Kasteel van Soyhières

Rond 1102 werd de naam van het kasteel, gelegen aan de rivier de Birs vlakbij Delémont (Delsberg) in het (huidige) kanton Jura, voor het eerst genoemd. De graven van Soyhières, de eerste eigenaars, kwamen uit de Elzas. Ze waren vazallen van de graven van Ferrette.

In 1271 werd het kasteel verkocht aan de bisschop van Basel, Henri de Neuchâtel. Het werd gedeeltelijk verwoest door de aardbeving van 1356, die ook een groot deel van de stad Basel verwoestte.

Het kasteel kwam vervolgens in handen van opeenvolgende Heren, waaronder Jean de Delle, Thiébaut de Neuchâtel, Jean en Pierre de Blamont, en Henri d’Asuel-Boncourt.

Het kasteel werd tijdens de Swabenkrieg in 1499 door keizerlijke (Habsburgse) troepen verwoest en nooit meer opgebouwd. Het kasteel bleef tot de Franse inval (1792) in handen van het bisdom Bazel.

Het gebied werd ingelijfd in het departement Mont Terrrible en vanaf 1800 in het departement Haut-Rhin. Na 1813 waren er verschillende eigenaren.

Ongeveer 75 jaar geleden werd het kasteel overgenomen door de Société des amis du château de Soyhières die er onder meer een prachtige ridderzaal inrichtte en het kasteel weer toegankelijk maakte voor het publiek.

(Bron: en meer informatie: www.soyhieres.ch).

St. Chrischona in Bettingen

De St. Chrischona is de enige berg (522 meter) van het kanton Basel-Stadt. Het nabijgelegen dorp Bettingen is een van de drie gemeentes in dit kleine kanton.

De twee andere gemeentes zijn Bazel en Riehen. Het gebied van het kanton ligt voor het grootste deel aan de rechter Rijnoever, omgeven door Duits grondgebied. Alleen het kanton Schaffhausen overtreft wat dit betreft kanton Basel-Stadt.

Bettingen is een van oorsprong Alemannisch dorp en eigendom van verschillende  vorsten en burghers. De stad Bazel kocht Bettingen in 1513, met name vanwege de commercieel interessante bedevaartskerk  St. Chrischona. Bazel kocht Riehen in 1522.

Chrischona

Tot de komst van de nationaalstaten na 1815 was  de Rijn niet de natuurlijke grens. Veel abdijen, bisdommen, Hertogdommen, Graafschappen en andere politieke eenheden bezaten landgoederen in de Zwitserse Confederatie en andersom.

De laatste buitenlandse bezittingen waren van Habsburg: Tarasp tot 1803 en Rhäzuns tot 1819. het kanton Neuchâtel was tot 1857 zelfs formeel een prinsdom van de Pruisische koning, maar vanaf 1815 ook volwaardig lid van de Zwitserse Confederatie.

De kerk

De eerste kerk op de berg is in de  zevende eeuw gebouwd.  De kerk ligt op het hoogste punt van het kanton (522 meter) en biedt een prachtig uitzicht op de Rijn, Bazel, de Alpen, de Jura en de zuidelijke uitlopers van het Zwarte Woud.

Ze was gewijd aan de heilige Chrischona. Volgens de legende (Legenda Aurea) zouden Chrischona en haar twee zusters de (beruchte) reis van Ursula en 11 000 maagden naar Keulen overleefd hebben. Chrischona zou vervolgens op de plek van de kerk zijn overleden. Haar (vermeende) overblijfselen werden in 1506 in deze kerk bijgezet.

De eerste kerk stamt uit de zevende eeuw. Daarna is de kerk in de Karolingische en Romaanse stijl herbouwd. De huidige (gotische en renaissance) kerk is in de vijftiende en zestiende eeuw tot stand gekomen en was ze een bedevaartsoord. Na de reformatie is ze in verval geraakt.

Sinds 1840 is het een complex voor een protestante opleiding van met het doel de afgestudeerden uit te zenden voor missiewerk. Tegenwoordig heeft het complex ook andere doelen en faciliteiten.

De nabijgelegen televisietoren van 250 meter biedt een fantastisch uitzicht op het Zwarte Woud, de Vogezen, de Jura en de Alpen.

