De gedroomde stad Bazel

De gedroomde stad (Die geträumte Stadt. Nicht realisierte Planungsprojekte für Basel) is de titel van de tentoonstelling in het voormalige klooster Klingental (Museum Kleines Klingental) in Bazel.

De titel is voor tweeërlei uitleg vatbaar. Een droom kan een visioen zijn, dat nooit is gerealiseerd, of het is een droom die werkelijkheid (of een nachtmerrie) wordt.

Beide mogelijkheden zijn op Bazel en waarschijnlijk op iedere stad van toepassing. Zelfs de constante factor van de stad, de Rijn, was echter niet gevrijwaard van dromerij. In 1932 was er een concreet plan om de rivier om de stad heen te leiden en de vrijgekomen grond vol te bouwen met het project Rheinhattan. 

Zover is het niet gekomen, maar een deel van het plan wordt wel in een andere vorm gerealiseerd. Bovendien was het geen irreëel plan. De gerealiseerde Juragewässerkorrektion (La correction des eaux du Jura, zie De Zwitserse Deltawerken, Swiss Spectator van 16 juni 2020) van 1868-1891, de deels gerealiseerde verbinding van de Rijn naar het meer van Genève (Hollands Glorie in Vaud, 9 januari 2022) en de niet gerealiseerde scheepvaartroute over de Gotthard (La Via d’Acqua transalpina, 22 maart 2021) tonen de (on) mogelijkheden.

De Rijn verbindt bovendien Zwitserland met Nederland en indirect Bazel met Amsterdam. Ook in Bazel waren er in de jaren 1950-60 vergevorderde en bij Hotel Les Trois Rois zelfs ten uitvoer gebrachte plannen voor een snelweg dwars door het oude stadscentrum.

In Amsterdam wilde het bestuur de grachten dempen en ook een snelweg dwars door de stad aanleggen. Zelfs het Rembrandthuis aan de Jodenbreestraat was bijna gesloopt. Een gedenkplaat tegenover het Rembrandthuis toont waar de sloopwoede van de oude binnenstad stopte.

Het verschil is dat in Amsterdam geweld van actievoerders de aanleg heeft verhinderd, in Bazel een referendum voor en door de inwoners.

Dromen zijn echter, gelukkig, niet altijd bedrog. In Bazel en haar wereldberoemde architectenbureaus zijn diverse projecten wel gerealiseerd en met succes.

De tentoonstelling toont deze historie van 150 jaar plannen, ontwerpen, verwerpen, mislukkingen, successen, referenda en gerealiseerde en niet gerealiseerde bouwprojecten, van hoogbouw, laagbouw, kantoorcomplexen, musea en andere openbare gebouwen.

De middeleeuwse binnenstad is nog grotendeels intact op de Münster, de Spalenberg, de omgeving van de Leonardskirche en St. Alban. De eerste hoogbouw van de stad was de kathedraal (1071, in 1500 herbouwd na de verwoestende aardbeving van 1356), de meest recente hoogbouw is de tweede Roche-toren (2020).

De twee torens van Roche zijn echter zelden te zien op een ansichtkaart of in combinatie met de torens van de kathedraal terwijl ze toch beide wat gemeen hebben: de twee Roche-torens (de eerste dateert uit 2015) hebben evenals de torens van de  kathedraal een ongelijke hoogte. Roche krijgt binnen enkele jaren echter zijn derde toren, de kathedraal zeker niet.

(Bron en verdere informatie: www.mkk.ch).

Wauwil en twintig miljoen jaar klimaat

De planeet aarde is ongeveer vier miljard jaar oud. De mensheid is een van de meest recente nieuwkomers op deze planeet. De huidige mensensoort, de homo sapiens, is ongeveer 300 000 jaar oud.

Twintig miljoen jaar voor de komst van de homo sapiens lag het kanton Luzern nog aan subtropische zeestranden. De in rotsen versteende restanten van schelpen en palmbladeren op een hoogte tot 1 000-1 500 meter in de bergen getuigen hiervan.

