Viertalig Zwitserland en identiteit

Van oorsprong is de Zwitserse Confederatie een Duitstalige creatie. Van 1291 tot 1798 vormden dertien (van oorsprong) Duitstalige kantons een confederale staat, de Eidgenossenschaft. Alleen Freiburg/Fribourg was tweetalig.

Meertalig Zwitserland is een gevolg van de politiek van de Franse bezetter in 1798. De hegemonie van het Duits werd doorbroken en de Helvetische Republiek (1798-1803) erkende de gelijkheid van de Italiaanse, Franse en Duitse taal.

Die Saane/la Sarine ou le/oder der Röstigraben, Foto/Photo: TES.

Wetten en decreten werden gepubliceerd in het Duits, Italiaans en Frans en er werden zelfs tolken ingehuurd voor parlementaire debatten. Zwitserland werd officieel meertalig en was daarmee de eerste drietalige eenheidsstaat in Europa.

Meertalig Zwitserland is in 1848 in de Grondwet verankerd en is een wezenlijk onderdeel van de nationale identiteit en essentieel voor de samenhang en solidariteit van de taalgemeenschappen.

Het idee van een viertalig Zwitserland kwam onder de aandacht na eisen van Romaanstalige activisten in Graubünden in de tweede helft van de 19e eeuw. Dit leidde in 1919 tot de oprichting van Lia Rumantscha.

Het Romaans werd op 20 februari 1938 een officiële taal na goedkeuring per referendum (92% van alle burgers en alle kantons stemden voor). Dit was ook een boodschap aan de Italiaanse en Duitse dictator: in Zwitserland geen steun voor een Anschluss, Heim ins Reich of irredentismo.

Bron van zorg is tegenwoordig het ontbreken van talenkennis, zodat communicatie tussen Zwitsers soms in het Engels moet verlopen, nog afgezien van de vele Duitstalige dialecten.

(Bron: J. Ribeaud, La Suisse plurilingue se délingue. Plaidoyer pour les quatres langues suisses,, Neuchâtel 2010).

De verborgen crypte van de Merians

Een van de meest bijzondere werken voor de stad Bazel op Art Basel 2022 is tevens het minst bekende, zelfs voor geboren en getogen Basler*innen. Bovendien staat het object sinds de afloop van het evenement op 19 juni weer, letterlijk, achter slot en grendel.

Even voorbij de Tinguely bronnen en links van het theater verspert een groot ijzeren hek ter grootte van een kazernepoort de ingang tot een tunnel. De tunnel leidt tot onder het koor van de Elisabethenkirche. Deze kerk is tegenwoordig een (multi) cultureel centrum, maar had bij de ingebruikneming in 1864 nog een religieus-protestantse functie.

De koopman Christoph Merian (1800-1858) was de mede-financier van de kerk. Deze Basler is tegenwoordig vooral nog bekend vanwege de Christoph-Merian-Stiftung (zie onder projecten) die een vermogen beheert van 1.7 miljard Zwitserse franken. Het is de nalatenschap van hem en zijn vrouw Margaretha Merian-Burckhardt (1806-1886).

De tunnel leidt naar de crypte en laatste rustplaats van beiden. De crypte is een kapelletje met altaar. Het echtpaar rust daarnaast in twee zwarte marmeren sarcofagen. De tunnel met toegang tot de crypte is na 1975 door een verbouwing in de vergetelheid geraakt en afgesloten door het hek.

Ter gelegenheid van Art Basel 2022 heeft de kunstenaar Tobias Rehbergen (1966) voor de crypte sculpturen gemaakt die ingevroren rookzuilen voorstellen als indicatie van vergankelijkheid.

Zwitserse democratie

Het Duitstalige boek beschrijft puntsgewijs de ontwikkeling en de bijzonderheden van de Zwitserse democratie. Daartoe behoren onder andere het federalisme, concordantie (Konkordanz) als instrument van belangenafweging en sociale integratie, de invloed van referenda, de rol van politieke partijen, maatschappelijke organisaties en verenigingen in het federale besluitvormingsproces en beleid, alsmede het functioneren van regering en parlement.

