Idylle in het dal, panorama op de bergen

Kalksteen in de Jura

Tweehonderd miljoen jaar geleden lag in Midden-Europa een subtropische zee. Het gebied van de bergketen Jura lag ook honderden meters onder de zeespiegel. In deze periode is de kalksteen gevormd.

De bergen en de bodem van de Jura, ongeveer 135 miljoen jaar geleden ontstaan, hebben een kalklaag van honderden meters dik. Vele miljoenen jaren bleef de kalk onaangeroerd.

Tot de komst van de Romeinen in de eerste eeuw v. Chr. Zij introduceerden de steengroeven voor het afgraven van kalksteen. De stad Soleure ( Saladorum in het Latijn) en Romeinse villa’s, tempels en andere publieke gebouwen in deze regio van de kantons Solothurn en Basel-Landschaft  zijn in de Romeinse periode (tot begin vijfde eeuw) gebouwd van dit kalksteen. Na het vertrek van de Romeinen verdween ook het gebruik van Kalksteen.

Pas duizend jaar later werd kalksteen weer een veelgebruikt bouwmateriaal. De barokke stad Solothurn is voor het grootste deel gebouwd met kalksteen.

Deze steensoort is in diverse soorten, kleuren en kwaliteiten aanwezig. Per soort is het geschikt als bouwmateriaal, voor decoratieve functies of bijvoorbeeld voor beeldhouwwerken. Iedere regio heeft zijn eigen soort kalksteen, bijvoorbeeld in Laufen, Liesberg of Solothurn.

De Chessiloch

Bij de plaats Grellingen (kanton Basel-Landschaft) hebben de kalkrotsen wel een hele bijzondere toepassing gevonden. Deze plaats ligt aan de Birs en bij een spoorwegbrug. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewaakten militairen deze brug.

De militairen schilderden de wapens, landschappen en monumenten (onder andere de abdij van St. Gallen) van hun kantons, emblemen van hun legeronderdeel, Zwitserse symboliek, onder ander Vrouwe Helvetia en Willem Tell, en zelfs portretten van hun generaals op de rotswanden van de Chessiloch. Deze zijn nog steeds te zien en een belangrijk monument en document uit deze periode.

Chaltbrunnental

De Chessiloch is ook het begin van het natuurgebied Chaltbrunnental of Kaltbrunnental. Zoals de naam al aangeeft is het dal koud en vochtig en een plaats met veel bronnen en beekjes. Het dal doet zijn naam alle eer aan. De idyllische Ibach, Schällbächli, Chastelbach zijn maar enkele van de vele wildstromende beekjes.

De (soms enorme) met most begroeide rotsblokken en de vele gevallen boomstammen in de beekjes, de rotsen en hun door erosie fraai gevormde wanden met hun holen (en holbewoners uit de prehistorie), de watervalletjes en stroomversnellingen in een decor en plafond van hoge loof- en naaldbomen waar de zonnestralen doorheen schijnen, doen de tijden van Jurassic Park herleven.

Door de vochtige omgeving gedijen er ongeveer 70 mossoorten en soms zeldzame  bodemvegetatie, zoals de struikmos, de goudveil, paarbladig goudveil, knikkend nagelkruid, daslook en de dagkoekoeksbloem.

Panorama

Bij het verlaten van het dal openbaart zich in kanton Solothurn een andere wereld van bossen, bosbouw, dalen, boerderijen, weiden en hun vele paarden en schitterende panorama’s naar de Jura en de Vogezen in Frankrijk.

Zelfs in deze omgeving zijn de historie, levensbeschouwingen, industrie, religie en bewoonde omgeving nooit ver weg. Vanaf de toppen van de eerste Homberg  (793 meter) en de tweede Homberg (898 meter) zijn onder andere de torens van Roche in Bazel, het middeleeuwse kasteel van Pfenningen, het Goetheanum in Dornach, de grote kerk van Seewen en verscheidende dorpen te zien.

Overigens maakt het Chaltbrunnental deel uit van het Karstlehrpfad (www.karstlehrpfad.ch).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Corcelles-Cormondrèche

De twee dorpen hebben een historie die terug gaat tot de vroege middeleeuwen. Langs de oevers van het meer van Neuchâtel zijn veel plaatsen die beginnen met Cor, wat staat voor Curtes of Cour, het hof. Corcelles en Cormondrèche zijn twee voorbeelden, Cortaillod of Coffrane ook. 

