Het Laboratorium van de vooruitgang

Waarom en wanner is het kleine Zwitserland tot een relatief grote economische macht geworden in de twintigste eeuw?

De basis gaat eeuwen terug tot de periode van de vijftiende tot de negentiende eeuw.  De handel in centraal-Zwitserland floreerde na de opening van de Gotthardpas in de dertiende eeuw. De Confederatie met haar machtige steden kwam tot ontwikkeling. Bern was de machtigste stadsstaat ten noorden van de Alpen in de zestiende eeuw.

Reeds in de 18e eeuw hadden vele regio’s een hoog niveau van economische en industriële ontwikkeling bereikt.

Er waren talloze productieplaatsen voor onder andere textiel en vele handelshuizen in alle uithoeken van het land, van Appenzell tot Genève, van St. Gallen tot Neuchâtel.

Zwitserse ondernemers en kooplieden waren te vinden op alle markten van het continent en de wereld, tot aan China en Amerika toe. Grondstoffen uit de hele wereld werden ingevoerd, verwerkt, geraffineerd en vervolgens in grote hoeveelheden aan Europa en overzee verkocht.

Dit boek bespreekt de periode in de negentiende eeuw, in het bijzonder na de totstandkoming van de nieuwe Confederatie in 1848.

In de jaren 1860 was Zwitserland het meest bezochte land van Europa. Het land veranderde in een snel tempo. Dit proces was ingrijpend en betrof de meest uiteenlopende gebieden van industrie, infrastructuur, economie en samenleving.

Het Zwitserse spoorwegnetwerk was in 1875 het meest uitgebreide van Europa, langs de lijnen waar de pioniers in de jaren 1850 en 1860 waren begonnen. De Grand Hotels zijn de paleizen van de Belle Epoque. Het emigratieland werd een immigratiebestemming. Het trekpaard van de industrialisatie in de 18e en 19e eeuw werd een post-industriële zone met hoogwaardige industrieën en dienstverlening.

Het boek legt de bronnen en processen bloot die deze ontwikkeling in de 19e eeuw in gang hebben gezet en is lectuur voor iedereen die wil weten hoe Zwitserland een succesvolle industriële, dienstverlenende en economische natie is geworden.

Joseph Jung, Das Laboratorium des Fortschritts. Die Schweiz im 19. Jahrhundert,  Zürich, 2019.

 

Benefiet Concert UNICEF

De geopolitieke situatie is, naast de Covid-pandemie, ernstiger, onzekerder en gevaarlijker dan tot voor een maand geleden voor mogelijk werd gehouden.

De bescherming van kinderen in het bijzonder is van het allergrootste belang en heeft voor UNICEF de allerhoogste prioriteit. Iedereen kan op zijn of haar manier bijdragen en invloed uitoefenen.

In deze context organiseren het kamerorkest van Genève en het Nexus-orkest een benefietconcert voor UNICEF.

De orkesten zullen Dvoraks Symfonie nr. 9 “Uit de nieuwe wereld” ten gehore brengen. De Celliste Camille Thomas, een bekende artieste voor UNICEF, is de speciale en speelt het concerto van Edward Elgar uit 1919.

Bron en meer informatie: www.illyria.ch

Het Historische Lexicon van Zwitserland

Het Historische Lexicon van Zwitserland (Das Historische Lexikon der Schweiz, DHL) Le Dictionnaire historique de la Suisse, HLS) is een wetenschappelijk samengestelde, in een netwerk opgenomen, actuele en multimediale gespecialiseerde encyclopedie over de Zwitserse geschiedenis.

Het is een vrijwel complete bron van historisch-cultureel onderzoek en een  aantrekkelijke online-informatiedienst voor het grote publiek.

De (identieke) inhoud wordt aangeboden in drie landstalen: Duits, Frans en Italiaans.

