Fürstenau en Slot Ortenstein

Fürstenau (in het Reto-Romaans Farschno) ligt in de Domleschg aan de Hinterrhein in Kanton Graubünden. Het middeleeuwse stadje met ruim 300 inwoners (maar slechts tien huishoudens binnen de stadsmuren)  wordt ook wel het kleinste stadje van Zwitserland of zelfs de wereld genoemd. In ieder geval presenteert het zich met deze titel.

De stad was eeuwenlang een residentie van de bisschop van Chur en lag aan de belangrijke handelsroute van de Alpenpassen (Julier, Septimer, Albula, Splügen).

De stad kreeg haar stadsrechten in 1354. Samen met Ortenstein vormde de Fürstenau tot 1851 (!) het gerechtshof Ortenstein. Deze historie is nog te herkennen in de architectuur en bouwwerken vanaf de middeleeuwen.

De evangelische kerk (1354)

De Domleschg staat bekend om zijn milde klimaat en duizenden fruitbomen. 120 appel- en 30 perensoorten gedijen uitstekend in de hoogstammige bomen aan de vruchtbare oevers van de Hinterrhein. Domleschg fruit was (en is nog steeds) erg gewild. De Russische tsaar zou, bijvoorbeeld, de voorkeur hebben gegeven aan appels uit Domleschg. 

Schauenstein tegenwoordig een hotel 

De naam Fürstenau duidt al op de nauwe band met de middeleeuwse prins-bisschop (Fürstbischof) van Chur. De naam Fürstenau kan alleen zijn ontstaan nadat de bisschop van prins van het Heilige Roomse Rijk was geworden. Een bisschop met de titel van prins wordt voor het eerst vermeld in 1170: prins-bisschop Egino von Ehrenfels.

In 1257 wordt de naam Fürstenau voor het eerst genoemd in verband met een bisschoppelijke oorkonde. In de Middeleeuwen steeg de bisschop van Chur op tot wereldlijk heerser.

De bouw van kastelen hield direct verband met deze ontwikkeling. Fürstenau was het centrum van het eigendom van de bisschop in Domleschg en op de Heinzenberg, grenzend aan de machtssfeer van de Freiherren Von Vaz en hun burchten Alt-Sins, tegenwoordig een ruïne, en Ortenstein. De bisschop verbleef vaak om deze redenen vaak in Fürstenau.

De oprichting van de Vrijstaat van de Drie Bonden (Freistaat der Drei Bünde) in 1524 en de Artikelen van Illanz van 1524 en 1526 beknotten de politieke macht van de bisschop. De confessionele en landsheerlijke verhoudingen werden gereorganiseerd, maar het bezit en bestaan van het bisdom werd uiteindelijk niet aangetast, wat zijn lange aanwezigheid in Fürstenau tot 1877 verklaart.

Er staan twee kastelen in Fürstenau (Schauenstein of Oberes Schloss) en het Unteres Schloss, verder een bisschoppelijk paleis (het Meierhaus), een handelsgebouw (het Stoffelhaus met profane gotische fresco’s uit de veertiende eeuw), de kerk uit 1354 en enkele andere imposante gebouwen, die de plaats het urbane aanzien geven.

(Bron en verdere informatie: Kathrin Gurtner. Fürstenau. Stadt in Kleinformat. Gesellschaft für Schweizerische Kunstgeschichte, Bern2001;  www.fuerstenau.ch)

De Freiherren von Vaz bouwden het Slot Ortenstein in de 13e eeuw. Het slot is tegenwoordig in privaat eigendom.

Romaans in en buiten Graubünden

Van 24 tot 28 juli vindt in Scuol (kanton Graubünden) weer de cursus Vallader plaats, een van de vijf hoofddialecten van de (Reto)-Romaanse taal. De organisator, de Lia Rumantscha (in samenwerking met de Uniun dals Grischs), verwelkomt opnieuw bijna 150 deelnemers uit de drie andere taalgebieden van Zwitserland en zelfs uit het buitenland.

