Het Arboretum van Vallon

Zwitserland is eeuwenlang bewoond geweest door Keltische stammen. Een van Europa’s belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Keltische cultuur ligt bij het plaatsje Tène aan het meer van Neuchatel.

De Keltische Tène periode (500-100 v. Chr.) was voorafgegaan door de Hallstatt periode (1200-500 v. Chr), vernoemd naar een plaatsje in Oostenrijk.

Wellicht is het grote respect voor bomen in Zwitserland hier op terug te voeren, zowel in de stad, als op het platteland. De boom had immers een heilige status in de Keltische cultuur. De eik was zelfs een soort godheid, zoals de Linde in de middeleeuwen de plaats was om recht te spreken.

Hoe het ook zij, het land kent diverse parken die speciaal gewijd zijn aan bomen. De naam voor een dergelijk park is arboretum van het Latijns woord Arbor (boom).

Een arboretum is een natuurgebied dat gewijd is aan behoud, educatie, teelt, observatie, onderzoek en de recreatieve functie van het bos en zijn bomen en struiken in al hun verscheidenheid. Het is als het ware een botanische tuin midden in de natuur.

Het Arboretum van Vallon vlakbij Aubonne (kanton Vaud) heeft ongeveer 3 000 bomen en struiken van alle continenten. Het park is vernoemd naar de Aubonne, een riviertje dat ontspringt aan de voet van het Juragebergte. Het heeft twee zijrivieren, de Toleure en de Sandoleyre.

Het Arboretum loopt van noord (de Jura) naar zuid (het Meer van Genève). Dit is vanwege de zonuren gunstig voor de vegetatie. Het Arboretum heeft een oppervlakte van ongeveer 130 ha binnen een landbouw- en bosbouwgebied van ongeveer 200 ha.

Naast de verzamelingen van struiken en bomen omvat het Arboretum ook de sector pomologie met zijn “boomgaarden van weleer”. Hier staan fruitbomen uit het noordwesten van de Verenigde Staten en Japan.

Het Houtmuseum (Le Musée du bois) toont eeuwenoude gereedschappen, ambachten, technieken van houtbewerking in al haar verscheidenheid.

De plaats Aubonne, vlakbij het park, heeft een middeleeuws centrum met een fraai uitzicht over het meer van Genève.

(Bron en meer informatie: Le Musée du bois – L’Arboretum du Vallon de l’Aubonne).

 

Nieuwe Uitvoeringen van ADN

De ADN (Association Danse Neuchâtel) presenteert twee nieuwe voorstellingen in de Temple Allemand in La Chaux-de-Fonds (kanton Neuchâtel) op zaterdag 25 en zondag 26 juni, om 18 uur.

Op het programma staan twee creaties van Clara Delorme. Malgrés,is een speels stuk met als thema “Muziek en lichaam”. Het vertelt over de ongerijmdheden van het lot en nodigt juist uit om te genieten van de kleine mislukkingen van en in het leven.

L’albâtre is een solouitvoerin van  Clara Delorme. Ze evolueert met de naaktheid haar lichaam, maar met bril als enige kledingstuk!

In 2019 creëerde Clara Delorme L’albâtre tijdens de Quarts d’Heure de Sévelin, een stuk geselecteerd voor de Zwitserse Dansdagen 2021.

Ze is winnares van de PREMIO-prijs en van de SSA-beurs met Malgrés in 2020. Ze neemt deel aan het programma “Choreographing” van de Kunstraad Pro Helvetia (Fondation pour la culture Pro Helvetia) en aan het programma “Double” van het Migros Cultuur Porgramma Pour-cent culturel Migros.

Een jonge artiest om te ontdekken!

Verdere Informatie en tickets: www.danse-neuchatel.ch/2022/malgres-l-albatre

 

De Engelse Tuin van Neuchâtel

In 1765 kreeg Pierre Alexandre DuPeyrou (1729-1794) toestemming van het gemeentebestuur van Neuchâtel om een openbare promenade aan te leggen achter zijn oranjerie en het paleis DuPeyrou in aanbouw. De promenade bevond zich toen nog aan de oever van het meer van Neuchâtel.

Neuchâtel  was vanaf 1504 tot 1813 een Prinsdom, daarvoor eeuwenland een graafschap. De Pruisische koning was vanaf 1707 tot (formeel) 1857, prins van het oude graafschap. (zie ook Swiss Spectator, 2 februari 2022, De laatste vorst van Neuchâtel). De stadspaleizen en het centrum getuigen nog steeds van de grandeur van weleer.

DuPeyrou was een schatrijke voormalige plantagehouder in de Nederlandse kolonie Suriname. Hij bouwde in 1765-1771 ook het paleis DuPeyrou. De promenade vervolmaakte de aristocratische indruk. Het kunst- en historisch museum (Musée d’art et d’histoire) en de historische galerijen (Galeries de l’histoire) bj het paleis DuPeyrou gaan in op deze historie.

