Chenevez en de Haute-Ajoie

De nieuwe gemeente Haute-Ajoie is ontstaan op 1 januari 2009. Het is het resultaat van de fusie van vier gemeenten: Chevenez, Damvant, Réclère en Roche d’Or. Op 1 januari 2018 is het dorp Rocourt ook toegetreden tot de nieuwe gemeente Haute-Ajoie.

De eerste historische vermelding van Chevenez (Keffenach in het Duits) verscheen in 814, onder de naam Chaviniacus. Het land behoorde tot het domein van het klooster van Saint-Ursanne. Het dorp kwam in 1474 in bezit van het bisdom Basel.

Van 1793 (Franse invasie) tot 1813 hoorde het dorp bij Frankrijk in de Raurakische Republiek (1793), het departement Mont-Terrible (1793-1800), het departement Haut-Rhin (1800-1813), vervolgens na het Congres van Wenen tot het kanton Bern (1815-1978) en tenslotte (?) na het referendum van 1974 tot het kanton Jura (1979)

Bron: www.hauteajoie.ch

Frankrijk, Zwitserland en de eeuwige Vrede van 1516

De relatie tussen Frankrijk en Zwitserland heeft vele facetten. Naar schatting 175 000 Fransen wonen en/of werken permanent in Zwitserland. Daarbij komen nog ongeveer Franse 150 000 frontaliers die dagelijks in Zwitserland werken.

Frankrijk is het vierde exportland voor Zwitserland, omgekeerd zit Zwitserland wat betreft economisch belang bij de top tien voor Frankrijk. Daarnaast zijn er vele culturele, wetenschappelijke, sociale en politieke contacten. Meer dan 1.4 miljoen Zwitserse burgers hebben Frans als moedertaal. Ook de historie geeft aanknopingspunten voor de relatie, in goede en slechte tijden.

Vijftiende eeuw

Daarbij is het besef belangrijk dat het huidige Zwitserland in de vijftiende eeuw nog niet bestond en het Franse Koninkrijk in deze tijd veel kleiner was. Militair, cultureel en politiek werd Frankrijk overschaduwd door de machtige hertogen van Bourgondië en de Habsburgers en ´hun´ Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie’.

Elzas, Lotharingen, Franche-Comté en Savoie hoorden nog (lang) niet bij het koninkrijk en de reformatie (na 1517) had Zwitserland en Frankrijk nog niet  verdeeld.

Tijdens de Frans-Engelse Honderdjarige oorlog (1337-1453), leidde een intern conflict (Zürcherkrieg) binnen de Eidgnossenschaft van toen acht leden (Zürich, gesteund door Habsburg) tegen Bern, Zug, Luzern, Schwyz, Glarus, Unterwalden en Uri) tot een ingrijpen van de Franse koning Charles VII (1403-1461) tegen de Eidgenossen.

De eeuwige vrede

Bij de slag van St. Jacob aan de Birs op 21 augustus 1444 leden de Eidgenossen weliswaar een nederlaag, maar de Franse koning was zo onder de indruk van de vechtkracht en mentaliteit van de Zwitserse soldaten, dat hij de Eidgenossenschaft een gunstig vredesaanbod deed bij de vrede van Ensisheim (28 oktober 1444).

Het zou het begin zijn van een vriendschappelijke relatie van bijna 350 jaar (tot de inval van Napoleon in 1798). Bijna een miljoen (!) Zwitserse soldaten waren als huurling in Franse krijgsdienst tot 1813.

In 1453 sloten de Charles VII en de Suysses, de Eidgenossenschaft van acht kantons, het eerste verdrag van de ´paix perpétuelle´, de eeuwig durende vrede. Dit verdrag werd tot 1798 met grote regelmaat bekrachtigd.

Het Franse belang was de beschikking over Zwitserse soldaten, die toen in hoog aanzien stonden. Voor de Eidgenossenschaft betekende het vrije toegang voor kooplieden tot de Franse markten, een geprivilegieerde positie vergeleken met andere buitenlandse kooplieden, en inkomsten voor de huurlingenbemiddelaars, de machtige families dorpen of steden.

