De Kemmeriboden-Bad-Merängg

Het Kemmeriboden-Bad (ook wel Bedli of Schybebad genoemd, Schybe betekent schaduw in Berns dialect) ligt aan de oevers van de rivier Emme, aan de rand van het Emmental in kanton Bern. De grond was tot 1794 in gebruik als bosbouwgebied.

De geneeskrachtige bronnen waren al een eeuw daarvoor bekend. In 1794 opende het eerste kuurhotel, een Gastwirtschaft met een heilbad. Een nieuwe eigenaar nam het hotel met bad in 1834 over. Dit is het begin van de dynastie van de huidige eigenaar Reto Invernizzi.

1878-1900 kwam het tot verbouwingen en uitbreidingen die de huidige staat weergeven. Het grote huis, het statige Bauernhaus, het Wirtshaus, was in 1880 gereed. De Chässpycher en het Kegelhüsi zijn in 1898 en 1900 gebouwd. Aan het complex bleef intussen een boerenbedrijf verbonden. Dit leverde verse melk, eieren, vlees en andere producten voor het restaurant.

Diverse beroemdheden, dichters, schrijvers, politici en ondernemers wisten steeds beter de weg naar het hotel te vinden. De eerste generator voor de opwekking van eigen elektriciteit was in 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, gereed.

Niet alleen de Spaanse griep kostte een aantal familieleden van de eigenaar in 1918-1920 het leven, ook de overdekte houten brug begaf het drie keer door het kolkende water van de gewoonlijk rustige Emme.

1939 was een belangrijk jaar voor het hotel. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 3 september 1939, serveerde het hotel voor de eerste keer de Kemmeriboden-Bad-Merängge (Nidli in Berns dialect), een tegenwoordig nationaal en internationaal bekend gerecht.

De volgende grote veranderingen vonden in 1990 plaats met een de bouw van een waterkrachtwerk voor opwekking van elektriciteit en de aanleg van een park.

In 2008 stond het volgende project op het programma: de jaarlijkse bouw van een iglo. Deze wordt in december van zelfgemaakte sneeuw gemaakt. De iglo is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid en telt tegenwoordig vijf kamers, een restaurant voor 60 personen en een apart zaaltje voor de fondue. Indien de weergoden het toelaten begin de iglo pas rond half maart te smelten.

Het oord is een ideaal uitgangspunt voor wandelingen naar de Entlebuch en het Emmetal en is zelfs voorzien van een halte voor de Postauto.

(Bron en verdere informatie: www. kemmerliboden.ch)

Vorfasnacht voor kinderen

In lange optochten trekken ze in de Vorfasnacht door de straten en langs de Rijnoevers van Bazel, de cliques met hun piccolo’s, tamboerijnen en veelal fantastische kostuums.

De Fasnacht vindt in Bazel plaats van 7 tot 9 maart, in de omliggende regio echter een week eerder. Dit heeft te maken met de oude (Gregoriaanse) kalender die het protestante Bazel hanteert.

De Vorfasnacht vindt behalve in de theaters in de avonduren ook plaats overdag voor kinderen. De beide oevers van de Rijn zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat al gevuld met de lenteachtige geluiden van de piccolo’s en het ritmische tromgeroffel van de tamboerijnen.

 

A Concise History of Switzerland

Ondanks zijn ligging in het hart van Europa en zijn typisch Europese karakter, wordt de geschiedenis van Zwitserland vaak over het hoofd gezien.

Deze uitgebreide en boeiende geschiedenis van Zwitserland schetst de historische en culturele ontwikkeling van dit fascinerende land vanaf het einde van de Middeleeuwen tot heden.

De auteurs richten zich op de oorspronkelijke Confederatie van de Middeleeuwen; de religieuze verdeeldheid die het land na 1500 bedreigde en de verrassende overleving onder de monarchieën van Europa; de Franse Revolutie en verovering, de nieuwe Confederaties van 1815 en 1848; de beproeving van de Zwitserse natie gedurende de late negentiende eeuw en vervolgens de twee Wereldoorlogen en de Depressie van de jaren 1930; en de ongeëvenaarde economische en sociale groei en het politieke succes van het naoorlogse tijdperk.