In 1865 werd de promenade aangepast aan de moderne smaak en verloor de rotonde van de promenade het grootste deel van zijn populieren. De promenade werd nieuw ingericht als een Engelse Tuin, de Jardin anglais, wellicht in navolging van de prestigieuze Engelse tuin van Arlesheim (kanton Basel-Landschaft).

Na de eerste correctie van het water in de Jura (1868-1891, zie Swiss Spectator, de Zwitserse Deltawerken, 22 april 2022) was het meer drie meter gezakt. De Engelse tuin lag vanaf dat moment een paar honderd meter van de oever van het meer.

Een nieuwe wijk (Quartier des Beaux-Arts) met een kunstmuseum, woonhuizen en openbare gebouwen, vulde de ruimte op. Vanaf 1888 kreeg het park diverse nieuwe attracties, onder andere een muziektent en een Grande Salle, het huidige casino, en restaurants.

Het park en zijn (exotische) bomen heeft ieder jaar een nieuwe flora en prachtige bloementuinen.

(Bron en meer informatie: www.neuchatelville.ch; www.j3l.ch).

 

Zomerprogramma Origen

De Stichting (Stiftung/Fundaziun) Origen wijdt de zomer aan het thema “ruimte” In de theatertoren op de Julierpas is een reeks nieuwe dansstukken te zien, gecreëerd door kunstenaars uit: Parijs, Tbilisi, Den Haag, München, Hamburg, Rio de Janeiro, Kiev, Sint-Petersburg, Amsterdam, Antwerpen en Londen.

In Riom wijdt Origen zich aan de barokke architecten van Graubünden en vertelt over Henrico Zuccalli, destijds bouwmeester aan het hof van de keurvorst in München.

Het dorp Mulegns wordt opengesteld voor het publiek. De Witte (3 D) Toren toont zijn eerste contouren: een eerste proefverdieping wordt in de zomer opgetrokken en nodigt bezoekers uit om in contact te komen met nieuwe bouwtechnologieën.

Romantische salonconcerten en zelden gehoorde missen weerklinken in zalen en dorpskerken in Surses, de Albula-vallei, Engadine en Bergell. De theatergroep Commedia toert dichtbij en ver weg. En tenslotte weerklinken weer Gregoriaanse gezangen in de kerk van Mistail, tot vroeg in de ochtend als de zon opkomt.

Periode: 16 juni – 14 augustus 2022

Locaties: Riom, Mulegns, Julierpass, St. Moritz, Pontresina, Alvaschein, Chur, Pratval, Zernez, Luzern, Herrliberg, Samedan, Winterthur, Alvaneu, Poschiavo, Bergün, Laax, Lenzerheide, Riom, Sils i.E., Silvaplana, Bondo, Malix , Verscio, Zuoz.

(Bron en nadere informatie: Stichting Origenes, www.origen.ch).

De St. Galluskirche in Ötlingen

Rond 800 is op een van verre zichtbare plaats vlakbij de bisschopsstad Bazel een kerk gewijd aan St. Gallus gebouwd. Het was een eenvoudige typisch Alemannische zaalkerk.

Gallus was een Ierse monnik die rond 600 na Christus met zijn metgezellen de Rijn volgde. Hij kwam uiteindelijke terecht in de streek van het huidige St. Gallen. Na zijn dood in 640 bouwden zijn volgers in 719 de eerste kerk van de latere abdij St. Gallen.

Deze abdij had al in de 8e eeuw bezittingen in het Markgräflerland (in het latere Groothertogdom Baden, Duitsland) en was cultureel gezien een van de belangrijkste abdijen ten noorden van de Alpen.

De fundamenten van deze kerk zijn nog steeds te vinden onder de vloer van de huidige kerk in Ötlingen (Baden Württemberg). In 1275 is de Galluskerk voor het eerst genoemd.

De fresco’s uit de 13e en 14e eeuw tonen scènes uit het Nieuwe Testament en het martelaarschap van de apostel Paulus. De bovenste rij toont afbeeldingen uit het leven van St. Gallus, onder andere met twee diakens, St. Gallus houdt de bisschopsstaf in zijn hand. Een grote afbeelding van de apostel is aangebracht op de muur van de kerktoren.

Het gebied is getroffen door een zware aardbeving in 1356. Ötlingen en de kerk werden hierbij verwoest. De renovatie volgde snel en het koor is naar het oosten uitgebreid en kreeg zijn huidige laatgotische vorm. De kerk kreeg ook een groot gotisch tabernakel.

De kerk bekeerde zich tot het protestantse geloof in 1556. Het Huis en latere Groothertogdom Baden waren altijd nauw verbonden met de kerk en het dorp. Het geelrode wapenschild van Baden is om deze reden de sluitsteen van de koorboog.

