Pratteln

Pratteln is de plaats van de oudste bewijzen van menselijke aanwezigheid op Zwitserse bodem. De in 1974 ontdekte handbijl is minstens 100 000 jaar oud.

De Duitstalige Alemannen vielen het gebied na het vertrek van de Romeinen (begin vijfde eeuw) binnen. De geromaniseerde Keltische inwoners namen vervolgens de Duitse taal over van de nieuwe machthebbers.

Het dorp zelf gaat terug tot een dinghof van het klooster van St. Alban in Bazel en bezit van de heren van Eptingen. De naam Bratello wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1103. De naam komt van het Latijnse woord pratellum (kleine weide).

In de 11e of 12e eeuw bouwden de heren van Eptingen een kasteel in het dorp. De grote aardbeving van 1356, die ook Bazel grotendeels verwoestte, liet niets over van het kasteel. Ze herbouwden het kasteel op de huidige locatie.

In 1384 is het dorp verwoest door troepen uit Bazel en in 1468 door troepen van de Eidgenosenschaft in de Sundgauerkrieg. Bazel verwierf het dorp in 1525. Pratteln hoort vanaf 1833 bij het nieuwe kanton Basel-Landschaft.

(Bron en verdere infomatie: www.pratteln.ch)

Mollens, Cluny, Bern et Vaud

Het kleine klooster van Jean-Jacques in Mollens (kanton Vaud) werd in 1137 toegevoegd aan Romainmôtier, een priorij van Cluny. Het domein van dit klooster  is vervolgens bijna twee eeuwen lang beheerd door de monniken van Romainmôtier.

De heren van Aubonne bezaten het dorp vervolgens tot in de 16e eeuw. Vanaf 1536 en de veroverig van Le Pays de Vaud bestuurde Bern het dorp.  In 1791 bouwde Nicolas-Alexandre de Watteville, voogd van Aigle (kanton Vaud), het kasteel van Mollens. Het kasteel is tegenwoordig nog steeds privé-eigendom, zij het van een andere familie. In april 1798 verwoestte een brand 48 huizen en het klooster. De kerk is enkele decennia later herbouwd.

Bron: www.mollensvd.ch

 

Simplon-Dorf, Gondo en de pas

Het dorp Simplon, naamgever van de beroemde pas in het kanton Wallis, telt tegenwoordig nog ongeveer 300 inwoners. De architectuur van de plaats heeft Italiaanse kenmerken, de taal is echter gekenmerkt door de Duitstalige Walser emigranten. Zij vestigden zich aan het einde van de twaalfde eeuw vanuit Oberwallis in deze regio en de dorpen Simplon en Gondo, de huidige grensplaats met Italië.

Twee grote persoonlijkheden hebben de ontwikkeling van het dorp beinvloed: Kaspar von Stockalper (1609-1691) en Napoleon Bonaparte (1769-1821). Het Ecomuseum Simplon geeft hierover uitgebreide informatie.

De Simplonpas was al in de Romeinse tijd in gebruik als handelsweg en voor personenvervoer. De pas en het dorp kenden hun eerste bloeiperiode in de twaalfde en dertiende eeuw. De jaarmarkten in de Franse Champagnestreek, onder andere in de steden Troyes, Bar-sur-Aube, Lagny, en Provins trokken veel Italiaanse kooplieden uit Lombardije aan.

De kortste route was over de Simplonpas. Vanaf de veertiende eeuw neemt het belang van deze echter markten af. Het economische zwaartepunt verschuift naar de Hanzesteden, Lyon en Vlaanderen.

De Grote St. Bernard wordt dan de belangrijkste pas. De St. Gotthard-, Lukmanier-, Splügen- en Septimerpassen worden ook steeds belangrijker, vooral na de verovering van Italiaanse gebieden door de Eidgenossenschaft aan het einde van de vijftiende en begin van de vijftiende eeuw.

Kaspar von Stockalper, le roi du Simplon, der Fugger der Alpen, is in de zeventiende eeuw de initiator van een nieuw handels (en politiek) imperium dat een handelsmonopolie heeft tussen Genève en Milaan. Hij gebruikt de Simplonpas als doorgangsroute. Hij initieert ook de eerste regelmatige postdienst over de Simplonpas. De Stockalpertoren in Gondo herinnert hier nog aan. De eeuw daarna verschuift de noord-zuid handel zich weer voornamelijk naar andere passen.

De Stockalperturm

Napoleon besluit in 1800 tot de aanleg van een nieuwe weg over de Simplon voor het vervoer van kanonnen en het leger naar Lombardije (bezit van Oostenrijks-Habsburg) na de verovering van de Confederatie in 1798 en de vestiging van de Helvetische Republiek (1798-1803).

Deze weg kwam in 1805 gereed en was toentertijd een technisch hoogstandje. Ook perfectioneerde Napoleon de postdienst over de Simplonpas. Onder ander het door Napoleon gebouwde postkantoor in Simplon-dorp herinnert hier nog aan. Het museum in de ‘Alten Kaserne’ bij het begin van de Gondoschlucht vertelt deze historie.

Na de val van Napoleon werden de Simplonpas en het dorp een toeristische attractie. De prachtige natuur, het berglandschap, de nabijheid van gletsjers en de Grand Tour van dichters, schrijvers, wetenschappers en vooral jonge Engelse aristocraten en hun reisberichten maakten het dorp en de pas steeds bekender. De Diligences reden af en aan, de twee hospices op de Simplon pas, en de horeca in Simplon-dorf en Gondo deden goede zaken.