Wederzijds zouden ze elkaar niet aanvallen. Voor Frankrijk werd dit bondgenootschap een zegen toen de Eidgenossenschaft onder aanvoering van Bern en Freiburg de machtige Bourgondische hertog in 1476 versloeg (bij Grandson en Murten) en nogmaals in Nancy (1477) met de dood van Karel de Stoute (1433-1477) en het verdwijnen van Bourgondië als zelfstandige staatkundige eenheid als gevolg

De  Habsburgse keizer Maximiliaan (1459-1519) profiteerde echter ook vanwege diens huwelijk met Maria van Bourgondië (1457-1482), de dochter en erfgename van Karel de Stoute. Maximiliaan verkreeg de rijke Lage Landen (Vlaanderen en Holland).

Marignano

Alleen aan het begin van de zestiende eeuw werd de ´paix perpétuelle´ op de proef gesteld, toen een aantal kantons de Po-vlakte en het hertogdom Milaan wilden beheersen.

In een gecompliceerde internationale situatie tussen de Paus, Habsburgers en Frankrijk leidde dit tot nederlagen voor enkele kantons van de Eidgenossenschaft.  De Franse koning François I (1494-1547) versloeg hun in september en oktober 1515, onder andere bij Marignano.

De koning onderkende echter het belang van een goede relatie met de Eidgenossenschaft. De ´paix perpétuelle´ werd op 29 november 1516 in Freiburg nogmaals bekrachtigd. Dit werd werd op 5 mei 1521 in Luzern bevestigd door alle kantons.

Over de slag bij Marignano wordt hier verder niet ingegaan. Hier volstaat de opmerking dat deze slag de verdeeldheid van de kantons blootlegde. Een aantal kantons nam op het laatste moment niet deel aan de strijd. Ook was de toepassing van artillerie door de Fransen van doorslaggevend belang. Moed alleen was niet meer doorslaggevend.

De Eidgenossenschaft had na de gewonnen Schwabenkrieg tegen Habsburg van 1499 zijn militaire finest hour gehad.

Frankrijk had in haar rivaliteit met Habsburg alle belang bij een neutraal en stabiele Eidgenossenschaft en vooral ook bij de vechtkracht van de Zwitserse huurlingen.

Voor de Zwitserse kantons en hun elites was dit een belangrijke bron van inkomsten en Bern en Freiburg konden niet gehinderd door Frankrijk in 1536 Vaud innemen.

De reformatie maakte vanaf 1525 de situatie gecompliceerder, maar in grote lijnen hield de ‘paix perpétuelle´ tot 1798 stand.

1798-1815

Veel inwoners van de kantons en de Untertanengebiete (onder andere Thurgau, Vaud, Aargau, Tessin) hadden sympathie voor de Franse bevrijdingslegers, ondanks de slachting onder de Zwitserse garde op 10 augustus 1792, die de Tuilerieën in Parijs verdedigde. (het Löwendenkmal in Luzern herinnert hieraan). Napoleon maakte een einde aan het ancien régime en de overheersing door de oude kantons.

Onder Franse leiding (Napoleon) kwam een einde aan de soevereiniteit van de kantons (1798-1803, Helvetische Republiek).  Er was een begin van een nieuwe Confederatie van 19 gelijkwaardige kantons (1803-1813 door de (´Franse´ Mediationsakte, acte de Médiation), wat in 1815 respectievelijk 1848 leidde tot de oprichting van de huidige Zwitserse Confederatie.

Vermeldenswaard is de rol die Frankrijk speelde bij de volkenrechtelijke erkenning van de Eidgenossenschaft in 1648 bij de Vrede van Westfalen. Frankrijk steunde de Eidgenossenchaft in de erkenning van haar soevereiniteit.

Oostenrijk/Habsburg moest bij het Verdrag van Luneville (9 februari 1801) onder het Fricktal afstaan. Tarasp werd door Habsburg ook overgedragen aan het nieuwe kanton Graubünden, Alleen Rhäzuns (Graubünden) bleef tot 1819 formeel bij Habsburg.

