400 jaar Hugenoten in Bern

Dit jaar is het vier eeuwen geleden dat er voor het eerst diensten in het Frans werden gehouden in de voormalige Dominicanenkerk van Bern, die sindsdien bekend staat als de Franse Kerk (l’église française de Berne).

Het jubileum blikt terug op de grote emigratiegolf van Hugenoten in de zeventiende eeuw en de rol van deze Franstalige protestante minderheid in de stad Bern en Zwitserland. Deze weinig bekende geschiedenis is tevens een actuele uitdaging: talen en culturen met elkaar in contact en verbinding te brengen.

De festiviteiten vinden plaats van zondag 27 augustus tot zondag 1 oktober 2023.

(Bron en verdere informatie: l’église française de Berne)

Zie ook: Stiftung VIA-Auf den Spuren der Hugenotten und Waldenser

De Franse kerk van Bern

De kerk is de oudste bewaard gebleven kerk in Bern. Ze is rond 1300 gebouwd voor het Dominicanenklooster dat in 1269 was gesticht. Sinds 1623 is het de kerk van de Franstalige protestanten.

Tijdens de Reformatie zijn de Dominicanen uit Bern verdreven en werd het klooster een ziekenhuis. Op verzoek van de Franse maréchal Louis de Champagne, Comte de la Suze (1573-1637) is in 1623 de gereformeerde eredienst in het Frans ingevoerd. Bij zijn vertrek uit Bern schonk hij een fonds om de Franse eredienst in stand te houden.

Het schip kreeg een nieuwe westgevel en rondboogramen in 1753. Het koor dateert uit de 13e eeuw. In het schip is de noordkant zonder ramen omdat het klooster hier aan grensde. Het klooster is in 1899 gesloopt. Op het podium tussen schip en koor (het oksaal) zijn schilderingen te zien van rond 1495.

Het laatgotische Laatste Oordeel op de muur van de triomfboogwand ( reconstructietekening van Michael Fischer). In 1528 liet Bern de triomfboogwand in de kerk dichtmetselen en de overige muurschilderingen in het schip overschilderen. In 1904 werd het Laatste Oordeel ontdekt en blootgelegd. Het is in grote lijnen weer te zien op de triomfboogwand in het schip, veel is echter verloren gegaan.

De Franse kerk van Amsterdam

Altenrhein, Alter Rhein en Hundertwasser

Altenrhein is een grensplaats met Oostenrijk in de gemeente Thal in het kanton St. Gallen. Altenrhein ligt aan het meer van Konstanz (Bodensee) aan het einde van een landtong tussen de armen van de oude Rijndelta.

In 983 is het dorp vermeld als Rinisgemünde, in 1402 als zum vornchtigen Rhin. Sinds de 17e eeuw wordt het dorp Altenrhein genoemd.

In 983 schonk de bisschop van Konstanz Altenrhein aan het klooster Petershausen in Konstanz. In de late middeleeuwen ontstond hier een nederzetting van de abdij van St.Gallen. In 1803 (stichting van het kanton St. Gallen) werd Altenrhein onderdeel van de gemeente Thal.

De Alte Rhein (Oude Rijn)

Naast het bewerken van akkers en weilanden leefde de bevolking voornamelijk van de Rijn en het Bodenmeer. Sinds 1900 wordt de loop van de Rijn bij Altenrhein echter alleen nog gevoed door het Rijndal-binnenkanaal. De oevers zijn sinds 1973 beschermd natuurgebied en Altenrhein is tegenwoordig een watersport-, toeristisch en recreatiegebied.

Tussen 1926 en 1927 is het vliegveld aangelegd en is de Dornier vliegtuigfabriek Altenrhein gebouwd, die in 1949 is omgevormd tot de Flug- und Fahrzeugwerke Altenrhein (FFA).

Tegenwoordig staat het dorp bekend om het vliegveld St. Gallen-Altenrhein, de voormalige Flug- und Fahrzeugwerke Altenrhein, het Fliegermuseum en het Hundertwasser architectuurproject (Die Markthalle-Altenrhein) aan het Bodenmeer.

(Bron en verdere informatie: Bodensee Kultur.info)

Het Hundertwasser Architectuurprojekt (Die Markthalle -Altenrhein)

Net als andere meer dan 30 gebouwen in Europa en Japan is het project een voorbeeld van de architectonische concepten van de kunstenaar Friedensreich Hundertwasser (1928-2000).

Cultureel erfgoed (her)ontdekken

Cultureel erfgoed (her)ontdekken is het thema Reparieren und Wiederverwenden (Herstellen en hergebruiken) van de 30e Europese Open Monumentendagen.