Stockalper Hospiz, Simplonpas.

De laatste Diligence in Simplon-Dorf 1906. Collectie Ecomuseum Simplon

Aan het einde van de route over de Simplon en de Gondoschlucht ontstond in het dorp Gondo rond 1870 bovendien een goldrush, zoals die toen ook in het (wilde) westen van Amerika plaatsvond. Kaspar van Stockalper was twee eeuwen eerder al de initiator geweest van de eerste goudmijnen (de Stockalpermine).

Na 1870 werden zelfs internationale vennootschappen met zetel in Parijs opgericht. De eerste telegraafverbinding in Zwitserland berichtte dagelijks aan de directie in Parijs over de vondsten. Ook deze gouden hype duurde niet lang, maar de goudmijnen zijn tegenwoordig nog steeds toegankelijk (onder leiding van een gids).

Het publiek kan ook zelf zijn gouden geluk in de beek beproeven. De Gondo-Vreneli, gouden munten van de Zwitserse Nationale Bank uit 1893, 1895 en 1897, zijn immers het tastbare bewijs dat inderdaad goud gevonden is.

Daarna wordt het weer rustiger in Gondo, tot 14 oktober 2000, wanneer een lawine het dorp met ongeveer 100 inwoners verwoest. De Zwitserse aktie ‘Glückekette’ maakte een snelle herbouw echter mogelijk.

Tegenwoordig is Gondo niet alleen het einde van Kanton Wallis en Zwitserland, maar ook het begin van wandelroutes in de Gondoschlucht, de Via Stockalper (van Gondo naar Brig) en naar Domodossola in Italië.

Bouw en opening Simplontunnel 1906. Collectie Ecomuseum Simplon

Simplon-Dorf heeft de bouw van de Gotthard spoorwegtunnel (1882) en de Simplontunnel (1906) met goed gevolg doorstaan. Weliswaar was de pas nadien niet meer van groot belang voor het goederen- en personenverkeer, maar de modernisering van de weg voor het opkomende autoverkeer al in 1906, de regelmatige verbinding met de Postauto vanaf 1919, de opname in het Zwitserse wegenverkeersnetwerk in 1960, de erkenning van de Stockalperweg als weg van nationaal historisch belang , de natuur, het ecomuseum Simplon en de vele toeristische mogelijkheden bieden het dorp nieuwe mogelijkheden van bestaan.

Bron en verdere informatie: Brig Simplon Tourismus – Gemeinde Simplon Dorf (gemeinde-simplon.ch)

De Europese erfgoeddagen

De 29e editie van de Europese erfgoeddagen zal op 10 en 11 september 2022 in Zwitserland  in het teken staan van plaatsen van kunst, recreatie en sport onder het motto “Vrije tijd – Temps libre – Tempo libero”.

Van het Romeinse amfitheater tot het Nationaal Museum, van het operahuis tot het berghotel tot de badplaats. Sommige van deze gebouwen maken indruk door hun omvang en inrichting, andere zijn bescheiden of functioneel. Vrijetijdslocaties zijn echter altijd belangrijk en zelfs systeemrelevant voor het functioneren van de maatschappij. Dat maakt de Corona-epidemie wel duidelijk.

Deze erfgoeddagen nemen het publiek mee op een reis door de tijd. Naar plaatsen van kunst, recreatie en sport: van middeleeuwse en pre-industriële plaatsen van recreatie zoals baden en theaters, naar het kuurhotel van de Belle Epoque, naar de eerste sporthal, naar het Volkshaus of museum van de 19e en begin 20e eeuw. Te voet over culturele paden, met een kabelbaan of per stoomboot.

In Zwitserland zullen honderden gratis rondleidingen, wandelingen, ateliers en rondetafelgesprekken over dit thema worden gehouden. Het programma wordt samengesteld door de kantonnale en gemeentelijke diensten voor monumentenzorg en archeologie, samen met verenigingen en particulieren.

Het evenement wordt georganiseerd door NIKE en zijn een initiatief van de Raad van Europa.

(Bron: www.nike-kulturerbe.ch)

 

Kandersteg, Oeschinensee en Blausee

De adelaar in het gemeentewapen van Kandersteg (Kanton Bern) in het Kanderdal herinnert aan de vrijheidsrechten die ooit door de Heilige Roomse Keizer werden verleend.

De voetgangersbrug (steg) over de Kander (Kandersteg) wijst op het belang van de verbinding met het Wallis. Het is ook een symbool van de brugfunctie die het kuuroord vervult tussen mensen van over de hele wereld. In de hotels, vakantiewoningen, groepsaccommodatie, camping en het internationale scoutcentrum kan de kleine gemeenschap van amper 1150 inwoners tot 4.000 gasten herbergen.

Kandersteg, gelegen aan de wegen over de Lötschbergpas en de Gemmipas, is al eeuwenlang een rust- en wisselplaats voor paarden en koetsen. Het Hotel Ritter dateert uit 1789 en is in 1895 uitgebreid met het Victoria-gedeelte vanwege het toenemende toeristenverkeer. Na de opening van de Lötschbergspoorlijn kwamen er steeds meer gasten en Hotel Victoria werd Grand Hotel Victoria.

