De handel en wandel van de Aletschgletsjer

De Aletsch-gletsjer en de drie bergtoppen Eiger, Mönch en Jungfrau, les Trois Bernoises, zijn het middelpunt van het UNESCO-Werelderfgoed ‘Swiss Alps Jungfrau-Aletsch’. De Engelse natuurkundige, wiskundige en gletsjer-onderzoeker John Tydall (1820-1893) schreef al in 1860:

“The Aletsch glacier is the most impressive glacier of the Alps. We stood above it while the surrounding mountains generously fed the gigantic ice stream”.

De Aletschgletsjer

De Konkordiaplatz op deze gletsjer dankt zijn naam aan een andere Engelsman, J. F. Hardy. Het kruispunt van diverse gletsjers vergeleek hij met de Place de la Concorde in Parijs. De ijsdikte was hier rond 1937 nog 900 meter.

Deze en honderden andere gletsjers hebben het landschap in grote delen van Zwitserland in een proces van honderdduizenden jaren gevormd.

Zelfs de machtige Aletschgletsjer kent echter een begin en vooral periodes van af- en toename van dikte en lengte, die tegenwoordig nog ongeveer 22 kilometer bedraagt met een huidige teruggang van ongeveer 50 meter per jaar.

Miljoenen jaren geleden lag Zwitserland nog grotendeels onder water in een subtropisch klimaat. Daarna is het in een lang proces steeds kouder geworden. Het hoogtepunt was ongeveer 24 000 jaar geleden tijdens de laatste ijstijd.

Het einde, juli 2022

Onderzoek

De Aletsch-, Fiescher- en de Rhônegletsjers reikten tot Lyon in het zuiden en Solothurn in het noorden met een dikte van tot 1 700 tot 500 meter! De gemiddelde temperatuur was 14 graden lager dan tegenwoordig.

Modern onderzoek is in staat het historische verloop van gletsjers tot 24 000 jaar terug redelijk nauwkeurig in kaart te brengen. De eerste wetenschappelijke onderzoeken dateren uit het jaar 1841.

Alfred Escher von der Linth (1807-1872) publiceerde in dat jaar al over het afsmelten van de Aletschgletsjer. Dit proces gaat, zoals bekend, tegenwoordig steeds sneller, tot meer dan 50-70 meter per jaar. Sinds 1860 is de gletsjer ongeveer 4 kilometer kleiner geworden.

De Blausee, Kandertal

Het afsmelten van gletsjers is dus geen nieuw fenomeen. Talrijke meren zijn het resultaat van dit proces, van de Blausee (kanton Bern), Märjelensee (kanton Wallis) tot de meren van Neuchâtel, Morat (Murten) of Bienne (Biel). Het grote afsmelten begon rond 12 000 jaar geleden. In vijftig jaar tijd steeg de temperatuur met maar liefst 7 graden!

Het was echter een proces met koude- en warmteperiodes. Tussen 1300 en 1850 was bijvoorbeeld sprake van een kleine ijstijd, waarbij ook de Aletschgletsjer zijn maximale omvang bereikte.

Johannes Bemme (1775-1841), 10 Januari 1795, de Franse Generaal Jean-Charles Pichegru (1761-1804) steekt de bevroren Waal over. Prentenkabinet Rijksmuseum Amsterdam

Abraham Beerstraten  (1643-1666), de kleine ijstijd, 1660. Musée d d’art et d’histoire, Ville de Genève.

Schilderijen, prenten, documenten en literatuur uit deze periode getuigen van de koude. In Nederland vergemakkelijkte het bevriezen van de grote rivieren in het rampjaar 1672 en bij de inval van Napoleon in 1795 bijvoorbeeld de opmars van de aanvallers.

Tussen 800 en 1300 was het aanzienlijk warmer en had de Aletschgletsjer ongeveer zijn huidige omvang. In de Brons- en IJzertijd (1300-100 v. Chr.) was hij zelfs kleiner dan tegenwoordig.

Fieschengletsjer

De Fieschengletsjer is de kleine broer van de Aletschgletsjer. De Finsteraarhorn is het 4000+ middelpunt van deze gigant van bijna 15 kilometer. Deze gletsjer was in de zeventiende eeuw zo bedreigend voor de gehuchten Brucheren en Unnerbärg dat de hulp van boven en de Paus werd ingeroepen in het katholieke Wallis. Een jaarlijkse processie, veel geloftes (onder andere geen dans en geen rode schoenen voor vrouwen) en dagelijkse gebeden. Sinds 1860 verhoort de gletsjer deze gebeden kennelijk en trekt hij zich terug.

De processies en de geloftes zijn er nog steeds, maar tegenwoordig om de hulp van boven in te roepen om de gletsjer weer te laten groeien, in ieder geval het verval te stoppen !

John Tyndall

De hierboven vermelde John Tyndall verdient bijzondere aandacht. Hij was niet alleen een vermaard gletsjeronderzoeker en beklimmer van onder andere  de Jungfrau, Weisshorn, Dufourspitze, Finsteraarhorn en de Aletschhorn. Hij hield van Zwitserland, Wallis en Belalp in het bijzonder.

Vanaf 1861 tot aan zijn dood verblijf hij de zomermaanden in Hotel Belalp, gebouwd in 1857. De Anglicaanse kapel stamt uit 1884 . Tyndall bouwde in 1877 zelfs een Engelse landhuis, Alp Lüsgen, naast het hotel. De stad Naters verleende hem in 1887 het ereburgerschap. Een monument bij zijn landhuis gedenkt deze bouwer van de hoogste villa in Europa.

Engelsen

Het is niet het enige visitekaartje van de Engelsen. Aan de voet van de Eggishorn begon de Walliser Alexander Wellig met Engelse financiële steun met een eenvoudige herberg. In 1902 was het een complex met het Grand Hotel Jungfrau-Eggishorn (102 bedden), twee (Anglicaanse) kapellen, een postbureau, tennisclub en andere faciliteiten.

“Das schreckliche Trümmergebilde”, in deze tijd het bekendste uitzichtspunt van de Alpen, was de grote trekpleister en bestemming van vele alpinisten met het Grand Hotel als uitgangspunt. Tot 1968 floreerde het hotel. De aanleg van een telecabine vanuit het dal betekende het einde van het Grand-Hotel, letterlijk, want in 1972 brandde het af.

Das schreckliche Trümmergebilde, zicht vanaf de Eggishorn. 

Sir Ernest Cassel (1852-1921) bouwde op  de Riederfurka in 1902 een mansion met 25 kamers. De villa, gelegen naast het in 1882 Grand Hotel Riederfurka, is tegenwoordig de locatie van het Naturschutzzentrum Aletschwald, maar was in de jaren 1920 tot aan de Eerste Wereldoorlog een soort voorloper van het Wereld Economisch Forum in Davos. Sir Winston Churchill (1874-1965) was een van de vele bezoekers  uit politiek, economie, cultuur en financiële wereld.

