Arena voor een boom

De boom in de Arena (Arena für einen Baum) is het middelpunt van het kunstwerk op de binnenplaats van het Landesmuseum in Zürich. De vrij toegankelijke  ‘Arena for a Tree’ is een stand-in voor de natuur en tegelijkertijd een krachtig pleidooi voor de natuur en het behoud ervan.

Het project is een vervolg op de Arena op de Münsterplatz in Bazel in het voorjaar van 2021 (zie Swiss Spectator 28 april 2021). De belangstelling voor bomen en hun omgeving gaat echter veel verder terug. De zorg voor het bos en het klimaat plaatste zijn project in het huidige perspectief.

De kunstenaar Klaus Littmann (1951) realiseerde in 2019 het project van 299 verschillende bomen in het voetbalstadion van Klagenfurt. De Oostenrijkse kunstenaar Max Peinter en diens tekening (uit 1971) met bomen in een stadion was de directe inspiratie. Andere kunstenaars, onder anderen Franz Gertsch (193o) met diens Waldweg (2013)  en Joseph Beuys (1921-1986) en diens Rettet den Wald (1982) en het planten van 7 000 eiken op de Documenta in Kassel in 1982.

Landschapsarchitect Enzo Enea koos in Bazel nog voor de ijzerhoutboom (Parrotia Persica) uit de toverhazelaarfamilie. De ijzerhoutboom komt uit het klassieke Perzië en is gewend aan verschillende seizoenen en verdraagt het stadsklimaat goed. Het doel van dit project was andere bomen in deze regio te introduceren in verband met het veranderende klimaat.

De omringende tribune, de arena, is gemodelleerd naar de groeiringen die de ouderdom van elke boom aangeven. De oneffenheden van boomschors vormen de inspiratie voor de buitenomtrek.

In Zürich heeft de kunstenaar echter gekozen voor een dode fruitboom. De Arena is dezelfde. De dode boom is echter een waarschuwing voor de mensheid en een aanmoediging om zelf wat te doen en in actie te komen.

Dit project krijgt de komende jaren een vervolg in Venetië en andere Europese steden.

Bron en verdere informatie: Isabel Zürcher, ‘Arena für einen Baum’ in Noëmi Crain Merz, Pascale Meyer (Red.), Im Wald. Eine Kulturgeschichte, Zürich, 2022).

Actuele historie van een pandemie

Geneeskunde is alomtegenwoordig, in tijden van Corona wordt dit overduidelijk. In de laboratoria worden analyses en interpretaties gegeven, medische kennis wordt in dichte opeenvolging en in grote aantallen gepubliceerd, besproken en soms herzien. De farmaceutische industrie draait op volle toeren.

In Bazel zijn pandemieën en geneeskunde al eeuwenlang aandachtspunten in wetenschap en industrie.

Achilles Mieg (1731-1799) entte op 29 mei 1756 de eerste kinderen in tegen pokken. Tegelijkertijd onderzocht de wiskundige Daniel Bernoulli (1700-1782) uit Bazel de effectiviteit van pokkeninenting met wiskundige methoden. Zijn werk wordt beschouwd als het eerste wiskundige model bij inentingen tegen besmettelijke ziektes.

Op 17 december 1882 stemden de burgers van Basel echter voor afschaffing van de verplichte vaccinatie. Ook toen al waren er hartstochtelijke voor- en tegenstanders.

Ziekenhuizen testen tegenwoordig therapieën en farmaceutische bedrijven ontwikkelen in hoog tempo vaccins. Tegelijkertijd bespreekt het publiek de resultaten van de geneeskunde en discussieert het over de betekenis ervan. Zelden zijn de resultaten zo zichtbaar en onderwerp van publiek debat geweest als in de afgelopen twee jaar.

De tentoonstelling in het Philosophicum in Basel illustreert aan de hand van geselecteerde episodes uit de geschiedenis van de geneeskunde in Basel het proces van kennisvergaring bij pandemieën en vaccins. Dit verloopt nooit lineair en bijna nooit zonder fouten en afwijkingen, geschillen en controverses, zoals de geschiedenis en het heden laten zien.

De tentoonstelling in de Duitse taal bespreekt daarnaast een groot aantal andere medische onderwerpen en ontwikkelingen vanaf 1500 tot heden.