De dorpen Corcelles en Cormondrèche (kanton Neuchâtel) fuseerden in 1889. De twee dorpen telden 560 inwoners in 1 750. tegenwoordig zijn het er meer dan 4700. Zelfs de pest in 1629 (160 doden op 500 inwoners) heeft de groei van de bevolking op de lange termijn niet vertraagd.

Het kasteel van Cormondrèche

Voor de industrialisatie van de 19e eeuw was de economie vooral gebaseerd op wijn-en landbouw.

De Prieuré van Cormondrèche is een prachtig erfgoed uit de 16e eeuw. De wijnkelders en de lokale broederschap dragen  nog steeds deze naam et zijn er nog steeds gehuisvest. Deze Prieuré heeft dus geen religieuze betekenis. Dit in tegenstelling tot de naamgenoot in Corcelles.

De abdij van Corcelles

Oorspronkelijk was de Prieuré (Priorij) van Corcelles (Curcellis in de Middeleeuwen) een Romaanse kerk. Rond 1092 werd de kerk aan de abdij van Cluny aangeboden om een priorij te stichten die gewijd was aan de apostelen Petrus en Paulus.

Sinds 2007 heeft Corcelles zich om deze reden aangesloten bij de culturele route van het netwerk van Cluny-sites (l’itinéraire culturel du réseau des sites clunisiens).

De gemeente Corcelles-Cormondrèche (1 januari 2022 gefuseerd met de gemeente Neuchâtel) heeft een (middeleeuws) verhaal te vertellen.

(Bron en verdere informatie: (www.corcelles-cormondreche.ch).

Cormondrèche, le Prieuré (van wijn)

Bazel, Fasnacht en Zwitserland

De Fasnacht van Bazel, dit jaar van 7 tot en met 9 maart 2022, is sinds 2017 UNESCO-werelderfgoed. Wat maakt een dergelijk evenement tot een erfgoed en waarin onderscheidt het zich van soortgelijke eeuwenoude tradities ?

Fasnacht

De Franse vertaling voor Fasnacht is ‘le Carnaval de Bâle’. In andere landen, bijvoorbeeld Nederland en Duitsland, is dit evenement verbonden met de katholieke kalender van het begin de vastentijd van veertig dagen tot aan Pasen.

Bazel onderscheidt zich al op dit punt: de Fasnacht vindt een week later plaats. Dat heeft het protestante Bazel in 1529 besloten. In het katholieke Luzern en andere plaatsen vindt de Fasnacht volgens de katholieke kalender plaats.

De traditie van de Basler Fasnacht gaat terug tot de veertiende eeuw en is dan nog nauw verbonden met de vastentijd in combinatie met de presentatie van de wapens door de schutterij. Zij marcheerde door de stad in de vroege morgen begeleid door marsmuziek.

De huidige gedaante en activiteiten van de Fasnacht ontwikkelden zich met name vanaf de Eerste Wereldoorlog tot wat ze tegenwoordig is. De website van het Fasnacht-Comité biedt een goed gedocumenteerd overzicht (www.fasnachts-comite.ch).

Bazel  

Bazel heeft historisch en cultureel een bijzondere plaats in de Zwitserse Confederatie, waarvan de stad in 1501 als kanton lid werd.

Het kanton Basel-Stadt (voortgekomen uit de afsplitsing van Basel-Landschaft in 1833) is een drielandenpunt. Het heeft tot 1501 een neutrale positie ingenomen in de conflicten tussen de Eidgenossenschaft of  de Zwitserse Confederatie van kantons en Habsburg en haar bondgenoten.

De nederlaag van Habsburg in de Swabenkrieg en de vrede van Bazel in 1499 effenden het pad voor toetreding. De oriëntering van Bazel is echter economisch altijd meer gericht geweest op de Franse én Duitse regio’s dan op de binnenlanden van de Confederatie. De huidige Vereniging Regio Basiliensis (www.regbas.ch) is een voorbeeld van deze nauwe samenwerking.