Het uitgangspunt van de online versie zijn de ruim 36 000 artikelen van de gedrukte editie (gepubliceerd van 2002 tot 2014). Deze worden voortdurend thematisch uitgebreid, conceptueel vernieuwd, consequent aan elkaar gekoppeld en aangepast aan de multimediale eisen van het nieuwe medium. Tegelijkertijd wordt de inhoud systematisch aangevuld.

De inhoud weerspiegelt de culturele verscheidenheid van Zwitserland en de verschillende historische realiteiten van zijn kantons en culturele gebieden. Bijzondere aandacht wordt besteed aan meertalige historische historie en verscheidenheid.

Het Lexicon presenteert de culturele geschiedenis van het gebied dat tegenwoordig Zwitserland vormt. Het omvat ook gebieden die later tot de Confederatie zijn toegetreden en gebieden die de Confederatie hebben verlaten.

De inhoud besteedt ook bijzondere aandacht aan de nauwe banden van Zwitserland met omliggende regio’s en Europa.

Die Schweizerische Akademie der Geistes- und Sozialwissenschaften, Bern, online: https://hls-dhs-dss.ch

 

Cultuur en historie in de Val Müstair

Een kleine vallei met ongeveer 1 600 inwoners, zes (grotere) dorpen en toch enkele wereldberoemde en unieke bezienswaardigheden en opmerkelijke linguïstische, culturele en historische feiten: dat is de Val Müstair in het uiterste oosten van Zwitserland, aan de grens met Zuid-Tirol en Lombardije in Italië. Hieronder komen de belangrijkste instellingen aan de orde. Daarnaast zijn er nog diverse galeries en andere private organisaties.

De lokale spreektaal is Jauer, een Romaanse variant van het Vallader in Unterengadin. In Zuidtirol, in de regio van Taufers, is de spreektaal het Vinschauer dialect, in Lombardije het Ladinisch, een aan het Romaans verwante taal.

Karel de Grote (748-814) kende deze vallei als geen ander: hij verbleef hier in 774 en 775 voorafgaande en bij terugkeer van zijn veldtocht tegen de Longobarden. Het rond deze tijd gestichte klooster St. Johann in Mustair (Claustra Son Jon) dankt er zijn bestaan aan.

De kerk in Sta. Maria is ook omstreeks deze tijd gesticht. Het dorp heette toen nog Silvaplana, maar nam in de loop der tijd de naam aan van de kerk, zoals vaak het geval was. Müstair betekent bijvoorbeeld ook klooster.

Sta. Maria

Het dorp ligt aan de voet van de Umbrailpas, een van de hoogste Zwitserse passen op 2503 (of 2501) meter, al naar gelang de Italiaanse of Zwitserse meting! Tot 1918 was Oostenrijk de buurman. Italië verwierf Zuid-Tirol na afloop van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) als resultaat van de onderhandelingen in Versailles (1918-1919). De Umbrailpas heet sindsdien aan de Italiaanse kant de Giogo di Sta. Maria.

Het museum 1914-1918

Het museum 1914-1918 is gewijd aan deze historie. Het Oostenrijks-Hongaarse leger van de dubbelmonarchie vocht vanaf 23 mei 1915 tot 11 november 1918 tegen het Italiaanse leger op de Stelviopas (Stilfser Joch, 2578 meter) en de Umbrailpas.

Het is de ironie van de geschiedenis dat Benito Mussolini (1883-1945) de drijvende kracht was achter deze oorlog, hoewel het koninkrijk Italië niet alleen neutraal, maar sinds 1882 zelfs lid was van de Triple Alliantie van het Duitse Keizerrijk en de  dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije.

De Entente van Frankrijk en Groot-Brittannië beloofden bij een overwinning echter Oostenrijkse gebieden in Lombardije en Trente en zelfs Zuid-Tirol, hoewel daar bijna geen Italiaan woonde.

Het was een meedogenloze oorlog op 2500 meter hoogte in alle jaargetijden. Loodzware artillerie, manschappen, bevoorrading, munitie, hospitalen, loopgraven en bunkers op een hoogte waar zelfs de steenbok niet graag vertoeft. Het front veranderde in deze tijd geen meter, de menselijke tol was enorm.

