De St. Galluskirche in Ötlingen

Rond 800 is op een van verre zichtbare plaats vlakbij de bisschopsstad Bazel een kerk gewijd aan St. Gallus gebouwd. Het was een eenvoudige typisch Alemannische zaalkerk.

Gallus was een Ierse monnik die rond 600 na Christus met zijn metgezellen de Rijn volgde. Hij kwam uiteindelijke terecht in de streek van het huidige St. Gallen. Na zijn dood in 640 bouwden zijn volgers in 719 de eerste kerk van de latere abdij St. Gallen.

Deze abdij had al in de 8e eeuw bezittingen in het Markgräflerland (in het latere Groothertogdom Baden, Duitsland) en was cultureel gezien een van de belangrijkste abdijen ten noorden van de Alpen.

De fundamenten van deze kerk zijn nog steeds te vinden onder de vloer van de huidige kerk in Ötlingen (Baden Württemberg). In 1275 is de Galluskerk voor het eerst genoemd.

De fresco’s uit de 13e en 14e eeuw tonen scènes uit het Nieuwe Testament en het martelaarschap van de apostel Paulus. De bovenste rij toont afbeeldingen uit het leven van St. Gallus, onder andere met twee diakens, St. Gallus houdt de bisschopsstaf in zijn hand. Een grote afbeelding van de apostel is aangebracht op de muur van de kerktoren.

Het gebied is getroffen door een zware aardbeving in 1356. Ötlingen en de kerk werden hierbij verwoest. De renovatie volgde snel en het koor is naar het oosten uitgebreid en kreeg zijn huidige laatgotische vorm. De kerk kreeg ook een groot gotisch tabernakel.

De kerk bekeerde zich tot het protestantse geloof in 1556. Het Huis en latere Groothertogdom Baden waren altijd nauw verbonden met de kerk en het dorp. Het geelrode wapenschild van Baden is om deze reden de sluitsteen van de koorboog.

(Bron: H. Saecker, Die St. Gallus. Kirche in Ötlingen, Ötlingen 2007).

 

De Oudolf Garten en de Tsuyoshi Tane Garden House van de Vitra Campus

De Vitra Campus in Weil am Rhein (Duitsland) bij Bazel is een complex van hedendaagse architectuur, die de culturele, commerciële, productie-, onderzoeks- en designaspecten van de Zwitserse meubelfabrikant Vitra op één locatie samenbrengt.

Sinds de opening in 1989 is de locatie door de toevoeging van diverse gebouwen van wereldberoemde architecten getransformeerd tot een van ’s werelds toonaangevende centra op het gebied van meubeldesign en – onderzoek met een unieke permanente collectie en jaarlijkse tijdelijke tentoonstellingen in het Vitra Design Museum.

De Oudolf Garten (tuin) op de Vitra Campus maakt het concept compleet. De tuin is niet alleen  decoratie voor de architectuur, maar vult de museum-, opslag-, productie- en andere gebouwen aan en geeft ze nieuwe perspectieven.

Ongeveer 30 000 planten met verschillende bloeiperioden en levenscycli creëren een tuin met steeds wisselende kleuren gedurende het jaar. De Nederlandse tuinarchitect Piet Oudolf (1944) noemt zijn  combinatie van planten een ‘gemeenschap’, wat past in de ‘meubeldesign-gemeenschap’ van Vitra.

Winter 2024

Andere Zwitserse bedrijven en culturele instellingen hanteren hetzelfde concept, bijvoorbeeld de Novartis-tuin en haar onlangs geopende medische paviljoen en de Merian Gärten in Bazel, het Paul Klee Zentrum in Bern, de Gletscher Garten in Luzern, het Kirchner Museum in Davos, het Attisholz-Areal in Solothurn, de Pierre Gianidda Fondation in Martigny, de Hermitage en het nieuwe museumcomplex Plateforme 10 in Lausanne en diverse andere projecten in het land, waarbij natuur, cultuur, kunst, industrie en architectuur met elkaar worden gecombineerd en zijn verweven.

De Swiss Spectator zal aandacht besteden aan dergelijke instellingen in Zwitserland en omliggende regio’s, bijvoorbeeld de Rheingärten en het onlangs geopende landschapspark in Neuenburg am Rhein.

