De mooiste Zwitserse dorpen en stadjes

De tweede editie van de reisgids van de Vereniging Die schönsten Schweizer Dörfer/Les plus beaux villages de Suisse (www.borghisvizzera.ch) presenteert de mooiste dorpen en kleine steden (45 gemeenten onder de 10 000 inwoners) in Zwitserland en Liechtenstein.

Elke plaats wordt voorgesteld met zijn geschiedenis en bezienswaardigheden. Het boek is beschikbaar in het Duits, Frans en Italiaans. In deze editie zijn drie nieuwe plaatsen opgenomen: Dardagny in het kanton Genève, Bursins in het kanton Vaud en Grüningen in het kanton Zürich. De nieuwe editie telt 224 bladzijden met 50 kaarten en 200 foto’s.

De vereniging is lid van de internationale federatie “Les plus beaux Villages de la Terre”. De app “Beaux Villages Suisse” kan gratis worden gedownload voor Apple iOS en Android. Deze inhoud is ook beschikbaar in het Engels.

Het amfitheater van Kaiseraugst

In december 2021 kwam in Kaiseraugst, vlakbij de voormalige Romeinse stad Augusta Raurica (het huidige Augst, kanton Basel-Landschaft) tijdens een bouwonderzoek bij de Basler Ruder Club (BRC) een amfitheater aan het licht.

Het amfitheater is het tweede amfitheater in het kanton Aargau, na dat van Vindonissa (Windisch). In Augusta Raurica is het reeds het derde monument van dit type, hoewel de twee voorgangers reeds in de 4e eeuw verlaten waren.

Behalve Vindonissa en Augusta Raurica is er ook een amfitheater bekend op het Engelhalbinsel in Bern (Bernodurum), in Avenches (Aventicum), Martigny (Forum Claudii Vallensium) en Nyon (Colonia Iulia Equestris).

Een laatste blik op het amfitheater

Het amfitheater is 50 meter lang en 40 meter breed. Het amfitheater kan worden gedateerd in de late oudheid, in de 4e eeuw. Het ligt direct aan de Rijn en buiten het fort (Kastell).

Het is tot op heden het jongste bekende amfitheater van het Imperium Romanum. Het amfitheater blijft onder de grond. De archeologische vindplaats wordt door lagen grind en zand afgedekt.

Jakob Baerlocher, ‘Das neuentdeckte Amphitheater von Kaiseraugst’ in Augusta Raurica, 2022/1, S.12-15.

Een korte historie van het Engadin

Het boek beperkt zich niet tot het dorp Celerina, uitgangspunt van het boek, maar presenteert de historische, sociale, economische en toeristische context van Oberengadin op een toegankelijke wijze en met veel illustraties.

Van de Rhaetiërs, van wie weinig bekend is, de Romeinen, de val van het Romeinse Rijk en haar gevolgen, de komst van Walser en andere Duitssprekenden, de militaire bezetting in het Engadin van 1500 tot 1800, de reformatie, de emigratie van vele inwoners en vele andere onderwerpen passeren de revue.

Tiziana Cavadini-Canonica, Adriano Cavadini, Das Engadin-Kurze Geschichte einer alpinen Welt, Sondrio, 2009.

Het boek is in 2008 eerst in het Italiaans gepubliceerd, Piccola storia di un mondo alpino, Sondrio 2008.

 

Romaanse taal en cultuur

Ongeveer een derde van alle sprekers van de Romaanse taal woont tegenwoordig buiten het kanton Graubünden.

De (rondreizende) tentoonstelling wil de andere taalgemeenschappen van het land (Duits, Frans en Italiaans) informeren over deze taal en cultuur en het netwerk van sprekers van het Romaans vergroten.

De tentoonstelling is gericht op een breed publiek en behandelt verschillende historische, literaire, linguïstische, sociale en culturele aspecten van deze taal en haar vijf belangrijkste dialecten. Met enige kennis van Latijn, Frans, Italiaans, Duits komt de Romaanse ‘analfabeet’ al een heel eind.

Enkele bekende Romaanse persoonlijkheden geven op de tentoonstelling de volgende toelichting:

Rumauntsch nun es be üna lingua. Rumauntsch es ün’identited supplementera”(Annina Campell);”Rumantsch monta per me: mond, mitos, malancuneia, famiglia, cuntrada, semi, vischnanca, cant e cor”(Giovanni Netzer); “Da giuven al gimnasi da Losanna ha il romontsch levgiau a mi igl access al spazi da cultura franzos”(Reto Gurtner);”Il rumantsch è  per mai insatge total normal. Tuna da pauc ? Na! Tge datti pli impurtant per ina lingua che normalitad? ” (Ladina Heimgartner).

