De Fletschhorn bij Saas-Grund

Zwitserland heeft 48 bergen die hoger zijn dan 4 000 meter. De hoogste berg is de Dufourspitze (4 634 meter), vernoemd naar Guillaume Henri Dufour (1787-1875), ingenieur, legerofficier (onder andere opperbevelhebber van de Confederatie in de Sonderbundskrieg van 1847) en grondlegger van de Zwitserse topografie.

De bekendste berg is de Matterhorn ( 4 478 meter), de meest toeristische en als eerste bedwongen (3 augustus 1811) berg heet de Jungfrau (4 158 meter) en de als laatste bestegen top (19 juli 1900) van 4 075 meter is de Schwarzfluh.  Alle 4000 + toppen zijn in de periode 1811-1900 bereikt.

Er is echter ook een verliezer. De Fletschhorn bij Saas-Grund (kanton Wallis) heeft aan het einde van de negentiende eeuw de eredivisie van 4 000 + bergen moeten verlaten. De berg was in het midden van de negentiende eeuw nog 4 001 meter hoog en is op 8 augustus 1854 beklommen. Rond 1900 was de hoogte nog maar 3993 meter. Erosie of exactere meetmethoden liggen hieraan ten grondslag.

De gemeente Saas-Grund liet het er niet bij zitten. Ze wilde in 1988 de berg vanwege toeristische en marketingmotieven met een constructie van ijzer en beton zeven meter verhogen.

De fantasie ging zelfs zo ver dat de berg onder psychologische behandeling kwam: ze schaamde zich kennelijk zo voor de 4 000 – status ten opzicht van de naburige Lagginhorn (4 010 meter, beklommen op 26 augustus 1856) dat ze schuw op de achtergrond stond.

De 1 april grap van 1988 had dan ook betrekking op dit project: De Walliser Bote schreef: Oplossing in zicht, het niveau van de zee kan worden verlaagd. De meting vindt immers plaats op zeeniveau (Lösung in Sicht. Die kostspielige Erhöhung könne man umgehen, indem man versuche, den Meeresspiegel um einige Meter abzusenken.

Natuurbescherming, de SAC en naburige gemeentes zagen niets in het plan. Het kanton heeft uiteindelijk ingegrepen en weigerde de bouwvergunning in 1991. De gemeente wilde echter niet opgeven en liet een nieuwe meeting uitvoeren. De Fletschhorn bleek geen 3993 meter, maar ‘slechts’ 3985 meter hoog te zijn.

In ieder geval heeft de gemeente met dit project in 1988 en 1991 de internationale (onder andere de BBC) en nationale pers (onder andere “Kein Witz! Walliser wollen neuen Viertausender bauen” (de nationale Sonntagszeitung) gehaald.

De 4000- status doet overigens niets af aan de schoonheid van de berg en de Weissmieshütte van de SAC op 2 726 meter.

De 48 vierduizend + reuzen en hun gemeentes blijven er gelaten onder. Ze beseffen dat naast de eeuwige Föhn in het Rhônedal afgunst de oudste Walliser bewoner is.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen en (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron: www.nzz.ch/schweiz; www.weissmieshuette.ch).

Die Basler Fasnacht 2022

Op 27 februari 2020 besloot de Bundesrat/Conseil fédéral, de nationale regering, in overleg met het kanton Basel-Stadt de Fasnacht van 2-4 maart niet door te laten gaan vanwege de om zich heen grijpende Corona-epidemie. De teleurstelling was groot, maar het daaropvolgende jaar was het niet doorgaan een vanzelfsprekendheid.

Eindelijk, op 7 maart 2022, om 04.00 in de morgen, klonk in de binnenstad van Bazel weer als vanouds het Vorwärts marsch !

Om 04.00 doofde in de binnenstad het licht en duizenden piccolo’s en tamboerijnen weerklonken in de smalle steegjes, op de bruggen en de grote pleinen.

De Cliques van Kleinbasel en Grossbasel ontmoeten elkaar bij de Wettsteinbrug en de Mittlerebrücke. De door lampions op de hoofden en grote verlichte laternen (grote (satirische) vierkante beeldschermen) begeleiden de optochten, met magnifieke kostuums in een sprookjesachtige omgeving.

Als vanouds, nee niet als vanouds. Deze keer is het niet Corona, maar agressie in het midden van Europa die het gesprek van de dag is. Deze misdaad doet net zo surrealistisch aan als de maskerades op de Fasnacht.

