De Wandelaars

Zwitserland is een wandelland. Duizenden goed aangegeven paden leiden wandelaars door gehuchten, dorpen, steden, parken, kloven, bergen, dalen, bossen, weides, langs meren, vennetjes, beekjes en rivieren en in alle hoeken van het land.

De rugzak, wandelstokken, reservekleren, moderne navigatiemiddelen (onder andere Schweizmobil, Swisstopo, Peakfinder) en voldoende proviand  horen bij de standaarduitrusting. De ware natuurliefhebbers hebben bovendien apps voor planten, bomen, vogels en andere dieren tot hun beschikking.

De benen blijven echter het belangrijkste hulpmiddel. De Franse kunstenaar Tjeerd Alkema (1942) is, zoals de naam al doet vermoeden, een geboortige Nederlander (Harlingen), die sinds 1963 in Frankrijk woont en werkt.

Bij de haven van Auvernier, aan het meer van Neuchâtel, heeft hij het belangrijkste hulpmiddel van de wandelaar prachtig weergegeven. De twee paar benen van de wandelaars geven treffend de essentie van het wandelen aan.

De sculptuur uit 2006 is een eerbetoon aan wandelaars uit Neuchâtel en van elders.

Archeologische vindplaats kathedraal Saint-Pierre

Onder de kathedraal Saint-Pierre in Genève uit de twaalfde eeuw liggen de resten verborgen van  de oudste kerken van Zwitserland. De eerste kerk dateert uit de vierde eeuw.

De heuvel is ook de archeologische vindplaats van de Keltische (de stam van Allobroges) en Romeinse tijd (vanaf 120 v. Chr.). De nederzetting heette toen Genava.

Het archeologische museum toont onder andere waterputten, materiaal voor de verwerking van graan, beelden, fundamenten van Romeinse gebouwen, graven van de Keltische Allobroges-stam en vele andere vondsten.

Het is een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen ten noorden van de Alpen.

(Bron en nadere informatie: le site archéologique de la Cathédrale Saint-Pierre, www.site-archeologique.ch)

 

Le Fornel Gléresse

Het landhuis van de Heren van Gléresse “Le Fornel” werd in 1550 gebouwd door Rodolphe de Gléresse (1510-1564) op een domein van de prins-bisschop van Basel.

Het landhuis is 250 jaar (tot aan de Franse inval in 1798) in de familie gebleven en getuigt van de woonomgeving en de wijnbouw uit die tijd.

Sinds 1970 herbergt het gebouw het wijnmuseum (Rebbaumuseum) van de regio Meer van Biel/Bienne (www.rebbaumuseum.ch).

De wijnbouw rondom het meer beslaat ongeveer 220 hectare. Een document uit 866 toont dat er al meer dan 1000 jaar geleden wijnbouw plaatsvond.

In de middeleeuwen exploiteerden abdijen en kloosters de wijngaarden, na de Reformatie in 1530 vooral families uit Bern.

De middeleeuwse wijndorpen en stadjes hebben nog niets van hun charme verloren en houden hun tradities in stand.

De ongeveer 80 wijnbouwers rond het meer verbouwen van oudsher witte wijn en hebben bijna allemaal nog steeds hun eigen wijngaard. (Bron en verdere informatie: www.vinsdulacdebienne.ch).

De abdij van Ottmarsheim

Op de oude Romeinse weg van Straatsburg (Argentoratum) naar Augst (Augusta Raurica) ligt de abdij van Ottmarsheim in de Elzas. Ottersheim is voor het eerst genoemd in 881 als bezitting van het klooster Murbach. De abdij is genoemd naar St. Otmar, een abt van het klooster van St. Gallen in de achtste eeuw.

De abdij heeft ook een directe relatie met de dynastie van Habsburg, zoals een herdenkingssteen in herinnering brengt. De wortels van de Habsburgers liggen ook in de Elzas, Ottmarsheim en omgeving.

De abdij van Ottmarsheim is gesticht in 1030 door een van de voorouders van de Habsburgers, Rudolf van Altenburg. Zijn broer Radbot van Altenburg stichtte in https://www.swiss-spectator.ch/de/deutsch-das-kloster-muri/1028 het klooster Muri (in het huidige kanton Luzern).

