De Saint-Gervais van Genève

De geschiedenis van Saint-Gervais is verbonden met de oude aanwezigheid van de eerste bruggen over de Rhône, gebouwd in de Romeinse tijd. Deze strategische plek, die door Caesar in 58 voor Christus werd genoemd in zijn de bello gallico, bleef tot in de 18e eeuw een verplichte doorgangsplaats voor wie van Zuid-Frankrijk naar de Zwitserse hoogvlakte en verder wilde reizen.

Het plateau boven de rivier, waar al in de 5e eeuw een grafkerk stond, was al rond 4000 v. Chr. bewoond; deze neolithische nederzetting is tot op heden het oudste spoor van menselijke aanwezigheid in Genève.

Keltische Graven en een Gallo-Romeins heiligdom getuigen van een ononderbroken religieuze bestemming. In de 11e en 12e eeuw werd deze kerk het centrum van een parochie, die zich uitstrekte over de wijk Saint-Gervais op de rechter- en op de linkeroever van het huidige Genève.

De kerk is tussen 1430 en 1446 volledig herbouwd (met uitzondering van de crypte) door Piemontese en plaatselijke metselaars. De kerk was rijkelijk versierd met fresco’s, waarvan belangrijkste, ondanks de reformatie in 1536, zijn bewaard.

De in gotische stijl herbouwde kerk is tweemaal verbouwd: eenmaal in 1547 om het aan te passen aan de eisen van de protestantse liturgie, en opnieuw aan het begin van de 20e eeuw om het middeleeuwse uiterlijk terug te geven.

Op 10 augustus 1535 schafte Genève de katholieke mis af. Negen maanden later werd de reformatie bevestigd en werd l’église’ ‘le temple’ en een dienst ‘le culte’.

In de Saint-Gervais leidde de verandering van confessie tot de verwijdering van de altaren, relikwieën en heilige beelden en het overschilderen van de fresco’s.

(Bron en verdere informatie: Le temple Saint-Gervais)

 

De stad en het kanton Genève

Het Franstalige Genève is al eeuwenlang een oord voor vluchtelingen, aristocratische en koninklijke bezoekers, bankiers, horlogemakers, chocolatiers, (religieuze) hervormers.

De stad is niet alleen het mondiale centrum van het Calvinisme. maar is vanaf de negentiende eeuw tevens ’s werelds hoofdstad van het multilateralisme, arbitrage, diplomatie, internationale hulpverlening en internationale organisaties.

Collège Calvin

De stad huisvest tegenwoordig meer dan 700 internationale organisaties, diplomatieke vertegenwoordigingen en NGO’s. Ze hebben de wereld als werkterrein. De Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie en het Rode Kruis zijn de bekendste voorbeelden. Meer dan 50 000 mensen zijn direct in deze sector werkzaam. De stad huisvest jaarlijks 3 230 internationale conferenties.

Maison de la Paix

Genève (ruim 200 000 inwoners) is echter meer dan een multilaterale en kosmopolitische stad. Het is de hoofdstad van een van de 26 kantons van de Zwitserse Confederatie en wel sinds 1815.

Bovendien is het niet zomaar een kanton, maar een kanton met maar één berg, de Arales van 516 meter in het oosten van het kanton. Het kanton is weliswaar van alle kanten omringd door bergen, zelfs de Mont Blanc is te zien, maar deze liggen in Frankrijk. Alleen kanton Basel-Stadt heeft maar één berg, de Chrischona van 522 meter hoog.

Wijnbouw in de stad Genève

Het kanton Genève is, ondanks zijn geringe omvang, het op twee na grootste wijnproducerende kanton van Zwitserland! In 1793 werd de eerste botanische tuin aangelegd. Om de wijnbouwtraditie van het kanton te presenteren, is in 2019 een wijngaard aangelegd op de plaats van de eerste botanische tuin, in het hart van de stad. Deze gemeentelijke wijngaard herinnert aan de band tussen stad en platteland in Genève.

Kanton Basel-Stadt telt daarentegen slechts drie gemeentes (Bazel, Riehen en Bettingen) en is een kanton zonder platteland, eerder een stadskanton. Kanton Genève (ruim 500 000 inwoners) heeft daarentegen meer dan 50 gemeentes met landelijke gebieden en dorpen, de onbekende kant van Genève.

Le village de Cologny au bord du lac

De middeleeuwse kerk van Collogne-Bellerive, twaalfde eeuw, c. 1800 herbouwd.

