De Romandie

Op de wereldtentoonstelling in Sevilla in 1992 stelde de Zwitserse kunstenaar Ben Vautier “La Suisse n’existe pas”. Deze invalshoek was niet historisch gefundeerd, want het land is een feit.

De Romandie

Een legitieme vraag is echter of de Romandie of La Suisse romande, het franstalige deel van Zwitserland, wel bestaat. Taalkundig gezien is La Suisse romande een negentiende eeuwse creatie, voor het eerst gebruikt in 1837 door de Societé d’histoire de la Suisse romande.

Het begrip Romandie is tegenwoordig met name in gebruik in Duitstalig Zwitserland en vindt zijn oorsprong in het Interbellum (1918-1939), nadat Frans- en Duitstalig Zwitserland in de Eerste Wereldoorlog sympathiseerden met Frankrijk respectievelijk Duitsland (en Oostenrijk).

De emoties liepen hoog op en hebben in ieder geval de Franse identiteit versterkt. In 1918 werd l’Orchestre de la Romande suisse  opgericht, de opkomst van de media (kranten, radio, later TV) versterkten dit proces en Romande suisse raakte meer en meer geïnstitutionaliseerd.

Dit bleek bijvoorbeeld ook bij het streven van de (Franstalige) inwoners van de Jura om een zelfstandig Franstalig kanton te worden in de jaren na 1945. Dit leidde in de zestiger jaren zelfs tot geweld. In 1979 heeft het kanton Jura inderdaad gestalte gekregen.

Er was sprake van Franstalige solidariteit om te breken met het Duitstalige kanton Bern. De Röstigraben wordt het ook wel genoemd, die zich ook op andere (politieke) terreinen aftekent.

Tegelijkertijd bleek echter ook dat deze Franse eenheid en solidariteit niet zo vanzelfsprekend en tamelijk broos is.

Verschillen

De historische, religieuze, economische en economische verschillen in het Franstalige deel van Zwitserland zijn groot.

Het gebied bestaat uit zes kantons: Jura, Valais (Wallis), Genève (Genf), Vaud (Waadt), Fribourg (Freiburg) en Neuchâtel (Neuenburg).

De eerste complicatie is de tweetaligheid van Fribourg (de stad Freiburg was tot de veertiende en vijftiende eeuw vooral Duitstalig) en Valais.

Hoewel de religie tegenwoordig een minder grote rol speelt, lopen de katholieke en protestante scheidslijnen soms ook dwars door deze kantons en zelfs nabijgelegen steden en dorpen.

Daarnaast is de economische situatie per kanton verschillend en in historisch opzicht delen de kantons niet al te veel.

Jura 

Kanton Jura was tot 1792 /1797 deel van het prinsbisdom Bazel. Na de val van Napoleon in 1815 is het gebied verdeeld onder de kantons Bern en Basel-Stadt (en vanaf 1833 Basel-Landschaft). Diverse artikelen van de site gaan in op de historie van het prins-bisdom Bazel.

Genève

De historie van het soevereine graafschap Genève was in de middeleeuwen vooral gericht op het van het lijf houden van Savoie of juist het veroveren van Chablais, Gex en Faucigny en de onenigheid tussen de bisschop van Genève en het stadsbestuur.

Neuchâtel

Neuchâtel was vanouds een graafschap, vervolgens lange tijd in handen van een Duitse (1395-1504) en Franse dynastie (1504-1706). Na 1707 was de Pruisische koning prins van  Neuchâtel zelfs tot 1857, toen Neuchâtel al lid was van de Zwitserse Confederatie (vanaf 1815).

Vaud

Vaud is tot 1798 nooit een zelfstandig functionerend kanton of politieke eenheid geweest, maar werd eerst door Savoie en vervolgens vanaf 1536 tot 1798 door Bern (protestant) en Freiburg (katholiek) bestuurd. Dit verklaart ook de lappendeken aan religies in dit kanton.

