De Juraweg Thal bij Gänsbrunnen

Gänsbrunnen is de hoogst gelegen gemeente in het kanton Solothurn. De boerderijen in het dal en de Sennhöfe op de hoogten van de Jura vormen dit idyllische gehucht.

Mijnbouw, kalksteengroeves en de ijzerindustrie hebben het beeld eeuwenlang bepaald.

De Juraweg  Thal is een gemarkeerd netwerk van wandelpaden langs en op de tweede Juraketen. Informatieborden langs het pad geven informatie over geografie, geologie, geschiedenis, natuur, jacht en land- en bosbouw.

Het pad loopt door het natuurpark Thal. Bij het treinstation Gänsbrunnen begint de Brunnerbergketen. Hierover loopt een wandelweg van ongeveer zeven uur dwars door het natuurpark naar Balsthal.

Een andere wandelweg gaat van Welschenrohr naar de Probstenberg met uitzicht op de vallei van Delsberg en op de Vogezen. Langs de kantongrens met Basel-Landschaft gaat de route vervolgens naar de Malsenberg en door het bos terug via het dal naar Gänsbrunnen.

De Wolfsschluchtroute begint met een klim door de kloof en gaat verder over de hoogten van de tweede Juraketen. Door de weiden van de Jura gaat het via Tannmatt naar Mieschegg en over de Hinter Brandberg terug naar Welschenrohr.

(Bron en nadere informatie: www.naturparkthal.ch).

Moutier en de abdij Moutier-Grandval

De natuurlijke ligging van de plaats Moutier (tot 1 januari 2026 kanton Bern, vanaf deze datum kanton Jura) is de beroemde kloof, die een geologische betekenis van Europees belang heeft.

Moutier ligt aan de voet van de Jura en de Rijnvallei en is de toegang tot de belangrijke Pierre-Pertuis Pas, die de Elzas met Italië verbindt via Saint-Maurice, Martigny en de Grote Sint-Bernard pas.

Om deze reden is in het midden van de zevende eeuw de abdij van Moutier-Grandval gesticht door de abt van het klooster Luxeuil (in de huidige France-Comté). De abdij van Moutier-Grandval groeide uit tot een een belangrijk intellectueel, artistiek en religieus centrum.

Koning Rudolf III van Bourgondië (977-1032) schonk de abdij in 999 aan Adalberon II, de prinsbisschop van Bazel. De bisschoppen van Bazel waren gelieerd aan de Bourgondische koningen. De stad maakte deel uit van het Koninkrijk Bourgondië, dat in 888 was gesticht en zich uitstrekte van de Vogezen tot de Middellandse Zee en van de Saône tot de Reuss in Zwitserland.

Rudolf III stierf in 1032 en het Heilige Roomse Rijk verwierf het koninkrijk en dus ook Moutier. Het prinsbisdom Bazel van dit Rijk bleef bestaan tot de Franse inval in 1792 en 1797.

Grandval

Daarna werd het gebied van het prinsbisdom eerst opgedeeld in Franse departementen en na de nederlaag van Napoleon door het Congres van Wenen voor het grootste deel aan kanton Bern toebedeeld.

De abdij was toen al lang verdwenen. De reformatie was de directe oorzaak van de sluiting en de sloop in de 16e eeuw. De naam en faam van de abdij Moutier-Grandval zijn echter behouden.

Dit is te danken aan enkele bijzondere kunstwerken, onder andere de fresco´s uit de elfde eeuw in de Chalière kapel, de wereldberoemde bijbel van Moutier-Grandval uit de achtste eeuw, de bijbel van Alcuin, die in het British Museum in Londen is te bezichtigen, de Romaanse gewelven van de collégiale kerk van Moutier en het Merovingische kruis van Saint Germain uit de zevende eeuw, die in het het Kunst- en Geschiedenismuseum van Delémont (Musée jurassien d’art et d’histoire),wordt bewaard.

(Bron: www.moutier.ch).

Historische atlas van Zwitserland

De atlas bestrijkt bijna zes millennia van Zwitserse geschiedenis aan de hand van meer dan honderd kaarten, gegroepeerd in hoofdstukken. Korte teksten geven bij iedere kaart en hoofdstuk een toelichting.

