De Piz Amalia in concert

Ter gelegenheid van de doop van prinses Amalia, kroonprinses van Nederland, in 2004, hebben de gemeente Scuol en de regionale toeristische organisatie in het Unterengadin (kanton Graubünden) in dat jaar een tot dan toe naamloze berg naar de prinses vernoemd.

De naamgeving van Piz Amalia was een teken van de hechte vriendschap tussen Zwitserland en Nederland. In de geest van deze band wordt sinds de herfst van 2015 jaarlijks een festival voor jonge musici georganiseerd rond locaties van de Piz Amalia.

Jonge musici van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, onder leiding van Thomas Herrmann, geven samen met het Winterthur Conservatorium, onder leiding van Valentin Gloor, verschillende concerten op bijzondere plekken in de bergwereld rond Piz Amalia en in de Paleiskerk in Den Haag.

De artistiek directeur van het festival is Anthony Zielhorst. Speciaal voor het festival van dit jaar zijn twee muziekstukken gecomponeerd, die als wereldpremière ten gehore zullen worden gebracht.

Concertprogramma 2022:

Woensdag 14 september, 19.00 Conservatorium Winterthur;

Vrijdag 16 september, 17.30, Bergkirche S-Charl;

Zaterdag 17 september, 20.00, Muziekschool Scuol;

Zondag 18 september, 11.00 uur, Fundaziun Nairs, Scuol;

Vrijdag 11 november, 20.15 uur, Paleiskerk, Den Haag.

Op vrijdag 16 september om 06.00 uur is er ook een begeleide bergtocht naar Piz Amalia.

Voor meer informatie over de muziekstukken, tickets en de organisatie:

Piz Amalia, 14.–18.9.2022

Zwitserduits en de vier Zwitserse talen

Een van de fascinerende aspecten van Zwitserland is dat een geschiedenis van vijftienhonderd jaar zoveel hedendaagse (taal)grenzen, identiteiten en culturen heeft vastgelegd.

Het Duits

De Alemannen introduceerden de Duitse taal in grote delen van Oost-, Noord- en Midden-Zwitserland na het vertrek van de Romeinse legioenen rond 410 na Christus. De zes eeuwen na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 bepalen nog steeds de Frans-Duitse taalgrens.

De Franse taal

De Franstalige Bourgondische koninkrijken in West-Zwitserland (443-534 en 888-1032) waren bepalend voor de Franse taal. Het Frans bleef de gemeenschappelijke taal in dit gebied na de bezetting van Vaud door de Duitstalige kantons (Bern en Freiburg) na 1536. Sommige steden werden en zijn echter nog steeds tweetalig.

De Franse taal werd door de Duitstalige bezetters zeer gewaardeerd en de taal werd nooit verboden. Tweetalig Freiburg, gesticht in de twaalfde eeuw door een Duitstalige vorst, werd zelfs steeds meer Fribourg. De elite van Bern sprak en communiceerde ook in het Frans. Deze taal en het Franse koninkrijk waren immers cultureel, diplomatiek en economisch gezien essentieel voor deze kantons.

De tweetalige status van Wallis gaat terug tot de uitbreiding van de Duitstalige steden en de eeuwenoude immigratie van Walser en andere Duitstaligen vanaf 1200. Ook de uitkomst van de strijd tussen het Franstalige huis van Savoye en de (Duitstalige) bisschoppen van het bisdom Sitten (Sion) na 1400 was bepalend voor de huidige taalgrens in dit kanton.

Het Italiaans

De Italiaanse taal in Tessin en delen van Graubünden is afkomstig uit het Latijn. Het Italiaans bleef de taal van deze regio na de verovering door de Zwitserse kantons in de vijftiende eeuw.

De formele assimilatie van Italiaans, Frans en Duits volgde onder Franse druk ten tijde van de Helvetische Republiek (1798-1803) en de (Franse) Bemiddelingswet van 1803. Deze assimilatie werd bevestigd in de grondwet van 1848.

