Wandelen in Zwitserland en de ‘Roten Socken


Das Gelbe Haus, Ausstellung 'Wandern bewegt'. Foto/Photo: TES

Wandelen is de populairste sport in Zwitserland. Mensen zijn altijd al te voet onderweg geweest. De tentoonstelling (Wandern bewegt) in het Gelbe Haus Flims nodigt uit om wandelen vanuit verschillende perspectieven te bekijken.

Wat moet ik in mijn rugzak stoppen om onderweg op alle eventualiteiten voorbereid te zijn? Wat leert ons wandelen over paden en weiden? Welke invloed heeft de klimaatverandering op mijn route? Met een blik op de toekomst komen experts aan het woord die zich bezighouden met de uitdagingen van het heden en nadenken over hoe wandelen ook in de toekomst mogelijk zal blijven.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de destijds in Flims gevestigde architect Rudolf Olgiati (1910-1995). Hij was een scherpzinnig observator en commentator van zijn omgeving. Tijdens zijn wandelingen door het dorp en het kanton gaf hij voortdurend commentaar op het landschap, de nederzettingsstructuren en gebouwen en hun onderlinge wisselwerking.

Zijn observaties kunnen worden gezien als een leerschool voor het kijken. Als je door het bebouwde cultuurlandschap van Graubünden wandelt, kun je – met Rudolf Olgiati in je achterhoofd – tot op de dag van vandaag veel ontdekken en ontcijferen.

De “roten Socken” zijn traditionele kledingstukken bij het wandelen in Zwitserland.

9e Europese Quilt Triënnale


Undruk van de tentoonstelling. Foto: TES

In deze tentoonstelling laten 45 hedendaagse quilt- en textielkunstwerken uit elf landen zien dat creativiteit, artistieke inspiratie en kritische statements niet alleen voorbehouden zijn aan schilderkunst, beeldhouwkunst, grafiek en fotografische kunst.

De topstukken werden door een vijfkoppige internationale jury geselecteerd uit meer dan 130 inzendingen. De ontwikkeling van de “quilt” kunstvorm van een overwegend functionele deken tot een autonoom kunstwerk in de afgelopen 50 jaar is bepaald indrukwekkend te noemen.

 

Ernst Ludwig Kirchner tussen schilderkunst en fotografie


Kirchner Museum Davos, 'Ernst Ludwig Kirchner zwischen Malerei und Fotografie'. Foto: TES

Fotografie, uitgevonden in de 19e eeuw, revolutioneerde de kunstwereld, waarbij schilderkunst werd onttroond als het dominante medium van documentatie.

De weergave van mensen en andere onderwerpen was mogelijk met ongeëvenaarde eenvoud, relatief hoge snelheid en nauwkeurigheid. Deze verandering verminderde de aanspraak van schilderkunst als medium voor documentatie en leidde uiteindelijk tot een nieuw (zelf)begrip van deze kunst.

Veel kunstenaars, zoals Alfons Mucha (1860-1939), André Derain (1880-1954) of Edgar Degas (1934-1917), omarmden fotografie en haar mogelijkheden al vroeg, gebruikten het ad hoc als referentie en inspiratie als een onafhankelijk artistiek medium.

Echter, slechts enkele expressionistische kunstenaars hielden zich op lange termijn systematisch bezig met fotografie, met name Gabriele Münter (1877-1962) en vooral Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938).

Kirchner liet ongeveer 1.300 glas- en cellulose-negatieven, vintage afdrukken en vijf gebonden fotoalbums met 900 afbeeldingen van zijn schilderijen, tekeningen, sculpturen en afdrukken na, inclusief installatiefoto’s van zijn tentoonstellingen. De meeste van deze objecten bevinden zich in de collectie van het Kirchner Museum Davos.

De tentoonstelling Ernst Ludwig Kirchner zwischen Malerei und Fotografie (Ernst Ludwig Kirchner: Tussen Schilderkunst en Fotografie) verkent de wisselwerking tussen schilderkunst en fotografie in het oeuvre van deze kunstenaar.