Aita Zanetti, de Capo (burgemeester) van Scuol. Capo is afgeleid van het Latijnse woord Caput, dat hoofd betekent. Het is een indicatie van de Latijnse wortels, naast de Retische, Duitse, Italiaanse en Franse invloeden.

Het Romaans of Reto-Romaans (Romontsch of Rumantsch in Graubünden, Romanisch voor (de rest van) Duitstalig Zwitserland, le Romanche in Franstalig Zwitserland, il Romancio in het Italiaans) wordt alleen gesproken in Graubünden. De term Bünderromaans wordt om deze reden soms gebruikt. In 1938 is het Romaans in een referendum erkend als vierde taal van het land.

Tegenwoordig is Romaans de eerste taal van ongeveer 50.000-60.000 inwoners. Ze spreken daarnaast ook Duits en/of Italiaans, de andere twee officiële talen van het kanton, dat als enige drietalig is.

De eerste bijbel in Vallader, Scuol 1671. Museum d’Engiadina Bassa

Vijf hoofddialecten

De taal bestaat vijf hoofddialecten. Sursilvan wordt gesproken in het Vorderrheintal, Sutsilvan in het Hinterrhein gebied, Surmiran in het Albula-dal, Vaz/Obervaz en Val Ferrera, Putèr in het Oberengadin en Bergün en Vallader in het Unterengadin en (met verschillen) in het Münstertal. Daarnaast bestaan er verwante dialecten in Lombardije en Oostenrijk.

Verschillende organisaties, initiatieven en media zetten zich in om de Romaanse taal en cultuur te behouden en toegankelijk te maken voor niet-Romaanssprekenden.

De Romaanse diaspora

Ongeveer een derde van de Romaans-sprekenden woont buiten het Romaanse taalgebied, de ‘Romaanse diaspora‘. Het Federale Ministerie voor Cultuur heeft van de promotie van de Romaanse taal en cultuur buiten het Romaanse taalgebied een prioriteit gemaakt.

De Lia Rumantscha lanceerde eind 2021 het project ‘Rumantsch en la diaspora‘. Het doel van het project is om de basis te leggen voor een geïnstitutionaliseerde samenwerking met en voor Romaanse gemeenschappen en zo een duurzaam aanbod voor gezinnen, kinderen en jongeren te realiseren.

Tot nu toe zijn er vijf Romaanse organisaties opgericht. Deze bevinden zich in Basel, Bern, Luzern, St. Gallen / Appenzell en Winterthur. Sinds de herfst van 2022 organiseren ze diverse evenementen.

St. Müstair

Van 9 tot 13 oktober 2023 vindt in St. Müstair de jaarlijkse herfstcursus voor Vallader plaats.

(Bron en verdere informatie: www.liarumantscha.ch en de Uniun dals Grischs).

Graffiti in Ardez

Ardez

Sent

De Inn (L’En in het Romaans) en Hotel Belvédère in Scuol 

Ftan

Altstätten

Altstätten (Kanton St. Gallen) is een stad met een rijke geschiedenis. De middeleeuwse en barokke huizen en bijvoorbeeld de kapel Placidus getuigen hiervan.

In 853 is Altstätten voor het eerst in een oorkonde vermeld als “villa nominata altsteti” (villa genaamd oude plaats). In die tijd bezat het klooster van St. Gallen veel bezittingen in Altstätten.

In de 13e eeuw versterkte abt Berchtold von Falkenstein (abt van 1244-1272) Altstätten met een stadsmuur om het te beschermen tegen de graven van Montfort, die zich op de rechteroever van de Rijn hadden gevestigd. Vanaf 1298 was het officieel een stad. In 1444 kwam de naam “Altstätten” al voor.

Altstätten beleefde in de 18e eeuw een economische bloeiperiode met de textielhandel. De welvaart is nog te zien aan de barokke gebouwen en woonhuizen. Altstätten is ook het carnavalsbolwerk (Fasnacht) van het Rijndal van St.Gallen.

