Een Berner in Jeruzalem

Israëlische archeologen hebben in Jeruzalem een graffiti met de naam van Adrian von Bubenberg (1424-1479) ontdekt. Het was al bekend dat de ridder uit Bern het Heilige Land op een pelgrimage heeft bezocht.

Zijn naam met afbeelding van zijn familiewapen is aangetroffen op een muur van het complex van het graf van Koning David op de berg Sion, vlakbij de oude stad. Het gebouw was toen een klooster met herberg voor pelgrims uit Europa.

Het was gebruikelijk op deze wijze je naam en/of familiewapen in steen te graveren. De onderzoekers hebben veertig andere namen aangetroffen op deze plek. Von Bubenberg was tien jaar later, in 1476, de held in Morat in de strijd tegen de Bourgondiërs van Hertog Karel de Stoute (1433-1477). De zegenreeks van de Eidgenossen zette zich voort in Grandson en in 1477 in Nancy, waar Karel zijn hoofd, leven en hertogdom verloor.

Of de bedevaart van invloed is geweest op het voor Von Bubenberg gunstige strijdverloop, is niet bekend. Wel valt uit de identificatie van de veertig namen op te maken dat de pelgrims afkomstig waren uit alle verschillende regio’s en standen.

Bron: SGAW, Mal Denken

Het Willisauer bergland

Het huidige kanton Luzern is al sinds 1332 lid van de Eidgenossenschaft of confederatie van kantons. Aanvankelijk was het een stadsstaat, die geleidelijk steeds meer gebied verwierf. In 1480 bereikte het kanton zijn huidige omvang.

Het kanton is samengesteld uit vier geografische gebieden: de hoofdstad Luzern en het omliggende gebied, de Entlebuch, het Willisauer bergland en een noordelijke regio.

Het Willisauer bergland ontleent zijn naam aan het stadje Willisau en zijn beroemde lekkernij. Er valt echter ook te genieten van lekkernijen van heel andere aard. In het dorp Ettiswil staat bijvoorbeeld al acht eeuwen het prachtige waterslot Wyher.

Overigens wijzen de uitgangen ‘ingen’ en ‘wil’ op Alemannische wortels. Vanaf de zesde eeuw drong deze Germaanse stam steeds verder het grondgebied van het huidige Zwitserland binnen en verving de Gallo-Romeinse taal en cultuur.

Foto: Luzia Mathys

De historie van Ettiswil is ook nauw verbonden met de kloosters St. Urban, Einsiedeln (kanton Schwyz), St. Leodegar in Luzern, het Stift St. Michael in Beromünster en diverse andere kloosters in het kanton. Ettiswil was dan ook een bedevaartsoord van het Heilige Sakrament. Luzern bleef in de reformatie katholiek en werd in de contrareformatie een bastion van Jezuïeten én barok.

De St. Mauritiuskerk in Ruswil, de meest barokke kerk van kanton Luzern

St. Urban en haar barok

Vanaf 1574 waren Jezuïeten verantwoordelijk voor het onderwijs. De Jezuïeten hadden zelf hun opleiding gevolgd aan het Jezuïetencollege in Luzern of aan het Collegium Helveticum in het (Habsburgse) Milaan.

In de achttiende en negentiende eeuw was er tenminste één priester op 600 inwoners, de nonnen en monniken in de kloosters niet meegerekend. Ze kwamen vrijwel zonder uitzondering uit het patriciaat en de burgerij van het kanton. Dit leidde tot een nauwe vervlechting van kerkelijke macht en politiek.

De inwoners buiten Luzern zijn altijd weerbaar en maatschappelijk betrokken geweest. De boeren van de regio Ruswil kwamen in 1513 in opstand tegen de stad Luzern (de Zwiebelkrieg), in 1799 was Ruswil de drijvende kracht achter de mislukte opstand tegen de Helvetische Republiek (1798-1803) van Napoleon. In Ruswil is in 1840 de ‘Ruswiler Verein’ opgericht, als voorloper van de conservatieve-katholieke partij in het kanton. Dit was ook een reactie op de liberale partijen in het kanton en dan met name in de stad Luzern.