Bettingen was tot 1918 overigens de grensplaats met achtereenvolgens het Groothertogdom Baden (1806-1918), de republiek Baden (1918-1933), het Duitse Derde Rijk (1933-1945) en de deelstaat Baden-Württemberg.

(Bron en verdere informatie: www.chrischona-campus.ch)

Wintersport Engadin

De grootste groei van het toerisme en bad- en Spatoerisme in Zwitserland en Engadin in het bijzonder vond plaats tussen 1870 en 1914.

Met de opkomst van de spoorwegen, de verbetering van de alpenpassen (onder andere van Bivio naar Silvaplana), nieuwe wegen (voor koetsen, onder andere tussen Poschiavo en Pontresina), tunnels en de opkomst van het gezondheidstoerisme kwamen na 1850 steeds meer (Engelse) bezoekers uit welgestelde kringen naar Engadin, aanvankelijk alleen gedurende de zomer.

Het was bevorderlijk voor het prestige indien een lang verblijf in een prestigieus hotel of kuuroord gemeld kon worden. Scuol, Tarasp, Sils Maria en bijvoorbeeld St. Moritz stonden in het middelpunt van deze groei.

In St. Moritz, evenals in Tarasp bijvoorbeeld, kwam het initiatief voor de bouw van comfortabele en grote hotel van lokale inwoners. In St. Moritz werden hotel Kulm, Grand Hotel des Bains en het Kurhaus vanaf 1850 gebouwd en/of uitgebreid.

Een bijzonder initiatief verdient aandacht: de eigenaar van hotel Kulm, Johann Badrutt (1819-1889) nodigde op zijn kosten Engelse gasten rond 1865 uit voor een verblijf in zijn hotel in de winter, daarvoor was het verblijf uitsluitend in de zomer.

Het zou het begin van de wintersport en grote (blijvende) groei en bloei van St. Moritz zijn. Sindsdien zijn de bobslee, curling, rodelen, skiën en kunstschaatsen en de Olympische Winterspelen (1928) niet meer weg te denken uit St. Moritz.

(Bron: T. Cavadini Canonica, A. Cavadini, Das Engadin. Kurze Geschichte einer Alpinen Welt, Sondrio, 2009).

Het kasteel van Annecy

Rond 1030 werd Genève de hoofdresidentie van een graafschap dat zich onder andere uitstrekte over grote delen van de Genevois, Les Gex en Faucigny in het huidige Frankrijk.

De dynastie kwam in conflict met de bisschoppen van Genève en de graven verplaatsten hun residentie naar Annecy in de Genevois. Het kasteel van Annecy wordt voor het eerst genoemd in 1219. Het was in deze tijd nog een eenvoudige constructie met muren en enkele torens.

De eeuwen daarna werd het complex steeds verder uitgebreid, onder andere met de Tour de la Reine, de ridderzaal, diverse torens, woon- en slaapafdelingen en steeds grotere en stevigere stadsmuren. Vanaf het begin van de 13e eeuw volgden vijf generaties graven elkaar op.

De laatste graaf stierf in 1394 zonder nakomelingen. Graaf Amédée VIII van Savoye (1391-1439) kocht de Genevois en Annecy werd een Savoyaardse stad.

Onder zijn bewind werden de grenzen van Savoie snel uitgebreid. Het kasteel werd vergroot en er werden grote werken uitgevoerd: de grote zaal (magna aula), nieuwe residenties, de kapel en de torens van Saint-Paul en Saint-Pierre werden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via een verbinding met het kasteel.

De graven werden hertogen en leden van de dynastie trouwden met de belangrijkste (koninklijke) families. Het was de periode van de grandeur van de Hertogen van Bourgondië en ook het kasteel van Annecy ging mee in deze culturele bloei.

Charlotte van Orléans (1512-1549) nam in 1533 het initiatief tot de bouw van het Logis de Nemours, een luxueuze residentie in de stijl van de Renaissance. Jacques de Genevois-Nemours (1531-1585) liet in 1571 het Logis Neuf bouwen, de laatste grote uitbreiding. De eeuwen daarna onderging het kasteel rampspoed (branden, belegeringen, Franse bezetting), en telkens weer herbouw en renovaties tot in de negentiende eeuw.