(Bron: www.altstaetten.ch).

Politiek en regering in Zwitserland

Politiek en regering van Zwitserland is een Engelstalige studie over de Zwitserse politiek. Het biedt een breed overzicht van de Zwitserse politieke krachten, processen en beleidsmaatregelen.

De auteur stelt dat Zwitserland een een pluralistisch land is met een levendige politiek. Het heeft een aantal onderscheidende kenmerken zoals directe democratie. Het Zwitserse volk speelt bijvoorbeeld een veel grotere politieke rol dan in andere landen.

Clive H. Church, The Politics and Government of Switzerland, Londen, 2004.

Congres Zwitsers in het buitenland

De Organisatie voor Zwitsers in Buitenland SwissCommunity (Organisation des Suisses de l’étranger/Auslandschweizer-Organisation) organiseert jaarlijks een congres. Het 99e congres vindt plaats van 18 tot 20 augustus 2023 in St. Gallen. Elk jaar is een andere regio van Zwitserland de gastvrouw.

De deelnemers ontmoeten landgenoten uit de hele wereld, bespreken actuele thema’s, informeren zich over ontwikkelingen in Zwitserland, vertellen over hun eigen ervaringen en maken kennis met Zwitserse persoonlijkheden uit de economie, de politiek, het onderwijs, de kunst en andere sectoren van de samenleving.

De plenaire zitting op zaterdag  19 augustus is ’s ochtends gewijd aan de federale verkiezingen 2023 en ’s middags aan de Zwitserse cultuur in het buitenland.

Bron en verdere informatie: Organisation of the Swiss Abroad

PS: Het derde congres voor jonge Zwitsers in het buitenland vindt op 24 juni plaats

De veelzijdige Basel Tattoo

De zestiende editie van de Basel Tattoo bracht formaties uit vijf continenten (Noord- en Zuid Amerika, Afrika, Oceanië en Europa) naar de Arena op de Kasernenhof en in de straten van Bazel op de Parade op 15 juli.

De Basel Tattoo is veel meer dan een Taptoe. Zijn ontstaan houdt ook verband met een eeuwenoude traditie, de Basel Fasnacht (UNESCO-Werelderfgoed). De Fasnacht heeft diverse muzikale topformaties voortgebracht. Een van deze groepen heeft al enige jaren wereldfaam, de Top Secret Drum Corps, opgericht in 1991 uit een groep talentvolle en enthousiaste trommelspelers van de Fasnacht.

Enkele leden van deze formatie hebben vervolgens de Basel Tattoo in het leven geroepen, onder andere op basis van inspiratie van andere Tattoos, met name in Edinburgh. De Basel Tattoo is echter geen kopie van andere soortgelijke evenementen, maar heeft haar eigen stijl ontwikkeld.

De betrokkenheid van militaire formaties is evident, anders is het geen Tattoo meer. Daarnaast zijn er echter originele, creatieve en wellicht zelfs ‘typisch Zwitserse’ aspecten te noemen. Het gaat dan niet om de goede organisatie, planning en ingetogen en gemoedelijke sfeer, maar om de inhoud.

Op welke Taptoe presenteren boeren en hun koeien zich aan het publiek, neemt de historische en culturele context een prominente plaats in en wordt er zoveel tijd en moeite besteed om niet alleen formaties uit andere continenten, maar ook uit andere kantons aan bod te laten komen? Het deelnemen van de militaire vertegenwoordiging uit de Oekraïne moet ook in dit perspectief worden gezien.

Basel Tattoo 2022, le Ranz des Vaches

De Basel Tattoo is niet alleen een van de grootste van het Europese continent, maar verdient ook in dit licht bijzondere aandacht. De historische banden met onder andere Schotland en Canada kwamen tot uiting in de trilogie van de grote Schotse emigratie (ongeveer een half miljoen Schotten) naar Canada.