Door een uitgebreid overzicht van zijn fotografische werk naast de schilderijencollectie van het museum, beoogt de tentoonstelling licht te werpen op zijn bijdrage aan de verbinding tussen deze twee media en te benadrukken hoe fotografie voor Kirchner een integraal hulpmiddel werd.

Een ander aspect van Kirchners fotografische werk is gewijd aan artistieke experimenten met bekende thema’s zoals landschap, portret en studioscènes. De invloed van fotografie op zijn schilderkunst is duidelijk zichtbaar in zijn werken.

De tentoonstelling  toont een reeks nooit eerder vertoonde beelden uit de collectie. Sommige glasnegatieven vertonen sporen van manipulatie door de kunstenaar, met gebieden van arcering en lineaire figuren die in het glas zijn geëtst – een belangrijk thema in diens artistieke betrokkenheid bij fotografie.

Muzikaliteit, volksmuziek, traditie en innovatie


Schwyz, Forum Schweizer Geschichte, Ausstellung 'Volksmusik'. Foto: TES

Een van de kernmerken van Zwitserland is haar eeuwenoude federale, op subsidiariteit en op directe inspraak en beslissingsbevoegdheid van burgers ingerichte staatsinrichting.

Inwoners van gemeenten en kantons hebben veelal een grote betrokkenheid bij hun Heimat. Zwitserland is in alle opzichten een bottom-up land, ook op muzikaal gebied. Dat traditie en innovatie in Zwitserland goed samengaan, komt hier ook goed tot uitdruking.

Niet alleen het aantal klassieke festivals en concerten in alle kantons is indrukwekkend. De muzikaliteit begint ook bij de basis, de volksmuziek. En, zoals in dit land handenarbeid, beroepsopleidingen en vakwerk in hoog aanzien staan, zo heeft ook de volksmuziek haar plaats binnen de nationale identiteit.

De interactieve tentoonstelling in het Forum Schweizer Geschichte toont de fascinerende geschiedenis van de traditionele Zwitserse volksmuziek. De nadruk ligt op vier typische elementen van de Zwitserse muziekcultuur: de melodeon (Schwyzerörgeli), de alphorn, de dulcimer en het jodelen. Volksmuziek en volksliedjes hebben lang niet altijd bestaan zoals we ze nu kennen.

Le Ranz des Vaches. Sammlung: Forum Schweizer Geschichte

De tentoonstelling laat zien hoe melodieën migreren, hoe stijlen zich vermengen en hoe de “mythe van de Zwitserse volksmuziek” zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld. Historische exposities, geluidsfragmenten en portretten van individuele muzikanten helpen om dit ontwikkelingsproces tastbaar te maken.

Van de traditionele ländler tot de innovatieve “nieuwe Zwitserse volksmuziek” – de tentoonstelling bestrijkt het volledige spectrum van muzikale diversiteit. Daarnaast kunnen bezoekers ook enkele instrumenten uitproberen, hun jodelstem testen of zelfs de dansvloer betreden.

Rembrandt, Van Gogh en Europese en Amerikaanse kunst in Martigny


Martigny, Fondation Pierre Gianadda. Foto: TES

De tentoonstelling (De  Rembrandt à Van Gogh. Collection Armand Hammer, Los Angeles) brengt bijna veertig werken uit het prestigieuze Hammer Museum (UCLA, Los Angeles) samen en neemt bezoekers mee op een reis door de westerse (Europese en Amerikaanse) schilderkunst, van de Renaissance tot het begin van de 20e eeuw.

De Europese meesters (de Rembrandt à Van Gogh, de Fragonard à Monet) en Amerikaanse kunstenaars uit het begin van de 20e eeuw ontmoeten elkaar in Martigny. De tentoonstelling onthult de fascinerende historie van van de trans-Atlantische kunstgeschiedenis.

De verzameling van de Amerikaan Armand Hammer (1898-1990), een visionair industrieel, gepassioneerd mecenas en erudiet verzamelaar, staat centraal in deze tentoonstelling.

Deze verzameling is een esthetische odyssee, geleid door een zoektocht naar harmonie, overdracht en begrip van de wereld door de ogen van kunst.

