Glovelier het Vrije Dorp

Het dorp Glovelier (kanton Jura) ligt aan het westelijke uiteinde van de Delémont-vallei, op het kruispunt van de oude verbindingswegen: Porrentruy-Bienne via Bellelay en Pierre-Pertuis en Delémont-La Chaux-de-Fonds. Het dorp ligt aan de rang van kloven en de woeste bergbeekjes van de Jura.

Glovelier is een van de dertien vrije dorpen (francs villages) van de Delémont-vallei.Tot de Franse inval in 1792 was dit gebied een heerlijkheid van het prinsbisdom Bazel. De parochie en de fraaie kerk St. Maurice worden al in de 12e eeuw vermeld.  De kerk is in 1923-1924 gerenoveerd.

Na de Franse inval hoorde Glovelier achtereenvolgens bij de kortstondige Raurakische Republiek, van 1793 tot 1800 bij het departement Mont-Terrible en van 1800-1813 bij het departement Haut-Rhin. Daarna is deze regio tot 1815 vanuit Arlesheim (huidige kanton Basel-Landschaft) door de geallieerden bestuurd. Bij besluit van het Congres van Wenen in 1815 ia Glovelier bij het kanton Bern ingedeeld.

Sinds 1 januari 1979 maakt de gemeente deel uit van het kanton Jura. Op 1 januari 2013 fuseerde de gemeente met die van Bassecourt, Courfaivre, Soulce en Undervelier tot de nieuwe gemeente Haute-Sorne.

(Bron: Dictionnaire historique de la Suisse, François Kohler, version 02.07.2020).

De Salle de Musique, cultuur, natuur en La Chaux-de-Fonds

Zürich, Luzern, Genève en Bazel zijn bekend om hun mooie en/of onlangs gerenoveerde concertgebouwen. Veel minder bekend, zowel in Zwitserland, als in het buitenland, is het concertgebouw (la Salle de Musique) van La Chaux-de-Fonds (kanton Jura). Het gebouw opende in 1955 zijn deuren en staat naast het operahuis uit 1837.

Het interieur is van een degelijke, maar fraai vormgegeven grotendeels houten eenvoud, die slechts wordt overtroffen door de kwaliteit van de veel geroemde akoestiek. De bijna 130-jaar oude Sociéte de la Musique uit deze stad heeft het initiatief genomen voor dit akoestisch en visueel hoogstandje.

Het past in de traditie van deze stad niet alleen de muzikale grootheden in dit gebouw te laten optreden, maar ook ruimte te bieden aan de werknemers van de (horloge) industrie die deze stad vanaf de 18e eeuw de hoofdstad van de horlogerie en sinds 2009 UNESCO-werelderfgoed hebben gemaakt.

Het concertgebouw faciliteert niet alleen deze concerten, maar is ook bestemd voor activiteiten van de organisaties van deze werknemers.

Het past in de traditie van het hoogstaande culturele aanbod in deze industriestad van bijna 40 000 inwoners op een hoogte van ruim 1 000 meter.

Het indrukwekkende en interessante internationale horlogemusem (Musée international d´horlogerie) is een van de vele voorbeelden, inclusief een schilderij en eerbetoon aan ´onze´ Christiaan Huygens (1629-1695).

Afbeelding: L’Espace de l´urbanisme horloger

Huygens vond in 1656 de spiraalveer en de slinger van de staande klok uit, twee baanbrekende ontdekkingen voor de horloge industrie en de exacte tijdwaarneming.

De fascinerende ontwikkeling van de horlogeindustrie vanaf de 18e eeuw in Zwitserland (Genève, Neuchâtel, Le Locle en tal van andere plaatsen) wordt treffend verbeeld in de vrij toegankelijke expositie Espace de l´urbanisme horloger van en in La Chaux-de-Fonds.

Le Corbusier, la maison blanche

De stad is echter ook de geboorteplaats en bron van inspiratie geweest voor de architect Le Corbusier (1887-1965), het pseudoniem van Charles-Édouard Jeanneret. Hij was leerling van Charles l´Éplattenier (1874-1946).