Bovendien situeert het boek het Zwitserse politieke systeem in een internationale vergelijking: democratie, globalisering en internationalisering, en het Zwitserse model als inspiratiebron.

W. Lindner/Sean Mueller, Schweizerische Demokratie. Institutionen, Prozesse, Perspektiven, vierde druk, Bern 2017

Het eeuwenoude Zwitserse Wirtschaftswunder en John Bowring

Een kleine vraag over een klein land in de onherbergzame Alpen zonder directe toegang tot de zee,  geen koloniën, geen natuurlijke hulpbronnen of grondstoffen (afgezien van water, graniet, hout en steen), voor een groot deel onbewoonbaar, ontoegankelijk en onvruchtbaar gebied en tot 1848 met een middeleeuws, chaotisch staatbestel van vrijwel volledig soevereine kantons, die omringd waren door machtige op expansie gerichte monarchieën.

Hoe kan een land onder dergelijke omstandigheden uitgroeien tot een van de welvarendste ter wereld ?

Zeer lezenswaardig en zelfs in bepaalde opzichten actueel is het (Engelstalige) rapport over de economie van Zwitserland in 1835 van de Engelse parlementariër John Bowring (1792-1872).

John King ( 1788-1847), Sir John Bowring, 1826. National Portrait Gallery Londen.

Welvaart

De grote welvaartsgroei in de tweede helft van de twintigste eeuw wordt vaak in verband gebracht met het bankgeheim en rekeningen van minder bonafide klanten, de (Joodse) tegoeden, de goudvoorraden uit geplunderde landen of de handel met Duitsland in de Tweede Wereldoorlog.

De rol van Zwitserse handelaars en ondernemers tijdens de slavernij en het kolonialisme staat sinds kort in het middelpunt van de belangstelling (inclusief het gevaar van anachronistische standpunten en het negeren van de wrede heerschappij van lokale tirannen en slavenhandelaars).

Deze factoren hebben een rol gespeeld, pecunia non olet. De huidige welvaart wordt hier echter maar ten dele of niet door verklaard. De sociale welvaartsstaat komt niet uit de lucht vallen en is ook geen direct gevolg van bovengenoemde factoren, hoe moreel laakbaar deze, met de huidige kennis, wetten  en moraal, ook kunnen zijn.

Fleurier (kanton Neuchâtel), Horlogerie Parmigiani

Het eeuwenoude economische succes

De basis van het Zwitserse economische succes gaat een paar eeuwen terug. Het decentrale staatssysteem met kleine politieke eenheden door en voor burgers en zonder aristocratische dynastieën ontstond in de laat dertiende tot begin zestiende eeuw in de dertien (Duitstalige, alleen Fribourg is ook Freiburg) kantons en hun geallieerde gebieden (Zugewandte Orte), onder andere het huidige Graubünden, Genève, (Boven) Wallis, St. Gallen en Neuchâtel.

De unieke Landsgemeinde ontstond in acht kantons in de dertiende en veertiende eeuw. Ze zijn de voorlopers van wat tegenwoordig directe democratie wordt genoemd. In de andere kantons waren de gilden en de regenten-kooplieden aan de macht, zoals bijvoorbeeld ook het geval was in de Republiek van de Verenigde Nederlanden.

Trogen, centrum. Kanton Appenzell Ausserrhoden. Foto: TES

De Orte, die vanaf de zestiende eeuw kantons worden genoemd, waren gericht op handel, productie, industrie en na 1515 (Marignano) het voorkomen of niet deelnemen aan geldverkwistende buitenlandse conflicten en expedities, de Zwitserse neutraliteit.

De Zwitserse soldaat was echter niet weg te denken van de Europese slagvelden. Hij was een gewild exportproduct, waaraan de lokale elites in de kantons goed verdienden. Bovendien was het een goede afvoerput voor mannen onder de armoedegrens en potentiële oproerkraaiers.