Het Engelstalige boek sluit af met een bespreking van de hedendaagse uitdagingen, vaak gedeeld met de buurlanden, die het land vandaag vorm geven.

Clive H. Church, Randolph C. Head, A Concise History of Switzerland, Cambridge 2013.

Het begin van de Zwitserse Confederatie

De klassieke thema’s van de vroege Zwitserse geschiedenis met Centraal Zwitserland als middelpunt – onder andere de Confederatiebrief en de eed van 1291, de overwinning bij Morgarten in 1315 en de keizerlijke vrijheid (Reichsunmittelbarkeit) – worden op een nieuwe manier gepresenteerd en in een bredere politieke, economische en sociale context geplaatst.

Het boek is gebaseerd op jaren van intensief onderzoek en zet accenten in de presentatie van het begin van de Zwitserse Confederatie rond 1300.

Roger Sablonier, Gründungszeit ohne Eidgenossen. Politik und Gesellschaft in der Innerschweiz um 1300, 2008.

Symbiose tussen mens en natuur in de Entlebuch

De Entlebuch (ongeveer 400 m2) is een in 2001 door de UNESCO erkend Biosfeer gebied (UNESCO Biosphäre Enltebuch (UBE) in kanton Luzern. Het wordt ook wel het Wilde Westen van Luzern genoemd. De UBE is eveneens in 2008 erkend als een natuurpark van nationaal belang.

De verkrijging van de status door de UNESCO was geen vanzelfsprekendheid. De voorwaarden waren weliswaar aanwezig: een magnifieke natuur met zelfs voor Zwitserse begrippen een bijzondere flora en fauna, het grootste veengebied van het land, berglandschappen, riviertjes en beekjes, geen grootschalige landbouw (rond de 850 boerenbedrijven) of grote agglomeraties en toch goed toegankelijk voor het publiek.

In de Entlebuch, vernoemd naar het dorp Entlebuch, was er de (gebruikelijke) onenigheid tussen het bedrijfsleven en natuurbescherming. Aan de basis van deze discussie lag het aangenomen referendum uit 1987, de zogenaamde Rothenturm-Initiative.

Dit initiatief is naderhand opgenomen in artikel 78 van de Grondwet, lid 5:

Moore und Moorlandschaften von besonderer Schönheit und gesamtschweizerischer Bedeutung sind geschützt. Es dürfen darin weder Anlagen gebaut noch Bodenveränderungen vorgenommen werden. Ausgenommen sind Einrichtungen, die dem Schutz oder der bisherigen landwirtschaftlichen Nutzung der Moore und Moorlandschaften dienen.

Deze wet beoogt de venen en veengebieden in het hele land een beschermde status te geven. Het bedrijfsleven, inclusief de landbouw, in de Entlebuch vreesde dat dit ten koste zou gaan van de economische ontwikkeling (minder aanleg wegen, geen uitbreiding dorpen, industrieterreinen, landbouwgrond et cetera).

Enkele geëngageerde burgers benaderden dit perspectief echter van een heel ander gezichtspunt, namelijk de kansen die deze bescherming en instandhouding van de natuur boden.

En inderdaad, een in 1997 in het leven geroepen projectgroep slaagde erin een plan te presenteren na overleg met betrokken gemeentelijke, kantonale en federale instanties, burgers, bedrijfsleven en natuurbescherming.

Het resultaat was een doorwrocht concept om de inwoners, natuurbescherming en het bedrijfsleven met instandhouding én gebruik van de natuur over de streep te trekken. De landbouw, de houtindustrie, energiewinning, toerisme, dienstverlening en Midden- en Kleinbedrijf zagen de voordelen van het concept met instandhouding van het veenlandschap conform het referendum in 1987.

