De Helvetische Republiek en Nidwalden

In januari 1798 vielen Franse troepen binnen vanuit West-Zwitserland en de Jura de Confederatie van dertien kantons (de Eidgenossenschaft) binnen. Het grondgebied van het prinsbisdom Bazel was in de jaren 1792 en 1797 geconfisqueerd.

De Zwitserse kantons en steden capituleerden snel na kort verzet. In de meeste steden en kantons werden de Fransen als bevrijders onthaald. In de meeste kantons was een oligarchie aan de macht. Bovendien waren de zogenaamde Untertanengebiete (Aargau, Thurgau, Tessin, Unterwallis/Bas-Valais) en tal van kleinere gemeentes eindelijk verlost van hun overheersers. Bormio, Chiavenna en Veltlin werden in 1797-1798 toegevoegd aan de Italiaanse Republiek Cisalpina.

Op 6 april 1798 vaardigde het (Franse) Directorium de Helvetische grondwet van de nieuwe eenheidsrepubliek uit:

Art. 1: De Helvetische Republiek is een ondeelbare staat. Er zijn geen grenzen meer tussen de kantons, art. 2: de totaliteit van de burgers is de soeverein. Art. 5: Er is geen erfelijke macht, geen rang en geen eretitel.

Alle kantons legden de eed op de Helvetische grondwet af. Alle kantons ? Nee, het kleine kanton Nidwalden verzette zich tegen de nieuwe grondwet en de eenheidsrepubliek. Het kanton moest de grondwet echter op 13 mei onder militaire dwang aanvaarden.

Op twee Landsgemeinden in augustus 1798 verhardde echter de weerstand. De burgers van het kanton zagen dat de soevereiniteit en onafhankelijkheid was bedreigd. De Landsgemeinde was een destijds unieke constructie van directe democratie van acht kantons.

De Franse troepen vielen op 9 september 1798 het kanton binnen. De burgers verzetten zich fel, maar de steden Stans en Stansstad vielen op dezelfde dag. Ongeveer 100 Nidwaldeners en evenveel Fransen verloren het leven en meer dan 300 Nidwaldeners stierven door de Franse wraak. Nidwalden werd opnieuw gedwongen, en nu met succes, de Grondwet te aanvaarden.

De gebeurtenissen van 9 september zijn verankerd in het collectieve geheugen van Nidwalden. De mensenrechten werden afgekondigd, maar met bruut geweld afgedwongen.

Johann Caspar Lavater, een dominee in Zürich, schreef naar aanleiding van de gebeurtenissen op 9 september 1798:

“Jullie Franken kwamen naar Zwitserland als rovers en tirannen. Je voerde oorlog tegen het land. We hoefden dus nooit blindelings te gehoorzamen, zoals we nu doen, in Zwitserse slavernij”.

(Ihr Franken kamet als Räuber und Tyrannen in die Schweiz. Ihr führtet Krieg gegen das Land. So mussten wir nie blindlings gehorchen wie jetzt, in der schweizerischen Sklavery”).

De Helvetische Republiek bleef tot 1803. Het verzet van bijna alle (oude) kantons en gemeenten was te groot. Welk kanton deed het juiste in 1798 ? In ieder geval was de Helvetische eenheidsgrondwet in Zwitserland niet houdbaar.

De nieuwe confederaties (Mediationssakte (1803), Bundesvertrag (1815) en tenslotte de Verfassung van 1848) vervolgden het eeuwenlange proces van Zwitserse staatsvorming.

(Bron en nadere informatie: Der Franzoseneinfall in Nidwalden, www.franzoseneinfall.ch, Nidwalder Museum, Stans).

Casaccia en de Via Panoramica

Het Italiaanstalige dorp Casaccia (Kanton Graubünden, Val Bregaglia) is voor het eerst vermeld rond 1160. Het ligt aan de voet van de Piz Lunghin op het kruispunt van twee belangrijke verbindingswegen, de ene naar het noorden over de Septimerpas (Il Settimo), de andere naar het Engadin en Oostenrijk over de Malojapas (Il Maloja).

Het dorp was een belangrijk centrum voor het verkeer van goederen en personen. De grote herenhuizen getuigen hier nog van. De herberg en het Hospiz met de naam ‘Cunvent’ waren de plaatsen voor rust, overnachtingen en het wisselen van paarden.

