Mundaneam en Genève

Wat heeft Google te maken hebben met het stichten van een Wereldstad in Genève in de jaren 1930 ?

Het verhaal begint aan het einde van de negentiende eeuw in België. Paul Otlet (1868-1944) en Henri la Fontaine (1854-1943)  wilden een Wereldbibliotheek stichten voor alle boeken, geschriften, iconografie, kranten, tijdschriften en alle andere geschriften.

Deze bibliotheek kwam er in 1920 onder de naam Mundaneum. Het was uiteraard een gigantische operatie. Het Mundaneum werd ondergebracht in het Jubelpark in Brussel en nam honderd zalen voor vele kilometers papier in beslag.

De financiering en organisatie blijven hier buiten beschouwing. Belangrijk is dat deze bibliotheek nog steeds bestaat en is uitgegroeid tot een universeel bibliografisch centrum. De UNESCO erkende Mundaneum in 2013 als werelderfgoed. De huidige huisvesting is in Bergen (Mons), eveneens in België.

Het Mundaneum wordt met reden het internet van papier genoemd en een papieren voorloper van Google. Google erkent dit en steunt dit project financieel en heeft het opgenomen in haar culturele erfgoedlijst.

Interieur Mundaneaum in Mons. Photo: www.mundaneum.be

Mundaneum en Genève

De beeldhouwer, schilder en stedebouwkundige Hendrik C. Anderson (1872-1940) en de architect, stedebouwkundige en archeoloog Ernest Hébrard (1875-1933) ontwikkelden in 1913 een plan voor de bouw van een wereldstad.

Deze nieuwe stad moest het centrum zijn van internationale communicatie en geschillenbeslechting. Ze diende dus de vrede en de welvaart en alle volken en landen moesten er een vertegenwoordiging hebben.

De oprichters van het Mundaneum steunden dit plan. Als vestiging kwam het Driemerengebied (de meren van Neuchâtel (Neuenburgersee), Biel (Bienne) en Murten (Morat) in Zwitserland en Brussel in Belgie als serieuze opties naar voren.

Toen werd het 1 augustus 1914 en was het plan van de baan. De oprichting van de Volkenbond in 1920 met haar vestiging in Genève na de afloop van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gaf echter nieuwe hoop.

Paul Otlet benaderde in 1927 de architect Le Corbusier (Charles-Édouard Jeanneret, 1887-1965) die toen al naam had gemaakt, om een ontwerp voor deze stad te maken. De plaats van vestiging was Genève. Toen kwam echter de beurscrisis van 1929 en de daaropvolgende economische en politieke crises en spanningen.

Twee reuzenstandbeelden aan de ingang van de wereldstad, ontwerp 1913. Bron: Schlossmuseum Nidau. Foto: TES.

De wereldstad kwam nooit verder dan een ontwerp op papier. De entree van de geplande wereldstad heeft de stilistische kernmerken van haar tijd. De volgens een strict gridpatroon symetrisch opgebouwde stad (zoals in La Chaux-de-Fonds en Le Locle in kanton Neuchâtel) had als letterlijk hoogtepunt een toren van 320 meter. Deze toren symboliseerde de menselijke vooruitgang.

Het werd echter een Toren van Babel door de beide wereldoorlogen en de Koude Oorlog. Na 1945 en het overlijden van de oprichters van het Mundaneum is het project voor de wereldstad niet meer aan de orde geweest.

(bron: www.mundaneum.org/ Schlossmuseum Nidau: www.schlossmuseumnidau.ch).

 

 

De grootste en mooiste Zwitserse (berg) meren

Zwitserland is een land van honderden grotere en kleinere meren, bergmeren en stuwmeren. De bergmeren zijn vaak van een adembenemende schoonheid, ingebed in  alpenweiden of steile berglandschappen, met een glinsterende groene, blauwe of zwarte kleur van het water, verscholen te midden van sparrenbossen of gelegen op bergflanken.

Lac Morat/Murtensee.

Het is niet mogelijk Zwitserse bergmeren te beoordelen op hun schoonheid. De website geeft echter een subjectieve lijst van de vijftig mooiste bergmeren met vermelding van hun ligging, kanton en hoogte. Er bestaan daarnaast nog honderden andere bergmeren die niet in deze lijst zijn opgenomen.