De Reto-Romaanse taal

In 1938 volgde de grondwettelijke erkenning van het Reto-Romaans of Romaans als een duidelijk politiek signaal van Zwitserland en het Zwitserse volk (91% stemde voor in het verplichte referendum van 1938) aan de Italiaanse ( Irredentisimo) en Duitse ideologie (Heim ins Reich). De grondwetsherziening van 2007 bevestigde de status van de vier talen van het land.

Met de opmars van de Duitstalige Alemannen en Walser (400-1400) in Zuid- en Oost-Zwitserland werd het Reto-Romaans echter steeds meer verdrongen en uiteindelijk alleen nog gesproken in Graubünden. Veel Duitstaligen immigreerden na 1815 naar dit (nieuwe) kanton vanwege spoorweg- en andere infrastructuurwerken, toerisme, industrialisatie en handel. Tegenwoordig is het Romaans de moedertaal van ongeveer 50.000 inwoners van het kanton.

Grondwet

De federale wet inzake de nationale talen en het begrip tussen de taalgemeenschappen (taalwet van 5 oktober 2007) regelt het gebruik van de vier officiële talen door en in de betrekkingen met de federale autoriteiten.

De federale overheid bevordert het begrip en de uitwisseling tussen de taalgemeenschappen, ondersteunt de meertalige kantons bij de vervulling van hun bijzondere taken en steunt de kantons Graubünden en Tessin ten gunste van het Romaans en het Italiaans.

Met deze wet beoogt de Confederatie de viertaligheid als kenmerk van Zwitserland te versterken, de interne samenhang van het land te consolideren, de individuele en institutionele meertaligheid te bevorderen en het Romaans en het Italiaans als nationale talen te behouden en te bevorderen.

Bij de vervulling van haar taken neemt de Confederatie met name de volgende beginselen in acht. Zij draagt zorg voor de gelijke behandeling van de vier landstalen, waarborgt en verwezenlijkt de vrijheid van taal, houdt rekening met de traditionele taalkundige samenstelling van de kantons, bevordert het begrip tussen de taalgemeenschappen en werkt samen met de kantons bij de vervulling van hun taken op het gebied van het taal- en communicatiebeleid.

Zwitserduits

Wat de Grondwet echter niet voorzag, is de sterke toename van het gebruik van lokale Duitse dialecten in het publieke domein, Schwyzertütsch of Schwyzerdütsch. Er zijn aanzienlijke verschillen tussen de Duitstalige dialecten in de verschillende regio’s, bijvoorbeeld tussen de regio’s Appenzell, Oberwallis, Bazel, Zürich of Bern.

Deze dialecten zijn soms moeilijk te begrijpen voor Franstalige- of Italiaanstalige Zwitsers, bij sommige dialecten zelfs voor Duitstaligen. Alle Romaans-sprekenden beheersen het Duits, wat niet wil zeggen dat ze alle Duitstalige dialecten beheersen.

Zwitserduits wordt niet gebruikt in documenten van de overheid, bedrijfsleven of  het onderwijs, maar is wel de spreek- en soms zelfs schrijftaal voor regionale en informele uitwisselingen.

Hochdeutsch (Hoogduits) is de geldende grammatica voor communicatie, zij het met enkele variaties. Het gebruik van de ß (eszett genoemd) is vervangen door de dubbele ‘ss’  en ook de naamvallen in de tweede en derde persoon verschillen soms.

De kennis van elkaars vier talen is de laatste decennia echter drastisch afgenomen. Engels wordt steeds meer de voertaal tussen (jonge) Zwitsers uit de verschillende taalregio’s.

De taal is het (sociale) smeermiddel van iedere samenleving. De afname van de kennis van de taal of talen is dan ook een bron van zorg. Het heeft in ieder geval de (financiële) aandacht van de federale overheid.

Misschien is het oeroude Romaans in plaats van Esperanto, een kunstmatige taal, een geschikte oplossing als tweede taal voor alle Zwitsers ?

Felicitaties en Chapeau Zwitserland

Het meer van Brienz (Brienzersee) maakt  zich op voor de Zwitserse nationale feestdag op 1 augustus 2022, naar analogie van “Het ontstaan van de Confederatie” in de Grote Vergaderzaal van het Zwitsers Parlement, een grote muurschildering door Charles Giron (1859-1914), gemaakt in 1901.