Werelderfgoed

Wat maakt deze Fasnacht, dit carnaval, nu echter zo bijzonder om in aanmerking te komen voor de status van werelderfgoed ? Het is met name de combinatie van de muzikale omlijsting, de veelal fantastische kostuums, de creativiteit en humor van de Laternen, het Fasnacht cabaret (de Schnitzelbängg), de theatervoorstellngen, de betrokkenheid van honderden formeel geregistreerde cliques (verenigingen van Fasnacht) met tienduizenden muzikaal geschoolde leden en talloze informele gezelschappen.

Wat echter vooral indruk maakt is de beleving van dit evenement. Naar schatting bezoeken ongeveer 200 000 mensen en inwoners van de stad de Fasnacht, tienduizenden deelnemers marcheren met hun piccolo’s, tamboerijnen en blaasinstrumenten drie dagen door de stad, vanaf de maandag om 04.00 (de Morgestraich) tot donderdagmorgen 04.00.

De Fasnacht heeft het karakter van een feestelijke processie en een (veelal, niet altijd hoogstaand) muzikaal feest van blaasinstrumenten (de Guggen), piccolo’s en tamboerijnen.

De ingetogen sfeer, het respect voor elkaar en de andere cliques die elkaar regelmatig kruisen in de overvolle steegjes, mogelijk gemaakt door de interne organisatie, de geoefendheid en discipline van de cliques, de afwezigheid van lolbroekerij en drankgelagen op de openbare straat, de ironie en de milde satire en vooral de betrokkenheid van de burgers.

Bazel, Fasnacht en Zwitserland

Bazel en haar Fasnacht vertegenwoordigen het typische van Zwitserland. Een goede organisatie, een serieuze en professionele uitvoering door amateurs van alle rangen en standen, leeftijden, mannen en vrouwen, een hoog cultureel niveau, een grote betrokkenheid bij de eigen gemeenschap en tradities, maar open voor veranderingen en aanpassingen, veelal met belangstelling voor andere samenlevingen en het buitenland en respect voor elkaar.

Ook het zo verfoeide eeuwenoude bankgeheim vindt hierin haar basis en niet in het stallen van zwart en fout geld van met name na 1940. Pecunia non olet, dat geldt, helaas, ook voor Zwitserse banken, die geen uitzondering, maar eerder de regel zijn in deze bedrijfstak.

De Basler Fasnacht is een driedaags feestelijk evenement, zoals het carnaval dat ook is. Ze onderscheidt zich echter door haar Basler en Zwitserse kenmerken. Een groots festival in een klein kanton. Niets typeert de ingetogenheid en bescheidenheid van Fasnacht treffender als twee fietsende Fasnächtler(innen?) in het centrum van Bazel.

Origen’s Cultuurcampus

Het ene huzarenstukje van de Stichting Origen (Nova Fundaziun Origen) in Riom (kanton Graubünden) is nog maar nauwelijks afgerond, of het volgende dient zich al aan.

De verplaatsing van acht meter van de Weisse Villa (Witte Villa) in Mulegns om plaats te maken voor een verbreding van de autoweg heeft in december 2020 met goed gevolg plaatsgevonden. In dezelfde plaats renoveert de stichting ook het fameuze Post Hotel  Löwe onlangs gerenoveerd.

Daarnaast heeft de Stichting in 2017 op de Julierpas op een hoogte van 2 284 meter een theater (de Julierturm) neergezet, waar regelmatig muziek-, dans- en toneelvoorstellingen plaatsvinden. Ook in Riom vinden uitvoeringen op diverse locaties plaats.

In 2023 zal de theatertoren echter weer worden afgebroken. Om deze reden heeft de stichting het plan om niet alleen een nieuw theater, maar zelfs een cultuurcampus in Riom te bouwen.

Deze campus biedt dan een theater, overnachtings- en kantoorplaatsen voor de stichting en haar professionele gasten, oefenruimtes, opslagplaatsen, lesruimtes, gastronomie en bijvoorbeeld ateliers voor toneelkleren en rekwisieten.

Het budget wordt geschat op 15 miljoen CHF. De belangrijkste en meest urgente stap is de bouw van een nieuw theater.