Twintig duizend jaar geleden lag het kanton echter onder een achthonderd tot duizend meter dikke ijs- en sneeuwlaag van gletsjers. De Gletschergarten in Luzern (www. gletschergarten.ch) geeft een indrukwekkend en veelzijdig overzicht van deze voor de aarde recente historie van klimaatveranderingen in de loop van de tijd.

Deze klimaatveranderingen zijn ook waar te nemen op een wandeling door de Wauwiler Ebene en het merengebied van de Mauensee en de Sempachersee in kanton Luzern.

Wie in Nederland denkt aan het afgraven van veengronden, denkt in de eerste plaats aan de plassen in midden-Nederland, maar niet aan centraal-Zwitserland. Ook bij de wadden denkt men aan de Waddenzee, de Oosterschelde en tegenwoordig wellicht aan de kunstmatige wadden in het Markermeer.

Wauwil. monument voor turfsteker. Foto: TES.

Toch ligt in kanton Luzern een groot veen- en waddengebied, de Wauwilermoos en de Hagimoos, waar tot aan het begin van de twintigste eeuw op grootschalige wijze turf is afgegraven.

Het gebied is ontstaan bij de stijging van de temperatuur na de laatste ijstijd, ongeveer 12 000 jaar geleden. De enorme Reussgletsjer, met een hoogte tot 800 meter en kilometers breed, smolt langzaam af totdat er ongeveer 12 000 jaar v. Chr.  drie meren waren, de Wauwilersee, de Hagimoosee en de Mauensee. Alleen de Mauensee bestaat tegenwoordig nog, de andere zijn opgedroogd en verzand, een moerasachtig gebied achterlatend, de Wauwilermoos en de Hagimoos.

De eerste jagers en nomaden kwamen rond omstreeks deze tijd in dit gebied. De jacht,  visserij en primitieve woningen en grotten voorzagen in de eerste levensbehoeften. Pas na verdere opwarming verschenen de eerste nederzettingen en komt landbouw tot ontwikkeling.

De vegetatie veranderde, er kwamen bomen en de hoger gelegen gebieden werden geschikt voor landbouw. Het was ook een ideale habitat voor vis, wild en grazers. De lagere gebieden waren te drassig voor landbouw, maar een goede habitat voor flora en fauna. Steeds meer mensen bewoonden dit gebied vanaf 5 000 v. Chr.

De Wauwiler Ebene is zelfs een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen uit de middensteentijd (mesolithicum) in centraal-Europa, c. 10 000- c. 4 000/ 3 000 v. Chr.). Ongeveer dertig nederzettingen zijn uit deze periode bekend. Deze bevonden zich langs de oevers van de meren.

De paaldorpnederzettingen uit deze en de jongste steentijd (Neolithicum, 4000/2000-800 v. Chr.) herinneren aan deze nederzettingen. In Wauwil zijn een informatiepaviljoen en replica’s van deze woningen en de leefwijze van de bewoners gerealiseerd.

Bij Wauwil lonken niet alleen de bergtoppen van de Alpen, maar ook de meren, dorpen en de natuurgebieden een paar kilometer lager dan deze bergen. Vanaf de bergtoppen in de directe omgeving van Wauwil is de loop van de eens machtige Reussgletsjer goed waarneembaar.

De natuur gaat kennelijk toch haar gang. De mensheid en haar explosieve groei is een acuut probleem, maar op een schaal van twintig miljoen jaar tamelijk onbetekenend.

Deze historie van de Wauwiler Ebene, een buiten Zwitserland relatief onbekend gebied,  plaatst de mensheid, de natuur en het klimaat in perspectief.

(Bron en verdere informatie: www.wauwil.ch)

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Het Ontstaan van de Confederatie

De ontstaansgeschiedenis van de  Zwitserse Confederatie (Eidgenossenschaft) wordt veelal direct gerelateerd aan de overeenkomst tussen de drie kantons Uri, Schwyz en Unterwalden (de huidige kantons Oberwalden en Nidwalden) in 1291.