De nieuwe grondwet van het kanton in 1841 was een soort compromis. Het benadrukte de prominente positie van het katholicisme en daarmee van Jezuïeten, maar introduceerde ook de directe democratie, al in 1841! En toch ging het verkeerd in 1847, maar met een happy end met de nieuwe federale Grondwet van 1848.

Foto: Luzia Mathys. Natuurgebied Ostergau met en zonder mist

De schoonheid van het gebied is echter immuun geweest voor deze politieke en religieuze ontwikkelingen. Het landelijke karakter, het beschermd nauurgebied Ettiswil, het natuurgebied Ostergau, de beboste heuvels, meren, boerderijen en het Zwitserleven van het vee bepalen nog steeds het afwisselende landschap onder het toeziend oog van de Alpen.

Foto: Luzia Mathys. 

Reeën in het landschap. 

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Bron en verdere informatie: Franz Kiener, Luzern, Historisches Lexikon der Schweiz.

De Soppisee. Foto: Luzia Mathys

Foto: Luzia Mathys

De bijzondere kruidentuin van Rita Lütolf uit Ettiswil midden in het bos

Het dorp Geiss en kerk en verplaatste  op verhoging staande middeleeuwse schuur

Via Habsburg

Het Huis Habsburg was een van de invloedrijkste vorstenhuizen van Europa. Van 996 tot 1815 hadden de heersers van deze dynastie een beslissende invloed op de Europese cultuur en de geschiedenis. Zij gaven vorm aan de toekomst van Europa.

Ententes en geschillen, machtsstrijd en territoriale veroveringen, tijden van oorlog en van vrede verdeelden volkeren, maar verenigden hen ook en vormden banden, die in de loop der tijden bleven bestaan.

De 800 jaar oude geschiedenis van de Habsburgers is bewaard gebleven op plaatsen die duizenden vierkante kilometers in West- en Midden-Europa beslaan. Paleizen, kastelen, prachtige kerken, kloosters, abdijen, schitterende musea en bescheiden monumenten laten zien hoe deze dynastie niet alleen de geschiedenis, maar ook de kunst vorm heeft gegeven.

70 plaatsen en steden in vier verschillende landen en zes regio’s nodigen de bezoeker uit voor een reis door tijdloze landschappen en buitengewone plaatsen.

In de regio’s Tirol (Oostenrijk), Zwitserland, Bodensee, Zwarte Woud (Duitsland) en Elzas en Lotharingen (Frankrijk) zijn er niet minder dan 150 bestemmingen.

Bron en verdere informatie: Via Habsburg

Gstaad, Saanen, Menuhin en filosofie

Gstaad (kanton Bern) heeft de naam een mondain (winter) sportoord te zijn. Hoewel de skimogelijkheden beperkter zijn dan in andere gebieden heeft het dorp deze positie verworven vanaf de groei van het (Engelse) toerisme in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Het zijn echter niet alleen de in materieel opzicht welgestelden die Gstaad en Saanen op waarde weten te schatten.

De musicus, violist en humanist Yehudi Menuhin (1916-1999) kwam graag en vaak naar deze dorpen en initieerde in 1957 het inmiddels wereldvermaarde jaarlijkse Menuhin-festival.

Saanen: Gstaad Menuhin Festival Academy. Foto: TES

De filosofisch ingestelde musicus waardeerde niet alleen het authentieke karakter te midden van de (te) glamourachtige Grand Hotels.

Hij vond vooral inspiratie in de natuur. De bergen, dalen, beboste hellingen, de vriendelijkheid van de (hardwerkende) boeren en de kleurrijke schakeringen van de vier jaargetijden inspireerden hem.

Wit in de winter, bloemrijke veelkleurige hellingen en weiden in de lente, groen in de zomer en de herfstkleuren daarna. Het is om deze reden dat er van Gstaad naar Saanen een naar hem genoemde ‘Philosophenweg’ loopt. In Saanen is het  Yehudi Menuhin Instituut gevestigd.

Een mondaine wereld en een filosofische levenshouding sluiten elkaar in ieder geval in Gstaad en Saanen niet uit.

Misschien geldt dat wel voor Zwitserland als samenleving, een balans tussen materie en welvaart en een ingetogen en (zelf) reflectieve levenshouding, evenwicht tussen moderniteit en authenticiteit, vooruitgang zonder toegeven aan de (politieke) waan van de dag.

