Kandersteg, Oeschinensee en Blausee

De adelaar in het gemeentewapen van Kandersteg (Kanton Bern) in het Kanderdal herinnert aan de vrijheidsrechten die ooit door de Heilige Roomse Keizer werden verleend.

De voetgangersbrug (steg) over de Kander (Kandersteg) wijst op het belang van de verbinding met het Wallis. Het is ook een symbool van de brugfunctie die het kuuroord vervult tussen mensen van over de hele wereld. In de hotels, vakantiewoningen, groepsaccommodatie, camping en het internationale scoutcentrum kan de kleine gemeenschap van amper 1150 inwoners tot 4.000 gasten herbergen.

Kandersteg, gelegen aan de wegen over de Lötschbergpas en de Gemmipas, is al eeuwenlang een rust- en wisselplaats voor paarden en koetsen. Het Hotel Ritter dateert uit 1789 en is in 1895 uitgebreid met het Victoria-gedeelte vanwege het toenemende toeristenverkeer. Na de opening van de Lötschbergspoorlijn kwamen er steeds meer gasten en Hotel Victoria werd Grand Hotel Victoria.

Het Internationale Scoutcentrum is opgericht in 1923. Een van de initiatiefnemers was Lord (Robert) Baden Powell (1857-1941), stichter van de padvindersbeweging. Het complex  trekt door het jaar ongeveer 9 000 padvinders  uit de hele wereld. Men ziet ze dan ook in groepen door het dorp en de natuur trekken.

Albrecht von Haller (1708-1777), arts en natuuronderzoeker te Bern, stak op 29 augustus 1728 vanuit Leukerbad de Gemmipas over. In het Kanderdal ontdekte hij de schoonheid van de bergnatuur, de Oeschinensee en de Blausee, die hij vervolgens in zijn beroemde gedicht “Die Alpen” prees.

De Blausee

De Oeschinensee is het waterreservoir van Kandersteg en maakt deel uit van het UNESCO-werelderfgoed Jungfrau-Aletsch. Het meer wordt gevoed door smeltwater van de Blüemlisalp en het Fründen- en Doldenhorn massief. Het water van het meer sijpelt in de diepte en komt op talrijke plaatsen als een bron in de vallei en Kandersteg aan de oppervlakte. Kandersteg dankt hieraan zijn faam als kuuroord.

De Oeschinensee en de Seejungfrau von Kandersteg

De kleine gemeente herbergt vele monumentale gebouwen, waaronder het Samishus, Haus Spychermatte, de Hüttenmatte, het Ruedihaus, Haus Becki, het Röstihaus, de protestantse kerk, die 18 jaar voor de reformatie in 1510 werd gebouwd, het Grand Hotel Victoria en het daarvoor staande Hotel/Gasthof Ritter.

Kandersteg is ook de plaats waar de autotrein Kandersteg-Goppenstein (kanton Wallis) vertrekt en aankomt.

Bron en verdere informatie: Bergsommer | Kandersteg | Kandersteg

Het Zwitserse Nationale Park

Het Zwitsers Nationaal Park (SNP, Schweizer National Park) in Graubünden heeft een indrukwekkend alpenlandschap met een grote rijkdom aan flora en fauna. Met zijn 170 km2 is dit Park het grootste natuurreservaat van het land. Het is in 1914 gesticht en is het oudste nationale park in de Alpen en Centraal-Europa.

Het Bezoekerscentrum van het Nationale Park in Zernez biedt een schat aan informatie. De vier tentoonstellingszalen tonen  flora en fauna, het berglandschap, zijn ontstaansgeschiedenis en de verscheidenheid van de natuur.

Een van de opmerkelijke aspecten van het Nationaal Park is de rijkdom aan alpine dieren zoals gemzen, herten en kleine knaagdieren. De alpenflora fleurt de paden op met haar schitterende kleuren. Talrijke wandelpaden van verschillende moeilijkheidsgraad bieden de wandelaar een breed scala aan mogelijkheden.

Sinds 2010 vormen de Biosfeer Val Müstair en de SNP het Biosfeerreservaat Engiadina Val Müstair. Sinds 1.1.2016 is de gemeente Scuol de derde samenwerkingspartner, wat in 210 door de UNESCO is erkend.

Bron en nadere informatie: Home Page – Parc National Suisse (nationalpark.ch)

Democratie in perspectief in Lugano

De 98e conferentie van de Auslandschweizer Organisation (ASO)/Organisation de la Suisse au l’Etrangé (OSE) heeft van 19 tot en met 21 augustus in Lugano (kanton Tessin) plaatsgevonden. Het centrale thema was democratie in het perspectief van Europese en globale ontwikkelingen en de plaats en rol van Zwitserland en Zwitsers in het buitenland in het bijzonder.

De conferentie

Binnen dit kader presenteerden deskundigen uit nationale, kantonale en communale politiek, wetenschap en bestuur hun bevindingen. De onderwerpen waren het functioneren en aanpassen van het Zwitserse democratische systeem, Fake news en democratie, actief en passief kiesrecht voor zestienjarigen en E-voting. Na deze inleidingen was er gelegenheid voor discussie en verdieping in vier workshops met deze thema’s.

Filippo Lombardi, president van de ASO/OSE

Openingstoespraken

Filippo Lombardi, president van de Organisatie, en vertegenwoordigers uit Tessin en enkele maatschappelijke organisaties, openden op 20 augustus de conferentie voor vierhonderd deelnemers uit alle hoeken van de wereld.

De president van de Confederatie Ignatio Cassis benadrukte op 21 augustus in diens toespraak het unieke karakter van de Zwitserse directe democratie, maar ook haar uitdagingen en ontwikkeling.

Na een korte introductie van Europese en globale democratie als staatsbestel vanaf 1800 tot heden, concludeerde hij dat de democratie als staatsvorm tegenwoordig onder druk staat. Reden voor pessimisme op de langere termijn is er volgens hem, ondanks de vele onzekerheden en crises, echter niet.

Hij ziet een proces met ups en downs. Nu is er een periode met meer mensen onder autoritaire of dictatoriale regimes dan in democratische samenlevingen. Liberale democratieën hebben echter een doorslaggevend voordeel: ze zijn in staat tot zelfcorrectie en aanpassingen aan nieuwe omstandigheden.