De historische tentoonstelling, die lang voor de huidige pandemie is opgezet, is actueel. Ter begeleiding van de tentoonstelling biedt het Philosophicum een reeks lezingen met deskundigen aan.

Enerzijds staan zij stil bij ethische en maatschappelijk relevante vraagstukken en stellen zij deze ter discussie, anderzijds werpen zij licht op diverse gebieden van geneeskunde en onderzoek.

(Bron en nadere informatie: www.kosmoskoerper.ch).

De priorij van Corcelles

In het jaar 910 werd in Frankrijk de eerste steen gelegd van een benedictijnenabdij, die haar stempel zou drukken op de Europese geschiedenis: Cluny in het zuiden van Bourgondië. Ook de historische wortels van Corcelles (kanton Neuchâtel) zijn hierdoor gemarkeerd.

De priorij van Corcelles is in 1092 gesticht als kerk van de abdij van Cluny.

De kerk, sinds de Reformatie in 1530 een protestante temple, is een nationaal monument. In 2007 is Corcelles toegetreden tot het netwerk van Clunisian-sites (www.clunypedia.com/sites/suisse/corcelles-cormondreche).

De geschiedenis van Corcelles begint met de woorden in een oorkonde:

“In het jaar 1092 stichtte een zekere Humbert de priorij van Corcelles“. Met deze oprichtingsakte wordt de naam Corcelles onderdeel van de geschreven geschiedenis.

Humbert maakte de bedevaart naar Cluny, waar hij contact had met de beroemde abt Hugues (1049-1109), een van de belangrijkste abten van Cluny.

Humbert keerde terug naar Corcelles en besloot de kerk en haar bijgebouwen op te dragen aan God en zijn apostelen Petrus en Paulus en deze aan Cluny over te dragen. De monniken van Cluny namen intrek in de priorij tot de Reformatie in 1530/1531. De parochie Corcelles maakte deel uit van het bisdom Lausanne en het decanaat Neuchâtel.

De huidige kerk is ongeveer 26 meter lang, met een 25 meter hoge toren met torenspits. Twee kapellen, één uit de 15e eeuw en de andere uit de 20e eeuw, geven het gebouw de vorm van een kruis.

Verschillende restauraties en toevoegingen hebben in de loop der eeuwen het huidige aanzien van de kerk bepaald.

(Bron: Ann Robert, 900 ans d’histoire de la paroisse de Corcelle-Cormondrèche: 1092 – 1992. Corcelles, 1992).

 

Waarom Zwitserland ?

De derde editie van het Engelstalige boek (Why Switzerland) is de herziene en geactualiseerde klassieker over het unieke politieke, constitutionele en economische systeem van Zwitserland.

Deze nieuwe editie gaat in op de dubbele uitdaging van de globalisering en de Zwitserse betrekkingen met de EU, en op de vraag of Zwitserland wel een levensvatbaar, alternatief ontwikkelingsmodel biedt.

Zwitserland is een bijzondere en fascinerende plek. Zijn unieke instellingen en kiesstelsel(s), zijn directe democratie, de meerhoofdige uitvoerende macht, de goed functionerende overheidsdiensten, het Militie-systeem, de afwezigheid van stakingen, de zeer lage werkloosheid en staatsschuld, de kantonale en gemeentelijke autonomie, haar rijkdom, haar (economische) historie, de vier landstalen en de prachtige natuur maken het op zichzelf al interessant.

Er is ook een bijzonderheid. Zwitserland is een eiland omringd door de Europese Unie, en een grote meerderheid van de burgers wil geen lid zijn.

Het boek probeert drie samenhangende vragen te beantwoorden: waarom heeft zo’n uitzondering op de Europese normen standgehouden? Wat merken buitenstaanders op aan eigenaardigheden en kunnen zij er wat van leren of juist het omgekeerde? En ten slotte, kan zo’n buitengewone samenleving blijven bestaan wanneer veel van de omstandigheden waarin ze tot stand kwam, verdwenen zijn?

Jonathan Steinberg, Why Switzerland, derde editie, Cambridge 2015

De Nova Fundaziun Origin en Mulegns

Zwitsers kunnen wellicht geen bergen verzetten, maar wel het grootste (spoor) wegennet en de langste tunnels in bergen aanleggen. De Gotthard-basistunnel is hiervan een recent voorbeeld. Minder bekend zijn echter andere opzienbarende projecten die, op zijn Zwitsers, op lokaal niveau beginnen.