Joseph Bauhofer (1890-1918)

Het museum benadert deze periode vanuit het perspectief van het Drielandenpunt en drie talen: het Italiaans, Duits en Reto-Romaans (Platz der drei Sprachen, plaz da las trais linguas en Piazza delle tre lingue). Het Zwitserse leger bewaakte en verdedigde zijn neutraliteit. Een gedenkplaat bij de kerk voor de aan de Spaanse griep overleden soldaat Joseph Bauhofer (1890-1918) herinnert eraan.

Whiskymuseum, -brouwerij en -museum

Het Guinness Book of  Records vermeldt in 2007 de Whisky Bar als de kleinste ter wereld, maar met maar liefst 300 soorten Whisky. En dat voor een dorp met nog geen 350 inwoners ! Daarnaast is er een eigen whisky distilleerderij en een whiskymuseum.

De Muglin Mall

De uit de zeventiende eeuw stammende molen is de oudste nog functionerende graanmolen in Zwitserland. De beek Murainza en het kanaal drijven de molen aan. Het complex is ook een museum.

Handweverij Tessanda

Het handweven is een traditie en oude economische activiteit in de vallei. Tot 1900 had vrijwel iedere boerderij een weefgestel. Tessanda is in 1928 opgericht. De weverij gebruikt tegenwoordig 26 weefstoelen die met menskracht worden aangedreven. De apparaten zijn tussen de 40 en 120 jaar oud. Er werken 15 mensen (9 wevers, 3 naaisters, 4 staf) en er zijn drie opleidingsplaatsen. De weverij maakt in opdracht en in eigen productie voor de export en Zwitserland. Ze is de oudste nog bestaande handweverij van deze omvang in het land.

Valchava

Biblioteca Jaura 

De bibliotheek in de Chasa cumünala is meer dan een verzameling boeken en tijdschriften. Het is een documentatiecentrum over het Jauer en het in Zuid-Tirol en de Lombardije gesproken dialect, de historie in deze regio en de eeuwenlange (culturele) uitwisseling en betrekkingen. De schrijver Tista Murk (1915-1992) heeft het in 1984 opgericht en het zijn uitgebreide archief en collectie nagelaten.

Hans-Peter Schreich, voormalige dominee in Vachlava, heeft het nadien uitgebouwd tot een grotendeels gedigitaliseerde collectie van 5 000 boeken, 40 tijdschriften, duizenden foto’s en dia’s. De Biblioteca Jaura is een zelfstandig deel van de museumvereniging Chasa Jaura.

Ongeveer 10% van de boeken is van oudere datum dan 1900, onder andere de bijbel in Vallader uit 1679, gedrukt in Scuol ! Later verhuisde de drukkerij naar Strada.

Chasa Jaura Art-Museum Cultura

Het museum is gewijd aan de historie, kunst en cultuur van de vallei en organiseert regelmatig evenementen en tentoonstellingen.

Müstair

Het klooster St. Johann of Claustra Son Jon is het boegbeeld en naamgever van het dorp met ongeveer 700 inwoners.

Arena voor een boom

De boom in de Arena (Arena für einen Baum) is het middelpunt van het kunstwerk op de binnenplaats van het Landesmuseum in Zürich. De vrij toegankelijke  ‘Arena for a Tree’ is een stand-in voor de natuur en tegelijkertijd een krachtig pleidooi voor de natuur en het behoud ervan.

Het project is een vervolg op de Arena op de Münsterplatz in Bazel in het voorjaar van 2021 (zie Swiss Spectator 28 april 2021). De belangstelling voor bomen en hun omgeving gaat echter veel verder terug. De zorg voor het bos en het klimaat plaatste zijn project in het huidige perspectief.