De honderste geboortedag van Jean Tinguely in Museum Tinguely


Basel, Museum Tinguely. Foto: TES

Nadat het Museum Tinguely in 2021 zijn 25 jarig bestaan met Ahoy! 25 Years of Moving Art onder de aandacht bracht, wordt dit jaar de honderdste geboortedag van zijn naamgever Jean Tinguely (1925-1991) uitgebreid gevierd.  Feitelijk is Fasnacht 2025 al met het Tinguely jaar begonnen.

Op 22 mei 2025 zou de Zwitserse kunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) zijn honderste verjaardag hebben gevierd. Zijn innovatieve, speelse en nog steeds actuele werk wordt internationaal geëerd met tentoonstellingen, publicaties, evenementen en activiteiten.

De festiviteiten beginnen op 22 mei in het Museum Tinguely en in het Solitude-Park aan de Rijn. Er zijn tentoonstellingen in verschillende Europese steden, waaronder Parijs, Duisburg, Milaan, Genève en Aix. De nieuwe publicatie van A. Pardey en R. Wetzel, L’univers tinguely-15 Dimensions in the Oeuvre of Jean Tinguely (Basel 2025) is ook het vermelden waard.

De kunstspooktrein (Kunst-Geisterbahn) in het Solitude-Park is een bijzonder eerbetoon. Deze spooktrein is 100 jaar oud en heeft in de Weense Prater gestaan.  De Engelse kunstenares Rebecca Moss (1991) en de Zwitserse kunstenaar Augustin Rebetez (1986) hebben het interieur van deze antieke spooktrein opnieuw ontworpen en ingericht in de geest van Tinguely.

Ze verwijzen naar het kunstwerk Le Crocrodome de Zig et Puce, dat Tinguely, Bernhard Lüginbühl, Daniel Spoerri en Niki de Saint Phalle in 1977 maakten voor de opening van het Centre Pompidou in Parijs.

Bernhard Luginbühl en Jean Tinguely, Le Crocrodrome de Zig & Puce, bewerkte brochure van de tentoonstelling, Gouache en Collage © 2025 Pro Litteris, Zürich, Museum Tinguely, Basel, Schenking Prof. Dr. Roland Bieber ter herinnering aan Karola Mertz-Bieber.

De spooktrein rijdt tot 30 augustus 2025, de sterfdag van Tinguely.

Félix Vallotton en het Modernisme in Winterthur


Félix Vallotton (1865–1925), Le chapeau violet, 1907. Courtesy Hahnloser/Jaeggli Stiftung Winterthur

Félix Vallotton (1865–1925) is een van de belangrijkste figuren van het Franse modernisme aan het begin van de 20e eeuw. Meer dan 150 werken uit alle creatieve periodes, genres en technieken worden op twee locaties getoond, waaronder talrijke meesterwerken, zoals het iconische werk La Blanche et la Noire.

De tentoonstelling getiteld Illusions perdues (Verloren Illusies), is geïnspireerd door een van de beroemdste werken van de negentiende-eeuwse literatuur, de driedelige roman van Honoré de Balzac (1799-1850) die deel uitmaakte van zijn Comédie humaine. Net als Balzac is Vallottons kunst een nauwkeurig geobserveerde en scherpzinnige weergave van de samenleving.

Dit komt aanvankelijk tot uiting in zijn houtsneden en kan later vaak worden waargenomen in zijn schilderijen. Bovendien maakt Vallottons stijl hem tot een van de voorstanders van het Verisme, dat zich distantieert van het Impressionisme, vergelijkbaar met de manier waarop Balzac, met zijn realisme, bijdroeg aan het overwinnen van de Romantiek.

Félix Vallotton (1865–1925) La blanche et la noire, 1913. Kunst Museum Winterthur, Hahnloser/Jaeggli Stiftung

Illusies waren voordien altijd aanwezig in de schilderkunst. Vallottons Nabi-vriend Maurice Denis (1870-1943) drukte dit nadrukkelijker uit dan wie dan ook, door te schrijven:

“Onthoud dat een schilderij—voordat het een paard, een naaktmodel of een anekdote is—in wezen een vlak oppervlak is bedekt met kleuren die in een bepaalde volgorde zijn samengesteld.”

Deze opmerking, gemaakt aan het einde van de negentiende eeuw, illustreert dat het verlies van illusie definitief het begin van het modernisme markeert.