Collogne-Bellerive werd tot 1536 bestuurd door de hertogen van Savoie, die Lord waren van Vaud. Bern bezette collogne in 1536 en legde het protestantisme op. Collonge werd echter in 1598 weer katholiek en bleef dat ook na toetreding tot het protestante kanton Genève in 1815-1816.

Collonge heeft, net als de andere katholieke dorpen in het kanton, de Kulturkampf ondervonden. Deze beweging, die is ontstaan in Duitsland, pleitte voor controle van de katholieke kerk door de protestante staat. Genève nam 1872 de kerken in beslag.

De katholieken van Collonge trokken zich terug in een tijdelijke kapel in de gebouwen van de boerderij van Rivollet (nu het Gemeentelijk Centrum), die de “Kapel van de Vervolging” werd, in Nederland beter bekend als schuilkerken. Ze konden hun godsdienst in de kerk in 1894 weer belijden.

Het platteland van het kanton

Deze dorpen staan niet alleen aan de oevers van het meer van Genève, maar ook landinwaarts. Het is niet verbazingwekkend dat de Genevois Jean-Jacques Rousseau in deze landelijke regio zijn passie voor de natuur heeft ontwikkeld.

Het kenmerkt Zwitserland dat een landelijke omgeving en natuur nooit ver van een stedelijk centrum zijn verwijderd. Zelfs ‘s werelds multilaterale hoofdstad wordt hierdoor omgeven, nog afgezien van het meer van Genève en de prachtige parken en het vele groen in de stad Genève.

(Bron en verdere informatie: Canton et République de Genève)

De Helvetische Republiek en de Bataafse Republiek

Nederland

Nederland kende de Bataafse Republiek (1795-1801), die door Napoleon in 1795 is gesticht op basis van de Franse revolutionaire idealen en centralisme.

Deze Republiek lukte wat twee eeuwen tussen tussen zelfstandige provincies niet mogelijk was. De scheiding van de machten, eenheid van rechtsspraak en een Hoge Raad, een nieuw rechtsstelsel, een nationale opzet voor het onderwijs, een gemeenschappelijke munt, nieuwe belastingen, vrijheid van godsdienst en gelijkheid voor de wet (voor mannen).

In 1801 werd deze Republiek vervangen door een Bataafs Gemenebest, waar de oude namen, de oude mannen en de autonomie van de provincies deels weer van kracht werden. In 1806 maakte Napoleon echter een koninkrijk van de Republiek. Het koninkrijk en de Nederlandse eenheidsstaat zijn door het Congres van Wenen in 1814 en 1815 bekrachtigd.  In 1848 kreeg Nederland de Grondwet die nog steeds de constitutionele basis van het staatsbestel is.

Zwitserland

In Zwitserland speelde zich een soortgelijk proces af. De Zwitserse confederatie van dertien zelfstandige kantons was in het Verdrag van Westfalen in 1648 erkend.

Ook Zwitserland kende zijn ‘Bataven’, politici en burgers in de kantons en de door de kantons bestuurde en bezette gebieden (Untertanengebiete), die  een einde wilden maken aan het machtsmonopolie van de elites en oligarchieën. Maar er was echter ook felle tegenstand in kantons. Dit is een verschil met Nederland.

De Franse revolutie had ook in Zwitserland vele aanhangers. Diverse Franse schrijvers, politici en andere intellectuelen hadden in de decennia vóór de Franse Revolutie hun heil gezocht in Zwitserland of ze hadden hun werken daar laten publiceren. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), Voltaire (1694-1778) en De Montesquieu (1689-1755) zijn slechts enkele voorbeelden.

Na de Franse invasie in 1798 werd op 12 april 1798 de Helvetische Republiek uitgeroepen. Deze republiek was een kopie van de Bataafse Republiek. De belangrijkste uitgangspunten waren het opheffen van de bezette gebieden, centralisatie van het bestuur volgens het Franse model, uniformering van het recht, munten, maten en onderwijs, religieuze gelijkstelling en een democratischer bestuur.

De drie talen, Frans, Italiaans en Duits werden officieel erkend. Door de opsplitsing van oude kantons  ontstonden er drie nieuwe kantons (Aargau, Thurgau, Vaud en Tessin) en kwamen er drie bij (Graubünden en St. Gallen).  Drie latere kantons werden in de loop van de Franse tijd bij Frankrijk ingelijfd: Valais, Genève en Neuchâtel (als prinsdom van Maarschalk Berthier).

De Helvetische Republiek was geen lang leven beschoren. Eeuwenlange soevereiniteit, de oude strijd tussen liberalen en oude machthebbers, religieuze-, economische en taalkundige tegenstellingen waren niet eenvoudig door een Republiek te vervangen.

