Mario Botta in Saint-Blaise

De fontein ter gelegenheid van het millennium van Saint-Blaise (kanton Neuchâtel)  is een ontwerp van de architect Mario Botta (1943).

De beek Ruau is de bron en de oorsprong van het dorp. De Ruau voorzag het dorp eeuwenlang van twaalf waterbronnen.  In de loop van zes eeuwen heeft het water bovendien de molenstenen van verschillende molens aangedreven. Deze molens doorkruisten het dorp en volgden de Ruau op haar weg naar het meer van Neuchâtel.

In de bovenste molen dreven drie wielen de molenstenen aan. Deze fontein symboliseert de geschiedenis en het ontstaan van Saint-Blaise. Het monument is een manier om toekomstige generaties te herinneren aan de identiteit van het dorp en dit gebied.

Een van de eerste projecten van Mario Botta was overigens in ‘zijn’ kanton Tessin, in het klooster Bigorio.

(Bron: Fondation de la fontaine du Millénaire de Saint-Blaise)

Mendrisio, Liguren, Kelten, Romeinen, Langobarden, Franken, Italianen en tenslotte Zwitsers

De geschiedenis tot Napoleon (1798-1813)

De Liguren, Etrusken en Kelten (vanaf 400 v. Chr.) bewoonden het gebied van het huidige kanton Tessin. Na de verovering van Noord-Italië, het huidige Lombardije, en Tessin, begon de Romanisering van deze regio na 60 v. Chr. met de komst van duizenden Romeinse burgers. Como (Novum Comum, gesticht 59 v. Chr.) was toentertijd de belangrijkste stad.

Stabio (afgeleid van stabulum, stal) was de belangrijkste plaats in het zuiden van Tessin. Mendrisio was toen ook al een plaats met een zekere omvang, getuige een inscriptie in marmer van Publio Valerio Dromon, een lid van het lokale bestuur en de Decurionum (bestuurders van een stad). De Romeinse naam is echter niet bekend.

Na de val van het Romeinse Rijk rond 476 n. Chr. veroverden de Lombarden Noord-Italië en Tessin. De naam Mendrisio komt dan voor het eerst voor onder de naam Mendrici.

Karel de Grote (748-814) versloeg de Lombarden in 774 en veroverde de regio. Door het Verdrag van Verdun (843) viel Mendrisio nadien onder het Middenrijk van Karel de Kale (823-877).

Na een instabiele tijd heersten de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Keizer Frederik I, beter bekend onder de naam Barbarossa (1122-1190),  reorganiseerde zijn Rijk. Het aartsbisdom Como bestuurde Mendrisio  vanaf 1170.

De situatie bleef niet lang stabiel. Het Hertogdom Milaan deed zijn intrede op het Italiaanse toneel in de dertiende eeuw. De Hertogen van Visconti waren in 1485 de heersers van Tessin en Mendrisio. De hertogen hadden er niet lang plezier van. In 1513 veroverden de Eidgenossen namelijk Tessin.

Hun nederlaag bij Marignano in 1515 leidde in 1516 tot de Vrede van Freiburg. De Confederatie zag af van expansie in Lombardije, maar Tessin en Mendrisio (vanaf 1521) werden erkend als gebied van de Confederatie (evenals Chiavenna, Bormio en Veltlina).

Tessin was vanaf dat moment een Untertanengebiet, een baliaggio, bestuurd door de voogden van de kantons van de Confederatie. De voogden bleven maar twee jaar aan, om plaats te maken voor hun plaatsvervangers. Mendrisio bleef tot 1798 een kleine stad op een belangrijke handelsroute zonder militaire of politieke strubbelingen.

Dit veranderde 1798 door de verovering van Lombardije en de Zwitserse Confederatie door Napoleon (1769-1821). Napoleon stichtte in Lombardije de Cisalpijnse Republiek. Napoleon voegde Bormio, Veltlina en Chiavenna bij deze republiek.

De inwoners van Tessin en Mendrisio verzetten zich echter en wilden essere costantemente Liberi e Svizzeri. Napoleon respecteerde dit en na de Helvetische Republiek (1798-1803)  ontstond in 1803 het kanton Tessin in de nieuwe Confederatie (1803-1813). Mendrisio werd een zelfstandige gemeente en de burgers kozen op 22 april 1803 het eerste gemeentebestuur.

Mendrisio, Habsburg en de  Risorgimento

Veel inwoners van Mendrisio en Tessin waren nauw betrokken bij de Italiaanse opstand van 1859-1861. Een meerderheid steunde deze opstand onder leiding van Giuseppe Garibaldi (1807-1882),  Giuseppe Mazzini (1805-1872) en Camillo Benso di Cavour (1810-1861).

Vooral de sluiting van de grenzen tussen Lombardije en Tessin in 1853 zette kwaad bloed in Tessin en Mendrisio in het bijzonder. De handel stortte in en veel Tessinois werkten toen als frontalier in Lombardije!

1861-1945

De eerste Wereldoorlog (1914-1918) leidde ook in Medrisio tot grote armoede, maar er was geen uitgesproken sympathie voor Italië en haar oorlog (1915-1918) met Oostenrijk. Dit bleek ook in het Interbellum. “essere costantemente Liberi e Svizzeri” was ook in deze periode van de Italiaanse Irredentisimo het devies van een grote meerderheid van inwoners. Men wilde  geen ‘Anschluss’ bij Italië.

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) leidde in het neutrale Zwitserland en Tessin niet tot politieke instabiliteit. Wel waren armoede en tekorten op alle gebieden toegenomen.

Vanaf 1945  

 Na 1945 is Mendrisio een stad van Italiaanse grenswerkers geworden. De industrie, handel, dienstverlening, wetenschap en onderzoek kwamen tot bloei. Een van de hoogtepunten was in 1997 de opening van de faculteit voor architectuur (L’Accademia di architettura) in 1997 van de Universiteit van Italiaansprekend Zwitserland (Università della Svizzera italiana, USI) en vervolgens het Theater van de Architectuur (Teatro dell’architettura). De architect Mario Botta (1943) speelde hierbij een prominente en initiërende rol.

L’Accademia di architettura in Mendrisio

Een religieus-cultureel hoogtepunt zijn de jaarlijkse processies in de Heilige Week (Processioni Della Settimana Santa Mendrisio) voor Pasen. De processies gaan door het oude stadscentrum van de aan de heiligen Cosma en Damiano gewijde kerk naar de kapucijnerkerk. De  Diverse attributen van dit religieuze feest vertonen gelijkenis met de Basler Fasnacht aan de andere kant van Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: Gemeente Mendrisio)

De St. Cosma en St. Damiano kerk

De kapucijnerkerk (het klooster is in 1852 opgeheven)

Impressies van de processie

De geheimen van de Jura

De bergen van de Jura in de kantons Vaud, Bern, Jura en Neuchâtel hebben een verrassing voor de bezoekers: het is niet alleen een regio die verleidt door de diversiteit van welbekende natuurlijke schatten, onder andere de Creux du Van, de Gorges de l’Areuse, de meren van Neuchâtel en Biel of de Chasseral.