De gebouwen van Le Corbusier staan in diverse Europese landen en in deze stad op de UNESCO-werelderfgoedlijst. De architectuur is een juweel van Art Nouveau (en de lokale Art Sapin stijl), Art Déco en het beroemde gridpatroon van de stad.

Na de alles verwoestende brand van 1794 is de stad opgebouwd om de horloge industrie en haar werkplaatsen, logistiek en kantoren zo goed mogelijk van dienst te zijn met kwalitatief voor die tijd goede woningen voor de arbeiders, inclusief een groot cultureel aanbod en sociale voorzieningen.

La Chaux-de-Fonds heeft voor een relatief kleine stad dan ook een groot theater- en opera-aanbod. De reden is de betrokkenheid van de lokale horlogeproducenten bij hun stad. Vanaf het begin van de bloeiperiode van deze industrie aan het begin van de negentiend eeuw heeft de lokale welgestelde burgerij ruimhartig culturele en sociale projecten gesteund.

Dit neemt niet weg dat deze stad ook haar sociale onrust en een ´klassenstrijd´ heeft gekend rond de eeuwwisseling (19/20e eeuw), maar dan wel op zijn Zwitsers: met een compromis tot slot.

Ook de revolutie (op haar Zwitsers) tegen de Prins van Neuchâtel (de Duitse koning Friedrich Wilhelm IV, 1795-1861) vond in deze stad (en Le Locle) haar oorsprong en uiteindelijke succes in 1848. De Duitse koning zag in 1857 formeel af van zijn prinsdom.

Deze stad is niet alleen historisch, architectonisch, cultureel en sociaal interessant. Ook vanwege de natuur van de Jura is een bezoek aan een van de hoogst gelegen steden van Europa de moeite waard.

(Bron en verdere informatie: www.musiquecdf.ch; www.j3l.ch).

Een van de grootste synagogen van Zwitserland

De Grand Temple en maquette van de Grand Temple (1794), Dépôt van M. Pierre Steinmann. © Collection du Musée international d’horlogerie, la Chaux-de-Fonds

Het Emmental, kaas en Lindebomen

Het Emmental in kanton Bern is vooral bekend vanwege zijn  Emmentaler kaas. De Emmentaler Schaukäserei in Affoltern i. E. vertelt de historie van deze kaas in alle geuren, kleuren en feiten.

Emmentaler kaas

De Emmentaler kaas is onder andere bekend vanwege haar gaten en de soms grote afmetingen, tot wel 130 kilo. Overigens wordt deze kaassoort ook in de Savoie (Frankrijk), de Jura en de Allgau (Duitsland) geproduceerd.

Rivaliteit met Gruyère

De rivaliteit tussen de kantons Bern en Freiburg en tussen de Emmentaler en Gruyère kazen is zo oud als deze eeuwenoude kantons. Deze kazen zijn destijds ontstaan vanwege de melkproductie-en overschotten in de zomermaanden. Kaas was de beste methode de melk houdbaar en ook voor de lange termijn geschikt te houden voor consumptie.

Het verschil in smaak, kleur, vorm en bereidingsproces van beide kazen is evident, net zo evident als Freiburg een overwegend katholiek en Bern een overwegend protestants kanton is.

Dit verschil is in zoverre relevant dat de kaasproducenten van Freiburg tot de Franse Revolutie Frankrijk als belangrijkste afzetgebied hadden (in combinatie met de levering van huurlingen voor de Franse koning). De Franse revolutie maakte een einde aan deze afzetmarkt. Bern leverde tot dan vooral aan Rusland, Duitsland, Oostenrijk en Duitstalig Zwitserland.

Na de val van Napoleon investeerde de elite van Bern grote bedragen om de Emmentaler kaas ook in Frankrijk te distribueren. En met succes. Het machtige kanton Bern slaagde er zelfs in de Confederatie in 1897 een verdrag met Frankrijk te laten sluiten waarin de export van Gruyère naar Frankrijk werd verboden.

De Gruyère producenten gaven niet op en gingen ook Emmentaler kaas maken, onder andere in La Roche en Bulle. Het dieptepunt voor Freiburg was echter het jaar 1909 toen la Société de Laiterie van Belfaux in het Duits in de Schweizerische Milchzeitung een Duitstalige kaasmaker zocht en vond om Emmentaler kaas te maken.