De abdij van Ottmarsheim is eeuwenlang het toneel geweest van oneenigheid tussen de Habsburgers en de bisschop en later de stad Bazel. De relatie tussen Habsburg en Bazel normaliseerde pas na de Schwabenkrieg (1499) en de Vrede van Bazel. Bazel werd in 1501 lid van de Zwitserse Confederatie.

De Reformatie was echter de nieuwe bedreiging in 1517. De regio bleef echter katholiek. Het klooster werd een Stift voor adellijke dames uit Zwitserland, Elzas en Oostenrijk. Deze bestemming garandeerde ook een grote rijkdom.

De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) veranderde weer alles. De nonnen vluchtten aanvankelijk naar het protestantse, maar neutrale Bazel toen de Franse koning dit deel van de Elzas confisqueerde. De katholieke Lodewijk XIV (1638-1715)  garandeerde echter de (financiële en fysieke) veiligheid en integriteit.

De Frans Revolutie was echter fataal. Het nieuwe Franse bewind nationaliseerde het Stift in 1790 zonder vergoeding. Het complex werd afgebroken op de abdijkerk na. De gemeenteraad van Ottmarsheim had de kerk net op tijd gekocht. De kerk is nog steeds eigendom van de gemeente.

De abdijkerk heeft zijn romaanse architectuur grotendeels behouden en fresco’s uit de veertiende tot de vijftiende eeuw. Het interieur heeft een sterke gelijkenis met de dom in Aachen, gebouwd door Karel de Grote (747-814)  in de jaren 796-804.

(Bron: H. J. Wörmer, J. Ottilie, Abteikirche Ottmarsheim, Ottmarsheim 2019).

Het begin van de horlogeindustrie

De steden Le Locle en La Chaux-de-Fonds in het kanton Neuchâtel zijn gebouwd voor de horloge-industrie en horlogemakers. De geschiedenis van het vakmanschap en de industrie komt tot uiting in de architectuur en stadsplanning.

Nergens anders ter wereld heeft de horloge-industrie zulke duidelijke en goed bewaarde sporen van haar ontwikkeling in een stedelijke omgeving achtergelaten.

De stad Le Locle is de oudste gemeente in het Juragebergte van het kanton Neuchâtel en wordt beschouwd als de bakermat van de horloge-industrie.

De eerste horlogefabriek  werd in 1705 opgericht door Daniel Jean-Richard (1665-1741). Sindsdien is de horloge-industrie een booming business in de regio (en Zwitserland).

Afbeelding: Espace de l’urbanisme horloger

De stad La Chaux-de-Fonds is ook gebouwd voor de horloge-industrie. Het dorp brandde in 1794 bijna volledig af. De herbouw stond geheel in het teken van de horloge-industrie, het werk, de ateliers, opslagplaatsen en (comfortabele) woningen voor de arbeiders.

In de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde de stad zich snel. In 1857 werd een van de eerste spoorlijnen in Zwitserland aangelegd.

De horlogemetropolen La Chaux-de-Fonds en Le Locle hebben een horlogemuseum met een indrukwekkende collectie van de mooiste horloges uit de laatste eeuwen. De horloge-industrie is nog steeds belangrijk voor de regio.

Ook Nederland is vertegenwoordigd in het horlogemuseum van la Chaux-de-Fonds. Christiaan Huygens (1629-1695) heeft een ereplaats met een groot schilderij vanwege diens uitvinding van een spiraal voor de voortbeweging van het horloge en was hij de uitvinder van het slingeruurwerk, de staande klok, of de pendule.

De Fin de Siècle, de tijd rond 1900, is nog steeds overal te zien in architectuur en prachtige openbare en particuliere gebouwen. (Bron: Musée d’horlogerie du Locle, www.mhl-monts.ch, Musée international d’horlogerie – La Chaux-de-Fonds).

Zürioberland, Paul Burkhard en Tüfels Chilen

Niet veel Amerikanen en Engelsen zullen het Zürcher Oberland, regionaal ook wel Zürioberland genoemd, in verband brengen met een van de grootste muzikale hits uit de jaren vijftig.

De componist Paul Burkhard (1911-1977) componeerde in Zürich in 1939 de musical “Das Schwarze Hecht” voor het Schauspielhaus. Een van de nummers was het lied ’O mein Papa’.