Het heeft ook zijn geheimen, bijvoorbeeld de Dent de Vaulion, de Gorges van Covatannaz, Douanne en Taubenloch, de Étang de la Gruère, het Préhisto-Parc en de Grottes de Réclère, de Franches-Montagnes, de streek van het enige Zwitserse raspaard, of de chemins (wandelpaden) de Vignes, des Monts en des Crêtes du Jura.

Het landschap is bovendien van een grote schoonheid ieder seizoen, zoals onder andere blijkt uit St. Brais, een klein dorpje in de Franche-Montagnes (kanton Jura) gelegen tussen de stadjes en dorpen Porrentruy, Saignelégier, St. Imier, St. Ursanne, Delémont en Moutier.

(Bron en nadere informatie: Office du Tourisme, Jura et Trois Lacs, Randonnées du Rêve, www.j3l.ch).

 

De Basel Tattoo 2023

Op het kazerneterrein (Der Kasernenhof) in Bazel staat sinds enige dagen een arena voor bijna 8.000 toeschouwers. Op 14 juli vindt hier de première plaats van de 16e taptoe van Bazel (Basel Tattoo 2023). Topformaties uit vijf continenten met ongeveer 1000 artiesten zullen het publiek en de stad tot 22 juli betoveren (tickets zijn verkrijgbaar via www.baseltattoo.ch).

De eerste repetities waren een kleurrijk, muzikaal en choreografisch spektakel! En Basel Tattoo is ook het resultaat van het Zwitserse militiesysteem, de samenwerking met het leger, de stad, het kanton Basel-Stadt, de bevolking en het bedrijfsleven.

De bevolking en de andere deelnemers hebben ook beslist over de kleuren van de stropdassen, directe democratie à la Suisse. En de organisatie is trots op deze keuze.

Leden van de Basel Tattoo organisatie (Erik Julliard en René Häfliger) met de stropdassen tijdens de persconferentie. Erik Julliard was lid van het Basel Top Secret Drum Corps. Het wereldberoemde Top Secret Drum Corps  arrangeerde in samenwerking met de Schotse filmcomponist Lorne Balfe het themanummer voor de nieuwste film in de serie Misssion Impossible- Dead Reckoning part one van Tom Cruise. Deze première is op 12 juli, dus twee Bazel-georiënteerde wereldpremières binnen twee dagen!

De Basel Tattoo laat ook dit jaar weer zien waar het om draait: een combinatie van zang, dans, ballet, parades, blaasinstrumenten, trommels, en choreografie.

De Patrouille Suisse vliegt op vrijdag 14 juli tijdens de première van de Basel Tattoo over de Arena. De deelname van de Patois suisse (en zijn koeien en le Ranz des vaches) is echter nog niet bevestigd.

De repetities van de Lucerne Marching Band, de Combined Bands of the Royal Cavalry en de Royal Guard of the Sultanate of Oman en de Banda Monumental de Mexico.

Doe den tap toe

Overigens ligt het Oudnederlandse “doe den tap toe” aan de oorsprong van het Nederlandse woord “taptoe”, tattoo in het Duits en Engels. “Doe den tap toe” heeft een militaire context en betekent de bierkraan dichtdraaien. Het kaartpel Jass heeft ook een Oud-Nederlandse geschiedenis (Klaverjassen). Heimweh (heimwee in het Nederlands) is daarentegen een Zwitsers woord. Misschien is ook het begrip Tattoo door  huurlingen in dienst van de Republiek in Zwitserland geïntroduceerd?

Op het commando ‘Doe den tap toe’ werden, veelal ondersteund door een trommel- of trompetsignaal, de bierkranen gesloten. In de loop der tijd is “taptoe” een verzamelnaam geworden voor militaire muziekfestivals.

De kazerneplaats

Het kazerneterrein is dus de juiste omgeving voor een taptoe. Het Klooster Klingental (tegenwoordig het Museum Kleines Klingental) voor Dominicanessen werd na de Reformatie (1527) gesloten. De gebouwen werden daarna gebruikt voor opslag, als commerciële ruimte en als locatie voor het stadsgarnizoen. De nieuwe kazerne werd voltooid in 1863 en huisvestte tot 1965 militairen. Er is daar dus veel getapt en het commando (Doe den tap toe) heeft vaak geklonken.

Basel Tattoo 2023

De trotse muzikanten van de Brass Band van de 194th Pontoon Bridge Brigade uit de Oekraïne zijn de (onbenoemde) eregasten. Speciale artiesten zijn verder de gecombineerde bands van de Royal Cavalry en de Royal Guard van de sultan van Oman en de Azteken, mariachi’s en dansers uit Mexico. De formatie van de Omani bestaat uit 50 blaasmuzikanten en doedelzakspelers en 46 paarden. De dansers uit Mexico worden begeleid door Aztekendansers en de Mariachi muziek.

De New Zealand Army Band vertegenwoordigt het vierde deelnemende continent. De Canadiana Celtic Highland Dancers zijn de 50 beste highland dansers van Canada. Samen met de Mounties van de Royal Canadian Mounted Police en de Canadese leden van de Massed Pipes and Drums vertegenwoordigen ze het vijfde continent.

Het Europese continent wordt, naast de Oekraïense Brass Band, vertegenwoordigd door de Lucerne Marching Band, muziek en dans van de Schotse Act, de Band of the Royal Regiment of Scotland, de Zwitserse Militaire Band, de Basel Tattoo Garde, het Basel Tattoo Chor en de Britse pipers en drummers van The Massed Pipes and Drums.

De beroemde straatparade vindt plaats op zaterdag 15 juni, de Basel Tattoo kinderdag op 22 juli.

(Bron en verdere informatie: Basel Tattoo 2023)

Zwitserland, een Europese Microkosmos ?

Het huidige Zwitserland is het resultaat van eeuwenlange samenwerking, allianties, uitwisseling en contacten van en tussen kantons.

Helvetische Integratie

Na het Congres van Wenen (1814-1815)  leek het onmogelijk deze soevereine republieken en hun verschillende talen, religies, culturen en (economische) belangen te verenigen in een federatie met een nationale munt, regering, parlement leger of zelfs maar een vlag of een volkslied.