Een nieuw online platform presenteert alle evenementen van 9 en 10 september 2023 in Zwitserland. Tegelijkertijd laat het huidige thema zien hoe het mogelijk is om cultureel erfgoed te behouden en tegelijkertijd zorgvuldig gebruik te maken van hulpbronnen.

Die Nationale Informationsstelle zum Kulturerbe (Het Nationaal Informatiecentrum voor Cultureel Erfgoed), NIKE, presenteert de evenementen van de Europese Open Monumentendagen in alle kantons op de website www.kulturerbe-entdecken.ch: Rondleidingen, lezingen, workshops of tentoonstellingen.

Deze digitale agenda vervangt de vorige nationale brochure. Regionale brochures zijn echter nog steeds verkrijgbaar bij de diensten voor monumentenzorg en archeologie van ieder kanton.

(Bron en verdere informatie: Die Nationale Informationsstelle zum Kulturerbe)

Wonnenstein en St. Gallen

Het klooster Wonnenstein heeft een bijzondere culturele en historische betekenis voor de twee Appenzeller kantons, de abdij van St.Gallen en het voormalige bisdom van Konstanz.

Het klooster ligt nabij het dorp Niederteufen (Appenzell Ausserrhoden) en verbindt de twee Appenzeller kantons sinds 1597: de kloostergebouwen behoren echter tot Appenzell Innerrhoden, de bijbehorende landbouwgronden tot Appenzell Ausserrhoden.

Wonnenstein was aanvankelijk een begijnengemeenschap aan het begin van de 13e eeuw. Rond 1379, aan de vooravond van de Appenzeller oorlogen, stichtte abt Kuno von Stoffeln van de abdij St. Gallen het klooster.

In 1524 introduceerde de stad St. Gallen  echter de Reformatie. De Reformatie is daarna nauw verweven met de geschiedenis van het kanton Appenzell in de tweede helft van de 16e eeuw (lid van de Eidgenossenschaft sinds 1513).

Op 8 september 1597 volgde na een stemming de splitsing in het protestante kanton Appenzell Ausserrhoden en het katholieke kanton Appenzell Innerrhoden. Het klooster was in de 17e eeuw economisch, cultureel en financieel op haar hoogtepunt.

In 1938 telde het klooster nog 47 zusters. Na 1964 meldden zich echter geen nieuwe zusters meer aan. In 2010 woonden er nog vijf zusters en tegenwoordig nog één zuster in het klooster. De landbouwgrond wordt sinds 1980 verpacht.

Sinds 2014 is de vereniging Klooster Maria Rosengarten Wonnenstein de civielrechtelijke opvolger van het klooster.

(Bron en verdere informatie: Verein Kloster Maria Rosengarten Wonnenstein)

Teufen en de Textielindustrie

Teufen is voor het eerst genoemd in een document uit 1272 als “Tiuffen” (in de diepte). Het gehucht was een district van de abdij van St. Gallen. In 1377 sloten dorpen van Appenzell (Urnäsch, Teufen en Gais) zich met toestemming van de abt van de abdij aan bij de ”Zwabische stedenbond” (of de stedenbond van het Bodenmeer). Vanaf 1429 was Teufen een Rhode in Appenzell.

Tijdens de Reformatie nam Teufen de nieuwe religie aan, samen met de andere äusseren Rhoden. Na het Landsgemeinde-besluit van 1525 kon iedere gemeente zelf beslissen of ze bij het oude geloof wilde blijven of het nieuwe wilde aannemen. De religieuze verschillen leidden uiteindelijk toch tot de opdeling van het land in 1597. Sindsdien hoort Teufen bij het kanton Appenzell Ausserhoden.

De economische bloei van Teufen was te danken aan het weven van linnen en later katoenbewerking. De gemeente, die in 1597 een arm Rhode was, was in de 19e eeuw een van de rijkste gemeenten in het kanton.

De basis voor de groei en welvaart was de textielindustrie (weven en borduren) die vanaf de 17e eeuw opkwam. Teufen ontwikkelde zich tot een textielfabrikantendorp met veel villa’s en koopmanshuizen.

In de jaren 1890 maakte de textielindustrie echter een ernstige crisis door, waarvan het zich kort herstelde, om uiteindelijk voorgoed in te storten na de Eerste Wereldoorlog. De statige handelshuizen en de vele borduurwerkhuizen langs de straten herinneren echter aan deze tijd.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Teufen; Kulturpfad Teufen)

 

Het arkadische Appenzeller landschap

De arts en geleerde Lauzenz Zellweger (1692-1764) is de ontdekker van de genezende werking van het wandelen op de berg Gäbris bij Trogen (Appenzeller Ausserrhoden) in een tijd toen wandelen niet voor heren (en dames) nog niet als passend werd ervaren.