Collectie: Landesmuseum Zürich

Deze decentrale structuren bevorderden de ondernemingslust, handel, innovatie, rechtszekerheid en conflictbeheersing en -beslechting.  De kantons waren feitelijk na 1499 (Vrede van Bazel) en volkenrechtelijk na 1648 (Vrede van Westfalen) soevereine republieken zonder buitenlands, keizerlijk, koninklijk of rechterlijk gezag boven zich.

Deze (relatief) democratische structuren zonder buitenlandse inmenging betekende een voordeel ten tijde van de godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw. Afgezien van enkele relatief kleine oorlogen (de Kappelerkriege van 1529 en 1531 en de Villmergerkriege van 1656 en 1712) waren er geen grote (religieuze) conflicten, afgezien van de Bündner Wirren (1618-1638) en de boerenopstand van 1653.

De kantons hielden stemmingen over de godsdienst. De Appenzeller splitsten zich vreedzaam in 1597, Glarus erkende de twee geloven en zelfs het delen van de kerken (Simultaneum), sommige kantons werden hervormd, andere bleven het oude geloof trouw. Freiburg (katholiek) en Bern (protestant) waren bondgenoten in hun buitenlands beleid en deelden in de buit op de hertog van Savoie in 1536 (verovering Waadt).

Het leidde wel tot (persoonlijke) conflicten en bondgenootschappen met landen met het juiste geloof. De menselijke en materiële schade in Zwitserland was echter beperkt en dit was uiteraard goed voor de handel, productie en industrie.

Suchard, de eerste chocolade multinational

Specialisatie, handel en niches

Bovendien specialiseerden de steden en kantons zich al in een vroeg stadium. Vee en melkproducten in het ene kanton, horlogerie of textiel in andere en globale en Europese handel in  zijde, katoen, wol, linnen, koffie, thee, specerijen in grote stedelijke centra.

De centra van handel, industrie en export bloeiden al in de zestiende tot de achttiende eeuw, twee eeuwen voor de industriële revolutie. St. Gallen, Glarus, Zürich, de Appenzeller, Bazel en andere gebieden hadden een dominerende positie in de textielindustrie.

Het Verlagsystem lag hieraan  ten grondslag. De ondernemer verschafte de grondstoffen en de eenvoudige productiefaciliteiten voor thuisarbeid. De lonen en investeringen waren laag, de productie was voornamelijk handenarbeid door (huis) vrouwen en kinderen.

Solothurn, Attisholz complex, Solothurn

Protestanten

Zwitserland heeft, evenals de Republiek van de Verenigde Nederlanden, veel voordeel gehad van de komt van tienduizenden Hugenoten en andere protestante vluchtelingen in de zestiende en zeventiende eeuw. Zij namen hun kennis, ervaring en handelsmentaliteit mee. De horloge- en textielindustrie hebben er van geprofiteerd.

1800-1900

De pioniers van de horloge industrie veroverden in korte tijd Europa met wereldwijde netwerken. De bancaire sector groeide hard. Niet Engeland, maar Zwitserland was de toonaangevende textielproducent in de achttiende eeuw.

Dit veranderde vanaf 1780  door (Engelse) uitvindingen in de industriële revolutie en de Napoleontische oorlogen. Naderhand waren de kantons in de nieuwe Confederatie van 1815 te verdeeld om bijvoorbeeld kanton overschrijdende spoorwegen aan te leggen. Dit veranderde door de nieuwe Grondwet en Confederatie van 1848 en de nieuwe bevoegdheden voor de centrale overheid (der Bund, la Fédération).

Glarus, textielindustrie

In 1875 had het land relatief de meeste spoorwegen en stations van Europa, het toerisme boomde, de ingenieurs leverden meesterwerken af in de tunnelbouw, viaducten, bruggen, spoorwegen, de waterwegen, de eerste waterkrachtcentrales, watermanagement (de ‘Deltawerken’ van de Juragewässerkorrektion 1868-1891 bijvoorbeeld), bergpassen en later autowegen, machinebouw, elektronica, ja zelfs scheepsbouw.

Een scheepsbouwer Escher Wyss uit Zürich was lange tijd de grootste Europese producent van stoomschepen. De schepen werden elders in elkaar gezet of de scheepsbouwer vestigde zich met werven in het buitenland.

