Bruggenbouwer Regio Basiliensis

In de tweede eeuw n. Chr. bouwden de Romeinen en de Keltische inwoners van Augusta Raurica (het huidige Augst, kanton Basel-Landschaft) de eerste brug over de Rijn. Augusta Raurica was een in 44 v. Chr. door de Romeinen gestichte stad (Colonia).

Augusta Raurica en de eerste Rijnbrug, c. 240 n. Chr. Afbeelding: Museum Augusta Raurica

Duizend jaar later bouwden de inwoners van Bazel in 1226  hun eerste (houten) brug over de Rijn. Deze brug, de Mittlere Brücke, is in 1905 vervangen door de huidige brug.

Bazel, de Mittlere Brücke

De stad Rheinfelden (kanton Aargau) was tot 1802 een Habsburgse stad. Vanaf 1803 hoort het Zwitserse deel van de stad aan de linkeroever van de Rijn bij kanton Aargau. De brug over de Rijn verbindt al eeuwenlang het Duitse deel van Rheinfelden aan de rechterrijnoever (Baden-Württemberg) met het Zwitserse Rheinfelden.

Rheinfelden

De Dreiländerbrücke/ la Passerelle des Trois Pays verbindt sinds 2007 Frankrijk (Huninque) met Duitsland (Weil am Rhein), maar draagt de symbolische naam Drielandenbrug om de verbondenheid met Zwitserland te bevestigen.

De Dreiländerbrücke/ la Passerelle des Trois Pays

Zwitserland heeft al eeuwen andere (internationale en Europese) bruggen gebouwd.

Diverse monumenten en gebeurtenissen getuigen hiervan, bij voorbeeld in Neuchâtel, Trogen, Genève, Bazel, Brunnen (kanton Schwyz), Hertenstein (kanton Luzern) of de Universiteit van Zürich. De Zwitser Hector Hodler (1887-1920) richtte in 1908 in Genève zelfs de Wereldbond voor Esperanto op, de Universala Esperanto-Asocio (UEA), Édouard Desor (1811-1882) was in Neuchâtel de grondlegger van de internationale Organisatie voor Prehistorie, Antropologie en Archeologie in 1865, de huidige UISPP in Bern.

Bazel, SBB Bahnhof, het Straatsburg monument, geschenk van de burgers van Straatsburg vanwege steun van Bazel in de Pruisische-Franse oorlog 1870-1871

Bern, monument ter herdenking van de Wereldpostunie (1874)

Neuchâtel, (Hôtel des Postes) het oude mondiale hoofdkantoor van de Wereldpostunie

Brunnen, Seehotel Waldstätterhof

Genève, Verenigde Naties. Plakaat op de Auslandschweizerplatz Brunnen

Vierwoudstedenmeer. De “Europa”, naar aanleiding van de Hertensteinverklaring 1946

Regio Basiliensis

Een andere bruggenbouwer is de Zwitserse Vereniging (Verein) Regio Basiliensis. Deze organisatie is niet alleen een pionier en visionair op het gebied van Europese regionale samenwerking, maar heeft bovendien sinds de jaren zeventig vele projecten in de Bovenrijnregio gerealiseerd.

Regio Basiliensis telt bijna 400 leden (245 individuele leden, waaronder een afdeling voor de jeugd (Jugendforum) en 141 organisaties uit onderwijs, bedrijfsleven en overheid). Het regionale werkgebied omvat de vijf kantons Aargau, Solothurn, Jura, Basel-Stadt en Basel-Landschaft, de Südpfalz (Rheinlandpfalz) en Baden (Baden-Württemberg) in Duitsland en Elzas in Frankrijk).

De organisatie is opgericht in 1963 door vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, onderwijs, de politiek en civiele organisaties in de kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft. Op 25 februari 1963 is de eerste werkgroep opgericht. Het eerste project was het creëren van een structuur voor regionale samenwerking. In 1970 volgde de oprichting van de Internationale Koordinationsstelle der Regio (IKS), de voorloper van de huidige Interkantonale Koordinationsstelle bei der Regio Basiliensis (IKRB).

Eric Jakob / Regio Basiliensis (Hg.), Martin Weber, Die Regio-Idee.
Grenzüberschreitende Zusammenarbeit in der Region Basel, (Basel, Merian Verlag 2013). 15 december 1989, Bondskanselier Helmuth Kohl, de Zwitserse Bondspresident Jean-Pascal Delamuraz en President François Mitterand.

Vanwege de competentie, inzet en visie van Regio Basiliensis volgde in 1970 de trinationale politieke structuur, de huidige Oberrheinkonferenz. De politieke erkenning op het hoogste nationale niveau volgde op 15 december 1989. Bondskanselier Helmuth Kohl, President François Mitterand en de Zwitserse Bondspresident Jean-Pascal Delamuraz bevestigden deze interregionale samenwerking. Daarna volgde in 1990 de erkenning in het kader van het Interreg Oberrhein programma van de Europese Unie.

Sindsdien zijn honderden kleine en grote regionale projecten gerealiseerd op het gebied van mobiliteit, industrie, handel, ruimtelijke planning, ‘s werelds grootste museum, toerisme, energie, verkeer, gezondheid, klimaat, milieu en natuur, arbeid, wetenschap, onderzoek en onderwijs, culturele en taalkundige projecten, informatiecentra, communicatie, kortom te veel om stuk voor stuk op te noemen.

Op 20 oktober aanstaande organiseert Regio Basiliensis de conferentie van de grensregionen in Zwitserland (Konferenz der Schweizer Grenzregionen). 

Doel en projecten

Wat ze gemeen hebben is het scheppen van een gemeenschappelijke leef-, werk-  en woonomgeving voor de ongeveer zes miljoen inwoners van de Bovenrijnregio. Deze trinationale samenwerking raakt ook steeds meer geïnstitutionaliseerd. De Trinationale Metropolregio Oberrhein (TMO)/ la Région Métropolitaine Trinationale (RMT) en de informatiecentra INFOBEST zijn enkele voorbeelden.