Jack Metzger (1918-1999), Paul Burkhard, 1950. Foto: Sammlung ETH Zürich

Een wereldoorlog en elf jaar later koos de Zwitserse zangeres Lys Assias (1924-2018) dit nummer uit voor een optreden met het orkest van Radio Beromünster onder leiding van dezelfde Paul Burkhard. De uitzending op de radio was een groot succes en het lied werd opgenomen op een single, die toen juist aan zijn opmars begon.

(Tegenwoordig bijna vergeten: een single is een speelplaat met één nummer, een Langspeelplaat of LP heeft veel meer nummers van dezelfde artiest of groep).

In 1954 stond O mein Papa maandenlang nummer 1 op de Duitse hitparade. Snel daarna volgde een film van de musical onder de naam Feuerwerk wat nog meer bekendheid gaf aan het lied.

Vervolgens is het lied in diverse versies door verschillende artiesten gezongen. Het lied is in meer dan veertig talen beschikbaar, onder andere in het Nederlands, en is nog steeds regelmatig te horen.

Het grootste succes was echter in Amerika en het Verenigd Koninkrijk. In 1954 was de komedie onder de naam ‘Oh ! my Papa’ in Londen in West End te zien, in de tijd dat The Mousetrap van Agatha Christie (1890-1976) zijn eerste successen beleefde in 1952. In Amerika stond het nummer als eerste Europese hit acht weken lang nummer 1 in de hitparade met 1 miljoen verkochte exemplaren.

Ook niet veel Zwitsers zijn zich hiervan bewust. Wel degenen die op een wandeling het dorp Rämismühle-Zell passeren. Dit dorp in het kanton Zürich ligt vlakbij het kasteel (tegenwoordig een museum) van de Graven van Kyburg bij het Tösstal. Deze dynastie speelde tot haar uitsterven in 1264 een prominente politieke en militaire rol. Ze waren met Savoie en Habsburg de machtigste heersers in dit gebied.

De Paul Burkhardweg leidt de wandelaar door dit schitterende gebied met zijn lage bergen, wouden, weiden en dorpen.

Een van de bijzonderheden onderweg is de Obstgarten in Oberlangenhard (Rikon). Deze naam doet het restaurant met die naam alle eer aan. Verse groente, vers fruit, verse eieren en vers vlees te midden van fleurige weides, bloesems van boomgaarden en vee. Overigens is dit restaurant tot in Oslo bekend. Op 4 mei 1997 nuttigde Koningin Sonja van Noorwegen hier de lunch.

De vele fruitbomen en groentetuinen verbazen niet in deze waterrijke omgeving. Niet ver van Kollbrunn bevinden zich in de kloof Rörlitobel de zogenaamde Tüfels Chilen. Dit is een verzamelnaam voor waterbronnen.

De bron is bedekt door een metersdikke laag turf, waaruit twee grote en twee kleinere bronnen stromen. Deze vinden hun weg naar de Bäntalbach en zijn kleine zijbeekjes. De steile wanden en het vele (zon) licht vanwege de hoge loof- en naaldbomen zijn een ideaal oord voor orchideeën en andere planten die veel licht nodig hebben en in de lente hun pracht en praal tonen.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

De mooiste Zwitserse dorpen en stadjes

De tweede editie van de reisgids van de Vereniging Die schönsten Schweizer Dörfer/Les plus beaux villages de Suisse (www.borghisvizzera.ch) presenteert de mooiste dorpen en kleine steden (45 gemeenten onder de 10 000 inwoners) in Zwitserland en Liechtenstein.

Elke plaats wordt voorgesteld met zijn geschiedenis en bezienswaardigheden. Het boek is beschikbaar in het Duits, Frans en Italiaans. In deze editie zijn drie nieuwe plaatsen opgenomen: Dardagny in het kanton Genève, Bursins in het kanton Vaud en Grüningen in het kanton Zürich. De nieuwe editie telt 224 bladzijden met 50 kaarten en 200 foto’s.

De vereniging is lid van de internationale federatie “Les plus beaux Villages de la Terre”. De app “Beaux Villages Suisse” kan gratis worden gedownload voor Apple iOS en Android. Deze inhoud is ook beschikbaar in het Engels.