Rond 1900 was Zwitserland een toonaangevende toeristische-, financiële, industriële- en handelsnatie en land met goed (beroeps) onderwijs en uitstekende universiteiten en onderzoekscentra.

Multinationals zoals Hoffmann La Roche, Nestlé, ABB en de chemie-, verzekerings- en bankreuzen en multinationals in diverse andere sectoren werden in deze tijd opgericht. De beau monde van Europa en de wereld ontmoette elkaar in  de Zwitserse Grand Hotels en kuuroorden.

Bazel, Roche Torens. Foto: TES

Het nadeel wordt een voordeel

De Alpen, vroeger een nadeel, waren nu een voordeel. De goede infrastructuur, in 2016 nog eens bevestigd door de nieuwe Gotthardtunnel, bouwmateriaal in overvloed (graniet en vele soorten steen), creatief en innovatief gebruik van water (en hout) en het toerisme kenmerken het (transit) land. De bewust klein gehouden boerenbedrijven (met subsidies), leiden tot hoogwaardige vlees- en melkproducten en goed natuurbehoud.

Het gebrek aan grondstoffen inspireerde tot creativiteit en innovaties. Grondstoffen, zoals wol, katoen, linnen of ertsen werden en worden ingevoerd en in hoogwaardige producten weer uitgevoerd (machines, horloges, schrijfwaren, elektronica bijvoorbeeld). Het gebrek aan grondstoffen werd een voordeel. De ondernemers en handelaren moesten het vooral hebben van innovatie en hoogwaardige ‘niche’ producten, die vervolgens marktleiders werden.

De vork (la fourchette) van Nestlé, Alimentarium.

Zwitserland kende geen oorlog, revoluties of kostbare koloniale of andere buitenlandse expedities in de negentiende en twintigste. Het politieke systeem was stabiel en economisch liberaal én sociaal. De laatste gewapende conflicten waren de Basler Wirren van 1831-1833  en de Sonderbundskrieg van 1847, een korte burgeroorlog. Religieuze en economische motieven en vooral de opzet van de toekomstige staat (decentrale confederatie of meer macht voor de federatie) lagen hier aan ten grondslag.

Water werd al vanaf 1880-1890 een belangrijke natuurlijke hulpbron voor het opwekken van elektriciteit en gebruik in de chemische industrie.

Waterkrachtcentrale Whylen-Augst (1912)

De energieonderneming Primeo Energie faciliteert en financiert bijvoorbeeld Primeo Energie Kosmos, een Erlebnis- en wetenschappelijk centrum voor klimaat en energie.

Conclusie

De stabiele sociale en economische ontwikkeling, het politieke systeem, het goede onderwijs, de arbeidsmoraal en innovatie zijn de basis van het economische succes.

Dit blijkt vooral uit het sterke midden- en kleinbedrijf, het uitstekende beroepsonderwijs voor vakken en ambachten en ’s werelds beste ingenieursopleidingen en onderzoeksinstituten. De kracht van het midden- en kleinbedrijf hangt op haar beurt weer samen met de juridische structuren, rechtszekerheid, koopmansgeest en de betrokkenheid en respect van de burgers voor elkaar, woonomgeving, de gemeente, het kanton en het federale systeem.

Decentralisatie is het toverwoord, een bottom-up samenleving, economie en politiek. Dit komt ook tot uiting in het zogenaamde Milizsysteem in het leger, de politiek en de civil society.  In welk land zitten ‘captains of industrie’ als miliz in de volksvertegenwoordiging? Dat kan ook alleen maar als er vertrouwen in het systeem en in elkaar is.

In Zwitserland wonen geen betere of slechtere mensen, handelaren, ondernemers en industriëlen. Het is de combinatie van een aantal factoren die aan het succes en zijn eeuwenoude continuïteit ten grondslag liggen. Het bankgeheim, zwart of fout geld en foute handel in tijden van oorlogen zijn in ieder geval niet de basis van het succes van het eeuwenoude Zwitserse model.