In 1848, na de korte burgeroorlog van 1847 (Sonderbundskrieg), leidde de Grondwet van 1848 het begin in van de Confoederatio Helvetica (CH), de Zwitserse Confederatie van vijfentwintig (half) kantons. De Jura werd in 1979 het zesentwintigste kanton.

Het was het begin van een succesvolle monetaire, politieke, culturele en economische integratie tot op de dag van vandaag. Het land dient zich tegenwoordig zelfs aan als onderzoeksveld voor een geslaagd model van Europese integratie.

M. Valéry Giscard d’Estaing (2008) en President François Hollande (2016). Pregny Chambésy, Musée des Suisses dans le monde. Foto: TES

Een volgend lidmaatschap van de Europese Unie……van Zwitserland”, “Het is in Zwitserland dat de Europese droom realiteit geworden is“.

Voor sommigen is het zelfs een (democratische) inspiratie voor de Europese Unie (EU), een Europese microkosmos. Anderen menen dat Zwitserland juist het maximaal haalbare van Europese samenwerking aangeeft. Sommigen beweren zelfs dat de EU tot de Zwitserse Confederatie moet toetreden, althans een verzoek daartoe zou moeten doen.

Vevey, Musée de la Confrérie des Vignerons, Les Cent Suisses. Foto: TES

Continuïteit en keuzes 

Het verhaal van Zwitserland is vooral de eeuwenlange continuïteit en de bewuste keuzes voor het politieke systeem. Dat onderscheidt Zwitserland van andere regio’s in Europa die ook lange tijd hebben samengewerkt.

Voorbeelden zijn, onder andere, De Hanze (12e tot 16e eeuw), de Rheinische Städtebund (1254 – 1257, 1381-1389), de Schmalkaldische Bund (1530-1546), de Schwäbische Städtebund (1331-1381), de Schwäbische Bund (1488-1534) en de Zehnstädtebund of Dekapolis (1354-1679). Geen van alle hebben ze 1798 gehaald.

De Freistaat der drei Bünde in het huidige kanton Graubünden uit 1524 was een verbond tussen de Gotteshausbund (1367), de obere of de Graue Bund (1424), vandaar de naam Graubünden, of de  Zehngerichtebund (1436). Dit verbond heeft het wel tot 1798 volgehouden en was van 1524-1798 geallieerd (zugewandter Ort) aan de Eidgenossenschaft. In 1803 is hieruit het kanton Graubünden voortgekomen.

Ook het huidige kanton Wallis is vanaf 1476 tot 1798 een Republiek van zeven soevereine Zehnden (of Zenden) geweest. Deze (voornamelijk Duitstalige) Republiek bestuurde het Franstalige Unterwallis vanaf 1476 tot 1798 als bezet gebied (Untertanengebiet). Wallis is kanton van de Confederatie sinds 1815. Eeuwenoude Continuïteit.

Het lot, toeval en de loop van de geschiedenis blijven buiten beschouwing. Het had ook met Zwitserland anders kunnen gaan ‘als’. Dat Zwitserland bestaat is echter geen toeval. De eerste staatkundige fundamenten dateren uit de late middeleeuwen, de periode van de dertiende tot de vijftiende eeuw. In deze tijd wees echter niets op het ontstaan van het Zwitserland van 1848.

De 26 kantons. Bron: Les 26 cantons suisses. Foto: www.jeretiens.net

De kantons

De Eidgenossenschaft of de Confederatie van 1513 en haar dertien kantons (dit begrip stamt uit de zestiende eeuw) heeft echter de Europese (religieuze) oorlogen en revoluties doorstaan.

De voornamelijk Duitstalige kantons (alleen Fribourg/Freiburg was tweetalig) zijn vanaf de dertiende eeuw ontstaan als soevereine politieke regio’s met eigen rechtspraak, cultuur, leger, munt, vlag, taal/dialect, wetgeving, parlement, regering, buitenlands beleid (inclusief vrede, oorlog en verdragen) en ambassadeurs zonder inmenging van een nationale autoriteit of een (buitenlandse) vorst.

In 1648 (Verdrag van Westfalen) is de Confederatie (feitelijk) erkend als onafhankelijke natie, hoewel van een land of een nationale identiteit volgens de kantons zelf geen sprake was.

In de perceptie van de grootmachten van destijds (met name Spaans- en Oostenrijks Habsburg, Zweden, De Republiek van de Verenigde Nederlanden of Zeven Provincies, Frankrijk, Engeland) was deze Confederatie echter een soevereine eenheid. De kantons hadden dit vanwege hun succes op het slagveld en hun politieke, economische en buitenlandse beleid vanaf 1315 bereikt.

Tagsatzung, Nationales Landesmuseum Zürich. Foto: TES.

Tagsatzung

Afgezien van de Tagsatzung, zeg maar de Staten Generaal, was er echter geen nationaal orgaan. De Tagsatzung van vertegenwoordigers van de kantons ontstond 1417 na de verovering van Aargau in 1415  en vervolgens Thurgau in 1460, Italiaanse gebieden rond 1500 en Waadt in 1536.

Haar belangrijkste bezigheid was het gemeenschappelijke bestuur van de veroverde gebieden, Untertanengebiete/territoirs sujets). Het was een complex mozaïek van bestuur die verder buiten beschouwing blijft.

Zoals de waterbeheersing en de gemeenschappelijke Spaanse, (later de Engelse en/of Franse vijand) de zeven Nederlandse provincies noodzaakte tot samenwerking en feitelijke onafhankelijkheid in de Unie van Utrecht (1579) en de Akte van Verlatinghe (1581), zo bracht dit gemeenschappelijke bestuur de soevereine kantons samen.

De dertien kantons waren het op andere beleidsterreinen echter meestal oneens. Na de reformatie en het ontstaan van protestante kantons werd de samenwerking en het buitenlandse beleid nog gecompliceerder.

Afgezien van zes militaire conflicten (de twee kappelerkriege  van 1529 en 1531, de Bündner Wirren van 1618-1639, de boerenoorlog van 1653 en de twee Villmergerkriege van 1656 en 1712) losten de kantons hun religieuze en economische conflicten op door overleg, altijd op zoek naar het haalbare en aanvaardbare.

De Confederatie was niet katholiek of protestant, maar was een verbond van katholieke en protestante kantons, inclusief alle (politieke) problemen.

Foto:Franzoseneinfall in Nidwalden, www.franzoseneinfall.ch.

De Franse tijd 1798-1813

De Franse tijd en haar staatskundige concepten (de Helvetische Republiek (1798-1803) en de Confederatie (1803-1813) hebben belangrijke wijzigingen in het staatkundige bestel doorgevoerd.