Valais 

Valais bestaat uit een Franstalig deel (Bas-Valais, Unterwallis) en een tweetalig deel (Haut-Valais/Oberwallis), waar Duits domineert. Tot 1798 heeft Haut-Valais gedurende eeuwen Bas-Valais als bezet gebied bestuurd. De tweetaligheid is nog altijd een punt van aandacht en discussie.

Fribourg

Fribourg is vanaf de stichting van de stad in de twaalfde eeuw Duits- en Franstalig geweest. Lange tijd heeft Duits echter gedomineerd. Pas na de verovering van Franstalige steden en regio’s in de vijftiende en zestiende eeuw op de hertogen van Savoie is Freiburg steeds meer Fribourg geworden.

Constitutioneel

Ook juridisch of in de constitutie is nooit sprake geweest van een Romande suisse, maar werd de identiteit, zoals in heel Zwitserland, in de eerste plaats aan het kanton ontleend en vervolgens vanaf 1848 ook aan de federatie.

Tegenwoordig bestaat echter onmiskenbaar een Romande suisse, er is zelfs een Tour de Romandie, maar eerder door de rol van (moderne) media dan op basis van gedeelde historische, religieuze, economische of sociale wortels.

(Bron: C. Meuwly e.a. (Red.), Histoire vaudoise, Lausanne 2015), F. Walter, Une histoire suisse, Neuchâtel, 2016).

Het Volkslied van Zwitserland

Zwitserland heeft pas sinds 1961 officieel een volkslied. Aan het besluit was bijna een eeuw van zoeken voorafgegaan. Er waren zelfs competities om een geschikt lied te vinden.

Tot het einde van de jaren 1950 waren de liederen die het vaakst werden gespeeld bij officiële gebeurtenissen Rufst Du mein Vaterland (“Als mijn vaderland roept”) en de Schweizer Psalm (“Zwitserse psalm”) Trittst im Morgenrot daher… (“Als de morgenhemel rood wordt…”).

Het gedicht Rufst Du mein Vaterland is geschreven door Johann Rudolf Wyss (1782-1830. Het werd gezongen op de melodie van het Britse volkslied God Save the King/ Queen. In de 19e eeuw werd het ook gebruikt door talrijke andere koningen, hertogen en prinsen van het Duitse Rijk.

Tegenwoordig is de melodie van het Britse volkslied alleen nog in het Vorstendom Liechtenstein te horen op de tekst Oben am jungen Rhein lehnet sich Liechtenstein an Alpeshöhn.

De Zwitserse psalm

De Zwitserse Psalm werd gecomponeerd door Alberik Zwyssig (1808-1854). De melodie was oorspronkelijk een kerklied gebaseerd op de psalm Diligam te Domine. In 1841 zette Zwyssig de tekst van de Zwitserse Psalm op deze melodie.

Na verloop van tijd werd de tekst van Rufst Du mein Vaterland als verouderd beschouwd en bovendien leidde de melodie tot verwarring bij het spelen van het Zwitserse en het Britse volkslied. Daarom gingen er stemmen op om de Zwitserse psalm tot het officiële volkslied uit te roepen.

De Bondsraad heeft zich bij verschillende gelegenheden over deze kwestie uitgesproken. De eerste keer was in 1894. In 1933 volgde opnieuw een verzoek aan de Bondsraad in dezelfde bewoordingen als het verzoek van 1894. De Bondsraad gaf hetzelfde antwoord als in 1934: het volk en de kantons moeten beslissen.

In 1941 was het honderd jaar geleden dat de Zwitserse Psalm voor het eerst werd uitgevoerd. Om dit eeuwfeest te vieren, samen met de viering van 650 jaar Zwitserse Confederatie (1291), werd opnieuw een verzoek ingediend bij de Bondsraad om van de Zwitserse Psalm het enige volkslied van Zwitserland te maken.

De oorlogsjaren vond met echter minder geschikt dergelijke nationaal gerichte onderwerpen aan de orde te stellen. Het debat werd na de oorlog voortgezet.

Een verzoek van dertig leden van de Raad van Staten (Ständerat) leidde in 1954 tot nieuwe stappen en voorstellen. In 1955 werd besloten de regeringen van de kantons het laatste woord te geven.