(Bron en nadere informatie: Vitra Design Museum, www.design-museum.de).

Piet Oudolf, planting design.Vitra  Design Museum

Tsuyoshi Tane, The Tane Garden House (2023)

De Iglingerhof en klooster Olsberg

Ieder dorp en elke landweg heeft zijn schoonheid. Dat geldt zeker in Zwitserland. Op de meest onverwachte plaatsen is nationaal erfgoed te bewonderen, veelal onderhouden of in stand gehouden door private organisaties of initiatieven al dan niet met steun van de lokale, kantonale of federale overheid.

Op de grens van de kantons Aargau en Basel-Landschaft staat bijvoorbeeld het landgoed Iglingerhof.  Het Iglingerhof bestaat uit twee groepen huizen met boerderijen bij Magden (Kanton Aargau).

Het landgoed bestond al in de middeleeuwen en was tot 1790 eigendom van het klooster Olsberg. Dit cisterciënzerklooster is het oudste vrouwenklooster van deze orde in Zwitserland.

Het klooster is gesticht aan het begin van de dertiende eeuw. Door legaten en gunstige aankopen koopaanbiedingen verwierf het steeds meer land en wijngaarden in de Elzas, de huidige kantons Aargau en Basel-Landschaft. Het klooster bezat ook verschillende eigendommen in de steden Rheinfelden en Basel.

Het klooster is in 1803 bij het ontstaan van kanton Aargau en de nieuwe Confederatie (Mediationsakte van 1803) opgeheven. De eigendommen zijn aan privé-personen verkocht. De Iglingerhof was in 1790 al verkocht.

In 1918 verwierf de Christian Merian Stichting de Iglingerhof met een totaal van bijna 67 ha land en bos met het doel het bedrijf voor de landbouw te continueren. Dit gebeurt inderdaad nog steeds.

Nog ouder dan de boerderijen is de Niklauskapelle. Deze kapel bestond al in de dertiende eeuw. Ze  brandde in 1860 af, maar de herinnering eraan leeft voort in het gotische koor, dat is gerestaureerd en in het complex is geïntegreerd.

Op diverse plaatsen zijn middeleeuwse kerkjes in boerenbedrijven opgenomen, enkele voorbeelden zijn de Romaanse kapel in Donatyre (kanton Vaud) of de romaanse kerk San Niclà in Strada (kanton Graubünden).

(Bron en nadere informatie: Kloster Hortus-Dei (kloster-olsberg.ch).

UNESCO Werelderfgoed in Zwitserland

Met de goedkeuring van het verdrag in 1972 heeft de UNESCO zich tot taak gesteld culturele en natuurlijke locaties van uitzonderlijke waarde voor toekomstige generaties te behouden. Er zijn nu meer dan 1100 plaatsen erkend als werelderfgoed. Zwitserland was een van de eerste ondertekenaars in 1975.

In Zwitserland staan negen culturele plaatsen en vier natuurgebieden op de Werelderfgoedlijst.

Het architecturale werk van Le Corbusier, de prehistorische paalwoningen rond de Alpen, de Rhätische spoorweg in de Albula/Bernina-landschappen, La Chaux-de-Fonds / Le Locle en de horlogeriesector, de Lavaux en zijn wijngaarden, de drie kastelen, de verdedigingsmuur en de wallen van Bellinzona, de oude stad Bern, het Benedictijnenklooster van Sint Jan in Müstair en de abdij van Sint Gall.

Het Bundesamt für Kultur is verantwoordelijk voor dit erfgoed.

Het Bundesamt für Umwelt is verantwoordelijk voor de natuurgebieden van de Zwitserse Alpen Jungfrau-Aletsch (2001), Monte San Giorgio (2003), het Zwitserse tektonische gebied Sardona (2008) en de (oer) oude beukenbossen van Zwitserland (2021).

(Bron en verdere informatie: World Heritage Experience Switzerland)

Art Basel 2022

Aan jaarlijkse editie van Art Basel (16-19 juni) nemen 289 toonaangevende galeries uit de hele wereld deel. Ze tonen werken uit alle media, van zeldzame en historische meesterwerken tot werken van nieuwe media van de opkomende kunstenaars.