Het prachtige complex is tegenwoordig een museum (www.musees.annecy.fr).

(Bron en nadere informatie: P. Lanternier, S. Marin, Du châteu-fort au musée. Chronique d’un monument historique, Annecy 2011).

Jubileum meertaligheid

Meertaligheid in schoolklassen en op het werk is al jaren een realiteit en neemt nog steeds toe. Het evenement in het Sprachpanorama in Laufenburg (Kanton Aargau) biedt de gelegenheid om de verschillende dimensies van meertaligheid te verkennen, waarbij de deelnemers in kleine groepen de negen verschillende thema’s verkennen en deelnemen aan workshops en rondleidingen.

De tentoonstelling op 20 mei gaat over de rol van talen in het dagelijks leven, welke talen worden gebruikt, met wie en waarvoor, de ervaringen en gevoelens, de voor- en nadelen van meertaligheid en meertaligheid in de samenleving.

Sprachpanorama in Laufenburg

Het Sprachpanorama in Laufenburg (Kanton Aargau) presenteert een permanente tentoonstelling over Zwitserse dialecten, het dialectlandschap in al haar variaties, de geschiedenis van de Duitse taal vanaf de Germaanse periode tot de 20e eeuw en de meertaligheid in Zwitserland.

Andere onderwerpen zijn lezen en schrijven, de oorsprong van het alfabet, de taalfamilies en de taalverscheidenheid in de wereld.

Anderzijds is het Sprachpanorama een educatief instituut over communicatie en organiseert het workshops, rondleidingen en bijscholing. Het Sprachpanorama traceert de mechanismen van het interculturele samenleven en de taal.

(Bron en nadere informatie: www.sprachpanomara.ch).

Natuurbeschermingsgebied Häftli

De Häftli bij Büren en Meinisberg (kanton Bern) is sinds 1991 een water- en vogelreservaat van nationaal belang. Het gebied is ontstaan door de samenvoeging van de rivieren Aare en Zihl. De rivieren werden afgedamd, waardoor een nieuw waterlandschap ontstond.

Na de voltooiing van het kanaal Nidau-Büren in 1891, tijdens de eerste watercorrectie van de Jura (de Juragewässerkorrektion van 1868-1891), daalde het waterpeil en ontwikkelde de Häftli zich tot een stilstaand waterbekken.

Tijdens de tweede watercorrectie van de Jura (1963-1973) werd een doorlaatbare dam gebouwd, waardoor vers water de Häftli kon binnenstromen. Ook water uit het kanaal Nidau-Büren stroomt naar de Häftli.  Hierdoor is het karakter van een rivierloop behouden.

Juragewässerkorrektion/la correction des eaux du Jura

Na het terugtrekken van de Rhônegletsjer aan het einde van de laatste ijstijd, 15.000 jaar geleden, vormde zich een groot aaneengesloten meer in het gebied tussen de huidige plaatsen Solothurn en La Sarraz (Kanton Vaud).

Nadat de uitstroom van het meer de eindmorene had geërodeerd, zakte het water weer. Het puin dat vanuit de bergen naar beneden spoelde, vulde de vlakte tot in het stenen tijdperk de drie huidige meren: Het meer van Neuchâtel, het meer van Murten en het meer van Biel.

Vanaf de Middeleeuwen verslechterden de waterstanden. Seeland werd een moerasachtig gebied met overstromingen en watersnoodrampen.

Pas met de technische mogelijkheden van de industrialisatie en het ontstaan van de federale staat in 1848 kwam de doorbraak voor ingrepen in de waterhuishouding in deze regio.

De correctie van de wateren in het Driemerengebied (meren van Neuchâtel, Murten en Biel) in de 19e eeuw is een uitstekend voorbeeld van ingenieurskunst, de Deltawerken van Zwitserland  (Juragewässerkorrektion/la correction des eaux du Jura).

Het project van ingenieur Richard La Nicca (1794-1883) werd uitgevoerd tussen 1868 en 1891.