Giron had het Rütli op het oog, de weide aan het Urnermeer (Urnersee), een uitloper van het Vierwoudstedenmeer (Vierwaldstättersee) waar volgens de overlevering de eerste drie Eidgenossen uit Schwyz, Uri en Unterwalden met een overeenkomst hun wederzijdse bijstand op diverse gebieden bekrachtigden.

Wilhelm Tell Monument Altdorf. Foto: TES.

Of het een feit of een legende is, zoals de legendarische Wilhelm Tell, is niet relevant, net zo min als Rome of Athene Romulus/Remus of de Godin Athena als stichters van deze steden ter discussie staan.

In deze periode werden vaak soortgelijke verdragen gesloten tussen steden en communes. Wat Zwitserland uniek maakt, is dat dit eerste verbond en het vervolg daarop wél stand heeft gehouden en steeds verder is uitgebreid met 13 kantons in 1513 en 25 kantons in 1848.

Zwitserland is een gedecentraliseerde bottom-up natie, tot stand gekomen in een moeizaam proces van eeuwen en met vier talen, culturen en diverse religies.

Maar het land is in 2022 met stip de beste democratie, het meest innovatieve en competitieve land, met de beste Europese universiteit, de beste infrastructuur in vaak zeer moeilijke omstandigheden, een van de meest gastvrije landen voor asielzoekers en een relatief goed verlopende integratie.

Mont Terri Project St. Ursanne. Foto: TES.

De open blik op de wereld en Europa blijkt ook uit wetenschap, cultuur en museumdichtheid, onder andere de eerste etnografische musea, musea voor Aboriginals en tal en van andere internationale en Europese thema’s.

Het land is een globale exporteur met het beste monetaire beleid (wat onder andere blijkt uit het in 2015 breken met het (illegale ) wanbeleid van de ECB) en bekijkt de huidige Europese Unie kritisch.

Hopelijk koesteren haar burgers en vooral politici wat in eeuwen is opgebouwd. Wat aan de EU wordt overgedragen krijgt een land nooit terug, ook al houdt de EU zich niet aan de afspraken en verdragen en ontaarden (megalomane) ambities veelal in retoriek, steeds meer subsidieoverdrachten en mislukkingen.

De euro en de Zwitserse frank 2002-2022.

De EU is geen parlementaire democratie en daar is ook geen basis voor. Een aantal van haar leden is failliet, met massawerkloosheid, torenhoge schulden en gigantische overheidslichamen, zieltogende industrieën, ouderwetse onderwijssystemen en vooral geen betrokkenheid van burgers bij het onderhouden van hun eigen gemeenschap.

Miljoenen (jonge) burgers emigreren uit de zuidelijke eurozone en andere EU-landen. In het kleine Zwitserland werken circa 350 000 Franse en Italiaanse burgers, tegenover een paar duizend Zwitsers in Frankrijk en Italië.

De EU en het monetaire en illegale (c.q. misdadige) wanbeleid van de  ECB zijn vooral een pinautomaat voor landen die zich niet aan afspraken en de wet houden en houden vooral marode structuren in stand. De rekening komt, eerder op korte dan op lange termijn.

De 26 Kantons. Bron: Les 26 cantons suisses. Foto: www.jeretiens.net

Het kenmerk van Zwitserland, haar burgers en bedrijfsleven is juist de betrokkenheid van burgers, directe democratie, decentralisatie en de federale opzet.

Van Riom of Scuol in kanton Graubünden tot Môtier of La Chaux-de-Fonds in kanton Neuchâtel bouwen burgers en bedrijven met lokale initiatieven en projecten aan hun directe woonomgeving, werkgelegenheid en industrie.

In welk ander land bezoeken duizenden nieuwsgierige burgers zomertaalcursussen (dus geen reguliere cursussen) Italiaans, Frans, Duits of Romaans om een van de talen van het eigen land beter te kunnen begrijpen ?

Zwitserland is de echte Europese Unie, maar geeft ook meteen de grenzen van het haalbare aan.