Daarnaast presenteert de beurs 70 grootschalige kunstwerken in het programma Unlimited; twintig locatiegebonden projecten in Parcours; een grootschalige installatie getiteld ‘Out of Sight‘ als eerbetoon aan de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner; een veelzijdig en omvangrijk filmprogramma en de inmiddels beroemde lezingenreeks van deze beurs.

Dit jaar is de beurs na twee jaar (gedeeltelijke) afwezigheid weer terug op de traditionele data in juni, met een volledige programmering in de stad.

(Bron en verdere informatie: www.artbasel.com)

De Hebel-wandelroute en heimwee

De Hebel-wandelroute (Hebel-Wanderweg) met een lengte van ongeveer 60 km tussen Bazel en de bron op de Feldberg (Baden-Württemberg) is gebaseerd op het Alemannische gedicht “Die Wiese” van Hebel en loopt over gemarkeerde wandelpaden vanaf de bron tot aan de Schifflände in Bazel. Talrijke informatieborden geven informatie over Hebel en zijn werk.

Johann Peter Hebel (1760-1826) schreef de “Alemannische Gedichten”, voor het eerst gepubliceerd in 1803, vanwege heimweh (een woord van Zwitserse oorsprong) naar zijn vaderland/Heimat (de stad Basel en het Wiesental). Hij wordt beschouwd als een pionier van de Alemannische dialectliteratuur.

Heimwee (Heimweh) was al in de zeventiende eeuw een diagnose van een ziekte bij Zwitserse huurlingen, afgeleid van denken met pijn en smart aan de Heimat. De Engelse vertaling ‘homesick’ komt dicht in de buurt.

Hebel wandelde vaak langs de Wiese bij Riehen en Bazel op het pad langs een beek die uitkomt van de Wiese. De Wiese mondt bij Kleinhüningen (een met Bazel samengevoegde gemeente) uit in de Rijn.

Monument voor Hermann Daur (1870-1925) en Johann Peter Hebel. Ötlingen, bij de St. Gallus-Kirche. 

Naast zijn werk als schrijver was hij ook werkzaam als predikant en leraar in Lörrach en Karlsruhe. In 1819 werd hij benoemd tot de eerste prelaat van de protestantse regionale kerk van het Groothertogdom Baden.

Met uitzondering van de twee Zwitserse gemeenten Riehen en Basel (kanton Basel-Landschaft) aan de monding van de Wiese, behoort het Wiesental tot het district Lörrach.

Het dal strekt zich uit langs de bijna 60 kilometer lange loop van de Wiese in zuidwestelijke richting vanaf de Feldberg, waar de Wiese op ongeveer 1.200 meter hoogte ontspringt, tot de Rijn bij Bazel.

Het traject begint bij de bron op de Feldberg, en gaat via de schilderachtige dorpen Todtnau, Utzenfeld, Schönau, Wembach, Fröhnd, Zell, Hausen, Schopfheim, Maulburg, Steinen, Hauingen, Brombach, Lörrach en Riehen naar Bazel.

(Bron en nadere informatie: www.riehen-tourismus.ch).

De Sumatra-Zwitsers

Inleiding

Zwitserland is een van de meest innovatieve, geglobaliseerde en kosmopolitische landen ter wereld. Het beeld van een eiland in het midden van Europa of de Europese Unie klopt niet, noch vandaag, noch gisteren. In diverse opzichten is het echter wel een monetaire, democratische, sociale en maatschappelijke oase.

Zwitserland en zijn ondernemers verlenen diensten, bemiddelen, exporteren, importeren en produceren al eeuwenlang tussen wereld- en Europese metropolen, waarbij grondstoffen, kennis, diensten, kapitaal en arbeid circuleren.

Zwitserland en Nederlands-Indië

Het is geen toeval dat de Nederlandse multinational DSM (De Staats Mijnen) samen met de veel kleinere Zwitserse onderneming Firmenich verdergaat als de Zwitserse onderneming DSM- Firmenich. Reeds in 1907 waren vele Zwitserse geologen, landmeters, ingenieurs en scheikundigen in dienst van de grote Nederlandse aardoliemaatschappij B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij), het latere Shell.

