De Appenzeller landen

Het heuvel- en berglandschap van de beide Appenzeller kantons is even mooi, als het ontstaan van deze kantons typisch Zwitsers en uniek is.

 Het gebied van deze kantons beslaat 420 km2. Het noordelijke deel in kanton Appenzell Ausserrhoden (AR) bestaat uit heuvels en grenst bijna aan de Bodensee. In het zuidelijke deel, kanton Appenzell Innerrhoden (AI), domineren de bergen van de Vooralpen en de hoogste top de Säntis (2 502 meter).

Appenzell Ausserrhoden bestaat uit de in de middeleeuwen ontstane regio’s Hinterland, Mittelland (met de hoofdstad van het kanton Herisau) en Vorderland. Appenzell Innerrhoden bestaat uit de regio Inneres Land met Appenzell als kantonale hoofdstad.

Na de Appenzeller oorlogen ontstond het onafhankelijke land Appenzell met de huidige grenzen en nieuwe administratieve districten, de Rhoden. De Rhode Trogen was de grootste. In 1597 was Trogen de hoofdstad van het nieuwe kanton Appenzell Ausserrhoden. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd Herisau de kantonale hoofdstad.

Herisau

De naam Rhode is de betekenis van de administratieve eenheden die voor het eerst in de veertiende eeuw in documenten worden genoemd. Het gaat om de zes ‘‘äusseren Rhoden’ (Urnäsch, Herisau, obere und untere Rhode Hundwil, Teufen und Trogen)  en de zes ‘inneren Rhoden’ (Schwende, Rüte, Lehn, Schlatt, Gonten, Rinkenbach/Wies).

Deze geografische indeling is de basis en naamgeving voor de splitsing in 1597. Een andere verandering in deze tijd is de overgang van akkerbouw naar veeteelt, wat nog steeds de belangrijkste agrarische bedrijfstak is.

De äusseren Rhoden telden in deze periode ongeveer 10 000 inwoners, de inneren Rhoden rond de 4 000 inwoners. Tegenwoordig zijn deze aantallen 55 000 respectievelijk 16 000.

Appenzell

De periode tot 1513

Appenzell was tot aan de Romeinse bezetting rond 15-13 v. Chr. bewoond door Raetische stammen. Na het vertrek van de Romeinen in 410 ontwikkelde zich wat we tegenwoordig de Reto-Romaanse cultuur noemen.

Vanaf de zevende en de achtste eeuw bewoonden steeds meer Alemannen het gebied en Alemannisch werd de spreektaal.

De beroemde abdij van St. Gallen speelde ook een belangrijke rol als grootgrondbezitter in de regio. De abten werden benoemd door de Karolingische heersers en hun Duitse opvolgers van het Heilige Roomse Rijk.

De abdij was een Reichskloster, een Rijksklooster, dat direct onder de keizer viel en niet onder een lokale heerser. Deze status is vergelijkbaar met de Reichsumittelbarkeit van de (Zwitserse) steden en Orte Schwyz, Uri, Glarus en Unterwalden.

Ook in Appenzell leidde deze status tot steeds grotere zelfstandigheid, gesteund door de naburige Orte. Toen de abdij van St. Gallen aan het begin van de vijftiende eeuw meer invloed probeerde te krijgen in Appenzell steunden zeven van de acht kantons van de Eidgenossenschaft (Schwyz, Glarus, Uri, Unterwalden, Luzern, Zug, Zürich) Appenzell. Alleen Bern hield zich afzijdig.

Het conflict tussen de abdij St. Gallen en Appenzell leidde, ondanks arbitrage door de Eidgenossenschaft, tot de zogenaamde Appenzeller oorlogen (Appenzeller Kriege). In feite was dit een oorlog tussen Habsburg en de abdij aan de ene kant en de Eidgenossen aan de andere kant.

De vrede van 1429 betekende in feite de zelfstandigheid van Appenzell onder bescherming van de Eidgenossenschaft en als bondgenoot of zugewandter Ort, met de status van ‘ewige Eidgenosse’.