De beslissende gebeurtenissen voor de Confederatie hadden echter plaats in de veertiende en de vijftiende eeuw.

Met de eerste gemeenschappelijke heerschappijen (Gemeine Herrschaften) van bezette gebieden (Untertanengebiete), de oplossing van het conflict tussen kantons in de Alte Zürichkrieg (1440-1446), de successen tegen de Bourgondiërs (1476-1477), het compromis in de Stanser Verkommnis (1481) en tenslotte de overwinning in de Swabenkrieg (1499), ontstond een nieuwe feitelijk soevereine politieke entiteit die ook door de grootmachten als zelfstandig werd aanvaard: de Zwitserse Confederatie.

Het Duitstalige boek schetst een gedetailleerd beeld van deze periode, documenteert deze rijkelijk met bronnen en plaatst het verhaal van de geschiedenis in het culturele landschap van Zwitserland in de 19e en 20e eeuw.

Kurt Messmer, Die Kunst des Möglichen. Zur Entstehung der Eidgenossenschaft im 15. Jahrhundert, Baden, 2018.

Theater Fauteuil en Fasnacht

Op 5 februari 1916 vond in Café Voltaire in Zürich de eerste openbare bijeenkomst plaats van dada (zie ook www.dada100zuerich2016.ch). Dit was de eerste locatie in Zwitserland voor cabaret, toneel, muziek en kleinkunst. Dada werd een globale beweging, het Dadaïsme, die kort maar hevig vlamde, van New York tot Wenen en Parijs. Haar invloed is echter nog steeds merkbaar en ook  Café Voltaire bestaat nog steeds.

Van een andere orde was een en veertig jaar later de opening van theater Fauteuil in Bazel. Op 27 november 1957 opende Roland Rasser (1932) zijn kleinkunstheater, een kelder, op de Spalenberg 12. De opening was in Bazel net zo opzienbarend als destijds de start van de avantgardistische kunst-, toneel- en cabaretvoorstellingen in Café Voltaire.

Theater Fauteuil heeft weliswaar geen globale verandering bewerkstelligd, zijn faam is wijd over de grenzen bekend, van internationale sterren zoals Herman van Veen, Hildegard Knef, Juliette Greco, Zarah Leander tot lokale beroemdheden, in de allereerste plaats de vader van de oprichter, Alfred Rasser (1907).

De opening was al uniek vanwege de voorwaarde van toegang: het publiek moest zijn eigen stoel, zetel of bank meenemen, omdat het geld voor stoelen op was. De verbaasde inwoners van Bazel zagen op de koude novemberavond ten minste honderd meubels in trams, bussen of op het trottoir voorbijkomen. Veel meubels bleven jarenlang in het theater staan. De opening met het Cabaretgezelschap Gigampfi was een groot succes en de naam van het theater was gevestigd.

Het theater ontleent zelfs zijn naam aan een meubel dat bij de opening al aanwezig was. Deze fauteuil is er niet meer, het theater bloeit echter als nooit tevoren.

Het was zelfs bij de Fasnacht 1958 een thema van de Spale-Clique:

Dr Stuehlgang

Wär schlycht durch die dunkle Gasse

Zem Rasser syner läre Kasse,

Im Rächte-n-Arm e Kanabee,

Am lingge-n-Arm sy blondi Fee ?

E Bebbi isch’s, wo’s letschti Stigg

(wo nit verpfändet isch zem Gligg)

Vo syner uusstry by sich hett

Anstatt e-n-Ytritt Billiett

Fir’s Fauteuil-Kaikunschtkällerzwärg-

Theater zmitts an Spalebärg

Frau Fasnacht is sindsdien een vaste bezoeker in een van de drie zalen van het in de loop van de jaren uitgebreide theater (de zalen Fauteuil, Tabourettli en de Kaisersaal).

De Pfyfferli, Wirrlete, Stubete, Rämpläm en de Schnitzelbängg brengen van januari tot begin maart voorafgaand aan de Fasnacht cabaret en toneel voor het voetlicht en muzikale uitvoeringen met piccolo en tamboerijn ten gehore.