De site geeft ook een overzicht van de vijftig grootste meren. Onder de grootste meren qua oppervlakte zijn ook verrassingen. Voor de rangschikking zijn namelijk alleen de oppervlaktes van meren in aanmerking genomen die feitelijk in Zwitserland liggen.

Meer van Neuchâtel

Vierwoudstedenmeer

Meer van Genève

De site bevat ook een lijst van de grootste stuwmeren en water reservoirs. De lijst vermeldt niet alleen de oppervlakte, maar ook de hoogte boven zeeniveau, de maximale dieptes, het soort meer en de oeverkantons en -landen.

Het Hallwilermeer ligt in de kantons Aargau en Luzern, waarbij het Aargauer gedeelte groter is. Rond het meer liggen de gemeenten Beinwil am See, Birrwil, Boniswil, Fahrwangen, Meisterschwanden en Seengen met kasteel Hallwyl aan de kant van Aargau en Schwarzenbach, Mosen en Aesch aan de zuidkant van Luzern.

Het meer ligt op een hoogte van 449 meter boven de zeespiegel in het zogenaamde Seetal. De lengte van het Hallwilermeer bedraagt iets minder dan 8,5 kilometer, terwijl het meer maximaal anderhalve kilometer breed is. De belangrijkste toevoer naar het meer is de Aabach vanuit het Baldeggermeer, die het meer in het noorden bij Seengen ook weer verlaat.

(Bron: Alle Seen der Schweiz: schweizersee.ch).

Der Lungerersee

De Kerk van Wintersingen

In de hoge middeleeuwen was de parochiekerk van Wintersingen (kanton Basel-Landschaft) eigendom van de kanunniken van de St. Leonhard in Basel. Een archeologisch onderzoek heeft verschillende graven en stenen platen aan het licht gebracht die, samen met de laatste overblijfselen van funderingen, wijzen op de aanwezigheid van een eerste kerk rond 700 of aan het begin van de 8e eeuw.

Een pauselijke bul van 8 mei 1196 bevestigde het eigendomsrecht van het klooster Leonhard. De bisschop van Bazel slaagde er echter in het patronaat van Wintersingen in zijn handen te krijgen. Via diverse omwegen kwam de eigendom van Wintersingen en de kerk  bij de Duitse Orde van Beuggen.

Pas in 1821 werd de stad Bazel eigenaar. Dit duurde niet lang, want door het ontstaan van kanton Basel-Landschaft, een afsplitsing van Basel-Stadt, werd Wintersingen een zelfstandige gemeente.

De kerk bestaat uit een koor en een schip en een ossuarium (Beinhaus) op het terrein van de kerk. De kerk ging tijdens de Reformatie (1529) over tot het protestantisme.

Het grote uurwerk van de kerktoren uit 1552, het orgel, de grote en kleine klokken (15e eeuw), de oude Griekse epitafen, de koorstoelen (1676), de guéridon (1706), de communietafel en het doopvont (1642), de preekstoel (1676), het glas-in-lood (1639) en de vele schilderijen en versieringen zijn evenzoveel artefacten op de kerkheuvel van Wintersingen.

(Bron: Daniel Anderegg, Die Kirche Wintersingen, Wintersingen, 2015)

De keuze van Genève in 1815

Op 30 december 1813 maakte de Oostenrijkse generaal graaf Ferdinand Bubna von Littiz (1768-1825) een einde aan vijftien jaar Franse overheersing van Genève. De stad had de Franse revolutionaire troepen in 1798 nog enthousiast ontvangen.

Na de vijftien jaar Franse annexatie stond het Franstalige Genève op een belangrijk kruispunt in zijn tweeduizend jarig bestaan. Op 1 januari 1814 riepen de regenten van voor 1798 de onafhankelijke republiek Genève uit, maar er was geen weg terug.

Mede als gevolg van de voorkeur van de grootmachten op het Congres van Wenen (1814-1815) en ondanks het verzet van sommige katholieke kantons, trad Genève op 19 mei 1815 toe tot de Zwitserse Confederatie als het tweeëntwintigste kanton.

De overeenkomst werd in 1815 (Parijs) en 1816 (Turijn) door de grootmachten geratificeerd. Zwitserland kreeg zijn definitieve grenzen, neutraliteit en soevereiniteit.