De Nova Fundaziun Origen (www.origen.ch) is hiervan een voorbeeld. De stichting, opgericht in Riom (kanton Graubünden in Oberhalbstein of Surses in het Romaans (Surmiran dialect) heeft al diverse cultuur-historische projecten gerealiseerd in deze regio.

De Weisse Villa (nu in Renovatie) na de Verschuiving 8 Meter naar achteren en Post Hotel Löwe

Het theater op de Julierpas (de Julierturm) is wellicht het bekendste project. Opzienbarend is echter het project om de monumentale Weisse Villa in  Mulegns te behouden.

Mulegns is een klein dorpje aan de weg die vanuit Tiefencastel via de Julierpas naar Oberengadin voert. Het  dorp was destijds, tot de opkomst van de auto en de Postauto, een rustplaats voor koetsen, paarden en hun (internationale) passagiers.

Het beroemde Post Hotel Löwe herinnert hier ook nog aan. Het hotel dateert uit de jaren 1830 en is in 1897 prachtig in Jugendstil gerenoveerd door de architect Nikolaus Hartmann. Het is een van de oudste Grand Hotels van Graubünden.

Post Hotel Löwe

De Witte Toren (der Weisse Turm)

In 1909 verzorgde een kleine aangebouwde elektriciteitscentrale de energievoorziening. Tot 1925 waren auto’s niet toegestaan in het kanton en vandaar dat koetsen,  paarden, stallen en koetshuizen tot 1925 prominent aanwezig waren. De omliggende boerderijen verzorgden het hotel met voedsel (met name melk, boter, eieren, groenten, vlees, kaas en soms zelfs vis).

De vele buitenlandse gasten hadden onder andere een cricketveld en een kleine hoteltuin tot hun beschikking.

Deze villa is in 1856 gebouwd door de beroemde Franse architect Jean Baptiste Lafarque (1801-1866) in opdracht van Jean (Gion) Jegher. Jegher was een ‘Zuckerbäcker’, die in Bordeaux, de stad van Lafarque, een vermogen had verdiend met zijn patisseries.

De Villa na verplaatsing van 8 meter

Bordeaux staat zelfs in Frankrijk bekend om zijn uitzonderlijke architectuur uit de negentiende eeuw, die weer gebaseerd was op de Franse Renaissance uit de zestiende eeuw.

De Weisse Villa was in een klein (boeren) dorp als Mulegns in 1856 dan ook opzienbarend. In Graubünden en de andere kantons hebben veel dorpen en kleine stadjes grootsteedse architectuur met invloeden uit de hele wereld.

Het is de stichting gelukt de Villa in december 2020 acht meter naar achter te verplaatsen om verbreding van de weg mogelijk te maken.

Momenteel wordt de villa weer in oude glorie en functie hersteld en ingericht als ‘Zuckerbackerei’. Het Post Hotel Löwe opende onlangs zijn deuren na een jarenlange renovatie.

De stichting is echter ook actief  in Riom met diverse theater-, zang- en dansprojecten in het huis. De rekwisieten voor de opvoeringen worden ook op locatie in het textielatelier in Riom gemaakt.

Internationale Bodensee-Konferenz

De aan de Bodensee  (Meer van Konstanz) grenzende  bondsstaten Baden-Württemberg en Beieren (Duitsland), Vorarlberg (Oostenrijk), de kantons Schaffhausen, Zürich, Thurgau, St. Gallen, Appenzell Ausserrhodenn en Appenzell Innerrhoden (Zwitserland) en Liechtenstein richtten op 14 januari 1972 de Internationale Bodensee-Konferenz (IBK) op.

Het doel van het IBK is de grensoverschrijdende samenwerking in de Bodenseeregio te bevorderen en de betrekkingen tussen de vier buurlanden en regio’s te versterken.

Een intergouvernementele commissie is gemodelleerd naar de reeds lang bestaande intergouvernementele commissie van Duitsland, Frankrijk en Zwitserland voor de regio Boven-Rijn. Zij  bestrijkt het spectrum van de betrekkingen tussen deze buurlanden op staatsniveau.