Het Internationale Scoutcentrum is opgericht in 1923. Een van de initiatiefnemers was Lord (Robert) Baden Powell (1857-1941), stichter van de padvindersbeweging. Het complex  trekt door het jaar ongeveer 9 000 padvinders  uit de hele wereld. Men ziet ze dan ook in groepen door het dorp en de natuur trekken.

Albrecht von Haller (1708-1777), arts en natuuronderzoeker te Bern, stak op 29 augustus 1728 vanuit Leukerbad de Gemmipas over. In het Kanderdal ontdekte hij de schoonheid van de bergnatuur, de Oeschinensee en de Blausee, die hij vervolgens in zijn beroemde gedicht “Die Alpen” prees.

De Blausee

De Oeschinensee is het waterreservoir van Kandersteg en maakt deel uit van het UNESCO-werelderfgoed Jungfrau-Aletsch. Het meer wordt gevoed door smeltwater van de Blüemlisalp en het Fründen- en Doldenhorn massief. Het water van het meer sijpelt in de diepte en komt op talrijke plaatsen als een bron in de vallei en Kandersteg aan de oppervlakte. Kandersteg dankt hieraan zijn faam als kuuroord.

De Oeschinensee en de Seejungfrau von Kandersteg

De kleine gemeente herbergt vele monumentale gebouwen, waaronder het Samishus, Haus Spychermatte, de Hüttenmatte, het Ruedihaus, Haus Becki, het Röstihaus, de protestantse kerk, die 18 jaar voor de reformatie in 1510 werd gebouwd, het Grand Hotel Victoria en het daarvoor staande Hotel/Gasthof Ritter.

Kandersteg is ook de plaats waar de autotrein Kandersteg-Goppenstein (kanton Wallis) vertrekt en aankomt.

Bron en verdere informatie: Bergsommer | Kandersteg | Kandersteg

Het Zwitserse Nationale Park

Het Zwitsers Nationaal Park (SNP, Schweizer National Park) in Graubünden heeft een indrukwekkend alpenlandschap met een grote rijkdom aan flora en fauna. Met zijn 170 km2 is dit Park het grootste natuurreservaat van het land. Het is in 1914 gesticht en is het oudste nationale park in de Alpen en Centraal-Europa.

Het Bezoekerscentrum van het Nationale Park in Zernez biedt een schat aan informatie. De vier tentoonstellingszalen tonen  flora en fauna, het berglandschap, zijn ontstaansgeschiedenis en de verscheidenheid van de natuur.

Een van de opmerkelijke aspecten van het Nationaal Park is de rijkdom aan alpine dieren zoals gemzen, herten en kleine knaagdieren. De alpenflora fleurt de paden op met haar schitterende kleuren. Talrijke wandelpaden van verschillende moeilijkheidsgraad bieden de wandelaar een breed scala aan mogelijkheden.

Sinds 2010 vormen de Biosfeer Val Müstair en de SNP het Biosfeerreservaat Engiadina Val Müstair. Sinds 1.1.2016 is de gemeente Scuol de derde samenwerkingspartner, wat in 210 door de UNESCO is erkend.

Bron en nadere informatie: Home Page – Parc National Suisse (nationalpark.ch)

Democratie in perspectief in Lugano

De 98e conferentie van de Auslandschweizer Organisation (ASO)/Organisation de la Suisse au l’Etrangé (OSE) heeft van 19 tot en met 21 augustus in Lugano (kanton Tessin) plaatsgevonden. Het centrale thema was democratie in het perspectief van Europese en globale ontwikkelingen en de plaats en rol van Zwitserland en Zwitsers in het buitenland in het bijzonder.

De conferentie

Binnen dit kader presenteerden deskundigen uit nationale, kantonale en communale politiek, wetenschap en bestuur hun bevindingen. De onderwerpen waren het functioneren en aanpassen van het Zwitserse democratische systeem, Fake news en democratie, actief en passief kiesrecht voor zestienjarigen en E-voting. Na deze inleidingen was er gelegenheid voor discussie en verdieping in vier workshops met deze thema’s.

Filippo Lombardi, president van de ASO/OSE

Openingstoespraken

Filippo Lombardi, president van de Organisatie, en vertegenwoordigers uit Tessin en enkele maatschappelijke organisaties, openden op 20 augustus de conferentie voor vierhonderd deelnemers uit alle hoeken van de wereld.

De president van de Confederatie Ignatio Cassis benadrukte op 21 augustus in diens toespraak het unieke karakter van de Zwitserse directe democratie, maar ook haar uitdagingen en ontwikkeling.

Na een korte introductie van Europese en globale democratie als staatsbestel vanaf 1800 tot heden, concludeerde hij dat de democratie als staatsvorm tegenwoordig onder druk staat. Reden voor pessimisme op de langere termijn is er volgens hem, ondanks de vele onzekerheden en crises, echter niet.

Hij ziet een proces met ups en downs. Nu is er een periode met meer mensen onder autoritaire of dictatoriale regimes dan in democratische samenlevingen. Liberale democratieën hebben echter een doorslaggevend voordeel: ze zijn in staat tot zelfcorrectie en aanpassingen aan nieuwe omstandigheden.

In de globale wereld en haar grensoverschrijdende problemen zijn multilaterale en Europese samenwerking een noodzaak. Tegelijkertijd blijkt echter dat vele internationale organisaties in een andere tijd zijn opgericht en moeite hebben zich te hervormen en inhoud te geven aan deze samenwerking.