Projecten kunnen in deze regio worden ingediend bij de daartoe bevoegde instanties. De financiering is deels nationaal, kantonaal, regionaal, lokaal of EU. In het bijzonder Interreg is vermeldenswaard. Verdere details staan vermeld op de website van Regio Basilienis (IKRB) of het informatiecentrum van Interreg Oberrhein in Straatsburg.

De trinationale samenwerking op het gebied van onderwijs en wetenschap is in de huidige situatie van speciaal belang en zelfs een maning. Te noemen zijn onder andere de samenwerking van tientallen instituten op het gebied van het beroepsonderwijs, de Europese Campus Eucor (drie landen en vijf universiteiten in Bazel, Freiburg, Mühlhouse, Straatsburg en het Instituut  voor  Technologie in Karsruhe (KIT) en concrete projecten, bijvoorbeeld QUSTEC (Quantum Science and Technologies).

Europese Samenwerking

Des te betreurenswaardiger is de uitsluiting van Zwitserland van het EU-programma Horizon. ’s Werelds beste universiteiten, beste onderzoekers,  beste wetenschappelijke managers, beste fundamentele projecten (onder andere in St. Ursanne, Davos, Zürich, Lausanne, Genève, Neuchàtel en tal van andere plaatsen) worden door de EU om politieke redenen buitengesloten (de Börsenäquivalenz is een ander voorbeeld, nota bene een uitsluiting van ’s werelds meest innovatieve en competitieve industrie). Met andere woorden, de EU erkent de soevereiniteit van Zwitserland niet. Het uitsluiten van Horizon en de Börsenäquivalenz zijn strafmaatregelen.

Het open, Europese en internationale karakter zit Zwitserland echter in de genen, al eeuwenlang, maar met behoud van haar unieke directe democratie, federale, decentrale en op subsidiariteit gebaseerde politieke en administratieve (militie) systeem. Dat is geen nationalisme, maar gebaseerd op eeuwenlange Europese ervaring, goed vaderschap en democratisch en verantwoord beheer en bestuur.

Neutraliteit 

Enkele woorden van teleurstelling over de opstelling van de Zwitserse regering met betrekking tot de huidige oorlog in Europa mogen na deze lofzang echter niet ontbreken, hoewel Nederland en diens premier in het bijzonder wel de laatsten zijn met recht van spreken gezien de systematische sabotage van defensie en het negeren van NAVO-verplichtingen door de premier, het wanbeleid op de Balkan 1991-1999 en Nordstream na 2014 (ondanks MH 17 en annexaties).

Het neutrale Zwitserland heeft daarentegen een van de modernste legers van Europa en voldoet ook nog eens als niet NAVO-lid aan de NAVO-normen. Hoewel betreurenswaardig in dit geval, worden in Zwitserland politieke discussies nu eenmaal grondig, op een hoog niveau, principieel en met alle betrokkenen gevoerd.

Het feitelijke achterhaalde neutraliteitsstandpunt van de regering zijn ook in Zwitserland zeer omstreden. Het schaadt het land bovendien in economisch opzicht en in aanzien, het benadeelt haar ‘EU’ dossier en het is moralistisch niet te verdedigen.

Dr. Kathrin Amacker, voorzitter van Vereniging Regio Basiliensis, openingstoespraak 60 jaar Vereniging Regio Basiliensis, Muttenz, 19 juni 2023.

Conclusie  

Zwitserland heeft altijd klaargestaan om andere landen of regio’s te steunen. Zwitserland en een grote meerderheid van haar burgers zijn niet tegen de Europese Unie. Integendeel, de noodzaak en nut van deze organisatie zijn evident. Wat anders is kritische (zelf) reflectie. ‘Alternatiefloos’ bestaat niet in de Zwitserse politiek omdat de burgers en de ‘civil society’ uiteindelijk de besluiten nemen.

De onzekerheid van veel burgers in lidstaten van de EU verschilt niet wezenlijk, alleen ontbreekt de democratie à la Suisse. Misschien moet niet alleen Zwitserland over haar schaduw springen, maar moet de EU ook eens in de spiegel kijken en eindelijk hervormen, wat de belofte in 2004 al was (“geen uitbreiding van de EU met tien landen zonder fundamentele hervormingen”).

De Vereniging Regio Basiliensis heeft al 60 jaar geleden het initiatief genomen voor een op de praktijkgerichte benadering van Europese regionale samenwerking. Ook haar huidige ‘Trinationale Pendenzenliste , een uniek document met de belangrijkste wensen en zorgen van burgers, bedrijfsleven en wetenschap en onderwijs, getuigt van haar bottom-up benadering.

Mede door de goede samenwerking met de regio’s in Duitsland en Frankrijk vaart de Oberrheinregio er wel bij. Dagelijks reizen en werken bijvoorbeeld ongeveer 80 000 Franse en Duitse burgers alleen al naar deze vijf Zwitserse kantons. Tessin, Thurgau, Vaud, Genève en andere grensregio’s  blijven dan nog buiten beschouwing (maar liefst 350 000 EU-burgers reizen naar en werken dagelijks in het kleine Zwitserland!). Honderdduizenden expats vinden er werk en woningen.

Dit verhaal mag ook wel eens aan de orde komen in de relatie met de Europese Unie, nog afgezien van de lage inflatie, geen hoge schulden, geen noemenswaardige corruptie, een ijzersterke munt (de Zwitserse frank is sinds 2002 meer dan 60% in waarde gestegen ten opzichte van de euro, de eens keiharde Nederlandse gulden is dus net zo hard gedaald), het goede (beroeps) onderwijs, het uitmuntende openbaar vervoer en de ruimhartige en relatief goed georganiseerde opvang van immigranten/asielzoekers en de relatief goede integratie in de samenleving.

Misschien kan de EU overwegen met haar 27 lidstaten toe te treden tot de Confoederatio Helvetica met haar 26 soevereine kantons en republieken.

Muttenz, 19 juni 2023, 60 Jaar Vereniging Regio Basiliensis

De abdij van Saint-Maurice en de laus perennis

Saint-Maurice (kanton Valais) ligt in een vallei langs de oevers van de Rhône en wordt omringd door bergen. De Kelten hadden op deze plaats in de tweede en eerste eeuw v. Chr. een oppidum, een versterkte nederzetting.