De Duitse krant Die Welt publiceerde drie jaar geleden (27 juli 2022) een artikel over het Europees Parlement. Op de achtergrond staat “Kommt, wir bauen das neue Europa“, vrij vertaald “Sluit je bij ons aan, we bouwen het nieuwe Europa”.

Het is de taal van het communisme (met een menselijke gezicht): het creëren van een nieuw Europa, de nieuwe en ‘goede’ Europeaan.

Het is te hopen dat er over tien jaar geen zwarte rouwwolken boven de Brienzersee hangen. Zwitserland, let op uwe saeck.

Een tentenstad in de Alpen

De Zwitserse padvinderbeweging, de Pfadbewegung Schweiz, (www.pfadi.ch), organiseert eens in de veertien jaar een veertiendaagse bijeenkomst voor haar leden, de Pfadi, jongens en meisjes tot 18 jaar.

Dit evenement heet Bundeslager, afgekort BuLa. Het evenement staat dit jaar in het teken van beweging, MOWA. Het thema komt niet aan de orde in deze bijdrage (zie uitvoerig BuLa – mova).

Hier staat het bouwen van een stad van tenten voor 30 000 kinderen en 5 000 vrijwilligers centraal in een periode van slechts twee weken. De locatie is een stuk landbouwgrond van ongeveer 30 hectare met een lengte van 3.5 km in Oberwald (kanton Wallis). Om deze reden is de bouwperiode beperkt tot twee weken, twee weken BuLa en twee weken voor het verwijderen. Daarna kan de boer weer aan het werk.

Padvinders en tenten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De padvinders nemen hun eigen tenten mee of bouwen deze ter plekke. Deze zijn dan ook in alle soorten en maten aanwezig.

Oberwald, BuLa 2022. Foto: TES

Deze stad heeft echter ook een hospitaal, communicatiecentrum, theater met tribunes, supermarkten, restaurants, sanitaire voorzieningen, bars, een kantoor, een redactielokaal voor de dagelijkse krant en nieuwsvoorziening, een wegennet met verkeersaanduidingen, fietsenstallingen en tal van attracties en locaties voor educatieve bijeenkomsten, seminars, tentoonstellingen en dergelijke. Alles gebouwd van hout en tentdoeken. Ongeveer 5 000 boomstammen staan ter beschikking.

Een team van zestien professionele planologen, landmeters en aannemers brengt met behulp van satellieten en de fysieke ondersteuning van 1 500 voormalige padvinders het project ten uitvoer. Aan de hand van de modernste navigatieapparatuur worden de vele gebouwen, faciliteiten en de plaatsing van boomstammen nauwkeurig in kaart gebracht.

En het lukt deze stad met haar 35 000 inwoners in veertien (14) dagen op te bouwen. Dit is geen toeval. Het is de combinatie van pragmatisme, creativiteit, organisatie, samenwerking, respect, gevoel en timing voor het wezenlijke en haalbare.

Ook het Zwitserse Milizsysteem speelt een belangrijke rol. De vier taalgroepen, alle kantons,  alle sociale lagen en beroepsgroepen uit de kleinste dorpen tot de grootste steden zijn vertegenwoordigd in de groep van duizenden vrijwilligers.

De advocaat uit kanton Vaud werkt samen met de elektricien uit kanton Appenzeller Ausserrhoden, de onderwijzer uit het dorp Fleurier (kanton Neuchâtel) bouwt samen met de bankier uit Zürich aan het hospitaal.

Het milizleger is ook nooit ver weg bij dergelijke evenementen om de helpende hand te bieden. Daarnaast bieden diverse bedrijven financiële, materiële en logistieke ondersteuning.

In Nederland lukt het de overheid niet fatsoenlijk onderdak te bieden aan een paar honderd asielzoekers. Het is niet alleen deze overheidstaak en de Nederlandse munt, die sinds 2002 de euro heet, die in een steile lijn de verkeerde kant opgaan.