Het is echter bittere werkelijkheid en weer een nederlaag voor Europa, na de alweer bijna vergeten oorlogen op de Balkan (1991-1999) en de massamoord op 196 Nederlandse burgers op 14 juli 2014 door dezelfde daders.

Wanhopige, verdrietige en radeloze inwoners van het Europese land met de blauw-gele vlag waren aan de vooravond van Fasnacht nog prominent aanwezig op de Marktplatz van Bazel.

Een paar uur daarna klonk weer, als vanouds, het Vorwärts marsch !  met de traditionele marsmuziek van de piccolo’s en tamboerijnen.

De meeste Europese leiders verbergen zich nog steeds achter een maskerade van stoere taal en symbolische, zelfs cynische steunbetuigingen aan een soeverein Europees land.

De krokodil zal echter steeds hongeriger worden. Daar is geen maskerade voor nodig. Zwitserse neutraliteit is dan ook geen optie meer.

Liestal en haar Törli

Liestal (kanton Basel-Landschaft) was een Romeinse en Alemannische nederzetting. Liestal is in 1189 voor het eerst in documenten vermeld onder de naam Lihstal.

Graaf Hartman IV van Froburg breidde Liestal in 1240 uit tot een versterkte nederzetting en verhief haar tot stad. Liestal kreeg een vestingwerk, poorten en torens, een wal en gracht, een markt en een douanehuis.

De prins-bisschop van Bazel kocht de stad in 1305 en maakte er garnizoensstad van. Na de verwoestingen door de aardbeving van 1356 en de grote brand van 1381, was de stad tot 1415 een grote bouwplaats.

De Obere Tor, de Törli, uit de 14e eeuw ligt in de as van de Rathausstrasse, Marktgasse en Burgstrasse en volgt de Romeinse en middeleeuwse weg.

De poort reeds in 1499 beschilderd met heraldische motieven, wapens wapenschilden. De huidige gevelschildering dateert uit 1950 na vele andere fresko’s uit de voorgaande eeuwen.

De kunstenaar Otto Plattner (1886-1951) schilderde een gestileerde versie van een in harnas geklede krijger met het Zwitserse vaandel. Hij heeft de Rütli eed en George de drakendoder aan de andere kant van de toren geschilderd en aangepast. In 1972 en 2019 zijn nieuwe restauraties van de fresco’s uitgevoerd en zijn de vele bouwfasen en fresko’s sinds de 14e eeuw geanalyseerd. Deze geven een goed inzicht in de politieke geschiedenis van de stad.

Het stadsbeeld wordt tegenwoordig nog steeds gedomineerd door het goed behouden historische centrum en oude stad en de Törli.

In korte tijd zijn bovendien de bossen en heuvels even buiten de stad te bereiken of ligt een bezoek aan het Dichters- en Stadsmuseum, het MuseumBL, het Harmonium Museum, de dierentuin, het theater of muzikale evenementen binnen loopafstand.

Liestal is sinds 1832/1833 de zetel van de regering en parlement van kanton Basel-Landschaft.

(Bron en nadere informatie: www.liestal.ch).

(Source and further information: www.liestal.ch).

Het stadhuis

De hervormde kerk

Monument voor de dichter, politicus en revulotionair Georg Herwegh (1817-1875)

Bach in Arlesheim

De complete orgelwerken van Johann Sebastian Bach (1685-1750) worden van 2022 tot 2024 op het beroemde uit 1761 stammende Silbermann-orgel in de kathedraal van Arlesheim (kanton Basel-Landschaft) ten gehore gebracht.

Het eerste jaar (2022) is vrijwel uitsluitend gewijd aan zijn vroege werken. Deze werken zijn gecomponeerd in zijn jeugd toen hij organist was in Arnstadt (1703-1707) en vervolgens een jaar Mühlhausen tot 1708.

Zijn koralen, maar ook vrije orgelwerken, die zelfs bij sommige kenners onbekend zijn en zelden in concerten worden gespeeld, komen aan bod.

Het merendeel van de koralen komt uit de zogenaamde Neumeister-verzameling, die pas in 1985 werd (her) ontdekt. Zonder deze ontdekking zou een groot derde van zijn vroege werken tot op heden onbekend zijn gebleven.