De kerk van San Gaudenzio is bekend sinds 830 en was gedurende de hele Middeleeuwen een bedevaartsoord.  In 1551 bekeerde het dorp zich tot de reformatie. De diensten werden in deze kerk tot 1742 gehouden.

De huidige gereformeerde kerk is in 1742 gebouwd op de fundamenten van een door een lawine verwoeste middeleeuwse kapel. De fundamenten van de kapel waren nog intact. Het is een klein barok gebouw bestaande uit een schip met twee traveeën en een koor met een vakwerkgewelf en drie hoge ramen.

Het dorp heeft een fraai uitzicht op de Albignadam- en stuwmeer in de bergen en is het begin van de fantastische wandelroute Via Panoramica.

Bergün, Holsboer, Räthische Bahn en UNESCO

Bergün (kanton Graubünden) wordt in 1209 voor het eerst in documenten vermeld. Bravuogn is de Romaanse naam. De pas over de Abula was in die tijd al een belangrijke noord-zuid verbinding.

De Romaanse toren stamt uit de 13e eeuw en is aan het begin van de 17e eeuw verbouwd.

Vanaf 1868 kon de route over de Albulapas door de aanleg van de nieuwe weg door postkoetsen worden gebruikt.

De Albula-spoorlijn, voltooid in 1903, bracht echter niet de verwachte gasten, zoals het kuurhotel Bergün (voltooid in 1906) had gehoopt. De spoorweg vervoerde de toeristen vooral sneller en comfortabeler over de pas naar Engadin en St. Moritz.

Mede daardoor kon het dorp zijn historische stadsbeeld grotendeels behouden en is het nu een van de mooiste dorpen van Zwitserland.

Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

Het verhaal van het UNESCO-Werelderfgoed van de Räthische Bahn doet het Albula spoorwegmuseum uit de doeken.

Willem-Jan Holsboer (1834-1898), Heimatmuseum Davos. Foto: Wikipedia

De Nederlander Willem-Jan Holsboer (1834-1898) blijft hier niet onvermeld. Hij was niet alleen de oprichter van het eerste kuuroord in Davos, maar ook de initiatiefnemer van de spoorwegverbinding Landquart-Davos, de latere Räthische Bahn.

(Bron: berguen-filisur.ch)

Oude smederij

De Rijnbrug van Rheinfelden

De eerste bruggen over de Hoogrijn, tussen het Bodenmeer en Straatsburg, werden door de Romeinen gebouwd. De Zähringers lieten in Rheinfelden de eerste houten Rijnbrug (die Rheinbrücke) bouwen, kort nadat de stad in het midden van de 12e eeuw was gesticht.

Het rotseiland in de Rijn vergemakkelijkte de oversteek van de Rijn en diende als een natuurlijke pijler voor de brugconstructie. Rheinfelden werd toen een belangrijk handels- en administratief centrum.

De brug is echter verschillende malen het slachtoffer geworden van overstromingen of werd verwoest in een oorlog. Dit gebeurde voor het eerst in 1445. De laatste houten, overdekte brug werd in 1807 gebouwd.

Het was het werk van de bruggenbouwer Blasius Balteschwier (1752-1832). Hij en zijn nakomelingen onderscheidden zich als bruggenbouwers van overdekte houten bruggen over de Rijn, de Limmat en de Aare. Sommige van hen bestaan nog steeds.

De houten overdekte brug bij Rheinfelden brandde echter op 12 juni 1897 af. De huidige boogbrug van beton en steen werd gebouwd in 1912. Op de grenslijn van de brug is in de borstwering een grenssteen met het wapenschild van Baden en Aargau aangebracht.

De brug is 147 meter lang, de vijf bogen zijn tussen 22 en 40 meter breed en hij is 10,5 meter diep. Vandaag symboliseert de brug de verbinding tussen Zwitserland en Duitsland, tussen het Zwitserse en het Duitse Rheinfelden.

Vermeldenswaard is de historie van Agnes van Rheinfelden (1065-1111), dochter van Rudolf van Rheinfelden (1025-1080) en vrouw van Hertog Bertold II  van Zähringen, Hertog van Schwaben (1050-1111).

Rudolf verloor in 1080 niet alleen een veldslag, maar ook een hand, zijn leven en een tevergeefs begeerde kroon. Agnes stichtte te zijner nagedachtenis het klooster St. Peter in het Zwarte Woud in Duitsland. Dit klooster werd de laatste rustplaats van de Zähringer. De sculptuur van Agnes, de verloren kroon en hand op het rotseiland symboliseren deze historie.