Kwaliteit verloochent zich echter nooit en dit geldt ook voor kaas. Vanaf 1920 maakte Gruyère een comeback en een ware zegetocht in Duitstalig Zwitserland. In 1920 meldde een rapport van ´la station laitière de Pérolles´ in Freiburg dat ´La demande en fromage de Gruyère a considérablement augmenté, en Suisse allemande spécialement`.

De Linde en het Emmental

Deze oude rivaliteit tussen Gruyère en Emmentaler kaas doet aan de kwaliteit van beide kazen niets af, smaken verschillen nu eenmaal. Bovendien merkt de wandelaar in het Emmental niets van deze eeuwenoude historie. Wat wel opvalt in het Emmental is de prominente aanwezigheid van Lindebomen.

Deze bomen zijn soms eeuwenoud en vaak al van veraf zichtbaar op de toppen van heuvels en lage bergen. In het naburige Entlebuch, waar de rivier de Emme ontspringt, staan daarentegen veel katholieke kruisen op dergelijke plekken. Het Emmental is protestants en wellicht vervangen de Linden de kruizen, zoals wel word beweerd.

Het Emmental is een heuvelachtige regio met uitgestrekte weidegebieden en bossen met een prachtig uitzicht op de Alpen aan de ene en de Jura en het Berner Mittelland aan de andere kant.

Het middeleeuwse kasteel en museum in Burgdorf en het mooie regionale museum Chüechlihus in Langnau i. E. bieden informatie, documentatie en tal van interessante feiten over de natuur, cultuur en historie.

Waarheen of vanwaar de (wandel) tocht ook leidt in het Emmental, een glas water uit de waterbron van hotel-restaurant Rudswilbad bij Ersigen is altijd een welkome verfrissing.

Ersigen bouwde in 2015 een rodelbaan van 750 meter ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan. De rodelbaan liep vanaf de Linde op de Loberg naar het dorp onder het toeziend oog van de Alpen en de Jura.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

(Bron en verdere informatie: www.emmental.ch).

Napoleon en Zwitserland

Napoleon Bonaparte (1769-1821) stierf op 5 mei 1821 op het Engelse eiland St. Helena in de Stille Zuidzee.

De Zwitserse Confederatie

De Zwitserse Confederatie van tweeëntwintig kantons bestond op dat moment zes jaar. Het land was door het Congres van Wenen (1814-1815) erkend als een soevereine en neutrale republiek.

Weinigen vermoedden deze ontwikkeling in 1798, het jaar van de Franse inval in de oude Confederatie van dertien kantons. Bovendien had Frankrijk reeds in 1792 een deel van het (Jura-)grondgebied van het prinsbisdom Basel geannexeerd.

De enige officiële taal van de oude Confederatie was Duits. De Franstalige, Italiaanstalige en Romaanstalige of tweetalige gebieden/kantons (behalve Freiburg/Fribourg) waren geen lid van de oude Confederatie.

De Republiek Graubünden, de Republiek Genève, de Republiek der Zeven Zenden (Dizains) in Wallis en het Vorstendom Neuchâtel (deel van het Koninkrijk Pruisen) waren onafhankelijk.

Vaud, Thurgau en Tessin waren bezette gebieden met de status van ‘Untertanengebiet’. De Jura bestond nog niet (het kanton Jura werd pas in 1979 opgericht).

1798-1813

Na 1798 bleef niets meer hetzelfde. Napoleon voerde de eenheidsstaat van de Helvetische Republiek in (1798-1803) en verdeelde het land in bestuurlijke eenheden onder het centrale gezag van een vijfkoppig directorium naar Frans model.

De Untertanengebiete hadden dezelfde rechten als hun vroegere heersers. Ook de Italiaanse en Franse talen kregen dezelfde status als het Duits.

De nieuwe confederatie werd opgericht bij de (Franse) Akte van bemiddeling (Mediationsakte/Acte de Médiation) van 1803.

Het Frans, Italiaans en Duits werden erkend als officiële talen. De kantons Graubünden (Les Grisons), Waadt (Vaud), Tessin (Ticino) , St. Gallen (St. Gall), Thurgau (Thurgovie) en Aargau (Argovie) werden opgericht.