Gedurende de drey scheenschte Dääg zelf (dit jaar van 7-9 maart) hebben de cabaretgezelschappen, de Schnitzelbänke, vrij spel in het theater, zoals overal in de cafés, theaters en andere gelegenheden in alle uithoeken van de stad.

Niet alleen de FCB (de voetbalclub Bazel), de Zürcher, Swaben, het virus, of landelijke en internationale politici moeten het ontgelden, maar ook en vooral de lokale autoriteiten en persoonlijkheden.

Het theater maakt niet alleen eigen producties en herbergt andere gezelschappen en kunstenaars, maar drukt ook fraaie posters en mooi uitgevoerde publicaties. Deze zijn inmiddels net zulke klassiekers en cultproducten als het theater.

(Bron en verdere informatie: www.fauteuil.ch).

 

Het Knonauer Amt en Maschwanden

Het kasteel en het stadje “Maswandon” werden gesticht door de familie Eschenbach. Hun kasteel was de Schnadelburg bij de berg Albis in het huidige kanton Zürich.

Maschwanden is voor het eerst genoemd in een document in 1260. In 1309 werd het door de Habsburgers verwoest als wraak voor de deelname van Walther IV von Eschenbach aan de moord op koning Albrecht van Habsburg (1255-1308). De koning is begraven in de kloosterkerk Königsfelden in Windisch (kanton Aargau).

De heren van Hallwyl verkregen Maschwanden in pand in 1339. De stad Zürich verkreeg de eigendom in 1406. De kerk uit 1505 is een typische laatgotische Zürcher plattelandskerk. De beroemde glas-in-lood ramen uit 1505 zijn tegenwoordig in het Landesmuseum in Zürich te bezichtigen.

Vanaf het begin van de 15e eeuw tot aan de Reformatie (1525-1530) verkreeg de stad Zürich geleidelijk de heerschappij over alle gebieden tussen de berg Albis en de rivier Reuss.

Na de verovering van de Aargau in 1415 annexeerde Zürich het Freiamt Affoltern Steinhausen, Aesch, Birmensdorf-Oberurdorf, Hedingen, de heerlijkheid Knonau, Wettswil-Stallikon en tenslotte Bonstetten in 1538.  In zijn huidige grenzen ontstond het district Knonauer Amt in 1814.

De Maschwander Allmend en het natuurgebied Rüssspitz, gelegen tussen de rivieren Reuss en Lorze, vormen een van de laatste grote graslandvlaktes in het Zwitserse Mittelland.

Het gebied wordt gekenmerkt door brede, aaneengesloten vochtige weiden met vrijstaande wilgen en een uiterwaardenbos. Het is deel van het Zürcher Reusstal, een natuurgebied dat aansluit bij het Aargauer Reusstal.

(Bron en nadere informatie: www.knonauer-amt.ch).

Klooster en museum Wettingen

De geschiedenis van het klooster Wettingen (kanton Aargau) gaat terug tot de 13e eeuw. Het cisterciënzer klooster werd in 1227 gesticht door Graaf Heinrich II van Rapperswil (gestorven 1246). Samen met het voormalige klooster Fahr was het de grootste grondbezitter in het Limmattal.

Het klooster op het half-eiland in de Limmat had veel landgoederen in de omgeving en op het eiland een moestuin, kruidentuin en wijngaarden.

Het klooster is in 1507 door brand verwoest. Het grootste gevaar was echter de Reformatie in 1529. De meeste monniken bekeerden zich tot het nieuwe geloof en het klooster raakte in verval.

De nieuwe abt Peter Schmid (1559-1633), benoemd in 1594, slaagde er echter in het klooster weer in oude glorie te herstellen. Hij renoveerde oude gebouwen en breidde het complex uit met nieuwe aanbouw.

Tot de Franse inval van de Zwitserse Confederatie in 1798 kende het klooster weer een periode van bloei in het overwegend protestante Aargau.