De Stichting heeft getoond villa’s te kunnen verplaatsen en theaters op 2 284 meter te kunnen bouwen. De cultuurcampus van Riom maakt ook een goede kans op realisatie.

(Bron en verdere informatie: www.origen.ch)

De Fletschhorn bij Saas-Grund

Zwitserland heeft 48 bergen die hoger zijn dan 4 000 meter. De hoogste berg is de Dufourspitze (4 634 meter), vernoemd naar Guillaume Henri Dufour (1787-1875), ingenieur, legerofficier (onder andere opperbevelhebber van de Confederatie in de Sonderbundskrieg van 1847) en grondlegger van de Zwitserse topografie.

De bekendste berg is de Matterhorn ( 4 478 meter), de meest toeristische en als eerste bedwongen (3 augustus 1811) berg heet de Jungfrau (4 158 meter) en de als laatste bestegen top (19 juli 1900) van 4 075 meter is de Schwarzfluh.  Alle 4000 + toppen zijn in de periode 1811-1900 bereikt.

Er is echter ook een verliezer. De Fletschhorn bij Saas-Grund (kanton Wallis) heeft aan het einde van de negentiende eeuw de eredivisie van 4 000 + bergen moeten verlaten. De berg was in het midden van de negentiende eeuw nog 4 001 meter hoog en is op 8 augustus 1854 beklommen. Rond 1900 was de hoogte nog maar 3993 meter. Erosie of exactere meetmethoden liggen hieraan ten grondslag.

De gemeente Saas-Grund liet het er niet bij zitten. Ze wilde in 1988 de berg vanwege toeristische en marketingmotieven met een constructie van ijzer en beton zeven meter verhogen.

De fantasie ging zelfs zo ver dat de berg onder psychologische behandeling kwam: ze schaamde zich kennelijk zo voor de 4 000 – status ten opzicht van de naburige Lagginhorn (4 010 meter, beklommen op 26 augustus 1856) dat ze schuw op de achtergrond stond.

De 1 april grap van 1988 had dan ook betrekking op dit project: De Walliser Bote schreef: Oplossing in zicht, het niveau van de zee kan worden verlaagd. De meting vindt immers plaats op zeeniveau (Lösung in Sicht. Die kostspielige Erhöhung könne man umgehen, indem man versuche, den Meeresspiegel um einige Meter abzusenken.

Natuurbescherming, de SAC en naburige gemeentes zagen niets in het plan. Het kanton heeft uiteindelijk ingegrepen en weigerde de bouwvergunning in 1991. De gemeente wilde echter niet opgeven en liet een nieuwe meeting uitvoeren. De Fletschhorn bleek geen 3993 meter, maar ‘slechts’ 3985 meter hoog te zijn.

In ieder geval heeft de gemeente met dit project in 1988 en 1991 de internationale (onder andere de BBC) en nationale pers (onder andere “Kein Witz! Walliser wollen neuen Viertausender bauen” (de nationale Sonntagszeitung) gehaald.

De 4000- status doet overigens niets af aan de schoonheid van de berg en de Weissmieshütte van de SAC op 2 726 meter.

De 48 vierduizend + reuzen en hun gemeentes blijven er gelaten onder. Ze beseffen dat naast de eeuwige Föhn in het Rhônedal afgunst de oudste Walliser bewoner is.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen en (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Bron: www.nzz.ch/schweiz; www.weissmieshuette.ch).

Die Basler Fasnacht 2022

Op 27 februari 2020 besloot de Bundesrat/Conseil fédéral, de nationale regering, in overleg met het kanton Basel-Stadt de Fasnacht van 2-4 maart niet door te laten gaan vanwege de om zich heen grijpende Corona-epidemie. De teleurstelling was groot, maar het daaropvolgende jaar was het niet doorgaan een vanzelfsprekendheid.

Eindelijk, op 7 maart 2022, om 04.00 in de morgen, klonk in de binnenstad van Bazel weer als vanouds het Vorwärts marsch !

Om 04.00 doofde in de binnenstad het licht en duizenden piccolo’s en tamboerijnen weerklonken in de smalle steegjes, op de bruggen en de grote pleinen.