In een muzikale uitvoering met zang kwamen achtereenvolgens de ‘Verelendung’ in Schotland, de (barre) tocht overzee en het moeizame opbouwen van een nieuw bestaan in een vreemd land aan de orde. De Schotse cultuur is echter altijd in ere gehouden. Hiervan getuigen de formaties van de Pipers en Drums en de danseressen van de Canadiana Celtic Highland Dancers.

Deze verbondenheid bleek ook uit het dragen van de Canadese vlag door Canadese Mounties en het uitrollen door de danseressen onder muzikale begeleiding van de Schotse en Canadese Pipers en Drums. Een soortgelijk procedé herhaalde zich later bij de Schotse vlag.

De uit Schotland en Engeland afkomstige Pipers en Drums herdachten op een indrukwekkende wijze een andere gebeurtenis. Het heldhaftige verzet van een Schotse divisie in de donkere dagen tijdens en na de evacuatie van Britse (en Franse) troepen in Duinkerken eind mei en begin juni 1940. De doedelzakspeler op een van de torens van de kazerne was een passende afsluiting van dit eerbetoon.

De formatie van het dappere leger uit de Oekraïne maakte er een originele muzikale show van en herdacht met een prachtig muzikaal stuk de tragedie in haar land.

De kleurrijke, choreografische en muzikale optredens van de formaties uit Oman en Mexico waren andere hoogtepunten met hun eigen accenten en stijl.

De Nieuw-Zeelandse ‘Kiwi’s’ maakten er een swingend popoptreden van met als afsluiting de traditionele Haka-dans.

De Basel Tattoo is echter niet alleen internationaal van opzet, maar heeft ook aandacht voor de basis: Bazel, de kantons en Zwitserland. De openingsceremonie symboliseerde al de verbondenheid met het land. De rekruten van het leger (die Rekruten des Schweizer Militärmusik) toonden, onder het toeziende oog van hun opperbevelhebber, hun talenten, en het kanton en de stad Luzern waren present met een muzikale bijdrage. Het Basel Tattoo koor en de (unieke) Tattoo garde waren de inbreng uit Bazel.

De muzikale leiding was (weer) in handen van Christoph Walter, die ook de Tattooballade ten gehore bracht. De slotceremonie met ongeveer duizend artiesten was even indrukwekkend als som van de afzonderlijke formaties.

Deze slotceremonie krijgt echter altijd een vervolg in de jaarlijkse parade in de stad. Een kilometers lang muzikaal feest. Hierbij zijn ook andere kantons en buitenlandse regio’s vertegenwoordigd, dit jaar onder andere Genève, Freiburg, Basel-Landschaft, de Innerschweiz, Tessin, Jura en Valais en Baden uit Duitsland. Uiteraard ontbraken in deze parade ook enkele vertegenwoordigingen uit de Fasnacht niet, het bloed kruipt immers waar het niet gaan kan!

Kortom, de Basel Tattoo heeft niet alleen haar eigen karakter en stijl, maar is ook een intercontinentaal, internationaal, Europees, nationaal, regionaal, interkantonaal en lokaal festijn.

Wat dat betreft is het ook inhoudelijk een ‘typisch Zwitsers’ evenement. Open, kosmopolitisch en multicultureel naar buiten, met behoud van en met respect voor identiteit, cultuur en historie naar binnen. En Bazel bevestigt weer haar faam als muziekstad.

(Verdere informatie: Basel Tattoo.)

Impressies van de Basel Tattoo Parade

De Basel Tattoo Garde

Het (Miliz) leger heeft, evenals de boeren, veel respect in Zwitserland

De rekruten van het Zwitserse leger (Die Rekruten des Schweizer Militärmusik)

Das Museum fur Musikautomaten Basel

De Johann Peter Hebel Gesellschaft uit Hausen (Duitsland)

Het Basel Tattoo koor

Susch, de Flüelapas, Muzeum Susch en Jörg Jenatsch

Het dorp Susch (kanton Graubünden) ligt aan de voet van de Flüelapas, aan de ingang van de Vereinatunnel en aan de rivier de Inn. De torens van La Tuor en La Praschun en de toren van de gotische kerk van St. Jon kenmerken het dorp. De naam werd voor het eerst vermeld in een document in 1161 als Susis.