In de globale wereld en haar grensoverschrijdende problemen zijn multilaterale en Europese samenwerking een noodzaak. Tegelijkertijd blijkt echter dat vele internationale organisaties in een andere tijd zijn opgericht en moeite hebben zich te hervormen en inhoud te geven aan deze samenwerking.

Wat betekent dit voor de democratie in Zwitserland en dus voor de ‘vijfde Schweiz’ ? Ook de Zwitserse democratie is geen goddelijke creatie, maar moet dag voor dag worden onderhouden en aangepast. Ze is niet alleen een democratie voor het volk, maar ook door het volk. Ze is niet alleen een recht, maar het is ook een plicht van de burgers om zorg voor haar te dragen.

Met deze woorden in het achterhoofd presenteerden de experts hun bevindingen en discussieerden de deelnemers over de verschillende onderwerpen.

Zwitsers in het buitenland

Volgens de gegevens van de ASO/OSE wonen rond de 780 000 Zwitsers in het buitenland, waarvan ongeveer 450 000 in landen van de Europese Unie. Het wekt dan ook geen verbazing dat de relatie EU-Zwitserland aan de orde kwam. Vooral het vrije verkeer van Zwitserse burgers in de EU moet worden gewaarborgd volgens de ASO/OSE.

Voor Zwitsers in het buitenland is stemmen per post niet altijd transparant vanwege de afhankelijkheid van lokale en nationale postbedrijven. Bovendien is de samenstelling van emigratie gewijzigd. Tot 1960 emigreerde men vaak voor altijd. Tegenwoordig is het vaak voor een kortere of langere periode. Ieder jaar vertrekken bijvoorbeeld ongeveer 40 000 burgers, terwijl 30 000 burgers terugkeren. E-voting en informatie via internet kan de betrokkenheid van Zwitsers in het buitenland vergroten.

Buitenlanders in Zwitserland

Een Interessant aspect is het verband dat een van de experts legde tussen  Zwitsers in het buitenland en buitenlanders in Zwitserland.

Buitenlanders in Zwitserland hebben veelal na twee geen Zwitserse pas en dus geen stemrecht. Daarentegen genieten alle buitenlanders grondrechten. De relativering is dat het burgerrecht en daarmee het actief- en passief stemrecht  in Zwitserland al eeuwenlang een communale en kantonale aangelegenheid is.

Het uitgangspunt is dat burgerrecht en politieke rechten door nieuwkomers moet worden verdiend. Ook speelt het grote constitutionele belang en de soevereiniteit van de kantons een grote rol. Eeuwenlang was het kanton de ‘heimat’, de federale overheid en daarmee de Confederatie en haar organen bestaan feitelijk en juridisch pas volwaardig sinds 1848 en dan op een beperkt aantal gebieden.

Alle Zwitserse burgers hebben een gemeentelijk burgerschap, een kantonaal burgerschap en een Zwitsers burgerschap. Zij vormen een onscheidbare eenheid (art. 37 lid 1 federale grondwet). De verwerving van het Zwitserse burgerschap is dus gekoppeld aan de verwerving van het kantonale en gemeentelijke burgerschap.  Uiteindelijk zijn het altijd de kantons en het Volk die in een referendum stemmen over wijzigingen in de verwerving van het staatsburgerschap (zie ook de referenda in 1994, 2004 en 2008).

De parallel met het (te) lang uitgestelde vrouwenkiesrecht kwam in dit verband aan de orde. Ook in dit geval is een verwijzing naar de context op haar plaats.

Hoe dan ook, het is een belangrijk, noodzakelijk en actueel aandachtspunt, net zoals e-voting, dat ook (nog niet voorzienbare) risico’s met zich mee brengt, en Fake news en democratie. Over stemrecht voor zestienjarigen moet nog maar eens goed worden nagedacht.

Ariane Rustichelli, directrice van de ASO/OSE

Ariane Rustichelli, directrice van de ASO/OSE, sloot het inhoudelijke deel van de conferentie af met een samenvatting van de bovenstaande discussies. De kantons zijn in Zwitserland vanouds de experimenteertuinen voor (directe) democratie. Wat betreft passief en/of actief stemrecht voor buitenlanders op gemeentelijk en soms kantonaal niveau nemen tot dusverre voornamelijk Franstalige kantons het voortouw. E-voting zal ook eerst in kantons haar toepassing vinden en, als het aan de ASO/OSE ligt, in 2027 op nationaal niveau.

Conclusie

Alles bij elkaar genomen een inspirerende en goed georganiseerde conferentie in een stad die enkele weken geleden nog de Oekraïne-conferentie herbergde en in 1830 de hoofdstad was van het kanton met de meest democratische Grondwet van Zwitserland.

In Locarno in hetzelfde kanton vond van 5 tot 16 oktober 1925 bovendien de nieuwe vredesconferentie tussen Duitsland, Frankrijk. België, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Polen en Tsjecho-Slowakije plaats. Het was een conferentie van nieuwe hoop en samenwerking. En met succes, tot oktober 1929.

De afsluitende woorden van de president van de ASO/OSE waren niet alleen tot de vierhonderd aanwezigen gericht, maar aan de meer dan 780 000 Zwitserse burgers in het buitenland. Zij zijn niet alleen ambassadeurs, maar ook actieve deelnemers, inclusief stemmen, in het democratische functioneren van Zwitserland.

Juist hun buitenlandse ervaring kan bijdragen aan het in stand houden en waar nodig aanpassen en verbeteren van het democratische systeem in Zwitserland. En  wellicht kan het Zwitserse systeem een inspiratie zijn voor hun nieuwe ‘Heimat’.

Wat in Zwitserland geldt, geldt ook voor Zwitsers in het buitenland: democratie voor het volk, maar ook door het volk. De Zwitserse rode pas oblige, ook in het buitenland.