(Bron en nadere informatie: Internationale Bodensee-Konferenz)

Idylle in het dal, panorama op de bergen

Kalksteen in de Jura

Tweehonderd miljoen jaar geleden lag in Midden-Europa een subtropische zee. Het gebied van de bergketen Jura lag ook honderden meters onder de zeespiegel. In deze periode is de kalksteen gevormd.

De bergen en de bodem van de Jura, ongeveer 135 miljoen jaar geleden ontstaan, hebben een kalklaag van honderden meters dik. Vele miljoenen jaren bleef de kalk onaangeroerd.

Tot de komst van de Romeinen in de eerste eeuw v. Chr. Zij introduceerden de steengroeven voor het afgraven van kalksteen. De stad Soleure ( Saladorum in het Latijn) en Romeinse villa’s, tempels en andere publieke gebouwen in deze regio van de kantons Solothurn en Basel-Landschaft  zijn in de Romeinse periode (tot begin vijfde eeuw) gebouwd van dit kalksteen. Na het vertrek van de Romeinen verdween ook het gebruik van Kalksteen.

Pas duizend jaar later werd kalksteen weer een veelgebruikt bouwmateriaal. De barokke stad Solothurn is voor het grootste deel gebouwd met kalksteen.

Deze steensoort is in diverse soorten, kleuren en kwaliteiten aanwezig. Per soort is het geschikt als bouwmateriaal, voor decoratieve functies of bijvoorbeeld voor beeldhouwwerken. Iedere regio heeft zijn eigen soort kalksteen, bijvoorbeeld in Laufen, Liesberg of Solothurn.

De Chessiloch

Bij de plaats Grellingen (kanton Basel-Landschaft) hebben de kalkrotsen wel een hele bijzondere toepassing gevonden. Deze plaats ligt aan de Birs en bij een spoorwegbrug. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewaakten militairen deze brug.

De militairen schilderden de wapens, landschappen en monumenten (onder andere de abdij van St. Gallen) van hun kantons, emblemen van hun legeronderdeel, Zwitserse symboliek, onder ander Vrouwe Helvetia en Willem Tell, en zelfs portretten van hun generaals op de rotswanden van de Chessiloch. Deze zijn nog steeds te zien en een belangrijk monument en document uit deze periode.

Chaltbrunnental

De Chessiloch is ook het begin van het natuurgebied Chaltbrunnental of Kaltbrunnental. Zoals de naam al aangeeft is het dal koud en vochtig en een plaats met veel bronnen en beekjes. Het dal doet zijn naam alle eer aan. De idyllische Ibach, Schällbächli, Chastelbach zijn maar enkele van de vele wildstromende beekjes.

De (soms enorme) met most begroeide rotsblokken en de vele gevallen boomstammen in de beekjes, de rotsen en hun door erosie fraai gevormde wanden met hun holen (en holbewoners uit de prehistorie), de watervalletjes en stroomversnellingen in een decor en plafond van hoge loof- en naaldbomen waar de zonnestralen doorheen schijnen, doen de tijden van Jurassic Park herleven.

Door de vochtige omgeving gedijen er ongeveer 70 mossoorten en soms zeldzame  bodemvegetatie, zoals de struikmos, de goudveil, paarbladig goudveil, knikkend nagelkruid, daslook en de dagkoekoeksbloem.

Panorama

Bij het verlaten van het dal openbaart zich in kanton Solothurn een andere wereld van bossen, bosbouw, dalen, boerderijen, weiden en hun vele paarden en schitterende panorama’s naar de Jura en de Vogezen in Frankrijk.

Zelfs in deze omgeving zijn de historie, levensbeschouwingen, industrie, religie en bewoonde omgeving nooit ver weg. Vanaf de toppen van de eerste Homberg  (793 meter) en de tweede Homberg (898 meter) zijn onder andere de torens van Roche in Bazel, het middeleeuwse kasteel van Pfenningen, het Goetheanum in Dornach, de grote kerk van Seewen en verscheidende dorpen te zien.

Overigens maakt het Chaltbrunnental deel uit van het Karstlehrpfad (www.karstlehrpfad.ch).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Corcelles-Cormondrèche

De twee dorpen hebben een historie die terug gaat tot de vroege middeleeuwen. Langs de oevers van het meer van Neuchâtel zijn veel plaatsen die beginnen met Cor, wat staat voor Curtes of Cour, het hof. Corcelles en Cormondrèche zijn twee voorbeelden, Cortaillod of Coffrane ook. 