Bron en verdere informatie: BuLa – mova

De Helvetische Republiek en Nidwalden

In januari 1798 vielen Franse troepen binnen vanuit West-Zwitserland en de Jura de Confederatie van dertien kantons (de Eidgenossenschaft) binnen. Het grondgebied van het prinsbisdom Bazel was in de jaren 1792 en 1797 geconfisqueerd.

De Zwitserse kantons en steden capituleerden snel na kort verzet. In de meeste steden en kantons werden de Fransen als bevrijders onthaald. In de meeste kantons was een oligarchie aan de macht. Bovendien waren de zogenaamde Untertanengebiete (Aargau, Thurgau, Tessin, Unterwallis/Bas-Valais) en tal van kleinere gemeentes eindelijk verlost van hun overheersers. Bormio, Chiavenna en Veltlin werden in 1797-1798 toegevoegd aan de Italiaanse Republiek Cisalpina.

Op 6 april 1798 vaardigde het (Franse) Directorium de Helvetische grondwet van de nieuwe eenheidsrepubliek uit:

Art. 1: De Helvetische Republiek is een ondeelbare staat. Er zijn geen grenzen meer tussen de kantons, art. 2: de totaliteit van de burgers is de soeverein. Art. 5: Er is geen erfelijke macht, geen rang en geen eretitel.

Alle kantons legden de eed op de Helvetische grondwet af. Alle kantons ? Nee, het kleine kanton Nidwalden verzette zich tegen de nieuwe grondwet en de eenheidsrepubliek. Het kanton moest de grondwet echter op 13 mei onder militaire dwang aanvaarden.

Op twee Landsgemeinden in augustus 1798 verhardde echter de weerstand. De burgers van het kanton zagen dat de soevereiniteit en onafhankelijkheid was bedreigd. De Landsgemeinde was een destijds unieke constructie van directe democratie van acht kantons.

De Franse troepen vielen op 9 september 1798 het kanton binnen. De burgers verzetten zich fel, maar de steden Stans en Stansstad vielen op dezelfde dag. Ongeveer 100 Nidwaldeners en evenveel Fransen verloren het leven en meer dan 300 Nidwaldeners stierven door de Franse wraak. Nidwalden werd opnieuw gedwongen, en nu met succes, de Grondwet te aanvaarden.

De gebeurtenissen van 9 september zijn verankerd in het collectieve geheugen van Nidwalden. De mensenrechten werden afgekondigd, maar met bruut geweld afgedwongen.

Johann Caspar Lavater, een dominee in Zürich, schreef naar aanleiding van de gebeurtenissen op 9 september 1798:

“Jullie Franken kwamen naar Zwitserland als rovers en tirannen. Je voerde oorlog tegen het land. We hoefden dus nooit blindelings te gehoorzamen, zoals we nu doen, in Zwitserse slavernij”.

(Ihr Franken kamet als Räuber und Tyrannen in die Schweiz. Ihr führtet Krieg gegen das Land. So mussten wir nie blindlings gehorchen wie jetzt, in der schweizerischen Sklavery”).

De Helvetische Republiek bleef tot 1803. Het verzet van bijna alle (oude) kantons en gemeenten was te groot. Welk kanton deed het juiste in 1798 ? In ieder geval was de Helvetische eenheidsgrondwet in Zwitserland niet houdbaar.

De nieuwe confederaties (Mediationssakte (1803), Bundesvertrag (1815) en tenslotte de Verfassung van 1848) vervolgden het eeuwenlange proces van Zwitserse staatsvorming.

(Bron en nadere informatie: Der Franzoseneinfall in Nidwalden, www.franzoseneinfall.ch, Nidwalder Museum, Stans).

Casaccia en de Via Panoramica

Het Italiaanstalige dorp Casaccia (Kanton Graubünden, Val Bregaglia) is voor het eerst vermeld rond 1160. Het ligt aan de voet van de Piz Lunghin op het kruispunt van twee belangrijke verbindingswegen, de ene naar het noorden over de Septimerpas (Il Settimo), de andere naar het Engadin en Oostenrijk over de Malojapas (Il Maloja).