De Cliques van Kleinbasel en Grossbasel ontmoeten elkaar bij de Wettsteinbrug en de Mittlerebrücke. De door lampions op de hoofden en grote verlichte laternen (grote (satirische) vierkante beeldschermen) begeleiden de optochten, met magnifieke kostuums in een sprookjesachtige omgeving.

Als vanouds, nee niet als vanouds. Deze keer is het niet Corona, maar agressie in het midden van Europa die het gesprek van de dag is. Deze misdaad doet net zo surrealistisch aan als de maskerades op de Fasnacht.

Het is echter bittere werkelijkheid en weer een nederlaag voor Europa, na de alweer bijna vergeten oorlogen op de Balkan (1991-1999) en de massamoord op 196 Nederlandse burgers op 14 juli 2014 door dezelfde daders.

Wanhopige, verdrietige en radeloze inwoners van het Europese land met de blauw-gele vlag waren aan de vooravond van Fasnacht nog prominent aanwezig op de Marktplatz van Bazel.

Een paar uur daarna klonk weer, als vanouds, het Vorwärts marsch !  met de traditionele marsmuziek van de piccolo’s en tamboerijnen.

De meeste Europese leiders verbergen zich nog steeds achter een maskerade van stoere taal en symbolische, zelfs cynische steunbetuigingen aan een soeverein Europees land.

De krokodil zal echter steeds hongeriger worden. Daar is geen maskerade voor nodig. Zwitserse neutraliteit is dan ook geen optie meer.

Liestal en haar Törli

Liestal (kanton Basel-Landschaft) was een Romeinse en Alemannische nederzetting. Liestal is in 1189 voor het eerst in documenten vermeld onder de naam Lihstal.

Graaf Hartman IV van Froburg breidde Liestal in 1240 uit tot een versterkte nederzetting en verhief haar tot stad. Liestal kreeg een vestingwerk, poorten en torens, een wal en gracht, een markt en een douanehuis.

De prins-bisschop van Bazel kocht de stad in 1305 en maakte er garnizoensstad van. Na de verwoestingen door de aardbeving van 1356 en de grote brand van 1381, was de stad tot 1415 een grote bouwplaats.

De Obere Tor, de Törli, uit de 14e eeuw ligt in de as van de Rathausstrasse, Marktgasse en Burgstrasse en volgt de Romeinse en middeleeuwse weg.

De poort reeds in 1499 beschilderd met heraldische motieven, wapens wapenschilden. De huidige gevelschildering dateert uit 1950 na vele andere fresko’s uit de voorgaande eeuwen.

De kunstenaar Otto Plattner (1886-1951) schilderde een gestileerde versie van een in harnas geklede krijger met het Zwitserse vaandel. Hij heeft de Rütli eed en George de drakendoder aan de andere kant van de toren geschilderd en aangepast. In 1972 en 2019 zijn nieuwe restauraties van de fresco’s uitgevoerd en zijn de vele bouwfasen en fresko’s sinds de 14e eeuw geanalyseerd. Deze geven een goed inzicht in de politieke geschiedenis van de stad.

Het stadsbeeld wordt tegenwoordig nog steeds gedomineerd door het goed behouden historische centrum en oude stad en de Törli.

In korte tijd zijn bovendien de bossen en heuvels even buiten de stad te bereiken of ligt een bezoek aan het Dichters- en Stadsmuseum, het MuseumBL, het Harmonium Museum, de dierentuin, het theater of muzikale evenementen binnen loopafstand.

Liestal is sinds 1832/1833 de zetel van de regering en parlement van kanton Basel-Landschaft.

(Bron en nadere informatie: www.liestal.ch).

(Source and further information: www.liestal.ch).

Het stadhuis

De hervormde kerk

Monument voor de dichter, politicus en revulotionair Georg Herwegh (1817-1875)

Bach in Arlesheim

De complete orgelwerken van Johann Sebastian Bach (1685-1750) worden van 2022 tot 2024 op het beroemde uit 1761 stammende Silbermann-orgel in de kathedraal van Arlesheim (kanton Basel-Landschaft) ten gehore gebracht.

Het eerste jaar (2022) is vrijwel uitsluitend gewijd aan zijn vroege werken. Deze werken zijn gecomponeerd in zijn jeugd toen hij organist was in Arnstadt (1703-1707) en vervolgens een jaar Mühlhausen tot 1708.