De kunstenaar Klaus Littmann (1951) realiseerde in 2019 het project van 299 verschillende bomen in het voetbalstadion van Klagenfurt. De Oostenrijkse kunstenaar Max Peinter en diens tekening (uit 1971) met bomen in een stadion was de directe inspiratie. Andere kunstenaars, onder anderen Franz Gertsch (193o) met diens Waldweg (2013)  en Joseph Beuys (1921-1986) en diens Rettet den Wald (1982) en het planten van 7 000 eiken op de Documenta in Kassel in 1982.

Landschapsarchitect Enzo Enea koos in Bazel nog voor de ijzerhoutboom (Parrotia Persica) uit de toverhazelaarfamilie. De ijzerhoutboom komt uit het klassieke Perzië en is gewend aan verschillende seizoenen en verdraagt het stadsklimaat goed. Het doel van dit project was andere bomen in deze regio te introduceren in verband met het veranderende klimaat.

De omringende tribune, de arena, is gemodelleerd naar de groeiringen die de ouderdom van elke boom aangeven. De oneffenheden van boomschors vormen de inspiratie voor de buitenomtrek.

In Zürich heeft de kunstenaar echter gekozen voor een dode fruitboom. De Arena is dezelfde. De dode boom is echter een waarschuwing voor de mensheid en een aanmoediging om zelf wat te doen en in actie te komen.

Dit project krijgt de komende jaren een vervolg in Venetië en andere Europese steden.

Bron en verdere informatie: Isabel Zürcher, ‘Arena für einen Baum’ in Noëmi Crain Merz, Pascale Meyer (Red.), Im Wald. Eine Kulturgeschichte, Zürich, 2022).

Actuele historie van een pandemie

Geneeskunde is alomtegenwoordig, in tijden van Corona wordt dit overduidelijk. In de laboratoria worden analyses en interpretaties gegeven, medische kennis wordt in dichte opeenvolging en in grote aantallen gepubliceerd, besproken en soms herzien. De farmaceutische industrie draait op volle toeren.

In Bazel zijn pandemieën en geneeskunde al eeuwenlang aandachtspunten in wetenschap en industrie.

Achilles Mieg (1731-1799) entte op 29 mei 1756 de eerste kinderen in tegen pokken. Tegelijkertijd onderzocht de wiskundige Daniel Bernoulli (1700-1782) uit Bazel de effectiviteit van pokkeninenting met wiskundige methoden. Zijn werk wordt beschouwd als het eerste wiskundige model bij inentingen tegen besmettelijke ziektes.

Op 17 december 1882 stemden de burgers van Basel echter voor afschaffing van de verplichte vaccinatie. Ook toen al waren er hartstochtelijke voor- en tegenstanders.

Ziekenhuizen testen tegenwoordig therapieën en farmaceutische bedrijven ontwikkelen in hoog tempo vaccins. Tegelijkertijd bespreekt het publiek de resultaten van de geneeskunde en discussieert het over de betekenis ervan. Zelden zijn de resultaten zo zichtbaar en onderwerp van publiek debat geweest als in de afgelopen twee jaar.

De tentoonstelling in het Philosophicum in Basel illustreert aan de hand van geselecteerde episodes uit de geschiedenis van de geneeskunde in Basel het proces van kennisvergaring bij pandemieën en vaccins. Dit verloopt nooit lineair en bijna nooit zonder fouten en afwijkingen, geschillen en controverses, zoals de geschiedenis en het heden laten zien.

De tentoonstelling in de Duitse taal bespreekt daarnaast een groot aantal andere medische onderwerpen en ontwikkelingen vanaf 1500 tot heden.

De historische tentoonstelling, die lang voor de huidige pandemie is opgezet, is actueel. Ter begeleiding van de tentoonstelling biedt het Philosophicum een reeks lezingen met deskundigen aan.

Enerzijds staan zij stil bij ethische en maatschappelijk relevante vraagstukken en stellen zij deze ter discussie, anderzijds werpen zij licht op diverse gebieden van geneeskunde en onderzoek.

(Bron en nadere informatie: www.kosmoskoerper.ch).