Op diverse plaatsten braken opstanden uit tegen het nieuwe bewind en de Franse opzet van de Helvetische Republiek. In 1803 werd deze Republiek vervangen door een nieuwe confederatie van negentien kantons door de Akte van Mediatie (mediationsakte, acte de médiation) van 19 februari 1803. De nieuwe Confederatie ontstond formeel op 15 april 1803.

De naam is ontleend aan de rol van Napoleon. Hij bemiddelde c.q. besloot dat de  negentien kantons een deel van hun soevereiniteit terugkregen. Alleen buitenlands beleid, defensie en belastingafdracht waren gecentraliseerd en feitelijk in Franse handen.

Deze Akte is de feitelijke grondslag van de nieuwe Confederatie van tweeëntwintig kantons (met de nieuwe kantons Genève, Valais en Neuchâtel) in 1815 en de Grondwet van 1848.

De Bundesbrief, de overeenkomst tussen 22 Kantons van de confederatie van 7 Augustus 1815. Foto: Wikipedia

Conclusie

De klok van de Napoleontische tijd was in Nederland en Zwitserland niet terug te draaien. Alleen werd Nederland een monarchie en een eenheidsstaat en Zwitserland een Confederatie van soevereine kantons.

De Jet d’eau van Genève

Al 131 jaar verspreidt de Jet d’eau zijn waterstraal in de bassin van Genève, aan de stroom van de Rhône. De eerste Jet d’eau was 30 meter hoog. In zijn begindagen rond 1890 had het een industriële functie. Het principe van de Jet d’eau, de eerste ter wereld, was eigenlijk een toevallige uitvinding

Genève groeide snel vanaf 1850, 64 000 inwoners, tot 100 000 inwoners in 1890.Aan het eind van de 19e eeuw, toen het elektriciteitsnet nog niet bestond, werkten veel ambachtslieden en stonden er veel industrieën langs de Rhône. Het hydraulische waterwerk van Coulouvrenière aan de oevers van het meer voorzag de machines van water.

In de avond, als de ambachtslieden en fabrieken hun machines op hetzelfde moment uitschakelden, ontstond overdruk van water. Daarom werd een drukverlagend ventiel geïnstalleerd om het water een uitweg te bieden: de lucht in.

Enkele jaren later besloot de stad Genève er een toeristische attractie van te maken. Deze, de huidige Jet d’eau, werd in 1891 ingehuldigd voor het Federale Gymnastiekfestival en enkele dagen later verlicht voor de 600e verjaardag van de Confederatie. De hoogte was 90 meter.

In 1951 bereikte hij de huidige hoogte van 140 meter. Hij haalt water uit het meer van Genève en projecteert een verticale waterkolom van 7 ton met een snelheid van 200 kilometer per uur met de hiervoor gemelde hoogte.

De Jet d’Eau wordt bij gelegenheid  verlicht uit solidariteit met verschillende doelen, bijvoorbeeld blauw voor de  Wereldvrededag, roze voor Vrouwendag en rood voor het onder de aandacht brengen van het doneren van bloed.

Dat de hoogste Jet d’eau tegenwoordig een hoogte heeft van 312 meter (in Jeddah) doet aan deze uitvinding in 1891 niets af.

Bron en meer informatie: SIG (Services Industriels de Genève).

Bassin met Jet d’eau

Bassin zonder Jet d’eau

Abdij Bellelay en Tête de Moine

De abdij van Bellelay (kanton Bern, gemeente Saicourt) is nauw verbonden met het lokale watersysteem. De abdij is rond 1140 gesticht door de Prins-Bisschop van Bazel, Ortlieb van Frohburg (onbekend-1164). De abdij is in 1797 door Franse troepen verwoest en daarna weer herbouwd.

De abdij ligt op een belangrijke historische handelsroute, die vroeger de Jura, de Franche-Comté en de Elzas verbond met het Zwitserse plateau en het middellandse zeegebied..

Tegenwoordig is de abdij een psychiatrische kliniek. Een deel is nog toegankelijk voor bezoekers.

De abdij ligt aan de rand van een breed bassin, waardoor een rivier stroomt, die vervolgens ondergronds gaat en uitkomt in de rivier Birs. Rond 1150-1200 bouwden de monniken van de Premonstratenzer Orde (ook wel Norbertijnen genoemd) een kanaal om de molens aan te drijven en het water te gebruiken voor irrigatie, visvijvers en huishoudelijk gebruik. De molens zijn verdwenen, maar de visvijver is onlangs weer in oude glorie hersteld.

