Rivierenlandschap Birs

De rivier Birs verbindt de acht gemeenten tussen Pfeffingen en Birsfelden (kanton Basel-Landschaft) en Dornach (kanton Solothurn). Dit rivierenlandschap is een belangrijk ecologisch gebied met een rijke biodiversiteit.

Het Birslandschaft is in 2012 uitgeroepen tot het Zwitserse Natuurlandschap van het Jaar. Op de Birsuferweg langs de rivier geven talrijke panelen informatie over thema’s en andere bijzonderheden.

Het Birs-landschap is een regio waar de natuur zich ongestoord ontwikkelt in een dichtbevolkt gebied. De werkgroep Birspark Landschaft (BiLa) houdt hierop toezicht.

Het concept is gericht op recreatieve ruimten in verbinding met aangrenzende woon- en landschapsgebieden.

(Bron en nadere informatie: www.baselland-tourismus.ch)

Tuinen in Neuenburg am Rhein

Grensoverschrijdende samenwerking gedijt goed zo niet het beste op regionaal niveau en komt vooral tot uiting bij projecten die dicht bij de burgers staan. Een goed voorbeeld is de onlangs geopende tentoonstelling Landgartenschau in Neuenburg am Rhein (Baden-Württemberg).

De grens met Frankrijk is de Rijn, Zwitserland ligt op 25 km afstand. De presentatie van tuinen in allerlei varianten en soorten in het Markgräflerland, de op één na grootste wijnbouwregio van Baden, behelst meer dan 2 000 evenementen met muziek, kunst, cultuur en talrijke workshops over tuinen, natuur- en gezondheidsthema’s.

Het Rijnterras is het hoofdelement van de evenement. Het grenst direct aan de Rijn en drie tuinen met de thema’s Zähringerstadt, Rijn en het Zwarte Woud sieren de brede parkpromenade. Het is in feite een grote show van bloemen, struikgewas en groen, kleurrijke golven van bloesem en zones met rozen en andere bloemen in de loop van de jaargetijden.

(Bron en nadere informatie: www.neuenburg2022.de)

De Republieken Nederland en Zwitserland vergeleken

Nederland en Zwitserland behoren zijn relatief succesvolle samenlevingen. De basis voor hun welvaart en democratische bestel werd gelegd in de vroegmoderne periode, tussen pakweg 1500 en 1800, toen de twee landen als federale republieken een soort anomalie in Europa waren.

Het boek beoogt aan de hand van een vergelijking van de twee landen de voor- en nadelen en de ontwikkeling van het republikeinse alternatief in deze periode in kaart te brengen.

De twee landen hebben op het eerste gezicht veel met elkaar gemeen, maar ontwikkelden hun eigen weg voor de uitdagingen waarmee zij werden geconfronteerd.

Het boek bevat diepgaande besprekingen van regelingen inzake burgerschap,  religieuze pluriformiteit, republikeinse regeringsvormen, soevereiniteit, kunst in de republiek, economie, oorlog en vrede en andere onderwerpen.

A. Holenstein, Th. Maissen, M. Prak (eds.).The Republican Alternativ. The Netherlands and Switzerland Compared, Amsterdam, 2008.

 

Een cultuurhistorie van het bos

Sinds het einde van de laatste IJstijd (ongeveer 12.000 v. Chr.) heeft de mens het bos steeds meer gebruikt voor landbouw (vanaf 4 000 v. Chr. in Europa), bouwmateriaal, brandhout, woongebied en als natuurlijke hulpbron.

Im Wald. Eine Kulturgeschichte

De tentoonstelling (Im Wald. Eine Kulturgeschichte) toont de (Zwitserse en Europese ) natuur- en cultuurgeschiedenis van het gebruik, de ontbossing, de bescherming en de opkomst van de professionele bosbouw in de negentiende eeuw en de perceptie van het bos in de kunst vanaf de middeleeuwen tot heden in literatuur, beeldende kunst en films.

De tentoonstelling ontvangt de bezoeker met een schilderij, der Holzfäller (1910), van Ferdinand Hodler ((1853-1918) in een prachtig decor van een ruisend bos met vogelgeluiden.

Ze eindigt met een aluminium kunstwerk (van Udo Rondinos, wisdom? peace? blank? all of this ?, 2007), een levensechte dode Italiaanse olijfboom, tegen een filmische achtergrond van Julian Charrière (Ever Since We Crawled Out, 2018), over het omhakken van woudreuzen en bossen op alle continenten.

De mens en het bos

De relatie van de mens tot het bos is in de afgelopen twee eeuwen ingrijpend veranderd. Tweehonderd jaar geleden, was het bos nog een ‘no go area’ en zeker geen plek voor ontspanning. Het bos was tot de Franse Revolutie de locatie voor adellijke jagers, het weiden van vee, voedsel en ontbossing voor landbouwgrond.