Het omvatte kanalen tussen de meren van Biel en Neuchâtel (Zihlkanal) en Murten en Neuchâtel (Broyekanal), de omleiding van de Aare van Aarberg naar het Bielermeer (Hagneckkanal), de kanalisering van het laatste deel van de (Alte) Aare van Büren naar Nidau (Büren-Nidaukanal) en de verlaging van het waterpeil in de drie meren met enkele meters.

In 1899 werd bovendien de waterkrachtcentrale (Laufwasserkraftwerk) Hagneck in werking gesteld.

Er waren echter toch nog enkele overstromingen. De tweede watercorrectie werd uitgevoerd tussen 1962 en 1973 en omvatte de bouw van het waterleidingbedrijf van Flumenthal en de uitbreiding en verbreding van de kanalen van Hagneck, Broye, Zihl en Nidau-Büren.

Uiterwaarden en vogelsoorten

De Uiterwaarden van de Häftli worden gekenmerkt door de periodieke schommelingen van het waterpeil. Deze bewegingen voeren vers water aan. Flora en fauna die gedijen in deze omgeving hebben de overhand. De dynamiek van het water creëert een mozaïek van leefgebieden en een buitengewone diversiteit aan soorten.

In de Häftli komen meer dan 200 verschillende (trek) vogelsoorten voor. Verschillende beverfamilies hebben hier ook een thuis gevonden. Het gebied is ook een belangrijke plaats voor kikker- en salamandersoorten.

In de aanslibbingszones groeien zeldzame plantensoorten. Dankzij het hoge grondwaterpeil komen de bomen met hun wortels bij het water en blijft het karakter van het uiterwaardenbos behouden.

(Bron en verdere informatie: www.bueren.ch; www.be.ch).

Het Laboratorium van de vooruitgang

Waarom en wanner is het kleine Zwitserland tot een relatief grote economische macht geworden in de twintigste eeuw?

De basis gaat eeuwen terug tot de periode van de vijftiende tot de negentiende eeuw.  De handel in centraal-Zwitserland floreerde na de opening van de Gotthardpas in de dertiende eeuw. De Confederatie met haar machtige steden kwam tot ontwikkeling. Bern was de machtigste stadsstaat ten noorden van de Alpen in de zestiende eeuw.

Reeds in de 18e eeuw hadden vele regio’s een hoog niveau van economische en industriële ontwikkeling bereikt.

Er waren talloze productieplaatsen voor onder andere textiel en vele handelshuizen in alle uithoeken van het land, van Appenzell tot Genève, van St. Gallen tot Neuchâtel.

Zwitserse ondernemers en kooplieden waren te vinden op alle markten van het continent en de wereld, tot aan China en Amerika toe. Grondstoffen uit de hele wereld werden ingevoerd, verwerkt, geraffineerd en vervolgens in grote hoeveelheden aan Europa en overzee verkocht.

Dit boek bespreekt de periode in de negentiende eeuw, in het bijzonder na de totstandkoming van de nieuwe Confederatie in 1848.

In de jaren 1860 was Zwitserland het meest bezochte land van Europa. Het land veranderde in een snel tempo. Dit proces was ingrijpend en betrof de meest uiteenlopende gebieden van industrie, infrastructuur, economie en samenleving.

Het Zwitserse spoorwegnetwerk was in 1875 het meest uitgebreide van Europa, langs de lijnen waar de pioniers in de jaren 1850 en 1860 waren begonnen. De Grand Hotels zijn de paleizen van de Belle Epoque. Het emigratieland werd een immigratiebestemming. Het trekpaard van de industrialisatie in de 18e en 19e eeuw werd een post-industriële zone met hoogwaardige industrieën en dienstverlening.

Het boek legt de bronnen en processen bloot die deze ontwikkeling in de 19e eeuw in gang hebben gezet en is lectuur voor iedereen die wil weten hoe Zwitserland een succesvolle industriële, dienstverlenende en economische natie is geworden.

Joseph Jung, Das Laboratorium des Fortschritts. Die Schweiz im 19. Jahrhundert,  Zürich, 2019.

 

Benefiet Concert UNICEF

De geopolitieke situatie is, naast de Covid-pandemie, ernstiger, onzekerder en gevaarlijker dan tot voor een maand geleden voor mogelijk werd gehouden.