De priorij van Corcelles

In het jaar 910 werd in Frankrijk de eerste steen gelegd van een benedictijnenabdij, die haar stempel zou drukken op de Europese geschiedenis: Cluny in het zuiden van Bourgondië. Ook de historische wortels van Corcelles (kanton Neuchâtel) zijn hierdoor gemarkeerd.

De priorij van Corcelles is in 1092 gesticht als kerk van de abdij van Cluny.

De kerk, sinds de Reformatie in 1530 een protestante temple, is een nationaal monument. In 2007 is Corcelles toegetreden tot het netwerk van Clunisian-sites (www.clunypedia.com/sites/suisse/corcelles-cormondreche).

De geschiedenis van Corcelles begint met de woorden in een oorkonde:

In het jaar 1092 stichtte een zekere Humbert de priorij van Corcelles“. Met deze oprichtingsakte wordt de naam Corcelles onderdeel van de geschreven geschiedenis.

Humbert maakte de bedevaart naar Cluny, waar hij contact had met de beroemde abt Hugues (1049-1109), een van de belangrijkste abten van Cluny.

Humbert keerde terug naar Corcelles en besloot de kerk en haar bijgebouwen op te dragen aan God en zijn apostelen Petrus en Paulus en deze aan Cluny over te dragen. De monniken van Cluny namen intrek in de priorij tot de Reformatie in 1530/1531. De parochie Corcelles maakte deel uit van het bisdom Lausanne en het decanaat Neuchâtel.

De huidige kerk is ongeveer 26 meter lang, met een 25 meter hoge toren met torenspits. Twee kapellen, één uit de 15e eeuw en de andere uit de 20e eeuw, geven het gebouw de vorm van een kruis.

Verschillende restauraties en toevoegingen hebben in de loop der eeuwen het huidige aanzien van de kerk bepaald.

(Bron: Ann Robert, 900 ans d’histoire de la paroisse de Corcelle-Cormondrèche: 1092 – 1992. Corcelles, 1992).

 

Waarom Zwitserland ?

De derde editie van het Engelstalige boek (Why Switzerland) is de herziene en geactualiseerde klassieker over het unieke politieke, constitutionele en economische systeem van Zwitserland.

Deze nieuwe editie gaat in op de dubbele uitdaging van de globalisering en de Zwitserse betrekkingen met de EU, en op de vraag of Zwitserland wel een levensvatbaar, alternatief ontwikkelingsmodel biedt.

Zwitserland is een bijzondere en fascinerende plek. Zijn unieke instellingen en kiesstelsel(s), zijn directe democratie, de meerhoofdige uitvoerende macht, de goed functionerende overheidsdiensten, het Militie-systeem, de afwezigheid van stakingen, de zeer lage werkloosheid en staatsschuld, de kantonale en gemeentelijke autonomie, haar rijkdom, haar (economische) historie, de vier landstalen en de prachtige natuur maken het op zichzelf al interessant.

Er is ook een bijzonderheid. Zwitserland is een eiland omringd door de Europese Unie, en een grote meerderheid van de burgers wil geen lid zijn.

Het boek probeert drie samenhangende vragen te beantwoorden: waarom heeft zo’n uitzondering op de Europese normen standgehouden? Wat merken buitenstaanders op aan eigenaardigheden en kunnen zij er wat van leren of juist het omgekeerde? En ten slotte, kan zo’n buitengewone samenleving blijven bestaan wanneer veel van de omstandigheden waarin ze tot stand kwam, verdwenen zijn?

Jonathan Steinberg, Why Switzerland, derde editie, Cambridge 2015

De Nova Fundaziun Origin en Mulegns

Zwitsers kunnen wellicht geen bergen verzetten, maar wel het grootste (spoor) wegennet en de langste tunnels in bergen aanleggen. De Gotthard-basistunnel is hiervan een recent voorbeeld. Minder bekend zijn echter andere opzienbarende projecten die, op zijn Zwitsers, op lokaal niveau beginnen.

De Nova Fundaziun Origen (www.origen.ch) is hiervan een voorbeeld. De stichting, opgericht in Riom (kanton Graubünden in Oberhalbstein of Surses in het Romaans (Surmiran dialect) heeft al diverse cultuur-historische projecten gerealiseerd in deze regio.