Conclusie

De Aletschgletsjer is het middelpunt van een UNESCO Werelderfgoed regio. De gletsjer heeft een eerbiedwaardige leeftijd en een historie met voor- en tegenspoed, dat wil zeggen, groei- en afname. Hij is ook een van de eerste wetenschappelijk onderzochte gletsjers en een bakermat van en voor het (Engelse) toerisme vanaf 1850 tot de Eerste Wereldoorlog.

Hij toont tevens dat huidige gletsjers, evenals bergen, meren, rivieren, flora en fauna, geen vanzelfsprekendheid zijn, maar uitkomsten van natuurlijke processen van vele miljoenen jaren. De mens of mensheid beïnvloedt tegenwoordig de natuur sneller en meer dan ooit tevoren. Uniek is het echter niet. De planeet aarde draait nog wel even door, zoals ze al vier miljard jaar doet.

Dit neemt niet weg dat de mens (zorg voor de natuur begint bij ieder individu) of mensheid respect moet hebben voor dit grootste en grootse werelderfgoed. Daar hoeft de UNESCO geen etiket op te plakken.

Bron en verdere informatie: Home – UNESCO World Heritage Swiss Alps Jungfrau-Aletsch (jungfraualetsch.ch)

De Matterhorn vanaf de Aletschgletsjer

125-jaar Zionistencongres in Bazel

Het ontstaan en de oprichting van de staat Israel in 1948 vindt haar directe oorzaak in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Het eerste concrete initiatief stamt echter uit de tweede helft van de negentiende eeuw en het eerste Zionistencongres in 1897 in Bazel.

Theodor Herzl (1860-1904), een Joodse burger uit de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije, schreef in 1896 zijn manifest Der Judenstaat. Versuch einer modernen Lösung der Judenfrage. Directe aanleiding was het eeuwenoude antisemitisme.

Van 26-29 augustus 1897 organiseerde hij in Bazel een congres om dit idee te bespreken. Deze stad was niet zijn eerste keus. Aanvankelijk was München de bestemming, maar uitgerekend de Joodse tegenstanders van een Joodse staat en hun vooraanstaande Rabbijnen staken daar een stokje voor.

Het (relatief) tolerante Bazel was het alternatief. Goed bereikbaar midden in Europa, met het moderne concertgebouw Casino als congresplaats en een goed onderkomen voor de notabelen in Grand Hotel Les Trois Rois.

Tijdens het congres zagen de inwoners van Bazel een bont gezelschap uit alle delen van Europa. Er waren ongeveer tweehonderd congresgangers (waaronder tweeëntwintig vrouwen).

Ondanks alle meningsverschillen en discussies was het evenement vanuit het gezichtspunt van Herzl een doorslaggevend succes: “in Basel habe ich den Judenstaat gegründet” en zijn balkonscène in Hotel Les Trois Rois is iconisch.

In 1898 en 1899 organiseerde hij weer twee congressen in Bazel met steeds meer deelnemers. In totaal vonden tien zionistische congressen in Bazel plaats, de laatste in 1946.

Concilie,  reformatie en hervormingen

Het Concilie van Bazel (1431-1449) domineerde lange tijd de toekomst van de katholieke kerk. De zionistische congressen in Bazel van 1897-1946 waren medebepalend voor het ontstaan van de staat Israël op 14 mei 1948. Deze bijeenkomsten voorzagen echter niet de dynamiek en de tragedies nadien.

Dat is ook de parallel met het Concilie van Bazel. De hervorming van de (katholieke) kerk was een concreet aandachtspunt in grote delen van Europa in de vijftiende eeuw en ook op dit Concilie. De Boheemse hervormer Jan Hus (1370-1415) moest het met de dood bekopen en alles bleef bij het oude.

Maarten Luther (1483-1546) was honderd jaar later succesvoller, mede door de boekdrukkunst, maar kon ook de tragedies van zijn schisma niet voorzien. De in Bazel woonachtig Erasmus vreesde er echter wel voor, er was om deze reden tegen een formele splitsing van de kerk, maar voor een hervorming van binnenuit.

Vierhonderd jaar later faalde ook een hervorming van het Communisme van binnenuit (Hongarije 1956, Praagse Lente 1968, Solidarnosc, 1981) wat leidde tot de val van het communisme in 1989 en de daaropvolgende tragedies op de Balkan en tegenwoordig in de Oekraïne en andere voormalige Sovjet-Republieken.

Herdenking

De herdenking van het eerste Zionistische congres op 29 augustus jongstleden in het bijzijn van de president van Israël vond plaats onder de meest strenge veiligheidsmaatregelen te water, te en onder land en in de lucht. Het contrast met 1897 kan niet groter zijn.

Bazel en de staat Israël zijn in ieder geval onlosmakelijk met elkaar verbonden. Anne Frank en haar familie konden dat in 1933 nog niet vermoeden toen Zwitserland de bakermat zou worden van het Anne Frank Fonds en de woonplaats van haar vader na 1945.

Ook Herzl kon de ontwikkelingen na zijn dood in 1904, de beide wereldoorlogen (1914-1918 (inclusief de Balfour-Verklaring) en 1939-1945) en het ontstaan van Israel in 1948 niet voorzien. Hoe zou hij nu op het balkon staan ?

De Romaanse Diaspora

In het kader van het project “Rumantsch en la diaspora“, Romaans in de Diaspora, van de Lia Rumantscha, zijn vijf Reto-Romaanse gemeenschappen in Duitstalig Zwitserland opgericht.

Doel van het project is een duurzaam aanbod van organisaties voor behoud van deze taal en cultuur voor de ‚Romaanse diaspora‘ in Zwitserland te garanderen.

Ongeveer een derde van de Reto-Romanen (de Romaanse diaspora) woont buiten het Reto-Romaanse taalgebied (Graubünden). Het Ministerie voor Cultuur (Bundesamt für Kultur) heeft de bevordering en behoud van de Romaanse taal en cultuur buiten het taalgebied tot prioriteit verklaard.

Op basis van deze situatie lanceerde de Lia Rumantscha eind 2021 het project “Rumantsch en la diaspora”. Doel van het project is de basis te leggen voor geïnstitutionaliseerde samenwerking en lokale Romaanse gemeenschappen in het land op te richten.

In de eerste fase nam de Lia Rumantscha het initiatief voor het opzetten van organisaties in Duitstalig Zwitserland. Deze stap vond plaats tussen januari 2022 en juni 2022. Het resultaat is de oprichting van vijf Romaanse gemeenschappen in Bazel, Bern, Luzern, St. Gallen/Appenzell en Winterthur.