De Romeinen vestigen er in eerste eeuw n. Chr. een militaire post en een administratief centrum (Agaunum). Vanwege deze aanwezigheid bouwden ze ook tempels, woonhuizen en andere gebouwen.

De soldaten van het Thebetaanse legioen en hun leider Maurits (Maurice) stierven aan het eind van de 3e eeuw, volgens de legende, op deze plek de marteldood. Zoals de naam al doet vermoeden, kwamen deze Romeinse soldaten uit het door Rome bezette Egypte. Deze Romeinse provincie kende in de eerste eeuw n. Chr. al veel volgers van dit nieuwe geloof. De Kopten zijn de getuigen van deze tweeduizend jaar oude religie.

Het Thebetaanse legioen bestond uit soldaten uit de omgeving van Thebe. Ze waren Christenen in de laatste periode van vervolging van deze nieuwe godsdienst. Keizer Diocletanus (244-311), keizer vanaf 284, was de laatste Romeinse heerser die Christenen actief vervolgde. De legionairs uit Thebe weigerden te offeren aan de keizer, omdat ze alleen God erkenden als heerser. Ze bekochten het, volgens de overlevering, met de dood.

De kerken die vanaf het einde van de 4e eeuw ter hunner ere zijn gebouwd, maakte deze stad tot een belangrijk religieus centrum.  Omstreeks 420 is de eerste kerk gebouwd, rond 480 een tweede kapel.

In 515 stichtte koning Sigismund van het (eerste) Koninkrijk van Bourgondië (443-534) de abdij, die nog steeds functioneert en een van de oudste nog bestaande abdijen van Europa is. Hij bouwde een basiliek waar het laus perennis, de eeuwige lofzang, voor het eerst in het Westen te horen was.

Deze basiliek is in 575 door de Longobarden geplunderd en aan het eind van de 6e eeuw uitgebreid. In de 7e eeuw werd het complex onder de Merovingers opnieuw vergroot. Een begraafplaats, nu zichtbaar in de catacomben, loopt langs de zuidelijke muur van de kerk.

Aan het einde van de 8e eeuw is onder het bewind van de Karolingers een nieuwe basiliek gebouwd. De zuilen uit de oudere kerken zijn deels hergebruikt. In de loop van haar vijftienhonderdjarige geschiedenis heeft de abdij van Saint-Maurice grote schenkingen ontvangen van andere abdijen, pausen, bisschoppen, vorsten, koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders.

De heilige Eucher, bisschop van Lyon, vermeldde, bijvoorbeeld, aan het begin van de zesde eeuw, gouden en zilveren geschenken “ter ere en ten dienste van de heiligen”.

Drie werken van uitzonderlijke kwaliteit herinneren aan de invloed van de Thebetaanse martelaren in de Merovingische en Karolingische periode: de vaas van sardonyx, bekend als de “vaas van St. Maurice “, de kist van Teudéric en de l’aiguière, de waterkruik, van “Karel de Grote” .

(Bron en verdere informatie: www.abbaye-stmaurice.ch)

De sprookjeswereld van Vallorbe

Ongeveer 150 miljoen jaar geleden bedekte een ondiepe zee de hele Jura-regio op de plaats waar zich momenteel de grotten van Vallorbe bevinden in het kanton Vaud.

De complexe geologische geschiedenis van de vorming van de grotten zou nog 120 miljoen jaar in beslag nemen.

Ongeveer 7 miljoen jaar geleden trok de zee zich voorgoed terug uit de regio, toen Het Afrikaanse continent en het Europese continent op elkaar botsten en de bergketens van de Alpen en de Jura ontstonden. De rivier de Orbe heeft twee bronnen.

De Orbe supérieure ontstaat in Frankrijk in het meer van Les Rousses (lac des Rousses) en mondt uit in het meer van Joux (lac de Joux) en gaat vervolgens ondergronds bij Vallorbe. Daarnaast is er de parallelle ondergrondse Orbe, de Orbe inférieure, die op ongeveer tweehonderd meter diepte regenwater en gesmolten sneeuw als bron heeft.

De beide Orbes komen samen in de Grotten van Vallorbe en naar schatting bestaat daar twee-derde van het water uit de Orbe inférieure. De Orbe is echter niet de enige rivier die ondergronds stroomt.

In de grote en kleine Grotte aux Fées bevinden zich twee ondergrondse waterstromen, die een eigen bron hebben. Het grote onderwatermeer in de Grotten van Vallorbe is in feite het netwerk van de Orbe en andere bronnen. Onderwaterverlichting toont aan dat dit onderwatermeer bijzonder rustig en vrijwel stilstaand is.

Een enorme galerij strekt zich uit over meer dan 600 meter. Deze enorme ondergrondse kathedraal (La cathédrale souterraine) en haar Grote Zaal (la Grande Salle), met zijn imposante stalactieten en fistuleuses, kalksteen, en talrijke stalagmieten, is het middelpunt van de grotten.

De ondergrondse Orbe stroomt tussen enorme rotsblokken en heeft in miljoenen jaren de meest fraaie kunstwerken gecreëerd, galerijen met stalactieten, stalagmieten, pilaren, draperieën, colonnes en fistuleuses.

Een magische ondergrondse sprookjeswereld. De Trésor des Fées huisvest de mineralencollectie en toont de ondergrondse minerale rijkdom.

(Bron: G. Favre, Les Grottes de Vallorbe, Vallorbe; Les Grottes de Vallorbe).

En daar is ze weer!

Cité du Fer

Smeden gebruikten het ijzererts dat in de Pied-du-Jura werd gevonden al 350 jaar voor Christus. Deze industrie bleef bestaan tot ongeveer de 6e eeuw na Christus.

Vanaf de 12e eeuw herleefde de ijzerindustrie in de Jura. In Vallorbe (kanton Waadt) dateren de eerste fabrieken, de voorlopers van de huidige industrieën, uit het laatste kwart van de 13e eeuw.

Er was water uit de Orbe om de wielen aan te drijven, hout om te bouwen en houtskool te maken en ijzererts, met name in de Mont d’Orzeires, aan de noordkant van de Dent de Vaulion.