Bovendien was Genève sinds de reformatie (1536) protestants, een erfgoed dat het ook met andere Zwitserse kantons deelde. Er was ook een gedeelde politieke en economische geschiedenis met andere Zwitserse gebieden, bijvoorbeeld ten tijde van het Bourgondische Koninkrijk in de Middeleeuwen (888-1032), eeuwen van gemeenschappelijke vijanden, bijvoorbeeld de Hertogen van Savoie en Bourgondië en al eeuwen gevestigde handelscontacten.

Genève is nooit Frans gebied geweest tot 1798 en was tot dit jaar altijd een onafhankelijk geweest, als graafschap en nadien als republiek. dit experiment mocht niet worden herhaald. Het was een goede keuze.

Genève ontsnapte aan twee wereldoorlogen, Franse centralisme en het kanton was ingebed in een federale, multiculturele, gedecentraliseerde en democratische welvaartsstaat.

Als deel van Frankrijk zou de stad een vergeten provinciestad zijn geweest, in de schaduw van Lyon. Als deel van het neutrale Zwitserland werd het een internationale hoofdstad met honderden internationale organisaties.

Slot Hallwyl

Aan het einde van de 12e eeuw bouwden de Heren van Hallwyl een stenen verdedigingscomplex aan de oever van de beek Aabach en het meer van Hallwil (Hallwilersee) in Aargau.

De familie maakte carrière in Habsburgse dienst. Rond 1350 breidde de eigenaar de torenburcht uit tot een waterburcht. Kasteel Hallwyl was het centrum van deze adellijke heerschappij tot 1798.

De familie Hallwyl verzette zich in 1415 tegen de inval van de kantons van de Zwitserse Confederatie. Het leger van Bern verwoeste het kasteel en bezette het grootste deel van de Aargau. Rudolf III von Hallwyl erkende de heerschappij van Bern en redde daarmee het familiebezit.

Bern kondigde in 1528 de reformatie af en ook de familie Hallwyl werd protestant. In de 16e en 17e eeuw vertakte de familie zich naar Thurgau, Württemberg, Oostenrijk en Bohemen, waar zij het geloof van hun de lokale heersers aannamen (cuius regio, cuius religio).

Burkhard III von Hallwyl verbouwde het waterslot in 1590 tot het huidige slot. In de Helvetische Republiek (1798-1803) verloor de familie haar privileges en belastinginkomsten.

De laatste eigenaar richtte in 1925 een stichting op met het doel het kasteel in stand te houden. Sindsdien is het niet meer bewoond geweest. In 1994 droeg deze stichting het kasteel over aan het kanton Aargau. Kasteel Hallwyl is sinds 2007 een museum.

(Bron en nadere informatie: www.museumaargau.ch/schloss-hallwyl).

De Romeinse stad Avenches

Kelten

Het verhaal van de migratie van enkele Keltische stammen (Helvetiërs en Rauraci) in 58 v.Chr. naar Oost-Frankrijk is bekend door het boek de bello gallico van Julius Caesar (100-44 v.Chr.).

Veel minder bekend buiten het huidige Zwitserland is de geschiedenis na hun nederlaag in dat jaar bij Bibracte en de terugkeer naar hun thuisland in Zwitserland.

Romeinen en Helveten

Twee kolonies werden gesticht door de Romeinen rond 44 v. Chr. (Colonia Iulia Equestris (Nyon) en Augusta Raurica (Augst). Deze stammen werden bondgenoten van de Romeinen (foederati). De Pax Romana stond op het punt te beginnen en duurde voort, met enkele gewelddadige onderbrekingen (met name in de jaren 68/69 n.Chr.) tot 260 n. Chr.

Aventicum

De stad Aventicum (het huidige Avenches) was in deze tijd de hoofdstad van de Helvetiërs met ongeveer 20.000 inwoners.

Zoals in iedere stad van betekenis in het Romeinse Rijk was de keizerlijke macht overal aanwezig. De keizer had de politieke, wetgevende, militaire, religieuze en juridische macht en was in feite alleenheerser.

Talloze in Avenches gevonden voorwerpen getuigen hiervan, bijvoorbeeld de gouden buste van keizer Marcus Aurelius die in 1939 is ontdekt. Alleen leden van de keizerlijke familie konden worden afgebeeld in goud.

