Een psychogeografie van Zwitserland

Nachtmahr. Landesmuseum Zurich
Johann Heinrich Füssli (1741–1825), Der Nachtmahr, 1790/91, Frankfurter Goethe-Haus – Freies Deutsches Hochstift, © Frankfurter Goethe-Haus – Freies Deutsches Hochstift

Zwitserland is altijd een land voor onderzoekers van de psyche geweest, zoals Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), Friedrich Nietzsche (184-1900) en Carl Gustav Jung (1875-1961). Van de baanbrekende Rorschach-test en Ludwig Binswangers existentiële analyse tot Jungs analytische psychologie: de ontwikkeling van de psychiatrie, psychologie en psychoanalyse is nauw verbonden met Zwitserland en heeft nog steeds invloed.

Ter gelegenheid van het de 150e geboortejaar van C. G. Jung in 2025, presenteert het Landesmuseum een uitgebreide tentoonstelling (Seelenlandschaften. C. G. Jung und die Entdeckung der Psyche in der Schweiz) over de geschiedenis van de ontdekking van de psyche in Zwitserland. Centraal staat het legendarische ‘Rode Boek’, dat C. G. Jung schreef tijdens een intensieve fase van zelfreflectie.

Ook de kunst getuigt van het onderzoek naar de ziel, met visionaire werken van Johann Heinrich Füssli, Emma Kunz, Rudolf Steiner, Meret Oppenheim of Thomas Hirschhorn en niet in de laatste plaats van Heidi Bucher, wier werk ‘Das Audienzzimmer des Doktor Binswanger’ (De audiëntiezaal van dokter Binswanger) een belangrijk accent legt.

Ingebed in een panorama van de psychiatrie uit alle delen van het land ontstaat zo een ‘psychogeografie’ van Zwitserland, waarin de verbinding tussen ziel en landschap op indrukwekkende wijze zichtbaar wordt.

Lang voordat Freud, Jung en anderen de diepten van de menselijke ziel onderzochten, onderzocht de Zwitserse schilder Johann Heinrich Füssli (1741-1825) in zijn schilderijen echter al het innerlijke onbewuste van de mens, zoals ook te zien is in de tentoonstelling.

Recente ontwikkelingen van Zwitserland in perspectief


Niet alle ontwikkelingen die de recente geschiedenis van Zwitserland hebben gekenmerkt, kunnen met voorwerpen worden weergegeven. Het format ‘Erfahrungen Schweiz ‘ (Ervaringen van Zwitserland) legt daarom de nadruk op de getuigen van deze tijdperken.

Hun lotgevallen en ervaringen, waarvan vaak geen spoor te vinden is in teksten of archieven, bieden het museumpubliek een emotionele terugblik op de vele facetten van de hedendaagse Zwitserse geschiedenis. Het thema verandert elk jaar. Dit format bevat geen voorwerpen, maar bestaat uit een grote immersieve projectie met koptelefoons.

Er is ook een terminal waarmee het behandelde onderwerp kan worden uitgediept met informatie over de laatste onderzoeksresultaten en de culturele en historische context waarin het past.

Waterkrachtcentrales in de Alpen

In de jaren 1950 nam de vraag naar elektriciteit in Zwitserland sterk toe. Er werd toen op grote schaal begonnen met de bouw van dammen in de Alpen. “Eeuwprojecten” zoals de Grande Dixence, maar ook de verwoesting van het dorp Marmorera in 1954 en de ramp van Mattmark in 1965 hebben het leven in de Alpen ingrijpend veranderd.

Een video-installatie belicht de economische dynamiek, herinnert aan de politieke conflicten en gaat in op de logistieke uitdagingen rond deze projecten. Getuigen uit die tijd, die verschillende ervaringen hebben opgedaan met waterkracht in de Alpen, vertellen over de technische hoogstandjes en de zware arbeidsomstandigheden op de bouwplaatsen.

Ze beschrijven de ontwikkeling van de infrastructuur, maar ook de gevolgen daarvan voor hun leven. Ten slotte herinneren ze zich het verzet dat was ontstaan tegen de verplaatsing van de bevolking en voor de bescherming van het milieu.