De Franse tijd 1798-1813 werd gevolgd door het Congres van Wenen (1814-1815). De daaropvolgende vredesverdragen van Parijs (1815) en Turijn (1816) zijn de basis  voor de grenzen en de neutraliteit van Zwitserland.

(Bron: G. Miège, A.-J. Tornare, Suisse et France. Cinq cents ans de Paix Perpétuells 1516-2016, Freiburg 2016).

Kanton Nidwalden

De namen Unterwalden, Obwalden en Nidwalden kwamen in de dertiende eeuw al voor in documenten. Unterwalden betekent letterlijk ‘in het woud’ of ‘inter silvas’ in het Latijn. In 1309 verleende Koning Heinrich VII de Reichsunmittelbarket aan ‘Unterwalden’.

De boerendorpen kregen dezelfde status als steden. Dit was zeer uitzonderlijk. Het geeft ook aan dat deze gemeenschappen al een grote mate van zelfstandigheid, financiële middelen en militaire kracht hadden.

1291-1798

In de loop van de veertiende eeuw ontstonden daaruit de Orte Obwalden en Nidwalden. Deze worden ook in Oorkonde (Bundesbrief) van 1315 genoemd, na de slag bij Morgarten.

Deze Orte hadden maar één stem in de bijeenkomsten (Tagsatzung) met de andere leden van de Eidgenossenschaft. Dit bleef zo tot 1798 (Helvetische Republiek). Obwalden en Nidwalden wisselden jaarlijks hun zetel in de Tagsatzung.

Beide Orte hebben dezelfde historische achtergrond (prehistorie, Kelten, Romeinen, Gallo-Romeinse cultuur en Alemannen). De Alemannische taal en cultuur had rond 900 de Gallo-Romaanse taal en cultuur al vervangen.

Nidwalden volgde in grote lijnen de politieke, economische en culturele ontwikkeling van Obwalden. De belangrijkste grondbezitters in Nidwalden waren het klooster Murbach uit Luzern, het klooster Engelberg en tot 1173 de graven van Lenzburg. In de dertiende eeuw was Habsburg ook hier de belangrijkste macht.

Veehouderij en veehandel waren na de opening van de Gotthardpas rrond 1230 de belangrijkste economische activiteiten. Export van vee en veeproducten naar Italië en import van landbouwproducten uit het Bodenseegebied en Italie vormden de hoofdmoot van de handel. Luzern en Zürich waren de voornaamste marktplaatsen.

De Landsgemeinde werd in de veertiende eeuw de politieke organisatie. Ze is in 1996 afgeschaft.

1798-1848

Nidwalden volgde andere kantons in de expansie naar en bestuur van de Italiaanse Untertanengebiete tot 1798.

Het kanton was een katholiek bastion in de contrareformatie (na 1530)  en bleef dat tot en met de Sarnerbund (1832), de  Sonderbund (1845) en de Sonderbundskrieg (1847).

Ook verzette Nidwalden zich tegen de Helvetische Republiek (1798-1803) en de Confederatie van 1815. Troepen van de Confederatie bezetten Nidwalden, waarna het kanton alsnog instemde. Het grondgebied van het klooster Engelberg werd als sanctie echter overdragen aan Obwalden.

Heraldiek

De oorsprong van de dubbele sleutel in het wapen van Nidwalden ligt waarschijnlijk in de zegel die al in de veertiende eeuw werd gebruikt om oorkondes te verzegelen.

Een andere uitleg is de sleutel van St. Petrus die Nidwalden voerde als directe afstammelingen van de Romeinen en de eerste bisschop van Rome.

De oorlogszuchtige Paus Julius III (1443-1513) verleende zijn zegen aan deze legende als erkenning voor de militaire steun van Nidwalden aan zijn militaire campagne in Italië.