De monniken waren bovendien goede kaasmakers. De  kaas la ‘Tête de Moine‘ is bijna net zo oud als de abdij, al heeft deze kaas pas sinds 1790 deze merknaam. Het gelijknamige museum ligt tegenover het klooster.

Collection: Musée jurassien d’art et d’histoire

 

Nomen est omen en de naamgever van de kaas is de ’tonsuur’, de kale plek op het hoofd van de monnik.

Bellelay ligt daarnaast niet ver van het episch centrum van de Zwitserse paardenfokkerij, Saignelégier en de Franches-Montagnes. De grote manege en de weides voor paarden achter het museum maken het abdij complex tegenwoordig tot een culinair-, cultureel- en hippisch centrum. Alleen monniken zijn er al ruim tweehonderd jaar niet meer.

(Bron en meer informatie: www.jurabernois.ch).

Chalet Balthus in Rossinière

De kunstenaar Balthus (1908-2001), pseudoniem van Balthasar Klossowski, kocht in 1976 de beroemde ‘Grand Chalet’ in het dorp Rossinière (kanton Vaud, le Pays-d’Enhaut). Sinds zijn dood heet het huis Chalet Balthus. Sinds 2007 is de even verderop gelegen kapel het bezoekerscentrum, dat gewijd is aan deze kunstenaar.

Balthus kapel, bezoekerscentrum Chapelle Balthus Association 

Het huis stamt met zijn prachtige teksten is in 1754-1756 gebouwd door Jean-David Henchoz (1712-1758), een boer,  kaashandelaar en tevens notaris, rechter/arbiter, advocaat van het dorp, kortom een notabele. De enorme omvang van het gebouw was met name bedoeld om zijn kaas te produceren en op te slaan.

In 1860 is het huis omgebouwd tot een hotel. Het hotel ontving beroemde gasten, onder anderen Victor Hugo (1802-1885) en Alfred Dreyfus (1859-1935).

De Romaanse kerk Maria Magdalena stamt uit de twaalfde eeuw. Sinds 1555, na overname door Bern, is de kerk protestants. Het parochiehuis is gebouwd in 1770. Het dorp heeft daarnaast nog veel authentieke oude woonhuizen en andere gebouwen.

Vlakbij het dorp ligt in het natuurpark Gruyère Pays-d’Enhaut het stuwmeer Lac de Vernex.

Bron en verdere informatie: Commune de Rossinière (rossiniere.ch)

Rougemont en Cluny

Rougemont (Kanton Vaud) is niet alleen gekwalificeerd als een van de mooiste dorpen van Zwitserland. Het is bovendien ook geregistreerd als een priorij van het duizendjarige netwerk van Cluny.

Het Romaanse klooster staat aan de rand van het dorp. Het is gebouwd rond 1080 en, ondanks latere renovaties, nog in een redelijk authentieke staat. Het

aangebouwde kasteel stamt uit 1555. Kanton Vaud bestond toen nog niet.

Tot 1555 hoorde Rougemont bij de Graven van Gruyère. De graaf ging echter failliet en Bern werd de rechtsopvolger. Het kasteel was de  huisvesting van de voogd. Bern was protestant en ook de kerk ging over tot het nieuwe geloof.

Het kasteel is tegenwoordig in privé bezit en niet toegankelijk voor het publiek. Een bezoek aan het interieur van de kerk maakt dit echter meer dan goed.

Bron en verdere informatie: www.rougemont.ch 

Art’Rhena

De regio’s Bazel, Baden en Elzas aan de Bovenrijn (Oberrhein/Haut-Rhin) delen niet alleen een gemeenschappelijke Alemannische taal, maar zijn al eeuwenlang cultureel, sociaal en economisch nauw met elkaar verbonden.

Op diverse gebieden bestaat al decennia concrete samenwerking, onder andere in de organisaties Regio Basiliensis en RegioTRiRhena. 

Sinds 2021 is er de Frans-Duitse culturele samenwerking Art’Rhena, op een eiland in de Rijn, île du Rhin, in Vogelgrun aan de Frans kant, tegenover de ‘Europastad’ Breisach aan de andere, Duitse oever van de Rijn.

Breisach. Foto: TES

Art’Rhena functioneert sinds oktober 2021. Op 19 september 2022 jongstleden was er een paneldiscussie met vertegenwoordigers uit de kunst- en cultuursector en gaven kunstenaars een korte uiteenzetting over hun werk op het gebied van beeldhouwen, schilderen, dichten en liederen componeren in de Alemannische taal, muzikaal cabaret en conceptuele kunst. Ook het Frans-Duitse orkest Chüt presenteerde zich.

