Waarom Zwitserland ?

Why Switzerland ? is de titel van het boek van Jonathan Steinberg (Cambridge, derde druk, 2015). Het boek is een gedetailleerde studie van zeven eeuwen geschiedenis, politiek, religie, cultuur, economie en waarden die het land en zijn kantons hebben gevormd en hebben gemaakt tot wat ze zijn: geen eiland, maar een oase in het midden van Europa, of in Steinbergs woorden:

“Why Switzerland ? has two parts: why is there Switzerland ? and why anybody else should care ? The answer to the first is clear and has been the main effort in this book: a detailed study of the creation of a unique and succesful small state over seven centuries, how and why it has worked. The answer to the second is the other face of the answer to the first: this small country represents the most intensive and continuous experiment in the strenghts and limits of democracy. Switzerland matters to everybody who prefers democracy“.

Vevey, 29 Juli 2019. Foto: TES

Stereotypen en feiten

Stereotypen en feiten over Zwitserland (en zijn inwoners) zijn er genoeg. Als het land al de buitenlandse pers haalt, gaat het steevast over de joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog, het bankgeheim, zwart- of crimineel geld, de late invoering van het vrouwenkiesrecht (1971), het minarettenverbod (2009) of het instellen van quota voor emigranten (2014). Recent kan daar nog de toepassing van neutraliteit bij (indirecte) wapenleveranties aan Oekraïne aan worden toegevoegd.

Dit artikel gaat niet in op deze stereotypen en feiten als zodanig, maar wil ze plaatsen in het perspectief van de eeuwenoude historische, sociale en politieke ontwikkelingen, de directe democratie en de bijna spreekwoordelijke beleefdheid in het dagelijks leven en het respect voor privacy.

Toevluchtsoord

Zwitserland was tot 1848 een emigratieland. Tegelijkertijd is het altijd een toevluchtsoord geweest voor (Franse) protestanten of Hugenoten, humanisten en intellectuelen vanaf de zestiende tot de achttiende eeuw, revolutionairen en anarchisten enerzijds, monarchen en aristocraten anderzijds in de negentiende eeuw, pacifisten, anti-oorlogsactivisten (de artistieke beweging DADA in Zürich bijvoorbeeld) en vluchtelingen vanaf 1914.

De Oostenrijkse kanselier Klemens Von Metternich (1773-1859) noemde het land in de 19e eeuw een toevluchtsoord voor republikeinen en anarchisten. Zwitserland was het zwarte schaap voor de omringende Europese monarchieën.

Er was zelfs sprake van een invasie om een einde te maken aan deze liberale politiek. Zover is het nooit gekomen, omdat het land en zijn kantons (die uiteindelijk over het verblijfsrecht beslisten) soms zwichtten om verdere provocaties te voorkomen.

Vrouwenkiesrecht 

Ook de late invoering van het vrouwenkiesrecht is gecompliceerder dan het jaartal 1971 doet vermoeden. Vrouwen, onder andere ook buitenlandse, konden al in 1867 aan Zwitserse universiteiten studeren en zij (en sommige mannen) eisten rond die tijd ook al het kiesrecht op.

In 1869 werd Marie Vögtlin (1845-1916) de eerste vrouw in Europa die medicijnen ging studeren. Emilie Kempin-Spyri (1853-1901), de nicht van de schrijfster Johanna Spyri (1827-1901), de schrijfster van Heidi (1881), promoveerde in 1887, waarmee zij de eerste Frau Doktor met een eigen proefschrift in Europa was. Vrouwen waren ook betrokken bij allerlei maatschappelijke organisaties. Tot 1918 verschilden hun kiesrecht en rechtspositie niet van die in de meeste andere Europese landen. Alleen de Noord-Europese landen waren vooruitstrevender.

Marie Vögtlin (1845–1916). Foto: Wikipedia

Toen kwam de Eerste Wereldoorlog en de inzet van vrouwen als vervangers van mannen in de oorlogvoerende naties. In 1918 kon deze sociale situatie niet meer worden teruggedraaid en voerden de regeringen het kiesrecht in, maar zonder referendum.

In het neutrale Zwitserland hadden vrouwen de mannen in veel mindere mate  vervangen. Er waren na 1918 wel diverse initiatieven op federaal en referenda op kantonaal niveau, maar deze zijn door de uitsluitend mannelijke kiezers en politici verworpen.