Zijn koralen, maar ook vrije orgelwerken, die zelfs bij sommige kenners onbekend zijn en zelden in concerten worden gespeeld, komen aan bod.

Het merendeel van de koralen komt uit de zogenaamde Neumeister-verzameling, die pas in 1985 werd (her) ontdekt. Zonder deze ontdekking zou een groot derde van zijn vroege werken tot op heden onbekend zijn gebleven.

Het tweede jaar, 2023, is gewijd aan de Weimar-periode (1708-1717), waarin Bach, als hoforganist van hertog Wilhelm Ernst van Saksen-Weimar (1662-1728), de meeste van zijn orgelwerken creëerde. Overigens liet deze hertog Bach in 1708 korte tijd in de gevangenis opsluiten, toen deze een andere opdrachtgever vond.

De grote preludes, toccata’s en fantasieën, met de bijbehorende fuga’s, zullen te horen zijn. Op het programma staan ook de koralen van het “Orgelbüchlein”.

Nadat Bach zich aanvankelijk voornamelijk op (Lutherse) Noord-Duitse modellen had georiënteerd, kwam in deze periode de aanzienlijk frivolere Antonio Vivaldi (1678-1741) naar voren. Dit is te horen in Bachs bewerkingen voor het orgel van de concerti grossi van Vivaldi en Bachs eigen orgelmuziek. Ze ademen in deze periode een flinke portie Italianità.

Het derde jaar (2024) is voornamelijk gewijd aan de periode in Leipzig (1723-1750) en de late orgelwerken, onder andere de verzameling de  “kleine Liebhaberkollektion der sechs Schübler-Choräle,  “Vom Himmel hoch”, zijn “Dritte Theil der Clavier Übung”, het Summa van zijn orgelkunst, de reeks triosonates, sonates en de koralen van het “Leipziger Originalhandschrift” (hoewel de daarin opgenomen stukken dertig jaar eerder zijn geschreven).

(Bron en nadere informatie: www.bach-im-dom.ch).

Stockalperschloss in Brig

Kaspar Stockalper von Thurm (1609–1691) bouwde dit kasteel in de jaren 1658-1678 naast zijn woonhuis in Brig (kanton Wallis).

Hij was de rijkste bankier, handelaar en ondernemer op diverse gebieden (onder andere de (post) verbinding over de Simplonpas en handel in hars, terpetineolie, zout en huurlingen) in Wallis en tevens een van de invloedrijkste politici en diplomaat. Hij wordt ook wel de ´Fugger van de Alpen´ genoemd. Fugger was de naam van een bekend bankiersgeslacht uit Augsburg.

Het kasteel is een van de grootste barokke gebouwen in Zwitserland. Opvallend zijn de Renaissance kenmerken en de drie torens van het complex.

Hij gaf de drie torens de namen Kaspar, Melchior en Balthasar, een verwijzing naar de drie koningen die de pas geboren Jezus bezochten. Om deze reden luidt zijn andere bijnaam `Koning van de Alpen´.

Brig was overwegend katholiek en hij stichtte het Ursulinenklooster in 1661 naast het kasteel. Dit klooster bestaat nog steeds. Het Kollegium Spritus Sanctus, de Jezuïetenkerk en – school, gebouwd op de tegenoverliggende heuvel in 1662, was ook zijn initiatief.

Brig (en Naters aan de andere kant van de Rhône) liggen aan de voet van de Simplonpas en de weg ernaar toe lag naast het kasteel. Dit was uiteraard geen toeval. Het kasteel controleerde het transitverkeer over de Simplon, een lucratieve onderneming.

Zijn contacten reikten tot de belangrijkste Europese vorstenhoven en het Vaticaan. Zijn handelsimperium strekte zich uit tot de Middellandse zee en de (protestante) Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën. Hij dreef echter ook handel met de Spaanse Habsburgers die toen in de Tachtigjarige Oorlog met de Republiek verwikkeld waren.

Hij kreeg de hoogste ere- en adellijke titels van Franse, Oostenrijkse en Spaanse vorsten en het Vaticaan. Hij was tenslotte een toegewijd katholiek ten tijde van de godsdienstoorlogen (onder andere de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) en de opheffing van het Edict van Nantes in 1685).