Wat betekent dit voor de democratie in Zwitserland en dus voor de ‘vijfde Schweiz’ ? Ook de Zwitserse democratie is geen goddelijke creatie, maar moet dag voor dag worden onderhouden en aangepast. Ze is niet alleen een democratie voor het volk, maar ook door het volk. Ze is niet alleen een recht, maar het is ook een plicht van de burgers om zorg voor haar te dragen.

Met deze woorden in het achterhoofd presenteerden de experts hun bevindingen en discussieerden de deelnemers over de verschillende onderwerpen.

Zwitsers in het buitenland

Volgens de gegevens van de ASO/OSE wonen rond de 780 000 Zwitsers in het buitenland, waarvan ongeveer 450 000 in landen van de Europese Unie. Het wekt dan ook geen verbazing dat de relatie EU-Zwitserland aan de orde kwam. Vooral het vrije verkeer van Zwitserse burgers in de EU moet worden gewaarborgd volgens de ASO/OSE.

Voor Zwitsers in het buitenland is stemmen per post niet altijd transparant vanwege de afhankelijkheid van lokale en nationale postbedrijven. Bovendien is de samenstelling van emigratie gewijzigd. Tot 1960 emigreerde men vaak voor altijd. Tegenwoordig is het vaak voor een kortere of langere periode. Ieder jaar vertrekken bijvoorbeeld ongeveer 40 000 burgers, terwijl 30 000 burgers terugkeren. E-voting en informatie via internet kan de betrokkenheid van Zwitsers in het buitenland vergroten.

Buitenlanders in Zwitserland

Een Interessant aspect is het verband dat een van de experts legde tussen  Zwitsers in het buitenland en buitenlanders in Zwitserland.

Buitenlanders in Zwitserland hebben veelal na twee geen Zwitserse pas en dus geen stemrecht. Daarentegen genieten alle buitenlanders grondrechten. De relativering is dat het burgerrecht en daarmee het actief- en passief stemrecht  in Zwitserland al eeuwenlang een communale en kantonale aangelegenheid is.

Het uitgangspunt is dat burgerrecht en politieke rechten door nieuwkomers moet worden verdiend. Ook speelt het grote constitutionele belang en de soevereiniteit van de kantons een grote rol. Eeuwenlang was het kanton de ‘heimat’, de federale overheid en daarmee de Confederatie en haar organen bestaan feitelijk en juridisch pas volwaardig sinds 1848 en dan op een beperkt aantal gebieden.

Alle Zwitserse burgers hebben een gemeentelijk burgerschap, een kantonaal burgerschap en een Zwitsers burgerschap. Zij vormen een onscheidbare eenheid (art. 37 lid 1 federale grondwet). De verwerving van het Zwitserse burgerschap is dus gekoppeld aan de verwerving van het kantonale en gemeentelijke burgerschap.  Uiteindelijk zijn het altijd de kantons en het Volk die in een referendum stemmen over wijzigingen in de verwerving van het staatsburgerschap (zie ook de referenda in 1994, 2004 en 2008).

De parallel met het (te) lang uitgestelde vrouwenkiesrecht kwam in dit verband aan de orde. Ook in dit geval is een verwijzing naar de context op haar plaats.

Hoe dan ook, het is een belangrijk, noodzakelijk en actueel aandachtspunt, net zoals e-voting, dat ook (nog niet voorzienbare) risico’s met zich mee brengt, en Fake news en democratie. Over stemrecht voor zestienjarigen moet nog maar eens goed worden nagedacht.

Ariane Rustichelli, directrice van de ASO/OSE

Ariane Rustichelli, directrice van de ASO/OSE, sloot het inhoudelijke deel van de conferentie af met een samenvatting van de bovenstaande discussies. De kantons zijn in Zwitserland vanouds de experimenteertuinen voor (directe) democratie. Wat betreft passief en/of actief stemrecht voor buitenlanders op gemeentelijk en soms kantonaal niveau nemen tot dusverre voornamelijk Franstalige kantons het voortouw. E-voting zal ook eerst in kantons haar toepassing vinden en, als het aan de ASO/OSE ligt, in 2027 op nationaal niveau.

Conclusie

Alles bij elkaar genomen een inspirerende en goed georganiseerde conferentie in een stad die enkele weken geleden nog de Oekraïne-conferentie herbergde en in 1830 de hoofdstad was van het kanton met de meest democratische Grondwet van Zwitserland.

In Locarno in hetzelfde kanton vond van 5 tot 16 oktober 1925 bovendien de nieuwe vredesconferentie tussen Duitsland, Frankrijk. België, het Verenigd Koninkrijk, Italië, Polen en Tsjecho-Slowakije plaats. Het was een conferentie van nieuwe hoop en samenwerking. En met succes, tot oktober 1929.

De afsluitende woorden van de president van de ASO/OSE waren niet alleen tot de vierhonderd aanwezigen gericht, maar aan de meer dan 780 000 Zwitserse burgers in het buitenland. Zij zijn niet alleen ambassadeurs, maar ook actieve deelnemers, inclusief stemmen, in het democratische functioneren van Zwitserland.

Juist hun buitenlandse ervaring kan bijdragen aan het in stand houden en waar nodig aanpassen en verbeteren van het democratische systeem in Zwitserland. En  wellicht kan het Zwitserse systeem een inspiratie zijn voor hun nieuwe ‘Heimat’.

