De Sumatra-Zwitsers

Inleiding

Zwitserland is een van de meest innovatieve, geglobaliseerde en kosmopolitische landen ter wereld. Het beeld van een eiland in het midden van Europa of de Europese Unie klopt niet, noch vandaag, noch gisteren. In diverse opzichten is het echter wel een monetaire, democratische, sociale en maatschappelijke oase.

Zwitserland en zijn ondernemers verlenen diensten, bemiddelen, exporteren, importeren en produceren al eeuwenlang tussen wereld- en Europese metropolen, waarbij grondstoffen, kennis, diensten, kapitaal en arbeid circuleren.

Zwitserland en Nederlands-Indië

Het is geen toeval dat de Nederlandse multinational DSM (De Staats Mijnen) samen met de veel kleinere Zwitserse onderneming Firmenich verdergaat als de Zwitserse onderneming DSM- Firmenich. Reeds in 1907 waren vele Zwitserse geologen, landmeters, ingenieurs en scheikundigen in dienst van de grote Nederlandse aardoliemaatschappij B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij), het latere Shell.

Dus ook zonder kolonies (met één uitzondering in Algerije (Swiss Spectator 19 oktober 2021, De enige en eerste Zwitserse kolonie) was Zwitserland tijdens het kolonialisme betrokken bij handelsbetrekkingen en zakendoen. Niet alleen in Azië, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika (in Suriname, bijvoorbeeld, is de familie DuPeyrou uit Neuchâtel vermeldenswaard).

Sinds de 17e eeuw zijn de Zwitsers overzee getrokken als huurlingen in koloniale legers of tewerkgesteld in internationale handelsmaatschappijen, als kooplieden, missionarissen of consultants.

Toen Nederland in 1870 een gebied in Sumatra (het voormalige Nederlands-Indië, sinds december 1949 Indonesië) openstelde voor Europese investeerders, waren Zwitsers de eersten die van de gelegenheid gebruik maakten.

In de daaropvolgende zeventig jaar, tot aan de Tweede Wereldoorlog, werkten tussen 500-700 Zwitsers en hun gezinnen op de plantages in Sumatra, als landgoedeigenaren, plantagebeheerders of assistenten.

De plantage-eigenaars verbouwden tabak, koffie, thee en, toen al, palmolie.

Duizenden contractarbeiders werkten onder zeer precaire omstandigheden op de plantages, om het bos vrij te maken en wegen aan te leggen of als veiligheidsagenten. De sultans van de regio waren absolute heersers in de vele kleine sultanaten en heersten over de bevolking, vaak wreder dan de plantage-eigenaars.

Patumbah ligt op Sumatra

De tentoonstelling “Patumbah ligt op Sumatra” in het Zwitsers Erfgoedcentrum (Heimatschutzzentrum)in Zürich is gewijd aan deze geschiedenis op een feitelijke en objectieve manier, aan de hand van de (levens) verhalen van verschillende families.

Carl Fürchtegott Grob en Hermann Näher werkten in 1869 eerst op de plantage Helvetia van Albert Breker, een van de eerste plantages in de regio van het Sultanaat Deli op Oost-Sumatra. In 1871 pachtten zij land van de sultan van Serdang en openden een plantage. In de daaropvolgende jaren breidden zij uit en beheerden uitendelijk zes plantages, waaronder de Patumbah-plantage. Met zijn vierduizend werknemers (of koelies) was de firma Näher & Grob een van de belangrijkste op Sumatra. Als rijk man keerde Grob in 1879 terug naar Zürich en bouwde hij in 1885 de Villa Patumbah.

Zürich, Villa Patumbah. Foto TES

Karl Krüsi uit Appenzell reisde in 1873 naar Sumatra en opende zijn plantage in 1881. In 1893 keerde hij terug naar Zwitserland en kocht een villa in Zürich, die hij Villa Sumatra noemde. Dankzij haar heeft Zürich een Sumatra straat.

Deze “expats” waren ook bekwame en getalenteerde ondernemers, en niet alleen de (anachronistische) uitbuiters. Krüsi schreef later in zijn levensloop:

“van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht werkte ik als een pakezel, maar ik zag ook dat de oogst zich van dag tot dag prachtiger ontwikkelde”. (von früh bis in die tiefe Nacht arbeitete ich nun wie ein Lastgaul, sah aber auch, wie sich die Ernte von Tag zu Tag prächtiger cultivierte).