(Bron: H. Saecker, Die St. Gallus. Kirche in Ötlingen, Ötlingen 2007).

 

De Oudolf Garten en de Tsuyoshi Tane Garden House van de Vitra Campus

De Vitra Campus in Weil am Rhein (Duitsland) bij Bazel is een complex van hedendaagse architectuur, die de culturele, commerciële, productie-, onderzoeks- en designaspecten van de Zwitserse meubelfabrikant Vitra op één locatie samenbrengt.

Sinds de opening in 1989 is de locatie door de toevoeging van diverse gebouwen van wereldberoemde architecten getransformeerd tot een van ’s werelds toonaangevende centra op het gebied van meubeldesign en – onderzoek met een unieke permanente collectie en jaarlijkse tijdelijke tentoonstellingen in het Vitra Design Museum.

De Oudolf Garten (tuin) op de Vitra Campus maakt het concept compleet. De tuin is niet alleen  decoratie voor de architectuur, maar vult de museum-, opslag-, productie- en andere gebouwen aan en geeft ze nieuwe perspectieven.

Ongeveer 30 000 planten met verschillende bloeiperioden en levenscycli creëren een tuin met steeds wisselende kleuren gedurende het jaar. De Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf (1944) noemt zijn  combinatie van planten een ‘gemeenschap’, wat past in de ‘meubeldesign-gemeenschap’ van Vitra.

Winter 2024

Andere Zwitserse bedrijven en culturele instellingen hanteren hetzelfde concept, bijvoorbeeld de Novartis-tuin en haar onlangs geopende medische paviljoen en de Merian Gärten in Bazel, het Paul Klee Zentrum in Bern, de Gletscher Garten in Luzern, het Kirchner Museum in Davos, het Attisholz-Areal in Solothurn, de Pierre Gianidda Fondation in Martigny, de Hermitage en het nieuwe museumcomplex Plateforme 10 in Lausanne en diverse andere projecten in het land, waarbij natuur, cultuur, kunst, industrie en architectuur met elkaar worden gecombineerd en zijn verweven.

De Swiss Spectator zal aandacht besteden aan dergelijke instellingen in Zwitserland en omliggende regio’s, bijvoorbeeld de Rheingärten en het onlangs geopende landschapspark in Neuenburg am Rhein.

(Bron en nadere informatie: Vitra Design Museum, www.design-museum.de).

Piet Oudolf, planting design.Vitra  Design Museum

Tsuyoshi Tane, The Tane Garden House (2023)

De Iglingerhof en klooster Olsberg

Ieder dorp en elke landweg heeft zijn schoonheid. Dat geldt zeker in Zwitserland. Op de meest onverwachte plaatsen is nationaal erfgoed te bewonderen, veelal onderhouden of in stand gehouden door private organisaties of initiatieven al dan niet met steun van de lokale, kantonale of federale overheid.

Op de grens van de kantons Aargau en Basel-Landschaft staat bijvoorbeeld het landgoed Iglingerhof.  Het Iglingerhof bestaat uit twee groepen huizen met boerderijen bij Magden (Kanton Aargau).

Het landgoed bestond al in de middeleeuwen en was tot 1790 eigendom van het klooster Olsberg. Dit cisterciënzerklooster is het oudste vrouwenklooster van deze orde in Zwitserland.

Het klooster is gesticht aan het begin van de dertiende eeuw. Door legaten en gunstige aankopen koopaanbiedingen verwierf het steeds meer land en wijngaarden in de Elzas, de huidige kantons Aargau en Basel-Landschaft. Het klooster bezat ook verschillende eigendommen in de steden Rheinfelden en Basel.

Het klooster is in 1803 bij het ontstaan van kanton Aargau en de nieuwe Confederatie (Mediationsakte van 1803) opgeheven. De eigendommen zijn aan privé-personen verkocht. De Iglingerhof was in 1790 al verkocht.

In 1918 verwierf de Christian Merian Stichting de Iglingerhof met een totaal van bijna 67 ha land en bos met het doel het bedrijf voor de landbouw te continueren. Dit gebeurt inderdaad nog steeds.

Nog ouder dan de boerderijen is de Niklauskapelle. Deze kapel bestond al in de dertiende eeuw. Ze  brandde in 1860 af, maar de herinnering eraan leeft voort in het gotische koor, dat is gerestaureerd en in het complex is geïntegreerd.

Op diverse plaatsen zijn middeleeuwse kerkjes in boerenbedrijven opgenomen, enkele voorbeelden zijn de Romaanse kapel in Donatyre (kanton Vaud) of de romaanse kerk San Niclà in Strada (kanton Graubünden).

(Bron en nadere informatie: Kloster Hortus-Dei (kloster-olsberg.ch).