Zwitserland wordt gepresenteerd in relatie met de omliggende regio’s. Zwitserland heeft tot 1848 niet vastgelegen in tijd en ruimte, maar was eeuwenlang in de maak. Zwitserland was eeuwenlang een alliantie, de Eidgenossenschaft, van soevereine en onafhankelijke kantons, die verdragen sloten met andere kantons of en met met gebieden buiten de Eidgenossenschaft.

Zwitserland is bovendien een mozaïek van talen, culturen, religies, economieën en regionale identiteiten.

Deze historische en de toelichtende teksten visualiseren deze historie en geven inzicht in de belangrijkste fasen en economische, religieuze, politieke, sociale en linguïstische ontwikkelingen.

De publicatie is verschenen in het Frans: François Walter (teksten), Marco Zanoli (kaarten), met medewerking van Laurent Auberson, Atlas historique de la Suisse, Neuchâtel 2020, en in het Duits: François Walter (teksten), Marco Zanoli (kaarten), en met medewerking van Laurent Auberson, Historischer Atlas der Schweiz, Zürich, 2021).

De Planetenweg Weissenstein

De Planetenweg begint op de berg Weissenstein (Kanton Solothurn) bij het Kurhaus. Van hieruit is er een goed zicht op de route van de Planetenweg tot aan de Hasenmatt en Stallflue.

Met een wandeling van ongeveer anderhalf uur over deze Juraketen wordt op aanschouwelijke wijze informatie verstrekt over de zon en de negen planeten (inclusief Pluto) en drieëndertig (van de rond hondertachtig) manen.

De Planetenweg stelt het zonnestelsel voor op een schaal van 1:1 miljard, dat wil zeggen dat  1 meter overeenkomt met 1 miljoen kilometer in het zonnestelsel.

De zon staat in het middelpunt van de wandeling. De verscheidenheid van de menselijke culturen, die zich alleen dankzij haar stralende krachten en energie kon ontwikkelen, wordt op de steel in ruim dertig talen vermeld.

De dierenriem aan de voet van de installatie symboliseert het verloop van het jaar en de baan van de aarde rond de zon.

Terwijl men langs het pad eerst de vijf binnenplaneten Mercurius (57 miljoen km), Venus (108 miljoen km), Aarde (150 miljoen km) en Mars (228 miljoen km) tegenkomt, gaat de wandeling verder over de prachtige Jura-hoogten van de Hasenmatt en Stallflue naar de grote planeten Jupiter (778 miljoen km), Saturnus (1,43 miljard km), Uranus (2,8 miljard km), Neptunus (4,5 miljard km) en de kleine planeet Pluto (4,4 miljard, eerste station-7,3 km, tweede station).

The Sky is the limit en met helder weer zijn de Alpenreuzen en soms zelfs de aardse Mont Blanc te zien.

(Bron en nadere informatie: www.planetenweg-weissenstein.ch).

De Weissenstein, Juratuin en Planetenweg

Het kuuroord (Kurhaus) op de top van de berg Weissenstein (1284 meter) is in 1827/1828 gebouwd op initiatief van de arts Johann Baptist Carl Kottmann (1776-1851). De berg ligt vlakbij de Hasenmatt (1445 meter), de hoogste berg van kanton Solothurn.

De Hasenmatt

In deze tijd werd de berg Weissenstein ook populair bij wandelaars, berg- en natuurliefhebbers. Het uitzicht op de vallei, de meanderende rivier de Aare, de stad Solothurn en de Alpen is dan ook geweldig.

De Aare en de Murtensee (lac Morat), Bielersee (lac de Bienne) en Neuenburgersee (lac de Neuchâtel)

Rond 1862 kwam er een uitbreiding, waarbij de westzijde werd ingericht voor toeristen, de oostvleugel was bestemd voor groepsovernachtingen. Het hoofdgebouw bleef echter gereserveerd voor kuurgasten.

In het begin van de 20e eeuw had het Kurhaus te kampen met toenemende concurrentie. Dankzij de opening van de stoeltjeslift van Oberdorf naar de Weissenstein in 1951 beleefde het Kurhaus annex hotel/restaurant een opleving.

Eind 1984 is het Kurhaus in twee jaar tijd gerenoveerd. De stoeltjeslift is eind 2014 vervangen door een nieuwe gondellift.

De renovatie van het onder monumentenzorg vallende gebouw en de bouw van een nieuw gebouw vonden plaats in 2018 en 2019, en op 1 augustus 2019 opende Hotel Weissenstein opnieuw zijn deuren.