Ferdinand Tritschler, een inwoner van Zürich, woonde van 1881 tot 1892 op Sumatra. Hij trouwde in 1889 met Lina Beck. De brieven in de nalatenschap van het echtpaar geven een goed inzicht in het leven van Europeanen en vrouwen in het bijzonder, van wie er overigens tot 1900 slechts enkelen in Sumatra waren.

De broers Fritz en Carl Alphons Meyer zijn twee andere Sumatra-Zwitsers. Zij behoorden tot de tabakspioniers op Sumatra en kochten en bewoonden na hun thuiskomst een villa in Zürich.

In 1886 richtten de Zwitsers in Oost-Sumatra de “Schweizer Verein Deli-Sumatra” op. De vereniging heeft 50 jaar bestaan en bereikte haar hoogtepunt in 1920 met 150 leden.

De brieven, fotoalbums, dagboeken, archieven en deze vereniging zijn belangrijke getuigenissen van dit koloniale verleden van Zwitserse burgers. De tentoonstelling illustreert deze geschiedenis zonder te moraliseren. Maar ook Zwitsers hebben het kolonialisme vorm gegeven en er hun voordeel mee gedaan. Dit besef maakt deel uit van het huidige postkoloniale discours in Zwitserland.

Bron en nadere informatie: www.heimatschutzzentrum.ch; Heimatschutzzentrum, Patumbah liegt auf Sumatra, Zürich,2022).

The Villa Patumbah en Sumatra

Carl Fürchtegott Grob-Zundel (1830-1893) liet in 1883-1885 de Villa Patumbah en een koetsiershuis in historistische stijl bouwen. In 1890 is het park door de landschapsarchitect Evariste Mertens (1846-1907) uitgebreid in de stijl van een Engelse landschapstuin.

Een fontein, bloemperken, beeldhouwwerken en een tuinpaviljoen sieren het gebied bij de villa. Het pand was van 1911 tot 1976 een bejaardentehuis.

De villa herbergt tegenwoordig  het Zwitsers Erfgoedcentrum (Heimatschutzzentrum).  Op de begane grond is de historie van de villa te zien.

De permanente tentoonstelling belicht het thema van de bouwcultuur vanuit drie verschillende invalshoeken. Het gaat over de veranderingen in het landschap, over architectuur en architectonische monumenten.

De tijdelijke tentoonstelling behandelt de geschiedenis van de Villa Patumbah en richt zich op de koloniale banden van de bouwer Carl F. Grob in Zuidoost-Azië, in het voormalige Nederlands-Indië om precies te zijn.

Het toont  “Patumbah ligt op Sumatra” . De teksten zijn In het Duits en Frans beschikbaar met een Engelse hand-out.

De villa is vernoemd naar de plaats op Sumatra waar Grob zijn vermogen als plantagebezitter heeft verdiend. De tentoonstelling toont de betrokkenheid van Zwitserse bij deze koloniale historie.

(Bron en verdere informatie: www.heimatschutzzentrum.ch).

De kruisgang van zu Allerheiligen

Het klooster zu Allerheiligen in Schaffhausen is in 1049 gesticht. Het was gewijd aan de Heiland, het Heilig Kruis, de Moeder Gods Maria en alle heiligen.

De grootste kruisgang in Zwitserland is in de 12e eeuw gebouwd. De kruisgang was aanvankelijk geheel Romaans. De zuidkant werd in de 15e eeuw echter in de gotische stijl herbouwd; de westkant, die niet bewaard is gebleven, had waarschijnlijk ook een gotische renovatie ondergaan.

De kruisgang is in 1902 ingrijpend gerenoveerd in de Romaanse stijl. De kloostertuin diende van 1582 tot 1874 als begraafplaats voor de regimentsfamilies van Schaffhausen.  Meer dan vijftig Epitafen herinneren daaraan.

De kruisgang maakt tegenwoordig deel uit van het museum zu Allerheiligen.