De Redactie is gesloten tot 5 januari 2026


De redactie is gesloten van 19 december 2025 tot 5 januari 2026, dankt u voor uw interesse, opmerkingen en suggesties in 2025 en wenst u

Fröhliche Weihnachten und einen guten Rutsch ins neue Jahr

Een zalig kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar

A Merry Christmas and a Happy New Year

Un joyeux Noël et une bonne année 2026

Bellas festas da nadal ed ün furtüno 2026

Bazel, die Martinskirche

Het spookt in het Kunstmuseum Basel


Frederic Hudson (1818-1900), 1872, Stainton Moses en mevrouw Speer met een Geest. Collectie: College of the Psychic Studies, London Photo

Je moet het maar durven, een tentoonstelling organiseren over spoken. Het Kunstmuseum Basel verstaat echter als geen ander museum de kunst, kunst vanuit divers perspectief te benaderen.

De expositie ‘Geister/Ghosts’  geeft een historisch overzicht van het fenomeen, te beginnen bij de Romeinen. Lange tijd stond hun bestaan niet ter discussie en literatuur en afbeeldingen in kunst gingen hand in hand.

Gabriel  Cornelius von Max (1840–1915),  1892, de zieneres van Prevorst in trance (Friederike Hauffe). Collectie: National Gallery Prague

Benjamin West verbeeldde bijvoorbeeld de geest van Samuel uit de bijbel als witte gestalte, de geesten van William Shakespeare vonden hun weg naar Heinrich Füssli en William Blake en de dichteres Emily Dickinson introduceerde een alles verwoestend spook in de hut van Rachel Whiteread.

Kunst en cultuur hebben in de loop der tijd steeds weer nieuwe uitdrukkingsvormen van spoken naar voren gebracht. Pas in de negentiende eeuw werd het bestaan wetenschappelijk ter discussie gesteld.

Georgiana Houghton (1814-1884), c. 1865, tekeningen van geesten. Collectie: College of the Psychic Studies, London

Rationaliteit en techniek maakten het bestaan van geesten steeds onwaarschijnlijker, zoals de eerste bergbeklimmers vanaf de 18e eeuw aantoonden dat er geen monsters op de bergtoppen woonden en wandelaars de bossen als oord van recreatie ontdekten.

De psychologie begon er zich ook mee te bemoeien. De onuitputtelijke menselijke geest  is immers de oorzaak van de waarneming van spoken. Psychiater C.G. de Jung onderzocht de menselijke geest vanuit dit perspectief.

Cornelia Parker (* 1956), 2023, PschycoBarn, reconstructie van de Bates-Villa uit Hitchcocks film ‘Psycho’

Hoewel spoken tegenwoordig alleen nog voorkomen als persoonlijke ervaringen, in literatuur, theater, film of als kostuums, is er nog steeds veel belangstelling voor bijgeloof, het bovenmenselijke. Spirituele seances of trancebijeenkomsten duiden hier op.

Sigmar Polke (1941-2010) ontvanger, 1968, telepathische sessie met William Blake (zender).  Collectie Viehof, voorheen collectie Speck.

De expositie brengt het spook in beeld aan de hand van literatuur, film, beeldende kunst, psychologie en maatschappelijke ontwikkelingen.

Hofstetten (Kanton Solothurn)

Enkele spoken zijn zelfs uit het museum ontsnapt en hebben hun weg naar een dorp in de omgeving gevonden!

Het museumspook

Noblesse Oblige en het Theater van Slot Hauteville


De tentoonstelling “Noblesse oblige! Het kasteelleven in de 18e eeuw” nodigt bezoekers uit om een kijkje te nemen in het dagelijks leven van een adellijke familie uit het Pays de Vaud ten tijde van de Verlichting.

De voormalige ontvangstruimten van het Château de Prangins, waaronder de salon, eetzalen en bibliotheek, hebben hun vroegere glorie teruggekregen en vormen het decor van de tentoonstelling. Houtwerk in de oorspronkelijke kleuren, stoffen met schitterende motieven en decoraties in imitatiemarmer vormen het decor voor zo’n 600 voorwerpen uit die tijd.