Wat in Zwitserland geldt, geldt ook voor Zwitsers in het buitenland: democratie voor het volk, maar ook door het volk. De Zwitserse rode pas oblige, ook in het buitenland.

Reto-Romaans

Een kleine kanttekening: Zwitserland heeft vier officiële talen en het Reto-Romaans kan met een goede reden in ieder geval op een of andere wijze vermeld worden. De Bündner emigranten en remigranten hebben hun plaats in de Zwitserse, Europese en mondiale geschiedenis wel verdiend, al is het alleen al vanwege de culinaire innovaties en de ontwikkeling van (wereldberoemde) hotels, restaurants en cafés. Bovendien is Graubünden als een van de kantons met  (voormalige) Landsgemeinden een bakermat van de directe democratie.

Hoewel Romaans vijf dialecten kent, is Rumantsch grischun wellicht een mogelijkheid.

(verdere informatie: https://www.swisscommunity.org)

Impressies van Lugano

Bridge in Zwitserland

Nederland en Zwitserland waren tot 1795 respectievelijk 1798 republieken van zeven soevereine provincies van de Nederlanden en de dertien soevereine kantons van de Eidgenossenschaft. Beide zijn in 1648 bij de Vrede van Münster/Westfalen erkend als onafhankelijke staten. Er bestonden nauwe diplomatieke, militaire en commerciële contacten tussen beide landen en hun provincies/kantons.

Zwitserse (protestante) huurlingen in dienst van het staatse leger van de Republiek kwamen in contact met een Nederlands kaartspel: klaverjassen.

De Zwitserse Garde in 1752. Bron: Cent suisses retousched – Schweizer Truppen in niederländischen Diensten – Wikipedia

Zij introduceerden dit spel onder de naam Jass in Zwitserland, inclusief de troef negen (Nell in het Duits) en de troef boer (Jass in het Duits). Het werd het meest populaire kaartspel in Zwitserland. Een nieuw kaartspel diende zich echter aan in het Interbellum, de jaren 1920 en 1930, de periode tussen de beide wereldoorlogen.

Engelse of Amerikaanse toeristen introduceerden naar alle waarschijnlijkheid bridge in de jaren 1925-1930 in Zwitserland, zoals Engelse generaties daarvoor cricket,  cabaret, de Engelse Kerk en winter- en zomersport hadden geïntroduceerd.

Vonden de eerste biedingen plaats in het Waldhaus in Flims, het Waldhaus in Vulpera of wellicht in de Grand-Hotels Kulm of Badrutt in St. Moritz, Hotel Baur au Lac in Zürich, het Montreux Palace, het Kurhotel Val Sinestra bij Sent of in de residenties in Bern? Het Belle-Époque hotelmuseum Waldhaus bezit in ieder geval nog enkele bridgeattributen uit deze tijd.

Of was het toch in het Suvretta House in St. Moritz met zijn lange bridgehistorie, aparte bridgekamers en het eerste internationale bridgetoernooi in Zwitserland in 1941 ?

Bridgeruimte met uitzicht, Suvretta House: Bron:Suvretta House. Foto: TES

Het is in ieder geval een feit dat de Amerikaan Harold Stirling Vanderbilt (1884-1970) in 1925 contractbridge ontwikkelde gedurende een cruise over de Atlantische oceaan.en Engels team onder leiding van Colonel Walter Buller (1886-1938) nam het in 1930 vervolgens op tegen een team van de Amerikaan Ely Culbertson (1891-1955). De partij vond plaats in de Almack’s club in Londen en haalde ook de voorpagina’s van de Zwitserse media met artikelen van de beroemde (Duitse) bridger Emanuel Lasker (1868-1941).

Het contractbridge van Vanderbilt werd in 1932 aanvaard als internationaal bridgesysteem door ‘s werelds belangrijkste organisaties voor bridge: de  Portland Club van Londen, de Whist Club van New York en de Franse Bridgecommissie (la Commission Française du Bridge).

Georg Tafler, Bridge als Spiel und Kunst, Vienna, 1930.

Het systeem van Culbertson borduurde hierop voort. Hij introduceerde de eerste conventies en won daardoor onder andere in 1930. Hij bepaalde zo mede het huidige bridge. In Amerika en Engeland werd het al snel het gezelschapsspel bij uitstek in de betere kringen en uit deze landen kwamen de meeste toeristen naar Zwitserland.

Ook de fameuze (Belgische) detective Hercule Poirot speelde bridge (Agatha Christie, Poirot speelt bridge/Cards on the table, Londen 1936).

Het bridge-epos van de Amsterdamse bridgedocent Patrick van Zinnicq Bergmann verwoordt de beginjaren aldus:

Hij reisde met het stoomschip

Finlandia op een luxe cruisetrip.

We schrijven 1925

Aan boord was het wel gezellig.

Een door hem bedachte scoretabel werd getest

En beviel bij Bridgebest heel best.

Hij ontmoette een passagiere

Met wie hij wat had te vieren.

Zij was toen nogal onkwetsbaar

Maar introduceerde wél het begrip kwetsbaar.

Josephine was de vrouw van Ely Culbertson,

Die er ook wel wat van kon.

Het biedsysteem Culbertson vond in hem de ideale verkoper

En was van het welbekende ACOL de voorloper.

In 1929 introduceerde hij ‘The Bridge World’, zijn magazine,

Daartoe geïnspireerd door zijn Josephine.