Vele andere vondsten, zoals medaillons, ivoren voorwerpen, portretten, beelden, mozaïeken, symbolen van macht en religie en mythen getuigen van ceremonies van de keizercultus in Aventicum, de verering van de keizerlijke familie als (half) goddelijk.

Een van de centra van deze cultus was het theater. Theatervoorstellingen waren een essentieel onderdeel van het leven in de Romeinse samenleving en het theater was de plek om te zien en gezien te worden. Het was een publiek medium, een plaats van propaganda en zelfrepresentatie.

Het publiek zat volgens strikt gescheiden naar rang en hiërarchie, wat ook het geval was in het veel grotere amfitheater van Aventicum. De financiering van deze kostbare bouwwerken en spektakels werd voornamelijk verzorgd door de leden van de lokale elite (ordo decurionum).

De keizercultus was een belangrijk facet van elk spektakel, inclusief processies en offers. Het amfitheater van Aventicum (eerste helft tweede eeuw n. Chr.) werd populair nadat het Colosseum in Rome (rond 70 n.Chr.) het model was geworden van de Romeinse manier van leven.

De Romeinse samenleving was diep religieus en de belangrijkste tempel stond tegenover de centra van de macht, zoals de curia, het forum en de basilica.

Beelden en monumenten werden opgericht ter ere van de keizerlijke familie of lokale notabelen als teken van respect en uit dankbaarheid voor hun euergetisme (vrijgevigheid door de financiering van onder andere openbare gebouwen, spektakels, voedseldistributie).

Het kleine, maar mooie Romeinse museum in Avenches (musée romain), gevestigd in de middeleeuwse toren van het Romeinse amfitheater, biedt een goed overzicht van het leven in deze provinciale Romeinse stad.

Het theatercomplex, inclusief wat er nog over is van de Romeinse tempel (le Cigognier), het amfitheater, enkele begraafplaatsen en andere overblijfselen van het Romeinse Avenches kunnen ook worden bezocht.

(Bron en verdere informatie: www.aventicum.org).

De grensstenen van Zwitserland

Zwitserland is niet alleen het land van bergen, kaas, chocolade en koebellen, maar ook het land van grensstenen. Duizenden grensstenen, en veelal ook nog slagbomen en andere grensafbakeningen, markeren het land.

De geschiedenis met haar (kleine) kantons, ‘Untertanengebiete’ (door de (overwegend) Duitstalige Confederatie bezette en bestuurde gebieden, tegenwoordig kantons), ‘Zugewandte Orte’ (geallieerde gebieden) en grenscorrecties met omringende landen is er dan ook naar.

Chevenez (Kanton Jura)

Het Heimatmuseum van Reinach (Kanton Basel-Landschaft) toont bijvoorbeeld een aantal grensstenen van het kanton Bazel en het gebied van het toenmalige prinsbisdom Bazel (999-1815). In 1831 werd de situatie nog ingewikkelder toen Basel-Landschaft zich afscheidde van kanton Bazel (Basel-Stadt).

Afbeelding: Dreiländermuseum Lörrach

Bij de gemeente Bettingen (Kanton Basel-Stadt) markeren tientallen grensstenen langs een zandpad door het bos bij de berg Chrischona de oude grens tussen het Groothertogdom Baden (formeel tot 1918). Aan de ene kant het gele vlak met rode dwarsstreep van Baden, aan de andere kant de zwarte bisschopsstaf van Bazel.

Bij de Saalhöhe (Kanton Aargau) bij het Fricktal staan grenspalen van het oude Habsburg (tot 1803), Bern (tot 1798) en Basel-Landschaft (vanaf 1831).

Chevenez

De wandelroute bij Chevenez (kanton Jura) toont honderden grensstenen met de beer van Bern (tot 1979) en de initialen RF (République Française). De keurig genummerde stenen nummeren reiken tot 523.

Ieder kanton heeft zo zijn eigen grenspalen gekregen, verplaatst of verloren in de loop van eeuwen. De buitengrenzen van het land zijn daarentegen verbazingwekkend stabiel sinds 1515, afgezien van het verlies van Italiaanse gebieden in de Valtellina (Veltin). Napoleon voegde deze door kantons bezette Untertanengebiete toe aan de nieuwe Republiek Cisalpina.