Hij werd zelfs zo machtig dat de bestuurders van Leuk, Visp, Sitten, Siders (vier van de zeven Zenden of Zehnden) hem 1679 uit Oberwallis verdreven met verbeurdverklaring van een groot deel van zijn vermogen. In 1685 kon hij door bemiddeling van zijn machtige (Europese) vrienden al weer terugkeren.

Hij was net iets te groot voor het servet van Oberwallis of het gebied van de Zeven Zenden ( de andere drie Zenden zijn Brig, Raron en Goms). Oberwallis regeerde vanaf 1512-1536 tot 1798 (Franse inval) overigens het Franstalige Unterwallis als Untertanengebiet (territoire sujet).

Kaspar Stockalper von Thurm heeft Brig in ieder geval het aanzien van een (katholieke) koninklijke residentie gegeven.

Het kasteel herbergt tegenwoordig een museum met de historie van de Simplonpas en het (post)verkeer en van het geslacht Stockalper.

Bron: Bernhard Truffer, Historisches Lexikon der Schweiz, Wallis, www.hls-dhs-dss.ch). 

Korte historie van de Grondwet

1513

De oude Eidgenossenschaft van dertien kantons of Orte (situatie 1513) kende nog geen Grondwet of een alle kantons verbindende overeenkomst. De aangesloten leden waren: Appenzell, Basel, Bern, Freiburg, Glarus, Luzern, Schaffhausen, Schwyz, Solothurn, Unterwalden, Uri, Zug, Zürich.

De Eidgenossenschaft was  gebaseerd op onderlinge verdragen die  een of meer kantons in een proces van eeuwen onderling hadden gesloten.

De eerste verdragen tussen wat pas drie eeuwen later kantons genoemd zouden worden, dateren uit de dertiende eeuw, zelfs al voor de officiële datum van oprichting in 1291.

De Eidgenossenschaft is vanaf  het begin staatsvorming bottom-up geweest . Steeds meer steden of Orte sloten zich tot 1513 aan vanwege gedeelde economische, militaire en politieke belangen.

Een belangrijk moment was de verovering  van Aargau op de Habsburgers in 1415. De kantons besloten  het veroverde gebied (Untertanengebiet) gezamenlijk te beheren (Gemeine Herrschaft).

De Tagsatzung, de algemene vergadering van de kantons, werd hiervoor in  het leven geroepen in 1417.

In  1460 werd ook Thurgau veroverd, wat nog een Untertanengebiet voor de Eidgenossenschaft betekende. De Bourgondische oorlogen (1474-1477), de expansie over de St. Gotthard in de Italiaanse gebieden (1512) en de verovering van Vaud op Savoie (1536) leidden tot gemeenschappelijk bestuur van nog meer gebieden.

De Schwabenkrieg (of Engadinerkrieg) van 1499 leidde tot uitbreiding van de Eidgenossenschaft met vijf nieuwe leden tot  1513.

Daarnaast sloten steeds meer regio’s en steden zich aan als geallieerden (Verbündete) of aangesloten gebieden (zugewandte Orte), zoals St. Gallen, Graubünden, Valais, Genève, Neuchàtel, maar ook steden in Duitsland en Frankrijk (onder andere Rottweil, Besançon, Mulhouse, Straatsburg, Colmar).

Tot 1515 (de slag bij Marignano) was de Eidgenossenschaft een militaire grootmacht zonder staatkundige eenheid of Grondwet in Midden-Europa.

De Eidgenossenschaft heeft echter zelfs de Reformatie overleefd. Dit is een  indicatie voor de sterke band die er ondanks de hoogoplopende religieuze twisten was.

De Eidgenossenschaft zonder Grondwet  overleefde met  name dankzij de grondwetten, (gedeelde) belangen en wijsheid van de Orte en kantons.

Zwitserse wijsheid en democratie

In Zürich werd de hervormer Huldrych Zwingli (1484-1531) bijvoorbeeld niet meteen op de brandstapel gezet, maar gehoord door het stadsbestuur. Hij wist deze zelfs te overtuigen en Zürich werd Protestant.

