De Confoederatio Helvetica

De afkorting CH is afgeleid van de officiële Latijnse benaming “Confoederatio Helvetica“. Curia Confoederatis Helveticae (CH) staat op de gevel van het Bondspaleis in Bern en op de Zwitserse Frank.

De alpherder en niet Wilhem Tell. 5 Frank uit 1920.

Zwitserland is daarmee het enige Europese land met een Latijnse afkorting en zonder taalkundige relatie met de huidige naam. De naam Helvetica verwijst naar de Keltische stam der Helvetiërs die meer dan 2000 jaar geleden het Zwitserse mittelland bewoonde.

Bern, Bundeshaus

Melide, Swiss Miniature

Een bondgenootschap van de Orte  Uri, Schwyz en Unterwalden vormde het (officiële) begin van de huidige Zwitserse Confederatie. De term kanton stamt uit de 16e eeuw. Dit verbond werd meer dan zeven eeuwen geleden, rond 1291, bekrachtigd met een eed, vandaar de naam Eidgenossen en Eidgenossenschaft.

Dergelijke allianties tussen steden en regio’s waren in die tijd gebruikelijk. Ook andere steden, bijvoorbeeld Bern en Freiburg, sloten al decennia vóór 1291 allianties. Het bijzondere van deze allianties is dat ze hebben geleid tot het huidige land met zijn 26 soevereine kantons!

Het Hanzeverbond (van de 12e tot de 16e eeuw), de Rijnlandse stedenbond (1254-1257, 1381-1389), de Schmalkaldische bond (1530-1546), de Zwabische stedenbond (1331-1381), de Zwabische bond (1488-1534) en bijvoorbeeld de Tienstedenbond of Decapolis (1354-1679) zijn voorbeelden van bondgenootschappen die alleen voor kortere of langere tijd hebben bestaan.

Het verbond van 1291 is in 1315 vernieuwd. Het document is bewaard gebleven en is tegenwoordig te zien in het Bundesbriefmuseum in Schwyz.

Landesmuseum Zürich, de Tagsatzung van de 13 kantons (boven) en een kopie uit latere tijd van de Oorkonde van 1291 (beneden)

De confederatie ontwikkelde zich in de loop der eeuwen. Zo ontstond in 1513 geleidelijk een Eidgenossenschaft van 13 Duitstalige kantons (alleen Fribourg/Freiburg was tweetalig) zonder Grondwet.

Ook het huidige kanton Graubünden toont het unieke karakter van de Confederatie. Graubünden bestond in de late middeleeuwen uit drie soevereine confederaties: de Gotteshausbund (1367), de Obere– of Graue Bund (1395 ), vandaar de naam Graubünden, en de Zehngerichtenbund (1436). Deze drie soevereine republieken verenigden zich in 1524 tot de Freistaat der Drei Bünde. Deze soevereine staat werd een bondgenoot van de Confederatie en uiteindelijk in 1803 een kanton.

De Vrede van Westfalen (1648) bevestigde de onafhankelijkheid en soevereiniteit van de Zwitserse Confederatie. Na annexatie van een deel van het bisdom Basel in 1792/1793, viel het Franse leger in 1798 Zwitserland binnen. Napoleon stichtte vervolgens de Helvetische Republiek (1798-1803), een eenheidsstaat zonder onafhankelijkheid van de eeuwenoude kantons, naar het voorbeeld van de Bataafse Republiek (1795) in Nederland. Het verzet van de kantons was echter zo sterk dat deze republiek in 1803 ophield te bestaan.

Bild: Nidwalder Museum, Stans

In 1803 richtte Napoleon door de Acte de Médiation/ Mediationsakte een nieuwe confederatie op (1803-1813). Deze confederatie omvatte de dertien oude kantons en de zes nieuwe kantons (Aargau, Ticino, St. Gallen, Thurgau, Vaud en Graubünden). De confederatie telde 19 soevereine kantons.

Na de nederlaag van Napoleon en het Congres van Wenen in 1815 bestond de nieuwe confederatie uit 22 kantons, waaronder de nieuwe kantons Wallis, Genève en Neuchâtel. Deze confederatie was gebaseerd op een overeenkomst (Bundesvertrag) tussen de kantons. Er was nog steeds geen Grondwet. Het kanton Jura ontstond in 1979 als afsplitsing van het kanton Bern, waartoe het sinds 1815 (Congres van Wenen) behoorde.

De Grondwet van 1848

Na de Sonderbundoorlog van 1847 tussen katholieke kantons die geen sterke confederatie wilden en protestantse en enkele katholieke kantons die wel een sterke confederatie wilden, bevestigde de federale grondwet van 1848 de grondslagen van de huidige confederatie.

