Inleiding
Zwitserland is een van de meest innovatieve, geglobaliseerde en kosmopolitische landen ter wereld. Het beeld van een eiland in het midden van Europa of de Europese Unie klopt niet, noch vandaag, noch gisteren. In diverse opzichten is het echter wel een monetaire, democratische, sociale en maatschappelijke oase.
Zwitserland en zijn ondernemers verlenen diensten, bemiddelen, exporteren, importeren en produceren al eeuwenlang tussen wereld- en Europese metropolen, waarbij grondstoffen, kennis, diensten, kapitaal en arbeid circuleren.
Zwitserland en Nederlands-Indië
Het is geen toeval dat de Nederlandse multinational DSM (De Staats Mijnen) samen met de veel kleinere Zwitserse onderneming Firmenich verdergaat als de Zwitserse onderneming DSM- Firmenich. Reeds in 1907 waren vele Zwitserse geologen, landmeters, ingenieurs en scheikundigen in dienst van de grote Nederlandse aardoliemaatschappij B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij), het latere Shell.
Dus ook zonder kolonies (met één uitzondering in Algerije (Swiss Spectator 19 oktober 2021, De enige en eerste Zwitserse kolonie) was Zwitserland tijdens het kolonialisme betrokken bij handelsbetrekkingen en zakendoen. Niet alleen in Azië, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika (in Suriname, bijvoorbeeld, is de familie DuPeyrou uit Neuchâtel vermeldenswaard).
Sinds de 17e eeuw zijn de Zwitsers overzee getrokken als huurlingen in koloniale legers of tewerkgesteld in internationale handelsmaatschappijen, als kooplieden, missionarissen of consultants.
Toen Nederland in 1870 een gebied in Sumatra (het voormalige Nederlands-Indië, sinds december 1949 Indonesië) openstelde voor Europese investeerders, waren Zwitsers de eersten die van de gelegenheid gebruik maakten.
In de daaropvolgende zeventig jaar, tot aan de Tweede Wereldoorlog, werkten tussen 500-700 Zwitsers en hun gezinnen op de plantages in Sumatra, als landgoedeigenaren, plantagebeheerders of assistenten.
De plantage-eigenaars verbouwden tabak, koffie, thee en, toen al, palmolie.
Duizenden contractarbeiders werkten onder zeer precaire omstandigheden op de plantages, om het bos vrij te maken en wegen aan te leggen of als veiligheidsagenten. De sultans van de regio waren absolute heersers in de vele kleine sultanaten en heersten over de bevolking, vaak wreder dan de plantage-eigenaars.

Patumbah ligt op Sumatra
De tentoonstelling “Patumbah ligt op Sumatra” in het Zwitsers Erfgoedcentrum (Heimatschutzzentrum)in Zürich is gewijd aan deze geschiedenis op een feitelijke en objectieve manier, aan de hand van de (levens) verhalen van verschillende families.
Carl Fürchtegott Grob en Hermann Näher werkten in 1869 eerst op de plantage Helvetia van Albert Breker, een van de eerste plantages in de regio van het Sultanaat Deli op Oost-Sumatra. In 1871 pachtten zij land van de sultan van Serdang en openden een plantage. In de daaropvolgende jaren breidden zij uit en beheerden uitendelijk zes plantages, waaronder de Patumbah-plantage. Met zijn vierduizend werknemers (of koelies) was de firma Näher & Grob een van de belangrijkste op Sumatra. Als rijk man keerde Grob in 1879 terug naar Zürich en bouwde hij in 1885 de Villa Patumbah.

Zürich, Villa Patumbah. Foto TES
Karl Krüsi uit Appenzell reisde in 1873 naar Sumatra en opende zijn plantage in 1881. In 1893 keerde hij terug naar Zwitserland en kocht een villa in Zürich, die hij Villa Sumatra noemde. Dankzij haar heeft Zürich een Sumatra straat.
Deze “expats” waren ook bekwame en getalenteerde ondernemers, en niet alleen de (anachronistische) uitbuiters. Krüsi schreef later in zijn levensloop:
“van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht werkte ik als een pakezel, maar ik zag ook dat de oogst zich van dag tot dag prachtiger ontwikkelde”. (von früh bis in die tiefe Nacht arbeitete ich nun wie ein Lastgaul, sah aber auch, wie sich die Ernte von Tag zu Tag prächtiger cultivierte).
Ferdinand Tritschler, een inwoner van Zürich, woonde van 1881 tot 1892 op Sumatra. Hij trouwde in 1889 met Lina Beck. De brieven in de nalatenschap van het echtpaar geven een goed inzicht in het leven van Europeanen en vrouwen in het bijzonder, van wie er overigens tot 1900 slechts enkelen in Sumatra waren.
De broers Fritz en Carl Alphons Meyer zijn twee andere Sumatra-Zwitsers. Zij behoorden tot de tabakspioniers op Sumatra en kochten en bewoonden na hun thuiskomst een villa in Zürich.
In 1886 richtten de Zwitsers in Oost-Sumatra de “Schweizer Verein Deli-Sumatra” op. De vereniging heeft 50 jaar bestaan en bereikte haar hoogtepunt in 1920 met 150 leden.
De brieven, fotoalbums, dagboeken, archieven en deze vereniging zijn belangrijke getuigenissen van dit koloniale verleden van Zwitserse burgers. De tentoonstelling illustreert deze geschiedenis zonder te moraliseren. Maar ook Zwitsers hebben het kolonialisme vorm gegeven en er hun voordeel mee gedaan. Dit besef maakt deel uit van het huidige postkoloniale discours in Zwitserland.
Bron en nadere informatie: www.heimatschutzzentrum.ch; Heimatschutzzentrum, Patumbah liegt auf Sumatra, Zürich,2022).

