1961

In 1961 koos de Bondsraad op basis hiervan Trittst im Morgenrot daher... tot volkslied, aanvankelijk voor een proefperiode van drie jaar. Niet ieder kanton was overtuigd.

In 1981 leidde overleg tussen de kantons tot de definitieve beslissing. De proefperiode, die sinds 1961 om de drie jaar was verlengd, werd afgeschaft.

Het Trittst im Morgenrot daher… was het officiële volkslied. Een motie die in 2004 in de Nationale Raad werd ingediend en waarin werd opgeroepen de tekst van het volkslied te moderniseren, werd in 2006 ingetrokken.

De geschiedenis eindigt hier echter niet. Velen beschouwen de tekst als achterhaald, te religieus en te Biedermeier en nieuwe initiatieven zijn aanhangig.

Het toont de zorgvuldige, langzame en voorzichtige Zwitserse besluitvormingsprocedures en culturele complexiteit in actie.

Het wordt echter niet als een probleem beschouwd. De kantons en de gemeenten zijn voor de meeste burgers het ware vaderland en de meeste burgers kennen de tekst niet, wat in veel landen het geval is.

De natie is zo multicultureel en kosmopolitisch dat men zich bovendien ook een Albanese, Portugese, Eritrese, Engelse of Kosovaarse versie kan voorstellen, zoals het nationale voetbalelftal, de Nati, laat zien.

Het Zwitserse volkslied van vier coupletten is beschikbaar in het Frans, Italiaans, Reto-Romaans en Duits.

(Bron en verdere imformatie: www.nb.admin.ch).

De Romeinse verovering van de Alpen

De Alpen in de Romeinse tijd

In de oudheid was de Alpenketen verdeeld van noord naar zuid: de Alpes Poenines (Alpes Poeninae), de Alpes Graies (Alpes Graiae), de Alpes Cottiennes (Alpes Cottiae) en de Alpes Maritimes (Alpes Maritimae).

De Graies en Poenische Alpen strekkten zich uit over verschillende Keltische regio’s en volkeren.

De Alpes Graies omvatten de Tarentaise, de Beaufortain en de Haut-Faucigny in het huidige Frankrijk . De Poenische Alpen lagen in het huidige kanton Wallis.

De Tarentaise en Wallis waren belangrijke routes naar Italië, Gallië (kortweg het huidige Frankrijk), de Rijn-regio en Britannia.

De passen

Diverse passen verbonden deze regio’s. De Cormet d’Arêches en Roselend verbond de Tarentaise met de Beaufortain, de Bonhomme en Forclaz du Prarion passen waren de verkeerswegen tussen de Beaufortain en Haut-Faucigny, de Balme en Forclaz de Trient passen verbonden de Val de Chamonix en Wallis.

De Kleine St. Bernard (Le Petit Saint-Bernard) verbond de Tarentaise met de Aosta Vallei (Valle d’Aosta) en de Grote St. Bernard (Grand-Saint-Bernard) Wallis met de Aosta Vallei (Valle d’Aosta).

De stammen

De Graies Alpen werden bewoond door de Ceutronen (Ceutrones). Hun hoofdstad was Aime (Axima) De Poenische Alpen werden bewoond door vier stammen: de Nantuaten, de Veragri, de Sedunas en de Uberi.

De Nantuates woonden in de Rhônevallei, vanaf het meer van Genève tot Saint-Maurice (Agaune) en hadden Massongex (Tarnaiae) als hoofdstad, de Véragres bewoonden de vallei hun hoofdstad Martigny (Octodorus).

De Sedunas bewoonden het gebied rond Sion (Sedunum) en de Uberi  woonden in Wallis tussen Sierre en Brig tot aan de bron van de Rhône op de Gotthard (Adulas mons of Columna solis).

De Romeinse verovering

De verovering van de Alpen door de Romeinen was ingegeven door de controle over de Alpenpassen en direct contact tussen de Italiaanse gebieden en het noorden van Romeins Europa.