Reto-Romaans

Een kleine kanttekening: Zwitserland heeft vier officiële talen en het Reto-Romaans kan met een goede reden in ieder geval op een of andere wijze vermeld worden. De Bündner emigranten en remigranten hebben hun plaats in de Zwitserse, Europese en mondiale geschiedenis wel verdiend, al is het alleen al vanwege de culinaire innovaties en de ontwikkeling van (wereldberoemde) hotels, restaurants en cafés. Bovendien is Graubünden als een van de kantons met  (voormalige) Landsgemeinden een bakermat van de directe democratie.

Hoewel Romaans vijf dialecten kent, is Rumantsch grischun wellicht een mogelijkheid.

(verdere informatie: https://www.swisscommunity.org)

Impressies van Lugano

Bridge in Zwitserland

Nederland en Zwitserland waren tot 1795 respectievelijk 1798 republieken van zeven soevereine provincies van de Nederlanden en de dertien soevereine kantons van de Eidgenossenschaft. Beide zijn in 1648 bij de Vrede van Münster/Westfalen erkend als onafhankelijke staten. Er bestonden nauwe diplomatieke, militaire en commerciële contacten tussen beide landen en hun provincies/kantons.

Zwitserse (protestante) huurlingen in dienst van het staatse leger van de Republiek kwamen in contact met een Nederlands kaartspel: klaverjassen.

De Zwitserse Garde in 1752. Bron: Cent suisses retousched – Schweizer Truppen in niederländischen Diensten – Wikipedia

Zij introduceerden dit spel onder de naam Jass in Zwitserland, inclusief de troef negen (Nell in het Duits) en de troef boer (Jass in het Duits). Het werd het meest populaire kaartspel in Zwitserland. Een nieuw kaartspel diende zich echter aan in het Interbellum, de jaren 1920 en 1930, de periode tussen de beide wereldoorlogen.

Engelse of Amerikaanse toeristen introduceerden naar alle waarschijnlijkheid bridge in de jaren 1925-1930 in Zwitserland, zoals Engelse generaties daarvoor cricket,  cabaret, de Engelse Kerk en winter- en zomersport hadden geïntroduceerd.

Vonden de eerste biedingen plaats in het Waldhaus in Flims, het Waldhaus in Vulpera of wellicht in de Grand-Hotels Kulm of Badrutt in St. Moritz, Hotel Baur au Lac in Zürich, het Montreux Palace, het Kurhotel Val Sinestra bij Sent of in de residenties in Bern? Het Belle-Époque hotelmuseum Waldhaus bezit in ieder geval nog enkele bridgeattributen uit deze tijd.

Of was het toch in het Suvretta House in St. Moritz met zijn lange bridgehistorie, aparte bridgekamers en het eerste internationale bridgetoernooi in Zwitserland in 1941 ?

Bridgeruimte met uitzicht, Suvretta House: Bron:Suvretta House. Foto: TES

Het is in ieder geval een feit dat de Amerikaan Harold Stirling Vanderbilt (1884-1970) in 1925 contractbridge ontwikkelde gedurende een cruise over de Atlantische oceaan.en Engels team onder leiding van Colonel Walter Buller (1886-1938) nam het in 1930 vervolgens op tegen een team van de Amerikaan Ely Culbertson (1891-1955). De partij vond plaats in de Almack’s club in Londen en haalde ook de voorpagina’s van de Zwitserse media met artikelen van de beroemde (Duitse) bridger Emanuel Lasker (1868-1941).

Het contractbridge van Vanderbilt werd in 1932 aanvaard als internationaal bridgesysteem door ‘s werelds belangrijkste organisaties voor bridge: de  Portland Club van Londen, de Whist Club van New York en de Franse Bridgecommissie (la Commission Française du Bridge).

Georg Tafler, Bridge als Spiel und Kunst, Vienna, 1930.

Het systeem van Culbertson borduurde hierop voort. Hij introduceerde de eerste conventies en won daardoor onder andere in 1930. Hij bepaalde zo mede het huidige bridge. In Amerika en Engeland werd het al snel het gezelschapsspel bij uitstek in de betere kringen en uit deze landen kwamen de meeste toeristen naar Zwitserland.

Ook de fameuze (Belgische) detective Hercule Poirot speelde bridge (Agatha Christie, Poirot speelt bridge/Cards on the table, Londen 1936).

Het bridge-epos van de Amsterdamse bridgedocent Patrick van Zinnicq Bergmann verwoordt de beginjaren aldus:

”Hij reisde met het stoomschip

Finlandia op een luxe cruisetrip.

We schrijven 1925

Aan boord was het wel gezellig.

Een door hem bedachte scoretabel werd getest

En beviel bij Bridgebest heel best.

Hij ontmoette een passagiere

Met wie hij wat had te vieren.

Zij was toen nogal onkwetsbaar

Maar introduceerde wél het begrip kwetsbaar.

Josephine was de vrouw van Ely Culbertson,

Die er ook wel wat van kon.

Het biedsysteem Culbertson vond in hem de ideale verkoper

En was van het welbekende ACOL de voorloper.

In 1929 introduceerde hij ‘The Bridge World’, zijn magazine,

Daartoe geïnspireerd door zijn Josephine.

Zij werden een wereldberoemd bridgepaar,

Met de uitstraling van Diva’s, zo waar”.

(P. van Zinnicq Bergmann, Het Bridge-Epos. Alles over bridge in woord en beeld, Amsterdam, 2014).

Deze fascinerende denksport met een schier oneindig aantal verschillende combinaties van kaartverdelingen is aan de ene kant aanzienlijk gecompliceerder dan bijvoorbeeld klaverjassen, aan de andere kant socialer dan bijvoorbeeld schaken of dammen.

 

European Bridge League, Lausanne. Photo: Headquarters | European Bridge League (eurobridge.org) en het logo van de World Bridge Federation.

De zegetocht van het bridge in Europa en Zwitserland begon echter pas goed in 1947 met de oprichting van de European Bridge League met zetel in Lausanne. De oprichtingsdatum van de FSB (Fédération Suisse de Bridge) was op 18 maart 1950, gevolgd door de  World Bridge Federation in 1958 eveneens met zetel in Lausanne en erkend door het Internationale Olympisch Comité (IOC).