Het evenement was georganiseerd door RegioTriRhena en de regio Eurodistrict Region Freiburg – en Centre et Sud Alsace.

In oktober gaat het nieuwe seizoen van Art’Rhena midden in de Rijn van start.

Verdere informatie: Art’Rhena (artrhena.eu)

De Mauritius kerk in Saanen

De eerste St. Mauritiuskerk in Saanen stamt waarschijnlijk uit de tijd van het eerste Bourgondische Koninkrijk (446-534). De kerk viel toen onder het bisdom Lausanne. Zeker is in ieder geval dat de Graaf van Gruyère de kerk in 1228 schonk aan de abdij van Cluny, dat wil zeggen aan de Clunianer kerk van Rougemont.

Vanwege een sterke bevolkingsgroei is de kerk in 1447 verbouwd. Daarna zijn er geen grote veranderingen meer geweest, aan de buitenkant althans.  Het Beinhaus en bijbehorende kapel zijn in 1511 voltooid.

Beinhaus met kapel

Vanwege de reformatie in 1555, na overname van het Saanenland door het protestante Bern, is het interieur van katholieke symboliek ontdaan en zijn de vijftiende eeuwse fresco’s overgekalkt.

Dat is achteraf een geluk, want daardoor zijn ze goed bewaard. Dit is overigens ook het geval met veel vroeg christelijke kerken  (eerste tot derde eeuw n. Chr. !) in Egypte en Syrië na de verovering door de Moslims in de zevende eeuw. Wat dat betreft zijn de afgelopen twintig jaar rampzaliger geweest dan de dertien eeuwen daarvoor.

De hoofdrol in de fresco’s is, hoe kan het ook anders, weggelegd voor de heilige Mauritius en zijn Thebaanse legioen. De andere onderdelen volgen verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament. De kwaliteit van de fresco’s is zeer goed.

Daarnaast was de kerk bekend vanwege haar grote klokken uit de vijftiende eeuw (de Festtagglocke, de Mittagsglocke, de Vesperglocke, de Feuerglocke en de Wasserglocke.

Helaas kwam daar door de grote brand op 11 juni 1940 een einde aan. De klokkentoren brandde met klokken en al af. De huidige toren en klokken zijn van na 1941, wat echter weinig afdoet aan de muzikale kwaliteit van het veelzijdige op bepaalde gebeurtenissen afgestemde klokken.

(Bron: F. Würsten, Führer durch die Mauritiuskirche in Saanen, Gstaad, 2006)

De pastorie uit 1772

De beau monde aan het dorpsplein van Gstaad

Gstaad maakt onderdeel uit van de gemeente Saanen (kanton Bern). De kraanvogel in het wapen van het dorp is een verwijzing naar de banden met de graven van Gruyère. De graven bestuurden vanaf de elfde eeuw een gebied vanaf de bron van de Sarine tot aan het meer van Gruyère.

In 1554 gaat de graaf failliet. Het graafschap wordt vervolgens opgedeeld tussen het protestante en Duitstalige Bern en het katholieke en overwegend Franstalige Fribourg. Bern krijgt Gstaad en Saanen (het Saanenland) en Pays-d’Enhaut, Fribourg verwerft het overige deel van het graafschap.

In 1803, tijdens de Franse tijd (Mediationsakte en de nieuwe confederatie (1803-1813) houdt Bern het Saanenland, maar het Pay d’Enhaut wordt deel van het nieuwe kanton Vaud.

De schoonheid van de natuur was in de achttiende eeuw al opgemerkt door de (Engelse) Grand Tour reizigers en Duitse dichters en schrijvers. Na de Napoleontische tijd verandert er aanvankelijk weinig aan het grotendeels boerenbestaan. Na 1860 neemt het toerisme snel toe en wordt binnen twee generaties de belangrijkste economische bezigheid.

Gstaad Palace

Le Grand Bellevue

De aanleg van spoorweg Montreux-Gstaad leidt tot steeds meer toeristen. Het is de periode van de Grand Hotels in Gstaad, onder andere het Gstaad Palace, Gstaad Bellevue en diverse kuuroorden. Na 1935 begint ook de bouw van liften, kabel- en gondelbanen. De belangrijkste bestemmingen zijn de Wispile, Wasserngrat en de Eggli.

Ondanks het mondaine imago heeft het dorp zijn authenticiteit behouden en het dorpsplein met kapel (De St.-Niklaus Kapelle uit 1402) doet niet vermoeden dat hier de beau monde in grote getale aanwezig is.

(Bron en verdere informatie: www.gstaad.ch)

De St.- Niklaus Kapelle

Vanaf de Wispile

SBB Bahnhof, Bazel