Appenzell neemt vervolgens deel aan oorlogen van de Eidgenossenschaft tegen Habsburg in de Alter Zürichkrieg (1436), de verovering van het Rheintal (1444), de verovering van Thurgau op  Habsburg (1460), de Waldshuterkrieg (1468), de Bourgondische oorlogen (1474-1477) en de Schwabenkrieg (1499).

Appenzell, St. Mauritiuskerk

 De Reformatie

Tot de Reformatie in de jaren 1530 wees niets op het ontstaan van twee kantons. Integendeel, Appenzell was juist in 1513 toegetreden als dertiende lid van de Confederatie van Zwitserse kantons, de Eidgenossenschaft.

In 1597 vond echter een voor Europa unieke scheiding plaats: Kanton Appenzell splitste dit jaar in de kantons Appenzell Innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden.

De oorzaak was de godsdienst: Appenzell Ausserrhoden was sinds de Reformatie (rond 1530) protestant, Appenzell Innerrhoden bleef katholiek.

De burgers van Appenzell Ausserrhoden stemden voor de splitsing op 2 juni 1597, de burgers van Appenzell Innerrhoden volgden op 15  juni 1597. De Tagszatzung van de Eidgenossenschaft was de instantie onder welke leiding de scheiding op 8 september 1597 juridisch werd geregeld.

De Eidgenossenschaft was immers ook een verbond van soevereine protestante en katholieke kantons, die in de Tagsatzung op volledig gelijke voet met dezelfde rechten over gemeenschappelijke zaken spraken. Een uitzonderlijke situatie in het door godsdienst- en burgeroorlogen verscheurde Europa.

Appenzell Ausserrhoden

1513-1597

In 1513 werd Appenzell als dertiende kanton lid van de Confederatie. Het kanton volgt vanaf dat moment de historie van de Eidgenossenschaft, inclusief de status van twee halfkantons met maar  een stem per kanton (in plaats van twee) in de Ständerat (Grondwet van 1848). Overigens is de formele status ‘halfkanton’ in de herziene Grondwet van 2000 geschrapt. Een kanton is een kanton, ook al heeft hij maar een stem in de senaat.

Na de deling van het land Appenzell in 1597 bleef Trogen tot 1997 de plaats van de Landsgemeinde, 400 honderd jaar lang op de laatste zaterdag van april! Herisau is tegenwoordig de kantonshoofdplaats.

De Landsgemeinde was vanaf de middeleeuwen de bestuurlijke constructie die tot heden in Appenzell Innerrhoden stand houdt.

Conclusie

De wijsheid, staatsmanschap en goed bestuur in deze kantons vinden hun hoogtepunt en symboliek in 1597.

Ook de Eidgenossenschaft werd verscheurd door religieuze strijd en (burger) oorlogen, zelfs tot 1847. Deze hadden echter niet de meedogenloosheid, intensiteit, omvang en intolerantie van de naburige landen.

Dit was enerzijds een kwestie van geluk en toeval, maar anderzijds ook van de directe democratie, het compromis- en consensusmodel die zo kenmerkend zijn voor de huidige Confederatie.

De Confederatie van dertien soevereine protestante en katholieke kantons is dankzij haar politieke concept relatief ongeschonden uit de religieuze oorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw tevoorschijn gekomen. Zelfs de mede door religie en politieke tegenstellingen geïnspireerde Sonderbundskrieg van 1847  had verzoening en compromis als uitgangspunt én als resultaat. Het katholieke Appenzell Innerrhoden was neutraal in dit conflict, aldus hadden de burgers besloten.

De beide Appenzeller (en de Eidgenossenschaft) verdienen alsnog de Nobelprijs voor de Vrede.

(Bron: A. Weishaupt u.a., ‘Appenzell (Kanton)’, in Historisches Lexikon der Schweiz, Appenzell, https://hls-dhs-dss.ch/de/articles/007389/2019-10-25). 

Spiritualiteit in Arlesheim en Dornach

Arlesheim was vanaf 1678 de zetel van het kapittel van het prinsbisdom Bazel. De bisschop verliet Bazel vanwege de reformatie (1525-1529) en vestigde zich in Porrentruy (Pruntrut).