Zou dit resultaat in andere landen (Nederland bijvoorbeeld) anders zijn geweest? Pas na 1945 stemden steeds meer kanton ervoor. Een meerderheid van (kleine en landelijke ) kantons verzette zich echter op nationaal niveau tot 1971 en in een geval zelfs tot 1991 en tussenkomst van de Hoogste rechter (Bundesgericht).

Na de invoering namen de vrouwen hun positie echter snel in. De eerste vrouwelijke “president” of prima inter pares in de nationale regering was er al in 1999. Ook het aantal en de kwaliteit van vrouwelijke politici is hoog. De rechtspositie van (gehuwde) Zwitserse vrouwen verschilde tot de jaren vijftig en zestig niet wezenlijk van die in andere Europese landen.

Jean-Baptiste Isabey (1767-1855), De belangrijkste afgevaardigden op het Congres van Wenen (1814-1815). Foto: Wikipedia

Neutraliteit

En dan de relatie van het neutrale Zwitserland met Duitsland na de val van Frankrijk in juni 1940. Zwitserland was te restrictief in het toelaten van Joodse vluchtelingen voor en na 1940, hoewel er ook ‘ongehoorzame’ ambtenaren, burgers en redders in nood waren en de publieke opinie het beleid afkeurde.

Zwitserland was echter geen uitzondering in dit restrictieve beleid. De “J” in het paspoort van Joodse mensen aan de grens na 1938 was en is echter vanuit moreel oogpunt afkeurenswaardig en een (vrijwillig) teken van lafheid om het buurland te behagen.

Het land en zijn fabrieken leverden (indirect) wapens aan Duitsland en Duitsland zette zijn (geroofde en gestolen) goud en geld op Zwitserse bankrekeningen. Maar wat was het alternatief? Het land was omringd door agressieve dictaturen, die elk moment konden binnenvallen. Er waren concrete plannen (Operatie Tannenbaum, bijvoorbeeld).

Hoewel het land zwaar bewapend was en waarschijnlijk hevig weerstand zou hebben geboden in zijn Alpenfort (Reduit), was het onmogelijk om lang stand te houden. Overleven door compromissen te sluiten en te behagen was het devies. In dit opzicht is Zwitserland geen uitzondering op andere neutrale landen (Zweden bijvoorbeeld) of de industrieën en bureaucratieën in bezette landen.

Het is altijd gemakkelijk om met terugwerkende kracht te oordelen. In ieder geval is er nooit een relevante politieke beweging geweest met sympathie voor de Italiaanse dictator en zijn Irredentismo, noch in Ticino, noch voor de Duitse dictator en zijn Heim ins Reich in Duitstalig Zwitserland.

De Frans-, Italiaans- en Duitstalige Zwitsers waren verenigd in hun afwijzing en afkeer van de Duitse en Italiaanse ambities. Om deze reden stemden ze massaal (92%) in 1938 voor Reto-Romaans als vierde taal van het land.

Bovendien was Zwitserland op 20 april 1939 het enige land dat geen formele delegatie stuurde naar de verjaardagparade van de Führer in Berlijn. Het was een protest tegen de invasie van Tsjecho-Slowakije in maart 1939. Vanuit moreel oogpunt was het land niet neutraal.

Over de neutraliteit wordt hevig gediscussieerd in verband met de inval in de Oekraïne. Het publieke en parlementaire debat is in volle gang. Neutraliteit is geen doel op zich en verschillende omstandigheden vereisen verschillende toepassingen. De neutraliteit van 1815 was en is niet de neutraliteit van 1914-1918, 1939-1945, 1948-1989 en 2022. De politici zullen in 2022 hopelijk niet dezelfde fout maken als in 1939-1945  in de ijdele hoop een andere tiran te behagen.

Linie van ‘Toblerones. Einsiedeln, kanton Schwyz. Foto: TES.

Bankgeheim

De behandeling van de (niet-opgeëiste) Joodse tegoeden na 1945 houdt verband met het (eeuwenoude) bankgeheim. Veel rekeninghouders en hun familie hadden het niet overleefd.

Verre familieleden waren vaak niet op de hoogte en het bankgeheim, de bureaucratie en juridische kwesties verhinderden de toegang tot de rekeningen. Had het anders kunnen gaan? Ja, maar het bankgeheim was onaantastbaar en niet op deze situatie toegesneden. Dit geldt ook voor het zwarte geld van vandaag of tegoeden van dictators en (andere) criminelen.