(Voor de vertaling: www.dicziunari.ch).

De tentoonstelling “Rumantsch è...” (www.rumantsch-e.ch) is in september 2021 geopend in het Huis van de Kantons (Haus der Kantone/Maison des Cantons) in Bern als onderdeel van de Conferentie van Kantonale Regeringen (Konferenz der Kantonsregierungen, KdK).

Vanaf midden december 2021 was de tentoonstelling te zien in het stadhuis van Chur en in Luzern. Vanaf 19 april tot eind mei is ze te zien in het Romaanse Seminar aan de Universiteit van Zürich.

(Bron en nadere informatie: www.ub.uzh.ch).

 

Rivierenlandschap Birs

De rivier Birs verbindt de acht gemeenten tussen Pfeffingen en Birsfelden (kanton Basel-Landschaft) en Dornach (kanton Solothurn). Dit rivierenlandschap is een belangrijk ecologisch gebied met een rijke biodiversiteit.

Het Birslandschaft is in 2012 uitgeroepen tot het Zwitserse Natuurlandschap van het Jaar. Op de Birsuferweg langs de rivier geven talrijke panelen informatie over thema’s en andere bijzonderheden.

Het Birs-landschap is een regio waar de natuur zich ongestoord ontwikkelt in een dichtbevolkt gebied. De werkgroep Birspark Landschaft (BiLa) houdt hierop toezicht.

Het concept is gericht op recreatieve ruimten in verbinding met aangrenzende woon- en landschapsgebieden.

(Bron en nadere informatie: www.baselland-tourismus.ch)

Tuinen in Neuenburg am Rhein

Grensoverschrijdende samenwerking gedijt goed zo niet het beste op regionaal niveau en komt vooral tot uiting bij projecten die dicht bij de burgers staan. Een goed voorbeeld is de onlangs geopende tentoonstelling Landgartenschau in Neuenburg am Rhein (Baden-Württemberg).

De grens met Frankrijk is de Rijn, Zwitserland ligt op 25 km afstand. De presentatie van tuinen in allerlei varianten en soorten in het Markgräflerland, de op één na grootste wijnbouwregio van Baden, behelst meer dan 2 000 evenementen met muziek, kunst, cultuur en talrijke workshops over tuinen, natuur- en gezondheidsthema’s.

Het Rijnterras is het hoofdelement van de evenement. Het grenst direct aan de Rijn en drie tuinen met de thema’s Zähringerstadt, Rijn en het Zwarte Woud sieren de brede parkpromenade. Het is in feite een grote show van bloemen, struikgewas en groen, kleurrijke golven van bloesem en zones met rozen en andere bloemen in de loop van de jaargetijden.

(Bron en nadere informatie: www.neuenburg2022.de)

De Republieken Nederland en Zwitserland vergeleken

Nederland en Zwitserland behoren zijn relatief succesvolle samenlevingen. De basis voor hun welvaart en democratische bestel werd gelegd in de vroegmoderne periode, tussen pakweg 1500 en 1800, toen de twee landen als federale republieken een soort anomalie in Europa waren.

Het boek beoogt aan de hand van een vergelijking van de twee landen de voor- en nadelen en de ontwikkeling van het republikeinse alternatief in deze periode in kaart te brengen.

De twee landen hebben op het eerste gezicht veel met elkaar gemeen, maar ontwikkelden hun eigen weg voor de uitdagingen waarmee zij werden geconfronteerd.

Het boek bevat diepgaande besprekingen van regelingen inzake burgerschap,  religieuze pluriformiteit, republikeinse regeringsvormen, soevereiniteit, kunst in de republiek, economie, oorlog en vrede en andere onderwerpen.

A. Holenstein, Th. Maissen, M. Prak (eds.).The Republican Alternativ. The Netherlands and Switzerland Compared, Amsterdam, 2008.

 

Een cultuurhistorie van het bos

Sinds het einde van de laatste IJstijd (ongeveer 12.000 v. Chr.) heeft de mens het bos steeds meer gebruikt voor landbouw (vanaf 4 000 v. Chr. in Europa), bouwmateriaal, brandhout, woongebied en als natuurlijke hulpbron.