Congres Zwitsers in het buitenland

Het 98e congres van de Zwitsers in het buitenland (Congrès des Suisses de l’étranger/ Auslandschweizer- Kongress) wordt van 19 tot 21 augustus in Lugano gehouden. De thema’s zijn globalisering, migratie, gegevensbescherming, digitalisering, democratie, de rechtsstaat en de Covid 19-pandemie en mogelijke toekomstige pandemieën.

Hoe reageert het democratische systeem van Zwitserland op de huidige uitdagingen? Wat is de behoefte aan hervorming? Hoe kan het unieke democratische systeem van het land hier op reageren, terwijl het in toenemende mate wordt blootgesteld aan supranationale politieke, economische en financiële krachten?

Persoonlijkheden uit de politiek, het bedrijfsleven en de academische wereld discussiëren hierover en geven beschouwingen over deze en vele andere vragen.

(Weitere informationen: www.swisscommunity.org)

Koptisch textiel

De Late Oudheid speelde zich in de vierde tot de zesde eeuw en de overgang van het  Romeinse Rijk en de grote volksverhuizingen en de opkomst van het Christendom.

Vanaf keizer Augustus (63 v.C.-14 n.C.) tot de 5e eeuw was het Rijk politiek, juridisch en sociaal verenigd. Cultureel was het Rijk echter geen eenheid, hoewel het Romeins-Latijnse element de toon aangaf.

In het Oosten was de Grieks-Hellenistische cultuur doorslaggevend. Ook de culturen van het Nabije Oosten wonnen aan belang binnen en buiten het rijk vanaf de tweede eeuw n. Chr.

De Constitutio Antoniniana van keizer Caracalla in 212 (volgens welke alle inwoners van het Romeinse Rijk tot Romeinse burgers werden gemaakt) stemde overeen met de uitwisseling van alle nationaliteiten en culturele krachten.

In deze tijd brak ook het christendom door in het Romeinse Rijk. Hoe meer de oude culturele krachten plaats maakten voor buitenlandse invloeden, des te meer brokkelde de uniformiteit af.

In de loop van de 5e en 6e eeuw vond er een renaissance plaats van het Egyptische nationale bewustzijn, die ook leidde tot de nieuwste vorm van de Egyptische taal en cultuur, het Koptisch.

Zoals overal in de Oude Wereld heeft Rome de Griekse (resp. hellenistische en ptolemeïsche) cultuur voortgezet en doorgegeven. De Grieken hadden eerder de cultuur van de Farao’s verdreven.

De Arabieren maakten in 639 voorgoed een einde aan de Romeins-Griekse (Byzantijnse) cultuur in het Midden-Oosten. Een antichristelijke houding werd merkbaar en in de negende eeuw waren de meeste Egyptenaren Moslim.

De Christelijke Koptische kunst bleef echter behouden. Een aantal gewaden met figurale en decoratieve motieven is te zien in het Reto-Romaans Museum in Chur. Deze  gewaden gedateerd op de periode van de derde tot de twaalfde eeuw.

De tendens naar oriëntaalse geometrische voorstellingen, die na de Arabische invasie van de Islam toenam, werd gevolgd door afbeeldingen uit het Oude en Nieuwe Testament, scènes en individuele figuren uit de Griekse mythologie en Byzantijnse motieven. Deze complexiteit en vermenging  van culturen en religieuze motieven is het kenmerkend voor de kunst van de Kopten.

(Bron: I.R. Metzger, Koptische Textielen, Chur 1999).

Gempen en haar natuur

Op de hoogvlakte van Gempen en Hochwald (kanton Solothurn) is de natuur afwisselend en de Jura op zijn best. Alleen de beekjes en vennetjes ontbreken, die elders in de Jura zo rijkelijk aanwezig zijn.

Gempen. Foto: TES

De streek is vooral bekend vanwege haar fruitbomen, loof-en naaldwoud en vele weides, rotspartijen en uitzicht op de Alpen.

De historie van Gempen is even afwisselend als haar natuur. De Keltische stam van Rauraken bewoonde dit gebied en ook zij trok naar Bibracte om in 58 v. Chr. door Caeser vernietigend verslagen te worden. In de Romeinse tijd was er een weg naar het nabijgelegen Augusta Raurica aan de Rijn. Gempen is afgeleid van de Latijnse naam campanus (veld of vlakte).