De tentoonstelling toont het dagelijks leven van een adellijke familie uit het Pays de Vaud aan het einde van het Ancien Régime. Negen zalen behandelen evenzoveel thema’s die aansluiten bij de functie van de kamers: zo wordt er gesproken over gezelligheid, rijkdom en verlichting in de salon, over bedienden in de kamer van de sommelier en over de voorliefde voor lezen in de bibliotheek.

Het theaterdecor van het  kasteel van Hauteville uit 1777, dat bewaard is gebleven en tentoongesteld wordt in Prangins, is een zeer zeldzaam ensemble op Europees niveau.

Het theater was in de 18 eeuw een zeer populaire aristocratische vrijetijdsbesteding op het hele continent. De hugenotenfamilie Cannac, afkomstig uit Lyon en gevestigd in Saint-Légier-La Chiésaz aan de oever van het Meer van Genève, introduceerde het salontheater in Hauteville. Er werden stukken van Marivaux (1688-1763), Molière (1622-1673) en lokale auteurs opgevoerd.

In 1777 gaf Pierre-Philippe de Cannac de kunstenaar Joseph Audibert, meester in trompe-l’œil, de opdracht om vier theaterdecors te schilderen. De twintig frames, aan beide zijden beschilderd door de schilder uit Lyon, stellen een Franse tuin, een pittoresk bos, een burgerlijke salon en een rustieke slaapkamer voor.

De bewoners van het kasteel van Hauteville, vlakbij Vevey, zetten de traditie van het salontheater, met onderbrekingen, voort tot in de jaren 1920 en breidden het decor en het decorpark uit met een nieuwe scène.

Na een zorgvuldige restauratie hebben de stukken een plaats gekregen in de permanente tentoonstelling Décors. Chefs-d’œuvre des collections. Dankzij een uniek multimediadispositie en een toneeldecor kan het publiek fragmenten bekijken uit Le médecin suisse allemand, een komedie uit de 18e eeuw, gespeeld door het Théâtre de Carouge.

(Bron:Château de Prangins, Der Schweizerische Verband für Konservierung und Restaurierung SKR)

Pablo Picasso, Markus Raetz en Georges Bloch in Mendrisio en Zürich


Van 5 oktober 2025 tot 25 januari 2026 organiseert het Kunstmuseum Mendrisio twee complementaire monografische tentoonstellingen gewijd aan twee protagonisten van de twintigste-eeuwse grafische kunst: de Spanjaard Pablo Picasso (1881-1973) en de Zwitser Markus Raetz(1941-2020).

Het project wil de voorkeur voor grafische kunst van twee figuren onder de aandacht brengen, die, hoewel ze sterk verschillen, het experimenteren met kopergravure tot een fundamenteel onderdeel van hun onderzoek en kunst hebben gemaakt. Voor beiden was grafische kunst nooit een secundaire uitingsvorm naast hun schilder- of beeldhouwkunst.

Twee generaties naast elkaar, twee kunstenaars bekeken door de lens van hun grafische productie, een minder verkend maar zeer boeiend en belangrijk gebied om de complexiteit van hun carrières te begrijpen.

Een Picasso-tentoonstelling  (Picasso-Bloch, eine einzigartige Freundschaft) in de Graphische Sammlung van de ETH Zürich vormt een aanvulling op de tentoonstelling in Mendrisio. Ze is gewijd is aan de hechte vriendschap tussen Picasso en de Zwitserse kunstverzamelaar Georges Bloch (1901-1984).

Schatzoekers en schatten van de regio Bazel in historisch perspectief


In de tentoonstelling (Schatzfunde – versteckt, verschollen, entdeckt) gaat het Historisches Museum Basel op zoek naar de spectaculairste vondsten uit de regio Basel. Te zien zijn schatten van de bronstijd tot het heden uit Noordwest-Zwitserland, de Elzas en Zuid-Baden.

De tentoonstelling begint met een definitie: schatten zijn waardevolle voorwerpen die bewust zijn verborgen en niet meer zijn opgegraven. Andere archeologische vondsten zijn niet bewust verborgen en niet per se waardevol. Ook andere aspecten van de schattenjacht komen aan bod, zoals methoden, wetten en de motieven van de oorspronkelijke eigenaars.