Zoals gebruikelijk beslissen de burgers in Zwitserland over de inrichting van hun woonomgeving. De burgers van de acht betrokken gemeenten (Entlebuch,, Hasle, Doppleschwand, Schüpfheim, Flühli-Sörenberg, Marbach, Escholmatt en Romoos)  stemden in september 2000 met 94% voor het initiatief om de Entlebuch voor te dragen als door de UNESCO erkende Biosfeer.

Sindsdien heeft het ‘armenhuis Entlebuch  (de in Zwitsersland tot 2001 gebruikte typering voor deze regio) zich in 2022 ontwikkeld tot een welvarend gebied met behoud van de natuur.

Wie zonder deze voorkennis de cabinelift neemt vanaf Flühli naar Sörenberg, het grootste wintersportgebied van het kanton, vermoedt niet dat dit midden in dit natuurgebied ligt. Ook op andere plaatsen zijn na 2001 cabineliften en andere faciliteiten voor het toerisme gebouwd.

Een wandeling vanaf Sörenberg op 1423 hoogte naar het bijna vijfhonderd meter lager gelegen Kemmeribodenbad aan de rivier de Emme in kanton Bern, aan de grens van het Emmental en de Entlebuch, maakt echter duidelijk op welke zorgvuldige wijze inhoud is gegeven aan de relatie tussen mens en natuur.

De welvarende boerenbedrijven gedijen kennelijk goed bij het keurmerk “Echt Entlebuch’ voor vijfhonderd landbouw-, melk- en vleesproducten. De ontwikkeling van het toerisme, maar tegelijkertijd van het midden- en kleinbedrijf en een uitstekende infrastructuur en bloeiende dorpsgemeenschappen met maar liefst 400 verenigingen op cultureel,  sportief, sociaal, economisch en politiek gebied (op 17 000 inwoners), tonen een gebied in goede doen.

Jaarlijks bezoeken ongeveer 600 000 toeristen het gebied, met pieken in de zomer en de winter. Een actuele tentoonstelling in het Entlebucherhaus in Schüpfheim toont deze facetten en de ontwikkeling van de Entlebuch (www.entlebucherhaus.ch).

De UNESCO was zo enthousiast over deze gang van zaken, dat in 2011 het predicaat ‘Modelregio voor de wereld werd toegekend’. De roem van de UBE bereikte met de deelname van de promotiefilm “The Entlebuch Message” zelfs de deelname aan het filmfestival van Cannes in 2014 en de toekenning van de European Energy Gold Award in 2017 voor de energiebesparende en milieuvriendelijke maatregelen.

De wandelaar in de UBE is getuige van deze innovatieve symbiose tussen mens, bedrijvigheid en natuur. Zelfs de kunst is overal aanwezig, bijvoorbeeld in de Skulpturenweg langs de Emme. De natuur in de UBE (en in haar algemeenheid) is bovendien de ultieme vorm van kunst, zoals bijvoorbeeld de door natuur gevormde ijssculpturen langs de rotsen, de silhouetten van de bergtoppen of de sprookjesachtige beekjes en watervalletjes te midden van naaldbomen.

Daarnaast wacht een welkome verrassing in het uit 1834 daterende Hotel Landgasthof Kemmeribodenbad en zijn beroemde “Nidle”, de ver buiten kanton Bern en de landsgrenzen bekende Kemmeriboden Merängge).

Zoals de naam al doet vermoeden is dit hotel ontstaan als spa in 1834 bij de ontdekking van mineraalwaterbronnen (Verdere informatie: www.kemmeriboden.ch).

(Bron: Mein Entlebuch 2022, www.biosphaere.ch).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

 

Paalbouwdorpen Wauwil

De Wauwilermoos (Kanton Luzern) is een van de belangrijkste vindplaatsen van paaldorpen (Pfahlbausiedlungen) uit de jongste Steentijd (c. 5 500-2 000) in Europa.