De revisie van 1874. Collectie Landesmuseum Zürich

In 1874 en 1891 zijn twee belangrijke instrumenten ingevoerd waarmee de burgers (sinds 1971 ook vrouwelijke kiesgerechtigden) de federale wetgeving en zelfs de Grondwet kunnen beïnvloeden: het facultatief referendum (voor federale wetgeving) en het volksinitiatief voor de opname van nieuwe artikelen in de Grondwet. Het verplichte referendum voor een grondwetswijziging door de regering bestond al in 1848.

De grondwetswijziging van 1 januari 2000 bevestigt de verhouding tussen de Confederatie, de kantons, de gemeenten en de burgers en het primaat van het federale recht boven het kantonnale recht.

De Confederatie is bevoegd op alle gebieden die haar uitdrukkelijk door de Grondwet zijn toegewezen, dat wil zeggen uitsluitend na  instemming van de burgers en de kantons. Andere taken en bevoegdheden vallen onder de verantwoordelijkheid van de kantons. De kantons delegeren op hun beurt bevoegdheden aan de gemeenten.

Ook binnen de kantons en gemeentes hebben de burgers het laatste woord in referenda en volksinitiatieven. Ook op dit niveau hebben de burger het laatste of zelfs het eerste woord!

De nationale regering wordt de Bundesrat/Conseil fédéral genoemd. De grondwet voorziet in zeven ministers voor zeven departementen in de regering.

Het nationale parlement

Het Zwitserse parlement bestaat uit twee kamers. De Eerste Kamer of nationale vertegenwoordiging (Nationalrat/Conseil national) en de Tweede Kamer of senaat, de Raad van Staten (Ständerat/Conseil d’Etats) vertegenwoordigt de zesentwintig kantons. Samen vormen deze twee kamers de Nationale Vergadering (Bundesversammlung/Assemblée fédérale). Deze bestaat uit 246 leden: 200 leden van de nationale vertegenwoordiging  en 46 leden van de Raad van Staten.

De 46 leden van de Raad van Staten vertegenwoordigen hun kanton met twee afgevaardigden per kanton. Zes kantons (Obwalden, Nidwalden, Basel-Stadt, Basel-Landschaft, Appenzell innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden) hebben een zetel.

Landsgemeinde Trogen (Kanton Appenzell Ausserrhoden) 1814. collectie: Kantonsbibliothek Appenzell Ausserrhoden

Kantons en gemeenten

De grondwet erkent de gemeenten, de oudste organen van Zwitserland. Zij bestonden al lang vóór de kantons en veel langer vóór de Confederatie van 1848.

Zwitserland is gebouwd op het subsidiariteitsbeginsel. (Gedelegeerde) macht wordt zo mogelijk eerst door de gemeenten, dan door de kantons en vervolgens door de Confederatie uitgeoefend. Beslissingen moeten indien mogelijk worden genomen door degenen die er rechtstreeks mee te maken hebben. De gemeenten zijn de microlaboratoria van de directe democratie, gevolgd door de kantons.

Elk kanton heeft zijn grondwet, zijn parlement, zijn regering en zijn rechtbanken. De kantons zijn soeverein, tenzij zij bevoegdheden hebben afgestaan aan de Confederatie. Op veel gebieden (waaronder gezondheid, onderwijs, justitie, politie, belastingen) hebben zij een hoge mate van autonomie.

Bundeshaus, de 26 Kantons, kanton Jura is  er 1979 bijgevoegd

De gemeente is de kleinste politieke eenheid in Zwitserland. Er zijn ongeveer 2.200 gemeenten. De gemeenten vervullen de taken die hun door de kantonale grondwet zijn toegewezen. In de grotere gemeenten, ongeveer één op de vijf, wordt de wetgevende macht vertegenwoordigd door een parlement, in de andere door een gemeentevergadering waaraan alle stemgerechtigde inwoners kunnen deelnemen.

Politie, justitie en rechtspraak

De kantons hebben soevereiniteit over de organisatie van justitie en de rechtspraak, maar binnen het kader van en met respect voor het federale recht, de federale grondwet en internationale verdragen. De hoogste rechtbank is het Federale Hooggerechtshof (Bundesgericht/Tribunal fédéral) in Lausanne. Het heeft drie gespecialiseerde hoven in Bellinzona (strafrecht), St. Gallen (bestuursrecht) en Luzern (sociale zekerheidsrecht).

Conclusie

Zwitserland is in taalkundig, religieus, cultureel en economisch opzicht een verdeeld land. Toch functioneert het land op politiek niveau (relatief) goed. De 26 fonteinen voor het federale parlement symboliseren deze eenheid in de verscheidenheid van de kantons.