Het gebied van het huidige kanton Aargau (gesticht in 1803 bij de nieuwe Confederatie door de Mediationsakte van Napoleon) werd vanaf 1415 tot 1798 bestuurd door de katholieke en protestante leden/kantons of Orte van de Eidgenossenschaft. Deze samenwerking tussen religies en de mogelijkheid van keuze van religie was al uniek in het Europa van 1530 tot 1798.

Het klooster lag in 1798 en 1799 in het oorlogsgebied van de strijdende partijen en bood onderdak aan officieren en soldaten van Fransen, Oostenrijkers en Russen.

Na de oprichting van de Confederatie in 1815 (bij de Bundesbrief) verslechterde de stemming tegenover de (rijke) kloosters. Het parlement (de Grosse Rat) van Aarau besloot in 1841 tot de ontbinding van de kloosters. De cisterciënzer monniken van Wettingen vonden een nieuw onderkomen in Mehrerau bij Bregenz in Oostenrijk.

De kloostergebouwen werden vervolgens gebruikt voor een seminarie voor leraren. In 1976 werd de kantonale school (Kantonsschule) opgericht.

Vanaf 1 april 2022 herbergt het complex ruimtes voor tijdelijke tentoonstellingen van het Museum Aargau.

(Bron en nadere informatie: www.museumaargau.ch/klosterhalbinsel-wettingen)

De huidige bruggen over de Limmat van Neuenhof naar Wettingen

De Grubenmann-Brücke in 1795. Collectie: SNM LM-81832

De oorspronkelijke brug uit 1765 is in 1798 verwoest. De reputatie reikte echter tot Engeland (bericht uit 1789)! De nieuwe houten brug uit 1818 en de ijzeren brug (1886) waren de vervangers.

Saint-Pierre in Engollon

Het goed bewaarde culturele en onderhouden erfgoed in Zwitserland biedt vele verrassingen. Zo ook in het kleine dorp Engollon in de Val-de-Ruz  (kanton Neuchâtel).

De kerk Saint-Pierre wordt vermeld in een document uit 1228. Recente archeologische opgravingen hebben echter de fundamenten van een Romaanse kerk uit de eeuwen daarvoor blootgelegd.

Guillaume van Aarberg (1378-1436), Graaf van Aarberg en Heer van Valangin, bouwde in 1427 ter nagedachtenis van zijn overleden echtgenote een kapelletje erbij. De klokkentoren stamt uit 1685. Een grote verandering vond plaats in 1803 met de bouw van de huidige stenen klokkentoren en de reconstructie van het schip.

Een restauratie in 1923-1924 bracht goed bewaarde fresco’s uit de 14e eeuw aan het licht. De gotische muurschilderingen beelden episoden van het leven van Christus uit, terwijl in het gewelf de symbolen van de evangelisten rond een Christus in Majestas zijn afgebeeld.

Bron en nadere informatie: www.eren.ch (Église Réformée Évangélique du Canton de Neuchâtel).

Innovatie langs de Lorze

De Lorze is de belangrijkste rivier in het kanton Zug. De bron is het Ägerimeer (Ägerisee). Dit bergmeer ligt op 724 meter hoogte en is vooral bekend vanwege de slag bij Morgarten in 1315.

De Lorze stroomt via de Lorzekloof, de Lorzentobel, in het meer van Zug (Zuger See). Ze verlaat dit meer bij Cham en stroomt vervolgens door het schilderachtige Lorzedal bij het dorp Maschwanden  in de Reuss.

De Lorze, links, splitst zich bij Maschwanden van de Reuss. Foto: TES.

Voordat ze opgaat in de Reuss, heeft ze echter haar industriële sporen nagelaten en verdiend. Het gebruik van water voor het aandrijven van molens, waterkrachtcentrales en papierfabrieken in het Lorzedal kent een lange geschiedenis.