Om deze reden wordt de Zwitserse democratie ook wel eens vergeleken met een uurwerk. Het is een ingenieus constitutioneel menselijk raderwerk dat in eeuwen van onderaf, bottom-up, vorm heeft gekregen.

Het is authentiek, maar modern en op maat gemaakt voor deze tijd. Het is zoals met eeuwenoude klassieke muziek: tijdloze kwaliteit. Dat is wellicht de Zwitserse inspiratie voor Yehudi Menuhin geweest.

Bron en verdere informatie: www.gstaad.ch

Saanen, The JKF International School

Gstaad.

Ritterhaus Chasa de Capol

De Zwitserse regering heeft op 12 oktober 2022 in Müstair in Val Müstair (kanton Graubünden) vergadert. Zestig jaar eerder waren leden van de regering van de toenmalige Bundesrepubliek Duitsland (BRD) en kabinetsvergaderingen echter al kind aan huis in het Ritterhaus in Sta. Maria, gelegen op enkele kilometers van Müstair.

Het Ritterhaus

De historie van dit monumentale dorpskasteel gaat terug tot de twaalfde eeuw, de functie van hotel bestaat echter pas sinds 1962. In 1955 kocht de Zwitserse musicus en dirigent Ernst Theophil Amadeus Schweizer (1932-2021) het complex. De uit Bazel afkomstige musicus was dirigent in Venetië en vond in het Münstertal een nieuwe heimat tussen Bazel en Venetië.

Het vervallen Ritterhaus renoveerde hij vanaf 1955 in authentieke stijl en vanaf 1962 ontving hij beroemde gasten uit politiek, bedrijfsleven, kunst, film en muziek, waaronder de Bondspresident Theodor Heuss, Bondskanselier Konrad Adenauer, de president van de Bundestag Eugen Gerstenmaier, de Minister van Buitenlandse Zaken Heinrich von Brentano, Ludwig Erhard en vele andere leden van de regering, Charly Chaplin, Herbert von Karajan, Albert Hofmann, Max Frisch, Friedrich Dürrenmatt en andere beroemdheden behoorden ook tot de gasten. Zijn zoon Ramun Schweizer nam in 1997 de bedrijfsvoering van het hotel over.

Vader en zoon renoveerden en renoveren het hotel met veel respect voor de eeuwenoude historie en cultuur. Het is in feite een museum, zelfs de keuken, met Ramun als kok, is gebaseerd op de klassieke houtoven, koperen pannen en regionale recepten.

Ramun Schweizer voor de keuken

Inrichting

De eeuwenoude kapel, de middeleeuwse muren, de Gotische gewelven, de open haard in de salon, de aparte authentieke middeleeuwse keuken met een open haardoven, koetsen en een Oldtimer uit 1934 (een zwarte Citroën Tractation Avant), diner voor de gasten in de ridderzaal, ontbijt in een woonstube, de fonduezaal, twaalf authentiek ingerichte slaapkamers (met Wifi, zonder televisie), de Venetiaanse Marco Polo bar en de Davidoff rookruimte en diverse andere verblijfsruimtes creëren een comfortabele en unieke sfeer.

Dinerzaal

Ontbijtzaal

Fonduezaal

Davidoff rookruimte

Overloop met toegang tot de kamers

Theater, kapel en wijnkelder

Het theater en zijn Steinway-vleugel op de bovenste verdieping verdienen een aparte vermelding. Het theater is nog steeds in gebruik voor concerten of andere evenementen. Ook instrumenten, maskers  en attributen van en over Venetië verwijzen naar de musicus en dirigent Schweizer. Bazel en de Basler Fasnacht hebben, uiteraard, ook een speciale plaats in het Ritterhaus.

Het theater

De Kapel

De wijnkelder

Historie

 Het begin van het complex gaat terug tot het 1199. Dy dynastie Polo, afkomstig uit Venetië, vestigde zich ook in Sta. Maria om er tot 1839 te blijven. Het huis is vernoemd naar Capol, Ca-Pol, of Huismacht van Polo. Deze dynastie bekleedde ambtelijke posities in de Republiek Venetië, voor de bisschop van Chur en de keizers van Habsburg en was ook economisch actief in de regio, onder andere voor het klooster St. Johann (Claustra Son Jon) in Müstair.