Vanaf najaar 2022 zullen deze organisaties in samenwerking met de Lia Rumantscha evenementen organiseren. De eerste bijeenkomst vindt op 24 september plaats in Luzern.

Bron en verdere informatie: www.liarumantscha.ch

De pontificale Zwitserse Garde

Zwitserland en het Vaticaan vierden op 8 november 2021 in Bern het 100-jarig herstel van de diplomatieke betrekkingen, die bijna een halve eeuw (1873-1920) onderbroken zijn geweest. Vanwege Corona was er een jaar uitstel van de festiviteiten.

Een kleine toelichting: Vaticaanstad is de naam van natie, soevereine land of het wereldlijke gebied. Vaticaanstad ligt, zoals bekend. midden in Rome. Als soevereine staat bestaat het Vaticaan pas vanaf 11 februari 1929.

De Heilige Stoel is de functie van de Paus als geestelijk leider van de katholieke kerk. Feitelijk en wat betreft bestuur vallen Vaticaanstad en de Heilige Stoel grotendeels samen. Tot 1929 was er echter nog geen staatsrechtelijk verschil. De Paus (de Heilige Stoel) oefende de wereldlijke macht (Vaticaanstad) en de spirituele macht uit.

De Zwitserse Garde (Pontificia Cohors Helvetica), zie hieronder, is in dienst en wordt betaald door de Heilige Stoel en heeft formeel geen band met Vaticaanstad.

De Apostolische Nuntiatuur in Zwitserland werd in 1586 in Luzern geopend en is de oudste permanente vertegenwoordiging van de Heilige Stoel (vanaf 1929 dus de vertegenwoordiging in de staat Vaticaan)  ten noorden van de Alpen. De toenmalige Confederatie (Eidgenossenschaft) van dertien kantons bestond echter uit protestante en katholieke kantons. Luzern was een katholiek kanton.

Bern, Apostolische Nuntiatur. Foto: Nonciature – Conférence des évêques Suisses (eveques.ch)

In 1873 leidde de (religieuze) Kulturkampf tot het verbreken van de diplomatieke betrekkingen tussen Zwitserland en de Heilige Stoel. Ze werden pas in 1920 hervat.

Zwitserland en de Heilige Stoel onderhouden al  eeuwenlang betrekkingen. Een bijzondere en zichtbare band is de Zwitserse Garde. Deze is in 1506 door Paus Julius II (1443-1513) opgericht. De Paus verzocht de Tagsatzung van de Eidgenossenschaft in 1505 een contingent Zwitserse soldaten ter bescherming van het Vaticaan ter beschikking te stellen.

Raphael (1483-1525), Julius II, 1511. Foto: Wikipedia

Met financiële steun van  de bankier Jacob Fugger (1459-1525) uit Augsburg arriveerden op 6 januari 1506 honderdvijftig Zwitserse gardisten in het Vaticaan. Deze datum geldt als de dag van oprichting van de Zwitserse Garde. De Zwitserse Garde behoort daarmee tot ´s werelds oudste nog actieve militaire verbanden.

Andrea Aacchi, Jan Miel, Filippo Gagliardi, Schilderij van de moederkerk van de Jezuiten Il Gesù in Rome, ter gelegenheid van honderd jaar Jezuitenorde, 1640. Collectie Nazionali d’Arte Antica di Roma. Tentoonstelling ‘Barock. Zeitalter der Kontraste’. Nationalmuseum Zürich.

Detail: Zwitserse Gardisten

De bescherming was niet altijd mogelijk. Op 6 mei 1527 stierven 147 van de 189 gardisten bij de Sacco di Roma door de Habsburgse keizer Karel V (1500-1558) tijdens diens conflict met Paus Clemens VII (1478-1534). Sindsdien is deze dag de gedenkdag van de Garde. Pas in 1552 bereikte de Garde weer de volle sterkte van tweehonderd man.

Pratteln, Galerie Beyeler, tentoonstelling ´Schweizer Garde´, 2019. Foto: TES.

De grootste tragedie vond echter plaats op 10 augustus 1792 en de maanden daarna in Parijs. Op deze dag bestormden het volk en revolutionaire troepen de Tuilerieën, het verblijf van de Franse koning Lodewijk XVI (1754-1793). Ongeveer zevenhonderd gardisten overleefden het niet. Het Leeuwenmonument (Löwendenkmal) in Luzern herinnert hieraan.

De gardisten in het Vaticaan zijn de laatste huurlingen die grondwettelijk in Zwitserland zijn toegestaan. De Grondwet van 1848 verbood deze (lucratieve) eeuwenoude praktijk.

De Zwitserse regering der Bundesrat/Conseil fédéral)  bevestigde de toestemming op 15 februari 1929: ‘Die Päpstliche Garde kann nicht als ausländische, bewaffnete Einheit betrachtet werden, daher darf jeder in ihren Dienst treten’.

Kort daarvoor, op 11 februari 1929, hadden het Vaticaan en Italië het Lateranenverdrag gesloten. Dit verdrag erkende het Vaticaan als zelfstandige staat met controles aan de grenzen en militairen. De Zwitserse Garde vervulde deze functies in een overgangsperiode, tegenwoordig niet meer.

Overzicht van de commandanten van de Zwitserse Garde in het Gardemuseum in Naters. Foto: www.gardemuseum.ch

Pratteln, Galerie Beyeler, Tentoonstelling  Schweizer Garde, 2019. Foto: TES.

Het aantal gardisten is onlangs uitgebreid van honderd tot honderdvijfendertig mannen. De voorwaarden zijn echter ongewijzigd: man, vrijgezel, (belijdend) katholiek, man en Zwitsers staatsburger.

Het Gardemuseum in Naters (Kanton Valais) is gewijd aan verleden, heden en toekomst van de Zwitserse Garde in het Vaticaan (www.zentrumgarde.ch).

Renovatie van de kazerne van de Zwitserse Garde

Een aspect van de nabije toekomst is de bouw van nieuwe kazernes voor deze garde. Deze zijn sinds de negentiende eeuw niet gemoderniseerd. De Stichting voor de Renovatie van deze kazernes (La Fondation pour la Rénovation de la Caserne de la Garde Suisse Pontificale au Vatican/ Die Stiftung für die Renovation der Kaserne der Päpstlichen Schweizergarde im Vatikan) zet zich hiervoor in.

Galauniform van de Zwitserse Garde. Collectie Nationalmuseum Zürich

Galauniform Zwitserse Garde, c. 1820. Collectie: Rätisches Museum, Chur.

Uniform Zwitserse Garde, 20 augustus 2022 in Lugano. Foto: TES.

Palazzo Castelmur en de banketbakkers

Het Palazzo Castelmur in Coltura (gemeente Stampa) is gelegen in Bergell (Bergaglia) in het kanton Graubünden.