(Bron en nadere informatie:  Museum zu Allerheiligen Schaffhausen)

De Chinese tuin van Zürich

De Chinese tuin (Chinagarten) is een geschenk van de Chinese zusterstad Kunming aan de inwoners van Zürich. De tuin is geopend in 1994.

Het behoort tot de groep van tempeltuinen en is een van de hoogst aangeschreven tuinen buiten China. De tuin is een verkenning van een van de hoofdthema’s van de Chinese cultuur, de “Drie Vrienden in de Winter”: de den, de bamboe en de winterpruim, die samen het koude seizoen trotseren.

Gelegen midden op de prachtige promenade langs het meer van Zürich, is er een afhaalrestaurant voor Chinese specialiteiten en een locatie voor evenementen.

(Bron en nadere informatie: China Garden (China Garten (chinagarten-zuerich.ch)

 

Patek Philippe Museum

Het Patek Philippe Museum in Genève is in november 2001 geopend. Het museum herbergt een van ’s werelds grootste en meest prestigieuze horlogecollecties.

Met zo’n 2.500 horloges en aanverwante voorwerpen biedt het een reis door vijf eeuwen Geneefse, Zwitserse en Europese horlogeindustrie, of beter gezegd kunst, en tevens een uitgebreid overzicht van de productie van Patek Philippe sinds 1839.

Het museum toont vijf eeuwen erfgoed, inclusief de veelal magnifieke decoratieve kunsten die traditioneel met de horlogerie verbonden zijn, zoals graveren, emailleren, edelsteenzetting en guilloché.

De collectie is verdeeld in twee delen: een reis door de geschiedenis van het mechanische draagbare horloge, van zijn oorsprong in de 16e eeuw tot aan het begin van de 19e eeuw, en een rondgang langs de mooiste creaties van Patek Philippe vanaf 1839 tot heden.

Een bibliotheek met meer dan 8000 boeken is gewijd aan de horlogerie en aanverwante takken en is toegankelijk voor het publiek.

(Bron en meer informatie: www.patek.com/museum).

 

Romaanse kunst in de Elzas

De Elzas in Frankrijk kent een specifieke Romaanse kunst uit de elfde tot en met de dertiende eeuw. Zij verschilt weliswaar van de Romaanse kunst in de aangrenzende regio’s van Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, maar toont ook veel overeenkomsten.

De Elzas ligt in het gebied van de Bovenrijn en is altijd een kruispunt geweest  van de Latijnse en de Germaanse cultuur. Dit blijkt ook uit de invloeden van Lombardije en andere Italiaanse gebieden, de Bourgogne, Auvergne en andere regio’s in Frankrijk, De rijnstreek en het zuiden van Duitsland en het noordwesten van Zwitserland.

Na de deling van het Karolingische Rijk in 843 (Verdrag van Verdun) maakte de Elzas aanvankelijk deel uit van het Middenrijk, dat zich uitstrekte van het huidige Nederland tot gebieden in Italië. Dit koninkrijk was geen lang leven beschoren en werd op zijn beurt weer opgedeeld. De Elzas viel vanaf ongeveer 865 onder verschillende Frankische en Duitse koningen.

De laatste Karolingers werden opgevolgd door de koningen en keizers (vanaf 962)  van het Heilige Roomse Rijk: de Ottonen (919-1024), de Saliërs (1024-1125) en vervolgens de Hohenstaufen (1138-1250).

Abdij Ottmarsheim. Photo: TES

De eerste romaanse kunst in de Elzas stamt uit de elfde eeuw, aan het einde van de heerschappij van de Ottonen. De architectuur uit deze tijd getuigt nog van de Karolingische traditie (bijvoorbeeld in Ottmarsheim, Epfig, Saint-Ulric d’Avolsheim, Dompeter, Altenstadt of Hohatzenheim). Vooral het octogonale interieur van de abdijkerk van Ottmarsheim lijkt als twee druppels water op de Dom van Aken, gebouwd door Karel de Grote (747-814) tussen 796 en 804.

De twaalfde eeuw en het eerste kwart van de 13e eeuw zijn de Gouden Eeuw van de Romaanse kunst in de Elzas. Dit hoogtepunt  viel samen met de heerschappij van de Hohenstaufen, vooral tijdens Frederik I, beter bekend als Frederik Barbarossa (1122-1190).