Na de nederlaag van Napoleon bestond de nieuwe Confederatie van 1815 weliswaar weer, als vanouds, uit soevereine kantons (vijfentwintig, inclusief zes halfkantons) zonder effectieve nationale organen. Maar de klok was niet meer terug te draaien.

De grondwet van 1848

De grondwet van 1848 effende het pad voor het moderne Zwitserland. Een combinatie van federalisme, algemeen kiesrecht voor (mannelijke) burgers, een uitgebalanceerd systeem van machtendeling tussen regering (de Bundesrat/ Conseil fédéral) en het parlement (Nationalrat/Conseil national en de Ständerat/Conseil d’ Etats) en een prominente rol van kantons en burgers. De (mannelijke) burgers en kantons hadden al in 1848 het laatste woord bij de vaststelling van de Grondwet.

De kantons waren na de nieuwe Confederatie van 1848 de proeftuin voor de invoering van de nationale directe democratie van het referendum (1874) en het volksinitiatief (1891).

De invoering was een politieke keuze van burgers en kantons. Ze baseerden zich onder andere op de Landsgemeinde, de Amerikaanse Grondwet van 1776, de verworvenheden van de Franse tijd (1798-1813) en op de ervaringen in de kantons.

De directe democratie was vanaf het begin de smeerolie van de federatie van zulke verschillende republieken en belangen. De kantons en de burgers vertrouwden de nationale overheid en de nationale overheid vertrouwde de kantons en de burgers.

Willensnation

Zwitserland is dan ook een ‘Willensnation’ met een politiek systeem dat van onderaf in een proces van eeuwen is ontstaan door en voor de burgers en hun kantons.  Zwitserland kende tot 1798 geen nationale dominante persoonlijkheid of dynastie en geen dominant kanton (wel grote en kleine kantons). Er bestond tot 1848 geen nationale identiteit, wel verbondenheid. Deze verbondenheid was echter vooral pragmatisch en diende het belang van de kantons.

Eenheid in verscheidenheid, 1935. Nationales Landesmuseum Zürich. Foto: TES.

Democratie

Het Zwitserse model is geen van God gegeven voorbestemming. Het is een menselijk proces van vallen en opstaan. Een belangrijk aspect van het Zwitserse model is het vermogen tot aanpassen aan veranderde maatschappelijke, internationale en economische ontwikkelingen.

Het compromismodel en het zogenaamde Konkordanzsystem van de nationale regering zijn ontstaan door de permanente noodzaak met alle betrokkenen te overleggen. Hieruit is in 1959 ook de Zauberformel bij de regeringsvorming ontstaan. De federale opzet van het politieke systeem en de grote macht van de kantons in de Ständerat en de directe democratie voor de burgers en hun organisaties liggen hieraan ten grondslag.

De nationale regering, parlement, kantons, werkgevers, werknemers en andere maatschappelijke organisaties zijn bovendien (grondwettelijk verplicht) in de voorparlementaire fase betrokken in het wetgevingsproces.

Bern, Bundeshaus. Foto: TES

Conclusie

Het Zwitserse politieke systeem is een subtiel en uitgebalanceerd product van eeuwen ervaring en samenwerking tussen en met kantons en burgers. Het is geen exportproduct, wel kan het interessante aanknopingspunten bieden van het haalbare en het onhaalbare in het veel grotere en oneindig veel gecompliceerdere project van wat sinds 1991 de Europese Unie heet.

De integratie is Zwitserland is niet perfect. Er bestaat een Röstigraben en een Stadt-Landgraben, er was sprake van een late (nationale) invoering van het vrouwenkiesrecht (wat overigens niet per se wat zegt over de Zwitserse man) en het verkrijgen van het burgerschap voor buitenlanders, inclusief stemrecht, is geen sinecure. Dit is een competentie van gemeenten en kantons en deze zijn al eeuwen zuinig op het burgerschap voor nieuwkomers. Het burgerschap is een voorrecht, geen verworven recht, al zou wat flexibiliteit in de moderne tijd geen kwaad kunnen.

De Covid-19 pandemie en de relatie met de Europese Unie zijn ook aanleiding de machtsverdeling tussen regering en kantons nader te bezien. Het systeem is echter hervormbaar. Aanpassing en verbetering vinden plaats, uiteraard na (langdurige) discussie en raadpleging van kantons en burgers.

Het Zwitserse model is uniek en is een politieke keuze van en voor de burgers en hun kantons. Zwitserland is niet alleen de onbetwiste wereldkampioen van referenda. Deze directe democratie is geen doel op zich. Ze is ingebed in een eeuwenoud bottom-up systeem en organen op gemeentelijk, kantonaal en vanaf de negentiende eeuw nationaal niveau.

Het heeft het land goed gediend, ook in tijden van grote crises, bijvoorbeeld de burgeroorlog van 1847, de polarisatie in 1914-1918 en de decennia voorafgaand aan het ontstaan van het nieuwe kanton Jura in 1979.

De directe democratie maakt het politieke leven van de federale (en kantonale en gemeentelijke) uitvoerende en wetgevende macht niet eenvoudiger en ook in Zwitserland is zij onderwerp van discussie over hervormingen.

De burgers en de kantons zijn echter het bewijs van het succes. Wetgeving of een volksinitiatief om de directe democratie af te schaffen is nog nooit gerealiseerd (in tegenstelling tot Nederland, waar het referendum per decreet is afgeschaft omdat ‘ze’ het niet eens waren met de uitslag. Democratie à la néerlandaise, top down en voor de happy few).

Literatuur: W. Lindner/Sean Mueller, Schweizerische Demokratie. Institutionen, Prozesse, Perspektiven, vierde druk, Bern 2017; A. Vatter, Das politische System der Schweiz, Baden-Baden, 2020; O. Meuwly, Une histoire de la démocratie directe en Suisse, Neuchâtel, 2020).

Wilhelm Tell in Lausanne

De kapel van Tell in Lausanne is geen kapel. Het herbergt geen relikwieën van de nationale held Wilhelm Tell, die (voor zover hij heeft bestaan), nooit in Lausanne is geweest. Bovendien dankt de kapel haar bestaan niet aan een Zwitser, maar aan de Fransman Osiris.

Hoewel het geen kapel is en er in de kantons Uri en Schwyz drie echte kapellen – kapellen in religieuze zin – aan Wilhelm Tell zijn gewijd (in Sisikon, Bürglen en Küssnacht), is die in Lausanne in meerdere opzichten uniek.

Dit soort vierkante kiosk dankt zijn bestaan aan Daniel Iffla (1825-1907), een rijke Parijse bankier die in 1861 bij keizerlijk decreet het recht verkreeg om “Osiris” aan zijn naam toe te voegen.