De twee (katholieke en protestante) Appenzellers ontstonden na een stemming in de Landsgemeinde van Appenzell Ausserrhoden (protestant) en de parochie van Appenzell Innerrhoden (katholiek) in 1597. Het protestante Bern bleef een bondgenoot van het katholieke Solothurn en Freiburg.

Er waren enkele religieuze burgeroorlogen (bijvoorbeeld in 1531, 1656 en 1712) en beeldenstormen (Basel 1529), maar over het algemeen kende deze scheiding een vredig verloop, wat uitzonderlijk is voor die tijd. De Sonderbundskrieg van 1847 had niet alleen religieuze, maar ook economische, constitutionele en geografische oorzaken.

1798

Tot 1798 zou de Eidgenossenchaft functioneren zonder Grondwet. Van 1798-1803 was de  Helvetische Republiek de eenheidsstaat met een Grondwet naar Frans model en principes van (rechts) eenheid, gelijkheid en broederschap.

De Untertanengebiete werden opgenomen in deze Republiek (Thurgau, Aargau, Vaud, Tessin) of gingen voor de Republiek verloren (Valtellina, Bormio en Chiavenna).  De kantons hadden in de eenheidsstaat echter geen zelfstandigheid meer, maar waren alleen administratieve eenheden.

De Zwitserse kantons pasten echter niet in de dwangbuis van een eenheidsstaat. Op 19 februari  1803 ontstond door de nieuwe (Franse) Grondwet (de Mediatonsakte ) een nieuwe Confederatie van negentien zelfstandige kantons (met de zes kantons).  De federale overheid (Der Bund) had nauwelijks competenties.

Na de nederlaag van Napoleon ontstaat op 7 augustus 1815 met het Bundesvertrag de Nieuwe Eidgenossenschaft en de Grondwet van de tweeëntwintig kantons (met Genève, Neuchâtel en Valais).

De Bund had nog steeds nauwelijks bevoegdheden, wel zijn alle kantons formeel gelijk. De kantons zijn nog steeds soevereine staten met hun eigen Grondwetten.

1815-1848

De jaren  1815-1848 zijn een belangrijke periode. De oude (oligarchische) structuren zijn in de meeste kantons weer aan de macht. De idealen van Volkssoevereiniteit, (directe) democratie en referenda zijn echter niet meer te stoppen en krijgen de steun van de liberale burgerij.

Dit leidt tot spanningen tussen en in de kantons, tussen federalisten (confederatie) en unionisten (eenheidsstaat), oude structuren (ancien régime) en radicaal-liberale groepen en  tussen katholieke en protestante kantons.

In  deze gecompliceerde situatie lukt het niet de Grondwet van 1815 te veranderen en het leidt zelfs tot een  korte burgeroorlog (Sonderbundskrieg) in  1847.

Deze escalatie leidt wel tot de Grondwet van 1848 (uiteraard na goedkeuring door het verplichte referendum), de eerste grote revisie in 1874 (met het facultatieve referendum), de revisie van 1891 (Volksinitiatief) tot de grote herziening van 1999, die, na het verplichte referendum, op 1 januari 2000 van  kracht is geworden.

1848-2000

De Grondwet is in de periode 1874-2000 honderdveertig keer aangepast. Iedere wijziging moet verplicht aan het Volk worden voorgelegd, of  het nu gaat om de invoering van  het evenredige kiesstelsel (1918), vrouwenkiesrecht (1971) of het nieuwe kanton Jura (1979).

De meeste aanpassingen hebben echter betrekking op het toekennen van nieuwe bevoegdheden aan de centrale overheid (der Bund) vanwege steeds meer overheidstaken (bijvoorbeeld op het gebied van milieu, sociale zekerheid, immigratie, transport).

Conclusie

De fundamenten van de Grondwet van 1848 zijn echter niet veranderd. Zwitserland is een confederale, sterk gedecentraliseerde democratische rechtsstaat waar de burgers op federaal, kantonaal en gemeentelijk niveau altijd het laatste woord hebben en de politieke kasten en hun netwerken kunnen controleren.

De Eidgenossenschaft en haar Grondwet zijn een succesvol eeuwenoud Bottom-up project van kantons en het Volk. Zwitserland toont wellicht het maximum haalbare in een verbond met vier talen en culturen.  Democratie laat zich nooit relativeren, ook niet op Europees niveau.