Heimatmuseum Reinach

Mariastein (kanton Solothurn)

Tweehonderd jaar Chocolade

Zwitserland is het land van bergen, kaas en horloges, maar ook van  chocola, hoewel er geen chocoladeboon groeit.

De bruine boon werd pas in de zestiende eeuw in Europa geïntroduceerd, aanvankelijk als basis voor luxe warme chocolademelk voor de betere kringen, pas vanaf de negentiende eeuw voor de gewone burger.

Chocola, afgeleid van het woord Xocolati  dat de Azteken al 1 500 v. Chr. gebruikten als  pepmiddel, deed in Zwitserland in de achttiende eeuw haar intrede.

Bovendien trokken Zwitserse confiseurs uit Tessin en Franstalig Zwitserland in deze periode naar de toenmalige centra van cacaoproductie: Parijs, Milaan, Venetië en Nice, zoals de taartenbakkers (en hoteliers) uit Graubünden dat in de negentiende eeuw met  veel succes zouden  doen.

Ook in  Zwitserland wordt chocolade door de fabrieksmatige bewerking in de negentiende eeuw voor het volk een gewild product.

François-Louis Cailler (1796-1852). Foto: Wikipedia

François-Louis Cailler (1796-1852) opende in 1819 de oudste nog bestaande chocoladefabrikant van Zwitserland in Corsier-sur-Vevey, in 1826 gevolgd door Philippe Suchard (1797-1884) in Neuchâtel en in 1836 door David Sprüngli (1776-1862) in Zürich.

In 1875 introduceerde Cailler de melkchocolade. Rudolf Lindt (1855-1909) vond in 1879 een andere toepassing, die chocolade tegenwoordig zo populair maakt en Zwitserse chocolade van uitzonderlijke kwaliteit: het letterlijk smelten op de tong.

De geschiedenis van chocolade is ook een Zwitsers succesverhaal: innovatie, export, uitvindersgeluk, traditie én emigratie.

De firma Cailler opende in  2010 het museum waar deze 200-jarige historie op een smakelijke wijze wordt getoond.

(Verdere informatie: www.cailler.ch/en/maison-cailler).

Annecy, Savoie, Genève en L’Escalade

De Graven van Genève zijn evenals hun buren, de Graven van Savoie, voortgekomen uit het koninkrijk Bourgondië (888-1032).

De Graven beheersten rond 1350 het gebied van de Faucigny, Genevois en de stad Annecy, een deel van de Chablais langs het meer van Genève en Gex in Frankrijk.

Kasteel Annecy

Genève was het bestuurlijke centrum, Annecy was ook een belangrijke residentie vanwege haar kasteel en locatie aan (handels)wegen en het meer. In tegenstelling tot Savoie had Genève echter een directe concurrent binnen de stadsmuren: de bisschop. Het bisdom Genève viel onder het aartsbisdom Vienne.

De vier Calvinistische reformatoren Calvijn. Farel, Beze en Knox, mur des Réformateurs

Tot aan de reformatie rond 1530 was er een machtsstrijd tussen de bisschop (met steun van Savoie) en de Graven en later het stedelijke bestuur. De komst van Calvijn in 1536 maakte een einde aan alle bisschoppelijke pretenties in Genève. De stad werd zelfs de hoofdstad van het Calvinisme. Het Museum van de Reformatie (Musée de la Réformation) geeft een goed beeld van deze historie in regionaal en Europees verband.

Savoie verkreeg in 1401 Annecy en andere gebieden ten zuiden van het meer van Genève. De hertog viel zelfs met steun van de gevluchte bisschop op 11 en 12 december 1602 de stad aan. Het eindigde met een nederlaag voor Savoie. Jaarlijks herdenkt Genève deze aanval, L’Escalade, vernoemd naar de houten ladders waarmee Savoie tevergeefs de stadsmuren bestormde.

De Escalade is wat in Nederland het ontzet van Leiden (3 oktober 1574 ) en Alkmaar (8 oktober 1573) betekent.

 

Annecy maakte vanaf 1401 deel uit van het hertogdom van Savoie. Het kasteel was een bestuurlijk centrum met een defensieve functie. Vanaf 1713 tot 1860 was Annecy een stad binnen het koninkrijk Piëmont-Sardinië, met een onderbreking tijdens de Franse tijd (1792-1813).