Zij werden een wereldberoemd bridgepaar,

Met de uitstraling van Diva’s, zo waar”.

(P. van Zinnicq Bergmann, Het Bridge-Epos. Alles over bridge in woord en beeld, Amsterdam, 2014).

Deze fascinerende denksport met een schier oneindig aantal verschillende combinaties van kaartverdelingen is aan de ene kant aanzienlijk gecompliceerder dan bijvoorbeeld klaverjassen, aan de andere kant socialer dan bijvoorbeeld schaken of dammen.

 

European Bridge League, Lausanne. Photo: Headquarters | European Bridge League (eurobridge.org) en het logo van de World Bridge Federation.

De zegetocht van het bridge in Europa en Zwitserland begon echter pas goed in 1947 met de oprichting van de European Bridge League met zetel in Lausanne. De oprichtingsdatum van de FSB (Fédération Suisse de Bridge) was op 18 maart 1950, gevolgd door de  World Bridge Federation in 1958 eveneens met zetel in Lausanne en erkend door het Internationale Olympisch Comité (IOC).

 

Basler Bridge Gesellschaft

De president van het IOC Juan Antonio Samaranch (1920-2010) verklaarde ter gelegenheid van de opening van de eerste Bridge Grand Prix in het Olympisch Museum van Lausanne in September 1998 dat bridge een denk- én een wedstrijdsport was. Bij de Olympische Winterspelen van 2002 in Utah (USA) was bridge zelfs eenmalig een demonstratiesport.

Bridge heeft een belangrijke plaats in het Zwitserse sociale leven. De FSB telt ongeveer 3 000 leden en 52 clubs. De kleinste club is in Sainte-Croix (kanton Vaud) met vijf leden, de grootste in Zürich met 271 leden. Daarnaast zijn veel bridgers niet bij een club aangesloten en spelen in privéverband.

Cercle de Bridge du Littoral Neuchâtelois 

Zwitserse teams nemen deel aan de Wereld- en Europese kampioenschappen, de Sportgames (een soort Olympische Spelen voor bridgers), nationale, regionale en lokale kampioenschappen en toernooien binnen clubs en in steden.

Gerry Link en Max Saesseli waren voor Zwitserland in 1993 kampioen van het Europese kampioenschap seniorenparen. Op de Europese kampioenschappen Open Teams in 1962 en 1971 bereikten Zwitsers teams de derde plaats en de vijfde plaats in 2016. Zwitserland is in 2022 zelfs wereldkampioen geworden.

De FSB kent in competitieverband voor verenigingen de hoogste nationale liga A, de lagere nationale liga B met elk acht teams. Deze spelen in november twee weekenden Round Robin (alle teams spelen tegen elkaar), in het derde weekeinde vinden de finales en barragewedstrijden plaats.

De lagere liga’s I-IV zijn daarentegen geografisch ingedeeld (Oost-, Zuid-, Noordwest-, Noordoost en Centraal Zwitserland) met respectievelijk 16 (liga I), 32 (liga II en III) en 64 (liga IV) teams. Deze liga’s zijn in acht teams opgesplitst die in twee weekeinden op basis van Round Robin spelen met promotie- en degradatiemogelijkheden.

Allschwil, Bridgeclub Quodlibet

De meertaligheid van het land speelt ook bij bridge een rol. In de meeste bridgeclubs en zeker bij (regionale) toernooien wordt geboden en gecommuniceerd in de drie landstalen Italiaans, Duits en Frans, vaak ook in het Engels en soms zelfs in het Romaans. Bijvoorbeeld: schoppen: Pik, pique, picche, palas en spade; harten: Cœur, cœur, cuori, cours en hearts; ruiten: Karo, carreau, quadri, pizs en diamonds en klaveren: Treff, trèfle, fiori, cruschs en clubs.

De naam van de bridgebond is in het Frans, maar met zetel in het Duitstalige Zürich. De conventies en speeltechnieken onderscheiden zich niet wezenlijk van Nederland. De gemiddelde leeftijd is ook dezelfde, een gezelschap van ouderen met enkele jongeren.

De meest prestigieuze internationale toernooien vinden jaarlijks plaats in St. Moritz, Crans-Montana, Genève en Zürich. De grotere steden en dorpen hebben ook vaak hun jaarlijkse bridge evenementen.

Bronnen: P. van Zinnicq Bergmann, Het Bridge-Epos. Alles over bridge in woord en beeld, Amsterdam, 2014), Fédération Suisse de Bridge, Zürich; Archief Kulm Hotel, Suvretta House, St. Moritz. Belle-Époque hotelmuseum Waldhaus, Flims.

Het Zwitserleven van een koe

De consternatie en polarisatie over de veehouderij heeft in Nederland bijna letterlijk een kookpunt bereikt. Een blik over de grens is wat dat betreft altijd zinvol en dan in het bijzonder naar Zwitserland.

Denemarken

Eerst volgt echter een uitstapje naar Denemarken. De Deense Koning Christiaan II (1481-1559) nodigde in 1521 tuinders uit het Waterland in Holland uit om zich vanwege hun landbouwkundige kennis en innovatieve methodes in Denemarken te vestigen. Die boeren kregen grond toegewezen bij het dorp Dragør op het eiland Amager.