De graanmolen bij Cham, de Untermühle, komt al in 1309 in documenten voor. Papiermolens kwamen in gebruik in de vijftiende en zestiende. De papierfabriek van Cham bestaat sinds 1687 en moderniseerde in 1798 met de ingebruikname van de papiermachine, een Franse uitvinding. Dit maakte de papiermolen overbodig. De fabriek werd een multinational die tegenwoordig jaarlijks 100 000 ton hoogwaardig papier produceert, waarvan 80% bestemd is voor de export.

Ook op andere locaties aan de oevers van de Lorze, onder andere in Hagendorn en bij het klooster Frauenthal, is in de middeleeuwen al sprake van molens. Deze molens stonden met name ten dienste van smederijen en de weef- en spinindustrie.

De grootste industriële ontwikkeling vond echter plaats in de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw door de bouw van de drie waterkrachtcentrales aan de Lorze.

Deze waterkrachtcentrales voor de opwekking van elektriciteit bij Cham, Frauenthal en Hagendorn functioneren nog steeds en zijn, met behoud van hun monumentale kenmerken, gemoderniseerd met de nieuwste technieken en milieueisen, onder andere vistrappen.

De drie waterkrachtcentrales (beheerd door de Wasserwerke Zug, WWG) zijn niet zozeer vanwege hun grote omvang bekend, al produceren ze jaarlijks 6.5 gigawatturen. Ze waren in 1935 de meest innovatieve en moderne centrales van Zwitserland en Europa met generatoren van de firma Brown Boveri (het huidige ABB) uit Aarau.

Bovendien was de locatie in Hagendorn op een ander gebied zijn tijd ver vooruit. In 1866 bouwde de spinnerij- en weverijfabriek langs de oevers van de Lorze woningen voor haar arbeiders, bijna een halve eeuw voor de beroemde Bauhaus- of Batadorpen in andere landen.

Deze huizen, zogenaamde Kosthäuser, boden de arbeiders en hun families onderdak en een vaste woonplaats tegen lage huur. De fabriekseigenaren hadden ook hun belang. De arbeiders hadden een stabiele woonomgeving en bleven vaak in dienst. Dit kwam de productiviteit ten goede. Wie vertrok, moest immers ook zijn huur opzeggen. Dit concept en de fraaie woningen bestaan nog steeds, alleen is de papierfabriek van Cham tegenwoordig de eigenaar.

Van deze industriële en sociale geschiedenis heeft de wandelaar in de Reussebene langs de oevers van de Stille Reus, bij het natuurgebied Rotterschwil en de Flachsee bij Unterlunkhofen (kanton Aargau) nog geen benul.

Het dorp Rotterschwil leefde eeuwen van de landbouw en moest haar karige opbrengsten ook nog eens deels afstaan aan de kloosters Muri en Hermetschwil. Pas na de aftakking van de Lorze bij Maschwanden (kanton Zug) begint de industriële ontwikkeling in het Lorzedal.

De Maschwander Allmend en het natuurgebied Rüssspitz, gelegen tussen de rivieren Reuss en Lorze, vormen een van de laatste grote graslandvlaktes in het Zwitserse Mittelland. Het gebied wordt gekenmerkt door brede, aaneengesloten vochtige weiden met vrijstaande wilgen en een uiterwaardenbos. Het is deel van het Zürcher Reusstal, een natuurgebied dat aansluit bij het Aargauer Reusstal.

De Rigi, de Pilatus en andere besneeuwde Alpentoppen zijn de stille getuigen van deze ontwikkeling in de stroom van de Lorze in de tijd.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

De Charivari van de Basler Fasnacht

De Basler Fasnacht (UNESCO-Werelderfgoed) begint dit jaar op 7 maart om 04.00 stipt. Voorafgaand aan dit jaarlijkse evenement vinden in theaters diverse voorstellingen plaats. Tot maart zal een aantal evenementen in het kort aan de orde komen. Het doel is om de eeuwenoude Fasnacht traditie in perspectief te plaatsen.

De Basler Fasnacht (zie ook www.fasnacht.ch en www.fasnachts-comite.ch) vindt haar oorsprong in de jaarlijkse parade van de schutterij van de stad. De eerste meldingen dateren uit de veertiende eeuw.