Het dorp was een belangrijk centrum voor het verkeer van goederen en personen. De grote herenhuizen getuigen hier nog van. De herberg en het Hospiz met de naam ‘Cunvent’ waren de plaatsen voor rust, overnachtingen en het wisselen van paarden.

De kerk van San Gaudenzio is bekend sinds 830 en was gedurende de hele Middeleeuwen een bedevaartsoord.  In 1551 bekeerde het dorp zich tot de reformatie. De diensten werden in deze kerk tot 1742 gehouden.

De huidige gereformeerde kerk is in 1742 gebouwd op de fundamenten van een door een lawine verwoeste middeleeuwse kapel. De fundamenten van de kapel waren nog intact. Het is een klein barok gebouw bestaande uit een schip met twee traveeën en een koor met een vakwerkgewelf en drie hoge ramen.

Het dorp heeft een fraai uitzicht op de Albignadam- en stuwmeer in de bergen en is het begin van de fantastische wandelroute Via Panoramica.

Bergün, Holsboer, Räthische Bahn en UNESCO

Bergün (kanton Graubünden) wordt in 1209 voor het eerst in documenten vermeld. Bravuogn is de Romaanse naam. De pas over de Abula was in die tijd al een belangrijke noord-zuid verbinding.

De Romaanse toren stamt uit de 13e eeuw en is aan het begin van de 17e eeuw verbouwd.

Vanaf 1868 kon de route over de Albulapas door de aanleg van de nieuwe weg door postkoetsen worden gebruikt.

De Albula-spoorlijn, voltooid in 1903, bracht echter niet de verwachte gasten, zoals het kuurhotel Bergün (voltooid in 1906) had gehoopt. De spoorweg vervoerde de toeristen vooral sneller en comfortabeler over de pas naar Engadin en St. Moritz.

Mede daardoor kon het dorp zijn historische stadsbeeld grotendeels behouden en is het nu een van de mooiste dorpen van Zwitserland.

Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

Het verhaal van het UNESCO-Werelderfgoed van de Räthische Bahn doet het Albula spoorwegmuseum uit de doeken.

Willem-Jan Holsboer (1834-1898), Heimatmuseum Davos. Foto: Wikipedia

De Nederlander Willem-Jan Holsboer (1834-1898) blijft hier niet onvermeld. Hij was niet alleen de oprichter van het eerste kuuroord in Davos, maar ook de initiatiefnemer van de spoorwegverbinding Landquart-Davos, de latere Räthische Bahn.

(Bron: berguen-filisur.ch)

Oude smederij

De Rijnbrug van Rheinfelden

De eerste bruggen over de Hoogrijn, tussen het Bodenmeer en Straatsburg, werden door de Romeinen gebouwd. De Zähringers lieten in Rheinfelden de eerste houten Rijnbrug (die Rheinbrücke) bouwen, kort nadat de stad in het midden van de 12e eeuw was gesticht.

Het rotseiland in de Rijn vergemakkelijkte de oversteek van de Rijn en diende als een natuurlijke pijler voor de brugconstructie. Rheinfelden werd toen een belangrijk handels- en administratief centrum.

De brug is echter verschillende malen het slachtoffer geworden van overstromingen of werd verwoest in een oorlog. Dit gebeurde voor het eerst in 1445. De laatste houten, overdekte brug werd in 1807 gebouwd.

Het was het werk van de bruggenbouwer Blasius Balteschwier (1752-1832). Hij en zijn nakomelingen onderscheidden zich als bruggenbouwers van overdekte houten bruggen over de Rijn, de Limmat en de Aare. Sommige van hen bestaan nog steeds.

De houten overdekte brug bij Rheinfelden brandde echter op 12 juni 1897 af. De huidige boogbrug van beton en steen werd gebouwd in 1912. Op de grenslijn van de brug is in de borstwering een grenssteen met het wapenschild van Baden en Aargau aangebracht.

De brug is 147 meter lang, de vijf bogen zijn tussen 22 en 40 meter breed en hij is 10,5 meter diep. Vandaag symboliseert de brug de verbinding tussen Zwitserland en Duitsland, tussen het Zwitserse en het Duitse Rheinfelden.