La Route Romane d’Alsace (De Route van de Romaanse kunst in de Elzas)  heeft tot doel deze kunst en het culturele erfgoed onder de aandacht te brengen. De route bestrijkt de hele regio en omvat meer dan 120 plaatsen.

Deze route toont de originele Romaanse stijl van de Elzas en tevens de uitwisseling met bovengenoemde regio’s.

(Bron en verdere informatie: www.route-romane-alsace.fr).

Natuurpark Schaffhausen

In totaal 15 gemeenten in de regio Schaffhausen (13 gemeenten in het kanton) en Duitsland (de 2 gemeenten Jestetten en Lottstetten) hebben zich verenigd in het regionale natuurpark Schaffhausen in de regio Klettau. Het is daarmee het eerste grensoverschrijdende park van Zwitserland.

Kanton Schaffhausen ligt voor het allergrootste deel ten noorden van de Rijn. Alleen kanton Basel-Stadt kent een soortgelijke situatie met Klein-Basel en de gemeentes Riehen en Bettingen aan de rechterrijnoever.

De heuvels en bergen (het hoogste punt is 900 meter), de uitgestrekte wijngaarden en landbouwgebieden, de bossen, de typische dorpjes en de Rijn geven de regio en het park een unieke diversiteit. Het park is het enige grensoverschrijdende natuurpark in Zwitserland.

De oppervlakte bedraagt 209 m2 met 26.000 inwoners in het parkgebied.

(Bron en nadere informatie: www.naturpark-schaffhausen.ch).

Eureka in Zürich

Jean Tinguely (1925-1991) creëerde de grote kinetische sculptuur “Heureka” van ijzeren staven, stalen wielen, metalen pannen en buizen in 1964 voor de Nationale Tentoonstelling in Lausanne.

De titel moet ironisch worden opgevat, want de sculptuur is een machine zonder doel. Zijn stationaire machines zijn allegorieën van de consumptie- en industriële maatschappij, die zichzelf uitput eindigt in absurditeit.

Het was Tinguely’s eerste publieke werk. De machine is nog steeds in werking. Van april tot half oktober rijdt hij drie keer per dag, telkens 8 minuten.

(Bron en nadere informatie: www.zuerich.com)

Regio Basiliensis en de Oberrhein

Nog een jaar, dan viert de Vereniging Regio Basiliensis in 2023 als een van de eerste grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden in Europa haar zestigjarig bestaan.

Vereniging Regio Basiliensis

De Vereniging met ongeveer 400 leden is niet alleen een succesvolle pionier van grensoverschrijdende samenwerking, maar onderscheidt zich ook door een politiek en institutioneel kader.

Dit komt onder andere tot uitdrukking in de Oberrheinkonferenz, de Oberrheinrat en de Duitse, Franse, Zwitserse Regierungskommission (zie voor verdere informatie over de Vereniging: www.regbas.ch).

Algemene Leden Vergadering

Op 3 mei jongstleden kwam de Vereniging bijeen voor haar 59e Algemene Leden Vergadering (ALV) in Bad Bellingen (Baden-Württemberg). Tijdens de vergadering is uitgebreid stilgestaan bij  digitalisering, een geïntegreerde arbeidsmarkt, op elkaar afgestemde en erkende onderwijscurricula en de demografische ontwikkeling in de Bovenrijnregio (Oberrheinregio).

De Corona-pandemie heeft aangetoond hoe belangrijk afspraken en samenwerking in grensoverschrijdende regio’s zijn. De handhaving en verbetering van de huidige grote attractiviteit voor wonen en werk in de Bovenrijnregio zijn hiervan afhankelijk.

Actiepunten  

Een onderzoek van de Vereniging in samenwerking met het economische onderzoeksbureau BAK AG (Wirtschaftsforschungs- und Beratungsinstitut BAK Economics AG) lag aan de paneldiscussie van de bijeenkomst ten grondslag. Dit rapport is de derde in een reeks van “Arbeitsmarkt am Oberrhein’.