Dit is de reden dat piccolo’s en trommels de muzikale begeleiding zijn. De oorsprong is marsmuziek en marsen door de stad zonder gezang en gehos, maar geordend zoals in een processie met veelal fantastische kostuums die in Venetië niet misstaan.

De Franse vertaling van Fasnacht is carnaval. Met het Nederlandse of Duitse carneval heeft de Fasnacht echter niet veel gemeen.

De Basler Fasnacht is kunst en cultuur met een satirisch en ironisch sausje van politieke actualiteit, die echter nooit ontaardt in schelden of beledigingen, (oppervlakkig) moralisme, (woke) activisme, makkelijke ‘humor’ ten koste van anderen of lolbroekerij, de hoofdingrediënten van het huidige Nederlandse cabaret (de spiegel van het niveau van de politiek en media).

De Charivari is de Vorfasnacht van Kleinbasel (Glaibasel). Deze voorstelling vindt plaats in het Volkshaus en wordt uitgevoerd door het Charivari-ensemble. Dit ensemble bestaat uit twee professionele- en drie amateurspelers.

De choreografie en scenario staan onder professioneel toezicht. Maar liefst driehonderd vrijwilligers zijn verbonden aan de Charivari, het Zwitserse Milizsystem/ Système de Milice in een notendop.

Charivari is afgeleid van een (Laat) middeleeuws gebruik. Jongeren in (Italiaanse) steden manifesteerden zich in de straten tijdens de dagen voorafgaande aan de vastenperiode door het produceren van luide muziek en liepen groepsgewijs door de stad om kritiek te leveren op het stadsbestuur en hun belangen onder de aandacht te brengen. Omwille van anonimiteit droegen ze veelal maskers.

 

De Charivari is een bijna drie uur durende voorstelling van toneel, cabaret (de Schnitzelbängg), voordrachten (in auf Baseldytsch), liederen (ook in het Oberrheinalemannisch) en muzikale optredens van cliquen (Verenigingen), waarbij de piccolo’s en trommelaars de boventoon voeren.

Een kenmerk van de Fasnacht (en Zwitserland) is het enorme innovatieve en creatieve aanpassingsvermogen aan andere tijden en omstandigheden, maar met instandhouding van de typische kenmerken en principes.

De fantastische optredens en kostuums van de trommel-groep d Drummelgrube Top Secret (gebaseerd op de James Bond klassieker Moonraker (1979) de piccolo-groep  d Schäärede, de cabaret-groep d Gwääg, de cliques Seibi 1933 Basel, Schotte Clique 1947 Basel,  d hunne Basel of d’Fasnachtzunft Ryburg zijn enkele van de hoogtepunten uit deze voorstelling.

(Verdere informatie: www.charivari.ch).

 

Frauenthal Klooster

Frauenthal (Kanton Zug) is het oudste Zwitserse cisterciënzerklooster dat nog steeds bestaat op de plaats waar het is gesticht. Ulrich von Schnabelburg stichtte het klooster rond 1245 voor adellijke dames. De naam Frauenthal, dal van vrouwen, wijst ook op een dergelijke oorsprong.

Ten gevolge van de reformatie was het klooster van 1530 tot 1552 verlaten De cisterciënzer abdij van Wettingen (het huidige Wettingen-Mehrerau) nam in 1573 het beheer van het klooster over.

Het klooster ligt enkele kilometers ten noorden van Cham, te midden van bossen en weiden op een eiland gevormd door twee takken van de rivier de Lorze. De kloosterkerk is gebouwd  in de stijl van de rococoperiode (1776/1777).

Het klooster is het middelpunt van een klein dorp met 26 woningen en functionele gebouwen, die zijn ontworpen volgens de cisterciënzer traditie. Ze zijn sinds de 17e eeuw verschillende keren uitgebreid en gerenoveerd. De laatste grote renovatie dateert uit 1997.

(Bron en nadere informatie: www.kloster-frauenthal.ch).