Im Wald. Eine Kulturgeschichte

De tentoonstelling (Im Wald. Eine Kulturgeschichte) toont de (Zwitserse en Europese ) natuur- en cultuurgeschiedenis van het gebruik, de ontbossing, de bescherming en de opkomst van de professionele bosbouw in de negentiende eeuw en de perceptie van het bos in de kunst vanaf de middeleeuwen tot heden in literatuur, beeldende kunst en films.

De tentoonstelling ontvangt de bezoeker met een schilderij, der Holzfäller (1910), van Ferdinand Hodler ((1853-1918) in een prachtig decor van een ruisend bos met vogelgeluiden.

Ze eindigt met een aluminium kunstwerk (van Udo Rondinos, wisdom? peace? blank? all of this ?, 2007), een levensechte dode Italiaanse olijfboom, tegen een filmische achtergrond van Julian Charrière (Ever Since We Crawled Out, 2018), over het omhakken van woudreuzen en bossen op alle continenten.

De mens en het bos

De relatie van de mens tot het bos is in de afgelopen twee eeuwen ingrijpend veranderd. Tweehonderd jaar geleden, was het bos nog een ‘no go area’ en zeker geen plek voor ontspanning. Het bos was tot de Franse Revolutie de locatie voor adellijke jagers, het weiden van vee, voedsel en ontbossing voor landbouwgrond.

Door de industrialisatie, de grote bevolkingsgroei, urbanisatie, de aanleg van (spoor)wegen, het toerisme en de enorme vraag naar (brand) hout verdween het bos in steeds sneller tempo in de negentiende eeuw, eerst in Europa en in de 20e eeuw ook op de andere continenten.

Jean Jacques Rousseau (1729-1776) introduceerde aan het einde van achttiende eeuw al een andere kijk op het bos.is. Het bos werd beschouwd als een oase van rust en natuurlijke schoonheid.

Deze ontwikkelingen kwamen ook tot uitdrukking veranderende opvattingen in de kunst. Kunstenaars in de middeleeuwen (tot de vijftiende eeuw), de vroegmoderne tijd vanaf de zestiende tot de achttiende eeuw), de Verlichting (achttiende eeuw) en de Romantiek (1790-1850) zagen het bos met andere ogen dan kunstenaars van het realisme (1859-1900), het klassieke modernisme (1900-1940)  en de 20e en 21e eeuw.

In het laatste deel van de 20e eeuw werd het bos (en het klimaat) bovendien een politiek thema, mede in verband met de koloniale geschiedenis en de exploitatie van mens en natuur in de koloniën..

Er waren echter ook positieve ontwikkelingen, in Zwitserland, in Europa en op mondiaal niveau, bijvoorbeeld de oprichting van  (Zwitserse) nationale- en natuurparken, beschermde natuurgebieden en de oprichting van wereld- en nationale natuurbeschermingsorganisaties.

Tentoonstelling

De tentoonstelling (toegankelijk in Duits, Engels en Frans) is onderverdeeld in vijf thema’s, een proloog en een epiloog.

In het eerste deel komt het bosgebruik vanaf de Romeinen tot en met de 19e eeuw aan de orde. Daarna volgt de artistieke voorstelling vanaf de middeleeuwen tot het midden van de twintigste eeuw.

Ze toont diverse middeleeuwse kunstwerken (waaronder een prachtig wandtapijt) en vele latere kunstwerken, onder andere van Alexandre Calame (1810-1864), Caspar Wolf (1735-1783), Gustave Doré (1832-1883), Robert Zünd (1827-1909) en Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938).

Het ontstaan van nationale en natuurparken en natuurbescherming in de 19e en 20e eeuw staan centraal in een volgend onderwerp, onder andere met het levensverhaal van de eerste Zwitserse bosbouwinspecteur Johann Wilhelm Coaz (1822-1918) en mede-initiatiefnemer van het Zwitserse Nationale Park  en Paul Sarasin (1856-1929), de stichter van de eerste wereldbeschermingsorganisatie in 1913.

De show volgt met hedendaagse kunst, met werken van onder anderen Joseph Beuys (1921-1986) en Christo (1935-2020) en kunstenaars uit andere continenten.

Het laatste deel gaat over de hedendaagse betekenis, de bedreiging en de transformatie van het bos en de vele initiatieven om het te beschermen en aan te passen aan de nieuwe tijd.