Vanaf de Romeinse tijd en tot in de 19e eeuw was Bergell een belangrijke verbindings- en doorgangsweg. Het kanton was eeuwenlang een onafhankelijke republiek, de Republik der Drei Bünde.

Ze werd pas in 1803 als kanton lid van de Zwitserse Confederatie. Van 1512 tot 1798 (jaar van de Franse invasie en stichting van de Helvetische Republiek 1798-1803) bestuurde deze Republiek gebieden die bij Italië horen: Bormio, de Valtellina en Chiavenna.

Bron: Gian Andrea Walther, David Wille, Palazzo Castelmur, Stampa 2015

De inrichting van het Palazzo in dit kleine dorp getuigt van een geslaagde emigratie en remigratie. De permanente tentoonstelling in het Palazzo toont de geschiedenis van de emigratie van banketbakkers uit deze regio en Graubünden.

George Kuhnt, Konditorei Barth & Cloetta, Breslau, c. 1854. Tentoonstelling ‘Die Bünder Auswanderungsgeschichte von Zuckerbäckern’. Foto: TES.

Het gebouw heeft verschillende stijlen, aangezien het bestaat uit twee gebouwen die ongeveer 130 jaar na elkaar zijn gebouwd. Het eerste gebouw is ontworpen in opdracht van Giovanni Redolfi (1658-1742) en dateert uit 1723.

De familie Redolfi was aan het eind van de 16e eeuw werkzaam als banketbakker in Venetië. In de 17e eeuw waren zij ook kooplieden en stonden zij aan het hoofd van het gilde van banketbakkers (scalateri). Dankzij de bloeiende handel heeft Giovanni Redolfi in 1723 het patriciërshuis in Coltura kunnen bouwen na zijn remigratie.

Giovanni de Castelmur (1800-1871) was de opdrachtgever van de uitbreiding in Lombardische/Venetiaanse stijl. De combinatie van oud en nieuw en de herinrichting van het gehele complex zijn het werk van verschillende Milanese specialisten en handwerkslieden uit Lombardije.

De binneninrichting is met meer luxe ingericht. De woonkamers van het voormalige Casa Redolfi zijn, met uitzondering van één kamer, voorzien van gelakte lambrisering en behang. In de nieuwe aanbouw kan men de eetkamer, de bibliotheek, de salon, de met rood en groen behangen slaapkamers en de vier kleine torenkamers bewonderen. De muren en plafonds van de meest representatieve vertrekken zijn versierd met muurschilderingen; de trompe l’oeil schilderingen zijn het meest opvallend.

Het grote patriciërshuis van Redolfi, met deze uitbreiding en de gevel met torentjes, moest een weelderiger karakter krijgen, in de stijl van een kasteel. De leden van de familie Castelmur, die al sinds de 12e eeuw bij naam wordt genoemd, vormden een van de invloedrijkste families in Bergell en Graubünden. Giovanni de Castelmur was van plan de familie in ere te herstellen.

Giovanni was opgegroeid in Marseille in een familie die, zoals vele andere Bündner families, zich toelegde op de banketbakkerij. Op dertigjarige leeftijd was hij al zeer vermogend en besloot hij terug te keren naar Bergell en het patriciërshuis uit te verbouwen met het aanzien van een kasteel.

Het huis werd een paleis of kasteel van geschilderde illusies, een façade in de gotische stijl van Lombardije en Venetië. Het dak was beschilderd met gotisch metselwerk. De Grote Zaal onthult rococofantasie uit 1853, in de beste traditie van de Oostenrijkse Habsburgse monarchie. Het gewelf heeft ramen met gekleurd glas.

Het paleis toont verder vele schilderijen, (zeer zeldzame) stadskaarten en grafische werken en een compleet 18e en 19e eeuws aristocratisch interieur.

Nossa Dona

De kerk Nossa Dona (Santa Maria) bestond al in de middeleeuwen. Na de reformatie rond 1530 raakte ze in vergetelheid en verviel ze bijna tot een ruïne. Dit geldt ook voor de middeleeuwse Donjon tevens tolstation. De familie De Castelmur verwierf en renoveerde beide in de negentiende eeuw. De kerk is sindsdien het mausoleum van de familie.

(Bron: Gian Andrea Walther, David Wille, Palazzo Castelmur, Stampa 2015)

Coltura, Palazzo Castelmur en Nossa Dona: Foto: TES

Chur, Rhätisches Museum. Foto: TES

De Albulapas door de eeuwen heen

De Albulapas in kanton Graubünden was vanaf de verovering door de Confederatie van de Italiaanse gebieden in de Veltina rond 1500 een belangrijke handelsweg en strategische pas. Kooplieden, Säumer genaamd, vervoerden met ezels, paarden en muildieren wijn vanuit Italië en zout, granen en rijst uit Tirol. Ze namen naar het zuiden vee, melkproducten, ertsen en metalen uit Bergün (Bravuogn in het Romaans) en Filisur mee.

In 1548 kwam er bovendien een postdienst, die ook personen in diligences, grote door zes of acht paarden getrokken koetsen, over de pas vervoerde. De Franse koning, sinds 1516 een bondgenoot van de Confederatie van dertien kantons en hun geallieerden, waaronder de Freistaat der drei Bünde, het huidige Graubünden, initieerde in dat jaar de postdienst naar de Republiek Venetië.

Hoewel ook de passen Splügen en Septimer in belang toenamen, bleef de Albulapas een belangrijke verkeersweg voor personen, post en goederen. In 1866 was de ruim vier meter brede verkeersweg tussen Bergün en Le Punt in het Oberengadin gereed. De reis van Chur naar St. Moritz duurde ‘nog maar’ veertien uur. Dit kwam het toerisme zeer ten goede.

 

Landwasserviaduct, Filisur. Foto: TES

De Albulabahn in 1903 verkorte de reisduur tot enkele uren. Vanwege het verbod van auto’s in het kanton duurde het tot 1925 voordat auto’s de pas konden gebruiken. De Albulabahn, het beroemde Landwasser viaduct bij Filisur en de bijna zes kilometer lange Albulatunnel zijn sinds 2008 geregistreerd als UNESCO-werelderfgoed van de Rätische Bahn. Tegenwoordig is de Albulapas geen belangrijke verkeersweg, maar voornamelijk een toeristische route en een pas voor lokale reizen.

De Albulapas maakte in de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) onder de naam de Sperre Albula deel uit van de verdedigingslinie, het Reduit, in de Alpen onder leiding van Generaal Henri Guisan (1874-1960). Iedere pas in het kanton was in deze periode een vesting van rotsen, bunkers en stenen obstakels.