 

Basler Bridge Gesellschaft

De president van het IOC Juan Antonio Samaranch (1920-2010) verklaarde ter gelegenheid van de opening van de eerste Bridge Grand Prix in het Olympisch Museum van Lausanne in September 1998 dat bridge een denk- én een wedstrijdsport was. Bij de Olympische Winterspelen van 2002 in Utah (USA) was bridge zelfs eenmalig een demonstratiesport.

Bridge heeft een belangrijke plaats in het Zwitserse sociale leven. De FSB telt ongeveer 3 000 leden en 52 clubs. De kleinste club is in Sainte-Croix (kanton Vaud) met vijf leden, de grootste in Zürich met 271 leden. Daarnaast zijn veel bridgers niet bij een club aangesloten en spelen in privéverband.

Cercle de Bridge du Littoral Neuchâtelois 

Zwitserse teams nemen deel aan de Wereld- en Europese kampioenschappen, de Sportgames (een soort Olympische Spelen voor bridgers), nationale, regionale en lokale kampioenschappen en toernooien binnen clubs en in steden.

Gerry Link en Max Saesseli waren voor Zwitserland in 1993 kampioen van het Europese kampioenschap seniorenparen. Op de Europese kampioenschappen Open Teams in 1962 en 1971 bereikten Zwitsers teams de derde plaats en de vijfde plaats in 2016. Zwitserland is in 2022 zelfs wereldkampioen geworden.

De FSB kent in competitieverband voor verenigingen de hoogste nationale liga A, de lagere nationale liga B met elk acht teams. Deze spelen in november twee weekenden Round Robin (alle teams spelen tegen elkaar), in het derde weekeinde vinden de finales en barragewedstrijden plaats.

De lagere liga’s I-IV zijn daarentegen geografisch ingedeeld (Oost-, Zuid-, Noordwest-, Noordoost en Centraal Zwitserland) met respectievelijk 16 (liga I), 32 (liga II en III) en 64 (liga IV) teams. Deze liga’s zijn in acht teams opgesplitst die in twee weekeinden op basis van Round Robin spelen met promotie- en degradatiemogelijkheden.

Allschwil, Bridgeclub Quodlibet

De meertaligheid van het land speelt ook bij bridge een rol. In de meeste bridgeclubs en zeker bij (regionale) toernooien wordt geboden en gecommuniceerd in de drie landstalen Italiaans, Duits en Frans, vaak ook in het Engels en soms zelfs in het Romaans. Bijvoorbeeld: schoppen: Pik, pique, picche, palas en spade; harten: Cœur, cœur, cuori, cours en hearts; ruiten: Karo, carreau, quadri, pizs en diamonds en klaveren: Treff, trèfle, fiori, cruschs en clubs.

De naam van de bridgebond is in het Frans, maar met zetel in het Duitstalige Zürich. De conventies en speeltechnieken onderscheiden zich niet wezenlijk van Nederland. De gemiddelde leeftijd is ook dezelfde, een gezelschap van ouderen met enkele jongeren.

De meest prestigieuze internationale toernooien vinden jaarlijks plaats in St. Moritz, Crans-Montana, Genève en Zürich. De grotere steden en dorpen hebben ook vaak hun jaarlijkse bridge evenementen.

Bronnen: P. van Zinnicq Bergmann, Het Bridge-Epos. Alles over bridge in woord en beeld, Amsterdam, 2014), Fédération Suisse de Bridge, Zürich; Archief Kulm Hotel, Suvretta House, St. Moritz. Belle-Époque hotelmuseum Waldhaus, Flims.

Het Zwitserleven van een koe

De consternatie en polarisatie over de veehouderij heeft in Nederland bijna letterlijk een kookpunt bereikt. Een blik over de grens is wat dat betreft altijd zinvol en dan in het bijzonder naar Zwitserland.

Denemarken

Eerst volgt echter een uitstapje naar Denemarken. De Deense Koning Christiaan II (1481-1559) nodigde in 1521 tuinders uit het Waterland in Holland uit om zich vanwege hun landbouwkundige kennis en innovatieve methodes in Denemarken te vestigen. Die boeren kregen grond toegewezen bij het dorp Dragør op het eiland Amager.

Ze voorzagen het Deense hof en Kopenhagen van groente, fruit en bloemen. Ze waren zo succesvol dat Deense boeren hun Hollandse collega’s met geweld wilden verdrijven. De Deens Koning was echter zo tevreden dat hij de Hollandse boeren onder zijn persoonlijke bescherming stelde. Denemarken heeft zelfs een museum gewijd aan deze historie.

Vijfhonderd jaar later worden de boeren niet door, maar in naam van de Nederlandse Koning gedecimeerd, zonder op een adequate en fatsoenlijke wijze naar alternatieven en oplossingen voor de actuele problemen te zoeken, zoals in andere landen, bijvoorbeeld Zwitserland, wel gebeurt, en wel al decennia lang. Nederlandse boeren zijn van oudsher gericht op productie, innovatie, andere bedrijfsvoering en indien nodig emigratie.

Wat betreft de schadelijke massaveeteelt heeft de Nederlandse overheid hier decennia niets aan gedaan, in tegendeel, ze en vette Europese subsidies stimuleerden het zelfs. Slechts weinigen betwisten dat het uit de hand gelopen is.

Niet alleen de boeren treft echter blaam, maar de (overheids- en EU) omgeving die dit faciliteerden. Nu zijn boeren veelal afhankelijk van deze bedrijfsvoering, die de overheid dus nooit ter discussie heeft gesteld, maar zelfs heeft gesteund.

Er is een parallel met het relatief milieuvriendelijke Puls-vissen (gebaseerd op het Deense Snurrevod (Snurrevaad of Fly-shooting). De fantastisch zeilende Deense Snurrevod viskotters uit de negentiende eeuw herinneren hier nog aan.

De EU blokkeert echter ook op dit gebied innovatie en steunt daarentegen ouderwetse en milieubelastende methodes. Ook zonder verzet van de Nederlandse overheid en media, zoals deze ook het illegale (en bijna misdadige) Frans-Italiaanse monetaire beleid van de ECB steunen. De euro is niets anders dan een combinatie van lire, peseta, Franse franc, drachmen en escudo. En de sluizen met duizenden miljarden staan wijd open. Dat wordt een boos ontwaken, als men al niet langzamerhand wakker wordt.