Caesar had tussen 58-52 v. Chr. het grondgebied van, grofweg, het huidige Frankrijk bezet, nadat rond 122 v. Chr. zuidelijk Frankrijk al was veroverd. Tussen 25 en 15-13 v. Chr. veroverde keizer Augustus het territorium van het huidige Zwitserland, nadat in 25 v. Chr. de Aostavallei al was veroverd en de stad Aosta was gesticht.

(Source: A. Puéjean, les Alpes Graies et Poenines à l’époque romaine, Nîmes, 2015).

De Iglo van Hotel Kemmeriboden-Bad

In 2008 bouwde het Landgasthof Hotel Kemmeriboden-Bad (Kanton Bern) de eerste iglo op zijn binnenplaats. Omdat de vraag groot was, werden er van jaar tot jaar meer iglo’s bijgebouwd, tot er vandaag vijf zijn.

Het hotel Kemmeriboden-Bad is gebouwd in 1834 en heeft inmiddels de zesde generatie eigenaars.

Tegenwoordig telt het iglo-restaurant ongeveer 60 zitplaatsen en een eetzaal voor fondue. In het eerste jaar werd de natuursneeuw nog met vrachtwagens aangevoerd. Omdat dit duur en inefficiënt was, investeerde het Landgasthof in een eigen sneeuwinstallatie.

Een deel van de energie wordt opgewekt door de waterkrachtcentrale van het hotel. Het water komt volledig uit de eigen bronnen van het hotel.

De symbiose tussen hotel, natuur en iglodorp tovert de binnenplaats om tot een winters sprookje langs de Emme.

Moeder natuur blijft echter de belangrijkste partner van december tot maart.

(Bron en nadere informatie: www.kemmeriboden.ch).

De Kemmeriboden-Bad-Merängg

Het Kemmeriboden-Bad (ook wel Bedli of Schybebad genoemd, Schybe betekent schaduw in Berns dialect) ligt aan de oevers van de rivier Emme, aan de rand van het Emmental in kanton Bern. De grond was tot 1794 in gebruik als bosbouwgebied.

De geneeskrachtige bronnen waren al een eeuw daarvoor bekend. In 1794 opende het eerste kuurhotel, een Gastwirtschaft met een heilbad. Een nieuwe eigenaar nam het hotel met bad in 1834 over. Dit is het begin van de dynastie van de huidige eigenaar Reto Invernizzi.

1878-1900 kwam het tot verbouwingen en uitbreidingen die de huidige staat weergeven. Het grote huis, het statige Bauernhaus, het Wirtshaus, was in 1880 gereed. De Chässpycher en het Kegelhüsi zijn in 1898 en 1900 gebouwd. Aan het complex bleef intussen een boerenbedrijf verbonden. Dit leverde verse melk, eieren, vlees en andere producten voor het restaurant.

Diverse beroemdheden, dichters, schrijvers, politici en ondernemers wisten steeds beter de weg naar het hotel te vinden. De eerste generator voor de opwekking van eigen elektriciteit was in 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, gereed.

Niet alleen de Spaanse griep kostte een aantal familieleden van de eigenaar in 1918-1920 het leven, ook de overdekte houten brug begaf het drie keer door het kolkende water van de gewoonlijk rustige Emme.

1939 was een belangrijk jaar voor het hotel. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 3 september 1939, serveerde het hotel voor de eerste keer de Kemmeriboden-Bad-Merängge (Nidli in Berns dialect), een tegenwoordig nationaal en internationaal bekend gerecht.

De volgende grote veranderingen vonden in 1990 plaats met een de bouw van een waterkrachtwerk voor opwekking van elektriciteit en de aanleg van een park.

In 2008 stond het volgende project op het programma: de jaarlijkse bouw van een iglo. Deze wordt in december van zelfgemaakte sneeuw gemaakt. De iglo is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid en telt tegenwoordig vijf kamers, een restaurant voor 60 personen en een apart zaaltje voor de fondue. Indien de weergoden het toelaten begin de iglo pas rond half maart te smelten.