Het tweede jaar, 2023, is gewijd aan de Weimar-periode (1708-1717), waarin Bach, als hoforganist van hertog Wilhelm Ernst van Saksen-Weimar (1662-1728), de meeste van zijn orgelwerken creëerde. Overigens liet deze hertog Bach in 1708 korte tijd in de gevangenis opsluiten, toen deze een andere opdrachtgever vond.

De grote preludes, toccata’s en fantasieën, met de bijbehorende fuga’s, zullen te horen zijn. Op het programma staan ook de koralen van het “Orgelbüchlein”.

Nadat Bach zich aanvankelijk voornamelijk op (Lutherse) Noord-Duitse modellen had georiënteerd, kwam in deze periode de aanzienlijk frivolere Antonio Vivaldi (1678-1741) naar voren. Dit is te horen in Bachs bewerkingen voor het orgel van de concerti grossi van Vivaldi en Bachs eigen orgelmuziek. Ze ademen in deze periode een flinke portie Italianità.

Het derde jaar (2024) is voornamelijk gewijd aan de periode in Leipzig (1723-1750) en de late orgelwerken, onder andere de verzameling de  “kleine Liebhaberkollektion der sechs Schübler-Choräle,  “Vom Himmel hoch”, zijn “Dritte Theil der Clavier Übung”, het Summa van zijn orgelkunst, de reeks triosonates, sonates en de koralen van het “Leipziger Originalhandschrift” (hoewel de daarin opgenomen stukken dertig jaar eerder zijn geschreven).

(Bron en nadere informatie: www.bach-im-dom.ch).

Stockalperschloss in Brig

Kaspar Stockalper von Thurm (1609–1691) bouwde dit kasteel in de jaren 1658-1678 naast zijn woonhuis in Brig (kanton Wallis).

Hij was de rijkste bankier, handelaar en ondernemer op diverse gebieden (onder andere de (post) verbinding over de Simplonpas en handel in hars, terpetineolie, zout en huurlingen) in Wallis en tevens een van de invloedrijkste politici en diplomaat. Hij wordt ook wel de ´Fugger van de Alpen´ genoemd. Fugger was de naam van een bekend bankiersgeslacht uit Augsburg.

Het kasteel is een van de grootste barokke gebouwen in Zwitserland. Opvallend zijn de Renaissance kenmerken en de drie torens van het complex.

Hij gaf de drie torens de namen Kaspar, Melchior en Balthasar, een verwijzing naar de drie koningen die de pas geboren Jezus bezochten. Om deze reden luidt zijn andere bijnaam `Koning van de Alpen´.

Brig was overwegend katholiek en hij stichtte het Ursulinenklooster in 1661 naast het kasteel. Dit klooster bestaat nog steeds. Het Kollegium Spritus Sanctus, de Jezuïetenkerk en – school, gebouwd op de tegenoverliggende heuvel in 1662, was ook zijn initiatief.

Brig (en Naters aan de andere kant van de Rhône) liggen aan de voet van de Simplonpas en de weg ernaar toe lag naast het kasteel. Dit was uiteraard geen toeval. Het kasteel controleerde het transitverkeer over de Simplon, een lucratieve onderneming.

Zijn contacten reikten tot de belangrijkste Europese vorstenhoven en het Vaticaan. Zijn handelsimperium strekte zich uit tot de Middellandse zee en de (protestante) Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën. Hij dreef echter ook handel met de Spaanse Habsburgers die toen in de Tachtigjarige Oorlog met de Republiek verwikkeld waren.

Hij kreeg de hoogste ere- en adellijke titels van Franse, Oostenrijkse en Spaanse vorsten en het Vaticaan. Hij was tenslotte een toegewijd katholiek ten tijde van de godsdienstoorlogen (onder andere de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en de opheffing van het Edict van Nantes in 1685).

Hij werd zelfs zo machtig dat de bestuurders van Leuk, Visp, Sitten, Siders (vier van de zeven Zenden of Zehnden) hem 1679 uit Oberwallis verdreven met verbeurdverklaring van een groot deel van zijn vermogen. In 1685 kon hij door bemiddeling van zijn machtige (Europese) vrienden al weer terugkeren.

Hij was net iets te groot voor het servet van Oberwallis of het gebied van de Zeven Zenden ( de andere drie Zenden zijn Brig, Raron en Goms). Oberwallis regeerde vanaf 1512-1536 tot 1798 (Franse inval) overigens het Franstalige Unterwallis als Untertanengebiet (territoire sujet).