Onder het terras van Hotel Weissenstein ligt een tuin met typische planten uit de Jura, de Juragarten. De rijke en soms specifieke flora van de Jura kan hier worden bewonderd.

De flora van de Jura en zijn bossen, weides, rotsen en oevers van de vele beekjes, rivieren en vennetjes is er te zien. De tuin biedt voor elk seizoen wat wils. De beste bloeiperiode is echter in de maanden juni en juli. Borden geven informatie over de vele planten en de kenmerkende landschappen van de Jura.

(Bron en nadere informatie: www.juragarten-weissenstein.ch; www.hotelweissenstein.ch).

De Bruder Klaus Kapel

 

De Planetenweg

Impressies van Weissenstein en omgeving 

 

De Landsgemeinde van Glarus

Historie

De oorsprong van de Landsgemeinde ligt in de dertiende en veertiende eeuw. De eerste Landsgemeinde is 1294 in Schwyz in een oorkonde vermeld. In Glarus dateert de eerste vermelding uit het jaar 1387.

Het is geen toeval dat dit instituut ontstond in de tijd dat de Orte (de naam kantons dateert uit de zestiende eeuw) in de zogenaamde Urschweiz, de huidige kantons Schwyz, Obwalden, Unterwalden en Uri, zich in toenemende mate onafhankelijk opstelden tegenover de (Habsburgse keizers/  Duitse Koningen van het Heilige Roomse Rijk) heersers en machtige abdijen (onder andere Einsiedeln, Engelberg en Säckingen).

De Landsgemeinde vindt zijn directe ontstaansgrond echter in geschillenbeslechting tussen en in de Orte en afspraken over weidegronden, handel en andere economische onderwerpen. De vrije boeren organiseerden zich in zogenaamde Markgenossenschaften om gemeenschappelijke weidegronden te beheren.

Ook de opening van de Gotthardpas in de jaren 1220-30 was van belang.  De handel met Noord-Italië en haar stadsrepublieken nam een grote vlucht. Wellicht vormden deze soevereine republieken een inspiratie voor deze Orte, die direct aan deze handel deelnamen en toegang hadden tot Noord-Italië.

De Orte kregen bovendien in de veertiende en begin vijftiende eeuw de status van feitelijke onafhankelijke territoria, de Reichsunmittelbarkeit, van de Habsburgse keizer. Bovendien leed de keizer de ene na de andere militaire nederlaag tegen de eigenzinnige Orte, te beginnen met Morgaten in 1315.

De eerste gedocumenteerde Landsgemeinde  van Glarus in 1387 betekende tevens de eerste Grondwet van Glarus.

Overigens komt de term Landsgemeinde pas voor het eerst in de vijftiende eeuw voor. In 1387 is sprake van de ‘Gemeinde der Landleute’.

Stemgerechtigd waren de mannelijke burgers die hun militaire dienst vervulden (ouder dan veertien/zestien jaar) en ingezetene van Glarus waren. In de Grondwet stonden twee belangrijke bepalingen: het beginsel van de meeste stemmen gelden en de Landsgemeinde heeft altijd het laatste woord, met andere woorden de individuele  burgers zijn de soeverein en niet enkele (machtige) families of functies.

Hoewel de Landsgemeinde naar huidige maatstaven ernstige tekortkomingen heeft en de politieke realiteit, inclusief het kopen van stemmen, vaak weerbarstiger was, was het een uniek instituut in Europa. Nergens anders hadden individuele burgers het laatste woord.

Taken

De Landsgemeinde benoemde de ambten (onder andere de regering (Rat), burgemeester (Landammann), rechters, belastingontvangers), was wetgever (hoogte belastingen, erfrecht, burgerlijk en strafrecht),  sloot (internationale) verdragen met andere Zwitserse (Eidgenossische) en Europese machten en besliste over oorlog en vrede.

Reformatie 1529

De landsgemeinde bewees onder andere tijdens de Reformatie haar  nut. Terwijl de rest van Europa in vuur en vlam stond, beslisten de burgers van Glarus in de Landsgemeinde in 1529 dat beide religies (protestant en katholiek) toegestaan waren.

De burgers en  hun parochies beslisten zelf over hun religie. Het resultaat was een met name katholiek noordelijk deel van het kanton en een overwegend protestants zuidelijk deel. Het principe van godsdienstvrijheid werd in 1532 zelfs in de Grondwet opgenomen.