Tussen 1280 en 1285 richtte de prior Romainmôtier in la Dernier de eerste smederij van de vallei op. Een smederij reduceerde ijzererts tot ijzer dat direct smeedbaar is, zoals in de primitieve ovens van de Bellaires. Aan het begin van de 16e eeuw was Vallorbe al een staalproductiecentrum met verschillende smederijen.

De technische revolutie die gepaard ging met de ontdekking van de hoogoven, waarin gietijzer in grote hoeveelheden wordt geproduceerd, gaf een nieuwe impuls aan de ijzerindustrie. Rond 1670 beschikte Vallorbe over drie hoogovens, verschillende vuurzuiveringsinstallaties en een dertigtal smederijen.

Aan het einde van de 17e eeuw werd er in Vallorbe geen gietijzer meer geproduceerd. De metaalbewerking moest zich diversifiëren en specialiseren. De smeden kochten hun ijzer elders en werden slotenmakers, wapensmeden, nagelsmeden en hoefsmeden.

Deze bloeiperiode duurde tot ongeveer 1850 en hield stand dankzij de productie van vijlen, gereedschap en kettingen. Les Usines Métallurgiques de Vallorbe, opgericht in 1899 en gespecialiseerd in de productie van precisievijlen en kettingen voor kettingzagen, hield de wereldwijde reputatie van de Cité du Fer (Stad van het Ijzer) in stand.

De ijzerindustrie ontwikkelde zich ook elders in de Jura en leidde tot het snijden van fijne stenen, de vervaardiging van muziekdozen, scheermessen, beitels en andere precisiegereedschappen of -machines.

Het ijzermuseum (musée du fer) is gevestigd in de gebouwen van een smederij in Vallorbe, waar al sinds 1495 ijzer wordt bewerkt. Het museum laat de oorsprong, de ontwikkeling en de huidige toepassingen van de ijzerindustrie zien. De werking van de waterraden, de machines en de smederij vormen het echte hart van het museum.

(Bron en verdere informatie: Le Musée du fer)

Lavin, Romaanse cultuur, creativiteit en een prachtige tuin

Korte geschiedenis

In de 12e eeuw is Lavin (Unterengadin, kanton Graubünden) in documenten als “Lawinis” aangeduid, afgeleid uit het Latijn, wat zoveel als aardverschuiving of lawine betekent.

Het hoogplateau “Macun” met meer dan 20 bergmeren op 2600 meter boven zeeniveau maakt sinds 2000 deel uit van het oudste nationale park van Europa. Het dorp ligt aan de voet van de Piz Linard, de hoogste berg in het Unterengadin.

De Romaanse kerk met frescoschilderingen uit de 15e eeuw is een van de waardevolste monumenten in Graubünden. Het cultureel centrum “La Vouta”, de evenementen in het Hotel Piz Linard en de Bistro staziun (in de stationswachtruimte) en de kunstinstallaties in de “giardinaria” (Gärtnerei /de tuin) zijn tot ver buiten de grenzen van het dal bekend.

Kwekerij

In 1980 namen Madlaina Lys en Flurin Bischoff de mooie bloemenkwekerij aan de Inn over en specialiseerden zich in biologische bloemen. Deze hebben een goede reputatie en ze leveren onder andere aan de Grand Hotels in het Engadin.

Ze realiseren ook kunstwerken en andere projecten, onder andere in de tuin. Zij boetseert, maakt keramiek en maakt lichtobjecten van porselein, tot ver over de landsgrenzen.

Hij is schilder en beeldhouwer en een deel van zijn werk bestaat uit het ontwerpen en maken van betonnen fonteinen. Deze zijn onder andere te vinden in Ramosch, Strada en Lavin.

Met iets meer dan 200 inwoners heeft Lavin ook een actieve commerciële sector. Er zijn onder andere hotels, een bistro, de beroemde banketbakkerij (Konditorei) Giacometti, die zijn notentaarten aan de halve wereld levert, een architectenbureau en de bovengenoemde vermaarde tuin.

(Bron en verdere informatie: J. Wirth, Lavin, Toerisme Engadin Scuol Samnaun, Val Müstair, 2020)

De brand van Riom

Niet alleen Rome beleefde een legendarische brand (64 na Chr.) Ook het dorp Riom (kanton Graubünden) brandde precies achttien eeuwen later bijna volledig af, en daarmee de historische huizen, het gemeentearchief en de oude straten. De brand van Riom staat diep in het collectieve geheugen gegrift.

Deze dorpsbrand, die uitbrak op 5 maart 1864, is het onderwerp van een theatervoorstelling van de Fundaziun Origen in een openluchtpodium in het dorp. Het podium biedt een prachtig uitzicht biedt over de brede vallei, het theaterstuk  vertelt over de ondergang van het dorp, de snelle wederopbouw, het geloof in een betere toekomst en de pioniersgeest en solidariteit van de inwoners.

Riom, Juni 2023

Het openluchttheaterstuk Arsa da Riom (Brand van Riom) neemt het publiek mee op een reis door de historie van Riom. Een theaterminiatuur vindt ’s middags plaats en vertelt over de nieuwbouwplannen na de brand.

Als verwijzing naar de grote solidariteit na de dorpsbrand kookt de organisatie op alle voorstellingsdagen een krachtige soep en vertelt verhalen uit de kronieken van de 19e eeuw. Een reeks rondleidingen en lezingen over de geschiedenis en de toekomst van Riom ronden het programma af.

Een exclusieve preview van het openluchttheater voor een jong publiek (16 tot 25 jaar) vindt plaats op vrijdag 23 juni 2023.

Andere voorstellingsdata: 24, 25, 29 en 30 juni, 6, 8, 9, 26, 27, 28, 29 en 30 juli, tijd: 21 uur.

De Fundaziun Origen nodigt ook uit voor de laatste muzikale voorstellingen in de Julierturm op de Julierpas (2 284 m). Clau Scherrer, sinds lange tijd dirigent van Origen, viert de melancholie van het afscheid in werken van Rachmaninov met diens meesterwerk Grosses Abend- und Morgenlob, ingebed in de warme, houten akoestiek van de Julierturm, een van de beste en in ieder geval de hoogste in de Alpen.