Pecunia non olet geldt ook voor Zwitserland. Er zijn al veel aanpassingen en hervormingen doorgevoerd of in behandeling. Kan het sneller? Ongetwijfeld, maar ook hier is Zwitserland geen uitzondering.

Referendum en volksinitiatief

Dit geldt ook voor de uitkomsten van sommige referenda of volksinitiatieven. Burgers maken zich zorgen over bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen en hebben in Zwitserland de mogelijkheid hun zorg rechtstreeks te uiten.

Is het altijd juist? Nee, maar beslissingen van professionele politici zijn dat ook niet, net zomin als het negeren van problemen of het vermijden van een publiek en politiek debat.

De politieke organisatie 

De directe democratie, het federale model, de gedecentraliseerde organisatie van het land, de unieke grondwet van 1848 en de verplichte zeven ministers, het Konkordanzsystem en de Zauberformul bij de vorming van de regering, de bijzondere relatie tussen parlement en regering en de gelijkheid van de eerste en de tweede kamer, de combinatie van het Majorzsystem of de verkiezing bij absolute meerderheid van personen bij de verkiezingen voor de tweede kamer (senaat) en de uitvoerende organen van de kantons en gemeenten, en het Proporzsystem of de evenredige vertegenwoordiging bij de verkiezingen voor de gemeentelijke, kantonale en nationale (eerste kamer) parlementen, de jaarlijks roterende “president” van het land of de primus/a inter pares van de nationale regering vormen de basis van de politieke en sociale stabiliteit.

De burger is de soeverein

De belangrijkste troef van het Zwitserse model is echter de burger. De burger is de absolute soeverein (behalve in een noodtoestand) en is samen met de kantons de grondlegger van de federatie, de hoeder van de grondwet en de hoogste wetgever, tenzij door de burgers en de kantons bevoegdheden aan de federatie zijn overgedragen, in welk geval er altijd nog de mogelijkheid van een bindend referendum bestaat.

De politieke rol van de burger spiegelt zich in een grote maatschappelijke betrokkenheid. Zij komt onder meer tot uitdrukking in het functioneren van de nationale, kantonale en gemeentelijke politieke en democratische instellingen en het Milizsystem, het respect voor natuur, boeren, ambachtslieden en (verkeers)regels, de beleefdheid in het dagelijks leven en de verbazingwekkende en indrukwekkende  wetenschappelijke-, industriële- en intellectuele creativiteit en innovatie in alle uithoeken van het hele land.

Conclusie

Steinberg schrijft:

“The Swiss have always found a way to deal with the threats of their way of life in every century. They have done so because the determination to survive and to preserve ‘Swissness’ has not depended on will, but on a way of being, a set of values and habits so deeply ingrained  that most Swiss are almost unaware of how powerful these values are.

To live together was in the end more important than to  be right. Switzerland can not be the model for other countries, because its history can not be repeated, but it can encourage other societies. For more than seven centuries it has managed to face its problems and in doing so it has expanded, not contracted, the sphere of activity of the sovereign people”.

Dat is Waarom Zwitserland. De ware democratische Europese Unie van zesentwintig (eeuwenoude) soevereine republieken.

Espace Rousseau Neuchâtel

In de Openbare Bibliotheek en de Universiteitsbibliotheek van Neuchâtel (La Bibliothèque publique et universitaire de Neuchâtel) in het voormalige Latijnse College (Collège latin) is een permanente expositie gewijd aan de schrijver en filosoof Jean-Jacques Rousseau (1712-1778).

Het voormalige Latijnse College (Collège latin) in Neuchâtel. Foto: TES

Jean-Jacques Rousseau was een van de grootste denkers van de Verlichting en is nog steeds een “influencer” in literatuur, politiek en sociale vraagstukken met een gevarieerd maar samenhangend oeuvre.

Drie publicaties waren in zijn leven al een bestseller en een combinatie van filosofie en literatuur: La Nouvelle Héloïse (1761], Les Confessions (1765) en Les Rêveries du promeneur solitaire (1776).

Midden in de Verlichting pleitte hij voor een hervorming van de politieke en sociale structuren, het onderwijs, de moraal, het recht en de godsdienst. Zijn Discours sur les sciences et les arts (1750) en Discours sur l´origine et les fondements de l’inégalité parmi les hommes (1755) bezorgden hem een beroemde status.

De daaropvolgende werken werden daarentegen als te polemisch beschouwd, zoals Emile ou de l’éducation (1762) en Du Contrat social (1762). Hij ging gedwongen in ballingschap in Neuchâtel, in die tijd nog een Pruisisch vorstendom (1707-1857, vanaf 1815 tevens kanton van de Zwitserse Confederatie).