De bekendste schatzoeker is misschien Indiana Jones, maar de zoektocht naar schatten in deze regio was vaak ook een avontuur met magie en geestenbezwering tot in de 18e eeuw.

Vaak waren het echter toevallige vondsten, totdat de professionele archeologie zich ontwikkelde in de 19e eeuw. De humanisten van de 16e eeuw waren de voorlopers, zoals Basilius Amerbach (1533-1591) en zijn zoektocht naar de Romeinse schat van Augusta Raurica.

De Romeinse zilverschat van Kaiseraugst

Er worden recente vondsten en 21 eerdere ontdekkingen gepresenteerd. De focus ligt niet alleen op de schatten zelf, maar ook op hun historische, culturele en religieuze context en de vaak verbazingwekkende verhalen over hun ontdekking. Een hoogtepunt is de Romeinse zilverschat van Kaiseraugst, een van de grootste van Europa.

De tentoonstelling begint met vondsten uit de bronstijd (2200-800 v. Chr.) in Habsheim (het bronzen depot), in Biederthal (de hakbronzen), in de Rijn (rivier-vondsten), Basel (het bronzen depot van de Elisabethenschanze), gevolgd door de (Keltische) ijzertijd (800-30 v. Chr.), met vondsten in Saint-Louis (de goudschat van Saint-Louis), in Füllinsdorf (de Keltische schat), in Basel (de vondst uit de Basel-Gasfabriek. Met meer dan twee miljoen vondsten is deze voormalige Keltische nederzetting sowieso een archeologische hotspot), in Nunningen (het Keltische munten-depot) en in Reinach.

Reinach, het scherventapijt van Reinach bestaat uit meer dan 70.000 fragmenten, waaronder 164 stukken van een kegelhalsvat, 800-620 v. Chr.

De Dolfijn, Augusta Raurica, waarschijnlijk deel van standbeeld van Neptunes

De Romeinse tijd (52 v. Chr.-476 n. Chr.) is vanzelfsprekend gewijd aan Augusta Raurica (de inscriptieplaten, het grote bronzen depot en de zilverschat van Kaiseraugst), maar ook aan het legioenskamp Vindonissa (het cultusdepot), het bronzen beeld uit de Romeinse villa van Munzach en de beeldjes uit Waldenburg.

De middeleeuwen tot de vroege nieuwe tijd (1050-1800) tonen vondsten in Bazel (de muntenpotten van de Nadelberg), in Colmar (de schat van Colmar), in Oberschopfheim (de zilveren munten) en in Ammerschwihr (de schat van Trois-Épis).

Ook in de moderne tijd (19e tot 21e eeuw) zijn er verborgen en ontdekte schatten. De tentoonstelling toont onder andere de klokken uit de kapel van kasteel Angenstein, de schatvondst van Läufelfingen, de rooftochten van een kunstdief en schatten in de Rijn. De interactieve en goed gedocumenteerde tentoonstelling is tot 28 juni te bezichtigen.

Indrukken van de tentoonstelling

Schatzoeken, magie en bijgeloof, inclusief strafrechtelijke processen tot de 18e eeuw

Christophorus, patroon van schatzoekers

100 jaar Museum voor Farmacie van de Universiteit van Bazel


Pharmaziemuseum der Universität Basel. Foto: TES

Meer dan 100 jaar geleden werd het Farmaceutisch Instituut van de Universiteit van Bazel officieel opgericht. Kort daarna stelde de apotheker en hoogleraar praktische farmacie, Prof. Dr. Josef Anton Häfliger, een wetenschappelijke collectie samen van objecten die verband houden met de geschiedenis van de farmacie.

Deze collectie vormde de basis van het Museum, dat dit jaar zijn honderdjarig jubileum viert. De tentoonstelling behandelt de geschiedenis van het museum en zijn collectie binnen de bestaande permanente tentoonstelling.

Detail uit de brochure van het Pharmaziemuseum der Universität Basel

In plaats van een ambachtelijk beroep, was de farmacie halverwege de 19e eeuw een wetenschappelijke discipline geworden. De productie van medicijnen verplaatste zich bovendien van de apotheek naar de fabrieken.