De tentoonstelling is te zien op twee locaties van het Kunst Museum Winterthur. Het deel met schilderijen en tekeningen is te zien in Reinhart am Stadtgarten, terwijl de houtdrukken en bloemstillevens te zien zijn in Villa Flora.

Medardo Rosso. De uitvinding van de moderne sculptuur


(Deutsch) Kunstmuseum Basel, Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur. Foto: TES

Beeldhouwer, fotograaf en meester van kunstzinnige ensceneringen en een voorbeeld voor talloze kunstenaars, revolutioneerde Medardo Rosso (1858–1928) rond 1900 de beeldhouwkunst. Ondanks zijn grote invloed is de kunstenaar vandaag de dag (te) weinig bekend. De tentoonstelling Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur (Medardo Rosso. De uitvinding van de moderne sculptuur) beoogt hierin verandering te brengen.

De uitgebreide retrospectieve in het Kunstmuseum Basel biedt de gelegenheid om Rosso’s werk te ontdekken in een overzichtstentoonstelling met ongeveer 50 plastische werken en ongeveer 250 foto’s en tekeningen. Het is ook een kans de ontwikkeling van de moderne sculptuur opnieuw te onderzoeken.

Hierdoor ontstaan er generaties overschrijdende ontmoetingen van Rosso’s tijd tot heden, waaronder werken van Constantin Brâncuși, Edgar Degas, Eva Hesse, Meret Oppenheim, Auguste Rodin en Alina Szapocznikow, Francis Bacon, Phyllida Barlow, Louise Bourgeois, Isa Genzken, Alberto Giacometti, Richard Serra, Georges Seurat, Andy Warhol, Francesca Woodman, Umberto Boccioni, Miriam Cahn, Giorgio de Chirico, Marcel Duchamp, Henry Moore, Meret Oppenheim, Odilon Redon en andere kunstenaars.

 

De tentoonstelling, die in samenwerking met het mumok (Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig Wien) is ontstaan, maakt het mogelijk om zijn radicale en media-overschrijdende verkenningen van vorm (en vormloosheid), materiaal en techniek te volgen. Nog vóór het Italiaanse futurisme, dat zich ook op Rosso beriep, pleitte hij voor een radicale en fundamentele breuk met de traditie.

“Medardo Rosso is ongetwijfeld de grootste levende beeldhouwer”, schreef Guillaume Apollinaire (1880-1918) in 1918 in het Parijse tijdschrift L’Europe nouvelle na een atelierbezoek aan de kunstenaar. De Italiaan (Turijn) Rosso woonde vanaf 1889 drie decennia in Parijs en keerde in zijn laatste levensjaren terug naar zijn thuisland Italië.

In Parijs legde hij niet alleen contacten met de impressionisten, maar leerde hij ook Auguste Rodin (1840–1917) kennen, met wie hij voortaan werkte aan een radicale herdefiniëring van de beeldhouwkunst. Hij schreef ook talrijke kunsttheoretische teksten.

Om verouderde ideeën over representatie, productie en perceptie te overwinnen, was volgens hem een fundamentele “verlevendiging” van de beeldhouwkunst nodig: “Er is geen schilderkunst, er is geen beeldhouwkunst, er is alleen een ding dat leeft.”

De menselijke maat, de gefragmenteerde en daardoor intiem ogende enscenering en de bewegende, onscherpe randen van zijn figuren staan in contrast met de eisen van een monumentale sculptuur, zoals die destijds gangbaar was, en daarmee ook met eeuwenoude beeldhouwtradities.

Rosso volgde ook op thematisch en materieel niveau soortgelijke doelen: in plaats van heldenverhalen wijdde hij zich steeds meer aan de mensen van het dagelijks leven en creëerde werken die probeerden de essentie van een vluchtig moment vast te leggen.

Voor zijn figuren gebruikte Rosso naast brons ook vergankelijkere materialen zoals was en gips, die tot dan toe in de beeldhouwkunst meestal alleen voor ontwerpen of als hulpmiddelen werden gebruikt. Door hun zachtheid en vormbaarheid geven ze een vluchtige indruk – een reden waarom zijn sculpturen ook als de sculpturale versie van het impressionisme werden gevierd.