De dorpen Corcelles en Cormondrèche (kanton Neuchâtel) fuseerden in 1889. De twee dorpen telden 560 inwoners in 1 750. tegenwoordig zijn het er meer dan 4700. Zelfs de pest in 1629 (160 doden op 500 inwoners) heeft de groei van de bevolking op de lange termijn niet vertraagd.

Het kasteel van Cormondrèche

Voor de industrialisatie van de 19e eeuw was de economie vooral gebaseerd op wijn-en landbouw.

De Prieuré van Cormondrèche is een prachtig erfgoed uit de 16e eeuw. De wijnkelders en de lokale broederschap dragen  nog steeds deze naam et zijn er nog steeds gehuisvest. Deze Prieuré heeft dus geen religieuze betekenis. Dit in tegenstelling tot de naamgenoot in Corcelles.

De abdij van Corcelles

Oorspronkelijk was de Prieuré (Priorij) van Corcelles (Curcellis in de Middeleeuwen) een Romaanse kerk. Rond 1092 werd de kerk aan de abdij van Cluny aangeboden om een priorij te stichten die gewijd was aan de apostelen Petrus en Paulus.

Sinds 2007 heeft Corcelles zich om deze reden aangesloten bij de culturele route van het netwerk van Cluny-sites (l’itinéraire culturel du réseau des sites clunisiens).

De gemeente Corcelles-Cormondrèche (1 januari 2022 gefuseerd met de gemeente Neuchâtel) heeft een (middeleeuws) verhaal te vertellen.

(Bron en verdere informatie: (www.corcelles-cormondreche.ch).

Cormondrèche, le Prieuré (van wijn)

Bazel, Fasnacht en Zwitserland

De Fasnacht van Bazel, dit jaar van 7 tot en met 9 maart 2022, is sinds 2017 UNESCO-werelderfgoed. Wat maakt een dergelijk evenement tot een erfgoed en waarin onderscheidt het zich van soortgelijke eeuwenoude tradities ?

Fasnacht

De Franse vertaling voor Fasnacht is ‘le Carnaval de Bâle’. In andere landen, bijvoorbeeld Nederland en Duitsland, is dit evenement verbonden met de katholieke kalender van het begin de vastentijd van veertig dagen tot aan Pasen.

Bazel onderscheidt zich al op dit punt: de Fasnacht vindt een week later plaats. Dat heeft het protestante Bazel in 1529 besloten. In het katholieke Luzern en andere plaatsen vindt de Fasnacht volgens de katholieke kalender plaats.

De traditie van de Basler Fasnacht gaat terug tot de veertiende eeuw en is dan nog nauw verbonden met de vastentijd in combinatie met de presentatie van de wapens door de schutterij. Zij marcheerde door de stad in de vroege morgen begeleid door marsmuziek.

De huidige gedaante en activiteiten van de Fasnacht ontwikkelden zich met name vanaf de Eerste Wereldoorlog tot wat ze tegenwoordig is. De website van het Fasnacht-Comité biedt een goed gedocumenteerd overzicht (www.fasnachts-comite.ch).

Bazel  

Bazel heeft historisch en cultureel een bijzondere plaats in de Zwitserse Confederatie, waarvan de stad in 1501 als kanton lid werd.

Het kanton Basel-Stadt (voortgekomen uit de afsplitsing van Basel-Landschaft in 1833) is een drielandenpunt. Het heeft tot 1501 een neutrale positie ingenomen in de conflicten tussen de Eidgenossenschaft of  de Zwitserse Confederatie van kantons en Habsburg en haar bondgenoten.

De nederlaag van Habsburg in de Swabenkrieg en de vrede van Bazel in 1499 effenden het pad voor toetreding. De oriëntering van Bazel is echter economisch altijd meer gericht geweest op de Franse én Duitse regio’s dan op de binnenlanden van de Confederatie. De huidige Vereniging Regio Basiliensis (www.regbas.ch) is een voorbeeld van deze nauwe samenwerking.