De Julierturm is sinds 2017 de locatie van tal van voorstellingen van theater, ballet, muziek en lezingen. Begin september 2023 wordt de toren, zoals in 2017 al is afgesproken, afgebroken.

Bron en verdere informatie: Fundaziun Origen

Het tijdelijke theater in Riom. Foto’s: Admill Kuyler

Riom in de winter

 

Romeinse orgels in Bazel

Een burger in de Romeinse stad Augusta Raurica (het huidige Augst/Kaiseraugst) zou in de derde eeuw na Christus zijn oren niet hebben geloofd. In het gehucht Basilia (het huidige Bazel) was orgelspel te horen.

Augusta Raurica en Basilia 117 n. Chr. Museum Augusta Raurica

Augusta Raurica lag ongeveer 10 km van Basilia en telde in deze periode ongeveer 15 000 inwoners. Basilia was een kleine Keltische nederzetting, een oppidum. Pas na het vertrek van de Romeinen, de invallen van de Alemannen en de komst van de bisschop vanuit Augusta Raurica naar Basilia in de vijfde eeuw neemt de historie haar loop en speelde op 10 juni 2023 een Romeins orgel in Bazel.

Het orgel is een Griekse uitvinding en is  in 246 v. Chr. in Alexandrië (een Griekse kolonie) door Ktésibios geconstrueerd. Daarna vond het zijn weg naar het huidige Griekenland. De Romeinen veroverden 197 v. Chr. Griekenland, maar de Griekse cultuur veroverde Rome. Ook het orgel vond al snel haar plaats in de Romeinse cultuur. Wel brachten de Romeinen verbeteringen aan.

Afbeelding: Dr. Anne de Pury-Gysel. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Villa Nennig (Duitsland). Afbeelding: Dr. Anne de Pury-Gysel. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Afbeelding: Dr. Anne de Pury-Gysel. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Griekse en Romeinse orgels zijn op ongeveer vijftig afbeeldingen uit de klassieke oudheid te zien. Vaak in de context van het theater of het amfitheater (met name bij gladiatorenspelen), soms in een privéomgeving, al dan niet met andere instrumenten en zangers.

Het instrument was een luxegoed en te horen in villa’s en stadspaleizen van de lokale elite en bij spektakels in Amfitheaters en theaters. Deze gebouwen hadden namelijk in de eerste plaats een politieke- en propagandafunctie en muziek was ook een onderdeel van de show, euergetisme en zelfrepresentatie.

Het probleem bij een hedendaagse uitvoering van Romeins orgelspel is het vrijwel ontbreken van partituren, het ontbreken van complete orgels en de onbekendheid met het geluid dat ze hebben voortgebracht.

Er zijn tot heden maar drie onderdelen van Romeinse orgels gevonden. In Avenches (het Romeinse Aventicum, kanton Vaud), in Boedapest (het Romeinse Aquincum), en in Dion in Macedonië.

De technische details van Romeinse orgels zijn wel uitvoerig beschreven in Romeinse literatuur (met name in de architectura van Marcus Vitruvius Pollio (c. 85-20 v. Chr.). De archeologische vondsten, de afbeeldingen en de gedetailleerde beschrijving van Vitruvius hebben wetenschappers in staat gesteld een waterorgel te reconstrueren.

Afbeelding: Dr. Anne de Pury-Gysel. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Het waterorgel is een geniale combinatie van lucht, water, registers, tonen en pijpen. Het blazen bij blaasinstrumenten wordt in feite vervangen door deze constructie. Bij het optreden in het Stadtcasino moesten twee personen aan weerszijden een hendel bedienen om de luchtcirculatie op gang te houden.

Waarschijnlijk bestonden er in de klassieke oudheid ook al orgels met blaasbalgen. Het middeleeuwse organetto is op deze techniek gebaseerd. Sindsdien is het principe van orgels niet wezenlijk veranderd, alleen is het aantal registers, toonsoorten en pijpen enorm toegenomen, zoals ook het moderne orgel in het stadtcasino laat zien.

Het Romeinse waterorgel (reconstructie)

Justus Willberg verklaart het funtioneren van het waterorgel, links de organetto.

Justus Willberg deklameert de inscriptie op de sacrophaag en speelt het orgel met zang van de sopraan Aline de Pasquier

Corina Marti bespeelt het organetto met zang van de sopraan Aline de Pasquier

Organist Thilo Muster bespeelt het Metzler-Klahre orgel

De klanken van een replica van een Romeins waterorgel uit de derde eeuw n. Chr door de organist Justus Willberg in een gemeenschappelijke uitvoering met een organetto (organiste Corina Marti) uit de late middeleeuwen (1300-1500), een  orgel van Metzler-Klahre (organist Thilo Muster), begeleid door contemporaine composities en zang (sopraan Aline de Pasquier),  een declamatie in het Latijn van de inscriptie op de sarcophaag van de Romeinse organiste Aelia Sabina (derde eeuw n. Chr.) en de première van de compositie ‘Canzona’ van de Basler componist Hans-Martin Linde zijn een wereldprimeur. De organist Justus Willberg baseerde zich op twee fragmenten van composities uit de klassieke oudheid.

Gezamenlijk optreden van Corina Marti (organetto), Aline de Pasquier (sopraan), Justus Willberg (Romeinse waterorgel), Thilo Muster (Metzler-Klahre orgel )

Deze bijzondere uitvoering van Romeinse, middeleeuwse en hedendaagse orgels en composities is georganiseerd door de Alliance Française de Bâle, de Société d’Etudes françaises de Bâle en de Freunde Alter Musik Basel in samenwerking met Dr. Anne de Pury-Gysel, voormalige directrice van het Romeinse Museum in Avenches en de Romeinse archeologische plaats Aventicum.

De afsluitende woorden van deze bijeenkomst waren treffend: zonder kennis van het verleden is er geen begrip voor het heden en geen oog voor de toekomst. Zonder de Griekse uitvinding, de Romeinse aanpassingen en de komst van het Christendom, geen Johann Sebastiaan Bach en geen Bachconcerten op het achttiende-eeuwse Silbermannorgel in de Dom van Arlesheim. Overigens vindt van 1-16 september in het Stadtcasino van Bazel een orgelfestival plaats.