Zoals bekend leidde dit militaire avontuur tot de nederlaag bij Marignano in 1515. Duizenden Eidgenossen en Nidwalders hadden de sleutel van St. Petrus toen hard nodig.

(Bron: B. Meier, Von Morgarten bis Marignano, Baden 2015; www.nidwalden.ch).

Het Attisholz-Areal

De fabriek aan de Aare in de gemeente Riedholz (kanton Solothurn), een paar kilometer van de stad Solothurn, produceerde van 1884 tot 2016 cellulose en papier. De fabriek sloot haar deuren in 2016. Sinds 2018 is er echter nieuw leven ontwaakt op het grootste industriële braakland van Zwitserland.

Sinds de opening van het Attisholz-Areal in 2018 vinden regelmatig live concerten, tentoonstellingen, Street-Art, seminars en workshops op het gebied van kunst en cultuur en andere evenementen plaats.

Horecagelegenheden en mooie nabijgelegen natuurgebieden, onder andere het wandelpad langs de Aare en het natuurreservaat, maken ook onderdeel uit van het concept om kunst, cultuur en de mens met elkaar te verenigen.

In de komende twintig tot dertig jaar zal deze plaats aan de Aare en aan de voet van de Jura verder worden ontwikkeld tot een plek voor wonen, werken, onderzoek, onderwijs, cultuur, kunst, recreatie en vrijetijdsbesteding.

(Bron: Attisholz Areal/Halter AG, Riedholz).

Het waterlandschap en natuurgebied

Directe democratie in Zwitserland

Het ontstaan van de directe democratie in Zwitserland kan niet eenvoudigweg worden geïnterpreteerd als een organische ontwikkeling die van de premoderne en middeleeuwse Landsgemeinde leidde tot de verankering van volksrechten zoals referendum en initiatief in de kantonale grondwetten van de jaren 1830 tot 1870 en later in de federale grondwet (1874 en 1891).

Tegenover dit interpretatiepatroon staat een alternatieve opvatting. Het begrijpt het ontstaan van directe democratie als het resultaat van politieke en sociale strijd en tracht de “sociale logica” van de diverse protestbewegingen in kaart te brengen..

De nadruk ligt op de ervaringen, percepties, belangen en structuren van de historische actoren uit de lagere sociale lagen. Zij verschijnen niet alleen als passieve objecten, maar als agenten en reactoren.

Het Duitstalige boek bestrijkt de periode van de late Verlichting en de Amerikaanse (1776) en Franse Revoluties (1789) tot 1874, waarbij de nadruk ligt op deze periode waarin benaderingen van representatieve en directe democratie zich parallel ontwikkelen.

Ten slotte wordt getoond hoe deze plebiscitaire instrumenten worden uitgebreid en leiden tot de verankering van het facultatieve wetgevend referendum en het Volksinitiative in de herziene federale grondwet van 1874 en 1891. Bovendien worden ook de tekortkomingen van de Zwitserse democratie in de 20e eeuw aan de orde gesteld.

Rolf Graber, Demokratie und Revolten. Die Entstehung der direkten Demokratie in der Schweiz, Zürich, 2017).

Habsburg en wildlife langs de Reuss

De Reuss is een rivier van ongeveer 160 kilometer met twee bronnen: de Gotthardpas en de Furkapas. Ze is weliwaar niet de langste rivier van Zwitserland, maar heeft een respectabele staat van dienst.

Ze stroomt bijvoorbeeld door de Schöllenenschlucht. Deze kloof met zijn wanden van honderden meters hoog was tot de dertiende eeuw een onneembare hindernis om de Gotthard over te komen.

Geen hindernis is de bewoners van Uri, een van de zogenaamde oerkantons in centraal-Zwitserland, echter te groot. Rond 1230 lukte het door de bouw van bruggen, destijds een huzarenstukje van ingenieurskunst, deze kloof te overbruggen. De handel (en de verovering) van Italiaanse gebieden aan de andere kant van de Gotthard begon.