Het amfitheater van Kaiseraugst

In december 2021 kwam in Kaiseraugst, vlakbij de voormalige Romeinse stad Augusta Raurica (het huidige Augst, kanton Basel-Landschaft) tijdens een bouwonderzoek bij de Basler Ruder Club (BRC) een amfitheater aan het licht.

Het amfitheater is het tweede amfitheater in het kanton Aargau, na dat van Vindonissa (Windisch). In Augusta Raurica is het reeds het derde monument van dit type, hoewel de twee voorgangers reeds in de 4e eeuw verlaten waren.

Behalve Vindonissa en Augusta Raurica is er ook een amfitheater bekend op het Engelhalbinsel in Bern (Bernodurum), in Avenches (Aventicum), Martigny (Forum Claudii Vallensium) en Nyon (Colonia Iulia Equestris).

Een laatste blik op het amfitheater

Het amfitheater is 50 meter lang en 40 meter breed. Het amfitheater kan worden gedateerd in de late oudheid, in de 4e eeuw. Het ligt direct aan de Rijn en buiten het fort (Kastell).

Het is tot op heden het jongste bekende amfitheater van het Imperium Romanum. Het amfitheater blijft onder de grond. De archeologische vindplaats wordt door lagen grind en zand afgedekt.

Jakob Baerlocher, ‘Das neuentdeckte Amphitheater von Kaiseraugst’ in Augusta Raurica, 2022/1, S.12-15.

Een korte historie van het Engadin

Het boek beperkt zich niet tot het dorp Celerina, uitgangspunt van het boek, maar presenteert de historische, sociale, economische en toeristische context van Oberengadin op een toegankelijke wijze en met veel illustraties.

Van de Rhaetiërs, van wie weinig bekend is, de Romeinen, de val van het Romeinse Rijk en haar gevolgen, de komst van Walser en andere Duitssprekenden, de militaire bezetting in het Engadin van 1500 tot 1800, de reformatie, de emigratie van vele inwoners en vele andere onderwerpen passeren de revue.

Tiziana Cavadini-Canonica, Adriano Cavadini, Das Engadin-Kurze Geschichte einer alpinen Welt, Sondrio, 2009.

Het boek is in 2008 eerst in het Italiaans gepubliceerd, Piccola storia di un mondo alpino, Sondrio 2008.

 

Romaanse taal en cultuur

Ongeveer een derde van alle sprekers van de Romaanse taal woont tegenwoordig buiten het kanton Graubünden.

De (rondreizende) tentoonstelling wil de andere taalgemeenschappen van het land (Duits, Frans en Italiaans) informeren over deze taal en cultuur en het netwerk van sprekers van het Romaans vergroten.

De tentoonstelling is gericht op een breed publiek en behandelt verschillende historische, literaire, linguïstische, sociale en culturele aspecten van deze taal en haar vijf belangrijkste dialecten. Met enige kennis van Latijn, Frans, Italiaans, Duits komt de Romaanse ‘analfabeet’ al een heel eind.

Enkele bekende Romaanse persoonlijkheden geven op de tentoonstelling de volgende toelichting:

“Rumauntsch nun es be üna lingua. Rumauntsch es ün’identited supplementera”(Annina Campell);”Rumantsch monta per me: mond, mitos, malancuneia, famiglia, cuntrada, semi, vischnanca, cant e cor”(Giovanni Netzer); “Da giuven al gimnasi da Losanna ha il romontsch levgiau a mi igl access al spazi da cultura franzos”(Reto Gurtner);”Il rumantsch è  per mai insatge total normal. Tuna da pauc ? Na! Tge datti pli impurtant per ina lingua che normalitad? ” (Ladina Heimgartner).

(Voor de vertaling: www.dicziunari.ch).

De tentoonstelling “Rumantsch è...” (www.rumantsch-e.ch) is in september 2021 geopend in het Huis van de Kantons (Haus der Kantone/Maison des Cantons) in Bern als onderdeel van de Conferentie van Kantonale Regeringen (Konferenz der Kantonsregierungen, KdK).

Vanaf midden december 2021 was de tentoonstelling te zien in het stadhuis van Chur en in Luzern. Vanaf 19 april tot eind mei is ze te zien in het Romaanse Seminar aan de Universiteit van Zürich.

(Bron en nadere informatie: www.ub.uzh.ch).