Muziek heeft altijd een grote rol in zijn leven gespeeld. Hij stelde een nieuw systeem van muzieknotatie voor (reeds in 1742), schreef meer dan 400 artikelen over muziek voor de Encyclopédie van  Denis Diderot (1713-1784) en Jean le Rond d’Alembert (1717-1783), componeerde opera’s en was een actieve muziekkopiist.

Tijdens zijn verblijf In Neuchâtel en op het Ile de Saint-Pierre (kanton Bern) in de periode 1762-1765 ontwikkelde hij een passie voor plantkunde. Hij schreef diverse herbaria en creëerde een nieuw systeem om planten te beschrijven, de pasigraphie.

J.J. Rousseau, La botanique, gedrukt in 1805, geïllustreerd door by P.J. Redouté.

Het Espace Rousseau Neuchâtel presenteert met een combinatie van nieuwe technologieën,  archieven en originele publicaties van zijn werken een reis door zijn leven. Het biedt een beter begrip van Rousseau’s relaties met zijn tijdgenoten, de toenmalige en huidige invloed van zijn werk en zijn veelzijdigheid. De nadruk ligt op zijn verblijf in Neuchâtel.

(Zie voor andere informatie ook onder andere: Môtiers (hij vestigde zich in dit dorp op 10 juli 1762): Musée Jean-Jacques Rousseau; Genève (geboorteplaats), Maison Rousseau et littérature; L’Ile Saint-Pierre (in september 1765 zocht hij er zijn toevlucht), Couvet (hij kreeg op 1 januari 1765 het burgerschap van dit dorp in het toenmalige prinsdom NeuchâteI) en in NeuchâteI (Musée d’arts et d’histoire en L’Association Jean-Jacques Rousseau).

Bron: Espace Rousseau Neuchâtel

Couvet, kanton NeuchâteI

Erasmus muzikalisch in Bazel

Van 12 tot 18 september 2022 organiseert het Hochrhein Muziekfestival het interdisciplinaire festival “Erasmus klingt! – Festival Lab”, dat tweejaarlijks de invloed van de werken van Erasmus op wetenschappen en kunsten onder de aandacht brengt.

Iedere editie richt zich op een van zijn werken. Het thema van dit evenement is Follia, geïnspireerd op een van zijn  beroemdste werken, “Lof der Zotheid”. Dit boek is voor het eerst gepubliceerd in 1511 (in het Latijn onder de titel laus stultitiae) en was meteen een bestseller aan de vooravond van de Reformatie.

De Thema’s van “Follia (of Folia), waanzin, dwaasheid of zotheid, weerspiegelen de inhoud van de concerten.

Programma en verdere informatie: Erasmus klingt! – Festival Lab (erasmus-klingt.ch)

La douce Suisse

Een wandeling tussen Auvernier en Bevaix (kanton Neuchâtel) aan de oevers van het meer gaat langs wijngaarden, schitterende manoirs, strandjes en heuvels.

De middeleeuwse abdij van Bevaix staat hoog op een heuvel, al in de zestiende eeuw, na de reformatie rond 1530, verbouwd tot boerderij.

De wijngaarden zijn omzoomd met rozenstruiken, de beste meldpalen voor schadelijke insecten voor de wijnranken.

Dorpen en stadjes hebben veel van hun charme behouden (onder andere Cormondrèche, Corcelles, Boudry, Cortaillod, Colombier, Bevaix, Auvernier).

De wandel- en fietspaden leiden langs de mooiste plekjes op dit parcours van nog geen twintig kilometer.

Bron en verdere informatie: Toerisme Drie Meren Regio

De Jura

Boudry en Château de Boudry

Auvernier en de baai van Auvernier met de Mont Blanc op de achtergrond

Cormondrèche

Kunstdagen Bazel 2022

Van 1 tot 4 september 2022 vindt in Bazel en omgeving de nieuwe editie van de Kunsttage Basel plaats. Ook dit jaar zal het evenement moderne en hedendaagse kunst voor een breed publiek toegankelijk maken. Ongeveer 55 musea, galeries, expositieruimten en andere ruimtes nemen deel aan het evenement.

De Kunsttage Basel beoogt de artistieke en culturele diversiteit in de regio Basel zichtbaar te maken.