Ook dit was uniek in het Europa van de zestiende eeuw. Andere kantons beslisten op soortgelijke wijze. In Zürich stemde de regering (Grosse Rat) voor invoering van het protestante geloof, in Appenzell besloten de burgers tot splitsing in een katholiek Appenzell Innerrhoden en een protestants Appenzell Ausserrhoden in 1597.

De Eidgenossenschaft als geheel ( de dertien kantons van 1513) kende wel enkele religieuze korte militaire conflicten in 1529 en 1531 (de Kappeler oorlogen) en de 1656 en 1712 (Villmerger Oorlogen), maar  deze waren eerder economisch geïnspireerd dan religieus. Bovendien waren het niemendalletjes in vergelijking met de (burger) oorlogen in de rest van Europa.

Uiteraard leidde het ontstaan van twee religies wel tot grote (persoonlijke) spanningen, een katholieke en een protestante bakker of slager bijvoorbeeld, de verzuiling was ook hier realiteit. Het politieke systeem was echter in staat de vrede te bewaren, dat is de (unieke) verdienste van de Landsgemeinde én haar  burgers.

1798-2021

De Landsgemeinde functioneerde tot 1798 en de creatie van de Helvetische Republiek (1798-1803) door de Franse bezetter. Ze werd opgeheven en daarvoor in de plaats kwam de regering (Directorium) in Bern.

Dit leidde in Glarus en de andere 12 kantons tot zoveel verzet dat Napoleon in 1803 de Confederatie (1803-1813) van soevereine kantons, inclusief de Landsgemeinde van Glarus, weer invoerde in de zogenaamde Mediationsakte.

Vanaf 1815 en de stichting van de huidige Zwitserse Confederatie in 1848 functioneert de Landsgemeinde van Glarus. Samen met de Landsgemeinde van Appenzell Innerrhoden is het het laatste ‘grootste parlement’ ter wereld.

Procedures

Het functioneren, de symboliek, stemprocedures (hand opsteken met stembiljet) en bevoegdheden hebben zich niet wezenlijk veranderd. Wel de samenstelling (vanaf 1971 met vrouwen) en het stemmen over veel meer taken.

De Landsgemeinde komt de eerste zondag van mei bijeen (behalve in deze Coronatijd op 5 september 2021 met mondkapjeverplichting) in de zogenaamde Ring op de Landsgemeindeplatz. Tussen de 6 000 en 9 000 stemgerechtigden nemen deel (van de rond 30 000 stemgerechtigden).

De agenda en onderwerpen worden ruim van te voren toegezonden en stemgerechtigden kunnen spreektijd aanvragen, veranderingen voorstellen of wetsvoorstellen doen, die door de regering (Regierungsrat) worden voorbereid en behandeld voor de eigenlijke Landsgemeinde.

De regering wordt tegenwoordig direct door de burgers in het stemhokje gekozen (de Landsgemeinde heeft deze bevoegdheid dus afgestaan). Het kantonale parlement (Landrat) heeft beperkte bevoegdheden en is eerder een uitvoeringsorgaan voor dagelijkse zaken tot een bepaald bedrag. Het wordt gekozen door directe verkiezingen in het stemhokje.

Aan de eigenlijke bijeenkomst gaan dus allerlei procedures vooraf, zodat op de dag zelf de agenda, wetsvoorstellen en andere punten precies geregeld zijn in zogenaamde Traktanda (zie de agenda: www.landsgemeinde.gl.ch)

Discussie

De Landsgemeinde mag zich niet alleen in een grote (internationale en wetenschappelijke) belangstelling verheugen, ze is ook middelpunt van discussie over voor- en nadelen.

Zoals zo vaak, is voor beide standpunten veel of wat te zeggen. Zeker is in ieder geval dat dit instituut zich moet blijven aanpassen aan de maatschappelijke veranderingen.

De meest genoemde tekortkomingen zijn de geringe deelname op de dag zelf (rond 30% van de stemgerechtigden), de afwezigheid van geheime verkiezingen (openbaar handopsteken zonder precieze telling van de stemmen), complexiteit van onderwerpen, kans voor ‘populisten’ en het ontbreken van ter zake deskundigheid bij burgers (dezelfde bezwaren worden overigens vaak tegen het referendum gebruikt), elektronisch stemmen of in de stembus is veel effectiever en toegankelijker en de representatieve democratie is een goed alternatief.

Enkele argumenten hebben hun waarde, andere (populisme, ontbreken deskundigheid) zijn niet aan de orde.