Een laatste groet uit Amsterdam

In deze rubriek staat het laatste levensteken van de familie Frank aan de buitenwereld. Otto Frank (1889-1980) schreef op 4 juli 1942 aan zijn moeder Alice Frank-Stern (1865-1953) en zijn zuster Helene Frank (1893-1986) in Bazel: “Seid doch in keinem Fall beunruhigt, wenn Ihr wenig von uns hört”. Niemand zag de familie Frank daarna nog in het openbaar. Het bericht is tachtig jaar oud, maar nog steeds actueel. Op 6 juli dook de familie onder.

De familie Frank

Het echtpaar Otto en Edith Frank-Elias (1903-1945)  en hun twee kinderen Margot Betti (1926-1945) en Anne(lies) Marie Frank (1929-1945) woonden sinds 1933 in Amsterdam. Twee broers van Otto, Robert (1886-1953) en Herbert (1891-1987), woonden al vanaf 1929 in Bazel. Zij hadden daar een filiaal van het bedrijf Opekta (Obstpektin aus dem Apfel) voor het bereiden van confituren opgericht.

Opekta en het Merwedeplein in Amsterdam, waar de Familie Frank vanaf eind  1933 tot 6 juli 1942 woonde. Foto: TES. Tentoonstelling Anne Frank und die Schweiz. Nationalmuseum Zürich

Otto was groot geworden in een welgesteld gezin in Frankfurt am Main. Niets wees er in 1914 op dat hij negentien jaar later zijn Heimat zou moeten verlaten. Hij en zijn broers Robert en Herbert hadden het vaderland dapper verdedigd in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Het waren gedecoreerde oorlogshelden.

Na een economisch relatief voorspoedige tijd in de Weimar Republiek in de jaren 1925-1929, maakte de crash op Wall Street een einde aan de bank van Michael Frank (1851-1909), de vader van Otto. De crash betekende tevens het begin van de greep naar de macht van de Nazi-partij. Na 30 januari 1933 voorzag Otto wat komen ging. Otto koos voor Amsterdam om in Nederland een filiaal te beginnen van het bedrijf Opekta. Een fatale keus, maar dat kon in 1933 nog niemand weten.

Nederland en Zwitserland

Margot en Anne integreerden snel en spraken binnen de kortste keren accentloos Nederlands. Margot tenniste, roeide en speelde muziekinstrumenten, Anne hield het bij muziek en goede schoolresultaten.

De winter- en zomervakanties werden doorgebracht in Sils-Maria (Oberengadin, Kanton Graubünden) of Adelboden (Kanton Bern). Vanaf 1938 probeerde Otto tevergeefs een visum te krijgen voor Cuba of Amerika. Zijn verzoeken werden niet gehonoreerd. Op 15 mei 1940 capituleerde Nederland en begon de Jodenvervolging.

Margot kreeg begin juli 1942 de oproep zich voor transport te melden. Otto besefte dat het tijd was onder te duiken. Iedereen wist van hun intensieve contacten in en met Bazel en Zwitserland. Otto deed ook voorkomen aan de buitenwereld alsof hij naar Zwitserland vluchtte.  De andere onderduikers waren Hermann van Pels (1898-1944), diens vrouw Auguste van Pels (1900-1945), hun zoon Peter van Pels (1926-1945) en Fritz Pfeffer (1889-1944).

Tentoonstelling Anne Frank und die Schweiz. Nationalmuseum Zürich

Het Achterhuis

Alleen een klein groepje helpers, werknemers van zijn bedrijf en hun aanverwanten, kenden de echte bestemming: zijn bedrijf op de Prinsengracht 263 in Amsterdam.  Deze helden waren: Miep Gies (1909-2010) en Jan Gies (1905-1993), Victor Kugler (1900-1981), Johannes Kleiman (1896-1953), Johan Voskuijl (1892-1945) en diens dochter Bep Voskuijl (1919-1983).

Tentoonstelling Anne Frank und die Schweiz. Nationalmuseum Zürich

Anne kreeg in 1942 een dagboek cadeau en begon er in te schrijven. Een radio-uitzending van radio Oranje op de BBC in 1944 inspireerde haar tot een andere opzet. Zij redigeerde het dagboek opnieuw als een literaire getuigenis van en in de oorlog. Sindsdien bestaan er twee versies van het dagboek. De eerste versie heeft meer persoonlijke aantekeningen, de tweede versie is eerder voor de buitenwereld bestemd. Anne schreef haar laatste bijdrage op  1 augustus 1944 na de vele hoopvolle dagen na 6 juni 1944 en D-Day.

Het dagboek

Tentoonstelling Anne Frank und die Schweiz. Nationalmuseum Zürich

Alleen Otto overleefde de oorlog. Miep Gies overhandigde hem bij zijn terugkeer in Amsterdam het dagboek. Pas maanden na de oorlog kreeg hij bericht dat zijn beide dochters en vrouw het niet hadden overleefd. Daarna ging hij ging hij bij zijn zuster in Bazel wonen.

Na lang wikken en wegen, lezen en herlezen, besloot hij het dagboek in 1950 bij een Nederlandse uitgever te publiceren. Het succes was matig. Slechts weinigen waren toen in Nederland geïnteresseerd In het droeve lot van Anne en de Joden in het algemeen. Men wilde de oorlog vergeten en vooruit kijken.

In 1952 verscheen de Duitse uitgave. De doorbraak kwam echter met de Amerikaanse editie en de bewerking voor een toneelstuk in 1955 en een film in 1959. Hoewel of omdat het script voor het toneel en de film een vrije bewerking van het dagboek waren, waren Anne en haar dagboek op slag wereldberoemd.

Daarmee begon niet alleen de reeks vertalingen (ruim 80 talen tegenwoordig) en edities, maar ook de ontkenners van de authenticiteit van het dagboek. Otto liet niets aan het toeval over en liet de authenticiteit door experts (handschrift, taalgebruik et cetera) bevestigen.

In 1963 richtte Otto het Anne Frank Fonds (www.anne-frank.ch) in Bazel op. Deze NGO wordt vanaf 1980 tot heden door anderen voortgezet.

Anne is in de jaren dertig vaak in Zwitserland geweest, op bezoek bij haar ooms en tantes in Bazel en op winter- en zomersport. Het Anne Frank Fonds in Bazel kon ze uiteraard niet voorzien en wellicht zou ze Zwitserland ook geen gelukkige keus hebben gevonden, maar welk Europees land wel ?

Neutraliteit

De Zwitserse overheid erkende Joden niet als politieke vluchtelingen en ongeveer 25 000 mannen, vrouwen en kinderen zijn teruggestuurd aan de grens, een zekere dood tegemoet. Dat ongeveer hetzelfde aantal wel mocht blijven doet daaraan niets af. Het is een zwarte bladzijde in het land van het Rode Kruis en de humanitaire hulp.