Het huidige kanton Jura was in die tijd grotendeels in handen van de prins-bisschop. Het kapittel vestigde zich aanvankelijk in Freiburg im Breisgau en vanaf 1679 in Arlesheim.

 

De Domheren wilden dichter bij Bazel resideren. Zij kozen het katholieke boerendorp Arlesheim (huidige kanton Basel-Landschaft) met een paar honderd inwoners als verblijfplaats. Ze bouwden er een enorme kathedraal en paleizen.

De Dom (1678-1681) en de kapittelhuizen in Arlesheim zijn de stille getuigen. Het prinsbisdom maakte tot de ontbinding in de Franse tijd (1798-1813) deel uit van het Heilige Roomse Rijk. De stad Bazel was daarentegen vanaf 1501 lid van de Eidgenossenschaft van kantons. Tegenwoordig zetelt de bisschop in Solothurn (1828), maar de naam bisdom Bazel (Bistum Basel) is bewaard gebleven.

Binnen gezichtsafstand van de dom staat een ander kolossaal spiritueel gebouw, het Goetheanum en de tweehonderd villa’s en functionele gebouwen in de art deco stijl van de jaren 1920. Rudolf Steiner koos deze locatie in het boerendorp Dornach (Kanton Solothurn) voor de bouw van zijn spirituele tempel van de antroposofie.

Reformierte Kirche Arlesheim

Indrukken van de Dom

Sherlock Holmes in Meiringen

Sherlock Holmes is een fictieve privédetective, gecreëerd door de Britse auteur Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930).

Holmes staat bekend om zijn vaardigheid in observatie, forensische wetenschap en logische denken, die hij gebruikt bij het onderzoeken van zaken voor een grote verscheidenheid aan klanten, waaronder Scotland Yard.

Zijn methoden waren niet alleen fictie, maar ook praktisch, visionair en effectief en maakten de weg vrij voor moderne onderzoekstechnieken en -methoden.

Meiringen (kanton Bern) is het dorp van de beroemde en dodelijke strijd tussen Sherlock Holmes en zijn grootste tegenstander, professor James Moriarty, in 1891, zij het dodelijker voor Moriarty. Drie jaar na het gevecht bij de Reichenbach waterval, toen de lezers geloofden dat beiden waren gestorven, keerde Holmes terug in zijn fictieve leven.

Het publiek was zo teleurgesteld, overstuur en boos over zijn dood in het verhaal, dat Conan Doyle hem in 1894 weer tot leven schreef, met het verhaal dat hij de strijd had overleefd, maar van de gelegenheid gebruik had gemaakt om te studeren, te reizen en na te denken over zijn toekomst.

Holmes en Dr. Watson hervatten spoedig daarna hun avonturen aan de Bakerstraat 221 B in Londen.

Conan Doyle koos voor Meiringen omdat het dorp als toeristische bestemming bekend was bij de Britse lezers van zijn verhalen en het landschap, de bergen en de watervallen de ideale setting boden voor deze laatste strijd.

Meiringen had ook Grand Hotels voor gentlemen zoals Dr. Watson en Sherlock Holmes. Het dorp was bovendien een van de eerste met een Engelse kerk in Zwitserland, sinds 1867. De kerk huisvest sinds 1991 het Sherlock Holmes Museum.

(Bron en verdere informatie: www.sherlockholmes.ch).

Grensvorming in Rodersdorf en Biederthal

De Romeinen lieten hun sporen na in het hele gebied van het latere dorp, grotere gebouwen; beschilderde pleister fragmenten en resten van een vloerverwarmingssysteem, de fundamenten van een kleine tempel en de resten van een smederij en een watermolen.

In de derde eeuw begon de Romeinse overheersing af te brokkelen. In 1197 werden de broers Hugo en Conrad von Ratolsdorf voor het eerst in een oorkonde vermeld. De heren van Ratolsdorf waren in dienst van de graven van Pfirt en, na hun uitsterven in 1324, van hun opvolgers, de Habsburgers. In hun dienst waren zij een tijdlang landgraven in de Elzas.