Door de industrialisatie, de grote bevolkingsgroei, urbanisatie, de aanleg van (spoor)wegen, het toerisme en de enorme vraag naar (brand) hout verdween het bos in steeds sneller tempo in de negentiende eeuw, eerst in Europa en in de 20e eeuw ook op de andere continenten.

Jean Jacques Rousseau (1729-1776) introduceerde aan het einde van achttiende eeuw al een andere kijk op het bos.is. Het bos werd beschouwd als een oase van rust en natuurlijke schoonheid.

Deze ontwikkelingen kwamen ook tot uitdrukking veranderende opvattingen in de kunst. Kunstenaars in de middeleeuwen (tot de vijftiende eeuw), de vroegmoderne tijd vanaf de zestiende tot de achttiende eeuw), de Verlichting (achttiende eeuw) en de Romantiek (1790-1850) zagen het bos met andere ogen dan kunstenaars van het realisme (1859-1900), het klassieke modernisme (1900-1940)  en de 20e en 21e eeuw.

In het laatste deel van de 20e eeuw werd het bos (en het klimaat) bovendien een politiek thema, mede in verband met de koloniale geschiedenis en de exploitatie van mens en natuur in de koloniën..

Er waren echter ook positieve ontwikkelingen, in Zwitserland, in Europa en op mondiaal niveau, bijvoorbeeld de oprichting van  (Zwitserse) nationale- en natuurparken, beschermde natuurgebieden en de oprichting van wereld- en nationale natuurbeschermingsorganisaties.

Tentoonstelling

De tentoonstelling (toegankelijk in Duits, Engels en Frans) is onderverdeeld in vijf thema’s, een proloog en een epiloog.

In het eerste deel komt het bosgebruik vanaf de Romeinen tot en met de 19e eeuw aan de orde. Daarna volgt de artistieke voorstelling vanaf de middeleeuwen tot het midden van de twintigste eeuw.

Ze toont diverse middeleeuwse kunstwerken (waaronder een prachtig wandtapijt) en vele latere kunstwerken, onder andere van Alexandre Calame (1810-1864), Caspar Wolf (1735-1783), Gustave Doré (1832-1883), Robert Zünd (1827-1909) en Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938).

Het ontstaan van nationale en natuurparken en natuurbescherming in de 19e en 20e eeuw staan centraal in een volgend onderwerp, onder andere met het levensverhaal van de eerste Zwitserse bosbouwinspecteur Johann Wilhelm Coaz (1822-1918) en mede-initiatiefnemer van het Zwitserse Nationale Park  en Paul Sarasin (1856-1929), de stichter van de eerste wereldbeschermingsorganisatie in 1913.

De show volgt met hedendaagse kunst, met werken van onder anderen Joseph Beuys (1921-1986) en Christo (1935-2020) en kunstenaars uit andere continenten.

Het laatste deel gaat over de hedendaagse betekenis, de bedreiging en de transformatie van het bos en de vele initiatieven om het te beschermen en aan te passen aan de nieuwe tijd.

De tentoonstelling geeft een indrukwekkend en goed gedocumenteerd overzicht van de het bos en doet haar titel alle eer aan. Het is bovendien sympathiek dat een eerbetoon aan de Zwitserse activist Bruno Manser (1954-2000) wordt gebracht. Hij zette zich vooral in voor het behoud van de regenwouden in Maleisië. Twee anderen, Anita Guidi (1890-1978) en Armin Caspar (1909-1991) waren al in 1945 actief in het Amazone gebied voor dezelfde reden.

De Arena

In het binnenhof van het museum heeft de kunstenaar Klaus Littmann (1951) bovendien zijn kunstwerk ‘Arena für einen Baum’  opgesteld, in navolging van deze succesvolle installatie en tentoonstelling ‘Tree Connections’  in Bazel in het voorjaar van 2021.

De Arena is dezelfde, maar de dode boom is een andere dan de Perzische ijzerboom in Bazel. De kunstenaar zal hierna in Venetië acte de présence geven. Daarna zal deze installatie diverse steden in Europa aandoen.

(Bron en verdere informatie: National Museum in  Zürich, www.landesmuseum.ch)

Bazel en haar bomen

Bazel heeft wat met bomen. Niet alleen de vrijheidsbomen bij de Franse intocht in 1798 of de Perzische ijzerhoutboom (Parrotia Persica)van de kunstenaar Klaus Littmann op de Münster in het najaar van 2021. Alledaagse bomen kunnen zich ook in de betrokkenheid van de inwoners verheugen. Het kappen van bomen leidt steevast tot protest van inwoners.