Dus ook zonder kolonies (met één uitzondering in Algerije (Swiss Spectator 19 oktober 2021, De enige en eerste Zwitserse kolonie) was Zwitserland tijdens het kolonialisme betrokken bij handelsbetrekkingen en zakendoen. Niet alleen in Azië, maar ook in Afrika en Zuid-Amerika (in Suriname, bijvoorbeeld, is de familie DuPeyrou uit Neuchâtel vermeldenswaard).

Sinds de 17e eeuw zijn de Zwitsers overzee getrokken als huurlingen in koloniale legers of tewerkgesteld in internationale handelsmaatschappijen, als kooplieden, missionarissen of consultants.

Toen Nederland in 1870 een gebied in Sumatra (het voormalige Nederlands-Indië, sinds december 1949 Indonesië) openstelde voor Europese investeerders, waren Zwitsers de eersten die van de gelegenheid gebruik maakten.

In de daaropvolgende zeventig jaar, tot aan de Tweede Wereldoorlog, werkten tussen 500-700 Zwitsers en hun gezinnen op de plantages in Sumatra, als landgoedeigenaren, plantagebeheerders of assistenten.

De plantage-eigenaars verbouwden tabak, koffie, thee en, toen al, palmolie.

Duizenden contractarbeiders werkten onder zeer precaire omstandigheden op de plantages, om het bos vrij te maken en wegen aan te leggen of als veiligheidsagenten. De sultans van de regio waren absolute heersers in de vele kleine sultanaten en heersten over de bevolking, vaak wreder dan de plantage-eigenaars.

Patumbah ligt op Sumatra

De tentoonstelling “Patumbah ligt op Sumatra” in het Zwitsers Erfgoedcentrum (Heimatschutzzentrum)in Zürich is gewijd aan deze geschiedenis op een feitelijke en objectieve manier, aan de hand van de (levens) verhalen van verschillende families.

Carl Fürchtegott Grob en Hermann Näher werkten in 1869 eerst op de plantage Helvetia van Albert Breker, een van de eerste plantages in de regio van het Sultanaat Deli op Oost-Sumatra. In 1871 pachtten zij land van de sultan van Serdang en openden een plantage. In de daaropvolgende jaren breidden zij uit en beheerden uitendelijk zes plantages, waaronder de Patumbah-plantage. Met zijn vierduizend werknemers (of koelies) was de firma Näher & Grob een van de belangrijkste op Sumatra. Als rijk man keerde Grob in 1879 terug naar Zürich en bouwde hij in 1885 de Villa Patumbah.

Zürich, Villa Patumbah. Foto TES

Karl Krüsi uit Appenzell reisde in 1873 naar Sumatra en opende zijn plantage in 1881. In 1893 keerde hij terug naar Zwitserland en kocht een villa in Zürich, die hij Villa Sumatra noemde. Dankzij haar heeft Zürich een Sumatra straat.

Deze “expats” waren ook bekwame en getalenteerde ondernemers, en niet alleen de (anachronistische) uitbuiters. Krüsi schreef later in zijn levensloop:

“van ’s morgens vroeg tot diep in de nacht werkte ik als een pakezel, maar ik zag ook dat de oogst zich van dag tot dag prachtiger ontwikkelde”. (von früh bis in die tiefe Nacht arbeitete ich nun wie ein Lastgaul, sah aber auch, wie sich die Ernte von Tag zu Tag prächtiger cultivierte).

Ferdinand Tritschler, een inwoner van Zürich, woonde van 1881 tot 1892 op Sumatra. Hij trouwde in 1889 met Lina Beck. De brieven in de nalatenschap van het echtpaar geven een goed inzicht in het leven van Europeanen en vrouwen in het bijzonder, van wie er overigens tot 1900 slechts enkelen in Sumatra waren.

De broers Fritz en Carl Alphons Meyer zijn twee andere Sumatra-Zwitsers. Zij behoorden tot de tabakspioniers op Sumatra en kochten en bewoonden na hun thuiskomst een villa in Zürich.