De tentoonstelling geeft een indrukwekkend en goed gedocumenteerd overzicht van de het bos en doet haar titel alle eer aan. Het is bovendien sympathiek dat een eerbetoon aan de Zwitserse activist Bruno Manser (1954-2000) wordt gebracht. Hij zette zich vooral in voor het behoud van de regenwouden in Maleisië. Twee anderen, Anita Guidi (1890-1978) en Armin Caspar (1909-1991) waren al in 1945 actief in het Amazone gebied voor dezelfde reden.

De Arena

In het binnenhof van het museum heeft de kunstenaar Klaus Littmann (1951) bovendien zijn kunstwerk ‘Arena für einen Baum’  opgesteld, in navolging van deze succesvolle installatie en tentoonstelling ‘Tree Connections’  in Bazel in het voorjaar van 2021.

De Arena is dezelfde, maar de dode boom is een andere dan de Perzische ijzerboom in Bazel. De kunstenaar zal hierna in Venetië acte de présence geven. Daarna zal deze installatie diverse steden in Europa aandoen.

(Bron en verdere informatie: National Museum in  Zürich, www.landesmuseum.ch)

Bazel en haar bomen

Bazel heeft wat met bomen. Niet alleen de vrijheidsbomen bij de Franse intocht in 1798 of de Perzische ijzerhoutboom (Parrotia Persica)van de kunstenaar Klaus Littmann op de Münster in het najaar van 2021. Alledaagse bomen kunnen zich ook in de betrokkenheid van de inwoners verheugen. Het kappen van bomen leidt steevast tot protest van inwoners.

De beroemde kastanjebomen op de Münsterplatz. Foto: TES

Aeneas Sylvius Piccolomini, 1405-1464 (de latere paus Pius II (1458-1464) en oprichter van de Universiteit van Bazel in 1460, schreef al in de jaren 1438 (ten tijde van het Concilie van Bazel): «Midden in de stad liggen veel rustplaatsen met bomen, in de zomer lachende groenstroken en schaduwplekken, grote eiken en machtige Lindes”.

De stad is nog steeds een plaats van en voor bomen, parken, lanen en veel groen voor, achter en bij huizen. Diverse wijken lijken op overdekte bomengalerijen.

Een anekdote uit 1632 bevestigt de lange liefdesrelatie tussen Bazel en haar bomen. Op de St. Petersplatz in de nabijheid van de gelijknamige kerk stond een enorme eeuwenoude eik. In het gebladerte waren via een trap een bank en een tafel bereikbaar. Een vast onderdeel van een bezoek van hoogwaardigheidsbekleders aan Bazel was een hapje en drankje in deze reuzeneik.

Vanwege de dreiging van plunderende Zweedse en Franse soldaten in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) besloot het stadsbestuur van het (neutrale) Bazel (sinds 1501 lid van neutrale Eidgenossenschaft) de boom te kappen om plaats te geven aan schootsveld voor kanonnen.

Dit leidde tot grote verontwaardiging bij de burgers. De plundering van het nabijgelegen dorp Allschwil in 1634 gaf het stadsbestuur echter gelijk. De eik werd in 1632 gekapt.

Deze liefde is nog steeds niet bekoeld. Integendeel, het Landschaftspark Wiese en zijn eeuwenoude bomen en de ongeveer 26 000 bomen die stuk voor stuk door de stad worden onderhouden spreken boekdelen.

Om deze relatie te verwoorden en in beeld te brengen heeft de stad het initiatief genomen tot de website www.Basel-baeume.ch, een gratis app en het boek Basel und seine Bäume.

(Bron M. Fürstenberger, ‘Grün in und um das Basel vergangener Jahrhunderte’ in Schweizerische Zeitschrift für Forstwesen, Band (129) s. 613, 1978).

Bazel en haar bomen

Het rijk geïllustreerde Duitstalige boek geeft achtergrondkennis over de ruim 26.000 bomen die in Basel door de Stadtgärtnerei worden verzorgd.

De stad heeft kilometerslange bomengalerijen langs de Rijn, pleinen en straten en kent veel parken voor een middelgrote stad.

Dertig bijzonder interessante bomen worden daarnaast afzonderlijk in woord en beeld voorgesteld. Het boek is via QR-codes gekoppeld aan een app en website.

Helen Liebendörfer, Emanuel Trueb, Basel und seine Bäume, Basel, 2022