Zwitserland

Door de grote maatschappelijke betrokkenheid van Zwitserse burgers staat het land aan kop wat betreft eisen voor het welzijn van dieren in de veehouderij, onder andere met betrekking tot toegang in de vrije lucht, aantal, voer, stallen, vervoer en slacht.

Wettelijk is al bijna dertig jaar geleden (!) op initiatief van een meerderheid van burgers vastgelegd hoeveel dieren maximaal gehouden mogen worden en wel 300 runderen, 1500 varkens en 18 000-27 000 pluimvee, afhankelijk van de leeftijd. Op 25 september aanstaande volgt een nieuw referendum over strengere eisen in de veehouderij.

Het gaat om een Volksinitiative van burgers. De regering (Bundesrat) en het Parlement (Nationalrat en Ständerat) hebben hun mening gegeven en kunnen eventueel een tegenvoorstel doen en aan het Volk voorleggen (is niet gebeurd in dit geval).

Kanton Neuchâtel, La Sagne. Foto: TES.

De Zwitserse koe

Het beleid van de overheid is erop gericht de veehouderij kleinschalig te houden, zowel met het oog op de gezondheid voor mens en dier, natuurbehoud, milieu, betrokkenheid en een van de banken relatieve onafhankelijkheid van de boer. Het leven van de Zwitserse koe is in dit perspectief te vergelijken

Dit wil niet zeggen dat de situatie ideaal is. Ook in Zwitserland neemt de industriële veehouderij toe en bestaat er een belangentegenstelling tussen natuur en bedrijfsvoering, tussen boer en stedeling en is er ook sprake (stank) overlast en belasting van het milieu.  Ook het gebruik van antibiotica in de veehouderij en pesticiden in de landbouw zijn onderwerp van discussie en referenda.

In plaats van de veehouderij per decreet te decimeren, kiezen alle partijen er echter voor alternatieven te zoeken onder het motto ‘wat er in gaat, gaat er ook weer uit’. De koe produceert veel methaan vanwege het voedsel, dus ligt het voor de hand het voedsel van de koe aan te passen. De experimenten zijn in volle gang.

Politiek en bestuur

Hoe ga je als politiek en bestuur met de problemen en je burgers om, dat is de vraag. De permanente dialoog tussen boeren, burgers en de (lagere, kantonale en federale) overheid, het respect en de betrokkenheid van de (‘hoogopgeleide’)  stadsmens voor de boerenstand en de natuur in het algemeen kenmerken de Zwitserse benadering.

Aankomst bij de arena in Bazel, 15 juli 2022.

Serenade ‘le ranz des vaches‘ voor de boer en zijn koeien, Bazel, Tattoo 2022.

Vertrek uit de arena. 15 juli 2022.

Ook de stadsmens beseft dat boeren eeuwenlang de inwoners hebben gevoed en dat het boerenleven altijd hard werken in veelal armoedige en moeilijke (berg) omstandigheden is geweest. Zomers gaat het vee in de berggebieden bijvoorbeeld met de boer de malse alpenweides in, soms tot aan of over de boomgrens, weer of geen weer en het is niet altijd idyllisch op 2 000 meter hoogte in de zomer.

De boer logeert dan in een ‘chalet’, een klein houten gebouw, dat door de toeristen in de negentiende eeuw een soortnaam is geworden voor houten huizen in het land. Bij terugkomst, de Alpabzug, worden de boer en zijn koeien als helden onthaald.

Impressie van een Alpabzug.

Onthaal van boeren in Bazel, 16 juli 2022.

Conclusie

Weliswaar wacht het vee ook in Zwitserland uiteindelijk hetzelfde lot als in Nederland, namelijk de vleesconsumptie, maar tot die tijd heeft zij (verreweg de meeste) of hij vaak een Zwitserleven. Omdat de burgers als soeverein en dus de overheid en bestuur, en niet andersom, het zo willen.

Dit is overigens een van de redenen dat het land niets moet hebben van het agrarische subsidiebeleid van de Europese Unie (ongeveer 45% van het EU-budget, 2% BNP).

Deze Europese subsidies zijn, zoals (te) veel regelgeving van de EU, niet toegespitst op lokale omstandigheden en op maat gesneden, maar centraal in Brussel geregeld met juist averechtse gevolgen voor lokale hervormingen, veranderingen en houdbare en verantwoorde landbouw en veeteelt (en visserij). Veelal komen deze subsidies bovendien niet bij de juiste of zelfs malafide personen terecht.

Uiteindelijk is landbouw politiek, zoals energie, gezondheidszorg, openbaar vervoer, onderwijs, woningbouw, of, helaas, tegenwoordig ook monetair Italiaans/Frans wanbeleid van Rutte & Co en hun media.

De koe (of de kip) zijn relevant voor het tonen van het staatsrechtelijk en politiek (dis) functioneren van een land. Zwitserland toont niet alleen hoe de overheid met vee, maar ook met haar burgers omgaat.

 

Bregaglia en haar banketbakkers

Het kanton Graubünden is het enige drietalige kanton van Zwitserland. Het Duits is de spreektaal van de meeste inwoners. Zelfs Chur met het hoofdkantoor van de Lia Rumantscha, is sinds een eeuw  Duitssprekend.

De Romaanse taal is in de loop der eeuwen steeds meer verdrongen door het Duits. Het Italiaans wordt hoofdzakelijk in vier dalen van het kanton gesproken, in Val Poschavio (das Puschlav), Bergaglia (das Bergell), Val Mesolcina (das Misox) en Val Calanca (das Calancatal).

Het Bergaglia is niet alleen Italiaanssprekend, maar onderscheidt zich ook wat betreft architectuur van de andere kant van de Malojapas, het Engadin. Deze pas is misschien niet uitzonderlijk hoog (1 800 meter), maar het verval van 1 500 meter in ongeveer 20 kilometer en de steile berghellingen maken het tot een formidabele natuurlijke grens.

Bergaglia was al in de Romeinse tijd een belangrijke verbindingsweg en opslagplaats voor de noord-zuid handel en is dat tot 1797 gebleven. (Oostenrijks) Lombardije en zijn steden Bergamo, Brescia, Cremona, Verona, Treviso en Padua, Het hertogdom Milaan, Venetië, het hertogdom Savoie, het koninkrijk Sardinië en de Zwitserse Confederatie van dertien kantons waren immers directe buren.