(Verdere informatie: Kunsttage Basel)

Schwingen in Zwitserland

Afgelopen weekeinde (26-28  augustus) vond in Pratteln (kanton Basel-Landschaft) het grootste sportieve evenement van Zwitserland plaats.

Gezien het jaargetijde was het geen skiën, langlaufen of schansspringen, noch wandelen, bergbeklimmen, fietsen of roeien ( de jaarlijkse Bilac vindt immers pas op 17 september aanstaande plaats).

Op het evenement dat sinds 1895 wordt georganiseerd door het Eidgenössische Schwinger- und Älplerfest (ESAF)  staan drie sporten centraal: Schwingen, Steinstossen en Hornussen.

Het evenement begon met een feestelijke optocht op vrijdag 26 september. Ruim 4 000 personen, 250 dieren en 90 groepen in traditionele kledij, diverse beroepsgroepen en culturele vertegenwoordigingen van de meer dan 100 nationaliteiten van Pratteln namen er aan deel.

Station Pratteln, welkom aan alle kantons.

Sportief

Schwingen (la Lutte in het Frans) is al eeuwenoud. De eerste bronnen gaan terug tot de late middeleeuwen, de periode van 1100 tot 1400. Vooral in centraal Zwitserland, in de kantons Bern (met name in het Emmental de Entlebuch en Berner Oberland), Schwyz, de Appenzeller landen, Obwalden en Nitwalden was het een populair tijdverdrijf.

Ook in de kathedraal van Laussane staat op een fresco uit de dertiende eeuw het Schwingen afgebeeld. Het een nationale Zwitserse sport, zij het met verreweg de grootste populariteit in Duitstalig Zwitserland en in mindere mate in de Romandie (Franstalig Zwitserland). In Italiaanssprekend Zwitserland telt deze sport weinig beoefenaren.

De sport lijkt nog het meest op (Japans) worstelen met enkele unieke karakteristieken. De kleding is nauwkeurig voorgeschreven: een lange broek met daarover een korte jute broek, die nog het meest op een luier lijkt, die met een broekriem is aangebonden.

Volgens nauwkeurig omschreven regels proberen twee tegenstanders elkaar binnen een ring van zand op de grond te dwingen. Een arbiter beslist of voldaan is aan de kwalificaties voor een gewonnen partij volgens het reglement van het Eidgenössische Schwingerverband. De strijd vindt plaats in een cirkel van zand.

Steinstossen (steenstoten) is op zich niet typisch Zwitsers en zo oud als de Griekse oudheid. Het is een soort kogelstoten , maar dan met stenen van 20, 40 of  zelfs 83.5 kg. Het is wel uitzonderlijk dat er een nationale sport van is gemaakt.  Deze sport wordt vrijwel uitsluitend in Duitstalig Zwitserland beoefend.

Prijsuitreiking en terrein Steinstossen

Hornussen is een geval apart. Het is ook eeuwenoud en een combinatie van golf, cricket en het Friese kaatsen. Er zijn twee teams, een verdedigend team en een aanvallend team. De aanvallers moeten een schijf (der Hornuss) van kunststof (vroeger van ander materiaal) van 78 gram met een diameter van 62 x 32 mm met aan lange stok (der Strecken) van twee tot drie meter vanaf de afslagplaats van een platform (der Bock) zo ver mogelijk wegslaan.

Het verdedigende team moet proberen de Hornuss tegen te houden met een blad van 60 x 60 cm (die Schindel) aan een stok. Het veld kan tot driehonderd meter lang zijn, aan de zijkanten staan netten om afzwaaiers op te vangen.

De term Eidgenössische Hornusserverband is wat misleidend, omdat het bijna uitsluitend een Duitstalige aangelegenheid is. Hornussen is overigens geen verplicht onderdeel van de ESAF, Schwingen en Steinstossen wel. Vroeger maakte ook het nationale turnverband deel uit van de sporten van de ESAF, maar deze sport organiseert al lang zelfstandig nationale wedstrijden.

Prijsuitreiking Hornussen met vaandels verenigingen met ‘Schindel’. Foto: TES. 

Organisatie

Het is het grootste sportieve evenement wat betreft aantal bezoekers (ongeveer 400 000 bezoekers in drie dagen), de bouw van een enorm tijdelijk stadion, het grootste in zijn soort ter wereld (voor drie dagen !), voor ruim 50 000 toeschouwers en een feestterrein van maar liefst 70 hectare met electriciteit-en watervoorzieningen, chalets, feesttenten, stallen voor dieren, medische verzorging, restaurants, bars, kraampjes, onderkomen voor VIPS en andere gasten, kantoor voor ticketverkoop, staf en personeel, ruimte voor prijsuitreikingen, sanitair, fraai vorm gegeven houten  waterbronnen en standplaatsen voor merchandise, sponsors en talrijke bedrijven en organisaties.