Daniel Iffla-Osiris. Foto: Wikipedia

De Franse auteur Pierre Assouline beschrijft hem in diens boek Le dernier des Camondo (Parijs, 1999) als

het prototype van de moderne mecenas en een man van projecten (…). Zijn filantropische obsessie kwam voort uit de Joodse traditie van tzedaka (liefdadigheid), republikeinse waarden en het verlangen zijn fortuin onder de aandacht te brengen“. (le prototype du mécène moderne doublé d’un homme d’œuvres (…). Son obsession philanthropique procédait à la fois de la tradition juive de la tsedaka (charité), des valeurs républicaines et de l’irrépressible désir d’étaler sa fortune).

In 1902 had Osiris Lausanne al het standbeeld van Wilhelm Tell aangeboden, voor de trappen van het Palais de Justice in Montbenon, als dankbetuiging voor de gastvrije ontvangst van Bourbaki’s leger in 1871.

Bij zijn dood liet hij de stad een grote som na voor de bouw van een synagoge en een kapel ter nagedachtenis aan de nationale held.

Er werd gekozen voor het project van de architect Georges Epiteaux (1873-1957), ook verantwoordelijk voor de Galeries Saint-François in Lausanne, en de schilder Ernest Biéler (1863-1948).

Lausanne, Wilhelm Tell. Foto: Ville de Lausanne

Palais de Justice. Foto: Notrehistoire.ch

De kapel is in 1917 in gebruik genomen, terwijl de oorlog in Europa woedde. De fresco’s in de kapel zijn uit voorzorg verplaatst naar de hal van het Paleis van Justitie.

Daarom staan er een standbeeld en een kapel, die geen echte kapel is, ter ere van Wilhelm Tell in Lausanne en heeft het Paleis van Justitie, zetel van het Tribunal fédéral/Bundesgericht, aan deze held gewijde fresco’s in opdracht van een Franse burger.

Lars Kophal, redacteur en journalist (vertaling redactie)

De Tellkapel bij Bürglen

De Tellkapel bij Sisikon (kanton Uri)

De Tellkapel en Hohle Gasse bij Küssnacht

Friedrich Schiller, Wilhelm Tell (1804), “zum Neujahrsgeschenk auf 1805”. Informationsstelle Küssnacht

De Gesslerburcht

Aesch en zijn bewogen historie

Aesch (kanton Basel-Landschaft) werd bewoond door een Keltische stam, de Rauraken. In 58 v. Chr. trokken de Rauraken en andere Keltische stammen naar Gallië, waarschijnlijk vanwege de aanvallen van Germanen. Ze werden dat jaar bij Bibracte verslagen door Julius Caesar.

Rome veroverde het gebied van het huidige Zwitserland in 13-15 v. Chr. De Gallo-Romeinse beschaving ontwikkelde zich in de loop van vier eeuwen. De Alemannen koloniseerden het gebied na 500.

Bisdom en stad Bazel

In de Karolingische periode heersten de Franken. De Hunnen verwoestten de regio en Aesch in 917. Rudolf III (970-1032), de laatste koning van Bourgondië, vergrootte in 999 de wereldlijke macht van de bisschop van Bazel door de abdij van Münster Grandval te schenken.

Keizer Hendrik II (973-1024), Rooms-Duits keizer, bouwer van de kloosterkerk van Bazel, schonk in de elfde eeuw de baljuwschappen Pfeffingen, Zwingen, Laufen en andere landgoederen en landerijen aan de bisschop van Bazel.

De kerk St. Joseph komt al in de 12e eeuw in documenten voor

Samen met Duggingen en Grellingen hoorde Aesch bij het baljuwschap Pfeffingen in het bisdom Basel. De prins-bisschop had de geestelijke en de wereldlijke macht.

Kasteel Pfeffingen is rond 1100 gebouwd. De oudste bewoners waren de vrijheren van Pfeffingen. Daarna was Aesch 300 jaar lang eigendom de familie Thierstein. Zij bewoonden kasteel Pfeffingen.

Het baljuwschap Pfeffingen wordt in 1519 weer eigendom van de bisschop van Bazel. In 1525 krijgen de bewoners van de dorpen van Birseck het burgerschap van Bazel, onder voorbehoud van de rechten en aanspraken van de bisschop.

In 1528 verplaatste de bisschop zijn zetel vanwege de reformatie naar Pruntrut (Porrentruy). De Reformatie wordt ook ingevoerd in de Birseck en het Laufental. Kasteel Pfeffingen en de parochies Aesch, Grellingen en Duggingen worden in 1530 door de bisschop aan de stad Basel verpand. Aesch blijft echter katholiek.

De overdracht van alle oude aanspraken en rechten van de bisschop van de eerder aan Bazel verpande gebieden (Oberbaselbiet) worden vastgelegd in een verdrag in 1585. Ook de oude rechten van het domkapittel worden aan Bazel afgestaan.

Het oude kasteel Aesch wordt in 1606 gesloopt. In de plaats daarvan begint de bouw van het slot Von Blarer.

Slot Von Blarer

De Franse periode

Op 18 december 1792 werd de Republiek Raurach uitgeroepen. Tot 1793 maakte Aesch deel uit van deze Republiek Raurach. Op 7 maart 1793 werd de Republiek Raurach verenigd met het departement Mont Terrible.

In 1800, na de verovering van de oude Confederatie en de stichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) werd het departement Mont Terrible opgeheven en samengevoegd met departement Haut-Rhin. Aesch werd daarmee onderdeel van het arrondissement Laufen. Colmar was de hoofdstad.

1813-heden

De Birseck viel na de Franse tijd van december 1813 tot 20 maart 1815 onder de heerschappij van de geallieerde mogendheden. Arlesheim was het administratieve centrum.

Op 20 maart 1815 werd Aesch op het Congres van Wenen (1814-1815) bij het kanton Basel (district Birseck) ingedeeld. Het district Birseck omvatte: Aesch, Allschweiler, Schönbuch, Oberweiler, Therwiler, Ettingen, Pfeffingen, Reinach en Arlesheim (9 katholieke parochies).

Aesch was het centrum van de revolutie tegen Bazel in het Birsdal in de jaren 1830-1833. Op 26 augustus 1833 verklaarde de Tagsatzung van de Confederatie de volledige scheiding van de stad (kanton Basel-Stadt) en Basel-Landschaft, maar met het recht op vrijwillige hereniging! Tegenwoordig is Aesch een gemeente met ongeveer 10.000 inwoners en ondanks en dankzij diverse referenda nog (steeds) niet verenigd met kanton Basel-Stadt.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Aesch)

De Rigi-Regio

Een van de beroemdste bergen van Zwitserland is de Rigi. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de St. Gotthard, Zermatt of de Jungfrau is het niet de hoogte (1 798 m boven zeeniveau), maar de ligging, het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee) en geschiedenis die haar de naam “Koningin van de bergen” (Königin der Berge) hebben opgeleverd.