Napoleon

De nieuwe confederaties van 1815 en 1848 bevestigden deze situatie. Het Reto- Romaans werd in 1938 erkend als vierde nationale taal.

Napoleon speelde een essentiële rol bij de totstandkoming van de huidige Confederatie, maar hij was niet de stichter.

De Confederatie heeft haar wortels in de Eidgenossenschaft  van de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw, zonder een dominante dynastie en aristocratie en met soevereine kantons en (directe) democratie (naar de maatstaven van die tijd) in acht van de dertien kantons.

Deze losse structuur van soevereine staten is erin geslaagd godsdienstoorlogen, multiculturele spanningen en machtige en agressieve buren te overleven.

Zonder deze structuren had de loop van de geschiedenis kunnen leiden tot een monarchie en een eenheidsstaat.

De Nederlandse Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd zo’n staat in 1795 – 1815 omdat haar structuren en geschiedenis verschilden van die van Zwitserland en er nooit een (directe) democratie was geweest.

Conclusie

De Zwitsers en hun kantons brachten Napoleon in 1802-1803 zijn eerste nederlaag toe, niet militair, maar politiek.

Zoals hij zelf zei: “De gebeurtenissen hebben mij gelukkig aan het hoofd van de Franse regering geplaatst, maar toch ben ik niet in staat Zwitserland te besturen.”

De inwoners van Tessin zeiden het al in 1797: Liberi e Svizzeri (vrij en Zwitsers) en Edward Gibbon in 1767: History of the Liberty of the Swiss (“Introduction à l’Histoire générale der la République des Suisses” (de eerste Duitse vertaling luidt: Die Freiheit der Schweizer, Zürich 2015).

Dit is geen nostalgie, maar de basis voor deze succesvolle democratische, multiculturele, innovatieve en gedecentraliseerde samenleving “bottom-up”.

Hoe de geschiedenis zich in Zwitserland zou hebben ontwikkeld zonder de Franse Revolutie, Napoleon en het Congres van Wenen is niet relevant, hoewel deze periode van groot belang is.

Een feit dat het onthouden waard is ruim tweehonderd jaar na de dood van Napoleon.

(Bron: T. Kaestli (ed.), Nach Napoleon. Die Restauration, der Wiener Kongress und die Zukunft der Schweiz 1813-1815, Baden, 2016).

 

Kasteel van Soyhières

Rond 1102 werd de naam van het kasteel, gelegen aan de rivier de Birs vlakbij Delémont (Delsberg) in het (huidige) kanton Jura, voor het eerst genoemd. De graven van Soyhières, de eerste eigenaars, kwamen uit de Elzas. Ze waren vazallen van de graven van Ferrette.

In 1271 werd het kasteel verkocht aan de bisschop van Basel, Henri de Neuchâtel. Het werd gedeeltelijk verwoest door de aardbeving van 1356, die ook een groot deel van de stad Basel verwoestte.

Het kasteel kwam vervolgens in handen van opeenvolgende Heren, waaronder Jean de Delle, Thiébaut de Neuchâtel, Jean en Pierre de Blamont, en Henri d’Asuel-Boncourt.

Het kasteel werd tijdens de Swabenkrieg in 1499 door keizerlijke (Habsburgse) troepen verwoest en nooit meer opgebouwd. Het kasteel bleef tot de Franse inval (1792) in handen van het bisdom Bazel.

Het gebied werd ingelijfd in het departement Mont Terrrible en vanaf 1800 in het departement Haut-Rhin. Na 1813 waren er verschillende eigenaren.

Ongeveer 75 jaar geleden werd het kasteel overgenomen door de Société des amis du château de Soyhières die er onder meer een prachtige ridderzaal inrichtte en het kasteel weer toegankelijk maakte voor het publiek.

(Bron: en meer informatie: www.soyhieres.ch).

St. Chrischona in Bettingen

De St. Chrischona is de enige berg (522 meter) van het kanton Basel-Stadt. Het nabijgelegen dorp Bettingen is een van de drie gemeentes in dit kleine kanton.