(Bron: F. Jacob, M. Leuthard, A.C. Voûte. A. Hochuli-Gysel, Die römische Orgel aus Avenches/Aventicum, Avenches 2000; Von der römischen Wasserorgel bis zur modernen Orgel, Stadtcasino Basel, 10.06.2023).

Afbeelding: Dr. Anne de Pury-Gysel. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Twee fragmenten van composities uit de klassieke oudheid. Afbeeldingen: Justus Willberg. Stadtcasino Bazel op 10 juni 2023

Reichenau en Arenenberg

Het is niet bekend of Hortense de Beauharnais (1783-1837), dochter van Joséphine de Beauharnais (1763-1814)en stiefdochter van Napoleon Bonaparte (1769-1821), en haar zoon Louis-Charles Bonaparte (1808-1873), de later keizer Napoleon III van Frankrijk, tijdens hun verblijf op de Arenenberg (1817-1837) in de gemeente Salenstein (kanton Thurgau), het eiland Reichenau hebben bezocht om er een mis bij te wonen in een van de drie Romaanse kerken. Ze keken er in ieder geval wel dagelijks op uit.

De Arenenberg vanaf Reichenau

Reichenau vanaf de Arenenberg

Het eiland Reichenau, sinds 2000 Unesco-werelderfgoed kloostereiland, was vanaf de 8e tot de 12e eeuw een van de culturele en religieuze centra van Europa. De Ierse monnik Pirmin stichtte het klooster in 724 onder de heerschappij van de Merovingers.

De grootste bloeitijd, de Gouden Eeuw van het klooster, vond plaats in de periode van de Karolingers, onder Karel de Grote (748-814) en diens zoon Lodewijk de Vrome (778-843). Het Karolingische keizerrijk (800-843) telde ongeveer 800 (Benedictijnse) kloosters. 80 van deze kloosters, waaronder Reichenau, vielen direct onder de keizer.

Het klooster introduceerde het nieuwe onderwijssysteem van Karel de Grote en het nieuwe schrift (de minuscuul), bekwaamde zich in Latijn, muziek, literatuur, religieuze muurschilderingen, wetenschap en het kopieren en verluchten van klassieke en religieuze handschriften.

Kortom, het was een centrum van de zogenaamde ‘Karolingische Renaissance’ met een grote bibliotheek, kloostertuin en scriptorium. Het onderwijs was erop gericht de politieke, ambtelijke en religieuze elite (abten en bisschoppen) van het keizerrijk op te leiden. De belangrijkste abten waren Waldo, Strabo en Heito.

Het klooster Reichenau onderhield nauwe betrekkingen met bisdommen (met name Bazel, Konstanz en Chur en het aartsbisdom Mainz) en, onder andere, met de abdijen in Schaffhausen, St. Gallen, Fulda en Lindau.

De tweede bloeitijd, de zilveren Eeuw, vond plaats onder de eerste (Saksische) keizers van het Heilige Roomse Rijk (962-1024). Abt Bern was de belangrijkste abt in deze periode. De eeuwen daarna kenden meer tegen- dan voorspoed. Het klooster is in 1803 opgeheven.

De nieuwe (en in 19e en 20e eeuw gerenoveerde) bibliotheek van de abdij (1616)

De kloostertuin

De eerste stenen van de abdij dateren uit de achtste eeuw. Daarna zijn de kloosterkerk, gewijd aan Maria en Markus, en het kloostercomplex veelvuldig verbouwd tot in de zeventiende eeuw, maar met behoud van Romaanse en Gotische kenmerken.

Liber Viventium Fabariensis, c. 810-820, Stiftsarchief St. Gallen

Het scriptorium van de abdij in Reichenau heeft prachtige geïllumineerde handschriften voortgebracht, die onder andere in de bibliotheek van de voormalige abdij in St. Gallen worden bewaard. Hier bevindt zich ook het beroemde kloosterplan uit 830.

St. Petrus en Paulus kerk

Het kleine eiland telde daarnaast maar liefst 20 kapellen en kerken! Daarvan zijn er twee overgebleven. De St. Petrus en Paulus kerk in Reichenau-Niederzell is in 799 ingewijd. De opdrachtgever, bisschop Egino van Verona (730-802) is begraven in het koor. In 1134 is de kerk volledig herbouwd in de Romaanse stijl. De invloed van kunst uit de Lombardije is te zien in sculptuur,  fresco’s en andere kunst.

St. George kerk

De St. George kerk in Reichenau-Oberzell is gesticht aan het einde van de 9e eeuw door Abt Hato. De acht meters hoge en brede Romaanse fresco’s stammen uit het einde van de 10e eeuw. Ze tonen wonderen van Jezus en zijn macht over de natuur, ziekte, leven en dood. Deze fresco’s en het scriptorium tonen dezelfde stijl. Aan het einde van de 10e en het begin van de 11e eeuw waren de muurschilderingen en de geïllumineerde geschriften in Reichenau op hun hoogtepunt.

Ondanks het opheffen van de abdij en het verdwijnen van de meeste religieuze gebouwen en hun bewoners, hebben eeuwenlange religieuze bewoning het eiland voorgoed veranderd.

De abdij met wijnranken rond 1700

Zij hebben de landbouw en wijnbouw geïnitieerd en eeuwen onderhouden. Abt Heito heeft in 818 de eerste wijnranken gepland. Andere abten, onder wie Strabo en Waldo, hebben het steeds verder ontwikkeld. Rond 1492 was het eiland een echt wijnbouwparadijs met ongeveer 200 hektare wijnbouw als hoogtepunt. Tegenwoordig zijn het nog 5-10 hektare.

Na het opheffen van de abdij in 1803 is de landbouwgrond gekocht door particulieren. Het eiland is tegenwoordig nog steeds agrarisch georiënteerd en telt ongeveer 145 landbouwbedrijven die zich vooral toeleggen op de verbouw van groente.

De opbrengst bedraagt jaarlijks maar liefst 14 miljoen komkommers, 2 000 ton tomaten en 5 miljoen kroppen bladgroente op nog geen 200 hektare! Het milde klimaat en de vruchtbare bodem liggen hieraan ten grondslag.