Vermeldenswaard is de historie van Agnes van Rheinfelden (1065-1111), dochter van Rudolf van Rheinfelden (1025-1080) en vrouw van Hertog Bertold II  van Zähringen, Hertog van Schwaben (1050-1111).

Rudolf verloor in 1080 niet alleen een veldslag, maar ook een hand, zijn leven en een tevergeefs begeerde kroon. Agnes stichtte te zijner nagedachtenis het klooster St. Peter in het Zwarte Woud in Duitsland. Dit klooster werd de laatste rustplaats van de Zähringer. De sculptuur van Agnes, de verloren kroon en hand op het rotseiland symboliseren deze historie.

Congres Zwitsers in het buitenland

Het 98e congres van de Zwitsers in het buitenland (Congrès des Suisses de l’étranger/ Auslandschweizer- Kongress) wordt van 19 tot 21 augustus in Lugano gehouden. De thema’s zijn globalisering, migratie, gegevensbescherming, digitalisering, democratie, de rechtsstaat en de Covid 19-pandemie en mogelijke toekomstige pandemieën.

Hoe reageert het democratische systeem van Zwitserland op de huidige uitdagingen? Wat is de behoefte aan hervorming? Hoe kan het unieke democratische systeem van het land hier op reageren, terwijl het in toenemende mate wordt blootgesteld aan supranationale politieke, economische en financiële krachten?

Persoonlijkheden uit de politiek, het bedrijfsleven en de academische wereld discussiëren hierover en geven beschouwingen over deze en vele andere vragen.

(Weitere informationen: www.swisscommunity.org)

Koptisch textiel

De Late Oudheid speelde zich in de vierde tot de zesde eeuw en de overgang van het  Romeinse Rijk en de grote volksverhuizingen en de opkomst van het Christendom.

Vanaf keizer Augustus (63 v.C.-14 n.C.) tot de 5e eeuw was het Rijk politiek, juridisch en sociaal verenigd. Cultureel was het Rijk echter geen eenheid, hoewel het Romeins-Latijnse element de toon aangaf.

In het Oosten was de Grieks-Hellenistische cultuur doorslaggevend. Ook de culturen van het Nabije Oosten wonnen aan belang binnen en buiten het rijk vanaf de tweede eeuw n. Chr.

De Constitutio Antoniniana van keizer Caracalla in 212 (volgens welke alle inwoners van het Romeinse Rijk tot Romeinse burgers werden gemaakt) stemde overeen met de uitwisseling van alle nationaliteiten en culturele krachten.

In deze tijd brak ook het christendom door in het Romeinse Rijk. Hoe meer de oude culturele krachten plaats maakten voor buitenlandse invloeden, des te meer brokkelde de uniformiteit af.

In de loop van de 5e en 6e eeuw vond er een renaissance plaats van het Egyptische nationale bewustzijn, die ook leidde tot de nieuwste vorm van de Egyptische taal en cultuur, het Koptisch.

Zoals overal in de Oude Wereld heeft Rome de Griekse (resp. hellenistische en ptolemeïsche) cultuur voortgezet en doorgegeven. De Grieken hadden eerder de cultuur van de Farao’s verdreven.

De Arabieren maakten in 639 voorgoed een einde aan de Romeins-Griekse (Byzantijnse) cultuur in het Midden-Oosten. Een antichristelijke houding werd merkbaar en in de negende eeuw waren de meeste Egyptenaren Moslim.

De Christelijke Koptische kunst bleef echter behouden. Een aantal gewaden met figurale en decoratieve motieven is te zien in het Reto-Romaans Museum in Chur. Deze  gewaden gedateerd op de periode van de derde tot de twaalfde eeuw.

De tendens naar oriëntaalse geometrische voorstellingen, die na de Arabische invasie van de Islam toenam, werd gevolgd door afbeeldingen uit het Oude en Nieuwe Testament, scènes en individuele figuren uit de Griekse mythologie en Byzantijnse motieven. Deze complexiteit en vermenging  van culturen en religieuze motieven is het kenmerkend voor de kunst van de Kopten.

(Bron: I.R. Metzger, Koptische Textielen, Chur 1999).