Habsburg, destijds de formele heerser in dit gebied, toonde vervolgens grote belangstelling voor deze onherbergzame regio. Dit leidde tot de nederlagen op het slagveld in 1315 en 1386. De Eidgenossenschaft, met Uri, Unterwalden en Schwyz als (mede) oprichters, was gevestigd.

De Reuss stroomt bij Flüelen het meer van Luzern in en bij de stad Luzern er weer uit. Luzern lag ook in de invloedssfeer van Habsburg. De Italiaanse handel, welvaart en het militaire succes van de jonge Eidgenossenschaft leidde in 1332 tot aansluiting bij dit bondgenootschap. De Reuss en het meer van Luzern waren belangrijke handelswegen geworden.

De rivier vervolgt haar weg in noordelijke richting in de Aargau. Dit gebied was tot 1415 ook van Habsburg. De Eidgenossen veroverden het in dat jaar en regeerden Aargau als Untertanengebiet in gemeenschappelijk bestuur (Gemeine Herrschaft) van acht kantons (Uri, Luzern, Zürich, Bern, Zug, Schwyz, Unterwalden, Glarus).

De fraaie middeleeuwse stadjes Bremgarten en Mellingen en middeleeuwse kloosters (onder andere St. Martin in Hermetschwil en St. Clara in Bremgarten) getuigen nog van dit Habsburgse verleden. Op de oude stadspoort van Mellingen zijn bijvoorbeeld de wapens van deze acht kantons afgebeeld, met centraal de dubbele adelaar van Habsburg.

Hoewel de Zwitserse Confederatie feitelijk al een zelfstandige bond van soevereine kantons (Orte) was in de vijftiende eeuw, werd de keizer van Habsburg formeel nog erkend. Het was immers in deze diepreligieuze tijd blasfemie een door God uitverkoren en gezalfde of gekroonde heerser van de troon de stoten.

Dat is de reden dat de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden bij de Unie van Utrecht (1581) Koning Filips II formeel nog erkende (Den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd).

De Reuss trekt zich niets aan van deze ontwikkelingen en mondt bij Windisch (Kanton Aargau) in de Aare uit. Een wandeling tussen Mellingen en Bremgarten langs de oevers van de Reuss leidt niet alleen langs dit Habsburgse en Eidgenossische verleden, maar ook het heden van prachtige natuurgebieden.

De Reussebene is een natuurgebied van nationaal belang en als zodanig opgenomen in de Bundesinventar der Landschaften und Naturdenkmäler (BLN), L’Inventaire fédéral des paysages, sites et monuments naturels (IFP). Het strekt zich uit tot de monding bij Windisch.

En met reden, zoals onder andere het Eichenwaldreservat Emaus, het staatsbosgebied Risi, de Rüsshalde bij Stetten, de Foort Eggenwil, de Flachsee bij Unterlockhofen en Rottenschwil en de moeras- en bosgebieden tonen.

Bevers, ijsvogels en rietgebieden begeleiden de wandelaars langs de Reuss. Door bevers af- of omgeknaagde bomen zijn langs de hele route te zien. Rietkragen met zwermen watervogels doen zelfs Nederlands aan. Op sommige plekken waant de wandelaar zich zelfs in een Canadese wildernis of the Rocky Mountains.

Een andere aanbeveling voor deze wandeling is het geringe hoogteverschil tussen Mellingen en Bremgarten. Alleen bij Mellingen moet een steile heuvel worden overwonnen, daarna is het een vlakke etappe.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Kanton Wallis

Het kanton Wallis (Valais) werd in 1815 lid van de Zwitserse Confederatie van tweeëntwintig kantons. Tot de Franse inval in januari 1798 vormde de Republiek der Zeven Zenden of Zehnden (gemeentes) in Oberwallis (Haut-Valais) het politieke bestuur (de eerste van zeven sterren in het wapen van Wallis). Deze republiek regeerde ook Unterwallis, het westelijke deel van het huidige kanton vanaf 1476 tot 1798.