De twee andere gemeentes zijn Bazel en Riehen. Het gebied van het kanton ligt voor het grootste deel aan de rechter Rijnoever, omgeven door Duits grondgebied. Alleen het kanton Schaffhausen overtreft wat dit betreft kanton Basel-Stadt.

Bettingen is een van oorsprong Alemannisch dorp en eigendom van verschillende  vorsten en burghers. De stad Bazel kocht Bettingen in 1513, met name vanwege de commercieel interessante bedevaartskerk  St. Chrischona. Bazel kocht Riehen in 1522.

Chrischona

Tot de komst van de nationaalstaten na 1815 was  de Rijn niet de natuurlijke grens. Veel abdijen, bisdommen, Hertogdommen, Graafschappen en andere politieke eenheden bezaten landgoederen in de Zwitserse Confederatie en andersom.

De laatste buitenlandse bezittingen waren van Habsburg: Tarasp tot 1803 en Rhäzuns tot 1819. het kanton Neuchâtel was tot 1857 zelfs formeel een prinsdom van de Pruisische koning, maar vanaf 1815 ook volwaardig lid van de Zwitserse Confederatie.

De kerk

De eerste kerk op de berg is in de  zevende eeuw gebouwd.  De kerk ligt op het hoogste punt van het kanton (522 meter) en biedt een prachtig uitzicht op de Rijn, Bazel, de Alpen, de Jura en de zuidelijke uitlopers van het Zwarte Woud.

Ze was gewijd aan de heilige Chrischona. Volgens de legende (Legenda Aurea) zouden Chrischona en haar twee zusters de (beruchte) reis van Ursula en 11 000 maagden naar Keulen overleefd hebben. Chrischona zou vervolgens op de plek van de kerk zijn overleden. Haar (vermeende) overblijfselen werden in 1506 in deze kerk bijgezet.

De eerste kerk stamt uit de zevende eeuw. Daarna is de kerk in de Karolingische en Romaanse stijl herbouwd. De huidige (gotische en renaissance) kerk is in de vijftiende en zestiende eeuw tot stand gekomen en was ze een bedevaartsoord. Na de reformatie is ze in verval geraakt.

Sinds 1840 is het een complex voor een protestante opleiding van met het doel de afgestudeerden uit te zenden voor missiewerk. Tegenwoordig heeft het complex ook andere doelen en faciliteiten.

De nabijgelegen televisietoren van 250 meter biedt een fantastisch uitzicht op het Zwarte Woud, de Vogezen, de Jura en de Alpen.

Bettingen was tot 1918 overigens de grensplaats met achtereenvolgens het Groothertogdom Baden (1806-1918), de republiek Baden (1918-1933), het Duitse Derde Rijk (1933-1945) en de deelstaat Baden-Württemberg.

(Bron en verdere informatie: www.chrischona-campus.ch)

Wintersport Engadin

De grootste groei van het toerisme en bad- en Spatoerisme in Zwitserland en Engadin in het bijzonder vond plaats tussen 1870 en 1914.

Met de opkomst van de spoorwegen, de verbetering van de alpenpassen (onder andere van Bivio naar Silvaplana), nieuwe wegen (voor koetsen, onder andere tussen Poschiavo en Pontresina), tunnels en de opkomst van het gezondheidstoerisme kwamen na 1850 steeds meer (Engelse) bezoekers uit welgestelde kringen naar Engadin, aanvankelijk alleen gedurende de zomer.

Het was bevorderlijk voor het prestige indien een lang verblijf in een prestigieus hotel of kuuroord gemeld kon worden. Scuol, Tarasp, Sils Maria en bijvoorbeeld St. Moritz stonden in het middelpunt van deze groei.

In St. Moritz, evenals in Tarasp bijvoorbeeld, kwam het initiatief voor de bouw van comfortabele en grote hotel van lokale inwoners. In St. Moritz werden hotel Kulm, Grand Hotel des Bains en het Kurhaus vanaf 1850 gebouwd en/of uitgebreid.

Een bijzonder initiatief verdient aandacht: de eigenaar van hotel Kulm, Johann Badrutt (1819-1889) nodigde op zijn kosten Engelse gasten rond 1865 uit voor een verblijf in zijn hotel in de winter, daarvoor was het verblijf uitsluitend in de zomer.