Vanaf 17.000 v. Chr. was het gebied van de Wauwilermoos ijs- en gletsjervrij. In die tijd begonnen ook de drie meren, het Wauwilermeer, het Mauenmeer en het Hagimoormeer, dicht te slibben met zand, kalk en turf. Er is tot de twintigste eeuw zelfs turf afgegraven in dit gebied.

In de 19e eeuw werd het Wauwilermeer drooggelegd, zodat nu van de oorspronkelijke drie meren alleen nog het Mauenmeer over is.

Spoedig na het einde van de laatste ijstijd (rond 14.000), zwierven de eerste kuddes dieren door het landschap. De mensen volgden hen op het ritme van de seizoenen en jaagden vooral op rendieren en wilde paarden.

De oudste sporen van menselijke aanwezigheid in de Wauwilermoos dateren van ongeveer 14.000 v. Chr. De opwarming van het klimaat aan het einde van de ijstijd bevorderde de verspreiding van het bos, planten en van diersoorten.

In de neolithische periode (5 500-2 000 v.C.) werd de mens sedentair. Het tijdperk van de zogenaamde paaldorpbouwers brak aan. In de Wauwilermoos leefden de mensen in paalwoningen die gelijk stonden met de grond of iets verhoogd waren. Deze woningen stonden niet per se in het water, maar waren wel gestut met palen.

In 2011 heeft UNESCO deze paaldorpwoningen in de zes landen van de Alpen als werelderfgoed aangewezen. Onder de 111 geregistreerde locaties in zes landen bevinden zich drie plaatsen in kanton Luzern: Hitzkirch-Seematt, Sursee-Zellmoos en de Egolzwil E3 (in de Wauwilermoos).

De Egolzwil is zelfs de oudst bekende Zwitserse paalnederzetting, van rond 4300 v. Chr. Het karakteristieke aardewerk van deze vindplaats geeft zelfs zijn naam aan dit cultuurgebied in Centraal-Zwitserland: de Egolzwil-cultuur.

Het Archeologisch Leerpad van Wauwilermoos (ca. 7 km) omvat zes stations, alle gelegen in de buurt van de belangrijkste vindplaatsen.

Begin- en eindpunt is de gereconstrueerde paaldorpnederzetting in Wauwil met de reconstructie van drie paalwoningen, een opgravingstent en een jagerstent, en een informatiepaviljoen.

In de Wauwilermoos zijn tot nu toe een twaalf paalwoningen bekend, waarvan de oudste dateren van ongeveer 4 300 v. Chr.

(Bron en nadere informatie: www.pfahlbausiedlung.ch).

Habsburg en Zwitserland

De Habsburg, de gelijknamige “Havichsburg” van de Habsburgers, werd 900 jaar geleden voor het eerst vermeld. Het kasteel en het dorp in wat nu het kanton Aargau is, bestaan nog steeds. Het is moeilijk voor te stellen dat het machtige Huis van Habsburg zijn start kende in het nu bescheiden ogende kasteel.

De Habsburgers dragen het stempel van verliezers in de Zwitserse geschiedenis. Ze werden verdreven uit het grondgebied van het huidige Zwitserland in 1415 (Aargau) , Thurgau (1460) en definitief na hun nederlaag in de Schwabenkrieg (1499).

Zij wisten zich echter op te werken tot de dominante dynastie in Europa, die tot 1918 aan de macht bleef en tot 1806 de keizers van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie leverde.

Als het ontstaan van de Zwitserse Confederatie in de veertiende en vijftiende eeuw wordt verteld vanuit de stamgebieden van Habsburg, vanuit Aargau, Thurgau en de Elzas, ontstaan er nieuwe perspectieven.

De kern van de Confederatie in Centraal Zwitserland (Uri, Schwyz, Unterwalden, Zug) wordt onderdeel van een machtsspel waarin keizers en koningen, Savoie, Tirol, Bern, Luzern en Zürich een rol speelden.

Het Duitstalige boek vertelt het verhaal van de opkomst van de Habsburgers en hun relatie met hun stamlanden.

(Bruno Meier, Ein Königshaus aus der Schweiz. Die Habsburger, der Aaugau und die Eidgenossenschaft im Mittelalter, Baden, 2008).