Het oord is een ideaal uitgangspunt voor wandelingen naar de Entlebuch en het Emmetal en is zelfs voorzien van een halte voor de Postauto.

(Bron en verdere informatie: www. kemmerliboden.ch)

Vorfasnacht voor kinderen

In lange optochten trekken ze in de Vorfasnacht door de straten en langs de Rijnoevers van Bazel, de cliques met hun piccolo’s, tamboerijnen en veelal fantastische kostuums.

De Fasnacht vindt in Bazel plaats van 7 tot 9 maart, in de omliggende regio echter een week eerder. Dit heeft te maken met de oude (Gregoriaanse) kalender die het protestante Bazel hanteert.

De Vorfasnacht vindt behalve in de theaters in de avonduren ook plaats overdag voor kinderen. De beide oevers van de Rijn zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat al gevuld met de lenteachtige geluiden van de piccolo’s en het ritmische tromgeroffel van de tamboerijnen.

 

A Concise History of Switzerland

Ondanks zijn ligging in het hart van Europa en zijn typisch Europese karakter, wordt de geschiedenis van Zwitserland vaak over het hoofd gezien.

Deze uitgebreide en boeiende geschiedenis van Zwitserland schetst de historische en culturele ontwikkeling van dit fascinerende land vanaf het einde van de Middeleeuwen tot heden.

De auteurs richten zich op de oorspronkelijke Confederatie van de Middeleeuwen; de religieuze verdeeldheid die het land na 1500 bedreigde en de verrassende overleving onder de monarchieën van Europa; de Franse Revolutie en verovering, de nieuwe Confederaties van 1815 en 1848; de beproeving van de Zwitserse natie gedurende de late negentiende eeuw en vervolgens de twee Wereldoorlogen en de Depressie van de jaren 1930; en de ongeëvenaarde economische en sociale groei en het politieke succes van het naoorlogse tijdperk.

Het Engelstalige boek sluit af met een bespreking van de hedendaagse uitdagingen, vaak gedeeld met de buurlanden, die het land vandaag vorm geven.

Clive H. Church, Randolph C. Head, A Concise History of Switzerland, Cambridge 2013.

Het begin van de Zwitserse Confederatie

De klassieke thema’s van de vroege Zwitserse geschiedenis met Centraal Zwitserland als middelpunt – onder andere de Confederatiebrief en de eed van 1291, de overwinning bij Morgarten in 1315 en de keizerlijke vrijheid (Reichsunmittelbarkeit) – worden op een nieuwe manier gepresenteerd en in een bredere politieke, economische en sociale context geplaatst.

Het boek is gebaseerd op jaren van intensief onderzoek en zet accenten in de presentatie van het begin van de Zwitserse Confederatie rond 1300.

Roger Sablonier, Gründungszeit ohne Eidgenossen. Politik und Gesellschaft in der Innerschweiz um 1300, 2008.

Symbiose tussen mens en natuur in de Entlebuch

De Entlebuch (ongeveer 400 m2) is een in 2001 door de UNESCO erkend Biosfeer gebied (UNESCO Biosphäre Enltebuch (UBE) in kanton Luzern. Het wordt ook wel het Wilde Westen van Luzern genoemd. De UBE is eveneens in 2008 erkend als een natuurpark van nationaal belang.

De verkrijging van de status door de UNESCO was geen vanzelfsprekendheid. De voorwaarden waren weliswaar aanwezig: een magnifieke natuur met zelfs voor Zwitserse begrippen een bijzondere flora en fauna, het grootste veengebied van het land, berglandschappen, riviertjes en beekjes, geen grootschalige landbouw (rond de 850 boerenbedrijven) of grote agglomeraties en toch goed toegankelijk voor het publiek.

In de Entlebuch, vernoemd naar het dorp Entlebuch, was er de (gebruikelijke) onenigheid tussen het bedrijfsleven en natuurbescherming. Aan de basis van deze discussie lag het aangenomen referendum uit 1987, de zogenaamde Rothenturm-Initiative.