Ze voorzagen het Deense hof en Kopenhagen van groente, fruit en bloemen. Ze waren zo succesvol dat Deense boeren hun Hollandse collega’s met geweld wilden verdrijven. De Deens Koning was echter zo tevreden dat hij de Hollandse boeren onder zijn persoonlijke bescherming stelde. Denemarken heeft zelfs een museum gewijd aan deze historie.

Vijfhonderd jaar later worden de boeren niet door, maar in naam van de Nederlandse Koning gedecimeerd, zonder op een adequate en fatsoenlijke wijze naar alternatieven en oplossingen voor de actuele problemen te zoeken, zoals in andere landen, bijvoorbeeld Zwitserland, wel gebeurt, en wel al decennia lang. Nederlandse boeren zijn van oudsher gericht op productie, innovatie, andere bedrijfsvoering en indien nodig emigratie.

Wat betreft de schadelijke massaveeteelt heeft de Nederlandse overheid hier decennia niets aan gedaan, in tegendeel, ze en vette Europese subsidies stimuleerden het zelfs. Slechts weinigen betwisten dat het uit de hand gelopen is.

Niet alleen de boeren treft echter blaam, maar de (overheids- en EU) omgeving die dit faciliteerden. Nu zijn boeren veelal afhankelijk van deze bedrijfsvoering, die de overheid dus nooit ter discussie heeft gesteld, maar zelfs heeft gesteund.

Er is een parallel met het relatief milieuvriendelijke Puls-vissen (gebaseerd op het Deense Snurrevod (Snurrevaad of Fly-shooting). De fantastisch zeilende Deense Snurrevod viskotters uit de negentiende eeuw herinneren hier nog aan.

De EU blokkeert echter ook op dit gebied innovatie en steunt daarentegen ouderwetse en milieubelastende methodes. Ook zonder verzet van de Nederlandse overheid en media, zoals deze ook het illegale (en bijna misdadige) Frans-Italiaanse monetaire beleid van de ECB steunen. De euro is niets anders dan een combinatie van lire, peseta, Franse franc, drachmen en escudo. En de sluizen met duizenden miljarden staan wijd open. Dat wordt een boos ontwaken, als men al niet langzamerhand wakker wordt.

Zwitserland

Door de grote maatschappelijke betrokkenheid van Zwitserse burgers staat het land aan kop wat betreft eisen voor het welzijn van dieren in de veehouderij, onder andere met betrekking tot toegang in de vrije lucht, aantal, voer, stallen, vervoer en slacht.

Wettelijk is al bijna dertig jaar geleden (!) op initiatief van een meerderheid van burgers vastgelegd hoeveel dieren maximaal gehouden mogen worden en wel 300 runderen, 1500 varkens en 18 000-27 000 pluimvee, afhankelijk van de leeftijd. Op 25 september aanstaande volgt een nieuw referendum over strengere eisen in de veehouderij.

Het gaat om een Volksinitiative van burgers. De regering (Bundesrat) en het Parlement (Nationalrat en Ständerat) hebben hun mening gegeven en kunnen eventueel een tegenvoorstel doen en aan het Volk voorleggen (is niet gebeurd in dit geval).

Kanton Neuchâtel, La Sagne. Foto: TES.

De Zwitserse koe

Het beleid van de overheid is erop gericht de veehouderij kleinschalig te houden, zowel met het oog op de gezondheid voor mens en dier, natuurbehoud, milieu, betrokkenheid en een van de banken relatieve onafhankelijkheid van de boer. Het leven van de Zwitserse koe is in dit perspectief te vergelijken

Dit wil niet zeggen dat de situatie ideaal is. Ook in Zwitserland neemt de industriële veehouderij toe en bestaat er een belangentegenstelling tussen natuur en bedrijfsvoering, tussen boer en stedeling en is er ook sprake (stank) overlast en belasting van het milieu.  Ook het gebruik van antibiotica in de veehouderij en pesticiden in de landbouw zijn onderwerp van discussie en referenda.

In plaats van de veehouderij per decreet te decimeren, kiezen alle partijen er echter voor alternatieven te zoeken onder het motto ‘wat er in gaat, gaat er ook weer uit’. De koe produceert veel methaan vanwege het voedsel, dus ligt het voor de hand het voedsel van de koe aan te passen. De experimenten zijn in volle gang.

Politiek en bestuur

Hoe ga je als politiek en bestuur met de problemen en je burgers om, dat is de vraag. De permanente dialoog tussen boeren, burgers en de (lagere, kantonale en federale) overheid, het respect en de betrokkenheid van de (‘hoogopgeleide’)  stadsmens voor de boerenstand en de natuur in het algemeen kenmerken de Zwitserse benadering.

Aankomst bij de arena in Bazel, 15 juli 2022.

Serenade ‘le ranz des vaches‘ voor de boer en zijn koeien, Bazel, Tattoo 2022.

Vertrek uit de arena. 15 juli 2022.

Ook de stadsmens beseft dat boeren eeuwenlang de inwoners hebben gevoed en dat het boerenleven altijd hard werken in veelal armoedige en moeilijke (berg) omstandigheden is geweest. Zomers gaat het vee in de berggebieden bijvoorbeeld met de boer de malse alpenweides in, soms tot aan of over de boomgrens, weer of geen weer en het is niet altijd idyllisch op 2 000 meter hoogte in de zomer.