Het Zwitserse systeem lijkt onverenigbaar met de ondemocratische maar (absurd) bureaucratische Europese Unie van 27 (totaal) verschillende geschiedenissen, mentaliteiten en economische, fiscale, juridische, politieke, monetaire en culturele systemen, gecentraliseerd en geleid volgens het (absurde) principe van ‘one size fits all’.

(Bron: Markus Somm, Warum die Schweiz reich geworden ist. Bern, 2022; Joseph Jung, Das Laboratorium des Fortschritts. Die Schweiz im 19. Jahrhundert, Zürich, 2019).

De Vrijheid van Zwitserland

De geschiedenis van de Vrijheid van Zwitserland van Edward Gibbon (1737-1794) is tweehonderd jaar na de originele Franse publicatie in 1815, in een Duitse versie onder de titel Die Freiheit der Schweizer verschenen.

Gibbon wordt beschouwd als de vader van de moderne geschiedschrijving en is nog steeds een van de belangrijkste Engelse historici. Zijn belangrijkste werk is The History of the Decline and Fall of the Roman Empire.

Gibbon heeft echter zijn intellectuele capaciteiten in Lausanne ontwikkeld. Hij was daar vijf jaar van 1751 tot 1756. Hij was geïnteresseerd en gefascineerd door Zwitserland en een confederatie met een, ook toen al, afwijkende regeringsvorm, zonder monarchie of aristocratie en in een aantal kantons directe democratie.

Hij schreef in het Frans en zijn eerste publicatie heette Journal de mon voyage dans quelques endroits de la Suisse. Maar de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) maakte een einde aan het verblijf van Gibbon in Lausanne.

Na het einde van deze oorlog ging hij op reis naar Italië. Hij reisde via en Lausanne, waar hij bijna een jaar verbleef.  Daarna reisde hij met de Engelsman Willem Guise (1737-1783) naar Rome.

Daar besloot hij De geschiedenis van de ondergang en de val van het Romeinse Rijk te schrijven. Het laatste deel van dit zesdelige verhaal is in 1788 gepubliceerd.

Maar in 1765, terug in Engeland, was de Geschiedenis van de Vrijheid van Zwitserland nog steeds in zijn gedachten en hij zette het inderdaad op papier.

Het werd echter pas in 1815, twee decennia na zijn dood, in het Frans gepubliceerd onder de titel Introduction à l’histoire Générale de la République des Suisses en pas tweehonderd jaar later in het Duits.

(Edward Gibbon, Die Freiheit der Schweizer, 2015, Zürich).

De Alemannische Taal

Het Alemannische Taalgebruik verwijst naar (Germaanse) dialecten in het zuiden van het Duitstalige gebied. Het gebied rond de Bodensee (meer van Konstanz) heeft taalkundig nooit een eenheid gevormd, afgezien van het huidige Duits en in de Romeinse tijd het Latijn.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

Schwäbisch (ten noorden van Tuttingen en Immenstadt in Baden-Württemberg);

Oberrheinalemannisch (Elzas, zuidelijk Baden-Württemberg en regio Bazel):

Bodenseealemannisch (de Duitse en Oostenrijkse Bodensee regio);

Hochalemannisch (een deel van de kantons Bern en  Graubünden en de kantons Schaffhausen, Thurgau, Glarus, Aargau, St. Gallen, Appenzell Innerrhoden en Appenzell Ausserrhoden, Zürich, Zug)

en 

Höchstalemannisch (de kantons Schwyz, Uri, Obwalden, Nidwalden,Wallis, Luzern en delen van Bern en Graubünden).

De Alemannen stuitten vanaf hun emigratie vanaf de vijfde tot de achtste eeuw op een Gallo-Romaanstalige bevolking aan de Zwitserse kant van de Bodensee. De Alemannen behielden, in tegenstelling tot de van oorsprong Duitstalige Bourgondiërs (443-543 en 888-1032)  in West-Zwitserland, hun Germaanse taal en dit leidde tot een (langzame) germanisering in dit deel van Zwitserland.

De Franken (534-888) in West-Zwitserland hebben geen Germaanse talen gesproken, maar Gallo-Romaans, waaruit zich het huidige Frans heeft  ontwikkeld.