Dit initiatief is naderhand opgenomen in artikel 78 van de Grondwet, lid 5:

Moore und Moorlandschaften von besonderer Schönheit und gesamtschweizerischer Bedeutung sind geschützt. Es dürfen darin weder Anlagen gebaut noch Bodenveränderungen vorgenommen werden. Ausgenommen sind Einrichtungen, die dem Schutz oder der bisherigen landwirtschaftlichen Nutzung der Moore und Moorlandschaften dienen.

Deze wet beoogt de venen en veengebieden in het hele land een beschermde status te geven. Het bedrijfsleven, inclusief de landbouw, in de Entlebuch vreesde dat dit ten koste zou gaan van de economische ontwikkeling (minder aanleg wegen, geen uitbreiding dorpen, industrieterreinen, landbouwgrond et cetera).

Enkele geëngageerde burgers benaderden dit perspectief echter van een heel ander gezichtspunt, namelijk de kansen die deze bescherming en instandhouding van de natuur boden.

En inderdaad, een in 1997 in het leven geroepen projectgroep slaagde erin een plan te presenteren na overleg met betrokken gemeentelijke, kantonale en federale instanties, burgers, bedrijfsleven en natuurbescherming.

Het resultaat was een doorwrocht concept om de inwoners, natuurbescherming en het bedrijfsleven met instandhouding én gebruik van de natuur over de streep te trekken. De landbouw, de houtindustrie, energiewinning, toerisme, dienstverlening en Midden- en Kleinbedrijf zagen de voordelen van het concept met instandhouding van het veenlandschap conform het referendum in 1987.

Zoals gebruikelijk beslissen de burgers in Zwitserland over de inrichting van hun woonomgeving. De burgers van de acht betrokken gemeenten (Entlebuch,, Hasle, Doppleschwand, Schüpfheim, Flühli-Sörenberg, Marbach, Escholmatt en Romoos)  stemden in september 2000 met 94% voor het initiatief om de Entlebuch voor te dragen als door de UNESCO erkende Biosfeer.

Sindsdien heeft het ‘armenhuis Entlebuch  (de in Zwitsersland tot 2001 gebruikte typering voor deze regio) zich in 2022 ontwikkeld tot een welvarend gebied met behoud van de natuur.

Wie zonder deze voorkennis de cabinelift neemt vanaf Flühli naar Sörenberg, het grootste wintersportgebied van het kanton, vermoedt niet dat dit midden in dit natuurgebied ligt. Ook op andere plaatsen zijn na 2001 cabineliften en andere faciliteiten voor het toerisme gebouwd.

Een wandeling vanaf Sörenberg op 1423 hoogte naar het bijna vijfhonderd meter lager gelegen Kemmeribodenbad aan de rivier de Emme in kanton Bern, aan de grens van het Emmental en de Entlebuch, maakt echter duidelijk op welke zorgvuldige wijze inhoud is gegeven aan de relatie tussen mens en natuur.

De welvarende boerenbedrijven gedijen kennelijk goed bij het keurmerk “Echt Entlebuch’ voor vijfhonderd landbouw-, melk- en vleesproducten. De ontwikkeling van het toerisme, maar tegelijkertijd van het midden- en kleinbedrijf en een uitstekende infrastructuur en bloeiende dorpsgemeenschappen met maar liefst 400 verenigingen op cultureel,  sportief, sociaal, economisch en politiek gebied (op 17 000 inwoners), tonen een gebied in goede doen.

Jaarlijks bezoeken ongeveer 600 000 toeristen het gebied, met pieken in de zomer en de winter. Een actuele tentoonstelling in het Entlebucherhaus in Schüpfheim toont deze facetten en de ontwikkeling van de Entlebuch (www.entlebucherhaus.ch).

De UNESCO was zo enthousiast over deze gang van zaken, dat in 2011 het predicaat ‘Modelregio voor de wereld werd toegekend’. De roem van de UBE bereikte met de deelname van de promotiefilm “The Entlebuch Message” zelfs de deelname aan het filmfestival van Cannes in 2014 en de toekenning van de European Energy Gold Award in 2017 voor de energiebesparende en milieuvriendelijke maatregelen.

