Val-de Travers, Bovet SA, Château de Vauxtravers/Môtiers. Photo/Foto: www.fleurier.ch

Het Zwitserse ritme in Fleurier

De wegen in de Val-de-Travers in het Juragebergte van kanton Neuchâtel vormen van oudsher een belangrijke oost-west verbinding. Sinds de Gallo-Romeinse tijd bestonden er nederzettingen en was deze vallei een route  in de handelsstromen  voor verschillende goederen van de Franche-Comté naar het Zwitserse plateau.

Sinds de achttiende eeuw is de vallei echter zelf een industrieel gebied geworden voor de productie van textiel, asfalt, de drank absint maar vooral horloges.

Het hart van de Vallei klopt tegenwoordig nog steeds op het ritme van de horlogemakers, vooral in Fleurier, een middeleeuws dorp.

De eerste vermelding van Fleurier dateert uit 1284. Het dorp viel aanvankelijk onder het bestuur van de Heren van Vautravers en vervolgens de Graven van Neuchâtel vanaf de 14e eeuw.

In 1730 introduceerde David Vaucher (1712-1786) de eerste horloge-industrie in Fleurier, in 1800 zouden er al 200 horlogemakers zijn.

Edouard Bovet (1797-1849), een jonge horlogemaker uit Fleurier, ging in 1818 op  zakenreis naar China en opende zo de deuren van het grote keizerrijk voor de horlogemakers van Fleurier.

De Chinese markt betekende een enorme impuls en veel werkplaatsen waren actief om de Chinese markt te bevoorraden. In 1900 waren in Fleurier meer dan 2.000 mensen in deze sector werkzaam en was de bevolking gestegen van 800 in 1800 tot meer dan 3.300 inwoners rond 1900.

Na de crises van de Napoleontische oorlogen (1800-1813), gedurende het interbellum (1918-1939), de wereldoorlogen (1914-1945) en vooral na de komst van Japanse en Amerikaanse kwartshorloges en de oliecrisis in 1970 toonde de horlogemakerij van het dorp (en Zwitserland) een grote solidariteit, een standvastige vastberadenheid en een indrukwekkend innovatief vermogen.

De opening van nieuwe markten en de genialiteit van enkele ondernemers zorgden ervoor dat het dorp (en de Zwitserse horloge-industrie) zich snel konden herstellen.