Geschiedenis tot de 14e eeuw

De eerste goed aantoonbare geschiedenis van Wallis gaat, zoals in alle kantons, terug tot de Kelten. In het gebied van de Furkapas tot St. Gingolph bewoonden de keltische stammen Nantuates, Verager, Seduner en Uberer het gebied.

Na de Romeinse overheersing, emigreerden de Bourgondiërs, een stam uit de buurt van Worms (Duitsland) rond 440 naar deze streek. Zij namen de plaatselijke taal over (Vulgair Latijn en voorloper van het Frans) en stichtten het (eerste) Bourgondische koninkrijk (443-534).

Daarna regeerden de Franken tot het uiteenvallen van het Karolingische Rijk in 843 (Verdrag van Verdun) en het overlijden van Karel de Dikke (839-888) in 888. Van 888-1032 viel het gebied onder het tweede Bourgondische koninkrijk. Politiek gezien viel het gebied vanaf 1032 onder het Heilige Roomse Rijk. Het werd feitelijk echter bestuurd door lokale heersers.

In en na deze tijd vestigden zich steeds meer Duitstalige immigranten in Oberwallis. De taalgrens schoof hierdoor steeds verder naar het westen op. In de dertiende en veertiende eeuw was er bovendien sprake van een tweede golf van Duitstalige immigranten, de Walser.

1400-1798

In Wallis heersten rond 1400 de (Franstalige) hertogen van Savoye met Sion/Sitten als bisschopsstad. De Duitstalige Zenden (Gemeenten) in Oberwallis verzetten zich in de eeuwen daarna tegen deze dynastie.

Ten tijde van de Bourgondische oorlogen (1474-1477) werd Savoye voorgoed uit het gebied verdreven. Daaruit ontstond de Republiek der Zeven Zenden (die Republik der sieben Zenden, la République des Sept Dizains (Goms, Brig, Sitten, Visp, Raron, Siders, Leuk) met het (Franstalige) Unterwallis als onderworpen gebied (Untertanengebiet).

Sion/Sitten, regering en parlement van het kanton

1798 tot 1815

Van 1798 tot 1815 kende Wallis zes verschillende politieke structuren. Op 5 februari 1798 (Franse overheersing) werd Unterwallis  officieel bij Oberwallis gevoegd.

Op 16 maart werd de Republiek van de Tien Zenden opgericht, de zeven oude Zenden en drie nieuwe Zenden uit Unterwallis: Monthey, Saint-Maurice en Entremont.

Dit duurde niet lang, want op 6 mei kwam er een einde aan de onafhankelijkheid van deze republiek en viel het grondgebied onder de Helvetische Republiek (1798-1803).

Op 5 september 1802 werd Wallis weer een onafhankelijke republiek, verdeeld in 12 Zenden (met toevoeging van Martigny en Hérémence uit Unterwallis), onder Frans toezicht, uiteraard, maar als onafhankelijke staat, los van de Confederatie van 1803-1813 (Mediationsakte).

Op 12 november 1810 hield ook deze republiek op te bestaan. Ze werd door Napoleon omgevormd tot het departement Simplon (de Simplonpas en de Grote Sint-Bernardpas waren immers strategisch belangrijke routes voor Napoleon).

Met de nederlaag van Napoleon in 1813 en de inval van de geallieerde troepen hield ook deze republiek op 31 december 1813 op te bestaan.

Sion/Sitten, Salle du Grand Conseil

1815

In 1815 werd Wallis een kanton van de nieuwe Zwitserse Bondsstaat of Confederatie. Het kanton was niet alleen tweetalig, maar ook religieus verdeeld.

Het voormalig onderworpen gebied van Unterwallis eiste dezelfde rechten als Oberwallis in het bestuur en het parlement van het kanton en geen herstel van het Ancien Régime. Unterwallis won het pleit, mede dankzij de steun van Engeland en Oostenrijk (Congres van Wenen 1814-1815).

Vlag

De dertien sterren in het wapen van Wallis symboliseren de dertien Zenden of districten van het huidige kanton; de zeven oude en de zes nieuwe van Unterwallis. Conthey is als dertiende Zende/Dizain en/of ster toegevoegd op 4 augustus 1815.