De directe democratie, het federalisme, subsidiariteit en het kiesstelsel zijn de pijlers van het systeem. Het kiessysteem heeft een unieke combinatie van evenredige vertegenwoordiging voor de nationale vertegenwoordiging en de absolute meerderheid per kandidaat bij uitvoerende organen (het dagelijks bestuur) van de kantons en gemeentes en de senaat) in algemene verkiezingen.

Genève, federaal referendum, september 2022

In 1848 was dit echter niet vanzelfsprekend. Het land is ontstaan uit een middeleeuws verbond van overwegend soevereine Duitstalige plaatsen en kantons. Tussen 1291 en 1848 waren er talrijke (gewapende) conflicten tussen de kantons of zelfs binnen afzonderlijke kantons. De slogan unus pro omnibus, omnes pro uno bij de ingang van het federale parlement in Bern kwam pas echt tot zijn recht in en na 1848.

In de grondwet dateert van 1848 bepalen de kantons en het Zwitserse volk de bevoegdheden van federale overheid en haar instituties.

De laatste decennia is de macht echter naar boven verschoven en staat de autonomie van de gemeenten en kantons onder druk. Deze discussie is actueel in een tijd van vele crises. De centrale vraag is: hoe kunnen zelfs grote problemen op zo’n laag mogelijk niveau worden opgelost, het principe van subsidiariteit, en zo ja, functioneert het milizsystem nog wel adequaat?

Er is een verschil tussen de kantons en het Zwitserse volk als oprichters van de Confoederatio Helvetica en de Confederatie anderzijds. Het volk en de kantons zijn en blijven soeverein, tenzij bevoegdheden zijn overgedragen aan de Confederatie. Het volk en de kantons kunnen dit (theoretisch) echter te allen tijde terugdraaien.

Bern, het Bundeshaus 

Melide, Swiss Miniature

Maximiliaan en zijn triomtocht

Bijna 525 jaar na zijn nederlaag in 1499 in de Zwabische Oorlog vertegenwoordigt de triomftocht van keizer Maximiliaan (1459-1519) in Bazel niet alleen een historisch moment, maar ook een kunsthistorisch en muzikaal monument.

Met het enorme schilderij gaf Maximiliaan rond 1510 de opdracht voor een project dat alle voorgaande projecten in de schaduw stelde. ReRenaissance neemt de afbeelding als aanleiding voor het festival Muziek en macht. Maximiliaan’s Triomfantelijke intocht in Bazel (Musik und Macht. Maximilians Triumphzug).

Gedurende drie dagen, van 22 tot 24 september, presenteren meer dan 50 musici een gevarieerd programma met muziek die gerelateerd is aan het keizerlijke hof.

Ludwig Senfl (ca. 1486-1543) werkte aan het hof van Maximiliaan en wordt beschouwd als de beroemdste renaissancecomponist van Zwitserland. Zijn liederen variëren van het ingetogen “Patientiam” tot het uitbundige “Oho, so geb der Mann ein Pfenning”. Het festival presenteert zijn werken in al hun schakeringen.

De drukker Peter Schöffer (1475-1547) publiceerde een verzameling liederen voor Maximiliaan. Verloren muziekboeken doken op in een nalatenschap in 2020, en meer dan een derde van de liederen kon worden gereconstrueerd. Ze vertegenwoordigen het hoogtepunt van de liedkunst aan het hof van Maximiliaan.

Een grote verscheidenheid aan formaties zal deze en andere deels onbekende hofmuziek ten gehore brengen. Het festival verenigt bovendien 30 musici in een groot orkest voor het galaconcert in de Martinskirche op 23 september.

Op dezelfde locatie zal zondag om 11 uur de vocale groep ReRenaissance samen met organist David Blunden een mis van Heinrich Isaac (1450-1517) uitvoeren.

(Bron en verdere informatie: ReRenaissance-Forum Frühe Musik)

Zwitserse cultuur in perspectief

Indiaas Zwitserland, Afrikaans Zwitserland, Saksisch Zwitserland, Klein Zwitserland, Zwitserland van de Kameroen, Zwitserland van de Oriënt, Subtropisch Zwitserland, Zwitserland Rangers, Klein Zwitserland, Deens Zwitserland, Berlijns Zwitserland, Nassau Zwitserland, Swiss Canyon, Salvadoraans Zwitserland, Centraal-Amerikaans Zwitserland, la Suiza Argentina, la Suiza Peruana of Oostenrijks Zwitserland, Zwitserland is overal ter wereld en op de vijf continenten goed vertegenwoordigd.

Naast het Bundeshaus West in Bern ligt een stenen tuin, een sculptuur van de Bernse kunstenaar George Steinmann. Op het rechthoekige oppervlak van wit grind rijzen vijf groepen stenen op, die elk een van de vijf continenten belichamen.