Graubünden trad pas in 1803 als kanton toe tot de Confederatie van 1803, maar met verlies van Italiaanse gebieden. Van 1512 tot 1798 liep de grens van Graubünden veel zuidelijker, Chiavenna, Valtellina en Bormio waren door het kanton bezette gebieden. Napoleon verenigde deze gebieden in 1797 echter in de Republiek Cisalpina (1797-1805).

De Italiaanse architectuur en de status van transit- en verbindingsroute begeleiden de wandelaar in Bergaglia op een tocht van twintig kilometer van de Malojapas tot de Italiaans grens bij Chiavenna. Het overweldigende berglandschap en het aangezicht van de dorpen geeft een wandelaar vleugels, die niet overbodig zijn vanwege de veelal steile en rotsachtige hellingen.

Het is niet verbazingwekkend dat deze omgeving en Europese verbindingsweg grote Europese persoonlijkheden heeft voortgebracht. De kunstenaar Alberto Giacometti, geboren in Stampa, is wellicht een van de bekendste, maar onderweg getuigen de dorpen van andere succesverhalen.

Niet alleen handelaren of huurlingen in dienst van Europese koningen en prinsen, maar vooral ‘Zuckerbäcker’ (banketbakkers) en hotel-, restaurant- en café oprichters in tal van Europese en Amerikaanse (hoofd)steden vertellen het verhaal van de emigratie in de achttiende en negentiende eeuw, tot de komst van het moderne vervoer en toerisme.

Een van de meest indrukwekkende getuigen van deze typische ‘Bündner’ specialisatie is het Palazzo Castelmur in het dorp Coltura, gemeente Stampa. Giovanni Redolfi (1658-1742) en Giovanni de Castelmur (1800-1871) waren de bouwheren. Tegenwoordig is het door de Castelmur tot kasteel verbouwde Patriciërshuis van Redolfi een museum.

Het Museum heeft een permanente tentoonstelling over de succesvolle ‘Zuckerbäcker’ uit Graubünden en de authentieke inrichting en het interieur van de achttiende en negentiende eeuw.  Stampa ligt halverwege de wandelweg van de Malojapas naar Chiavenna en is een aanbevelingswaardige rust- en overnachtingsplaats.

(Verdere informatie: Home – Bregaglia Engadin Turismo).

De Piz Amalia in concert

Ter gelegenheid van de doop van prinses Amalia, kroonprinses van Nederland, in 2004, hebben de gemeente Scuol en de regionale toeristische organisatie in het Unterengadin (kanton Graubünden) in dat jaar een tot dan toe naamloze berg naar de prinses vernoemd.

De naamgeving van Piz Amalia was een teken van de hechte vriendschap tussen Zwitserland en Nederland. In de geest van deze band wordt sinds de herfst van 2015 jaarlijks een festival voor jonge musici georganiseerd rond locaties van de Piz Amalia.

Jonge musici van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, onder leiding van Thomas Herrmann, geven samen met het Winterthur Conservatorium, onder leiding van Valentin Gloor, verschillende concerten op bijzondere plekken in de bergwereld rond Piz Amalia en in de Paleiskerk in Den Haag.

De artistiek directeur van het festival is Anthony Zielhorst. Speciaal voor het festival van dit jaar zijn twee muziekstukken gecomponeerd, die als wereldpremière ten gehore zullen worden gebracht.

Concertprogramma 2022:

Woensdag 14 september, 19.00 Conservatorium Winterthur;

Vrijdag 16 september, 17.30, Bergkirche S-Charl;

Zaterdag 17 september, 20.00, Muziekschool Scuol;

Zondag 18 september, 11.00 uur, Fundaziun Nairs, Scuol;

Vrijdag 11 november, 20.15 uur, Paleiskerk, Den Haag.

Op vrijdag 16 september om 06.00 uur is er ook een begeleide bergtocht naar Piz Amalia.

Voor meer informatie over de muziekstukken, tickets en de organisatie:

Piz Amalia, 14.–18.9.2022

Zwitserduits en de vier Zwitserse talen

Een van de fascinerende aspecten van Zwitserland is dat een geschiedenis van vijftienhonderd jaar zoveel hedendaagse (taal)grenzen, identiteiten en culturen heeft vastgelegd.

Het Duits

De Alemannen introduceerden de Duitse taal in grote delen van Oost-, Noord- en Midden-Zwitserland na het vertrek van de Romeinse legioenen rond 410 na Christus. De zes eeuwen na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 bepalen nog steeds de Frans-Duitse taalgrens.

De Franse taal

De Franstalige Bourgondische koninkrijken in West-Zwitserland (443-534 en 888-1032) waren bepalend voor de Franse taal. Het Frans bleef de gemeenschappelijke taal in dit gebied na de bezetting van Vaud door de Duitstalige kantons (Bern en Freiburg) na 1536. Sommige steden werden en zijn echter nog steeds tweetalig.

De Franse taal werd door de Duitstalige bezetters zeer gewaardeerd en de taal werd nooit verboden. Tweetalig Freiburg, gesticht in de twaalfde eeuw door een Duitstalige vorst, werd zelfs steeds meer Fribourg. De elite van Bern sprak en communiceerde ook in het Frans. Deze taal en het Franse koninkrijk waren immers cultureel, diplomatiek en economisch gezien essentieel voor deze kantons.

De tweetalige status van Wallis gaat terug tot de uitbreiding van de Duitstalige steden en de eeuwenoude immigratie van Walser en andere Duitstaligen vanaf 1200. Ook de uitkomst van de strijd tussen het Franstalige huis van Savoye en de (Duitstalige) bisschoppen van het bisdom Sitten (Sion) na 1400 was bepalend voor de huidige taalgrens in dit kanton.

Het Italiaans

De Italiaanse taal in Tessin en delen van Graubünden is afkomstig uit het Latijn. Het Italiaans bleef de taal van deze regio na de verovering door de Zwitserse kantons in de vijftiende eeuw.