Behalve de Ratolsdorfers speelden ook de Von Biederthan (tegenwoordig het nabijgelegen dorp in de Elzass) een rol. De verwantschap van de twee families wordt aangetoond door het gemeenschappelijke wapenschild.

De omstandigheden veranderden echter in de loop der tijd. De opkomst van de welgestelde burgerij in de steden, de toenemende geldeconomie en de opmars van de Eidgenossen dreef de adel steeds verder in het nauw.

In 1499 was Rodersdorf een doelwit van de keizerlijke troepen in de Swabische oorlog (Swabenkrieg). Na de nederlaag van de Habsburgers  verwierf Solothurn de heerschappij van Rodersdorf.

Biederthal werd echter Frans na de Dertigjarige Oorlog en is dat sindsdien gebleven, hoewel tot die tijd het ,,Wir wöllent Schwyzer werden!” had geklonken in de Elzas (en delen van het Zwarte Woud in het huidige Baden Württemberg).

Rodersdorf

In het tumult van de Reformatie gedroeg Solothurn zich op een voor die tijd verbazingwekkend democratische manier, zoals bijvoorbeeld ook Glarus, de Appenzeller en Zurich lieten zien. Het kanton benoemde aanvankelijk, afhankelijk van de meerderheid, een priester of een predikant. Rond 1530 ontstond uit de beroering echter het katholieke kanton Solothurn.

En zo is het nog steeds. Deze grens tussen Frankrijk en Zwitserland ligt ook vast sinds 1648 (met uitzondering van enkele tussenpozen van Duitse overheersing in 1871-1918 en 1940-1944).

De 15 Kruizen ter ere van Maria van Mariastein naar Rodersdorf

Het Oberrheinalemannisch was de spreektaal in beide dorpen Rodersdorf en Biederthal tot Napoleon, die het Frans in het onderwijs verplicht stelde.

Na de Eerste en definitief na de Tweede Wereldoorlog scheidt niet alleen een fysieke grens beide dorpen, maar in toenemende mate ook een taalgrens, al zijn de douaneposten (formeel) opgeheven.

(Bron: www.rodersdorf.ch)

De viertaligheid van Zwitserland

De auteur bespreekt ook een voor Nederland actueel debat, namelijk het behoud van de nationale taal. Zwitserland heeft echter vier door de Grondwet erkende talen, Het Romaans, Frans, Duits en Italiaans.

Het onderwijs en het gebruik van talen is in Zwitserland de competentie van de kantons. De spreektaal van het kanton is verplichte kost vanaf de lagere school. In de Romaanstalige gebieden van het kanton Graubünden is dit ook het geval.

De problemen of keuzes komen op de middelbare school. Is een tweede taal van het land verplicht of het Engels ? Feit is in ieder geval dat steeds minder Zwitsers zich kunnen uitdrukken in een andere landstaal. Het is geen uitzondering dat (jonge) Zwitsers uit Franstalig- en Duitstalig Zwitserland zich onderhouden in het Engels. Om maar niet te spreken van het Italiaans of Romaans.

Dit Franstalige boek besteedt aandacht aan deze ontwikkeling en rol van het Engels. De situatie is niet zo ver doorgeschoten als in Nederland, waar de landstaal in het onderwijs (te) vaak heeft plaatsgemaakt voor (boerenkool) Engels en het verdwijnen van de Franse en Duitse taal, nota bene de twee belangrijkste landen en culturen van de Europese Unie. Engels wordt in deze unie alleen in Ierland en een beetje op Malta gesproken.

Het onderwerp is in Zwitserland ook actueel omdat de talen een integraal onderdeel  en zelfs het cement zijn van het federale bouwwerk van het land.

José Ribeaud, La Suisse plurilingue se délingue, Neuchâtel, 2010.

Romaans Zwitserland

Ten tijde van de Romaanse periode (1000-1300) was Zwitserland nog lang geen nationale eenheid. De middeleeuwse Romaanse architectuur geeft dan ook een veelzijdig beeld.