De wandelaar in de UBE is getuige van deze innovatieve symbiose tussen mens, bedrijvigheid en natuur. Zelfs de kunst is overal aanwezig, bijvoorbeeld in de Skulpturenweg langs de Emme. De natuur in de UBE (en in haar algemeenheid) is bovendien de ultieme vorm van kunst, zoals bijvoorbeeld de door natuur gevormde ijssculpturen langs de rotsen, de silhouetten van de bergtoppen of de sprookjesachtige beekjes en watervalletjes te midden van naaldbomen.

Daarnaast wacht een welkome verrassing in het uit 1834 daterende Hotel Landgasthof Kemmeribodenbad en zijn beroemde “Nidle”, de ver buiten kanton Bern en de landsgrenzen bekende Kemmeriboden Merängge).

Zoals de naam al doet vermoeden is dit hotel ontstaan als spa in 1834 bij de ontdekking van mineraalwaterbronnen (Verdere informatie: www.kemmeriboden.ch).

(Bron: Mein Entlebuch 2022, www.biosphaere.ch).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

 

Paalbouwdorpen Wauwil

De Wauwilermoos (Kanton Luzern) is een van de belangrijkste vindplaatsen van paaldorpen (Pfahlbausiedlungen) uit de jongste Steentijd (c. 5 500-2 000) in Europa.

Vanaf 17.000 v. Chr. was het gebied van de Wauwilermoos ijs- en gletsjervrij. In die tijd begonnen ook de drie meren, het Wauwilermeer, het Mauenmeer en het Hagimoormeer, dicht te slibben met zand, kalk en turf. Er is tot de twintigste eeuw zelfs turf afgegraven in dit gebied.

In de 19e eeuw werd het Wauwilermeer drooggelegd, zodat nu van de oorspronkelijke drie meren alleen nog het Mauenmeer over is.

Spoedig na het einde van de laatste ijstijd (rond 14.000), zwierven de eerste kuddes dieren door het landschap. De mensen volgden hen op het ritme van de seizoenen en jaagden vooral op rendieren en wilde paarden.

De oudste sporen van menselijke aanwezigheid in de Wauwilermoos dateren van ongeveer 14.000 v. Chr. De opwarming van het klimaat aan het einde van de ijstijd bevorderde de verspreiding van het bos, planten en van diersoorten.

In de neolithische periode (5 500-2 000 v.C.) werd de mens sedentair. Het tijdperk van de zogenaamde paaldorpbouwers brak aan. In de Wauwilermoos leefden de mensen in paalwoningen die gelijk stonden met de grond of iets verhoogd waren. Deze woningen stonden niet per se in het water, maar waren wel gestut met palen.

In 2011 heeft UNESCO deze paaldorpwoningen in de zes landen van de Alpen als werelderfgoed aangewezen. Onder de 111 geregistreerde locaties in zes landen bevinden zich drie plaatsen in kanton Luzern: Hitzkirch-Seematt, Sursee-Zellmoos en de Egolzwil E3 (in de Wauwilermoos).

De Egolzwil is zelfs de oudst bekende Zwitserse paalnederzetting, van rond 4300 v. Chr. Het karakteristieke aardewerk van deze vindplaats geeft zelfs zijn naam aan dit cultuurgebied in Centraal-Zwitserland: de Egolzwil-cultuur.

Het Archeologisch Leerpad van Wauwilermoos (ca. 7 km) omvat zes stations, alle gelegen in de buurt van de belangrijkste vindplaatsen.

Begin- en eindpunt is de gereconstrueerde paaldorpnederzetting in Wauwil met de reconstructie van drie paalwoningen, een opgravingstent en een jagerstent, en een informatiepaviljoen.

In de Wauwilermoos zijn tot nu toe een twaalf paalwoningen bekend, waarvan de oudste dateren van ongeveer 4 300 v. Chr.

(Bron en nadere informatie: www.pfahlbausiedlung.ch).