Het meest gehoorde argument voor de Landsgemeinde is de openbare discussie en de controle van de regering en de volledige (mede) zeggenschap van de burgers over de (Grond) wet, budget en beleid. Een keer per jaar wordt de politiek door de burgers ter verantwoording geroepen in een publiek debat.

De burgers zijn de wetgever en worden direct bij het politieke proces betrokken. Een kaste van politici en hun ambtenaren bestaat niet in deze politieke constellatie. In Nederland is bijvoorbeeld maar 1% van de burgers lid van een politieke partij, die echter wel de beslissingen nemen.

De burgers kunnen bovendien alleen naar zichzelf wijzen omdat zij de beslissingen nemen, zij zijn de politici. In de praktijk dragen de burgers zakelijke argumenten aan en dienen ze goed onderbouwde voorstellen in.

De toespraken op de Landsgemeinde zijn altijd goed onderbouwd en voor het zo gevreesde populisme is geen plaats. Het gaat daarnaast niet alleen om ‘ja’ of ‘nee’ op de Landsgemeinde zelf, maar ook en vooral om de (voorafgaande) directe medezeggenschap in de (voorafgaande) procedures. De burger blijkt dan toch niet zo dom als veelal wordt beweerd, althans niet in Glarus (en Zwiterland).

Conclusie

De Landsgemeinde staat in Glarus onder een vergrootglas vanwege de valide nadelen. De voordelen wegen echter nog steeds op tegen deze nadelen en aan afschaffing denken slechts weinigen.

Uiteraard kan alleen de Landsgemeinde de Landsgemeinde afschaffen. Een burger diende daartoe in 2009 een verzoek in. Niemand nam het woord, zelfs de indiener niet, en het voorstel werd unaniem afgewezen.

De verstandige besluitvorming tijdens de Reformatie in 1529, Europa’s eerste sociale wetgeving in 1848 en 1864, de gemeentefusies van 24 naar 3 gemeentes in 2006, kiesrecht voor zestienjarigen in 2007, het kiezen van de kantons regering in geheime verkiezingen en recent strenge CO2-wetgeving (5 september 2021) tonen dat het geen reliek is uit het verleden, maar een levend mechanisme, met al zijn voor- en nadelen.

De Landsgemeinde is geen folkloristische l ‘art pour l’art, maar een serieus direct democratisch instituut en concept, dat zijn waarde en nut bewezen heeft. Das Wort ist frei en het debat is geopend, iedere eerste zondag van mei.

(Bron: L. Leuzinger, Ds Wort isch fri, Zürich 2018; www.landsgemeinde.gl.ch; Glarus, Museum zur Landsgemeinde).

 

Glovelier het Vrije Dorp

Het dorp Glovelier (kanton Jura) ligt aan het westelijke uiteinde van de Delémont-vallei, op het kruispunt van de oude verbindingswegen: Porrentruy-Bienne via Bellelay en Pierre-Pertuis en Delémont-La Chaux-de-Fonds. Het dorp ligt aan de rang van kloven en de woeste bergbeekjes van de Jura.

Glovelier is een van de dertien vrije dorpen (francs villages) van de Delémont-vallei.Tot de Franse inval in 1792 was dit gebied een heerlijkheid van het prinsbisdom Bazel. De parochie en de fraaie kerk St. Maurice worden al in de 12e eeuw vermeld.  De kerk is in 1923-1924 gerenoveerd.

Na de Franse inval hoorde Glovelier achtereenvolgens bij de kortstondige Raurakische Republiek, van 1793 tot 1800 bij het departement Mont-Terrible en van 1800-1813 bij het departement Haut-Rhin. Daarna is deze regio tot 1815 vanuit Arlesheim (huidige kanton Basel-Landschaft) door de geallieerden bestuurd. Bij besluit van het Congres van Wenen in 1815 ia Glovelier bij het kanton Bern ingedeeld.

Sinds 1 januari 1979 maakt de gemeente deel uit van het kanton Jura. Op 1 januari 2013 fuseerde de gemeente met die van Bassecourt, Courfaivre, Soulce en Undervelier tot de nieuwe gemeente Haute-Sorne.

(Bron: Dictionnaire historique de la Suisse, François Kohler, version 02.07.2020).