De huidige taalgrens tussen de van oorsprong Alemannische en Franse taal lag rond het jaar duizend al in grote lijnen vast.

(Bron: U. Leuzinger (Red.), Römer,  Alamannen, Christen, Thurgau, 2013).

Het Arboretum van Vallon

Zwitserland is eeuwenlang bewoond geweest door Keltische stammen. Een van Europa’s belangrijkste archeologische vindplaatsen van de Keltische cultuur ligt bij het plaatsje Tène aan het meer van Neuchatel.

De Keltische Tène periode (500-100 v. Chr.) was voorafgegaan door de Hallstatt periode (1200-500 v. Chr), vernoemd naar een plaatsje in Oostenrijk.

Wellicht is het grote respect voor bomen in Zwitserland hier op terug te voeren, zowel in de stad, als op het platteland. De boom had immers een heilige status in de Keltische cultuur. De eik was zelfs een soort godheid, zoals de Linde in de middeleeuwen de plaats was om recht te spreken.

Hoe het ook zij, het land kent diverse parken die speciaal gewijd zijn aan bomen. De naam voor een dergelijk park is arboretum van het Latijns woord Arbor (boom).

Een arboretum is een natuurgebied dat gewijd is aan behoud, educatie, teelt, observatie, onderzoek en de recreatieve functie van het bos en zijn bomen en struiken in al hun verscheidenheid. Het is als het ware een botanische tuin midden in de natuur.

Het Arboretum van Vallon vlakbij Aubonne (kanton Vaud) heeft ongeveer 3 000 bomen en struiken van alle continenten. Het park is vernoemd naar de Aubonne, een riviertje dat ontspringt aan de voet van het Juragebergte. Het heeft twee zijrivieren, de Toleure en de Sandoleyre.

Het Arboretum loopt van noord (de Jura) naar zuid (het Meer van Genève). Dit is vanwege de zonuren gunstig voor de vegetatie. Het Arboretum heeft een oppervlakte van ongeveer 130 ha binnen een landbouw- en bosbouwgebied van ongeveer 200 ha.

Naast de verzamelingen van struiken en bomen omvat het Arboretum ook de sector pomologie met zijn “boomgaarden van weleer”. Hier staan fruitbomen uit het noordwesten van de Verenigde Staten en Japan.

Het Houtmuseum (Le Musée du bois) toont eeuwenoude gereedschappen, ambachten, technieken van houtbewerking in al haar verscheidenheid.

De plaats Aubonne, vlakbij het park, heeft een middeleeuws centrum met een fraai uitzicht over het meer van Genève.

(Bron en meer informatie: Le Musée du bois – L’Arboretum du Vallon de l’Aubonne).

 

Nieuwe Uitvoeringen van ADN

De ADN (Association Danse Neuchâtel) presenteert twee nieuwe voorstellingen in de Temple Allemand in La Chaux-de-Fonds (kanton Neuchâtel) op zaterdag 25 en zondag 26 juni, om 18 uur.

Op het programma staan twee creaties van Clara Delorme. Malgrés,is een speels stuk met als thema “Muziek en lichaam”. Het vertelt over de ongerijmdheden van het lot en nodigt juist uit om te genieten van de kleine mislukkingen van en in het leven.

L’albâtre is een solouitvoerin van  Clara Delorme. Ze evolueert met de naaktheid haar lichaam, maar met bril als enige kledingstuk!

In 2019 creëerde Clara Delorme L’albâtre tijdens de Quarts d’Heure de Sévelin, een stuk geselecteerd voor de Zwitserse Dansdagen 2021.

Ze is winnares van de PREMIO-prijs en van de SSA-beurs met Malgrés in 2020. Ze neemt deel aan het programma “Choreographing” van de Kunstraad Pro Helvetia (Fondation pour la culture Pro Helvetia) en aan het programma “Double” van het Migros Cultuur Porgramma Pour-cent culturel Migros.

Een jonge artiest om te ontdekken!