De bescherming van kinderen in het bijzonder is van het allergrootste belang en heeft voor UNICEF de allerhoogste prioriteit. Iedereen kan op zijn of haar manier bijdragen en invloed uitoefenen.

In deze context organiseren het kamerorkest van Genève en het Nexus-orkest een benefietconcert voor UNICEF.

De orkesten zullen Dvoraks Symfonie nr. 9 “Uit de nieuwe wereld” ten gehore brengen. De Celliste Camille Thomas, een bekende artieste voor UNICEF, is de speciale en speelt het concerto van Edward Elgar uit 1919.

Bron en meer informatie: www.illyria.ch

Het Historische Lexicon van Zwitserland

Het Historische Lexicon van Zwitserland (Das Historische Lexikon der Schweiz, DHL) Le Dictionnaire historique de la Suisse, HLS) is een wetenschappelijk samengestelde, in een netwerk opgenomen, actuele en multimediale gespecialiseerde encyclopedie over de Zwitserse geschiedenis.

Het is een vrijwel complete bron van historisch-cultureel onderzoek en een  aantrekkelijke online-informatiedienst voor het grote publiek.

De (identieke) inhoud wordt aangeboden in drie landstalen: Duits, Frans en Italiaans.

Het uitgangspunt van de online versie zijn de ruim 36 000 artikelen van de gedrukte editie (gepubliceerd van 2002 tot 2014). Deze worden voortdurend thematisch uitgebreid, conceptueel vernieuwd, consequent aan elkaar gekoppeld en aangepast aan de multimediale eisen van het nieuwe medium. Tegelijkertijd wordt de inhoud systematisch aangevuld.

De inhoud weerspiegelt de culturele verscheidenheid van Zwitserland en de verschillende historische realiteiten van zijn kantons en culturele gebieden. Bijzondere aandacht wordt besteed aan meertalige historische historie en verscheidenheid.

Het Lexicon presenteert de culturele geschiedenis van het gebied dat tegenwoordig Zwitserland vormt. Het omvat ook gebieden die later tot de Confederatie zijn toegetreden en gebieden die de Confederatie hebben verlaten.

De inhoud besteedt ook bijzondere aandacht aan de nauwe banden van Zwitserland met omliggende regio’s en Europa.

Die Schweizerische Akademie der Geistes- und Sozialwissenschaften, Bern, online: https://hls-dhs-dss.ch

 

Cultuur en historie in de Val Müstair

Een kleine vallei met ongeveer 1 600 inwoners, zes (grotere) dorpen en toch enkele wereldberoemde en unieke bezienswaardigheden en opmerkelijke linguïstische, culturele en historische feiten: dat is de Val Müstair in het uiterste oosten van Zwitserland, aan de grens met Zuid-Tirol en Lombardije in Italië. Hieronder komen de belangrijkste instellingen aan de orde. Daarnaast zijn er nog diverse galeries en andere private organisaties.

De lokale spreektaal is Jauer, een Romaanse variant van het Vallader in Unterengadin. In Zuidtirol, in de regio van Taufers, is de spreektaal het Vinschauer dialect, in Lombardije het Ladinisch, een aan het Romaans verwante taal.

Karel de Grote (748-814) kende deze vallei als geen ander: hij verbleef hier in 774 en 775 voorafgaande en bij terugkeer van zijn veldtocht tegen de Longobarden. Het rond deze tijd gestichte klooster St. Johann in Mustair (Claustra Son Jon) dankt er zijn bestaan aan.

De kerk in Sta. Maria is ook omstreeks deze tijd gesticht. Het dorp heette toen nog Silvaplana, maar nam in de loop der tijd de naam aan van de kerk, zoals vaak het geval was. Müstair betekent bijvoorbeeld ook klooster.

Sta. Maria

Het dorp ligt aan de voet van de Umbrailpas, een van de hoogste Zwitserse passen op 2503 (of 2501) meter, al naar gelang de Italiaanse of Zwitserse meting! Tot 1918 was Oostenrijk de buurman. Italië verwierf Zuid-Tirol na afloop van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) als resultaat van de onderhandelingen in Versailles (1918-1919). De Umbrailpas heet sindsdien aan de Italiaanse kant de Giogo di Sta. Maria.