Kaspar Stockalper von Thurm heeft Brig in ieder geval het aanzien van een (katholieke) koninklijke residentie gegeven.

Het kasteel herbergt tegenwoordig een museum met de historie van de Simplonpas en het (post)verkeer en van het geslacht Stockalper.

Bron: Bernhard Truffer, Historisches Lexikon der Schweiz, Wallis, www.hls-dhs-dss.ch). 

Korte historie van de Grondwet

1513

De oude Eidgenossenschaft van dertien kantons of Orte (situatie 1513) kende nog geen Grondwet of een alle kantons verbindende overeenkomst. De aangesloten leden waren: Appenzell, Basel, Bern, Freiburg, Glarus, Luzern, Schaffhausen, Schwyz, Solothurn, Unterwalden, Uri, Zug, Zürich.

De Eidgenossenschaft was  gebaseerd op onderlinge verdragen die  een of meer kantons in een proces van eeuwen onderling hadden gesloten.

De eerste verdragen tussen wat pas drie eeuwen later kantons genoemd zouden worden, dateren uit de dertiende eeuw, zelfs al voor de officiële datum van oprichting in 1291.

De Eidgenossenschaft is vanaf  het begin staatsvorming bottom-up geweest . Steeds meer steden of Orte sloten zich tot 1513 aan vanwege gedeelde economische, militaire en politieke belangen.

Een belangrijk moment was de verovering  van Aargau op de Habsburgers in 1415. De kantons besloten  het veroverde gebied (Untertanengebiet) gezamenlijk te beheren (Gemeine Herrschaft).

De Tagsatzung, de algemene vergadering van de kantons, werd hiervoor in  het leven geroepen in 1417.

In  1460 werd ook Thurgau veroverd, wat nog een Untertanengebiet voor de Eidgenossenschaft betekende. De Bourgondische oorlogen (1474-1477), de expansie over de St. Gotthard in de Italiaanse gebieden (1512) en de verovering van Vaud op Savoie (1536) leidden tot gemeenschappelijk bestuur van nog meer gebieden.

De Schwabenkrieg (of Engadinerkrieg) van 1499 leidde tot uitbreiding van de Eidgenossenschaft met vijf nieuwe leden tot  1513.

Daarnaast sloten steeds meer regio’s en steden zich aan als geallieerden (Verbündete) of aangesloten gebieden (zugewandte Orte), zoals St. Gallen, Graubünden, Valais, Genève, Neuchàtel, maar ook steden in Duitsland en Frankrijk (onder andere Rottweil, Besançon, Mulhouse, Straatsburg, Colmar).

Tot 1515 (de slag bij Marignano) was de Eidgenossenschaft een militaire grootmacht zonder staatkundige eenheid of Grondwet in Midden-Europa.

De Eidgenossenschaft heeft echter zelfs de Reformatie overleefd. Dit is een  indicatie voor de sterke band die er ondanks de hoogoplopende religieuze twisten was.

De Eidgenossenschaft zonder Grondwet  overleefde met  name dankzij de grondwetten, (gedeelde) belangen en wijsheid van de Orte en kantons.

Zwitserse wijsheid en democratie

In Zürich werd de hervormer Huldrych Zwingli (1484-1531) bijvoorbeeld niet meteen op de brandstapel gezet, maar gehoord door het stadsbestuur. Hij wist deze zelfs te overtuigen en Zürich werd Protestant.

De twee (katholieke en protestante) Appenzellers ontstonden na een stemming in de Landsgemeinde van Appenzell Ausserrhoden (protestant) en de parochie van Appenzell Innerrhoden (katholiek) in 1597. Het protestante Bern bleef een bondgenoot van het katholieke Solothurn en Freiburg.

Er waren enkele religieuze burgeroorlogen (bijvoorbeeld in 1531, 1656 en 1712) en beeldenstormen (Basel 1529), maar over het algemeen kende deze scheiding een vredig verloop, wat uitzonderlijk is voor die tijd. De Sonderbundskrieg van 1847 had niet alleen religieuze, maar ook economische, constitutionele en geografische oorzaken.