De Alemannen vielen rond 270 v. Chr. het gebied binnen en na het vertrek van de Romeinen (410 n. Chr.) was het Alemannisch gebied. Daarna volgden de Franken (Merovingers en Karolingers), het Heilige Roomse Rijk, de bisschop van Bazel en de stad Bazel.

Solothurn verwierf het dorp en de streek na de Schwabenkrieg van 1499. Gempen wisselde in 1526 van geloof om na de Kappelerkrieg van 1531 weer tot het katholicisme van het kanton Solothurn terug te keren.

Dornach regeerde met een voogd over het dorp. Deze voogd zetelde in het kasteel Dorneck. De Franse inval van 1798 betekende het einde van het kasteel en de voogdij van Dornach. De ruïnes van het eens machtige kasteel zijn prominent aanwezig.

Het laatste wapenfeit van Gempen was de Sonderbundskrieg van 1847. Vijf mannen vochten aan de zijde van Solothurn tegen de protestante Confederale kantons. Allen overleefden deze korte oorlog. In de Tweede Wereldoorlog was de vlakte van groot strategisch belang. De divisie Gempen was er gelegerd, maat tot vijandelijkheden kwam het niet.

Het dorp is tegenwoordig een welvarende gemeente met Sonnhalde als belangrijkste blikvanger. Sonnhalde is een instelling voor kinderen, jeugdigen en volwassenen met een verstandelijke beperking.

Bron en verdere informatie: Gemeinde Gempen Solothurn CH.

Der Gempenturm

Lousonna en Lausanne

De kleine Gallo-Romeinse nederzetting Lousonna, gelegen aan de oevers van het Meer van Genève, Lacus Lemanus, telde 1500 tot 1200 inwoners, voornamelijk handelaren, vissers en ambachtslieden. Haar commerciële bloei was te danken aan de ligging tussen het meer en de verbindingswegen over land tussen de Rijn en de Rhône.

Van het einde van de 1e eeuw v. Chr. tot de 4e eeuw n. Chr. ontwikkelde Lousonna zich gestaag onder invloed van het Romeinse Rijk en de romanisering. Met zijn grid plan van de stad, stadsvilla’s, ambachtswijken, heiligdommen, forum, theater en andere openbare gebouwen, is de stad een typisch voorbeeld van het Romeinse model.

In de 4e eeuw werd de plaats aan de oever van het meer verlaten ten gunste van de hoger gelegen heuveltop, waar de middeleeuwse en moderne stad Lausanne zich ontwikkelde.

(Bron en verdere informatie: Musée romain de Lausanne Vidy)

Een Zwitserse held

Een 22-jarige Zwitser probeerde Adolf Hitler (1889-1945) in november 1938 om het leven te brengen.

Maurice Bavaud (1916-1941) is geboren in Neuchâtel. Na zijn voortijdige vertrek uit het seminarie van de Congrégation du Saint-Esprit in Frankrijk – hij wilde priester worden – keerde hij in 1938 naar Zwitserland terug.

Maurice Bavaud (1916-1941). Foto: wikipedia

Hoewel diep gelovig katholiek in het Calvinistische Neuchâtel, ontkiemde in zijn geest het idee om Adolf Hitler, die hij als een gevaar voor de mensheid beschouwde, te doden.

Hij kocht een revolver en munitie in Bazel en ging vervolgens naar München, waar op 9 november 1938 de mislukte couppoging van 9 november 1923 werd herdacht.

De Führer was hierbij altijd aanwezig, als een van de organisatoren van de coup destijds. Overigens ontsnapte hij bij deze poging al aan de dood. Diverse coupplegers kwamen om het leven bij de gevechten in de stad.

Maurice deed zich voor als een fanatiek aanhanger van de Führer en kon op de eerste rij van het podium plaatsnemen.

Toen de Führer passeerde, werd hij omringd door vele leden van zijn Partij. Het enthousiasme was zo groot dat vele gestrekte  rechterarmen het schootsveld belemmerden.

In de voorafgaande weken had de man uit Neuchâtel al verschillende malen geprobeerd dicht bij de Führer te komen om hem neer te schieten, maar nooit dicht genoeg of op het juiste moment.