Albrecht von Bonstetten (1443-1504), de eerste afbeelding van de Eidgenossenschaft, 1479. De Eidgenossenschaft als middelpunt van de aarde en de Rigi als koningin der bergen, regina montium. Collectie: Bibliothèque nationale de France. Latijn 5656, p. 8r. Afbeelding: Museum Vitznau-Rigi

Tot de 18e eeuw was Centraal-Zwitserland vooral een doorgangsgebied op weg van of naar Italië voor de “Beau Monde” en de “Grand Tour” van de Engelse adel. Slechts weinigen toonden of hadden interesse in het deels onherbergzame land. Diplomaten, prelaten, pelgrims, kooplieden en andere reizigers met zakelijke bedoelingen kwamen niet verder dan de grotere steden of kloosters. Toerisme, alpinisme, natuurliefhebbers of wandelaars bestonden nog niet.

Detail van de “Wäggemann-Karte, 1630. In het midden de drie dorpen Weggis, Vitznau en Greppen. Beeld: Museum Vitznau-Rigi

De drie belangrijkste dorpen in de Rigi-regio zijn Weggis, Vitznau en Greppen. Weggis is voor het eerst genoemd in documenten in 1116 als “Guategisso”. Greppen wordt in 1259 “Crepon” genoemd en Vitznau in 1342 “Vitzenouwa”.

Weggis en Vitznau waren oorspronkelijk eigendom van het klooster Pfäfers. Luzern verwierf Vitznau en Weggis in 1380. Greppen was tot 1406 eigendom van de Habsburgers. In dat jaar verwierf Luzern het dorp.

Greppen tegenwoordig

2009, 750 jaar Greppen

De Heilige Wendelin

Weggis tegenwoordig

Weggis daarentegen had korte tijd de status van een soevereine “dorpsrepubliek”, van 1359 tot 1380 (tot de overname door Luzern), en was zelfs aangesloten bij de Confederatie als een bondgenoot. Het nabijgelegen Gersau behield deze status zelfs tot 1798!

Tot 1798 en de oprichting van de Helvetische Republiek (1798-1803) veranderde er politiek, economisch en sociaal niet veel in de Rigi-regio, afgezien van een aantal opstanden van ontevreden inwoners vanwege het bestuur van Luzern en de zijdefabriek in Vitznau en Weggis.

Vitznau tegenwoordig

Het einde van de 18e eeuw luidde echter de veranderingen van de 19e eeuw in. De opkomst van journalistiek en kranten en de aandacht voor Zwitserland van schrijvers en intellectuelen zorgden binnen een generatie voor een ware Zwitserland rage.

Jean-Jacques Rousseau, Lord Byron, Madame de Stäel, Johann Wolfgang von Goethe en Edward Gibbon zijn slechts enkele voorbeelden. De eerste Amerikanen Thomas Jefferson, James Madison en John Adams beriepen zich in hun Onafhankelijkheidsverklaring van 4 juli 1776 ook op deze bijzonder republikeinse confederatie in Midden-Europa te midden van monarchieën.

De industrialisatie van het land, met inbegrip van de horloge- en textielindustrie, begon ook op te vallen.  De Napoleontische oorlogen zorgden echter voor stagnatie tot 1815.

De Luzern bij Weggis

Na 1815 vonden er echter grote economische, sociale en politieke veranderingen plaats. De Rigi-regio was een van de eerste die hiervan profiteerde. Vanaf 1820 maakte een nieuw aangelegde weg een directe postkoetsverbinding mogelijk van de scheepvaartsteigers naar onder andere Rigi-Scheidegg, Rigi-Kulm en Rigi-Kaltbad. Het is geen toeval dat op deze plaatsen de eerste Grand Hotelsvan het land werden gebouwd. Het vervoer verliep in die tijd voornamelijk via het Vierwoudstedenmeer en niet over land.

De eerste stoomschepen op het Vierwoudstedenmeer werden in 1837 in gebruik genomen. Het bedrijf Escher Wyss werd zelfs Europees leider in de bouw van deze schepen voor de binnenvaart! Met de aanleg van spoorwegen werd het vervoer naar het Vierwoudstedenmeer steeds comfortabeler.

Grand hotels schoten als paddenstoelen uit de grond.  Weggis, Vitznau en Greppen profiteerden van de toeristische boom. Adembenemende uitzichten op de Alpen, goede wandelmogelijkheden, gemakkelijke toegang, hotels en kuuroorden en boottochten op het meer lagen aan deze ontwikkeling ten grondslag.

21 mei 1871 was een gedenkwaardige dag. De Vitznau-Rigi-spoorweg, het eerste tandradspoorwegsysteem, werd in gebruik genomen. Een van de eerste Zwitserse kuuroordverenigingen (Kurverein) ter bevordering van het toerisme werd in 1888 in Vitznau opgericht, gevolgd door  die van Weggis in 1893.

De Rigi-Bahn. Beeld: Museum Vitznau-Rigi

De infrastructuur, wegen, openbare toiletten, openbaar vermaak (theater, concerten), bankjes om te zitten en te rusten, boulevards met bomen, elektrische straatverlichting, een betere watervoorziening, havens en de dagelijkse schoonmaakdienst waren (tot op de dag van vandaag) goed georganiseerd.

De buitenlandse toeristen brachten ook de protestantse religie naar het katholieke kanton. In 1904 was de hervormde St. Markuskerk in Vitznau de eerste niet-katholieke kerk in een dorp in het kanton.

St. Markuskerk in Vitznau

De Rigi was ook het toneel van de eerste skipogingen in Centraal-Zwitserland. Josef Dahinden-Pfyl (1863-1931), eigenaar van Hotel Bellevue in Kaltbad, en de Pilatus-afdeling van de Zwitserse Alpenclub (SAC), opgericht in 1863, ondernamen 1906 de eerste skitochten op de Rigi.

Vanaf 1907 vervoerde de Rigi-baan ook ’s winters gasten naar Scheidegg, Kulm en Kaltbad. In 1908 werd de Rigi Skiclub opgericht. De Rigi was nu het hele jaar door een bestemming geworden voor winter- en zomersport en toerisme.

Dit was niet het einde van de innovaties in de Rigi-regio. In Hertenstein werd een van de eerste openluchttheaters van het land gebouwd en in Weggis is in 1919 het eerste gemengde openluchtzwembad (voor mannen en vrouwen) in het meer geopend. Het was een groot succes en bestaat nog steeds.