1798

Tot 1798 zou de Eidgenossenchaft functioneren zonder Grondwet. Van 1798-1803 was de  Helvetische Republiek de eenheidsstaat met een Grondwet naar Frans model en principes van (rechts) eenheid, gelijkheid en broederschap.

De Untertanengebiete werden opgenomen in deze Republiek (Thurgau, Aargau, Vaud, Tessin) of gingen voor de Republiek verloren (Valtellina, Bormio en Chiavenna).  De kantons hadden in de eenheidsstaat echter geen zelfstandigheid meer, maar waren alleen administratieve eenheden.

De Zwitserse kantons pasten echter niet in de dwangbuis van een eenheidsstaat. Op 19 februari  1803 ontstond door de nieuwe (Franse) Grondwet (de Mediatonsakte ) een nieuwe Confederatie van negentien zelfstandige kantons (met de zes kantons).  De federale overheid (Der Bund) had nauwelijks competenties.

Na de nederlaag van Napoleon ontstaat op 7 augustus 1815 met het Bundesvertrag de Nieuwe Eidgenossenschaft en de Grondwet van de tweeëntwintig kantons (met Genève, Neuchâtel en Valais).

De Bund had nog steeds nauwelijks bevoegdheden, wel zijn alle kantons formeel gelijk. De kantons zijn nog steeds soevereine staten met hun eigen Grondwetten.

1815-1848

De jaren  1815-1848 zijn een belangrijke periode. De oude (oligarchische) structuren zijn in de meeste kantons weer aan de macht. De idealen van Volkssoevereiniteit, (directe) democratie en referenda zijn echter niet meer te stoppen en krijgen de steun van de liberale burgerij.

Dit leidt tot spanningen tussen en in de kantons, tussen federalisten (confederatie) en unionisten (eenheidsstaat), oude structuren (ancien régime) en radicaal-liberale groepen en  tussen katholieke en protestante kantons.

In  deze gecompliceerde situatie lukt het niet de Grondwet van 1815 te veranderen en het leidt zelfs tot een  korte burgeroorlog (Sonderbundskrieg) in  1847.

Deze escalatie leidt wel tot de Grondwet van 1848 (uiteraard na goedkeuring door het verplichte referendum), de eerste grote revisie in 1874 (met het facultatieve referendum), de revisie van 1891 (Volksinitiatief) tot de grote herziening van 1999, die, na het verplichte referendum, op 1 januari 2000 van  kracht is geworden.

1848-2000

De Grondwet is in de periode 1874-2000 honderdveertig keer aangepast. Iedere wijziging moet verplicht aan het Volk worden voorgelegd, of  het nu gaat om de invoering van  het evenredige kiesstelsel (1918), vrouwenkiesrecht (1971) of het nieuwe kanton Jura (1979).

De meeste aanpassingen hebben echter betrekking op het toekennen van nieuwe bevoegdheden aan de centrale overheid (der Bund) vanwege steeds meer overheidstaken (bijvoorbeeld op het gebied van milieu, sociale zekerheid, immigratie, transport).

Conclusie

De fundamenten van de Grondwet van 1848 zijn echter niet veranderd. Zwitserland is een confederale, sterk gedecentraliseerde democratische rechtsstaat waar de burgers op federaal, kantonaal en gemeentelijk niveau altijd het laatste woord hebben en de politieke kasten en hun netwerken kunnen controleren.

De Eidgenossenschaft en haar Grondwet zijn een succesvol eeuwenoud Bottom-up project van kantons en het Volk. Zwitserland toont wellicht het maximum haalbare in een verbond met vier talen en culturen.  Democratie laat zich nooit relativeren, ook niet op Europees niveau.

De Romandie

Op de wereldtentoonstelling in Sevilla in 1992 stelde de Zwitserse kunstenaar Ben Vautier “La Suisse n’existe pas”. Deze invalshoek was niet historisch gefundeerd, want het land is een feit.

De Romandie

Een legitieme vraag is echter of de Romandie of La Suisse romande, het franstalige deel van Zwitserland, wel bestaat. Taalkundig gezien is La Suisse romande een negentiende eeuwse creatie, voor het eerst gebruikt in 1837 door de Societé d’histoire de la Suisse romande.

Het begrip Romandie is tegenwoordig met name in gebruik in Duitstalig Zwitserland en vindt zijn oorsprong in het Interbellum (1918-1939), nadat Frans- en Duitstalig Zwitserland in de Eerste Wereldoorlog sympathiseerden met Frankrijk respectievelijk Duitsland (en Oostenrijk).