De Weisse Villa (nu in Renovatie) na de Verschuiving 8 Meter naar achteren en Post Hotel Löwe

Het theater op de Julierpas (de Julierturm) is wellicht het bekendste project. Opzienbarend is echter het project om de monumentale Weisse Villa in  Mulegns te behouden.

Mulegns is een klein dorpje aan de weg die vanuit Tiefencastel via de Julierpas naar Oberengadin voert. Het  dorp was destijds, tot de opkomst van de auto en de Postauto, een rustplaats voor koetsen, paarden en hun (internationale) passagiers.

Het beroemde Post Hotel Löwe herinnert hier ook nog aan. Het hotel dateert uit de jaren 1830 en is in 1897 prachtig in Jugendstil gerenoveerd door de architect Nikolaus Hartmann. Het is een van de oudste Grand Hotels van Graubünden.

Post Hotel Löwe

De Witte Toren (der Weisse Turm)

In 1909 verzorgde een kleine aangebouwde elektriciteitscentrale de energievoorziening. Tot 1925 waren auto’s niet toegestaan in het kanton en vandaar dat koetsen,  paarden, stallen en koetshuizen tot 1925 prominent aanwezig waren. De omliggende boerderijen verzorgden het hotel met voedsel (met name melk, boter, eieren, groenten, vlees, kaas en soms zelfs vis).

De vele buitenlandse gasten hadden onder andere een cricketveld en een kleine hoteltuin tot hun beschikking.

Deze villa is in 1856 gebouwd door de beroemde Franse architect Jean Baptiste Lafarque (1801-1866) in opdracht van Jean (Gion) Jegher. Jegher was een ‘Zuckerbäcker’, die in Bordeaux, de stad van Lafarque, een vermogen had verdiend met zijn patisseries.

De Villa na verplaatsing van 8 meter

Bordeaux staat zelfs in Frankrijk bekend om zijn uitzonderlijke architectuur uit de negentiende eeuw, die weer gebaseerd was op de Franse Renaissance uit de zestiende eeuw.

De Weisse Villa was in een klein (boeren) dorp als Mulegns in 1856 dan ook opzienbarend. In Graubünden en de andere kantons hebben veel dorpen en kleine stadjes grootsteedse architectuur met invloeden uit de hele wereld.

Het is de stichting gelukt de Villa in december 2020 acht meter naar achter te verplaatsen om verbreding van de weg mogelijk te maken.

Momenteel wordt de villa weer in oude glorie en functie hersteld en ingericht als ‘Zuckerbackerei’. Het Post Hotel Löwe opende onlangs zijn deuren na een jarenlange renovatie.

De stichting is echter ook actief  in Riom met diverse theater-, zang- en dansprojecten in het huis. De rekwisieten voor de opvoeringen worden ook op locatie in het textielatelier in Riom gemaakt.

Internationale Bodensee-Konferenz

De aan de Bodensee  (Meer van Konstanz) grenzende  bondsstaten Baden-Württemberg en Beieren (Duitsland), Vorarlberg (Oostenrijk), de kantons Schaffhausen, Zürich, Thurgau, St. Gallen, Appenzell Ausserrhodenn en Appenzell Innerrhoden (Zwitserland) en Liechtenstein richtten op 14 januari 1972 de Internationale Bodensee-Konferenz (IBK) op.

Het doel van het IBK is de grensoverschrijdende samenwerking in de Bodenseeregio te bevorderen en de betrekkingen tussen de vier buurlanden en regio’s te versterken.

Een intergouvernementele commissie is gemodelleerd naar de reeds lang bestaande intergouvernementele commissie van Duitsland, Frankrijk en Zwitserland voor de regio Boven-Rijn. Zij  bestrijkt het spectrum van de betrekkingen tussen deze buurlanden op staatsniveau.

(Bron en nadere informatie: Internationale Bodensee-Konferenz)