Na de verovering van Valtellina, Bormio en Chiavenna in 1512 door de drie bonden van het huidige Graubünden waren leden van de dynastie voogden (Podestà) in Valtellina.

De dynastie bleef katholiek in de reformatie, wat in Sta. Maria niet vanzelfsprekend was. Augustijner monniken hadden in de oostelijke aanbouw van het complex zelfs een hospiz (vanwege de ligging aan de Umbrailpas) en een refectorium en  gebruikten de bovengenoemde kapel.

Keizer Friedrich van Habsburg verhief de dynastie in 1481 tot de Graven van Capol. In 1506 logeerde keizer Maximiliaan in het Ritterhaus. Na het uitsterven van de dynastie stond het complex tot 1955 leeg en raakte het in verval.

Conclusie   

 Vanaf 1955 is het Ritterhaus Chasa Capol aan zijn tweede leven begonnen. De Kosmopolitische en culturele sfeer en geest van de Capols, Val Müstair, handel, monniken, Säumer (op weg van en naar Tirol via de Umbrailpas), keizers, graven, ridders en andere hoogwaardigheidsbekleders is nog steeds aanwezig in een authentiek, muzikaal, Venetiaans en Basler decor.

De Basler Fasnacht in het Ritterhaus

In het jaar 2000 kreeg het Ritterhaus bovendien weer een ridderlijk tintje: in dat jaar is Ernst Theophil Schweizer in St. Gallen tot Ritter van het Heilige Graf van Jeruzalem geslagen, een pauselijke orde.

Oorkonde van het Heilige Graf van Jeruzalem

Het begin van deze orde stamt uit 1099, een eeuw voor de bouw van het Ritterhaus. Tegenwoordig zijn er wereldwijd ongeveer 30 000 ridders van deze orde. Een hotelier en dirigent uit Bazel in deze orde was echter een unieke verschijning en tegelijkertijd een eerbetoon aan het huis en deze ridder.

Bron en verdere informatie: Ritterhaus Chasa de Capol

Ode aan het meest oostelijke dal

Val  Müstair (het Münstertal) is het meest oostelijk gelegen dal van Zwitserland. Het aantal inwoners is ongeveer 1600, verdeeld over een aantal dorpen en gehuchten die vallen onder de gemeente Müstair, Tschierv, Fuldera, Lü, Valchava, Sta. Maria en Müstair zijn de dorpen in de vallei.

De spreektaal is Jauer, een Romaans dialect, dat grote gelijkenis heeft met Vallader.

De dorpen en hun historische en culturele achtergrond,  onder andere in relatie met de graven van Tirol, de Habsburgers, Bormio, Veltlin en Chiavenna in Italië (Untertanengebiete van 1512 tot 1798), de bisschop van Chur en de Gotteshausbund, komen in andere bijdragen aan de orde.

Hieronder volgt een impressie, een ode zonder woorden aan de schoonheid van het dal en zijn dorpen.

 

Sta. Maria

Kerk Santa Maria

De San Nicolaus en Sebastian in Tschierv

Fuldera en de St. Rochus kerk

Lü  en zijn kerk op 1 920 meter hoogte

Valchava

en de Nossa Duonna

en de St. Martin kerk

Müstair en klooster St. Johann (Claustra Son Jon)

De Postauto

Het jaar 1848 betekende ook een nieuw begin voor de transportsector in Zwitserland. De spoorwegen zijn het bekendste voorbeeld. De Postauto begint dan echter ook aan zijn ontwikkeling.

Vanaf de achttiende eeuw reden diligences of de postkoetsen al over de bergpassen en door het vlakke land van Zwitserland. Zij vervoerden passagiers en post. Het waren private bedrijven.

1906-1960

De federale overheid vestigde in 1849 het monopolie over dit vervoer. De postkoets, getrokken door vier of zes paarden, was het enige transportmiddel tot 1906.  De eerste Postauto reed van Bern naar Detligen in 1906. Drie bussen reden op dit traject. Tot 1913 waren er nog 2 000 postkoetsen in bedrijf.