Met name de wederzijdse erkenning van diploma’s en het onderling afstemmen van onderwijsprogramma’s, de voorbereiding op het digitale tijdperk, de beheersing van talen, projecten om inwoners en met name jongeren grensoverschrijdend te laten werken en goed openbaar vervoer kwamen telkens weer naar voren als belangrijke punten van aandacht. De toenemende krapte op de arbeidsmarkt, het klimaat en de demografische ontwikkeling maken dit tot een actueel thema.

Verschillen tussen de regio’s

Het rapport toon het verschil tussen de diverse gebieden in de Bovenrijn: de Elzas, Baden, het zuidelijke deel van Rheinland-Pfalz (Südpfalz) en Noordwest-Zwitserland. De regio’s verschillen onder andere in industriële en economische ontwikkeling, innovatie en onderzoek, werkloosheid, digitalisering en (toekomstige) krapte op de arbeidsmarkt.

Noordwest-Zwitserland (de kantons Solothurn, Aargau, Basel-Stadt, Basel-Landschaft en Jura) telt ongeveer 1.5 miljoen, Elzas 1.8 miljoen, Baden 2.5 miljoen en de Südpfalz ongeveer 0.3 miljoen inwoners (totaal ruim 6.1 miljoen).

Noordwest-Zwitserland is de banenmotor en kampioen patenten, economische groei, innovatie en inkomensgroei met Baden als een sterke tweede.

De Bovenrijn en de Europese Unie

Deze feiten plaatsen ook de discussies over de (afgebroken) onderhandelingen met de Europese Unie in het kader van het Institutionele verdrag (Rahmenabkommen/Accord cadre) en de daaropvolgende sancties tegen Zwitserland in perspectief. Tijdens de vergadering is niet ingegaan op de relatie met de Europese Unie.

De volgende opmerkingen zijn geen verslag van de bijeenkomst en zijn zeker niet het standpunt van de Vereniging. Het is echter wel belangrijk dat ze aan de orde komen.

Het is immers veelbetekenend dat de Minister-President van Baden-Württemberg zich in Brussel en Berlijn actief inzet om deze sancties op te heffen.

Börzenäquivalenz

Afgezien van compromisbereidheid aan beide kanten zijn er kanttekeningen te plaatsen bij de (illegale) sancties. De Europese Commissie heeft Zwitserland in de eerste plaats de toegang ontzegd om, kort gezegd, direct deel te nemen aan de Europese beurzenhandel (de zogenaamde Börzenäquivalenz).

Hoewel aandelenhandel bij uitstek het kenmerk is van de vrije markt en niets te maken heeft met politiek of verdragen tussen landen of internationale organisaties, ontzegt de EU Zwitserland, wat ze wel toestaat aan, bijvoorbeeld, Columbia, Singapore, Australië, Zuid-Afrika of Argentinië.

Europees onderzoeksprogramma Horizon

Het tweede punt is het Europese onderzoeksprogramma Horizon. Het is een feit dat Zwitserland een van de meest innovatieve landen met de beste onderzoekscentra en wetenschappers ter wereld is. Hoewel dit programma ook niets met het Rahmenabkommen te maken heeft en Zwitserland inhoudelijk en financieel de meest betrouwbare partner is, sluit de EU haar uit. Zelfs tijdens het communisme waren er vele wetenschappelijke samenwerkingsverbanden tussen Oost en West.

Bovendien onderscheidt Zwitserland zich juist door het initiëren en continueren van toonaangevende internationale wetenschappelijke projecten, onderzoeken en experimenten, waarbij ze altijd verder kijkt dan haar Europese neus, omdat kwaliteit voorop staat.

Niet alleen in de Bovenrijnregio, maar ook in, bijvoorbeeld, Zürich ( ETH, Eidgenössische Technische Hochschule), Lausanne (EPFL, l’Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne), in Genève (CERN, Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire ) of de diverse internationale onderzoekscentra in Davos.

Mont Terri Project

Een goed voorbeeld is het Mont Terri Project in St. Ursanne (kanton Jura). Dit project is in 1996  geïnitieerd en gefinancierd door Zwitserland en telt inmiddels deelnemende organisaties uit twaalf Europese, Amerikaanse, Canadese en Japanse landen met confinanciering door, nota bene, de Europese Unie. Het project is goed georganiseerd op basis van transparante financiering, objectieve keuze en selectie van partners, een minimum aan bureaucratie en met unieke resultaten. Kwaliteit in plaats van kwantiteit.