Ontmoedigd nam hij de trein naar Parijs. Hij werd in de trein gearresteerd. Eind 1939 veroordeelde het beruchte Volksgerechtshof hem ter dood. Op 14 mei 1941 is het vonnis in Berlijn voltrokken.

Het enige dat voor mij telt is de onsterfelijkheid van de ziel.

(La seule chose qui m’importe, c’est l’immortalité de l’âme).

Deze zin staat te lezen aan de voet van het monument dat op 13 mei 2011 ter nagedachtenis van Maurice Bavaud is opgericht in het park van het Laténium in Hauterive (kanton Neuchâtel).

Een jaar later, op 8 november 1939, deed de moedige George Elser (1903-1945) een nieuwe poging in de Bürgerbräukeller in München. De bom ontplofte inderdaad, maar de Führer had de bijeenkomst vroeger dan verwacht verlaten: de mistige weersomstandigheden maakten het onmogelijk om het vliegtuig naar Berlijn te nemen, de Führer nam in de plaats de trein en vertrok een uur vroeger dan gepland.

 

Muziekstad Bazel

Bazel heeft een eeuwenoude muziektraditie. De muziektheorie en composities van Bonifacius Amerbach (1495-1562), onder andere de Codex Amerbach waren toonaangevend in de zestiende eeuw.

Deze homo universalis was daarnaast kunstverzamelaar,  rechtsgeleerde, humanist en bovenal een vriend en tijdgenoot van Erasmus van Rotterdam (1469-1536) die lange tijd in Bazel woonde, werkte en publiceerde en uiteindelijk overleed.

Hans Holbein de Jongere (1496-1543), Bonifacius Amerbach, 1519. Collectie Kunstmuseum Basel. Foto: TES.

De katholieke Erasmus is 1536 egraven in de vanaf 1529 protestante kathedraal. De collectie Amerbach is tevens het eerste officieuze museum ter wereld. Bazel maakte deze grote collectie toegankelijk voor het publiek in het midden van de zeventiende eeuw. Uit deze collectie zijn in de negentiende eeuw het Kunstmuseum Basel en het Oudheidkundig museum Basel voortgekomen.

Muziek zit in het DNA van Bazel.

Hiervan getuigen niet alleen diverse instrumentale en vocale toporkesten, koren en andere ensembles, maar ook de brede muzikale vorming van de inwoners. Naar schatting spelen ongeveer 15 000 inwoners de piccolo en vele duizenden van jongsaf aan de tamboerijn en andere instrumenten. Het is geen toeval dat het innovatieve kamerorkest in 1926 in Bazel het daglicht zag.

Zelfs een uitbundig feest zoals het Carneval, Fasnacht in Bazel (en Duitstalig Zwitserland), of een wijnfeest, bijvoorbeeld het Fête des Vignerons in Vevey, is een combinatie van diverse kunsten, ballet, maskerades, choreografie, muzikaal en vocaal. Theater Fauteuil en de vereniging Charivari zijn begrippen in Bazel en Zwitserland.

De Tattoo in Bazel sluit aan bij deze traditie. Deze van oorsprong militaire samenkomst van legerbands, is in Bazel verrijkt met oogstrelende dansuitvoeringen, zang, cultuur, kostuums en dialoog met het publiek. Zelfs het loflied op de koe Le Ranz des Vaches ontbreekt niet. In Zwitserland staan de boer en zijn koeien in hoog aanzien, zelfs in de grote steden.

Wat de Tattoo, het Fête des Vignerons en de Fasnacht verder gemeen hebben is de ingetogen, vrolijke en ontspannen sfeer zonder noemenswaardige incidenten. Ter indicatie, ruim een miljoen bezoekers kwamen van 18 juli tot en met 8 augustus 2019 naar Vevey (kanton Vaud) om daar de voorstellingen in de tijdelijke arena (met twintigduizend zitplaatsen) te bezoeken.

Er is veel wijn gedronken, tot in de late uurtjes, en uit glazen. De Fasnacht is een ander soort evenement, maar het verloop is identiek.

De Tattoo is eveneens een hoogstaand, vrolijk en ingetogen festijn met honderdduizenden bezoekers. Hieronder volgt een impressie van de première op 15 juli jongstleden. Het evenement vindt plaats in de Arena bij het oude kloostercomplex Klingental en de Kazerne in Bazel.

Impressie van de première van de Tattoo Basel op vrijdag 15 juli 2022 en van de parade door de stad op 16 juli.