In 1886 richtten de Zwitsers in Oost-Sumatra de “Schweizer Verein Deli-Sumatra” op. De vereniging heeft 50 jaar bestaan en bereikte haar hoogtepunt in 1920 met 150 leden.

De brieven, fotoalbums, dagboeken, archieven en deze vereniging zijn belangrijke getuigenissen van dit koloniale verleden van Zwitserse burgers. De tentoonstelling illustreert deze geschiedenis zonder te moraliseren. Maar ook Zwitsers hebben het kolonialisme vorm gegeven en er hun voordeel mee gedaan. Dit besef maakt deel uit van het huidige postkoloniale discours in Zwitserland.

Bron en nadere informatie: www.heimatschutzzentrum.ch; Heimatschutzzentrum, Patumbah liegt auf Sumatra, Zürich,2022).

The Villa Patumbah en Sumatra

Carl Fürchtegott Grob-Zundel (1830-1893) liet in 1883-1885 de Villa Patumbah en een koetsiershuis in historistische stijl bouwen. In 1890 is het park door de landschapsarchitect Evariste Mertens (1846-1907) uitgebreid in de stijl van een Engelse landschapstuin.

Een fontein, bloemperken, beeldhouwwerken en een tuinpaviljoen sieren het gebied bij de villa. Het pand was van 1911 tot 1976 een bejaardentehuis.

De villa herbergt tegenwoordig  het Zwitsers Erfgoedcentrum (Heimatschutzzentrum).  Op de begane grond is de historie van de villa te zien.

De permanente tentoonstelling belicht het thema van de bouwcultuur vanuit drie verschillende invalshoeken. Het gaat over de veranderingen in het landschap, over architectuur en architectonische monumenten.

De tijdelijke tentoonstelling behandelt de geschiedenis van de Villa Patumbah en richt zich op de koloniale banden van de bouwer Carl F. Grob in Zuidoost-Azië, in het voormalige Nederlands-Indië om precies te zijn.

Het toont  “Patumbah ligt op Sumatra” . De teksten zijn In het Duits en Frans beschikbaar met een Engelse hand-out.

De villa is vernoemd naar de plaats op Sumatra waar Grob zijn vermogen als plantagebezitter heeft verdiend. De tentoonstelling toont de betrokkenheid van Zwitserse bij deze koloniale historie.

(Bron en verdere informatie: www.heimatschutzzentrum.ch).

De kruisgang van zu Allerheiligen

Het klooster zu Allerheiligen in Schaffhausen is in 1049 gesticht. Het was gewijd aan de Heiland, het Heilig Kruis, de Moeder Gods Maria en alle heiligen.

De grootste kruisgang in Zwitserland is in de 12e eeuw gebouwd. De kruisgang was aanvankelijk geheel Romaans. De zuidkant werd in de 15e eeuw echter in de gotische stijl herbouwd; de westkant, die niet bewaard is gebleven, had waarschijnlijk ook een gotische renovatie ondergaan.

De kruisgang is in 1902 ingrijpend gerenoveerd in de Romaanse stijl. De kloostertuin diende van 1582 tot 1874 als begraafplaats voor de regimentsfamilies van Schaffhausen.  Meer dan vijftig Epitafen herinneren daaraan.

De kruisgang maakt tegenwoordig deel uit van het museum zu Allerheiligen.

(Bron en nadere informatie:  Museum zu Allerheiligen Schaffhausen)

De Chinese tuin van Zürich

De Chinese tuin (Chinagarten) is een geschenk van de Chinese zusterstad Kunming aan de inwoners van Zürich. De tuin is geopend in 1994.

Het behoort tot de groep van tempeltuinen en is een van de hoogst aangeschreven tuinen buiten China. De tuin is een verkenning van een van de hoofdthema’s van de Chinese cultuur, de “Drie Vrienden in de Winter”: de den, de bamboe en de winterpruim, die samen het koude seizoen trotseren.

Gelegen midden op de prachtige promenade langs het meer van Zürich, is er een afhaalrestaurant voor Chinese specialiteiten en een locatie voor evenementen.

(Bron en nadere informatie: China Garden (China Garten (chinagarten-zuerich.ch)