Het zou het begin van de wintersport en grote (blijvende) groei en bloei van St. Moritz zijn. Sindsdien zijn de bobslee, curling, rodelen, skiën en kunstschaatsen en de Olympische Winterspelen (1928) niet meer weg te denken uit St. Moritz.

(Bron: T. Cavadini Canonica, A. Cavadini, Das Engadin. Kurze Geschichte einer Alpinen Welt, Sondrio, 2009).

Het kasteel van Annecy

Rond 1030 werd Genève de hoofdresidentie van een graafschap dat zich onder andere uitstrekte over grote delen van de Genevois, Les Gex en Faucigny in het huidige Frankrijk.

De dynastie kwam in conflict met de bisschoppen van Genève en de graven verplaatsten hun residentie naar Annecy in de Genevois. Het kasteel van Annecy wordt voor het eerst genoemd in 1219. Het was in deze tijd nog een eenvoudige constructie met muren en enkele torens.

De eeuwen daarna werd het complex steeds verder uitgebreid, onder andere met de Tour de la Reine, de ridderzaal, diverse torens, woon- en slaapafdelingen en steeds grotere en stevigere stadsmuren. Vanaf het begin van de 13e eeuw volgden vijf generaties graven elkaar op.

De laatste graaf stierf in 1394 zonder nakomelingen. Graaf Amédée VIII van Savoye (1391-1439) kocht de Genevois en Annecy werd een Savoyaardse stad.

Onder zijn bewind werden de grenzen van Savoie snel uitgebreid. Het kasteel werd vergroot en er werden grote werken uitgevoerd: de grote zaal (magna aula), nieuwe residenties, de kapel en de torens van Saint-Paul en Saint-Pierre werden rechtstreeks toegankelijk gemaakt via een verbinding met het kasteel.

De graven werden hertogen en leden van de dynastie trouwden met de belangrijkste (koninklijke) families. Het was de periode van de grandeur van de Hertogen van Bourgondië en ook het kasteel van Annecy ging mee in deze culturele bloei.

Charlotte van Orléans (1512-1549) nam in 1533 het initiatief tot de bouw van het Logis de Nemours, een luxueuze residentie in de stijl van de Renaissance. Jacques de Genevois-Nemours (1531-1585) liet in 1571 het Logis Neuf bouwen, de laatste grote uitbreiding. De eeuwen daarna onderging het kasteel rampspoed (branden, belegeringen, Franse bezetting), en telkens weer herbouw en renovaties tot in de negentiende eeuw.

Het prachtige complex is tegenwoordig een museum (www.musees.annecy.fr).

(Bron en nadere informatie: P. Lanternier, S. Marin, Du châteu-fort au musée. Chronique d’un monument historique, Annecy 2011).

Jubileum meertaligheid

Meertaligheid in schoolklassen en op het werk is al jaren een realiteit en neemt nog steeds toe. Het evenement in het Sprachpanorama in Laufenburg (Kanton Aargau) biedt de gelegenheid om de verschillende dimensies van meertaligheid te verkennen, waarbij de deelnemers in kleine groepen de negen verschillende thema’s verkennen en deelnemen aan workshops en rondleidingen.

De tentoonstelling op 20 mei gaat over de rol van talen in het dagelijks leven, welke talen worden gebruikt, met wie en waarvoor, de ervaringen en gevoelens, de voor- en nadelen van meertaligheid en meertaligheid in de samenleving.

Sprachpanorama in Laufenburg

Het Sprachpanorama in Laufenburg (Kanton Aargau) presenteert een permanente tentoonstelling over Zwitserse dialecten, het dialectlandschap in al haar variaties, de geschiedenis van de Duitse taal vanaf de Germaanse periode tot de 20e eeuw en de meertaligheid in Zwitserland.

Andere onderwerpen zijn lezen en schrijven, de oorsprong van het alfabet, de taalfamilies en de taalverscheidenheid in de wereld.

Anderzijds is het Sprachpanorama een educatief instituut over communicatie en organiseert het workshops, rondleidingen en bijscholing. Het Sprachpanorama traceert de mechanismen van het interculturele samenleven en de taal.