Wel zijn er verzachtende omstandigheden. De agressieve en meedogenloze dictators konden ieder moment binnenvallen, er was in Zwitserland veel armoede en werkloosheid, alle democratieën sloten hun grenzen voor Joden aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, de antisemitische tijdsgeest, ook in Amerika, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk en veel minder informatie en buitenlandse ervaring dan tegenwoordig.

Er waren bovendien (politie) ambtenaren, burgers, mannen, vrouwen en kinderen die Joodse vluchtelingen wél doorlieten en onderdak gaven. De publieke opinie was het ook niet eens met het beleid van de politici, maar er was perscensuur vanwege de noodtoestand en weinig kwam in de openbaarheid.

Angst voor dictators was ook toen al een slechte raadgever. Een actuele les. Ook het krampachtig vasthouden aan een in 1815 tussen de grootmachten van destijds vastgelegde neutraliteit is niet overtuigend. Deze grootmachten hadden vooral hun eigen belang op het oog.

Deze neutraliteit betekende vooral dat grootmachten de soevereiniteit van het land moesten respecteren, niet dat Zwitserland onder alle omstandigheden ‘neutraal’ moest zijn en blijven, wat ze na 1948  bovendien al niet meer was.

Conclusie

Ook Zwitserland heeft zijn oorlogsverleden en vanaf 1990 is dit onderwerp van veel debat en publicaties. Oordelen achteraf met de kennis van nu is makkelijk. Men wilde en kon Duitsland niet te veel bruuskeren.

Het was pappen en nathouden, compromissen sluiten, toegeven aan de ene kant, maar wel een sterke verdediging (het reduite in de Alpen) opbouwen aan de andere kant. In geval van een Duitse invasie stond de uitkomst vast, maar de kosten moesten zo hoog zijn voor de agressor, dat ze niet opwogen tegen de baten van een neutraal land.

De discussie is nog gaande. Zwitserland onderscheidde zich echter niet wezenlijk van andere neutrale landen, zoals Zweden, of overheid, burgers en industrieën in bezette gebieden.

De huidige tentoonstelling in het nationale museum (Landesmuseum) in Zürich heeft als thema ‘Anne Frank und die Schweiz’ (9 juni tot 6 november 2022).

De kastanjeboom (inmiddels geveld). Tentoonstelling Anne Frank und die Schweiz. Nationalmuseum Zürich

 

Het Saffraandorp Mund

In Zwitserland valt altijd wel wat te ontdekken. Ieder gehucht, dorp en stadje heeft wel een bijzonderheid, zo ook het dorp Mund (kanton Wallis). In Gondo, een ander dorp in dit kanton, is in vroegere tijden goud gevonden, maar in Mund wordt al eeuwenlang de (culinaire) kostbaarheid Saffraan gecultiveerd, de ‘Koningin van de Planten’. Iran is het thuisland en de onbetwiste marktleider op dit gebied, maar Mund heeft al eeuwenlang een reputatie op te houden.

Mund ligt op 1200 meter hoogte midden in het UNESCO-werelderfgoed Jungfrau-Aletsch, aan de rechterflank van het Rhônedal, niet ver van Naters en Brig.

Saffraan wordt al sinds de veertiende eeuw in Zwitserland verbouwd, tegenwoordig echter alleen nog in Mund. Op een oppervlakte van twee hectaren bedraagt de oogst in de maanden september-november twee kilo pure saffraan per jaar. Per kilo zijn er maar liefst 130 000 bloemblaadjes nodig!

Vanwege klimatologische omstandigheden (veel zon, voldoende regen en dauw in de ochtend) en de bodemgesteldheid is de aroma van uitzonderlijke kwaliteit. Saffraan is niet alleen de Koningin der Planten, maar per gram zelfs kostbaarder dan goud!

Het Saffraanmuseum (Safranmuseum) in Mund en het Safranlehrpfad vertellen de historie deze bijzondere plant in Wallis en haar eigenschappen in geuren en kleuren.

Bron en verdere informatie: www.belalp.ch  en de Safranzunft Mund.

Tweeduizend jaar Genève, Vienne, Allobroges en Gallia Narbonensis

Genève is meer dan de stad van diplomatie, vele internationale organisaties, banken, horloges en de Jet d’eau in het meer van Genève (lac Léman).

Het is het eerste door de Romeinen veroverde en bestuurde gebied van het latere Zwitserland (120 v. Chr.), een van de eerste bisdommen van het land, de hoofdstad van het calvinisme, een onafhankelijke republiek tot de inlijving door Napoleon in 1798 en opname in de Zwitserse Confederatie in 1815. Kortom, een stad met een duizenden jaren oud verleden en een interessant en veelzijdig (cultureel) heden.

Vienne, Tempel van Augustus en Livia

Vienne, Romeins theater 

Allobroges

De Keltische stam van Allobroges bewoonde het gebied van Genava, de Keltische en later Romeinse naam. Deze stam had verder de oevers van de Rhône in de Savoie en de Dauphiné. Vienna (het huidige Vienne) was de belangrijkste plaats.

Vienna, 1e eeuw n. Chr. Collectie: Saint-Romain-en-Gal, Musée romain 

De verloren oorlogen tegen de Romeinen in 122-120 v. Chr. betekenden het einde van hun zelfstandigheid. Het gebied werd opgenomen in de Romeinse provincie Gallia Narbonensis. Vanaf dit moment maakt ook Genava deel uit van het Romeinse Rijk.

Collectie: Saint-Romain-en-Gal, Musée romain 

Vienna  (het huidige Vienne) werd de hoofdstad van de Allobroges in deze provincie. Het leidde tot een grote culturele en economische bloei, niet alleen in Genava, maar onder andere ook in Boutae (Annecy) en Aquae grationae (Aix-les-Bains).

Collectie: Saint-Romain-en-Gal, Musée romain 

Eeuwen later, met de komst van de Bourgondiërs en het eerste Bourgondische koninkrijk (446-536), had de naam Allobroges plaatsgemaakt voor Sapaudia (land van de sparrenbomen) of het huidige Savoie.

De Romeinse tijd, verbeeld bij het stadhuis

De voorlaatste koning van het Koninkrijk Bourgondië (446-534)

Le Sentier culturel Vielle-Ville (Het cultureel pad van de oude stad) volgt tweeduizend jaar geschiedenis aan de hand van een architectonische, culturele en historische route: de Romeinse tijd en het christendom (de archeologische site van de kathedraal; de koningen van Bourgondië, de Merovinger en Karolinger, het graafschap Genève, het bisdom, de stad en het kanton Genève (sinds 1815), de hertogen van Savoye, de beroemde Escalade van 11 en 12 december 1602, de Reformatie en het Musée de la Réforme.