Laurenz Zellweger studeerde geneeskunde in Leiden bij Herman Boerhaave. Deze universiteit was een bolwerk van wetenschap en trok studenten uit heel Europa aan. Tijdens dit verblijf heeft hij de medische wetenschap gecombineerd met de gezonde effecten van wandelen in de natuur.

Hij richtte in Trogen een gezelschap op dat “elke morgen omwille van de gezondheid naar de Gaberius Höhe klom om daar melk te drinken”.

In de 19e eeuw grijpen ook literaire figuren terug op deze motieven. In de loop der jaren zijn ze uitgegroeid tot een vaststaande canon die het beeld van het landschap, de dorpen en de mensen in Appenzell en Zwitserland is bijgebleven.

Wandelen is een nationale volkssport met meer deelnemers dan skiën. Ook in de 21e eeuw belooft een wandeling in het arcadische landschap van Appenzell een helende werking.

(Bron: www.jahrhundertderzellweger.ch).

 

De Regio Appenzell-St. Gallen

Romeinse festival in Augusta Raurica

In het weekend van 26 en 27 augustus 2023 vindt in Augusta Raurica (Augst, kanton Basel-Landschaft) voor de 26e keer het grootste Romeinse festival van Zwitserland plaats.

Het middelpunt is een grote Romeinse markt op het forum van Augusta Raurica. Bezoekers kunnen er Romeinse producten kopen en meer te weten komen over Romeinse ambachten. In die tijd was de markt de plek waar het stadsleven plaatsvond en de belangrijkste sociale contacten tot stand kwamen.

Bezoekers hebben daarnaast de mogelijkheid zelf actief te worden, bijvoorbeeld klei boetseren, weven, vilten of botten bewerken. Archeologen presenteren bovendien hun werk en methoden en de bouwkraan laat zien hoe (zeer) zware voorwerpen, bijvoorbeeld bij gebouwen, in de Romeinse tijd naar hun plaats werden getild.

De voorstelling Panem et Circensus (Brood en Spelen) in het Romeinse theater, met een replica van een ereloge voor de keizer en zijn familie, toont Romeinse voorstellingen met dans, muziek en gladiatorengevechten. Op zondag wordt deze show, naast een rondleiding over het festivalterrein, simultaan vertaald in gebarentaal voor mensen met een gehoorbeperking.

Keizerin Sabina en haar gevolg zullen ook verslag doen van het leven van vrouwen aan het keizerlijke hof, ongeveer honderd legionairs bouwen een legionairskamp, senatoren komen bijeen in de Curia en legionairs en gladiatoren oefenen in de legionairs- of gladiatorenschool.

Een ander hoogtepunt is de culinaire variatie van de Romeinse keuken. Er zijn vijftien kraampjes op het terrein. Bezoekers kunnen zich ook mengen onder de Romeinen door gepaste kleding en kapsel dragen (beschikbaar op locatie).

(Bron en verdere informatie: www.roemerfest.ch)

Het internationale handelsimperium Zellweger

De textielhandel veranderde het leven in Trogen (Appenzell Ausserrhoden) in de 18e eeuw ingrijpend. Vooral de familie Zellweger (en bijvoorbeeld de familie Honnerlag) heeft de stad en haar handel vorm gegeven.

De plaatsnaam Trogen is voor het eerst vermeld in 1175 als ‘de Trugin’, een plaats met een waterput (Trögen). Na 1405 ontstond het land Appenzell op de huidige schaal met nieuwe administratieve districten, de Rhoden. De Rhode Trogen was de grootste. In 1597 was Trogen de hoofdstad van het nieuwe kanton Appenzell Ausserrhoden. Pas aan het einde van de 19e eeuw werd Herisau de kantonale hoofdstad.

Na de deling van het land Appenzell in 1597 was Trogen tot haar opheffing in 1997 de ook plaats van de Landsgemeinde, 400 honderd jaar lang op de laatste zaterdag van april!

De Zellwegers waren kosmopolitische burgers van en kooplieden in Trogen. Zwitserland is altijd op het buitenland georiënteerd geweest, van Samnaun (kanton Graubünden) in het uiterste oosten van het land tot  (kanton) Genève, van Bazel (kanton Basel-Stadt) tot Chiasso (kanton Tessin).

Conrad Zellweger (1630-1705), grondlegger van het handelshuis Gebrüder Zellweger

Jakob Zellweger (1770-1821), de laatste directeur en liquidator van de Firma in 1817. Politicus, bevriend met Napoleon (aanwezig bij diens kroning tot keizer op 2 december 1804) en Hortense de Beauharnais (1783-1837)

De grote rijkdom die zij in de internationale handel verwierven, werd gedeeltelijk geïnvesteerd  in hun ‘Heimat’ Trogen. Zij stichtten sociale, culturele en onderwijsinstellingen en lieten prachtige paleizen en een barokke kerk bouwen. De paleizen aan de Landsgemeindeplatz spreken voor zich.