De verschillende invloeden, vooral uit Lombardije, Bourgondië en de Boven-Rijn, leidden tot de ontwikkeling van zeer individuele uitdrukkingsvormen. Na een basisinleiding presenteert de auteur op heldere en beschrijvende wijze de romaanse (kerk) gebouwen en hun kunstschatten, gegroepeerd in de regio’s Graubünden, Ticino, Franstalig Zwitserland en Duitstalig Zwitserland.

De presentaties worden aangevuld met korte beschrijvingen van minder bekende romaanse gebouwen.

Het boek is verschenen in het Duits (Romanische Schweiz) en Frans (Suisse romane).

Hans-Rudolf Meier, Romanische Schweiz, Würzburg 1996/ Hans-Rudolf Meier, Suisse romane, Würzburg 1996.

Zwitserland in 26 aquarellen

Het Franstalige boek toont de 26 kantons en hun hoofdsteden, hun geschiedenis en de burgers die het land en haar kantons hebben vormgegeven aan de hand van aquarellen en begeleidende teksten.

Het land met haar vier officiële talen, de vele dialecten, meer dan 500 kaassoorten, de duizenden bergtoppen, honderden meren en meertjes en reeds sinds 1848 een echte Confederatie van onafhankelijke maar verenigde republieken onder de naam kantons is samengevat in beeld, kleur en tekst.

De meer dan 26 aquarellen en begeleidende teksten vertellen de geschiedenis van ieder kanton en het land.

Daniel Lanoux, Anselm Zurfluh, J’aime la Suisse, Crissier, 2015

De republieken Zwitserland en de Zeven Verenigde Provincies

Het boek A. Holenstein, Th. Maissen, M. Prak (red.) The Republican Alternative. The Netherlands and Switzerland compared (Amsterdam 2008) is het resultaat van de workshop op 7-9 mei 2004, georganiseerd door de Universiteit van Bern.

Deze twee confederale republieken van het vroegmoderne Europa (1500-1795) waren samengesteld uit (dertien) onafhankelijke kantons in de Eidgenossenschaft (Zwitserland) en (zeven) provincies en machtige steden (de Verenigde Provincies).

Het boek vergelijkt de religieuze, militaire, economische overeenkomsten en verschillen en persoonlijke banden en (wetenschappelijke) relaties tussen deze twee republieken.

De Napoleontische oorlogen en het Congres van Wenen (1814-15) veranderden de staatsformaties in beide landen: de monarchie en de unitaire staat in de Nederlanden en de voortgezette Confederatie en haar onafhankelijke kantons in Zwitserland, in ieder geval tot 1848. De vergelijking geeft echter interessante en onverwachte uitkomsten en nieuwe feiten

Hetzelfde kan gezegd worden over de uitwisseling tussen Nederlandse en Zwitserse kunstenaars in de periode XVe-XXe eeuw.

Het is een feit dat er in Nederland geen bergen zijn. Nederlandse schilders hebben vanaf de zestiende eeuw echter veel bergen, watervallen, grotten en andere alpenlandschappen in een Hollandse omgeving afgebeeld, hoewel velen nooit een Alpenland hebben bezocht.

Jan Haeckert (1628-1690), c. 1670. Collectie Rijksmuseum Amsterdam. Haeckert was een van de eerste kunstenaars die ter plekke aanwezig was en schilderde.

Dat deden ze al vóór de Zwitserse schilders. Nederlandse schilders werden zo een bron van inspiratie voor hun Zwitserse collega’s en later ook andersom.

Zwitserland werd een veel bezochte bestemming van Nederlandse schilders in de zeventiende en achttiende eeuw. Ze creëerden een nieuw (fantasie) beeld van de alpine kunst, die in veel landen navolging zou vinden.

Ook Zwitserse kunstenaars bezochten de (protestantse) Nederlanden en lieten zich inspireren door de Nederlandse meesters en hun motieven. Vooral in de negentiende eeuw was de uitwisseling sterk.