Savoie was van 1792-1813 een Frans departement. Een van de besluiten van het Congres van Wenen in 1814-15 was het herstel van het  koninkrijk Piëmont-Sardinië

Dit koninkrijk hield in 1860 op te bestaan door de vestiging van het koninkrijk Italië, inclusief Piëmont en Sardinië. Savoie (en Annecy) koos in 1861 in een referendum voor opname in het Franse keizerrijk van Napoleon III en maakt sindsdien deel uit van Frankrijk.

Het kanton Genève, lid van de Zwitserse Confederatie sinds 1815, was het middeleeuwse verleden en het bezit van de Genevois (en Annecy), Faucigny en een deel van Chablais echter niet vergeten. Het kanton overwoog aanvankelijk zelfs gewapend ingrijpen vanwege deze gebieden. Door tegenstand van de andere kantons is het daar niet van gekomen.

Het kasteel van Annecy had in deze eeuwen een wisselende bestemming. Tegenwoordig huisvest het een historisch museum en een tentoonstelling over het leven en het water in het meer van Annecy

(Bron en verdere informatie: Musèe-Château d’Annecy).

Land van musea

De eerste musea zijn ontstaan in het Italië van de Renaissance, in de vijftiende eeuw. De antieke oudheid, het politieke en constitutionele model van Rome en Griekenland en de (her) ontdekking van Griekse en Romeinse auteurs leiden tot een grote verzamelwoede bij de elite.

Antieke voorwerpen (munten, standbeelden, dagelijkse voorwerpen, inscripties en tal van andere objecten) lagen letterlijk voor het  oprapen. De huizen en tuinen waren de toonzalen. Het waren echter privé collecties.

Paus Sixtus IV (1414-1484) zag er echter in 1471 een goed propagandamiddel in om de relatie tussen het antieke Rome en het Christelijke Rome met de Paus als leider onder de aandacht te brengen.

Paus Sixtus IV (1414-1484). Foto: Wikipedia

Hij had zeker niet de bedoeling een museum te stichten, het concept was onbekend. Dit was echter wel het resultaat. Het publiek bezichtigde  in groten getale de voorwerpen  in het Capitool. Het Capitool is daarmee feitelijk het eerste museum.

De twee eeuwen daarna zouden in Europa in het teken  staan van (godsdienst- en burger) oorlogen. Men had andere zaken aan zijn hoofd dan musea.

Dit verandert vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw met de Verlichting en vooral na de Napoleontische oorlogen en de opkomst van de natiestaat. Musea waren na 1815 de uithangborden van (nieuwe) naties en nationalisme, ook in Zwitserland,

De stad Bazel organiseerde echter al honderdvijftig jaar daarvoor een openbare kunstverzameling, het Amerbach-Kabinett in het Haus zur Mücke in 1671. Het doel was niet, zoals destijds in het Capitool, van politieke aard, maar om alle inwoners te laten genieten van kunst.

Het was het eerste ‘museum’ ten noorden van de Alpen, al bestond deze naam nog niet. De collectie bestond uit schilderijen, tekeningen en grafische werken. De collectie werd steeds verder uitgebreid. Het kunstmuseum (Kunstmuseum Basel) en het oudheidkundig museum (Antikenmuseum Basel und Sammlung Ludwig) kwamen hier in 1936 uit voort.

Het natuurhistorische museum (Musée d’Histoire Naturelle) in Genève opende al in 1820 zijn deuren. Museum Rath in Genève was er in 1826 ook vroeg bij. Tegenwoordig heeft Zwitserland de hoogste museumdichtheid per inwoner.

Museum der Kulturen Bazel (1893). Foto: TES. 

De collectie bestaat is veel ouder en was eerst ondergebracht in het Museum van de Stad Bazel (Museum der Stadt Basel) in 1849. Het is daarmee een van de oudste etnografische collecties van Europa.

De musea zijn van een hoge kwaliteit, waarbij vooral de (financiële) deelname van particulieren en het bedrijfsleven opvalt. Ook in de kunst is Zwitserland in de ware zin van het woord een Eidgenossenschaft.

Haus zur Mücke