De formele assimilatie van Italiaans, Frans en Duits volgde onder Franse druk ten tijde van de Helvetische Republiek (1798-1803) en de (Franse) Bemiddelingswet van 1803. Deze assimilatie werd bevestigd in de grondwet van 1848.

De Reto-Romaanse taal

In 1938 volgde de grondwettelijke erkenning van het Reto-Romaans of Romaans als een duidelijk politiek signaal van Zwitserland en het Zwitserse volk (91% stemde voor in het verplichte referendum van 1938) aan de Italiaanse ( Irredentisimo) en Duitse ideologie (Heim ins Reich). De grondwetsherziening van 2007 bevestigde de status van de vier talen van het land.

Met de opmars van de Duitstalige Alemannen en Walser (400-1400) in Zuid- en Oost-Zwitserland werd het Reto-Romaans echter steeds meer verdrongen en uiteindelijk alleen nog gesproken in Graubünden. Veel Duitstaligen immigreerden na 1815 naar dit (nieuwe) kanton vanwege spoorweg- en andere infrastructuurwerken, toerisme, industrialisatie en handel. Tegenwoordig is het Romaans de moedertaal van ongeveer 50.000 inwoners van het kanton.

Grondwet

De federale wet inzake de nationale talen en het begrip tussen de taalgemeenschappen (taalwet van 5 oktober 2007) regelt het gebruik van de vier officiële talen door en in de betrekkingen met de federale autoriteiten.

De federale overheid bevordert het begrip en de uitwisseling tussen de taalgemeenschappen, ondersteunt de meertalige kantons bij de vervulling van hun bijzondere taken en steunt de kantons Graubünden en Tessin ten gunste van het Romaans en het Italiaans.

Met deze wet beoogt de Confederatie de viertaligheid als kenmerk van Zwitserland te versterken, de interne samenhang van het land te consolideren, de individuele en institutionele meertaligheid te bevorderen en het Romaans en het Italiaans als nationale talen te behouden en te bevorderen.

Bij de vervulling van haar taken neemt de Confederatie met name de volgende beginselen in acht. Zij draagt zorg voor de gelijke behandeling van de vier landstalen, waarborgt en verwezenlijkt de vrijheid van taal, houdt rekening met de traditionele taalkundige samenstelling van de kantons, bevordert het begrip tussen de taalgemeenschappen en werkt samen met de kantons bij de vervulling van hun taken op het gebied van het taal- en communicatiebeleid.

Zwitserduits

Wat de Grondwet echter niet voorzag, is de sterke toename van het gebruik van lokale Duitse dialecten in het publieke domein, Schwyzertütsch of Schwyzerdütsch. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de Duitstalige dialecten in de verschillende regio’s, bijvoorbeeld tussen de regio’s Appenzell, Oberwallis, Bazel, Zürich of Bern.

Deze dialecten zijn soms moeilijk te begrijpen voor Franstalige- of Italiaanstalige Zwitsers, bij sommige dialecten zelfs voor Duitstaligen. Alle Romaans-sprekenden beheersen het Duits, wat niet wil zeggen dat ze alle Duitstalige dialecten beheersen.

Zwitserduits wordt niet gebruikt in documenten van de overheid, bedrijfsleven of  het onderwijs, maar is wel de spreek- en soms zelfs schrijftaal voor regionale en informele uitwisselingen.

Hochdeutsch (Hoogduits) is de geldende grammatica voor communicatie, zij het met enkele variaties. Het gebruik van de ß (eszett genoemd) is vervangen door de dubbele ‘ss’  en ook de naamvallen in de tweede en derde persoon verschillen soms.

De kennis van elkaars vier talen is de laatste decennia echter drastisch afgenomen. Engels wordt steeds meer de voertaal tussen (jonge) Zwitsers uit de verschillende taalregio’s.

De taal is het (sociale) smeermiddel van iedere samenleving. De afname van de kennis van de taal of talen is dan ook een bron van zorg. Het heeft in ieder geval de (financiële) aandacht van de federale overheid.

Misschien is het oeroude Romaans in plaats van Esperanto, een kunstmatige taal, een geschikte oplossing als tweede taal voor alle Zwitsers ?

Felicitaties en Chapeau Zwitserland

Het meer van Brienz (Brienzersee) maakt  zich op voor de Zwitserse nationale feestdag op 1 augustus 2022, naar analogie van “Het ontstaan van de Confederatie” in de Grote Vergaderzaal van het Zwitsers Parlement, een grote muurschildering door Charles Giron (1859-1914), gemaakt in 1901.

Giron had het Rütli op het oog, de weide aan het Urnermeer (Urnersee), een uitloper van het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee) waar volgens de overlevering de eerste drie Eidgenossen uit Schwyz, Uri en Unterwalden met een overeenkomst hun wederzijdse bijstand op diverse gebieden bekrachtigden.

Wilhelm Tell Monument Altdorf. Foto: TES.

Of het een feit of een legende is, zoals de legendarische Wilhelm Tell, is niet relevant, net zo min als Rome of Athene Romulus/Remus of de Godin Athena als stichters van deze steden ter discussie staan.

In deze periode werden vaak soortgelijke verdragen gesloten tussen steden en communes. Wat Zwitserland uniek maakt, is dat dit eerste verbond en het vervolg daarop wél stand heeft gehouden en steeds verder is uitgebreid met 13 kantons in 1513 en 25 kantons in 1848.

Zwitserland is een gedecentraliseerde bottom-up natie, tot stand gekomen in een moeizaam proces van eeuwen en met vier talen, culturen en diverse religies.

Maar het land is in 2022 met stip de beste democratie, het meest innovatieve en competitieve land, met de beste Europese universiteit, de beste infrastructuur in vaak zeer moeilijke omstandigheden, een van de meest gastvrije landen voor asielzoekers en een relatief goed verlopende integratie.

Mont Terri Project St. Ursanne. Foto: TES.

De open blik op de wereld en Europa blijkt ook uit wetenschap, cultuur en museumdichtheid, onder andere de eerste etnografische musea, musea voor Aboriginals en tal en van andere internationale en Europese thema’s.