De emoties liepen hoog op en hebben in ieder geval de Franse identiteit versterkt. In 1918 werd l’Orchestre de la Romande suisse  opgericht, de opkomst van de media (kranten, radio, later TV) versterkten dit proces en Romande suisse raakte meer en meer geïnstitutionaliseerd.

Dit bleek bijvoorbeeld ook bij het streven van de (Franstalige) inwoners van de Jura om een zelfstandig Franstalig kanton te worden in de jaren na 1945. Dit leidde in de zestiger jaren zelfs tot geweld. In 1979 heeft het kanton Jura inderdaad gestalte gekregen.

Er was sprake van Franstalige solidariteit om te breken met het Duitstalige kanton Bern. De Röstigraben wordt het ook wel genoemd, die zich ook op andere (politieke) terreinen aftekent.

Tegelijkertijd bleek echter ook dat deze Franse eenheid en solidariteit niet zo vanzelfsprekend en tamelijk broos is.

Verschillen

De historische, religieuze, economische en economische verschillen in het Franstalige deel van Zwitserland zijn groot.

Het gebied bestaat uit zes kantons: Jura, Valais (Wallis), Genève (Genf), Vaud (Waadt), Fribourg (Freiburg) en Neuchâtel (Neuenburg).

De eerste complicatie is de tweetaligheid van Fribourg (de stad Freiburg was tot de veertiende en vijftiende eeuw vooral Duitstalig) en Valais.

Hoewel de religie tegenwoordig een minder grote rol speelt, lopen de katholieke en protestante scheidslijnen soms ook dwars door deze kantons en zelfs nabijgelegen steden en dorpen.

Daarnaast is de economische situatie per kanton verschillend en in historisch opzicht delen de kantons niet al te veel.

Jura 

Kanton Jura was tot 1792 /1797 deel van het prinsbisdom Bazel. Na de val van Napoleon in 1815 is het gebied verdeeld onder de kantons Bern en Basel-Stadt (en vanaf 1833 Basel-Landschaft). Diverse artikelen van de site gaan in op de historie van het prins-bisdom Bazel.

Genève

De historie van het soevereine graafschap Genève was in de middeleeuwen vooral gericht op het van het lijf houden van Savoie of juist het veroveren van Chablais, Gex en Faucigny en de onenigheid tussen de bisschop van Genève en het stadsbestuur.

Neuchâtel

Neuchâtel was vanouds een graafschap, vervolgens lange tijd in handen van een Duitse (1395-1504) en Franse dynastie (1504-1706). Na 1707 was de Pruisische koning prins van  Neuchâtel zelfs tot 1857, toen Neuchâtel al lid was van de Zwitserse Confederatie (vanaf 1815).

Vaud

Vaud is tot 1798 nooit een zelfstandig functionerend kanton of politieke eenheid geweest, maar werd eerst door Savoie en vervolgens vanaf 1536 tot 1798 door Bern (protestant) en Freiburg (katholiek) bestuurd. Dit verklaart ook de lappendeken aan religies in dit kanton.

Valais 

Valais bestaat uit een Franstalig deel (Bas-Valais, Unterwallis) en een tweetalig deel (Haut-Valais/Oberwallis), waar Duits domineert. Tot 1798 heeft Haut-Valais gedurende eeuwen Bas-Valais als bezet gebied bestuurd. De tweetaligheid is nog altijd een punt van aandacht en discussie.

Fribourg

Fribourg is vanaf de stichting van de stad in de twaalfde eeuw Duits- en Franstalig geweest. Lange tijd heeft Duits echter gedomineerd. Pas na de verovering van Franstalige steden en regio’s in de vijftiende en zestiende eeuw op de hertogen van Savoie is Freiburg steeds meer Fribourg geworden.

Constitutioneel

Ook juridisch of in de constitutie is nooit sprake geweest van een Romande suisse, maar werd de identiteit, zoals in heel Zwitserland, in de eerste plaats aan het kanton ontleend en vervolgens vanaf 1848 ook aan de federatie.

Tegenwoordig bestaat echter onmiskenbaar een Romande suisse, er is zelfs een Tour de Romandie, maar eerder door de rol van (moderne) media dan op basis van gedeelde historische, religieuze, economische of sociale wortels.