De tentoonstelling behandelt de motieven en personen uit de oprichtingstijd aan de hand van geselecteerde objecten die in die periode aan het museum zijn geschonken. Naast de oprichting van het museum komen ook diverse bedrijven, personen en vele objecten aan de orde.

Ze onderzoekt ook de interactie tussen de academische collectie, de wetenschapsgeschiedenis, het bedrijfsleven, apothekers en medische beroepen.

Courbet, Monet, Renoir en Hodler


Affiche van de tentoonstelling 'Courbet, Monet, Renoir... Focus provenance'. Musée d’art et d’histoire de Neuchâtel.

In 1979 ontving het Museum voor Kunst en Geschiedenis van Neuchâtel (le Musée d’art et d’histoire de Neuchâtel)  een belangrijke schenking van de Zwitserse kunstverzameler James Adolphe Yvan Amez-Droz (1888-1976). Yvan Amez-Droz verwierf een collectie schilderijen, tekeningen, prenten, boeken en kunstvoorwerpen in Parijs, waar hij gevestigd was.

De collectie heet “Het legaat van Yvan en Hélène Amez-Droz” omdat de schenker zijn naam ook wilde verbinden aan die van zijn zus. Ze bestaat uit 69 werken: 45 schilderijen, 18 tekeningen, twee monotypes en vier sculpturen.

Ze brengt een reeks Franse kunstenaars uit de negentiende en twintigste eeuw samen, van impressionisten tot de vroege École de Paris.

In de collectie staan de beroemde impressionistische kunstenaars Edgar Degas, Claude Monet, Berthe Morisot en Auguste Renoir centraal. De tentoonstelling ‘Courbet, Monet, Renoir…Focus Provenance’ belicht ook de vruchtbare artistieke periode die voorafging aan de avant-garde bewegingen van het begin van de 20e eeuw, onder anderen met Gustave Courbet.

Hodler. Un modèle pour l’art suisse (Hodler. Een voorbeeld voor de Zwitserse kunst)

In een andere zaal bevindt zich de tentoonstelling ‘Hodler. Een voorbeeld voor de Zwitserse kunst’. Aan het begin van de 20e eeuw was Ferdinand Hodler (1853-1918) een belangrijke figuur in de Zwitserse en Europese kunstwereld.

Hodler werd geprezen van Parijs tot Wenen, vergeleken met Paul Cézanne, Gustav Klimt en Auguste Rodin, en behoorde tot de meest gerenommeerde schilders aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog.

In Zwitserland leverde hij een beslissende bijdrage aan de artistieke moderniteit en speelde hij tegelijkertijd een rol als model en artistieke drijvende kracht in het land.

Wandelen in Zwitserland en de ‘Roten Socken


Das Gelbe Haus, Ausstellung 'Wandern bewegt'. Foto/Photo: TES

Wandelen is de populairste sport in Zwitserland. Mensen zijn altijd al te voet onderweg geweest. De tentoonstelling (Wandern bewegt) in het Gelbe Haus Flims nodigt uit om wandelen vanuit verschillende perspectieven te bekijken.

Wat moet ik in mijn rugzak stoppen om onderweg op alle eventualiteiten voorbereid te zijn? Wat leert ons wandelen over paden en weiden? Welke invloed heeft de klimaatverandering op mijn route? Met een blik op de toekomst komen experts aan het woord die zich bezighouden met de uitdagingen van het heden en nadenken over hoe wandelen ook in de toekomst mogelijk zal blijven.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de destijds in Flims gevestigde architect Rudolf Olgiati (1910-1995). Hij was een scherpzinnig observator en commentator van zijn omgeving. Tijdens zijn wandelingen door het dorp en het kanton gaf hij voortdurend commentaar op het landschap, de nederzettingsstructuren en gebouwen en hun onderlinge wisselwerking.

Zijn observaties kunnen worden gezien als een leerschool voor het kijken. Als je door het bebouwde cultuurlandschap van Graubünden wandelt, kun je – met Rudolf Olgiati in je achterhoofd – tot op de dag van vandaag veel ontdekken en ontcijferen.

De “roten Socken” zijn traditionele kledingstukken bij het wandelen in Zwitserland.