Daarbij is het de lokale organisatie van een dorp als Pratteln die het feitelijke werk doet en de regie heeft van de uitvoering onder auspiciën van de landelijke EASF-organisatie.

Schwingen

De ESAF draait feitelijk om het Schwingen. Steinstossen is weliswaar een verplicht onderdeel, maar vindt plaats op een afgelegen plek met een kleine tribune. Hornussen is geen verplicht onderdeel, maar vindt tegenwoordig als nationaal kampioenschap wel weer plaats op de ESAF. Het enthousiasme van de vele teams is er echter niet minder om.

Het Schwingen vindt plaats in het al weken van te voren uitverkochte stadion. 280 Schwinger nemen deel. Schwingerinnen hebben de week daarvoor een apart toernooi op een veel kleinere schaal.

Na een aantal voorkwalificaties vond zondagmiddag 28 september 17.00 de finale plaats voor het uitverkochte stadion, een miljoen TV-kijkers en honderdduizenden kijkers via public viewing op het feestterrein en in het land.

Tweetaligheid

Duits en Frans zijn de talen op de website van de ESAF en de omroepberichten in het stadion. Het aantal Franstalige deelnemers aan de competitie is twintig (van de negenentwinting uit de Romandie, maar van wie negen duitstalig zijn) en in en om het stadion zijn naar schatting 10 000 Franstaligen van de rond 400 000 bezoekers.

Toch vindt de ESAF iedere 15 jaar in een (overwegend) Franstalig kanton plaats, het laatst in 2016 in het Franstalige Estavayer-le-Lac (Kanton Fribourg).

Conclusie

De koe of stier moge in Nederland dan niet meer zo ‘Woke’ zijn, bij de ESAF is het de meest prestigieuze hoofdprijs, afgezien van een groot geldbedrag. De beste tien Schwingers van het land kunnen zelfs door sponsor- en reclameactiviteiten redelijk in hun levensonderhoud voorzien. Sommigen zijn al bijna net zo beplakt als Formule I coureurs.

Pauline Wayne II.

De meeste indruk op de objectieve toeschouwer maakt echter (weer) de organisatie, ingetogenheid, vrolijkheid, de vele muzikale optredens, van disco, horenblazers, brassbands, jazz tot lichtere (dans) muziek en feestvreugde tot in de late uurtjes van honderdduizenden aanwezigen, waarvan een aantal te diep in het glaasje heeft gekeken zonder anderen daarmee lastig te vallen. Ook de talrijke sanitaire voorzieningen worden vaak schoongemaakt en schoonmaakploegen zijn constant in de weer.

Niet alleen het Schwingen of Hornussen is typisch Zwitsers, ook het evenement, het feest en de organisatie zijn Swissness op hun best.

 

Kasteel Spiez

De eerste gedocumenteerde vermelding van Spiez (kanton Bern) dateert uit 762, toen bisschop Heddo van Straatsburg (ca. 697-776) in zijn testament de kerk van Spiez en haar  bezittingen aan het klooster van Ettenheim (Elzas) schonk.

Deze regio was al de prehistorie bewoond en daarna door de Kelten, geromaniseerd in de Romeinse tijd vanaf 15. v. Chr. tot de inval van de Duitstalige Alemannen in de vijfde eeuw. Na de Frankische heersers van de Karolingers en het Heilige Roomse Rijk verschijnen lokale heersers op het toneel.

Drie families, de baronnen van Strättligen, de heren van Bubenberg en de patriciërsfamilie van Erlach uit Bern, bepalen vanaf 1200 de geschiedenis van het kasteel.

De eerste eigenaars waren de Baronnen van Strättligen, een familie uit het Berner Oberland. Een grote schuldenlast dwong Johann von Strättligen in 1338 Spiez en zijn bezittingen aan de heren van Bubenberg te verkopen. De Bubenbergs waren een van de belangrijkste families van Bern in de 14e en 15e eeuw.