(Bron: C. Meuwly e.a. (Red.), Histoire vaudoise, Lausanne 2015), F. Walter, Une histoire suisse, Neuchâtel, 2016).

Het Volkslied van Zwitserland

Zwitserland heeft pas sinds 1961 officieel een volkslied. Aan het besluit was bijna een eeuw van zoeken voorafgegaan. Er waren zelfs competities om een geschikt lied te vinden.

Tot het einde van de jaren 1950 waren de liederen die het vaakst werden gespeeld bij officiële gebeurtenissen Rufst Du mein Vaterland (“Als mijn vaderland roept”) en de Schweizer Psalm (“Zwitserse psalm”) Trittst im Morgenrot daher… (“Als de morgenhemel rood wordt…”).

Het gedicht Rufst Du mein Vaterland is geschreven door Johann Rudolf Wyss (1782-1830. Het werd gezongen op de melodie van het Britse volkslied God Save the King/ Queen. In de 19e eeuw werd het ook gebruikt door talrijke andere koningen, hertogen en prinsen van het Duitse Rijk.

Tegenwoordig is de melodie van het Britse volkslied alleen nog in het Vorstendom Liechtenstein te horen op de tekst Oben am jungen Rhein lehnet sich Liechtenstein an Alpeshöhn.

De Zwitserse psalm

De Zwitserse Psalm werd gecomponeerd door Alberik Zwyssig (1808-1854). De melodie was oorspronkelijk een kerklied gebaseerd op de psalm Diligam te Domine. In 1841 zette Zwyssig de tekst van de Zwitserse Psalm op deze melodie.

Na verloop van tijd werd de tekst van Rufst Du mein Vaterland als verouderd beschouwd en bovendien leidde de melodie tot verwarring bij het spelen van het Zwitserse en het Britse volkslied. Daarom gingen er stemmen op om de Zwitserse psalm tot het officiële volkslied uit te roepen.

De Bondsraad heeft zich bij verschillende gelegenheden over deze kwestie uitgesproken. De eerste keer was in 1894. In 1933 volgde opnieuw een verzoek aan de Bondsraad in dezelfde bewoordingen als het verzoek van 1894. De Bondsraad gaf hetzelfde antwoord als in 1934: het volk en de kantons moeten beslissen.

In 1941 was het honderd jaar geleden dat de Zwitserse Psalm voor het eerst werd uitgevoerd. Om dit eeuwfeest te vieren, samen met de viering van 650 jaar Zwitserse Confederatie (1291), werd opnieuw een verzoek ingediend bij de Bondsraad om van de Zwitserse Psalm het enige volkslied van Zwitserland te maken.

De oorlogsjaren vond met echter minder geschikt dergelijke nationaal gerichte onderwerpen aan de orde te stellen. Het debat werd na de oorlog voortgezet.

Een verzoek van dertig leden van de Raad van Staten (Ständerat) leidde in 1954 tot nieuwe stappen en voorstellen. In 1955 werd besloten de regeringen van de kantons het laatste woord te geven.

1961

In 1961 koos de Bondsraad op basis hiervan Trittst im Morgenrot daher... tot volkslied, aanvankelijk voor een proefperiode van drie jaar. Niet ieder kanton was overtuigd.

In 1981 leidde overleg tussen de kantons tot de definitieve beslissing. De proefperiode, die sinds 1961 om de drie jaar was verlengd, werd afgeschaft.

Het Trittst im Morgenrot daher… was het officiële volkslied. Een motie die in 2004 in de Nationale Raad werd ingediend en waarin werd opgeroepen de tekst van het volkslied te moderniseren, werd in 2006 ingetrokken.

De geschiedenis eindigt hier echter niet. Velen beschouwen de tekst als achterhaald, te religieus en te Biedermeier en nieuwe initiatieven zijn aanhangig.

Het toont de zorgvuldige, langzame en voorzichtige Zwitserse besluitvormingsprocedures en culturele complexiteit in actie.

Het wordt echter niet als een probleem beschouwd. De kantons en de gemeenten zijn voor de meeste burgers het ware vaderland en de meeste burgers kennen de tekst niet, wat in veel landen het geval is.

De natie is zo multicultureel en kosmopolitisch dat men zich bovendien ook een Albanese, Portugese, Eritrese, Engelse of Kosovaarse versie kan voorstellen, zoals het nationale voetbalelftal, de Nati, laat zien.