Het land is een globale exporteur met het beste monetaire beleid (wat onder andere blijkt uit het in 2015 breken met het (illegale ) wanbeleid van de ECB) en bekijkt de huidige Europese Unie kritisch.

Hopelijk koesteren haar burgers en vooral politici wat in eeuwen is opgebouwd. Wat aan de EU wordt overgedragen krijgt een land nooit terug, ook al houdt de EU zich niet aan de afspraken en verdragen en ontaarden (megalomane) ambities veelal in retoriek, steeds meer subsidieoverdrachten en mislukkingen.

De euro en de Zwitserse frank 2002-2022.

De EU is geen parlementaire democratie en daar is ook geen basis voor. Een aantal van haar leden is failliet, met massawerkloosheid, torenhoge schulden en gigantische overheidslichamen, zieltogende industrieën, ouderwetse onderwijssystemen en vooral geen betrokkenheid van burgers bij het onderhouden van hun eigen gemeenschap.

Miljoenen (jonge) burgers emigreren uit de zuidelijke eurozone en andere EU-landen. In het kleine Zwitserland werken circa 350 000 Franse en Italiaanse burgers, tegenover een paar duizend Zwitsers in Frankrijk en Italië.

De EU en het monetaire en illegale (c.q. misdadige) wanbeleid van de  ECB zijn vooral een pinautomaat voor landen die zich niet aan afspraken en de wet houden en houden vooral marode structuren in stand. De rekening komt, eerder op korte dan op lange termijn.

De 26 Kantons. Bron: Les 26 cantons suisses. Foto: www.jeretiens.net

Het kenmerk van Zwitserland, haar burgers en bedrijfsleven is juist de betrokkenheid van burgers, directe democratie, decentralisatie en de federale opzet.

Van Riom of Scuol in kanton Graubünden tot Môtier of La Chaux-de-Fonds in kanton Neuchâtel bouwen burgers en bedrijven met lokale initiatieven en projecten aan hun directe woonomgeving, werkgelegenheid en industrie.

In welk ander land bezoeken duizenden nieuwsgierige burgers zomertaalcursussen (dus geen reguliere cursussen) Italiaans, Frans, Duits of Romaans om een van de talen van het eigen land beter te kunnen begrijpen ?

Zwitserland is de echte Europese Unie, maar geeft ook meteen de grenzen van het haalbare aan.

De Duitse krant Die Welt publiceerde drie jaar geleden (27 juli 2022) een artikel over het Europees Parlement. Op de achtergrond staat “Kommt, wir bauen das neue Europa“, vrij vertaald “Sluit je bij ons aan, we bouwen het nieuwe Europa”.

Het is de taal van het communisme (met een menselijke gezicht): het creëren van een nieuw Europa, de nieuwe en ‘goede’ Europeaan.

Het is te hopen dat er over tien jaar geen zwarte rouwwolken boven de Brienzersee hangen. Zwitserland, let op uwe saeck.

Een tentenstad in de Alpen

De Zwitserse padvinderbeweging, de Pfadbewegung Schweiz, (www.pfadi.ch), organiseert eens in de veertien jaar een veertiendaagse bijeenkomst voor haar leden, de Pfadi, jongens en meisjes tot 18 jaar.

Dit evenement heet Bundeslager, afgekort BuLa. Het evenement staat dit jaar in het teken van beweging, MOWA. Het thema komt niet aan de orde in deze bijdrage (zie uitvoerig BuLa – mova).

Hier staat het bouwen van een stad van tenten voor 30 000 kinderen en 5 000 vrijwilligers centraal in een periode van slechts twee weken. De locatie is een stuk landbouwgrond van ongeveer 30 hectare met een lengte van 3.5 km in Oberwald (kanton Wallis). Om deze reden is de bouwperiode beperkt tot twee weken, twee weken BuLa en twee weken voor het verwijderen. Daarna kan de boer weer aan het werk.

Padvinders en tenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De padvinders nemen hun eigen tenten mee of bouwen deze ter plekke. Deze zijn dan ook in alle soorten en maten aanwezig.

Oberwald, BuLa 2022. Foto: TES

Deze stad heeft echter ook een hospitaal, communicatiecentrum, theater met tribunes, supermarkten, restaurants, sanitaire voorzieningen, bars, een kantoor, een redactielokaal voor de dagelijkse krant en nieuwsvoorziening, een wegennet met verkeersaanduidingen, fietsenstallingen en tal van attracties en locaties voor educatieve bijeenkomsten, seminars, tentoonstellingen en dergelijke. Alles gebouwd van hout en tentdoeken. Ongeveer 5 000 boomstammen staan ter beschikking.

Een team van zestien professionele planologen, landmeters en aannemers brengt met behulp van satellieten en de fysieke ondersteuning van 1 500 voormalige padvinders het project ten uitvoer. Aan de hand van de modernste navigatieapparatuur worden de vele gebouwen, faciliteiten en de plaatsing van boomstammen nauwkeurig in kaart gebracht.

En het lukt deze stad met haar 35 000 inwoners in veertien (14) dagen op te bouwen. Dit is geen toeval. Het is de combinatie van pragmatisme, creativiteit, organisatie, samenwerking, respect, gevoel en timing voor het wezenlijke en haalbare.

Ook het Zwitserse Milizsysteem speelt een belangrijke rol. De vier taalgroepen, alle kantons,  alle sociale lagen en beroepsgroepen uit de kleinste dorpen tot de grootste steden zijn vertegenwoordigd in de groep van duizenden vrijwilligers.

De advocaat uit kanton Vaud werkt samen met de elektricien uit kanton Appenzeller Ausserrhoden, de onderwijzer uit het dorp Fleurier (kanton Neuchâtel) bouwt samen met de bankier uit Zürich aan het hospitaal.

Het milizleger is ook nooit ver weg bij dergelijke evenementen om de helpende hand te bieden. Daarnaast bieden diverse bedrijven financiële, materiële en logistieke ondersteuning.

In Nederland lukt het de overheid niet fatsoenlijk onderdak te bieden aan een paar honderd asielzoekers. Het is niet alleen deze overheidstaak en de Nederlandse munt, die sinds 2002 de euro heet, die in een steile lijn de verkeerde kant opgaan.

Bron en verdere informatie: BuLa – mova