Interne markt

Een derde aspect betreft de economie. Met name Noordwest-Zwitserland  is de banen- en economische motor van de regio. Dagelijks passeren rond 34 000 Fransen de Zwitserse grens om te werken tegenover 100 Zwitsers, ruim 36 000 Duitse burgers tegenover ruim 400 Zwitsers. In andere kantons is er een soortgelijk beeld.  En dan nog heeft Noordwest-Zwitserland de laagste werkloosheid.

De sanctiemaatregelen van de EU treffen derhalve de hele regio. Dit geldt ook voor het eventueel niet verlengen van de vele bilaterale verdragen, waardoor WTO-regels automatisch gaan gelden. Dit heeft extra papierwerk, tijdverlies en kosten zonder dat het afdoet aan de wederzijdse behoefte aan handel en producten.

Inflatie en euro

De huidige inflatie in Zwitserland is ongeveer 2.5%, in Frankrijk en Duitsland nadert ze de 10%. In andere landen, Nederland bijvoorbeeld, is dat al het geval. Indicatief is ook de waardedaling van de euro, niet ten opzichte van de dollar, maar in vergelijking met de Zwitserse frank. Duitsland en Nederland hadden tot 2002 ook een keiharde munt. In 2002: Hfl. 1: 1.60 CHF, mei 2022: 1. Euro: 1.04 CHF.

De Zwitserse frank is bijna 60% gestegen of de euro (dus de DM) gedaald. Deze boterzachte munt en inflatie zijn op langere termijn ook nadelig voor Baden en de Südpfalz.

Deze situatie zal nog verslechteren met de aanstaande transferunie en deelname aan de eurozone van steeds meer armere landen. De lonen in Zwitserland zijn nu al drie keer zo hoog, de inflatie (en (kantonale) belastingen veel lager dan in de Elzas, Baden en de Südpfalz.

De politieke discussies over de (directe) democratie, geschillenbeslechting en de rol van het Hof van Justitie van de Europese Unie, loonbescherming, de Burgerrichtlinie en de steun- en subsidiemaatregelen zijn van een andere orde. Compromisbereid van beide kanten is gewenst, aldus was ook de teneur op deze bijeenkomst.

Conclusie

Het goed onderbouwde rapport en de accenten van de Vereniging tonen de meerwaarde van intensieve samenwerking voor en in de Bovenrijnregio. Tegelijkertijd maken de vele verschillen in deze kleine regio duidelijk dat de realiteit vaak weerbarstiger is dan idealen van ongedifferentieerde eenheid.

Zwitserland is een soort Europese Unie op micro-niveau. Dit geldt in nog sterkere mate voor de Bovenrijnregio. De van oudsher pragmatische politiek van Zwitserland en de concrete actiepunten en werkwijze van Regio Basiliensis tonen dat een bottom-up benadering mogelijke samenwerking, problemen, knelpunten en oplossingen voor burgers en bedrijven op de meest effectieve manier in kaart brengt, analyseert en benadert.

(Bron: www.regbas.ch; Bak Economics AG, Arbeitsmarkt am Oberrhein, Regio Basiliensis (Herausgeber), Basel 2022).

Savoie, Chambéry, Zwitserland en de laatste Italiaanse koning

De Hertogen van Bourgondië  wie kent ze niet van hun hoogtijdagen in de periode 1363-1477 ? De laatste hertog, Karel de Stoute (1433-1477), verloor niet alleen drie veldslagen (Grandson, Murten/Morat (1476) en Nancy (1477), maar ook zijn leven in 1477 in de oorlog met de Zwitserse Confederatie van kantons.

Chambéry

Savoie

Een andere dynastie in deze regio, het Hertogdom van Savoie, is minder bekend, maar heeft veel langer en een grotere politieke rol gespeeld dan de Hertogen van Bourgondië.

De naam Savoie is afgeleid van Sapaudia. Dit begrip is afkomstig uit de Gallo-Romaanse cultuur van de vierde eeuw. Tot de Romeinse overheersing vanaf 120 v. Chr. bewoonde de Keltische stam van de Allobrogen dit gebied.