Voormalig woonhuis van Calvijn.

Auditorium van Calvijn

Collège Calvin

De vier belangrijkste calvinistische reformatoren Calvijn, Farel, de Bèze en Knox, le Mur des Réformateurs

vervolgens het Stadhuis, de zetel van het kantonale en gemeentelijke politieke sinds meer dan een half millennium, het Place du Bourg-de-Four, het geboortehuis van Jean-Jacques Rousseau, het Maison Tavel, het Museum van de Zoubov Stichting, het Barbier-Mueller Museum, het huis van Jean Calvin (het huis dat hij bewoonde werd in 1706 afgebroken en is toen vervangen door het huidige gebouw);

Wijnbouw in de stad

daarna het Bastion Saint-Antoine, de Lutherse kerk, la Tour Baudet, l’ancien arsenal (het voormalige arsenaal), le mur des Réformateurs (de muur van de hervormers), de Fusterie-tempel, de Madeleine-tempel, de Fondation l’Abri, le Musée d’art et d’histoire, (het Museum voor Kunst en Geschiedenis), le Cabinet d’arts graphique (het Grafische kunst cabinet) en de vele kronkelige straatjes.

La Madeleine

Hans Rudolph Manuel Deutsch, De oudste realistische kaart van Genève, rond 1550. AEG Archives privées 247/1/91

Le Temple de la Fusterie

(Bron en meer informatie: www.geneve.ch).

De twee rivieren van de stad: de Rhône, de Arve en Neptunes

Stadhuis met fresco van de historie van Romeinen tot 1815 (lid van de Confederatie)

Impressies uit Vienne

Impressies uit het Musée romain in Saint-Romain-en-Gal 

Waarom Zwitserland ?

Why Switzerland ? is de titel van het boek van Jonathan Steinberg (Cambridge, derde druk, 2015). Het boek is een gedetailleerde studie van zeven eeuwen geschiedenis, politiek, religie, cultuur, economie en waarden die het land en zijn kantons hebben gevormd en hebben gemaakt tot wat ze zijn: geen eiland, maar een oase in het midden van Europa, of in Steinbergs woorden:

“Why Switzerland ? has two parts: why is there Switzerland ? and why anybody else should care ? The answer to the first is clear and has been the main effort in this book: a detailed study of the creation of a unique and succesful small state over seven centuries, how and why it has worked. The answer to the second is the other face of the answer to the first: this small country represents the most intensive and continuous experiment in the strenghts and limits of democracy. Switzerland matters to everybody who prefers democracy“.

Vevey, 29 Juli 2019. Foto: TES

Stereotypen en feiten

Stereotypen en feiten over Zwitserland (en zijn inwoners) zijn er genoeg. Als het land al de buitenlandse pers haalt, gaat het steevast over de joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog, het bankgeheim, zwart- of crimineel geld, de late invoering van het vrouwenkiesrecht (1971), het minarettenverbod (2009) of het instellen van quota voor emigranten (2014). Recent kan daar nog de toepassing van neutraliteit bij (indirecte) wapenleveranties aan Oekraïne aan worden toegevoegd.

Dit artikel gaat niet in op deze stereotypen en feiten als zodanig, maar wil ze plaatsen in het perspectief van de eeuwenoude historische, sociale en politieke ontwikkelingen, de directe democratie en de bijna spreekwoordelijke beleefdheid in het dagelijks leven en het respect voor privacy.

Toevluchtsoord

Zwitserland was tot 1848 een emigratieland. Tegelijkertijd is het altijd een toevluchtsoord geweest voor (Franse) protestanten of Hugenoten, humanisten en intellectuelen vanaf de zestiende tot de achttiende eeuw, revolutionairen en anarchisten enerzijds, monarchen en aristocraten anderzijds in de negentiende eeuw, pacifisten, anti-oorlogsactivisten (de artistieke beweging DADA in Zürich bijvoorbeeld) en vluchtelingen vanaf 1914.

De Oostenrijkse kanselier Klemens Von Metternich (1773-1859) noemde het land in de 19e eeuw een toevluchtsoord voor republikeinen en anarchisten. Zwitserland was het zwarte schaap voor de omringende Europese monarchieën.

Er was zelfs sprake van een invasie om een einde te maken aan deze liberale politiek. Zover is het nooit gekomen, omdat het land en zijn kantons (die uiteindelijk over het verblijfsrecht beslisten) soms zwichtten om verdere provocaties te voorkomen.

Vrouwenkiesrecht 

Ook de late invoering van het vrouwenkiesrecht is gecompliceerder dan het jaartal 1971 doet vermoeden. Vrouwen, onder andere ook buitenlandse, konden al in 1867 aan Zwitserse universiteiten studeren en zij (en sommige mannen) eisten rond die tijd ook al het kiesrecht op.

In 1869 werd Marie Vögtlin (1845-1916) de eerste vrouw in Europa die medicijnen ging studeren. Emilie Kempin-Spyri (1853-1901), de nicht van de schrijfster Johanna Spyri (1827-1901), de schrijfster van Heidi (1881), promoveerde in 1887, waarmee zij de eerste Frau Doktor met een eigen proefschrift in Europa was. Vrouwen waren ook betrokken bij allerlei maatschappelijke organisaties. Tot 1918 verschilden hun kiesrecht en rechtspositie niet van die in de meeste andere Europese landen. Alleen de Noord-Europese landen waren vooruitstrevender.

Marie Vögtlin (1845–1916). Foto: Wikipedia

Toen kwam de Eerste Wereldoorlog en de inzet van vrouwen als vervangers van mannen in de oorlogvoerende naties. In 1918 kon deze sociale situatie niet meer worden teruggedraaid en voerden de regeringen het kiesrecht in, maar zonder referendum.

In het neutrale Zwitserland hadden vrouwen de mannen in veel mindere mate  vervangen. Er waren na 1918 wel diverse initiatieven op federaal en referenda op kantonaal niveau, maar deze zijn door de uitsluitend mannelijke kiezers en politici verworpen.

Zou dit resultaat in andere landen (Nederland bijvoorbeeld) anders zijn geweest? Pas na 1945 stemden steeds meer kanton ervoor. Een meerderheid van (kleine en landelijke ) kantons verzette zich echter op nationaal niveau tot 1971 en in een geval zelfs tot 1991 en tussenkomst van de Hoogste rechter (Bundesgericht).

Na de invoering namen de vrouwen hun positie echter snel in. De eerste vrouwelijke “president” of prima inter pares in de nationale regering was er al in 1999. Ook het aantal en de kwaliteit van vrouwelijke politici is hoog. De rechtspositie van (gehuwde) Zwitserse vrouwen verschilde tot de jaren vijftig en zestig niet wezenlijk van die in andere Europese landen.