Het Zwitserse volkslied van vier coupletten is beschikbaar in het Frans, Italiaans, Reto-Romaans en Duits.

(Bron en verdere imformatie: www.nb.admin.ch).

De Romeinse verovering van de Alpen

De Alpen in de Romeinse tijd

In de oudheid was de Alpenketen verdeeld van noord naar zuid: de Alpes Poenines (Alpes Poeninae), de Alpes Graies (Alpes Graiae), de Alpes Cottiennes (Alpes Cottiae) en de Alpes Maritimes (Alpes Maritimae).

De Graies en Poenische Alpen strekkten zich uit over verschillende Keltische regio’s en volkeren.

De Alpes Graies omvatten de Tarentaise, de Beaufortain en de Haut-Faucigny in het huidige Frankrijk . De Poenische Alpen lagen in het huidige kanton Wallis.

De Tarentaise en Wallis waren belangrijke routes naar Italië, Gallië (kortweg het huidige Frankrijk), de Rijn-regio en Britannia.

De passen

Diverse passen verbonden deze regio’s. De Cormet d’Arêches en Roselend verbond de Tarentaise met de Beaufortain, de Bonhomme en Forclaz du Prarion passen waren de verkeerswegen tussen de Beaufortain en Haut-Faucigny, de Balme en Forclaz de Trient passen verbonden de Val de Chamonix en Wallis.

De Kleine St. Bernard (Le Petit Saint-Bernard) verbond de Tarentaise met de Aosta Vallei (Valle d’Aosta) en de Grote St. Bernard (Grand-Saint-Bernard) Wallis met de Aosta Vallei (Valle d’Aosta).

De stammen

De Graies Alpen werden bewoond door de Ceutronen (Ceutrones). Hun hoofdstad was Aime (Axima) De Poenische Alpen werden bewoond door vier stammen: de Nantuaten, de Veragri, de Sedunas en de Uberi.

De Nantuates woonden in de Rhônevallei, vanaf het meer van Genève tot Saint-Maurice (Agaune) en hadden Massongex (Tarnaiae) als hoofdstad, de Véragres bewoonden de vallei hun hoofdstad Martigny (Octodorus).

De Sedunas bewoonden het gebied rond Sion (Sedunum) en de Uberi  woonden in Wallis tussen Sierre en Brig tot aan de bron van de Rhône op de Gotthard (Adulas mons of Columna solis).

De Romeinse verovering

De verovering van de Alpen door de Romeinen was ingegeven door de controle over de Alpenpassen en direct contact tussen de Italiaanse gebieden en het noorden van Romeins Europa.

Caesar had tussen 58-52 v. Chr. het grondgebied van, grofweg, het huidige Frankrijk bezet, nadat rond 122 v. Chr. zuidelijk Frankrijk al was veroverd. Tussen 25 en 15-13 v. Chr. veroverde keizer Augustus het territorium van het huidige Zwitserland, nadat in 25 v. Chr. de Aostavallei al was veroverd en de stad Aosta was gesticht.

(Source: A. Puéjean, les Alpes Graies et Poenines à l’époque romaine, Nîmes, 2015).

De Iglo van Hotel Kemmeriboden-Bad

In 2008 bouwde het Landgasthof Hotel Kemmeriboden-Bad (Kanton Bern) de eerste iglo op zijn binnenplaats. Omdat de vraag groot was, werden er van jaar tot jaar meer iglo’s bijgebouwd, tot er vandaag vijf zijn.

Het hotel Kemmeriboden-Bad is gebouwd in 1834 en heeft inmiddels de zesde generatie eigenaars.

Tegenwoordig telt het iglo-restaurant ongeveer 60 zitplaatsen en een eetzaal voor fondue. In het eerste jaar werd de natuursneeuw nog met vrachtwagens aangevoerd. Omdat dit duur en inefficiënt was, investeerde het Landgasthof in een eigen sneeuwinstallatie.

Een deel van de energie wordt opgewekt door de waterkrachtcentrale van het hotel. Het water komt volledig uit de eigen bronnen van het hotel.

De symbiose tussen hotel, natuur en iglodorp tovert de binnenplaats om tot een winters sprookje langs de Emme.

Moeder natuur blijft echter de belangrijkste partner van december tot maart.

(Bron en nadere informatie: www.kemmeriboden.ch).