De Editie Kunst + Architektur in der Schweiz/Art + Architectuur en Suisse (3, 2020) van de Zwitserse Vereniging voor Kunstgeschiedenis (Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte/Société d’histoire de l’art en Suisse) publiceerde onlangs een interessant dossier over dit onderwerp onder de titel Schweiz-Niederlande. Kunst im Austausch/Suisse-Pays-Bas. Échanges artistiques.

De uitkomsten in bovengenoemd boek over de nauwe religieuze, militaire, economische, wetenschappelijke en persoonlijke relaties passen in het huidige onderzoek naar de uitwisselingen tussen beide landen vanaf de vijftiende eeuw.

De laatste vorst van Neuchâtel

Neuchâtel was een opmerkelijk nieuw kanton van de Zwitserse Bondsstaat in 1815: de Pruisische koning Willem III was immers nog steeds de rechtmatige vorst van dit kanton.

Deze geschiedenis gaat terug tot 1706, toen Marie de Nemour van de Franse familie d’Orléans-Longueville stierf zonder legitieme erfgenaam. Sinds 1504 was deze familie door vererving Prins van het graafschap Neuchâtel.

Na haar dood kozen de drie standen van Neuchâtel de protestantse koning Frederik I als hun nieuwe Prins. Neuchâtel was al sinds 1530 protestants en Berlijn was veel verder weg dan Parijs. Bovendien wilde het machtige protestante Bern de invloed van de Franse koning in toom houden.

Veel gebouwen en architectuur vanaf 1500 herinneren nog steeds aan dit koninklijke verleden van de stad. De Franse Revolutie en de Franse overheersing van Zwitserland zijn ook aan Neuchâtel niet onopgemerkt voorbijgegaan. In 1806 ruilde de Pruisische koning Friedrich Wilhelm III (1770-1840) Neuchâtel in voor Hannover.

De Franse generaal Louis Alexander Berthier (1753-1815) werd Prins van Neuchâtel. Door de nederlaag van Napoleon in 1814 kreeg de koning Neuchâtel terug. Hij zou er niet lang van genieten.

Het kanton en met name de industriesteden La Chaux-de-Fonds en Le Locle waren een supermacht in de horloge-industrie. Deze kwamen in opstand kwam tegen het koningsgezinde patriciaat van Neuchâtel.

Na een mislukte opstand in 1831 slaagde de opstand in 1848 en werd de republiek uitgeroepen. De Pruisische koning protesteerde en dreigde militair in te grijpen. Hij had zelf echter te kampen met opstanden en onrust.

De koning had echter een belangrijke bondgenoot: het patriciaat van Neuchâtel, dat altijd had geprofiteerd van de Pruisische militaire carrière en economische betrekkingen.

Na een mislukte monarchistische staatsgreep in 1856, militaire dreigementen van de Pruisische koning en de mobilisatie van troepen van de Confederatie, deed de koning uiteindelijk afstand van zijn rechten in 1857.

Bij wijze van compromis behield de koning de titel “Prins van Neuchâtel en Graaf van Valangin”. Hiermee kwam een einde aan het laatste prinsdom van Zwitserland.

Virtual Reality Glacier Experience

De Morteratschgletsjer bij Pontresina (kanton Graubünden) laat de gevolgen van de opwarming van de aarde zien. De ijsmassa’s nemen de laatste decennia steeds sneller af. Hoogmorenen kenmerken het landschap en laten zien tot waar de gletsjer in 1850 reikte.

De virtuele show toont waar hij in 2100 zal zijn. In de afgelopen 170 jaar is deze gletsjer drie kilometer kleiner geworden, tegenwoordig met een snelheid van 44 meter per jaar.

Maar er is (Zwitserse) hoop en innovatie (zie onder projecten: “Mort Alive”, www. mortalive.ch). Een interactieve expositieruimte in Diavolezza toont het thema van het smelten van de gletsjers en klimaat gerelateerde veranderingen in het hooggebergte.

Informatieborden en uitgebreide documentatie geven de bezoeker een goed en wetenschappelijk onderbouwd inzicht in dit veelzijdige onderwerp. Zeven virtuele stations laten zien welke scenario’s in de toekomst mogelijk zijn.

(Bron  en verdere informatie: www.glacierexperience.com).