijker werd door de instroom van Duitstalige burgers (en Engelstalige toeristen).

Italiaans, Duits en Romaans

Sinds 1880 worden in de grondwet van het kanton Italiaans, Duits en Romaans erkend en het is aan gemeenten overgelaten om de taal van de scholen te bepalen.

De aangepaste federale grondwet van 1999 (art. 4, 8, 18, 31, 70 en 188) bevat gedetailleerde taalvoorschriften en gebruik van taal door overheidsinstellingen (waaronder het het Bundesgericht in Lausanne, dat al in 1996 zijn eerste uitspraak in het Romaans deed).

De gedetailleerde bepalingen op federaal en kantonaal niveau zullen niet verder worden besproken, maar de taal is erkend als vierde taal (formeel al bij referendum en in de Grondwet van 1938).

Romaans

Het Romaans is een taal op zich en haar wortels gaan terug tot de raethische stammen, het Romeinse Rijk en de Romeinse provincie Raetia (Prima) met Chur als belangrijkste en sinds de vijfde eeuw bisschoppelijke stad. (Vulgair) Latijn versmolt met de inheemse (Keltische) talen om geleidelijk het Romaans te worden zoals het nog steeds bestaat.

Het (langzame) proces van Germanisering vanuit het noorden (beginnend in de tweede helft van de vijfde eeuw en eeuwen daarna, en vanuit het westen (door Duitstalige Walser uit Valais (Wallis) in de 13e en 14e eeuw) isoleerde geleidelijk de Reto-Romaanse sprekende inwoners en hun valleien.

Duits werd zelfs de officiële taal van de Drie bonden (Gotthausesbund, Zehngerichtebund en Grauer of Oberer Bund), toen die in 1803 samengingen in het kanton Graubünden.

Iedere afgevaardigde in het parlement van het kanton had weliswaar het recht om Romaans, Duits of Italiaans te gebruiken en officiële stukken werden ook in drie talen vastgelegd en gedrukt, maar de werkelijkheid was weerbarstiger en Duits was de voorkeurstaal in de administratie.

Het gebruik van het Romaans werd ook bemoeilijkt door het gebrek aan Romaanse identiteit en de ontwikkeling van vijf Romaanse idiomen door de eeuwen heen, als gevolg van het isolement van de valleien door de Alpen.

Dialecten

Sommige idiomen zijn zeer verschillend van elkaar, bijvoorbeeld Surselva Reto-Romaans (Vorderrhein regio) en Vallader  (Unterengadin) of Putèr (Oberengadin).

Een recent initiatief, Rumantsch Grischun, is gericht op standaardisatie van de taal, in eerste instantie voor de overheidsinstellingen, maar ook voor het behoud van de taal op lange termijn.

De zogenaamde Romaanse Renaissance in de laatste decennia van de negentiende eeuw en de oprichting van particuliere en overheidsorganen om deze taal en cultuur te bevorderen en te gebruiken zijn inspanningen om haar teruggang te stoppen. Het is een historische en unieke taal, die nauw verwant is aan (vulgair) Latijn.

Stand van zaken

Kranten, radio, televisie, scholen, een leerstoel aan de ETH en de Universiteit van Zürich, taalcursussen in en buiten Graubünden (Scuol, Chur, Santa Maria, Bazel, Bern, Zürich), het juridische (constitutionele) kader, literatuur en gebruik in cultuurhistorische publicaties, theater, muziek en andere culturele evenementen geven hoop voor de toekomst, hoewel demografische, economische en technologische ontwikkelingen en globalisering uitdagende ontwikkelingen zijn.

De huidige discussies en rechtszaken over één vreemde taal op de (lagere) school in het kanton (en andere kantons) is een andere indicatie van de voortgaande globalisering en (groeiende) taalkundige verdeeldheid in het land.

Zou het Romaans niet het Esperanto voor Zwitserland kunnen worden? Rumantsch Grischun is klaar voor de taalkundige Zwitserse eenheid.

(Bron: M. Gross, Rätoromanisch, Facts & Figures, Lia Rumantscha, Chur, 2005).