De Salle de Musique, cultuur, natuur en La Chaux-de-Fonds

Zürich, Luzern, Genève en Bazel zijn bekend om hun mooie en/of onlangs gerenoveerde concertgebouwen. Veel minder bekend, zowel in Zwitserland, als in het buitenland, is het concertgebouw (la Salle de Musique) van La Chaux-de-Fonds (kanton Jura). Het gebouw opende in 1955 zijn deuren en staat naast het operahuis uit 1837.

Het interieur is van een degelijke, maar fraai vormgegeven grotendeels houten eenvoud, die slechts wordt overtroffen door de kwaliteit van de veel geroemde akoestiek. De bijna 130-jaar oude Sociéte de la Musique uit deze stad heeft het initiatief genomen voor dit akoestisch en visueel hoogstandje.

Het past in de traditie van deze stad niet alleen de muzikale grootheden in dit gebouw te laten optreden, maar ook ruimte te bieden aan de werknemers van de (horloge) industrie die deze stad vanaf de 18e eeuw de hoofdstad van de horlogerie en sinds 2009 UNESCO-werelderfgoed hebben gemaakt.

Het concertgebouw faciliteert niet alleen deze concerten, maar is ook bestemd voor activiteiten van de organisaties van deze werknemers.

Het past in de traditie van het hoogstaande culturele aanbod in deze industriestad van bijna 40 000 inwoners op een hoogte van ruim 1 000 meter.

Het indrukwekkende en interessante internationale horlogemusem (Musée international d´horlogerie) is een van de vele voorbeelden, inclusief een schilderij en eerbetoon aan ´onze´ Christiaan Huygens (1629-1695).

Afbeelding: L’Espace de l´urbanisme horloger

Huygens vond in 1656 de spiraalveer en de slinger van de staande klok uit, twee baanbrekende ontdekkingen voor de horloge industrie en de exacte tijdwaarneming.

De fascinerende ontwikkeling van de horlogeindustrie vanaf de 18e eeuw in Zwitserland (Genève, Neuchâtel, Le Locle en tal van andere plaatsen) wordt treffend verbeeld in de vrij toegankelijke expositie Espace de l´urbanisme horloger van en in La Chaux-de-Fonds.

Le Corbusier, la maison blanche

De stad is echter ook de geboorteplaats en bron van inspiratie geweest voor de architect Le Corbusier (1887-1965), het pseudoniem van Charles-Édouard Jeanneret. Hij was leerling van Charles l´Éplattenier (1874-1946).

De gebouwen van Le Corbusier staan in diverse Europese landen en in deze stad op de UNESCO-werelderfgoedlijst. De architectuur is een juweel van Art Nouveau (en de lokale Art Sapin stijl), Art Déco en het beroemde gridpatroon van de stad.

Na de alles verwoestende brand van 1794 is de stad opgebouwd om de horloge industrie en haar werkplaatsen, logistiek en kantoren zo goed mogelijk van dienst te zijn met kwalitatief voor die tijd goede woningen voor de arbeiders, inclusief een groot cultureel aanbod en sociale voorzieningen.

La Chaux-de-Fonds heeft voor een relatief kleine stad dan ook een groot theater- en opera-aanbod. De reden is de betrokkenheid van de lokale horlogeproducenten bij hun stad. Vanaf het begin van de bloeiperiode van deze industrie aan het begin van de negentiend eeuw heeft de lokale welgestelde burgerij ruimhartig culturele en sociale projecten gesteund.

Dit neemt niet weg dat deze stad ook haar sociale onrust en een ´klassenstrijd´ heeft gekend rond de eeuwwisseling (19/20e eeuw), maar dan wel op zijn Zwitsers: met een compromis tot slot.

Ook de revolutie (op haar Zwitsers) tegen de Prins van Neuchâtel (de Duitse koning Friedrich Wilhelm IV, 1795-1861) vond in deze stad (en Le Locle) haar oorsprong en uiteindelijke succes in 1848. De Duitse koning zag in 1857 formeel af van zijn prinsdom.

Deze stad is niet alleen historisch, architectonisch, cultureel en sociaal interessant. Ook vanwege de natuur van de Jura is een bezoek aan een van de hoogst gelegen steden van Europa de moeite waard.

(Bron en verdere informatie: www.musiquecdf.ch; www.j3l.ch).