(Bron: G. Andrey, La Suisse Romande, une histoire à nulle autre pareille !, Pontarlier, 2012).

Svizra Rumantscha in Bern

Het kunstwerk “Svizra Rumantscha” hangt sinds december 2021 in het Huis van de Kantons (Haus der Kantone/Maison des cantons) in Bern. Het werk toont de namen van de ongeveer 2200 gemeenten van Zwitserland in de Reto-Romaanse taal.

De kunstenaar Donat Caduff heeft de namen van ongeveer 2200 gemeenten in het Romaans omgezet. De meeste kenden tot dusverre echter geen Romaanse vertaling en de kunstenaar heeft deze voor het eerst voorgesteld.

Het kunstwerk herinnert aan het belang van deze taal voor de taalkundige verscheidenheid van Zwitserland en aan dit waardevolle erfgoed voor het land en Europa.

Het is immers een van de oudste nog levende talen op dit continent, met een oorsprong die terug gaat op de taal van de Rhaetische stammen van vóór, tijdens en na de Romeinse overheersing in de eerste eeuwen van de jaartelling.

De reizende tentoonstelling “Rumantsch è…”. is daarnaast tot begin maart te zien in het stadhuis van Chur. De tentoonstelling presenteert de Romaanse taal en haar vijf idiomen in de vier landstalen. De tentoonstelling kan ook online worden bekeken.

(Bron en nadere informatie: www.rumantsch-e.ch).

Klooster St. Martin bij Hermetschwil

Het benedictijnenklooster van St. Martin voor nonnen ligt in het Freiamt Bremgarten aan de oevers van de Reuss en ten noorden van het dorp Hermetschwil (kanton Aargau). Het klooster is in 1082 gesticht en is een van de indrukwekkendste culturele plaatsen in de regio.

Het begin van de abdij gaat terug tot het dubbelklooster van Muri (gesticht in 1027). In 1083, ten tijde van de Hervormingsbeweging van Hirsau (Hirsauer Reform), kreeg dit klooster een extra vrouwenklooster en werd zo een dubbelklooster. Een  monastiek quorum en monastieke gelijkheid avant la lettre.

De eerste zusters kwamen in de 12e eeuw uit het vrouwenklooster van Berau (bij Waldshut). Dit klooster, gesticht in 1110, was verbonden met St. Blasien in het Zwarte Woud (gesticht in de 9e eeuw).

Tijdens de reformatie in het kanton Aargau (rond 1530) werd het klooster opgeheven. Het klooster kreeg in 1973 zijn volledige bestaan- en eigendomsrecht terug en mag sindsdien weer novicen aannemen.

Vermagodunon wordt Bremgarten

De stad Bremgarten (Kanton Aargau) is aan het begin van de 13e eeuw door de Habsburgers gesticht. Reeds voordien bestonden er twee nederzettingen en een kasteel.

De naam Bremgarten is afgeleid van de naam voor de Keltische nederzetting Vermagodunon, wat zoiets betekent als “grote versterkte omheining in het open veld”.

De stad, gelegen aan de Reuss, beleefde een grote culturele en economische bloeiperiode in de 15e en 16e eeuw. Het klooster St. Clara, de heerschappij over het gebied in het zogenaamde Kellleramt, de handel en commercie, de wekelijkse markt en de jaarmarkten bezorgden de stad haar (culturele) rijkdom.

Toen de Confederatie van acht kantons in 1415 Aargau veroverde, viel Bremgarten ook onder de Gemeine Herrschaft van de Eidgenossen. De stad behield echter een relatief grote mate van onafhankelijkheid op politiek gebied en de rechtsmacht. In 1803 werd de stad deel van het nieuwe kanton Aargau ingedeeld.

De eeuwenoude overdekte houten brug en het middeleeuwse aangezicht ademen echter ook nog steeds de Habsburgse sfeer en invloed.

(Bron: www.freiamt.ch).