De stenen in de sculptuur komen uit vijf continenten en zijn afkomstig uit gebieden, landschappen, heuvels en plaatsen die de naam ‘Zwitserland’ dragen (vertaald uit de landstaal). In deze buitenlandse ‘Zwitsers’, waar de stenen nu ontbreken, staat een wandelteken dat aangeeft hoe ver weg je ze weer zou kunnen vinden (in Bern dus).

De benamingen zijn meestal te danken aan een gelijkenis met het Zwitserse landschap of met Zwitserse emigranten. Het blijkt dat Zwitserland in veel landen vertegenwoordigd is. Zwitserland is kennelijk over de hele wereld met naam en toenaam bekend.

Maar hoe bekend is de Zwitserse cultuur in het buitenland? Onder de titel “Zwitserse cultuur: een exportproduct?” bespraken zo’n 300 deelnemers en experts dit onderwerp tijdens het 99e congres van de Auslandschweizer-Organisation  SwissCommunity in St. Gallen (18-20 augustus). Een ander onderwerp was de politieke participatie van Zwitsers in het buitenland en e-voting met het oog op de federale verkiezingen op 22 oktober.

Politieke deelname en elektronisch stemmen

Op zijn vergadering van 16 augustus 2023 heeft de federale regering besloten dat het e-votingsysteem mag worden gebruikt bij de nationale verkiezingen in de kantons Basel-Stadt, St. Gallen en Thurgau. Zwitsers in het buitenland met aanmelding in het stemregister van deze kantons (op basis van burgerschap van een van deze kantons) kunnen op 22 oktober hun vertegenwoordigers in het parlement elektronisch kiezen. De soevereine kantons zijn in Zwitserland altijd een constitutioneel en politiek  ‘laboratorium’ voor het federale bestuur. Deze pilotprojecten kunnen de opmaat zijn voor een verdere invoering van E-voting.

De leden van SwissCommunity hebben ook een resolutie aangenomen voor de oprichting van een permanente werkgroep om de politieke participatie van het ‘Vijfde Zwitserland’ te vergroten. Deze werkgroep gaat samenwerken met andere organisaties die ook werken aan het vergroten van de politieke betrokkenheid. De leden verzoeken ook verdere federale steun voor hun engagement, ook met betrekking tot de veranderde motieven voor emigratie, vandaag vaak slechts voor een beperkte tijd. Bovendien kunnen buitenlandse perspectieven, ervaringen en concepten Zwitserland verrijken.

Ariane Rustichelli, Directeur van de Auslandschweizer-Organisation SwissCommunity

Zwitserse cultuur – een exportproduct?

“Mijn functie als voorzitter van de Nationale Raad heeft me dit jaar vaak naar het buitenland gebracht. Wat altijd indruk op me maakt, zijn de ontmoetingen met de Zwitsers ter plaatse. Deze ontmoetingen hebben me laten zien dat de Zwitserse cultuur niet alleen een exportproduct is. Ik denk dat we met een gerust hart kunnen spreken van een exportsucces.”

Met deze woorden (na de aanwezigen in het Romaans (Sursilvan) welkom te hebben geheten) leidde voorzitter Martin Candinas van de Eerste Kamer van het Parlement (nationalrat) het onderwerp in.

Martin Candinas, president van de Eerste Kamer (Nationalratspräsident).

Exportsucces mag er dan wel zijn, maar Zwitserland als cultuurland is vrijwel onbekend in het buitenland, niet alleen op de andere continenten, maar ook in Europa. Uit een recente enquête is gebleken dat andere Europeanen, zelfs in de buurlanden, Zwitserland associëren met bergen, natuur, kaas, chocolade, skiën, fondue en andere dingen, maar zelden of nooit met cultuur.

Is het de Zwitserse bescheidenheid, de terughoudende presentatie of het ontbreken van aristocratische en vorstelijke hoven of een gouden eeuw in vroegere tijden?

Alexandre Edelmann (Chef a.i. van Präsenz Schweiz) tijdens diens presentatie van de recente enquête.

Het Zwitserse culturele landschap is altijd internationaal vertakt geweest en ook tegenwoordig geven veel wetenschappers, architecten, schrijvers, musici en andere kunstenaars op allerlei gebieden vorm aan het internationale kunstlandschap, maar vaak zonder hun (Zwitserse) afkomst te benadrukken.

Op zich is dat ook niet belangrijk. The proof of the pudding is in the eating en de hoogwaardige cultuur van Zwitserland is alomtegenwoordig in muziek, beeldende kunst, theater, dans, literatuur en moderne media. Het wordt echter vaak op lokaal, kantonaal of gemeentelijk niveau georganiseerd. De kwaliteit is echter hoog in de talloze musea, concertzalen, dorpen, steden, parken, zelfs op een hoogte van 2.284 meter!