Een van de grootste synagogen van Zwitserland

De Grand Temple en maquette van de Grand Temple (1794), Dépôt van M. Pierre Steinmann. © Collection du Musée international d’horlogerie, la Chaux-de-Fonds

Het Emmental, kaas en Lindebomen

Het Emmental in kanton Bern is vooral bekend vanwege zijn  Emmentaler kaas. De Emmentaler Schaukäserei in Affoltern i. E. vertelt de historie van deze kaas in alle geuren, kleuren en feiten.

Emmentaler kaas

De Emmentaler kaas is onder andere bekend vanwege haar gaten en de soms grote afmetingen, tot wel 130 kilo. Overigens wordt deze kaassoort ook in de Savoie (Frankrijk), de Jura en de Allgau (Duitsland) geproduceerd.

Rivaliteit met Gruyère

De rivaliteit tussen de kantons Bern en Freiburg en tussen de Emmentaler en Gruyère kazen is zo oud als deze eeuwenoude kantons. Deze kazen zijn destijds ontstaan vanwege de melkproductie-en overschotten in de zomermaanden. Kaas was de beste methode de melk houdbaar en ook voor de lange termijn geschikt te houden voor consumptie.

Het verschil in smaak, kleur, vorm en bereidingsproces van beide kazen is evident, net zo evident als Freiburg een overwegend katholiek en Bern een overwegend protestants kanton is.

Dit verschil is in zoverre relevant dat de kaasproducenten van Freiburg tot de Franse Revolutie Frankrijk als belangrijkste afzetgebied hadden (in combinatie met de levering van huurlingen voor de Franse koning). De Franse revolutie maakte een einde aan deze afzetmarkt. Bern leverde tot dan vooral aan Rusland, Duitsland, Oostenrijk en Duitstalig Zwitserland.

Na de val van Napoleon investeerde de elite van Bern grote bedragen om de Emmentaler kaas ook in Frankrijk te distribueren. En met succes. Het machtige kanton Bern slaagde er zelfs in de Confederatie in 1897 een verdrag met Frankrijk te laten sluiten waarin de export van Gruyère naar Frankrijk werd verboden.

De Gruyère producenten gaven niet op en gingen ook Emmentaler kaas maken, onder andere in La Roche en Bulle. Het dieptepunt voor Freiburg was echter het jaar 1909 toen la Société de Laiterie van Belfaux in het Duits in de Schweizerische Milchzeitung een Duitstalige kaasmaker zocht en vond om Emmentaler kaas te maken.

Kwaliteit verloochent zich echter nooit en dit geldt ook voor kaas. Vanaf 1920 maakte Gruyère een comeback en een ware zegetocht in Duitstalig Zwitserland. In 1920 meldde een rapport van ´la station laitière de Pérolles´ in Freiburg dat ´La demande en fromage de Gruyère a considérablement augmenté, en Suisse allemande spécialement`.

De Linde en het Emmental

Deze oude rivaliteit tussen Gruyère en Emmentaler kaas doet aan de kwaliteit van beide kazen niets af, smaken verschillen nu eenmaal. Bovendien merkt de wandelaar in het Emmental niets van deze eeuwenoude historie. Wat wel opvalt in het Emmental is de prominente aanwezigheid van Lindebomen.

Deze bomen zijn soms eeuwenoud en vaak al van veraf zichtbaar op de toppen van heuvels en lage bergen. In het naburige Entlebuch, waar de rivier de Emme ontspringt, staan daarentegen veel katholieke kruisen op dergelijke plekken. Het Emmental is protestants en wellicht vervangen de Linden de kruizen, zoals wel word beweerd.

Het Emmental is een heuvelachtige regio met uitgestrekte weidegebieden en bossen met een prachtig uitzicht op de Alpen aan de ene en de Jura en het Berner Mittelland aan de andere kant.

Het middeleeuwse kasteel en museum in Burgdorf en het mooie regionale museum Chüechlihus in Langnau i. E. bieden informatie, documentatie en tal van interessante feiten over de natuur, cultuur en historie.

Waarheen of vanwaar de (wandel) tocht ook leidt in het Emmental, een glas water uit de waterbron van hotel-restaurant Rudswilbad bij Ersigen is altijd een welkome verfrissing.

Ersigen bouwde in 2015 een rodelbaan van 750 meter ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan. De rodelbaan liep vanaf de Linde op de Loberg naar het dorp onder het toeziend oog van de Alpen en de Jura.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

(Bron en verdere informatie: www.emmental.ch).

Napoleon en Zwitserland

Napoleon Bonaparte (1769-1821) stierf op 5 mei 1821 op het Engelse eiland St. Helena in de Stille Zuidzee.