Johann Ulrich Fitzi (1798-1855), 1829. aquarel van het dorp na de bouw van alle paleizen en de kerk. 

Het succesverhaal begon met de oprichting van de  handelsonderneming in textiel “Gebrüder Zellweger”.

De kerk uit 1779 verving de door een in 1777 verwoeste kerk. Het rijke stucwerk, de fresco´s, de schilderingen, allegorieën en andere decoratie in de kerk zijn ongebruikelijk voor een protestantse kerk! De kerk en haar inrichting komen overeen met de wereldbeeld van de hogere klasse van het dorp. Zij die God erkennen hebben hun eigen rol in de maatschappij en handelen daar ook naar.

Ondanks hun rijkdom bleven de Zellwegers trouw aan hun streng protestantse ethos. In ethische en religieuze zaken waren ze conservatief, innovatief in de handel en maatschappelijk geëngageerd in hun ´heimat´.

De hoekstenen van het handelsnetwerk waren Malta, Cádiz, Lissabon, Londen, Lyon, Glasgow, Hamburg, Königsberg, Sint-Petersburg, Moskou, Kaluga, Istanboel en Rijeka, en in- en export van en naar Noord- en Zuid Amerika en Franse West-Indische bezittingen. Handelsbanken in Amsterdam, Londen en Augsburg (de Fugger) wikkelden de financiële transacties af.

(Bron en nadere informatie: B. Anderes, Die Pfarrkirche Trogen, Bern 1992; www.jahrhundertderzellweger.ch;www.trogen.ch).

Rijndal van St. Gallen

Een van de mooie, maar ietwat vergeten wandel- en fietsgebieden in Zwitserland is het Rijndal van St. Gallen (St. Galler Rheintal). De op ongeveer 700 meter hoogte gelegen regio in Oost-Zwitserland heeft een sprookjesachtige ligging tussen het meer van Konstanz (Bodensee), het Sarganserland en de Oude Rijn (Altenrhein).

Tal van historische plaatsen, musea en andere culturele instellingen begeleiden de wandelaars, fietsers en andere bezoekers van deze regio.

Met zijn bijzondere geografie en steden en dorpen, kloosters, kastelen en landhuizen, rijke geschiedenis, prachtige natuur, een breed scala aan culturele activiteiten en indrukwekkende weelderige wijngaarden is het Rijndal van St. Gallen een  bestemming voor natuur-, kunst- en cultuurliefhebbers.

Ook is het Rijndal uitermate geschikt voor fiets- en wandeltochten

(Bron: www.st.gallen-bodensee.ch)

Slot Chillon en zijn gevangene

Lord Byron (1788-1824) verwoordde het in zijn gedicht The Prisoner of Chillon (De gevangene van Chillon) in 1816:

Lake Leman lies by Chillon´s walls:

A thousand feet in depth below

Its massy waters meet and flow;

Thus much the fathom-line was sent

From Chillon´s snow-white battlement,

Which round about the wave enthrals:

A double dungeon wall and wave

Below the surface of the lake

The dark vault lies wherein we lay.

Het kasteel is een van de meest interessante historische monumenten van het land en dankt zijn wereldwijde bekendheid onder andere aan dit gedicht.

De middeleeuwse vesting staat op een klein rotsachtig eilandje dat van de kust wordt gescheiden door een smalle natuurlijke waterweg in de gemeente Veytaux/Montreux (kanton Vaud) aan het meer van Genève.

De vroegste geschiedenis en menselijke bewoning van het eilandje gaan terug tot de bronstijd, tussen de 18e en 19e eeuw voor Christus.

De eerste vestingwerken dateren uit de 9e eeuw en waarschijnlijk was er een Romeins gebouw in de 4e eeuw. Het oudste historische document draagt de datum 1005, toen het kasteel in bezit was van de bisschop van Sion.

De periode van de graven en daarna de hertogen van Savoye duurde vanaf de 12e eeuw tot 1536, toen Bern het (en Vaud) kasteel veroverde. De troepen van Bern bevrijdden ook het onderwerp van bovengenoemd gedicht uit zijn kerker.

François Bonivard (1493-1571) steunde Genève in de strijd tussen de stad en de hertogen van Savoie en werd zo een vijand van hertog Karel III (1486-1553), die hem rond 1532 gevangen zette.

Het kasteel werd in 1803 eigendom van het (nieuwe) kanton Vaud en is sindsdien grondig gerenoveerd en gerestaureerd.

(Bron: Slot Chillon; A. Guignard, Le prisonnier de Chillon par Lord Byron,, Renens, 2016).