De boer logeert dan in een ‘chalet’, een klein houten gebouw, dat door de toeristen in de negentiende eeuw een soortnaam is geworden voor houten huizen in het land. Bij terugkomst, de Alpabzug, worden de boer en zijn koeien als helden onthaald.

Impressie van een Alpabzug.

Onthaal van boeren in Bazel, 16 juli 2022.

Conclusie

Weliswaar wacht het vee ook in Zwitserland uiteindelijk hetzelfde lot als in Nederland, namelijk de vleesconsumptie, maar tot die tijd heeft zij (verreweg de meeste) of hij vaak een Zwitserleven. Omdat de burgers als soeverein en dus de overheid en bestuur, en niet andersom, het zo willen.

Dit is overigens een van de redenen dat het land niets moet hebben van het agrarische subsidiebeleid van de Europese Unie (ongeveer 45% van het EU-budget, 2% BNP).

Deze Europese subsidies zijn, zoals (te) veel regelgeving van de EU, niet toegespitst op lokale omstandigheden en op maat gesneden, maar centraal in Brussel geregeld met juist averechtse gevolgen voor lokale hervormingen, veranderingen en houdbare en verantwoorde landbouw en veeteelt (en visserij). Veelal komen deze subsidies bovendien niet bij de juiste of zelfs malafide personen terecht.

Uiteindelijk is landbouw politiek, zoals energie, gezondheidszorg, openbaar vervoer, onderwijs, woningbouw, of, helaas, tegenwoordig ook monetair Italiaans/Frans wanbeleid van Rutte & Co en hun media.

De koe (of de kip) zijn relevant voor het tonen van het staatsrechtelijk en politiek (dis) functioneren van een land. Zwitserland toont niet alleen hoe de overheid met vee, maar ook met haar burgers omgaat.

 

Bregaglia en haar banketbakkers

Het kanton Graubünden is het enige drietalige kanton van Zwitserland. Het Duits is de spreektaal van de meeste inwoners. Zelfs Chur met het hoofdkantoor van de Lia Rumantscha, is sinds een eeuw  Duitssprekend.

De Romaanse taal is in de loop der eeuwen steeds meer verdrongen door het Duits. Het Italiaans wordt hoofdzakelijk in vier dalen van het kanton gesproken, in Val Poschavio (das Puschlav), Bergaglia (das Bergell), Val Mesolcina (das Misox) en Val Calanca (das Calancatal).

Het Bergaglia is niet alleen Italiaanssprekend, maar onderscheidt zich ook wat betreft architectuur van de andere kant van de Malojapas, het Engadin. Deze pas is misschien niet uitzonderlijk hoog (1 800 meter), maar het verval van 1 500 meter in ongeveer 20 kilometer en de steile berghellingen maken het tot een formidabele natuurlijke grens.

Bergaglia was al in de Romeinse tijd een belangrijke verbindingsweg en opslagplaats voor de noord-zuid handel en is dat tot 1797 gebleven. (Oostenrijks) Lombardije en zijn steden Bergamo, Brescia, Cremona, Verona, Treviso en Padua, Het hertogdom Milaan, Venetië, het hertogdom Savoie, het koninkrijk Sardinië en de Zwitserse Confederatie van dertien kantons waren immers directe buren.

Graubünden trad pas in 1803 als kanton toe tot de Confederatie van 1803, maar met verlies van Italiaanse gebieden. Van 1512 tot 1798 liep de grens van Graubünden veel zuidelijker, Chiavenna, Valtellina en Bormio waren door het kanton bezette gebieden. Napoleon verenigde deze gebieden in 1797 echter in de Republiek Cisalpina (1797-1805).

De Italiaanse architectuur en de status van transit- en verbindingsroute begeleiden de wandelaar in Bergaglia op een tocht van twintig kilometer van de Malojapas tot de Italiaans grens bij Chiavenna. Het overweldigende berglandschap en het aangezicht van de dorpen geeft een wandelaar vleugels, die niet overbodig zijn vanwege de veelal steile en rotsachtige hellingen.

Het is niet verbazingwekkend dat deze omgeving en Europese verbindingsweg grote Europese persoonlijkheden heeft voortgebracht. De kunstenaar Alberto Giacometti, geboren in Stampa, is wellicht een van de bekendste, maar onderweg getuigen de dorpen van andere succesverhalen.

Niet alleen handelaren of huurlingen in dienst van Europese koningen en prinsen, maar vooral ‘Zuckerbäcker’ (banketbakkers) en hotel-, restaurant- en café oprichters in tal van Europese en Amerikaanse (hoofd)steden vertellen het verhaal van de emigratie in de achttiende en negentiende eeuw, tot de komst van het moderne vervoer en toerisme.

Een van de meest indrukwekkende getuigen van deze typische ‘Bündner’ specialisatie is het Palazzo Castelmur in het dorp Coltura, gemeente Stampa. Giovanni Redolfi (1658-1742) en Giovanni de Castelmur (1800-1871) waren de bouwheren. Tegenwoordig is het door de Castelmur tot kasteel verbouwde Patriciërshuis van Redolfi een museum.

Het Museum heeft een permanente tentoonstelling over de succesvolle ‘Zuckerbäcker’ uit Graubünden en de authentieke inrichting en het interieur van de achttiende en negentiende eeuw.  Stampa ligt halverwege de wandelweg van de Malojapas naar Chiavenna en is een aanbevelingswaardige rust- en overnachtingsplaats.

(Verdere informatie: Home – Bregaglia Engadin Turismo).