Het Béjard-Ballet in Lausanne, de Salle de la Musique in La Chaux-de-Fonds, de Jazz-Festivals in Montreux of St. Moritz, de Scherenschnitte in Château d’Oex, de Ziegler-Keramik in Schaffhausen, de horloges, de Fondation Pierre Gianadda in Martigny, het Vitra Design Museum in Weil am Rhein, de textiel in de Oost-Zwitserland, de Musikfestivals in Luzern of Gstaad, de Michalski Fondation in Montricher, de Beyeler Fondation in Riehen of het Barokorkest La Cetra in Basel zijn maar enkele voorbeelden. Veel kunstenaars waren en zijn bovendien op veel gebieden in het buitenland actief.

De Zwitserse cultuur is een succes, misschien wel omdat ze zo gedecentraliseerd van opzet is. Decentralisatie is immers altijd een motor geweest voor (internationale) contacten, innovatie, creativiteit en organisatorische planning. Maar misschien is deze federale, gedecentraliseerde cultuurscene aan de andere kant een reden voor de (relatieve) onbekendheid met Zwitserland als cultuurland.

Traditie en innovatie

Conclusie

Het culturele landschap van Zwitserland is vanouds wijd en zijd bekend geweest, maar bijna altijd ‘low profile’, in tegenstelling tot de 48 bergen met een zeer hoog profiel. De humanist Desiderius Erasmus (1467-1536) waardeerde deze omgeving al.

Misschien ontbreekt er inderdaad een specifieke factor, zoals de Gouden Eeuw in Italië en Nederland, of een Franse koning Lodewijk XIV of Duitse, Spaanse en Oostenrijkse vorsten en aristocraten en hun hofcultuur en wereldrijken. De Zwitserse cultuur en haar export of succes zijn in dit opzicht ook Zwitsers. En dat is een compliment.

Filippo Lombardi, President van de Auslandschweizer-Organisation

Opening van het 99e Auslandschweizercongres met het volkslied.

Laufen in de loop der tijd

In de Romeinse tijd (15 v. Chr.-410 n. Chr) liep er een weg van Val Terbi (kanton Jura) via Laufen en de Plattenpas naar de Rijnbocht en Augusta Raurica. De opgraving van een grote Romeinse villa bracht waardevolle voorwerpen aan het licht. De bouw van de kerk van St. Martin wordt gedateerd in de tijd van de Frankische overheersing (6e-8e eeuw).

De Untertor (c. 1300)

De nederzetting dankte zijn naam aan de waterval van de Birs, de “Laufen”. Laufen betekende vroeger waterval. Laufen is voor het eerst in 1141 in documenten vermeld, toen koning Konrad III (1094-1152) de ‘Courtis Loufen’, die tot dan toe eigendom was van het klooster St. Blasien (Zwarte Woud), aan het prinsbisdom Basel schonk. Laufen kreeg stadsrechten in 1295.

Rond 1300 is de graaf van Pfirt leenheer van de Dinghof Laufen. Door vererving gaat de helft ervan over naar de Habsburgers, terwijl de andere helft teruggaat naar het prinsbisdom Basel.

De Obertor (c. 1300)

De Wassertor (c. 1300)

De baronnen van Ramstein van kasteel Zwingen worden vervolgens de leenmannen. In 1459 sterft de laatste Ramstein; in hetzelfde jaar worden de twee helften van de Dinghof herenigd en vallen toe aan de bisschop van het prinsbisdom Basel.

Laufen sluit in 1525 een verdrag met de stad Basel en bekeert zich tot het nieuwe geloof. In 1589 ontbindt bisschop Christoph Blarer von Wartensee (1542-1608, gevestigd in Pruntrunt) echter dit verdrag en voert hij de Contrareformatie door.

De bouw van de barokke Katharinakerk is voltooid in 1698. Op deze plaats stond in de 14e eeuw al een kapel.

In 1792 is Laufen bezet door Frankrijk en wordt de Raurakische Republiek uitgeroepen (1792-1793). In 1793 wordt Laufen ingedeeld bij het departement Mont-Terrible en in 1800 bij het nieuwe departement Haut-Rhin.

Bij besluit van het Congres van Wenen (1814-1815) werd de stad ingedeeld bij het kanton Bern. Sinds 1 januari 1994 hoort de stad na een referendum bij kanton Basel-Landschaft.

De belangrijkste bezienswaardigheden zijn de Sint-Katharinakerk, de drie stadspoorten, delen van de stadsmuur, de hoofdstraat, de prehistorische dolmen en de Birs.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Laufen)

De Birs

De Katharinenkirche

Het Amtshaus. In de 12e eeuw stond hier een Dinghof. Het houten gebouw is in de 15e eeuw vervangen door dit stenen gebouw. Het wapen van Bern dateert uit de 19e eeuw. Een Dinghof is de Duitstalige naam voor een landgoed met eigen rechtspraak in de middeleeuwen.