(Bron en nadere informatie: www.sprachpanomara.ch).

Natuurbeschermingsgebied Häftli

De Häftli bij Büren en Meinisberg (kanton Bern) is sinds 1991 een water- en vogelreservaat van nationaal belang. Het gebied is ontstaan door de samenvoeging van de rivieren Aare en Zihl. De rivieren werden afgedamd, waardoor een nieuw waterlandschap ontstond.

Na de voltooiing van het kanaal Nidau-Büren in 1891, tijdens de eerste watercorrectie van de Jura (de Juragewässerkorrektion van 1868-1891), daalde het waterpeil en ontwikkelde de Häftli zich tot een stilstaand waterbekken.

Tijdens de tweede watercorrectie van de Jura (1963-1973) werd een doorlaatbare dam gebouwd, waardoor vers water de Häftli kon binnenstromen. Ook water uit het kanaal Nidau-Büren stroomt naar de Häftli.  Hierdoor is het karakter van een rivierloop behouden.

Juragewässerkorrektion/la correction des eaux du Jura

Na het terugtrekken van de Rhônegletsjer aan het einde van de laatste ijstijd, 15.000 jaar geleden, vormde zich een groot aaneengesloten meer in het gebied tussen de huidige plaatsen Solothurn en La Sarraz (Kanton Vaud).

Nadat de uitstroom van het meer de eindmorene had geërodeerd, zakte het water weer. Het puin dat vanuit de bergen naar beneden spoelde, vulde de vlakte tot in het stenen tijdperk de drie huidige meren: Het meer van Neuchâtel, het meer van Murten en het meer van Biel.

Vanaf de Middeleeuwen verslechterden de waterstanden. Seeland werd een moerasachtig gebied met overstromingen en watersnoodrampen.

Pas met de technische mogelijkheden van de industrialisatie en het ontstaan van de federale staat in 1848 kwam de doorbraak voor ingrepen in de waterhuishouding in deze regio.

De correctie van de wateren in het Driemerengebied (meren van Neuchâtel, Murten en Biel) in de 19e eeuw is een uitstekend voorbeeld van ingenieurskunst, de Deltawerken van Zwitserland  (Juragewässerkorrektion/la correction des eaux du Jura).

Het project van ingenieur Richard La Nicca (1794-1883) werd uitgevoerd tussen 1868 en 1891.

Het omvatte kanalen tussen de meren van Biel en Neuchâtel (Zihlkanal) en Murten en Neuchâtel (Broyekanal), de omleiding van de Aare van Aarberg naar het Bielermeer (Hagneckkanal), de kanalisering van het laatste deel van de (Alte) Aare van Büren naar Nidau (Büren-Nidaukanal) en de verlaging van het waterpeil in de drie meren met enkele meters.

In 1899 werd bovendien de waterkrachtcentrale (Laufwasserkraftwerk) Hagneck in werking gesteld.

Er waren echter toch nog enkele overstromingen. De tweede watercorrectie werd uitgevoerd tussen 1962 en 1973 en omvatte de bouw van het waterleidingbedrijf van Flumenthal en de uitbreiding en verbreding van de kanalen van Hagneck, Broye, Zihl en Nidau-Büren.

Uiterwaarden en vogelsoorten

De Uiterwaarden van de Häftli worden gekenmerkt door de periodieke schommelingen van het waterpeil. Deze bewegingen voeren vers water aan. Flora en fauna die gedijen in deze omgeving hebben de overhand. De dynamiek van het water creëert een mozaïek van leefgebieden en een buitengewone diversiteit aan soorten.

In de Häftli komen meer dan 200 verschillende (trek) vogelsoorten voor. Verschillende beverfamilies hebben hier ook een thuis gevonden. Het gebied is ook een belangrijke plaats voor kikker- en salamandersoorten.

In de aanslibbingszones groeien zeldzame plantensoorten. Dankzij het hoge grondwaterpeil komen de bomen met hun wortels bij het water en blijft het karakter van het uiterwaardenbos behouden.

(Bron en verdere informatie: www.bueren.ch; www.be.ch).