De Zwitserse Confederatie

De Zwitserse Confederatie van tweeëntwintig kantons bestond op dat moment zes jaar. Het land was door het Congres van Wenen (1814-1815) erkend als een soevereine en neutrale republiek.

Weinigen vermoedden deze ontwikkeling in 1798, het jaar van de Franse inval in de oude Confederatie van dertien kantons. Bovendien had Frankrijk reeds in 1792 een deel van het (Jura-)grondgebied van het prinsbisdom Basel geannexeerd.

De enige officiële taal van de oude Confederatie was Duits. De Franstalige, Italiaanstalige en Romaanstalige of tweetalige gebieden/kantons (behalve Freiburg/Fribourg) waren geen lid van de oude Confederatie.

De Republiek Graubünden, de Republiek Genève, de Republiek der Zeven Zenden (Dizains) in Wallis en het Vorstendom Neuchâtel (deel van het Koninkrijk Pruisen) waren onafhankelijk.

Vaud, Thurgau en Tessin waren bezette gebieden met de status van ‘Untertanengebiet’. De Jura bestond nog niet (het kanton Jura werd pas in 1979 opgericht).

1798-1813

Na 1798 bleef niets meer hetzelfde. Napoleon voerde de eenheidsstaat van de Helvetische Republiek in (1798-1803) en verdeelde het land in bestuurlijke eenheden onder het centrale gezag van een vijfkoppig directorium naar Frans model.

De Untertanengebiete hadden dezelfde rechten als hun vroegere heersers. Ook de Italiaanse en Franse talen kregen dezelfde status als het Duits.

De nieuwe confederatie werd opgericht bij de (Franse) Akte van bemiddeling (Mediationsakte/Acte de Médiation) van 1803.

Het Frans, Italiaans en Duits werden erkend als officiële talen. De kantons Graubünden (Les Grisons), Waadt (Vaud), Tessin (Ticino) , St. Gallen (St. Gall), Thurgau (Thurgovie) en Aargau (Argovie) werden opgericht.

Napoleon

De nieuwe confederaties van 1815 en 1848 bevestigden deze situatie. Het Reto- Romaans werd in 1938 erkend als vierde nationale taal.

Napoleon speelde een essentiële rol bij de totstandkoming van de huidige Confederatie, maar hij was niet de stichter.

De Confederatie heeft haar wortels in de Eidgenossenschaft  van de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw, zonder een dominante dynastie en aristocratie en met soevereine kantons en (directe) democratie (naar de maatstaven van die tijd) in acht van de dertien kantons.

Deze losse structuur van soevereine staten is erin geslaagd godsdienstoorlogen, multiculturele spanningen en machtige en agressieve buren te overleven.

Zonder deze structuren had de loop van de geschiedenis kunnen leiden tot een monarchie en een eenheidsstaat.

De Nederlandse Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd zo’n staat in 1795 – 1815 omdat haar structuren en geschiedenis verschilden van die van Zwitserland en er nooit een (directe) democratie was geweest.

Conclusie

De Zwitsers en hun kantons brachten Napoleon in 1802-1803 zijn eerste nederlaag toe, niet militair, maar politiek.

Zoals hij zelf zei: “De gebeurtenissen hebben mij gelukkig aan het hoofd van de Franse regering geplaatst, maar toch ben ik niet in staat Zwitserland te besturen.”

De inwoners van Tessin zeiden het al in 1797: Liberi e Svizzeri (vrij en Zwitsers) en Edward Gibbon in 1767: History of the Liberty of the Swiss (“Introduction à l’Histoire générale der la République des Suisses” (de eerste Duitse vertaling luidt: Die Freiheit der Schweizer, Zürich 2015).

Dit is geen nostalgie, maar de basis voor deze succesvolle democratische, multiculturele, innovatieve en gedecentraliseerde samenleving “bottom-up”.

Hoe de geschiedenis zich in Zwitserland zou hebben ontwikkeld zonder de Franse Revolutie, Napoleon en het Congres van Wenen is niet relevant, hoewel deze periode van groot belang is.

Een feit dat het onthouden waard is ruim tweehonderd jaar na de dood van Napoleon.

(Bron: T. Kaestli (ed.), Nach Napoleon. Die Restauration, der Wiener Kongress und die Zukunft der Schweiz 1813-1815, Baden, 2016).