Het fort van Rohan werd gebouwd door de bevelhebbers hertog Henri van Rohan (1579-1638) en Jörg Jenatsch (1596-1639) tijdens de onlusten in Graubünden (1619-1639) in 1635.

Muzeum Susch

Totdat in 1913 de Engadiner lijn van de Rhätische Bahn werd geopend, leefde de bevolking voornamelijk van het verkeer over de Flüela Pas en van de landbouw. Tegenwoordig zijn toerisme, het Muzeum Susch en een gezondheidskliniek belangrijke economische activiteiten.

(Bron en verdere Information: Susch (Gemeinde Zernez)

De Flüelapas

De abdij van Romainmôtier

Het dorp Romainmôtier (kanton Vaud) biedt een uitzonderlijk cultureel landschap. De abdijkerk van Romainmôtier is een wonder van Romaanse en Gotische kunst.

Rond 450 zou de monnik Romanus een klooster hebben gesticht in op de plaats van het huidige Romainmôtier. De plaatsnaam Romainmôtier (het klooster van Romanus) is hiervan afgeleid.

Tot het midden van de 8e eeuw ontbreken bronnen. Alleen de monnik Bobbio (600-659) vermeldt het klooster in zijn Vita over de Ierse monnik Columban (540-615).

Eind 753 hield paus Stefanus II (paus van 752 tot 757), op weg naar de Frankische koning Peppijn (714-768), halt in Romainmôtier en plaatste het klooster onder het rechtstreekse gezag en de bescherming van Rome.

In 928 of 929 werd het klooster overgedragen aan de abdij van Cluny (gesticht in 910). Deze overdracht leidde tot een bloei die meer dan een half millennium zou duren (tot de reformatie in 1536 en de beeldenstorm in 1537).

De elfde tot de dertiende eeuw zijn gekenmerkt door voortdurende uitbreiding van het grondbezit en de stichting van kleine priorijen op verafgelegen landgoederen die onder controle van Romainmôtier stonden.

De voorgangers van de romaanse kerk waren twee kleinere hallenkerken met een apsis. De overname van Cluny was de aanleiding tot ingrijpende verbouwingen, die in verschillende fasen plaatsvonden.

De belangrijkste bouwfasen vonden plaats onder toezicht van de abt van Cluny (Odilo, abt van Cluny 993-1048) en waren gemodelleerd naar het tweede gebouw van de moederkerk Cluny II (Cluny III werd gebouwd tussen 1088-1130). Enkele jaren na de bouw werd de kerk aan de westzijde uitgebreid met een voorkerk. Het eerste gotische gebouw, het kleine portaal in het westen, stamt uit het midden van de dertiende eeuw.

Door de Reformatie in 1537 (na de bezetting door Bern) werden veel kloostergebouwen afgebroken. Alleen de kerk en de kruisvormige kapel bleven over.

De verschillende stadia van de bouw zijn vandaag nog duidelijk te zien aan de buitenkant. De kern wordt gevormd door de bewaard gebleven delen van de Cluniacenzerkerk: het schip, het transept, de portaaltraveeën en de kruisingstoren.

De buitenmuren zijn grotendeels gestructureerd met pilasterlijsten en blinde arcaden die typisch zijn voor de Romaanse periode. De noordgevel van het transept is echter het enige volledig bewaarde romaanse onderdeel.

De westgevel wordt aan het oog onttrokken door het machtige bouwwerk van de voorkerk uit het derde kwart van de elfde eeuw. Het rechthoekige gotische koor vormt het oostelijke uiteinde.

Het rijk gedecoreerde interieur met kapitelen met knoppen, blad- en palmen, mythische dieren, reliëfbanden met rozetten, leliebloemen en wijnranken, tongewelven, bogen en zuilen, archivolten, muurschilderingen, beeldhouwwerken is vrijwel intact gebleven sinds de dertiende eeuw.