De kruidentuin, reconstructie van een tuin uit de 17e eeuw. Foto: TES

Het kasteel en de heerschappij over Spiez gingen in 1516 over op de familie von Erlach uit Bern. Deze familie bezat het eigendom gedurende negen generaties. Ferdinand Rudolf Albrecht von Erlach (1821-1884) was de laatste Erlach-eigenaar.

Hermann Karl von Wilke (1827-1896) verwerft 1884 het kasteel en park aan het Thunermeer. Hij verbouwt het complex, onder andere met een orangerie. Het voormalige Pintenschenkhaus, dat direct naast de slotkerk staat, wordt een residentie in chaletstijl, Le Roselier genaamd.

In 1900 wordt het kasteel eigendom van Rosina Magdalena Gemuseus-Riggenbach (1831-1919) uit Bazel. Zeven jaar later verkoopt zij het aan Dr. Wilhelm Schiess (1869-1929). De Stichting Kasteel Spiez verzorgt en onderhoudt het terrein sinds 1927.

(Bron en verdere informatie: Home (schloss-spiez.ch)

Pratteln

Pratteln is de plaats van de oudste bewijzen van menselijke aanwezigheid op Zwitserse bodem. De in 1974 ontdekte handbijl is minstens 100 000 jaar oud.

De Duitstalige Alemannen vielen het gebied na het vertrek van de Romeinen (begin vijfde eeuw) binnen. De geromaniseerde Keltische inwoners namen vervolgens de Duitse taal over van de nieuwe machthebbers.

Het dorp zelf gaat terug tot een dinghof van het klooster van St. Alban in Bazel en bezit van de heren van Eptingen. De naam Bratello wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1103. De naam komt van het Latijnse woord pratellum (kleine weide).

In de 11e of 12e eeuw bouwden de heren van Eptingen een kasteel in het dorp. De grote aardbeving van 1356, die ook Bazel grotendeels verwoestte, liet niets over van het kasteel. Ze herbouwden het kasteel op de huidige locatie.

In 1384 is het dorp verwoest door troepen uit Bazel en in 1468 door troepen van de Eidgenosenschaft in de Sundgauerkrieg. Bazel verwierf het dorp in 1525. Pratteln hoort vanaf 1833 bij het nieuwe kanton Basel-Landschaft.

(Bron en verdere infomatie: www.pratteln.ch)

Mollens, Cluny, Bern et Vaud

Het kleine klooster van Jean-Jacques in Mollens (kanton Vaud) werd in 1137 toegevoegd aan Romainmôtier, een priorij van Cluny. Het domein van dit klooster  is vervolgens bijna twee eeuwen lang beheerd door de monniken van Romainmôtier.

De heren van Aubonne bezaten het dorp vervolgens tot in de 16e eeuw. Vanaf 1536 en de veroverig van Le Pays de Vaud bestuurde Bern het dorp.  In 1791 bouwde Nicolas-Alexandre de Watteville, voogd van Aigle (kanton Vaud), het kasteel van Mollens. Het kasteel is tegenwoordig nog steeds privé-eigendom, zij het van een andere familie. In april 1798 verwoestte een brand 48 huizen en het klooster. De kerk is enkele decennia later herbouwd.

Bron: www.mollensvd.ch

 

Simplon-Dorf, Gondo en de pas

Het dorp Simplon, naamgever van de beroemde pas in het kanton Wallis, telt tegenwoordig nog ongeveer 300 inwoners. De architectuur van de plaats heeft Italiaanse kenmerken, de taal is echter gekenmerkt door de Duitstalige Walser emigranten. Zij vestigden zich aan het einde van de twaalfde eeuw vanuit Oberwallis in deze regio en de dorpen Simplon en Gondo, de huidige grensplaats met Italië.

Twee grote persoonlijkheden hebben de ontwikkeling van het dorp beinvloed: Kaspar von Stockalper (1609-1691) en Napoleon Bonaparte (1769-1821). Het Ecomuseum Simplon geeft hierover uitgebreide informatie.

De Simplonpas was al in de Romeinse tijd in gebruik als handelsweg en voor personenvervoer. De pas en het dorp kenden hun eerste bloeiperiode in de twaalfde en dertiende eeuw. De jaarmarkten in de Franse Champagnestreek, onder andere in de steden Troyes, Bar-sur-Aube, Lagny, en Provins trokken veel Italiaanse kooplieden uit Lombardije aan.

De kortste route was over de Simplonpas. Vanaf de veertiende eeuw neemt het belang van deze echter markten af. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Hanzesteden, Lyon en Vlaanderen.