Het Zwitserse landschap en haar bescherming

Ieder land heeft haar eigen landelijke schoonheid en natuur. In westerse landen is er enkele generaties betrokkenheid bij de bescherming tegen menselijk ingrijpen. Ieder land heeft haar eigen invalshoek, organisatie en experts.

Het is altijd zinvol van ervaringen en inzichten in andere landen te leren. Dit boek is een uitstekend voorbeeld. Het boek is in de eerste plaats geschreven voor het grote publiek. Het biedt een schat aan informatie, documentatie en praktijkvoorbeelden die voor alle landen interessant kunnen zijn.

In zijn boek dringt de auteur erop aan dat bij de toekomstige ontwikkeling van het land wordt uitgegaan van het landschap en niet van menselijke activiteiten.

In het eerste deel van het boek neemt de auteur de lezer mee door de geschiedenis van de landschapsbescherming in de naoorlogse decennia. Hij bespreekt de  successen en de tegenslagen, met Zwitserland als voorbeeld.

In het tweede deel concentreert hij zich op de redding van twaalf landschappen.

In het derde deel geeft het Duitstalige boek suggesties voor een verantwoorde omgang met met natuur en landschap.

Voor de auteur staat het politieke engagement van de bevolking centraal. Veel landschappen konden alleen worden gered omdat de bevolking zich inzette voor natuur- en landschapsbescherming.

Hanss Weiss, Achtung: Landschaft Schweiz. Vom nachhaltigen Umgang mit unserer wichtigsten Ressource, Zürich 2020.

Chinese kunst op Slot Mauensee

Slot Mauensee (Kanton Luzern) is voor het eerst vermeld in 1184. Het slot komt ook in 1340 in documenten voor. Luzern verkreeg het eigendom in 1455. Twee jaar later werd het slot en het meer echter opnieuw verkocht en wisselde het de eeuwen daarna verschillende keren van eigenaar.

Het huidige kasteel is gebouwd in 1605. In de daaropvolgende eeuwen veranderde de eigendom nog verschillende keren. Sinds 1998 zijn het slot, het eiland en het meer eigendom van de familie Sigg, die er ook woont.

Ulrich Adolf Sigg (1946) heeft een deel van zijn verzameling hedendaagse Chinese kunst in het slot ondergebracht. Van 1995 tot 1998 was hij ambassadeur van Zwitserland in China. Hij begon in de jaren 1970 Chinese hedendaagse kunst te verzamelen, toen er nog weinig belangstelling voor was. In enkele decennia verzamelde hij de belangrijkste collectie hedendaagse Chinese kunst ter wereld.

Het eiland is niet toegankelijk voor het publiek en is met een brug verbonden met het vasteland.

(Bron en nadere informatie: www.mauensee.ch).

De kardinaal en absint in Neuchâtel

De beroemde Brasserie du Cardinal de Fribourg is gelegen aan de voet van het kasteel van Neuchâtel tussen de oude molens van de stad en de bedding van de Seyon.

Het interieur van het huidige restaurant heeft het grootste deel behouden van het art nouveau-decor uit 1905. Het is typerend voor de Belle Époque: een uitzonderlijk denkbeeldig  patroon van gekleurde aardewerktegels, overvloedig lijstwerk en fleurige motieven die in het glas zijn gegraveerd. De buitengevel, eveneens uit 1905, is een cultureel erfgoed.

De Brasserie heeft ook een absintproeverij. Absint, een sterke alcoholische drank uit de regio, die Grüne Fee, la Fée verte, was lange tijd verboden (1910-2005).

Dit heeft bijgedragen aan zijn mondiale reputatie.

Het Maison de l’Absinthe in Môtiers in het Val-de-Travers (kanton Neuchâtel) biedt een historisch overzicht van deze historie en de drank. Bovendien kan de bezoeker er een glaasje drinken.

Source: www.neuchateltourisme.ch/belle-epoque).