Vanaf 1900 betrok Rosso fotografie systematisch in zijn ontwerpproces. Hij fotografeerde zijn figuren en stelde de opnamen samen met zijn sculpturen en werken van tijdgenoten en kopieën van kunstwerken uit andere tijdperken tentoon als ensembles. De ruimte rondom de werken werd door deze enscenering onderdeel van het geheel van de sculptuur.

Rosso hechtte waarde aan het in relatie, in “conversatie”, treden met zijn omgeving, zoals hij het formuleerde: het bijzondere moment vastleggen waarin het motief plotseling naar voren komt en affectief werkzaam wordt.

(Bron en verdere informatie: Heike Eipeldauer (Hrsg.), Medardo Rosso. Die Erfindung der modernen Skulptur, Köln, 2025; Kunstmuseum Basel; Museo Medardo Rosso; Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig (mumok).

Twee schilders van de Nieuwe Zakelijkheid aan het meer van Konstanz


Adolf Dietrich, Zelfportret, 1932, Kunstmuseum Thurgau, Foto: Ivan Ivic, © 2025, ProLitteris Zürich

De tentoonstelling Otto Dix – Adolf Dietrich. Zwei Maler am Bodensee (Otto Dix – Adolf Dietrich. Twee schilders aan het meer van Konstanz (Bodensee) toont voor het eerst een vergelijking tussen deze twee belangrijke vertegenwoordigers van de Nieuwe Zakelijkheid (Neue Sachlichkeit, 1920er jaren).

Ze woonden hemelsbreed slechts 3 kilometer van elkaar verwijderd aan de Bodensee – Adolf Dietrich (1877-1957) in Berlingen (Kanton Thurgau), en Otto Dix (1891-1969) in Hemmenhofen aan de Duitse kant van het meer. Beide kunstenaars vonden hun motieven in de scènes en landschappen rond de Bodensee. Waarin verschillen de kunstenaars in hun benadering? Hoe beïnvloedde hun afkomst hen en hoe reflecteerden zij de omwentelingen en veranderingen van hun tijd?

Adolf Dietrich, Landschap over Berlingen in het vroege voorjaar, 1933, privébezit

Ongeveer 100 schilderijen, tekeningen en prenten uit de eigen collectie, evenals belangrijke bruiklenen uit 17 museum- en privécollecties in Zwitserland en Duitsland, bieden een nieuwe kijk op het werk van beide schilders.

Surrealistische Meisterwerke van de verzameling Hersaint in de Fondation Beyeler


René Magritte, La Clef des songes © 2025 ProLitteris, Zürich Foto: Peter Schälchli, Zürich

In een wereldpremière toont de Fondation Beyeler in Riehen een representatieve selectie van surrealistische meesterwerken uit de Hersaint Collectie. De tentoonstelling (Der Schlüssel der Träume. Surrealistische Meisterwerke der Collection Hersaint) omvat ongeveer 50 sleutelwerken van kunstenaars zoals Salvador Dalí, Max Ernst, René Magritte, Joan Miró, Pablo Picasso, Man Ray, Dorothea Tanning, Toyen, Balthus, Jean Dubuffet, Wifredo Lam en anderen, die reflecteren op belangrijke surrealistische thema’s zoals de nacht, dromen, het onbewuste, metamorfoses of het bos als een plaats van mysterie.

De schilderijen uit de Hersaint Collectie worden gepresenteerd in dialoog met werken uit de Fondation Beyeler. Met verwijzing naar de titel van een belangrijk werk van René Magritte (1898-1967) uit de Hersaint Collectie, La Clef des songes (de Sleutel tot Dromen), wordt de surrealistische focus van de collectie samengevat.

Claude Hersaint (1904-1993) is de grondlegger van de Hersaint Collectie. Hij was een van de eerste verzamelaars van surrealistische kunst. De Hersaint Collectie omvat ongeveer 150 werken, waaronder Max Ernst’s (1891-1976) indrukwekkende Hausengel, der Triumph des Surrealismus, geschilderd in 1937, dat het icoon van het surrealisme bij uitstek  is.