Werelderfgoed

Wat maakt deze Fasnacht, dit carnaval, nu echter zo bijzonder om in aanmerking te komen voor de status van werelderfgoed ? Het is met name de combinatie van de muzikale omlijsting, de veelal fantastische kostuums, de creativiteit en humor van de Laternen, het Fasnacht cabaret (de Schnitzelbängg), de theatervoorstellngen, de betrokkenheid van honderden formeel geregistreerde cliques (verenigingen van Fasnacht) met tienduizenden muzikaal geschoolde leden en talloze informele gezelschappen.

Wat echter vooral indruk maakt is de beleving van dit evenement. Naar schatting bezoeken ongeveer 200 000 mensen en inwoners van de stad de Fasnacht, tienduizenden deelnemers marcheren met hun piccolo’s, tamboerijnen en blaasinstrumenten drie dagen door de stad, vanaf de maandag om 04.00 (de Morgestraich) tot donderdagmorgen 04.00.

De Fasnacht heeft het karakter van een feestelijke processie en een (veelal, niet altijd hoogstaand) muzikaal feest van blaasinstrumenten (de Guggen), piccolo’s en tamboerijnen.

De ingetogen sfeer, het respect voor elkaar en de andere cliques die elkaar regelmatig kruisen in de overvolle steegjes, mogelijk gemaakt door de interne organisatie, de geoefendheid en discipline van de cliques, de afwezigheid van lolbroekerij en drankgelagen op de openbare straat, de ironie en de milde satire en vooral de betrokkenheid van de burgers.

Bazel, Fasnacht en Zwitserland

Bazel en haar Fasnacht vertegenwoordigen het typische van Zwitserland. Een goede organisatie, een serieuze en professionele uitvoering door amateurs van alle rangen en standen, leeftijden, mannen en vrouwen, een hoog cultureel niveau, een grote betrokkenheid bij de eigen gemeenschap en tradities, maar open voor veranderingen en aanpassingen, veelal met belangstelling voor andere samenlevingen en het buitenland en respect voor elkaar.

Ook het zo verfoeide eeuwenoude bankgeheim vindt hierin haar basis en niet in het stallen van zwart en fout geld van met name na 1940. Pecunia non olet, dat geldt, helaas, ook voor Zwitserse banken, die geen uitzondering, maar eerder de regel zijn in deze bedrijfstak.

De Basler Fasnacht is een driedaags feestelijk evenement, zoals het carnaval dat ook is. Ze onderscheidt zich echter door haar Basler en Zwitserse kenmerken. Een groots festival in een klein kanton. Niets typeert de ingetogenheid en bescheidenheid van Fasnacht treffender als twee fietsende Fasnächtler(innen?) in het centrum van Bazel.

Origen’s Cultuurcampus

Het ene huzarenstukje van de Stichting Origen (Nova Fundaziun Origen) in Riom (kanton Graubünden) is nog maar nauwelijks afgerond, of het volgende dient zich al aan.

De verplaatsing van acht meter van de Weisse Villa (Witte Villa) in Mulegns om plaats te maken voor een verbreding van de autoweg heeft in december 2020 met goed gevolg plaatsgevonden. In dezelfde plaats renoveert de stichting ook het fameuze Post Hotel  Löwe onlangs gerenoveerd.

Daarnaast heeft de Stichting in 2017 op de Julierpas op een hoogte van 2 284 meter een theater (de Julierturm) neergezet, waar regelmatig muziek-, dans- en toneelvoorstellingen plaatsvinden. Ook in Riom vinden uitvoeringen op diverse locaties plaats.

In 2023 zal de theatertoren echter weer worden afgebroken. Om deze reden heeft de stichting het plan om niet alleen een nieuw theater, maar zelfs een cultuurcampus in Riom te bouwen.

Deze campus biedt dan een theater, overnachtings- en kantoorplaatsen voor de stichting en haar professionele gasten, oefenruimtes, opslagplaatsen, lesruimtes, gastronomie en bijvoorbeeld ateliers voor toneelkleren en rekwisieten.

Het budget wordt geschat op 15 miljoen CHF. De belangrijkste en meest urgente stap is de bouw van een nieuw theater.

De Stichting heeft getoond villa’s te kunnen verplaatsen en theaters op 2 284 meter te kunnen bouwen. De cultuurcampus van Riom maakt ook een goede kans op realisatie.

(Bron en verdere informatie: www.origen.ch)