Poster rond 1930 Beeld: Museum Vitznau-Rigi

Weggis, Lido strandbad, tegenwoordig

Naast de vele toeristische attracties is er nog iets dat aandacht verdient in deze ecologische tijden. Greppen is (weer) een kastanjeparadijs met als hoogtepunt de jaarlijkse Chestene-Chilbi in oktober. Eeuwenlang waren kastanjes het belangrijkste voedsel in de regio.

Greppen, Kastanjeweg (Rigi-Chestene-Weg)

In het midden van de 20e eeuw raakte de kastanje echter in de vergetelheid. Er waren veel alternatieven en de kastanjecultuur was bijna geschiedenis. Rond 2 000 beleefde de tamme kastanje echter een opleving. Dankzij het milde klimaat gedijt de tamme kastanje uitstekend op de zonnige hellingen van de Rigi.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Greppen; Ferienregion Weggis-Vitznau; Museum Vitznau-Rigi)

Informatiepaviljoen Hohle Gasse

Küssnacht, Tellskapelle

Ruïne Gesslerburcht

De Hohle Gasse

Immensee, Mission Bethlehem

Vierwoudstedenmeer, cultuur, historie en natuur

Zwitserland is een land van honderden grotere en kleinere meren, bergmeren en stuwmeren. Een van de opmerkelijkste wat betreft vorm, historie, natuur en ligging is het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee).

Dit meer is ontstaan uit het smeltwater van de Reussgletsjer. Deze gletsjer had in de laatste ijstijd een hoogte van 1 400 meter en een breedte van diverse kilometers. Deze gigantische ijsmassa begon 20 000-15 000 v. Chr. te smelten. Diverse andere meren in Centraal-Zwitserland zijn ook de kinderen van deze gletsjer. Ook het landschap is hierdoor gevormd. De Gletsjergarten in Luzern biedt een goed gedocumenteerd overzicht van deze ontwikkelingen.

Het Vierwoudstedenmeer heeft een grillige vorm en doorkruist vier kantons: Nidwalden, Luzern, Schwyz en Uri, vandaar de duidelijke Franse naam: Lac des Quatre Cantons. Met een beetje goede wil kunnen ook kanton Obwalden en de Alpachersee meegerekend worden.

Luzern

De Engelse naam luidt Lake Lucerne, wat ook niet helemaal misplaatst is, want het is het grootste aangrenzende kanton en stad.

Het meer is voor Zwitserland van groot historisch belang. De drie ‘oerkantons’ Uri, Schwyz en Unterwalden (later opgedeeld in Obwalden en Nidwalden) creëerden aan de oevers van het meer (ook wel de Urnersee genoemd) bij Brunnen de Eidgenossenschaft.

In de Morgartenbrief van 1315 gebruiken deze drie Orte voor het eerst de term Eidgenossen. Het verdere verloop is bekend. Dat het ook anders had kunnen gaan is niet relevant. Langs de oevers van het meer ligt ook het dorp Gersau, eeuwenlang een soevereine Republiek!

Richting Stansstad (Kanton Nidwalden)

De Pilatus (rechts)

De Bürgenstock

De Rigi

Richting Vitznau

Richting Vitznau met de grootste Zwitserse vlag

Vitznau

Het Vierwoudstedenmeer is ook een centrum van Europese (kunst) historie. De oevers bij de stad Luzern, de Rigi, de Pilatus of de Bürgenstock (een enclave van Luzern in kanton Nidwalden) waren vaste agendapunten of zelfs woonplaatsen van politieke, literaire en muzikale grootheden en andere kunstenaars. Richard Wagner, Sergej Rachmaninoff, Wolfgang von Goethe, Audrey Hepburn, Jimmy Carter, Sophia Loren of Konrad Adenauer zijn maar enkele  namen van een lange lijst.

De Astridkapel

Knokke 

Het meer heeft ook een zwart randje. In 1935 verongelukte Koningin Astrid (1905-1935) van België aan de oevers bij Küssnacht. Een kapel herinnert aan deze tragedie.

Kasteel Meggenhorn

Küssnacht

Villa Senar

Opname uit 1930. (beeld: Museum Vitznau-Rigi). Het schiereiland Hertenstein, op de achtergrond Küssnacht. Links in het midden de Villa Senar van Sergej Rachmaninoff, de Stella Matutina,en het slot-hotel Hertenstein.

Hertenstein tegenwoordig

Wie het meer rondvaart, met een roeiboot of met een van de vele (monumentale) schepen, ziet deze (kunst) historie en natuur aan zich voorbij trekken met op de achtergrond de Alpen.

De Luzern bij Weggis

De Uri op de Urnersee bij Brunnen

De hermitage van Luzern met aan de overkant het Richard Wagner Museum, het kasteel van Meggenhorn, de Astridkapel, het plaatsje Küssnacht en zijn Wilhelm Tell verhaal en kapel, Greppen en zijn kastanjecultuur, Hertenstein en zijn wonderbaarlijke historie, Weggis en zijn visionaire zwemplek in het meer, Vitznau en de eerste niet katholieke kerk in deze van oorsprong katholieke omgeving, de voormalige Republiek Gersau, Brunnen en zijn grandeur, de Axenstein en de Morschach (uitzichtspunten), de Tellkapel, Flüelen en de nabijgelegen Reussdelta en natuurpark, het dorp Bauen, langs kloven en steile rotsen, de legendarische Rütli en de Seelisberg, het dorp Beckenried, Buochs, Ennetbürgen, Stansstad (de hoofdstad van Nidwalden), langs de voet van de Pilatus bij Hergiswil en via het Richard Wagner Museum weer naar Luzern.

Brunnen, Urnsersee en de Kleine en Grosse Mythen. SBB Bahnhof Basel

De Seelisberg, Rütli en de Schiller-rots (Dem Saenger Tells. F. Schiller. Die Urkantone 1859)

Bauen

Tellkapel bij Sisikon

Een treffend contrast: de stedelijke omgeving van de stad Luzern en de prachtige  Reussdelta aan de andere kant van het meer in een ander kanton (Uri) met daartussen de dorpen en de natuur van de kantons Schwyz en Nidwalden. Deze omgeving is niet alleen te water de moeite waard: ook te voet met de vele goed aangegeven en onderhouden wandelpaden en in de lucht voor liefhebbers van  paragliden.

De Reussdelta 

(Bron en verdere informatie: Museum Vitznau-Rigi; www.myswitzerland.com; B. Schumacher, Kleine Geschichte der Stadt Luzern, Baden, 2015).

Küssnacht, Tellskapelle

Friedrich Schiller, Wilhelm Tell (1804).