Helias Helye

Museum Laufental

Monument 1914-1918 (Zwitserland was neutraal. Een divisie was gelegerd aan de Birs, vlakbij de grens met (bezet) Frankrijk. Militairen stierven door ziekte (na 1918 de Spaanse griep), ongelukken of bij oefeningen)

De Bundesplatz in Bern

Het deel van het stadscentrum, de Bundesplatz, van Bern was ooit een deel van de middeleeuwse vestingwerken en een gracht genaamd de ‘Oberer Graben’. Deze zijn vóór 1256 gebouwd.

De stad liet in 1858 een monumentale fontein ontwerpen. Het bassin is gemaakt  door de architect van het Bundeshaus, Friedrich Studer (1817-1879). De vier zwanen zijn vervaardigd door de beeldhouwer Joseph Hubert Verbunt (1809-1870). De zwanen stellen de rivieren Rhône, Rijn, Reuss en Ticino voor. De hoofdfiguur verbeeldt de stadsgodin Berna, en niet Helvetia. De beeldhouwer Rahpael Christen (1811-1880) ontwierp haar in 1863. 

Het plein kreeg zijn huidige vorm in de 19e eeuw. Het plein wordt begrensd door het parlementsgebouw van de Zwitserse Confederatie (Curia Confoederati Helveticae) en de zetel van de Bondsregering (Bundesrat), de Zwitserse Nationale Bank (Schweizerische Nationalbank) en de Berner Kantonbank.

De fontein op het plein heeft 26 waterstralen, die de 26 kantons vertegenwoordigen.

(Bron: www.bundesplatz.bern.ch)

De astronomische klok van Bern

Zwitserland is niet alleen het land van polshorloges en meteorologische klokken, maar ook van astronomische klokken. De Zeitglockenturm (Zytglogge) van Bern is de eerste westelijke poort van de stad en is gebouwd rond 1220. Hij was aan beide kanten in de stadsmuur geïntegreerd. Tegenwoordig maakt het deel uit van de huizenrijen.

De toren is het centrum van de oude stad. De huidige staat is voltooid in 1770 met de integratie van de astronomische klok en de muziekdoos uit 1527-1530. In de poort zijn oude meeteenheden en muurschilderijen te zien.

Gotthard Ringgli (1575-1635), ca. 1607-1610. De toekenning van stadsrechten door keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk  in 1221.

Gotthard Ringgli, Hertog Berchtold V van Zähringen geeft Cuno von Bubenberg de opdracht de stad te bouwen. De schilderijen zijn kopieën van de originelen in het Berner Historisch Museum.

Meteorologische klokken

Bern

Sils Maria

Chur

Polshorloges

Collectie: Omega Museum Biel

De Aareschlucht, het waterkasteel van Europa en het waterkasteel in Zwitserland bij Koblenz

Koblenz (kanton Aargau) is de plaats van het samenkomen van de Aare en de Rijn. De Aare is de grootste zijrivier van de Rijn, met meer kubieke meter water per seconde dan de Main of de Moezel bij het Duitse Koblenz.

Zwitserland is het waterkasteel van Europa. Het gebied in de driehoek van Brugg, Turgi en Klingnau, waar de drie rivieren Aare, Reuss en Limmat samenkomen in de Aare bij Gebenstorf (kanton Aargau), wordt het waterkasteel van Zwitserland genoemd

De Rijn en de Reuss ontspringen in het Gotthardmassief. De bron van de Aare is de Oberaargletsjer in de Berner Alpen. Daarna stroomt ze door het meer van Thun en de Brienz, door de hoofdstad Bern en kanton Solothurn. De Limmat vindt haar bron in de Zürichsee en stroomt door de stad Zürich naar Gebenstorf.

In de Correctie van de Jurawateren in de negentiende en twintigste eeuw is ze gekanaliseerd en komt via het meer van Biel, Olten en Aarau bij Koblenz in de Rijn uit, na de Limmat opgenomen te hebben.

De Aare is de langste rivier die uitsluitend op Zwitserse bodem stroomt en meet 295 kilometer.

Ingang Aareschlucht bij Meiringen

Einde Aareschlucht

Meiringen, Sherlock Holmes et James Moriarty

De Aare bij Solothurn

De Aare, de Rijn en de Reuss bij Koblenz

De Rijn bij Kaiseraugst

Twee wereldrijken in Brugg en Windisch

Twee wereldrijken hebben hun stempel gedrukt op de regio Brugg-Windisch (Kanton Aargau). Het Romeinse legionairspark Vindonissa (Windisch) en de stad Brugg in het Habsburgse Rijk waren belangrijke militaire en bestuurlijke plaatsen.