De beroemde kastanjebomen op de Münsterplatz. Foto: TES

Aeneas Sylvius Piccolomini, 1405-1464 (de latere paus Pius II (1458-1464) en oprichter van de Universiteit van Bazel in 1460, schreef al in de jaren 1438 (ten tijde van het Concilie van Bazel): «Midden in de stad liggen veel rustplaatsen met bomen, in de zomer lachende groenstroken en schaduwplekken, grote eiken en machtige Lindes”.

De stad is nog steeds een plaats van en voor bomen, parken, lanen en veel groen voor, achter en bij huizen. Diverse wijken lijken op overdekte bomengalerijen.

Een anekdote uit 1632 bevestigt de lange liefdesrelatie tussen Bazel en haar bomen. Op de St. Petersplatz in de nabijheid van de gelijknamige kerk stond een enorme eeuwenoude eik. In het gebladerte waren via een trap een bank en een tafel bereikbaar. Een vast onderdeel van een bezoek van hoogwaardigheidsbekleders aan Bazel was een hapje en drankje in deze reuzeneik.

Vanwege de dreiging van plunderende Zweedse en Franse soldaten in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) besloot het stadsbestuur van het (neutrale) Bazel (sinds 1501 lid van neutrale Eidgenossenschaft) de boom te kappen om plaats te geven aan schootsveld voor kanonnen.

Dit leidde tot grote verontwaardiging bij de burgers. De plundering van het nabijgelegen dorp Allschwil in 1634 gaf het stadsbestuur echter gelijk. De eik werd in 1632 gekapt.

Deze liefde is nog steeds niet bekoeld. Integendeel, het Landschaftspark Wiese en zijn eeuwenoude bomen en de ongeveer 26 000 bomen die stuk voor stuk door de stad worden onderhouden spreken boekdelen.

Om deze relatie te verwoorden en in beeld te brengen heeft de stad het initiatief genomen tot de website www.Basel-baeume.ch, een gratis app en het boek Basel und seine Bäume.

(Bron M. Fürstenberger, ‘Grün in und um das Basel vergangener Jahrhunderte’ in Schweizerische Zeitschrift für Forstwesen, Band (129) s. 613, 1978).

Bazel en haar bomen

Het rijk geïllustreerde Duitstalige boek geeft achtergrondkennis over de ruim 26.000 bomen die in Basel door de Stadtgärtnerei worden verzorgd.

De stad heeft kilometerslange bomengalerijen langs de Rijn, pleinen en straten en kent veel parken voor een middelgrote stad.

Dertig bijzonder interessante bomen worden daarnaast afzonderlijk in woord en beeld voorgesteld. Het boek is via QR-codes gekoppeld aan een app en website.

Helen Liebendörfer, Emanuel Trueb, Basel und seine Bäume, Basel, 2022

Richard Wagner en Tribschen

150 jaar geleden verliet Richard Wagner (1813-1883) zijn “Tribschen idylle” bij Luzern. Hij woonde van 1866 tot 1872 in Tribschen en heeft aan deze plaats de mooiste herinneringen overgehouden. Hier werkte hij intensief aan zijn monumentale “Ring des Nibelungen” en andere wereldberoemde composities.

Het Richard Wagner Museum wijdt een heel weekend aan zijn afscheid en heeft een gevarieerd programma samengesteld.

Onder regie van Damiàn Dlaboha leest de acteur Manuel Kühne uit brieven en dagboeken van Richard Wagner, zijn familieleden en vrienden. De pianisten Tsovinar Suflyan en Andrea Wiesli spelen werken van Richard Wagner, zijn schoonvader Franz Liszt en tijdgenoot Joachim Raff.

(Bron en verdere informatie: (richard-wagner-museum.ch).

De Wiesebron bij Feldberg en landschapspark Wiese bij Bazel

Het is wellicht niet goed voorstelbaar, maar zelfs kanton Basel-Stadt heeft een landbouw- en bosbouwgebied. Het kanton bestaat uit drie gemeentes: de stad Bazel en de gemeenten Bettingen en Riehen.

Het grootste deel van het kanton is verstedelijkt en industrieel gebied aan de linkeroever van de Rijn, afgezien van de stadsparken, de dierentuin, het vele groen in de straten en langs de Rijn. Wie met de auto langs de autoweg en door de tunnels rijdt, ziet met name de betonnen en industriële kant van de stad.

Het landbouw- en bosbouwgebied bevindt zich aan de rechteroever van de Rijn. Tussen de Duitse steden Lörrach en Weil am Rhein. Ten oosten van de dorpen Riehen en bij Bettingen ligt de enige berg van het kanton, de 522 meter hoge Chrischona, met de vele oude stenen grenspalen van het Groothertogdom Baden en het kanton Bazel uit de periode na het Congres van Wenen in de jaren 1814-1815. Bossen en kleine weides kenmerken dit overwegend groene gebied.