UNESCO Werelderfgoed in Zwitserland

Met de goedkeuring van het verdrag in 1972 heeft de UNESCO zich tot taak gesteld culturele en natuurlijke locaties van uitzonderlijke waarde voor toekomstige generaties te behouden. Er zijn nu meer dan 1100 plaatsen erkend als werelderfgoed. Zwitserland was een van de eerste ondertekenaars in 1975.

In Zwitserland staan negen culturele plaatsen en vier natuurgebieden op de Werelderfgoedlijst.

Het architecturale werk van Le Corbusier, de prehistorische paalwoningen rond de Alpen, de Rhätische spoorweg in de Albula/Bernina-landschappen, La Chaux-de-Fonds / Le Locle en de horlogeriesector, de Lavaux en zijn wijngaarden, de drie kastelen, de verdedigingsmuur en de wallen van Bellinzona, de oude stad Bern, het Benedictijnenklooster van Sint Jan in Müstair en de abdij van Sint Gall.

Het Bundesamt für Kultur is verantwoordelijk voor dit erfgoed.

Het Bundesamt für Umwelt is verantwoordelijk voor de natuurgebieden van de Zwitserse Alpen Jungfrau-Aletsch (2001), Monte San Giorgio (2003), het Zwitserse tektonische gebied Sardona (2008) en de (oer) oude beukenbossen van Zwitserland (2021).

(Bron en verdere informatie: World Heritage Experience Switzerland)

Art Basel 2022

Aan jaarlijkse editie van Art Basel (16-19 juni) nemen 289 toonaangevende galeries uit de hele wereld deel. Ze tonen werken uit alle media, van zeldzame en historische meesterwerken tot werken van nieuwe media van de opkomende kunstenaars.

Daarnaast presenteert de beurs 70 grootschalige kunstwerken in het prgramma Unlimited; twintig locatiegebonden projecten in Parcours; een grootschalige installatie getiteld ‘Out of Sight‘ als eerbetoon aan de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner; een veelzijdig en omvangrijk filmprogramma en de inmiddels beroemde lezingenreeks van deze beurs.

Dit jaar is de beurs na twee jaar (gedeeltelijke) afwezigheid  weer terug in de  traditionele data in juni met een volledige programmering in de stad.

(Bron en verdere informatie: www.artbasel.com)

De Hebel-wandelroute en heimwee

De Hebel-wandelroute (Hebel-Wanderweg) met een lengte van ongeveer 60 km tussen Bazel en de bron op de Feldberg (Baden-Württemberg) is gebaseerd op het Alemannische gedicht “Die Wiese” van Hebel en loopt over gemarkeerde wandelpaden vanaf de bron tot aan de Schifflände in Bazel. Talrijke informatieborden geven informatie over Hebel en zijn werk.

Johann Peter Hebel (1760-1826) schreef de “Alemannische Gedichten”, voor het eerst gepubliceerd in 1803, vanwege heimweh (een woord van Zwitserse oorsprong) naar zijn vaderland/Heimat (de stad Basel en het Wiesental). Hij wordt beschouwd als een pionier van de Alemannische dialectliteratuur.

Heimwee (Heimweh) was al in de zeventiende eeuw een diagnose van een ziekte bij Zwitserse huurlingen, afgeleid van denken met pijn en smart aan de Heimat. De Engelse vertaling ‘homesick’ komt dicht in de buurt.

Hebel wandelde vaak langs de Wiese bij Riehen en Bazel op het pad langs een beek die uitkomt van de Wiese. De Wiese mondt bij Kleinhüningen (een met Bazel samengevoegde gemeente) uit in de Rijn.

Monument voor Hermann Daur (1870-1925) en Johann Peter Hebel. Ötlingen, bij de St. Gallus-Kirche. 

Naast zijn werk als schrijver was hij ook werkzaam als predikant en leraar in Lörrach en Karlsruhe. In 1819 werd hij benoemd tot de eerste prelaat van de protestantse regionale kerk van het Groothertogdom Baden.

Met uitzondering van de twee Zwitserse gemeenten Riehen en Basel (kanton Basel-Landschaft) aan de monding van de Wiese, behoort het Wiesental tot het district Lörrach.

Het dal strekt zich uit langs de bijna 60 kilometer lange loop van de Wiese in zuidwestelijke richting vanaf de Feldberg, waar de Wiese op ongeveer 1.200 meter hoogte ontspringt, tot de Rijn bij Bazel.

Het traject begint bij de bron op de Feldberg, en gaat via de schilderachtige dorpen Todtnau, Utzenfeld, Schönau, Wembach, Fröhnd, Zell, Hausen, Schopfheim, Maulburg, Steinen, Hauingen, Brombach, Lörrach en Riehen naar Bazel.

(Bron en nadere informatie: www.riehen-tourismus.ch).