Het museum 1914-1918

Het museum 1914-1918 is gewijd aan deze historie. Het Oostenrijks-Hongaarse leger van de dubbelmonarchie vocht vanaf 23 mei 1915 tot 11 november 1918 tegen het Italiaanse leger op de Stelviopas (Stilfser Joch, 2578 meter) en de Umbrailpas.

Het is de ironie van de geschiedenis dat Benito Mussolini (1883-1945) de drijvende kracht was achter deze oorlog, hoewel het koninkrijk Italië niet alleen neutraal, maar sinds 1882 zelfs lid was van de Triple Alliantie van het Duitse Keizerrijk en de  dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.

De Entente van Frankrijk en Groot-Brittannië beloofden bij een overwinning echter Oostenrijkse gebieden in Lombardije en Trente en zelfs Zuid-Tirol, hoewel daar bijna geen Italiaan woonde.

Het was een meedogenloze oorlog op 2500 meter hoogte in alle jaargetijden. Loodzware artillerie, manschappen, bevoorrading, munitie, hospitalen, loopgraven en bunkers op een hoogte waar zelfs de steenbok niet graag vertoeft. Het front veranderde in deze tijd geen meter, de menselijke tol was enorm.

Joseph Bauhofer (1890-1918)

Het museum benadert deze periode vanuit het perspectief van het Drielandenpunt en drie talen: het Italiaans, Duits en Reto-Romaans (Platz der drei Sprachen, plaz da las trais linguas en Piazza delle tre lingue). Het Zwitserse leger bewaakte en verdedigde zijn neutraliteit. Een gedenkplaat bij de kerk voor de aan de Spaanse griep overleden soldaat Joseph Bauhofer (1890-1918) herinnert eraan.

Whiskymuseum, -brouwerij en -museum

Het Guinness Book of  Records vermeldt in 2007 de Whisky Bar als de kleinste ter wereld, maar met maar liefst 300 soorten Whisky. En dat voor een dorp met nog geen 350 inwoners ! Daarnaast is er een eigen whisky distilleerderij en een whiskymuseum.

De Muglin Mall

De uit de zeventiende eeuw stammende molen is de oudste nog functionerende graanmolen in Zwitserland. De beek Murainza en het kanaal drijven de molen aan. Het complex is ook een museum.

Handweverij Tessanda

Het handweven is een traditie en oude economische activiteit in de vallei. Tot 1900 had vrijwel iedere boerderij een weefgestel. Tessanda is in 1928 opgericht. De weverij gebruikt tegenwoordig 26 weefstoelen die met menskracht worden aangedreven. De apparaten zijn tussen de 40 en 120 jaar oud. Er werken 15 mensen (9 wevers, 3 naaisters, 4 staf) en er zijn drie opleidingsplaatsen. De weverij maakt in opdracht en in eigen productie voor de export en Zwitserland. Ze is de oudste nog bestaande handweverij van deze omvang in het land.

Valchava

Biblioteca Jaura 

De bibliotheek in de Chasa cumünala is meer dan een verzameling boeken en tijdschriften. Het is een documentatiecentrum over het Jauer en het in Zuid-Tirol en de Lombardije gesproken dialect, de historie in deze regio en de eeuwenlange (culturele) uitwisseling en betrekkingen. De schrijver Tista Murk (1915-1992) heeft het in 1984 opgericht en het zijn uitgebreide archief en collectie nagelaten.

Hans-Peter Schreich, voormalige dominee in Vachlava, heeft het nadien uitgebouwd tot een grotendeels gedigitaliseerde collectie van 5 000 boeken, 40 tijdschriften, duizenden foto’s en dia’s. De Biblioteca Jaura is een zelfstandig deel van de museumvereniging Chasa Jaura.

Ongeveer 10% van de boeken is van oudere datum dan 1900, onder andere de bijbel in Vallader uit 1679, gedrukt in Scuol ! Later verhuisde de drukkerij naar Strada.

Chasa Jaura Art-Museum Cultura

Het museum is gewijd aan de historie, kunst en cultuur van de vallei en organiseert regelmatig evenementen en tentoonstellingen.

Müstair

Het klooster St. Johann of Claustra Son Jon is het boegbeeld en naamgever van het dorp met ongeveer 700 inwoners.