Het park bij Riehen

Landschapspark Wiese

De bosbouw en landbouw vinden met name plaats ten westen van Riehen aan beide oevers van de rivier Wiese. Deze rivier ontspring in het Zwarte Woud bij de Feldberg (Baden-Württemberg) en stroomt bij Kleinhüningen, een wijk van Bazel, in de Rijn.

Vanaf de Zwitsers-Duitse grens stroomt de Wiese  4.5 kilometer door het Natuurpark Wiese, alvorens 1.7 kilometer door de bebouwing van de stad Bazel af te leggen.

Het natuurgebied van 600 hectaren aan beide oevers van de Wiese is niet zo maar een beschermd landschapsgebied. Het is sinds 1997 een succesvol grensoverschrijdend regionaal project van de gemeentes Bazel, Riehen, Lörrach en Weil am Rhein.

Bosbouw- en bosbeheer, drinkwatervoorziening, recreatie, landbouw en natuurbescherming- en beheer gaan hand in hand met de Wiese als het stromende middelpunt. Het bos heeft eeuwenoude (Californische) mammoetbomen, olmen, eiken, beuken, esdoorn en naaldbomen en een veelzijdige flora en fauna. Het park is vlakbij de bebouwde kom een gevarieerd wandel- en fietsgebied.

De Wiese

Tijdens de laatste lange periode van de IJstijden (640 000 – 10 000 v. Chr.) lag het gebied van het Landschapspark aan het einde van de Feldberg-gletsjer.

In de achttiende en negentiende eeuw is het gebied ontgonnen voor landbouw en gebruik van de industrie. Molens, smederijen, wasserijen voor textiel, verf- en lakfabrieken, en de chemische- en farmaceutische industrie maakten gebruik van het water en de opwekking van energie uit de Wiese in Kleinhüningen, dat tot 1908 een zelfstandige gemeente was.

De bron van de Wiese

De bron van de Wiese bij Feldberg

De Wiese is aan het begin van de twintigste eeuw gekanaliseerd om de vele overstromingen tegen te gaan. De gekanaliseerde Wiese en haar vistrappen doet wat kunstmatig aan, maar dit wordt meer dan goed gemaakt door 600 hectare bossen en weides aan weerszijden van de rivier.

(Bron en verdere informatie: www.landschaftsparkwiese.info)

Impressies van Wiese Landschapspark

Het kasteel van Hermance

Het gebied rond het stadje Hermance (kanton Genève) behoorde tot het domein van de koningen van Bourgondië (888-1032). Het ging daarna over in de handen van een plaatselijke dynastie, die deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk.

Het stadje is gesticht in de dertiende eeuw en was  verdeeld in een boven- en een benedengedeelte. De “bourg-d’en-haut”, het bovenste deel, is gebouwd op een kleine heuvel. Het is bijna geheel verdwenen. Alleen delen van de stadsmuur zijn nog aanwezig.

De “bourg d’en-bas, het onderste deel,  strekte zich uit tot aan het meer van Genève. Een deel van de middeleeuwse straten en de stadsmuren is intact.

Het kasteel staat op de top van de heuvel. Het maakte deel uit van de andere vestingwerken maar met een eigen muur. De imposante ronde donjon, het symbool van Hermance, is het belangrijkste deel van het kasteel.

Hermance is de grensplaats tussen Zwitserland en Frankrijk vanaf 186o en de annexatie van het Hertogdom Savoie, onderdeel van het Koninkrijk Piëmont- Sardinië (1713-1860, met onderbreking in de Napoleontische tijd 1798-1813).

(Bron: www.swisscastles.ch).

Hermance en de Frans-Zwitserse grens

Hermance (kanton Genève) is halverwege de 13e eeuw gesticht door Aymon II de Faucigny en is een dorp aan de oevers van het meer van Genève.

Het heeft zijn middeleeuwse karakter behouden en telt diverse bezienswaardigheden. De ligging aan het meer en de haven bieden bovendien diverse recreatieve mogelijkheden.

De rivier Hermance  ontspringt aan de voet van de Voirons en mondt uit in het meer Zij is veertien kilometer lang en vormt vanaf 1861 de (natuurlijke) grens tussen Zwitserland en Frankrijk aan de zuidelijke oever van het meer.

In 1815 was het bij besluit van het Congres van Wenen nog de grens tussen het Hertogdom Savoy (deel van het Koninkrijk Piëmont-Sardinië)  en de Zwitserse Confederatie. Sinds de annexatie van dit hertogdom door Frankrijk in 1861 is het de grens met Frankrijk.

Saint-Gingolph (Kanton Valais) is de andere grensplaats aan de zuidelijke oever van het meer van  Genève. Deze grens ligt vast sinds het Verdrag van Thonon van 4 maart 1569.

De rivier Hermance eindigt haar loop in het meer tussen de dorpen Hermance (Zwitserland) en Chens-sur-Léman (Frankrijk).

(Bron en meer informatie: www.hermance,ch)