Relieken

Een andere vruchtbare bodem van het eiland betreft de relieken. De bekendste drie relieken zijn de botten van de heilige Marcus in de gouden schrijn en het heilige bloed van Christus in het Byzantijns kruis in de kloosterkerk Maria en Markus, en de schedel van St. Joris in de St. Joris kerk. De maandag na Pinksteren vindt jaarlijks de processie van het Heilige Bloed plaats.

De gouden schrijn met de botten van St. Markus de Evangelist

Het Heilige bloed van Christus in het Byzantijnse kruis op het altaar

en op 25 april de processie voor de botten van de evangelist Markus. Deze dagen zijn feestdagen op het eiland en maken deel uit van het UNESCO-werelderfgoed.

Hortense en haar zoon Charles-Louis waren niet bijzonder religieus. Het is niet waarschijnlijk dat ze hebben deelgenomen aan deze eeuwenoude tradities. Beiden hebben echter zelf tal van persoonlijke ‘relieken’ achtergelaten in hun Arenenberg dat tegenwoordig een Napoleonmuseum herbergt, omgeven door een prachtige tuin met uitzicht op het meer van Konstanz en het UNESCO-werelderfgoed.

Deze zijn in tegenstelling tot de bovengenoemde religieuze relieken het hele jaar toegankelijk voor het publiek.  Vanaf het kloostereiland Reichenau is de Arenenberg goed te zien. Bij de komst van de Napoleons was de abdij echter al verleden tijd. Haar culturele en agrarische erfenis was echter ook voor deze bewoners van de Arenenberg dagelijks waarneembaar.

(Bron en verdere informatie: Klosterinsel Reichenau; T. John, Die Klosterinsel Reichenau im Bodensee, Beuron, 2006)

Kasteel en huizen Reichenau-Mittelzell

Museum Reichenau-Mittelzell

Begraafplaats abdij

Reichenauer Verbrüderungsbuch uit 824 met gestorven abten, monniken, vrienden en donateurs. Afbeelding: Museum St. Peter en Paul Museum, Reichenau-Niederzell

Vereniging voor Kunstgeschiedenis

Op 3 juni jongstleden heeft de 143e jaarvergadering van de Zwitserse Vereniging voor Kunstgeschiedenis (Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte (GSK)/Société d’histoire de l’art en Suisse (SHAS), plaatsgevonden in de Pfalzkeller, in het hart van het UNESCO-wereldcultuurerfgoed van St Gallen en zijn legendarische klooster en bibliotheek.

Gezien de indrukwekkende geschiedenis van deze bijna 150 jaar oude Vereniging volgt een kort overzicht van haar belangrijkste activiteiten en publicaties, met speciale aandacht voor de digitale en toegepaste publicaties. Het onderzoek, publicaties en de toepassing van de nieuwe media zijn indrukwekkend en geven een goed beeld van de rijke cultuurhistorie van dit land.

SHAS/GSK is een particuliere non-profitorganisatie. Haar belangrijkste doelen zijn het vastleggen, bestuderen en publiceren van het Zwitserse architectonische erfgoed.

SHAS/GSK is in 1880 opgericht onder de naam Société patriotique pour la conservation des monuments historiques/Vaterländischen Gesellschaft für Erhaltung historischer Denkmäler. In 1934 heeft ze haar huidige naam aangenomen.

Publicaties

In 1925 begon SHAS/GSK in samenwerking met de kantons met de publicatie van het nationale inventaris van Zwitserse kunst- en historische monumenten (Monuments d’art et d’histoire de la Suisse (MAH)/Kunstdenkmäler der Schweiz (KdS).

Het eerste deel verscheen in 1927. Sindsdien zijn er 145 delen van deze collectie gepubliceerd. Ze zijn tussen 1982 en 2004 aangevuld met de Inventaire suisse d’architecture 1850-1920/ Inventar der neueren Schweizer Architektur 1850-1920. Sinds 2012 zijn nieuwe delen in de serie bovendien ook digitaal beschikbaar.

De SHAS/GSK publiceert ook Zwitserse Gidsen voor Monumenten (Schweizerischen Kunstführer (SKF)/Guides de monuments suisses), een serie die in 1935 van start ging, regionale en kantonale gidsen en uitgaven over specifieke onderwerpen met betrekking tot de geschiedenis van kunst en architectuur,

SHAS/GSK geeft ook het kwartaaltijdschrift Art+Architecture en Suisse/Kunst+Architektur in der Schweiz uit

Digitale activiteiten en toepassingen

Sinds 2010 heeft SHAS/GSK zich steeds meer gericht op nieuwe media en digitale toepassingen. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste uitgaven.

Swiss Art To Go

De Swiss Art To Go applicatie is ontworpen als persoonlijke begeleider voor Zwitserse architectuur.

EuropeArt To Go

EuropeArt To Go is een app voor het ontdekken van de drielandenregio aan de Bovenrijn. De app vat informatie samen over belangrijke gebouwen in deze regio, vanaf de middeleeuwen tot heden.

Péristyle

Péristyle is een thematische documentatie, een vereenvoudigde publicatie van artikelen. Het is een virtuele bibliotheek en een publicatiemedium, die Word-bestanden met een paar muisklikken omzet in eBooks en waarmee men op aanvraag tijdschriften kan maken en afdrukken.

KdS-online

De 145 delen van Die Kunstdenkmäler der Schweiz (KdS) schetsen de historische ontwikkeling van gebouwen die tussen het einde van de Oudheid en de 20e eeuw in Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein zijn gebouwd.

360° Zwitsers erfgoed

360° Swiss Heritage biedt 3D virtual reality tours van Zwitserse kastelen.

Swiss Art in Sounds

Swiss Art in Sounds begeleidt diverse publicaties met audiobijdragen. De inhoud komt overeen met speciaal aangepaste teksten over elementen van het betreffende gebouw. De teksten zijn beschikbaar in het Engels, Frans, Duits en Italiaans. Swiss Arts in Sounds is toegankelijk via een gratis app. Het project is ook ontwikkeld voor slechtzienden in de vorm van audioboeken.