Documentaire

De documentaire “Romainmôtier Revisité” is een reis terug in de tijd, naar de stichting van een van de oudste kloosters en kerken op Zwitserse bodem.

(Bron en verdere informatie: Klaus Kissling, Romainmôtier historique, Notre histoire, octobre 2015; Philippe Jaton, Die ehemalige Klosterkirche Romainmôtier (Bern 2007)

Kapel Notre-Dame du Haut, Le Corbusier en Renzo Piano

De locatie van de heuvel bij de ingang van de Bourgondische poort (” Trouée de Belfort “) is een natuurlijke doorgang van de Saône-vlakte naar de Elzas. In de 11e eeuw werd er al melding gemaakt van een bedevaart bij Ronchamp. Tegenwoordig vindt de bedevaart plaats op 15 augustus (Maria Hemelvaart).

Na de Franse Revolutie in 1789 is de oude kapel verkocht en sindsdien privé-eigendom. Tussen de Revolutie van 1789 en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) is de kapel meerdere keren verbouwd en uitgebreid. De kapel werd in 1944 tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.

Het Klooster

Eind 1953 begon de bouw van de nieuwe kapel Notre Dame du Haut, ontworpen door de architect Le Corbusier (1887-1966). De gemeenschap van de Zusters Clarissen woont sinds 2005 in het nieuwe klooster, dat is gebouwd door de Italiaanse architect Renzo Piano.

De Pyramide

De piramide is gebouwd van de stenen van de verwoeste kapel. Het is een gedenkteken voor de zware gevechten die plaatsvonden op de heuvel in 1944, gebouwd op verzoek van de veteranen van Ronchamp.

(Bron en verdere informatie: Kapel de Notre Dame-du-Haut)

Seewen, Muziekautomaten, Germanus von Auxerre en de langste tunnel

Korte historie

De geschiedenis van het dorp Seewen begint ongeveer 8000 jaar geleden, aan het einde van de laatste ijstijd. Rond deze tijd vond een grote aardverschuiving plaats die het dal van de Seebach bedolf. Achter deze dam vormde zich een meer. De naam van het dorp komt van Sewin, “bij het meer”.

Al in de 15e eeuw werden pogingen ondernomen om het meer droog te leggen. Dit lukte echter pas in 1588, toen een meer dan 200 meter lange tunnel het water omleidde. Het was de langste tunnel in het toenmalige Zwitserland.

De Helvetiers bewoonden het gebied in de Romeinse tijd (15e v.Chr. – rond 400 n.Chr.). Van hieruit liep een weg naar Colonia Augusta Raurica, gesticht in 44 v. Chr. (het tegenwoordige Augst, kanton Basel-Landsstadt).

Het dorp is voor het eerst vermeld in documenten in 1147, waarin een kapel in Sewin wordt genoemd. Een andere kerk wordt genoemd in 1252 en een molen in 1307. Beide hoorden bij  de abdij van Beinwil.

Monument bij Dornach/Gempen voor de slag op 20 juli 1499

Solothurn kocht het dorp in 1484 en sindsdien hoort het bij het kanton. Keizer Maximiliaan (1459-1519) wilde in 1499 kasteel Dorneck bij Dornach innemen en verwoestte Seewen in 1499. In hetzelfde jaar behaalden de Confederatie echter de  overwinning in de Zwabenoorlog (Schwabenkrieg).

Het Museum voor Muziekautomaten Seewen herbergt een van ’s werelds grootste en bekendste collecties muziekdozen, platendozen, sieraden en klokken met muziekuurwerken en andere mechanische muziekautomaten van de 18e eeuw tot heden.

De kerk is gewijd aan St. German van Auxerre en gebouwd in 1823 en kijkt uit over het kleine dorp. De kathedraal van Arlesheim is niet ver weg.

(Bron en verdere informatie: Gemeente Seewen)

Der Basel Weiler