De Grote St. Bernard wordt dan de belangrijkste pas. De St. Gotthard-, Lukmanier-, Splügen- en Septimerpassen worden ook steeds belangrijker, vooral na de verovering van Italiaanse gebieden door de Eidgenossenschaft aan het einde van de vijftiende en begin van de vijftiende eeuw.

Kaspar von Stockalper, le roi du Simplon, der Fugger der Alpen, is in de zeventiende eeuw de initiator van een nieuw handels (en politiek) imperium dat een handelsmonopolie heeft tussen Genève en Milaan. Hij gebruikt de Simplonpas als doorgangsroute. Hij initieert ook de eerste regelmatige postdienst over de Simplonpas. De Stockalpertoren in Gondo herinnert hier nog aan. De eeuw daarna verschuift de noord-zuid handel zich weer voornamelijk naar andere passen.

De Stockalperturm

Napoleon besluit in 1800 tot de aanleg van een nieuwe weg over de Simplon voor het vervoer van kanonnen en het leger naar Lombardije (bezit van Oostenrijks-Habsburg) na de verovering van de Confederatie in 1798 en de vestiging van de Helvetische Republiek (1798-1803).

Deze weg kwam in 1805 gereed en was toentertijd een technisch hoogstandje. Ook perfectioneerde Napoleon de postdienst over de Simplonpas. Onder ander het door Napoleon gebouwde postkantoor in Simplon-dorp herinnert hier nog aan. Het museum in de ‘Alten Kaserne’ bij het begin van de Gondoschlucht vertelt deze historie.

Na de val van Napoleon werden de Simplonpas en het dorp een toeristische attractie. De prachtige natuur, het berglandschap, de nabijheid van gletsjers en de Grand Tour van dichters, schrijvers, wetenschappers en vooral jonge Engelse aristocraten en hun reisberichten maakten het dorp en de pas steeds bekender. De Diligences reden af en aan, de twee hospices op de Simplon pas, en de horeca in Simplon-dorf en Gondo deden goede zaken.

Stockalper Hospiz, Simplonpas.

De laatste Diligence in Simplon-Dorf 1906. Collectie Ecomuseum Simplon

Aan het einde van de route over de Simplon en de Gondoschlucht ontstond in het dorp Gondo rond 1870 bovendien een goldrush, zoals die toen ook in het (wilde) westen van Amerika plaatsvond. Kaspar van Stockalper was twee eeuwen eerder al de initiator geweest van de eerste goudmijnen (de Stockalpermine).

Na 1870 werden zelfs internationale vennootschappen met zetel in Parijs opgericht. De eerste telegraafverbinding in Zwitserland berichtte dagelijks aan de directie in Parijs over de vondsten. Ook deze gouden hype duurde niet lang, maar de goudmijnen zijn tegenwoordig nog steeds toegankelijk (onder leiding van een gids).

Het publiek kan ook zelf zijn gouden geluk in de beek beproeven. De Gondo-Vreneli, gouden munten van de Zwitserse Nationale Bank uit 1893, 1895 en 1897, zijn immers het tastbare bewijs dat inderdaad goud gevonden is.

Daarna wordt het weer rustiger in Gondo, tot 14 oktober 2000, wanneer een lawine het dorp met ongeveer 100 inwoners verwoest. De Zwitserse aktie ‘Glückekette’ maakte een snelle herbouw echter mogelijk.

Tegenwoordig is Gondo niet alleen het einde van Kanton Wallis en Zwitserland, maar ook het begin van wandelroutes in de Gondoschlucht, de Via Stockalper (van Gondo naar Brig) en naar Domodossola in Italië.

Bouw en opening Simplontunnel 1906. Collectie Ecomuseum Simplon

Simplon-Dorf heeft de bouw van de Gotthard spoorwegtunnel (1882) en de Simplontunnel (1906) met goed gevolg doorstaan. Weliswaar was de pas nadien niet meer van groot belang voor het goederen- en personenverkeer, maar de modernisering van de weg voor het opkomende autoverkeer al in 1906, de regelmatige verbinding met de Postauto vanaf 1919, de opname in het Zwitserse wegenverkeersnetwerk in 1960, de erkenning van de Stockalperweg als weg van nationaal historisch belang , de natuur, het ecomuseum Simplon en de vele toeristische mogelijkheden bieden het dorp nieuwe mogelijkheden van bestaan.

Bron en verdere informatie: Brig Simplon Tourismus – Gemeinde Simplon Dorf (gemeinde-simplon.ch)