Immensee, Missionsgesellschaft Bethlehem

Brunnen, Bundesbrief, Bundeskapelle, Weg der Schweiz en Auslandschweizer

Het Bundesbriefmuseum in Schwyz bewaart de ‘Morgartenbrief’ uit 1315. Dit document is onbetwistbaar authentiek en is een indirect bewijs voor de eerste overeenkomsten van de Eidgenossenschaft aan het einde van de dertiende eeuw.

Het is niet relevant of de eed (Eid) op de Rütli, de weide op de Seelisberg aan de  oevers van de Urnersee, 1291 heeft plaatsgevonden of dat Wilhelm Tell heeft bestaan, net zomin als Rome Romulus en Remus of Athene het bestaan van haar naamgeefster de godin Athena ter discussie stellen.

Bepaalde academische kringen in Zwitserland hebben echter kennelijk niets beters te doen dan jarenlang overheidsgeld te besteden aan het ridiculiseren van deze legende.

De Seelisberg en de Rütli en de Weg der Schweiz

Het verhaal van de legendarische Wilhelm Tell en de Rütlieed (Rütlischwur) passen in de context van verzet van Orte in Unterwalden (de huidige kantons Nidwalden en Obwalden), Uri en Schwyz tegen de landsheer Habsburg. De slag van Morgarten is ook een feit, evenals andere nederlagen van Habsburg in 1386-1388, 1415, 1460 en uiteindelijk 1499.

Brunnen aan de Urnersee (een zijarm van de Vierwaldstättersee) met de Kleine en Grosse Mythen. SBB Bahnhof Basel

Afbeelding: Hotel Weisses Rössli, de Kleine en de Grosse Mythen

Brunnen, de Kleine en de Grosse Mythen

Bovendien zijn de Kleine en de Grosse Mythen net zo’n granieten werkelijkheid als de Morgartenbrief en de Eidgenossenschaft van 1315. Dit document, opgesteld in de Duitse taal, spreekt voor het eerst van ‘Eidgenossen’.

De Morgartenbrief is ook een onbetwist document dat een eerder verbond van Unterwalden, Uri en Schwyz bevestigt en aan de nieuwe omstandigheden aanpast.  De ondertekening vond plaats in Brunnen (gemeente Ingenbohl, kanton Schwyz), dat is ook een feit.

Deze drie Orte (kantons is een term uit de zestiende eeuw) bestonden uit dorpen. Kennelijk waren het (militaire) prestige en de economische belangen van omringende steden zo groot, dat Luzern, Zürich, Bern, Freiburg en Zug zich aansloten bij deze ‘boerenpummels’.

De Urnersee vanaf Brunnen

Dit is uniek in Europa: Steden die zich bij dorpen aansloten! Er waren destijds veel verbonden van steden, bijvoorbeeld de Hanzebond in Noord-Europa, de Dekapolis in Elzas of de Schwabische Bond in Zuid-Duitsland. Geen van alle was een lang leven beschoren.

De Zwitserse Eidgenossenschaft was in de vijftiende eeuw echter een militaire supermacht, zoals ook het oppermachtige Hertogdom Bourgondië moest ervaren in 1476 en 1477 en de Franse Koning tot 1515. Het was echter geen politieke eenheid, maar een los verband van soevereine kantons.

De Eidgenossenschaft van acht kantons werd de Confederatie van dertien kantons in 1513, de Confederatie van negentien kantons in 1803, de Confederatie van tweeëntwintig kantons in 1815, de Confoederatio Helvetica van 25 kantons (inclusief zes half-kantons, deze term is per 1 januari 2000 vervallen) in 1848 en uiteindelijk de huidige Confederatie van zesentwintig soevereine kantons en republieken met het nieuwe kanton Jura in 1979.

Het dorp Brunnen, met de allure van een kleine stad, evenals veel andere dorpen in Zwitserland, vat deze historie samen. De Bundeskapelle symboliseert het (langzame) proces van statenbond tot bondsstaat Zwitserland.

Andere (religieuze) bezienswaardigheden in Brunnen-Ingenbohl zijn de Wendelinskapel (1633), de 14-Nothelfer-Kapelle (1576), de parochie kerk St. Leonard (1387), de Sust (1631), Klooster Ingenbohl (1856), de kapel van St. Laurentius en Theodul (1595) in Wylen, de houten brug (1555) over de Muota en de Alte Hafenanlagen (onder water goed te zien).

De Bundeskapelle (1635)

Bovendien betekent Brunnen niet alleen bron in het Duits, de bron van diverse beken en van de Confederatie. Brunnen is ook de locatie voor de Auslandschweizer. De Auslandschweizerplatz, aan de oevers van de Urnersee vlakbij de Rütli, is in 1991 ingewijd. Deze plaats verbeeldt de verbondenheid van de ongeveer 800 000 ‘Auslandschweizer met hun ‘Heimat’. Het is niet voor niets dat het woord en begrip ‘Heimwee’ afkomstig is uit Zwitserland!

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Ingenbohl)

 

Impressies van Brunnen

Brunnen doet eer aan zijn naam. Diverse waterbronnen doorkruisen het dorp. Hier de Dorfbach.

Seehotel Waldststätterhof (1870) ontving tot 1971 onder andere Koningin Wilhelmina, Winston Churchill, Koning Alfons XII van Spanje, Duitse keizers en leden van de familie Thurn und Taxis. Richard Wagner (1813-1883) noemde Brunnen zelfs zijn ‘Lieblingsort’.

Hotel Weisses Rössli. De beroemdste gast was Koning Ludwig II (1845-1886) van Beieren in 1865. Directe aanleiding was Friedrich Schiller (1759-1805) en diens werk Wilhelm Tell (1804). De koning wilde de Urschweiz en de Rüstli bezoeken, zo groot was het prestige van de jonge Confederatie (1848) met eeuwenwoude wortels.

Seekliniek Brunnen (1857), gebouwd op de fundamenten van het kasteel Löwenstein (12e eeuw).

De boulevard, rechts het Grand Palais, tegenwoordig appartementen

De Föhnhafen uit 1872, aangelegd om schepen onder te brengen bij een harde Föhn uit het Gotthardmassief. In de middeleeuwen was al een haven (Alte Hafen) bij de monding van de rivier Muota (Ruosaplerbach in kanton Uri). Ongeveer 575 palen zijn nog steeds te zien, de meerderheid stamt uit de 14e en 15e eeuw)

Roeien op de Vierwaldstättersee (BRC uit Bazel, 24 en 25 juni)

Vierwaldstättersee, de Pilatus en Hertenstein, 24 juni

Vertrek uit Brunnen 25 juni 

De delta van de Reuss en natuurpark aan de oevers van de Urnersee (Vierwaldstättersee) bij Flüelen

De Tellkapelle