Romeinse Rijk

Het legerkamp voor een Romeins legioen (ongeveer 5 000 manschappen en officieren) is rond 15 n. Chr gebouwd ter bewaking van de grens (Limes) met de Germanen. Veel restanten van gebouwen herinneren aan het eeuwenlange verblijf van de Romeinen. Bovendien zijn diverse complexen geheel of gedeeltelijk als replica’s herbouwd of gerenoveerd.

In het legionairspark zijn onder andere de Contuberna (de verblijven van soldaten) en de villa’s van hogere officieren en de commandant herbouwd. De muren, torens en toegangspoorten (de porta principalus (westpoort), de porta praetoria (zuidpoort) en de porta decumana (noordpoort), het balneum (badhuis), het valetudinarium (lazaret) en het aquaduct zijn onder andere te bezichtigen.

Het oudste amfitheater van Zwitserland (11 000 toeschouwers) ligt buiten het kamp. Bovendien introduceerden de Romeinen de wijnbouw. In vier dorpen  (Oberflachs, Schinznach-Dorf, Remigen und Villigen) vindt tegenwoordig wijnbouw volgens de Romeinse methode plaats.

Het Vindonissamuseum vertelt de Romeinse aanwezigheid aan de hand van tal van archeologische vondsten en uitgebreide documentatie.

Habsburg

De Habsburgers bouwden hun burcht Havichsburg, het latere Habsburg, op een paar kilometer van Brugg. Nadat dit kasteel in de dertiende eeuw zijn strategische betekenis had verloren, nam het belang van Brugg toe. De Habsburgers zijn de eerste bouwheren van deze stad.

Op het terrein van het voormalige legionairskamp, stichtte koningin Elisabeth (1285-1353), de weduwe van de in 1308 vermoorde Koning Albert I (1255-1308), bovendien twee kloosters en bouwde de kloosterkerk Königsfelden ter nagedachtenis aan haar echtgenoot. Albert I is in de Dom van Speyer begraven, maar tot 1528 zijn Habsburgse afstammelingen  begraven en herdacht in de kloosterkerk door de Franciscaner monniken en de nonnen van de orde van Clarissen.

De prachtige gotische glasvensters stammen uit de jaren 1330-1350. Daarnaast was de kerk een gedenkplaats voor de gesneuvelde ridders bij de slag van Sempach in 1386.

De beer van Bern en het wapen van Oostenrijk-Habsburg, 1669. Bestuurders uit Bern lieten zich ook in de kloosterkerk Königsfelden begraven, zo groot was het prestige van Habsburg.

Het klooster is in 1528 opgeheven en het klooster van de Franciscanen is daarna afgebroken. De overige gebouwen zijn tegenwoordig ingericht als (psychiatrisch) hospitaal en archief. De kloosterkerk wordt tot 2025 gerenoveerd en is dan weer toegankelijk voor het publiek.

Brugg

Kasteel Habsburg en de nieuwe wereldmacht

Een van de meest informatieve bronnen over de eerste Habsburgers zijn de Acta Murensia over de stichting van het klooster Muri in 1027. De eerste Habsburgers stamden waarschijnlijk af van een familie uit de Elzas. Het kasteel Habsburg in het huidige dorp Habsburg (kanton Aargau) is rond 1030 gebouwd. (zie ook de laatste Habsburger verlaat Bazel in 1934).

De Acta Murensia noemen de Habsburger Radbot en de bisschop Werner van Straatsburg als bouwers. Rond 1100 was Otto II de eerste Habsburger die zich graaf van Habsburg noemde. Deze titel verwees naar het ambt van de graaf in de Elzas.

De vordere Burg met het Steinhaus en de Ostturm, de Burghof met de Sodbrunnen en de hintere Burg. Bron: P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg. 

Albrecht Kauw (1616-1681), c. 1670. De Habsburg uit vier richtingen. Collectie: Historisches Museum Bern

De Habsburgers profiteerden van het uitsterven van andere dynastieën in de regio (onder andere de graven van Lenzburg en later Kyburg) en verwierven het graafschap in de zuidelijke Zürichgau, in de Frickgau, en rond 1200 ook in Aargau.

Koningszegel Rudolf I. van Habsburg. Staatsarchiv Kanton Bern

Habsburgse Bezittingen rond 1265. Naar P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg.

In 1273 kozen de keurvorsten van het Heilige Roomse Rijk graaf Rudolf IV (1218-1291) tot Duitse koning Rudolf I. Kasteel Habsburg was toen niet meer geschikt als residentie en de Habsburgers verhuisden naar Brugg, Bremgarten of Laufenburg.

Het kasteel is vervolgens door edelen in dienst van Habsburg bewoond  tot de verovering van Aargau door de Zwitserse Confederatie in 1415. In 1469 kwam het kasteel in handen van het klooster Königsfelden in Brugg.