Verdere Informatie en tickets: www.danse-neuchatel.ch/2022/malgres-l-albatre

 

De Engelse Tuin van Neuchâtel

In 1765 kreeg Pierre Alexandre DuPeyrou (1729-1794) toestemming van het gemeentebestuur van Neuchâtel om een openbare promenade aan te leggen achter zijn oranjerie en het paleis DuPeyrou in aanbouw. De promenade bevond zich toen nog aan de oever van het meer van Neuchâtel.

Neuchâtel  was vanaf 1504 tot 1813 een Prinsdom, daarvoor eeuwenland een graafschap. De Pruisische koning was vanaf 1707 tot (formeel) 1857, prins van het oude graafschap. (zie ook Swiss Spectator, 2 februari 2022, De laatste vorst van Neuchâtel). De stadspaleizen en het centrum getuigen nog steeds van de grandeur van weleer.

DuPeyrou was een schatrijke voormalige plantagehouder in de Nederlandse kolonie Suriname. Hij bouwde in 1765-1771 ook het paleis DuPeyrou. De promenade vervolmaakte de aristocratische indruk. Het kunst- en historisch museum (Musée d’art et d’histoire) en de historische galerijen (Galeries de l’histoire) bj het paleis DuPeyrou gaan in op deze historie.

In 1865 werd de promenade aangepast aan de moderne smaak en verloor de rotonde van de promenade het grootste deel van zijn populieren. De promenade werd nieuw ingericht als een Engelse Tuin, de Jardin anglais, wellicht in navolging van de prestigieuze Engelse tuin van Arlesheim (kanton Basel-Landschaft).

Na de eerste correctie van het water in de Jura (1868-1891, zie Swiss Spectator, de Zwitserse Deltawerken, 22 april 2022) was het meer drie meter gezakt. De Engelse tuin lag vanaf dat moment een paar honderd meter van de oever van het meer.

Een nieuwe wijk (Quartier des Beaux-Arts) met een kunstmuseum, woonhuizen en openbare gebouwen, vulde de ruimte op. Vanaf 1888 kreeg het park diverse nieuwe attracties, onder andere een muziektent en een Grande Salle, het huidige casino, en restaurants.

Het park en zijn (exotische) bomen heeft ieder jaar een nieuwe flora en prachtige bloementuinen.

(Bron en meer informatie: www.neuchatelville.ch; www.j3l.ch).

 

Zomerprogramma Origen

De Stichting (Stiftung/Fundaziun) Origen wijdt de zomer aan het thema “ruimte” In de theatertoren op de Julierpas is een reeks nieuwe dansstukken te zien, gecreëerd door kunstenaars uit: Parijs, Tbilisi, Den Haag, München, Hamburg, Rio de Janeiro, Kiev, Sint-Petersburg, Amsterdam, Antwerpen en Londen.

In Riom wijdt Origen zich aan de barokke architecten van Graubünden en vertelt over Henrico Zuccalli, destijds bouwmeester aan het hof van de keurvorst in München.

Het dorp Mulegns wordt opengesteld voor het publiek. De Witte (3 D) Toren toont zijn eerste contouren: een eerste proefverdieping wordt in de zomer opgetrokken en nodigt bezoekers uit om in contact te komen met nieuwe bouwtechnologieën.

Romantische salonconcerten en zelden gehoorde missen weerklinken in zalen en dorpskerken in Surses, de Albula-vallei, Engadine en Bergell. De theatergroep Commedia toert dichtbij en ver weg. En tenslotte weerklinken weer Gregoriaanse gezangen in de kerk van Mistail, tot vroeg in de ochtend als de zon opkomt.

Periode: 16 juni – 14 augustus 2022

Locaties: Riom, Mulegns, Julierpass, St. Moritz, Pontresina, Alvaschein, Chur, Pratval, Zernez, Luzern, Herrliberg, Samedan, Winterthur, Alvaneu, Poschiavo, Bergün, Laax, Lenzerheide, Riom, Sils i.E., Silvaplana, Bondo, Malix , Verscio, Zuoz.

(Bron en nadere informatie: Stichting Origenes, www.origen.ch).