De dynastie van Savoie ontstond tijdens en uit het Tweede Bourgondische Koninkrijk (888-1032) in een gebied dat zich in de vijftiende en zestiende eeuw uitstrekte van de huidige departementen Haute-Savoie en Savoie in Frankrijk, Vaud/Waadt en Bas-Valais/Unterwallis in Zwitserland tot aan de Piëmont, het Aostadal en Turijn in Italië met Chambéry als regeringscentrum.

In de zeventiende eeuw was het gebied uitgebreid tot en met het Graafschap Nice.  Turijn was vanaf 1563 de hoofdstad residentie van de hertogen.

De abdij van Hautecombe aan het lac du Bourget. Vanaf de 12e eeuw de laatste rustplaats van de dynastie Savoie. Ook de laatste Italiaanse koning Umberto II (1904-1983), directe afstammeling van de familie, is hier begraven in 1983, evenals zijn vrouw  Marie-Josée van België (1906-2001) in 2001.

Savoie en haar buren

De graven en hertogen waren vanaf de veertiende en vijftiende eeuw vrijwel permanent in conflict met de Franse koning, de westelijke Kantons van de Eidgenossenschaft (met name Bern), de stad Genève en de zeven Zenden (Dizains) van Oberwallis/Haut-Valais.

De bisschoppen in Genève en Sion/ Sitten steunden echter Savoie. De Hertogen van Bourgondië waren in de vijftiende eeuw de ‘natuurlijke’ bondgenoot van Savoie, tegen de Franse koning, de Eidgenossenschaft, de stad Genève en Oberwallis.

De nederlaag van Bourgondië tegen de kantons van de Zwitserse Confederatie in 1476 en 1477 luidde ook het begin van het einde in van de aanwezigheid van Savoie op het grondgebied van het huidige Zwitserland.

De Confederatie (met name Bern en Freiburg) veroverde Vaud in 1536. Oberwallis bezette de Bas-Valais. Deze situatie duurde tot de Franse inval en de vestiging van de Helvetische Republiek (1798-1803) in 1798.

Vaud werd een kanton (1803-1813) in een Confederatie onder Frans toezicht (1803-1813)  en trad toe tot de nieuwe Zwitserse Confederatie van 1815. Bas-Valais ging samen met Haut-Valais op in de Franse vazalstaat Valais (1802-1810), departement Simplon (1810-1813) en vervolgens in het nieuwe kanton Valais/Wallis in 1815.

Champvent (kanton Vaud) , carré savoyard

Culturele en politieke erfenis

Deze uitzonderlijke dynastie heeft het zelfs langer volgehouden dan de Oostenrijke Habsburgers. Het Habsburgse keizerrijk is in 1918 ontbonden. De nazaten van de Graven (1029-1416) en Hertogen van Savoie (1416-1713) waren koningen van Sicilië, Sardinië, Savoie en Piëmont onder titel Koningen van Piëmont-Sardinië (1713-1860) en Koningen van Italië (1860-1946).

Op 23 april 1861, na de ontbinding van het koninkrijk Piëmont-Sardinië vanwege het ontstaan van het koninkrijk Italië in 1860, kozen de burgers van Savoie in een referendum voor het Franse keizerrijk van Napoleon III.

In Zwitserland (en elders in de regio) getuigen veel kastelen, kloosters, abdijen en steden van de aanwezigheid van het Huis van Savoie. De Carrés savoyards, onder andere in Morges, Rolle, Yverdon-les-Bains, Romont, Champvent, en bijvoorbeeld het kasteel van Chillon staan nog fier overeind.

Savoie kan weliswaar niet wedijveren met de pracht, praal en cultuur van de Bourgondische Hertogen, maar het middeleeuwse kasteel, de prachtige gotische kapel, de kloosters en kerken, de kathedraal en de stadspaleizen, (middeleeuwse) straten in Chambéry en de vele kunstwerken in het Musée Savoisien schetsen een beeld van de grote culturele rijkdom.

(Bron: Thérèse en Jean-Pierre Leguay, La Savoie, Rennes, 2014)

Chambéry