Jean-Baptiste Isabey (1767-1855), De belangrijkste afgevaardigden op het Congres van Wenen (1814-1815). Foto: Wikipedia

Neutraliteit

En dan de relatie van het neutrale Zwitserland met Duitsland na de val van Frankrijk in juni 1940. Zwitserland was te restrictief in het toelaten van Joodse vluchtelingen voor en na 1940, hoewel er ook ‘ongehoorzame’ ambtenaren, burgers en redders in nood waren en de publieke opinie het beleid afkeurde.

Zwitserland was echter geen uitzondering in dit restrictieve beleid. De “J” in het paspoort van Joodse mensen aan de grens na 1938 was en is echter vanuit moreel oogpunt afkeurenswaardig en een (vrijwillig) teken van lafheid om het buurland te behagen.

Het land en zijn fabrieken leverden (indirect) wapens aan Duitsland en Duitsland zette zijn (geroofde en gestolen) goud en geld op Zwitserse bankrekeningen. Maar wat was het alternatief? Het land was omringd door agressieve dictaturen, die elk moment konden binnenvallen. Er waren concrete plannen (Operatie Tannenbaum, bijvoorbeeld).

Hoewel het land zwaar bewapend was en waarschijnlijk hevig weerstand zou hebben geboden in zijn Alpenfort (Reduit), was het onmogelijk om lang stand te houden. Overleven door compromissen te sluiten en te behagen was het devies. In dit opzicht is Zwitserland geen uitzondering op andere neutrale landen (Zweden bijvoorbeeld) of de industrieën en bureaucratieën in bezette landen.

Het is altijd gemakkelijk om met terugwerkende kracht te oordelen. In ieder geval is er nooit een relevante politieke beweging geweest met sympathie voor de Italiaanse dictator en zijn Irredentismo, noch in Ticino, noch voor de Duitse dictator en zijn Heim ins Reich in Duitstalig Zwitserland.

De Frans-, Italiaans- en Duitstalige Zwitsers waren verenigd in hun afwijzing en afkeer van de Duitse en Italiaanse ambities. Om deze reden stemden ze massaal (92%) in 1938 voor Reto-Romaans als vierde taal van het land.

Bovendien was Zwitserland op 20 april 1939 het enige land dat geen formele delegatie stuurde naar de verjaardagparade van de Führer in Berlijn. Het was een protest tegen de invasie van Tsjecho-Slowakije in maart 1939. Vanuit moreel oogpunt was het land niet neutraal.

Over de neutraliteit wordt hevig gediscussieerd in verband met de inval in de Oekraïne. Het publieke en parlementaire debat is in volle gang. Neutraliteit is geen doel op zich en verschillende omstandigheden vereisen verschillende toepassingen. De neutraliteit van 1815 was en is niet de neutraliteit van 1914-1918, 1939-1945, 1948-1989 en 2022. De politici zullen in 2022 hopelijk niet dezelfde fout maken als in 1939-1945  in de ijdele hoop een andere tiran te behagen.

Linie van ‘Toblerones. Einsiedeln, kanton Schwyz. Foto: TES.

Bankgeheim

De behandeling van de (niet-opgeëiste) Joodse tegoeden na 1945 houdt verband met het (eeuwenoude) bankgeheim. Veel rekeninghouders en hun familie hadden het niet overleefd.

Verre familieleden waren vaak niet op de hoogte en het bankgeheim, de bureaucratie en juridische kwesties verhinderden de toegang tot de rekeningen. Had het anders kunnen gaan? Ja, maar het bankgeheim was onaantastbaar en niet op deze situatie toegesneden. Dit geldt ook voor het zwarte geld van vandaag of tegoeden van dictators en (andere) criminelen.

Pecunia non olet geldt ook voor Zwitserland. Er zijn al veel aanpassingen en hervormingen doorgevoerd of in behandeling. Kan het sneller? Ongetwijfeld, maar ook hier is Zwitserland geen uitzondering.

Referendum en volksinitiatief

Dit geldt ook voor de uitkomsten van sommige referenda of volksinitiatieven. Burgers maken zich zorgen over bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen en hebben in Zwitserland de mogelijkheid hun zorg rechtstreeks te uiten.

Is het altijd juist? Nee, maar beslissingen van professionele politici zijn dat ook niet, net zomin als het negeren van problemen of het vermijden van een publiek en politiek debat.

De politieke organisatie 

De directe democratie, het federale model, de gedecentraliseerde organisatie van het land, de unieke grondwet van 1848 en de verplichte zeven ministers, het Konkordanzsystem en de Zauberformul bij de vorming van de regering, de bijzondere relatie tussen parlement en regering en de gelijkheid van de eerste en de tweede kamer, de combinatie van het Majorzsystem of de verkiezing bij absolute meerderheid van personen bij de verkiezingen voor de tweede kamer (senaat) en de uitvoerende organen van de kantons en gemeenten, en het Proporzsystem of de evenredige vertegenwoordiging bij de verkiezingen voor de gemeentelijke, kantonale en nationale (eerste kamer) parlementen, de jaarlijks roterende “president” van het land of de primus/a inter pares van de nationale regering vormen de basis van de politieke en sociale stabiliteit.

De burger is de soeverein

De belangrijkste troef van het Zwitserse model is echter de burger. De burger is de absolute soeverein (behalve in een noodtoestand) en is samen met de kantons de grondlegger van de federatie, de hoeder van de grondwet en de hoogste wetgever, tenzij door de burgers en de kantons bevoegdheden aan de federatie zijn overgedragen, in welk geval er altijd nog de mogelijkheid van een bindend referendum bestaat.

De politieke rol van de burger spiegelt zich in een grote maatschappelijke betrokkenheid. Zij komt onder meer tot uitdrukking in het functioneren van de nationale, kantonale en gemeentelijke politieke en democratische instellingen en het Milizsystem, het respect voor natuur, boeren, ambachtslieden en (verkeers)regels, de beleefdheid in het dagelijks leven en de verbazingwekkende en indrukwekkende  wetenschappelijke-, industriële- en intellectuele creativiteit en innovatie in alle uithoeken van het hele land.

Conclusie

Steinberg schrijft:

“The Swiss have always found a way to deal with the threats of their way of life in every century. They have done so because the determination to survive and to preserve ‘Swissness’ has not depended on will, but on a way of being, a set of values and habits so deeply ingrained  that most Swiss are almost unaware of how powerful these values are.

To live together was in the end more important than to  be right. Switzerland can not be the model for other countries, because its history can not be repeated, but it can encourage other societies. For more than seven centuries it has managed to face its problems and in doing so it has expanded, not contracted, the sphere of activity of the sovereign people”.

Dat is Waarom Zwitserland. De ware democratische Europese Unie van zesentwintig (eeuwenoude) soevereine republieken.