Sciences-Arts

Het interdisciplinaire portaal Sciences-Arts biedt een goed overzicht van wetenschappelijke disciplines op het gebied van kunst, muziek en theater in Zwitserland. Het portaal brengt een scala aan wetenschappelijke en culturele activiteiten samen, van evenementen over cultureel en wetenschappelijk beleid tot specifieke informatie over opleidingen en professionele carrières.

Het portaal is een project van acht organisaties die zijn aangesloten bij de Zwitserse Academie voor Menswetenschappen en Sociale Wetenschappen. Deze acht organisaties zijn verantwoordelijk voor het platform als geheel. SHAS/GSK is verantwoordelijk voor het beheer van de site en de inhoud.

(Bron en verdere informatie: Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte/ Société d’histoire de l’art en Suisse)

De Pfalzkeller. Foto: SHAS/GSK

De Pfalzkeller. Fotos: TES

Ruim 1000 jaar klooster Werd

Wie aan kloosters denkt, heeft meestal een groot complex met diverse gebouwen, wijngaarden en andere landbouwgronden, een kruidentuin en een grote kloosterkerk voor ogen. Het meest bekende voorbeeld op papier is het ontwerp van een klooster dat in de bibliotheek van de abdij van St. Gallen wordt bewaard.

Deze tekening van omstreeks 840 stamt waarschijnlijk van een klooster op het eiland Reichenau. Veel kloosters zijn op basis van soortgelijke ontwerpen gerealiseerd vanaf de zevende en achtste eeuw.  Het waren vrijwel altijd grote complexen met tijden van voor- en tegenspoed.

In Zwitserland bestaan nog diverse grote kloosters uit deze periode (bijvoorbeeld Disentis, Einsiedeln, St. Johann, St. Maurice) die als zodanig functioneren. Veel andere kloosters (bijvoorbeeld Ittingen, Dornach, Bellelay, St. Urban) zijn in de loop der tijd gesloten en  hebben tegenwoordig een andere bestemming. Andere zijn afgebroken en in vergetelheid geraakt, bijvoorbeeld in Moutier-Grandval.

De omvang van een klooster zegt niets over de continuïteit. Een voorbeeld is het klooster St. Otmar op het kleine eiland Werd in de Untersee (kanton Thurgau) vlakbij Stein am Rhein (kanton Schaffhausen).

Het eiland Werd en twee onbewoonde eilandjes in 2008. Afbeelding: Thurgau Bodensee

De naam is afgeleid van het Alemannische woord ‘Ward’, wat eiland betekent. Het eiland is al duizenden jaren bewoond.

De Untersee, de Rijn vanaf de Bodensee (meer van Konstanz)

De oudste vondsten dateren uit 7000 v. Chr. In de Romeinse tijd (15. v. Chr. – 410 n. Chr.) was Werd onderdeel van de Vicus Tasgetium (Eschenz). De Romeinen bouwden de eerste (houten) brug naar het eiland. In het priesterhuis van het klooster is een kleine expositie met documentatie en archeologische vondsten over deze periode ingericht.

De geschiedenis van het klooster begint met de Ierse ‘Wandermönch’ Gallus (c. 550-c. 620). Ierland en Engeland zijn niet alleen landen met prachtige middeleeuwse handschriften (mede geïnspireerd door motieven van de Noormannencultuur), maar ook van stichters van kloosters op het Europese vasteland.

In Nederland zijn Bonifacius en Willibrordus de bekendste voorbeelden. In de regio van Elzas, Baden-Württemberg en Zwitserland is Gallus de meest vereerde heilige. Hij is ook de naamgever van de stad en het kanton St. Gallen en op zijn graf is de abdij van St. Gallen ontstaan.

De stichter en eerste abt van deze abdij is Otmar (689-759). Otmar was afkomstig uit een Alemannische familie. Tot 746 waren het huidige Baden-Württemberg en de Bodenseeregio (meer van Konstanzregio) een Alemannisch hertogdom. De Franken (de Merovingen en vervolgens de Karolingen) veroverden en bestuurden het gebied in en vanaf 746.

De Alemannische Otmar werd vervangen door een Frankische abt. De Frankische bisschop van Konstanz veroordeelde Otmar zelfs tot de hongerdood. Deze straf werd omgezet in een verbanning naar het eiland Werd, waar hij in 759 overleed. Hij is op het eiland begraven. Tien jaar later is hij gerehabiliteerd en bijgezet in de abdij van St. Gallen. In 864 is hij heilig gesproken, de heilige St. Otmar.

Het lege graf in de kapel van het klooster Werd

De Crypte met reliek van St. Otmar in de voormalige abdij van St. Gallen

Het lege graf op Werd is vanaf dat moment een bedevaartsoord en een eerste kapel wordt op het lege graf gebouwd. In 959 schonk keizer Otto I (Otto de Grote, 912-973) het eiland aan het Benedictijnerklooster Einsiedeln (kanton Schwyz). In 1957 heeft de Orde van Benedictijnen het klooster overgedragen aan de Orde van Franciscanen.

Tegenwoordig herbergt het klooster met zijn prachtige Romaanse fresco’s uit de 14e eeuw nog vier monniken, een ononderbroken kloosterleven van meer dan 1000 jaar! Iedere woensdag herdenken de monniken de heilige Otmar in een pelgrimsdienst.

De brug naar Werd bij mooi weer. Afbeelding: Thurgau Bodensee

De brug naar Werd bij regenachtig weer.

Ook de houten brug is hersteld en verbindt het eiland met het vasteland, alsof ook de Romeinen na 2000 jaar nooit zijn weggeweest. Het eiland lijkt te klein om te kunnen verdwalen. Maar schijn bedriegt. Het labyrint is een kopie van het beroemde middeleeuwse labyrint van de kathedraal van Chartres.  Het is 444 meter lang en velen zullen zelfs op dit kleine eiland kunnen dwalen.

(Bron en verdere informatie: Kloster Werd; www.franciscan.ch; Thurgau Bodensee).

St. Otmar, Klosterhof  abdij St. Gallen. Monument ter gelegenheid van  de stichting van de abdij 1200 jaar geleden.