De Eidgenossen staan 1415 voor het kasteel. Diebold Schilling, Spiezer Chronik. Burgerbibliothek Bern, Mss.h.h.I.16, p. 629.

Toen het klooster in 1528 werd opgeheven, viel het kasteel toe aan Bern. In 1804 werd het nieuwe kanton Aargau de eigenaar. Tegenwoordig is het kasteel een nationaal monument.

Een kleine tentoonstelling toont de bouwgeschiedenis van het kasteel en de opkomst van de Habsburgers tot een wereldmacht waar de zon niet onderging.

(Bron en verdere informatie: Via Habsburg; P. Frey, M. Hartmann, E. Mauer, die Habsburg, Bern 1999; Museum Aargau)

De Habsburgse pauw met de wapens van de gebieden van Habsburg, rond 1550. Kunsthistorisches Museum, Wien. 

De vordere Burg

De hintere Burg

De Burghof

De Sodbrunnen ist de diepste middeleeuwse bron in Zwitserland, rond 1100 gebouwd met een diepte van 68,5 meter.

Het landschap

De naamgever

Wereldklasse textiel in Oost-Zwitserland

Oost-Zwitserland (met name de kantons St. Gallen en de twee Appenzeller) was lange tijd een van de belangrijkste en grootste regio’s voor textielproducten en textielhandel ter wereld.

Rond 1910 kwam meer dan de helft van de wereldwijde borduurproductie uit Oost-Zwitserland en borduurwerk was met ongeveer een vijfde van het totaal de grootste exportsector van de Zwitserse economie.

Al in 825 produceerden monniken van het klooster St. Gallen de eerste kleding en andere textiel. De (internationale) handel en productie  kwamen in de vijftiende eeuw na de oprichting van het eerste weversgilde in St. Gallen pas goed op gang.

Het dorp en de regio Herisau (Kanton Appenzell Ausserrhoden) hoorden in de 17e eeuw niet alleen tot de dichtstbevolkte gebieden van Europa, maar waren ook toonaangevend in de linnenproductie.

In Herisau kruisten zich tot aan het begin van de 20e eeuw de handelswegen van St. Gallen naar de Toggenburg en van Gossau naar Appenzell.

Trogen (Kanton Appenzell Ausserrhoden) nam deze rol in de achttiende eeuw over. Een andere belangrijk dorp voor de internationale textielproductie en -handel was Teufen.

De linnenindustrie en de internationale linnenhandel floreerden tot het midden van de 18e eeuw. Katoen verving vanaf 1750 in toenemende mate het linnen. Door de uitvinding van de handborduurmachine in 1828 door Josua Heilmann (1796-1848) verving borduurwerk vervolgens steeds meer de katoenproductie. Isaak Groebli (1822-1917) vond in 1863 vervolgens de Schiffli borduurmachine uit en de textielindustrie bereikte haar hoogtepunt.

De Zwitserse textielindustrie was al in 1830 een serieuze concurrent voor de Britse industrie. De Britse regering stuurde zelfs een delegatie naar Zwitserland om dit ‘economische wonder’ te onderzoeken. De parlementariër John Bowring (1792-1872) schreef het verslag The Report on the Commerce and Manufactures of Switzerland dat in bepaalde opzichten nog steeds actueel is!

De Eerste Wereldoorlog maakte echter een einde aan deze bloeiperiode. De textielhandel en -productie waren echter niet meer weg te denken, ook niet in de moeilijke jaren van het Interbellum (1918-1939) en de Tweede Wereldoorlog (1939-1945).

Ze hebben nog steeds een belangrijke (economische) plaats in Oost-Zwitserland, misschien wel vergelijkbaar met de horloge-industrie in West-Zwitserland.

Herisau

Dorpen met het aanzien van steden en de architectuur, paleizen en (voormalige) textielfabrieken in de stad St. Gallen zijn de stille getuigen van internationaal ondernemerschap, innovatie en betrokkenheid bij de ‘Heimat’.

St. Gallen, Textielmuseum

Talrijke bedrijven zijn wereldwijd nog steeds toonaangevend en innovatieve leveranciers van (hightech) textiel en aanverwante industrieën – van haute couture, kunststoffen en filter- tot geleidertechnologie.

De Rijnvallei wordt niet voor niets de hightech- én textielvallei genoemd, een eeuwenoude economie die tegenwoordig verbonden is met de florerende hightech industrie in deze vallei.

(Bron en verdere informatie: Textielland Oost-Zwitserland ; Textielmuseum St. Gallen; Museum Herisau ; Eeuw van de Zellwegers ; Textieldorp Rehetobel ; Sauer Museum )

Johannes Hadener, Herisau 1789. 

Het dorp Herisau en zijn stadspaleizen en de rozentuin uit 1695