Vanaf 1919 neemt de Postauto deze rol over. Het leger stelde in 1919 honderd legerbussen ter beschikking van de Postauto. Dit was een grote stimulans voor de verdere ontwikkeling. De belangrijkste fabrikanten van de Postauto waren de firma Saurer in Arbon en later de firma FWB in Wetzikon.

De Postauto werd in steeds meer (berg) gebieden en zelfs afgelegen dalen actief. Een bekend voorbeeld is Saas-Fee, dat overigens nog altijd tevergeefs wacht op een aansluiting op het spoorwegennet.

Er was tot 1951 ook geen autoweg naar Saas-Fee. De postauto’s reden zo ver ze konden, waarna de tocht verder ging met muilezels. In 1951 was de autoweg naar Saas-Fee klaar en kon de Postauto ook daar komen.

De Postauto was ook een populair vervoermiddel om uitstapjes te maken tot de jaren 1960. De meeste mensen konden zich tot die tijd nog geen auto permitteren en de Postauto’s (de car alpin) vervoerde de passagiers tot aan de gletsjers en over de hoogste bergpassen. Er was vaak zelfs een file van postauto’s.

Die Postauto AG

Tegenwoordig is Postauto AG een dochteronderneming van de Schweizerische Post  AG en een zogenaamde federaal verbonden onderneming.

Ongeveer de helft van de diensten wordt geleverd door particuliere Postauto-exploitanten waarmee Postauto AG samenwerkt. Postauto heeft ook grensoverschrijdende routes en was ook jarenlang actief in Frankrijk. Deze betrokkenheid is nu echter beëindigd.

Postauto AG beschikt over een wegennet van ongeveer 17.000 km, twee keer zoveel als het spoorwegnet van de SBB. Er zijn 936 lijnen met 2.400 Postauto’s. De Postauto vervoert ongeveer 127 miljoen passagiers per jaar.

De Postauto  exploiteert haar diensten in opdracht van de Zwitserse kantons. Zij bepalen de diensten (routes en dienstregeling) en dragen – samen met de Confederatie – voor ongeveer 50% bij in de kosten. De rest van de inkomsten komt van de klanten. Aanvullende diensten zoals schoolvervoer of gespecialiseerd vervoer maken ook deel uit van het pakket.

Een bijzondere Postautolijn is in Berner Oberland van Reichenbach naar het Kandertal de Griesalp op. Deze Postauto heeft een traject van 2 kilometer met een stijging van maar liefst 28%.

De belangrijkste functie van de Postauto is niet veranderd, ondanks de gewijzigde ondernemingsvorm: personenvervoer en brieven- en pakketbezorging in zelfs de meest afgelegen regio’s en dorpen. De Postauto is een begrip en staat bekend om zijn punctualiteit, service en comfort. De meest afgelegen plaatsen zijn bereikbaar via dit vervoermiddel.

Musea

De liefhebbers van Postauto Oldtimers en de historie van dit unieke vervoersbedrijf kunnen terecht in diverse musea, onder andere het Saurer Museum in Arbon, het FWB-museum in Wetzikon, Sammlungsdepot in Schwarzenburg (kanton Bern) met de oudste intacte Postauto en het Museum für Kommunikation, en natuurlijk bij de Postauto AG.

(Bron: www.postauto.ch, www.mfk.ch).

Müstair- symbool van eenheid

De voltallige Zwitserse regering (Bundesrat/Conseil fédéral) vergadert sinds 2010 een of twee keer per jaar op een andere plaats, extra muros, van het Bundeshaus in Bern. Op 12 oktober was ze aanwezig in Müstair (Val Müstair/ Münstertal) in kanton Graubünden.

De regering vergaderde bij deze gelegenheid met de Regenza (kantonsregering) intra muros van het klooster. Daarna presenteerde ze zich aan de inwoners van de vallei.

Zij doet dit in de verschillende regio’s van het land op haar gebruikelijke vergaderdag, de woensdag. De  vergadering in Müstair is de zeventiende extra muros bijeenkomst. De regering bevestigt hiermee niet alleen de diversiteit van het land, maar wil ook de band met de kantons en de bevolking versterken.

Müstair is niet zomaar een plaats. Hier stichtte Karel de Grote rond 775 het St. Johann Klooster (Claustra Son Jon) en zijn vrouw de kerk St. Maria een paar kilometer verderop. Bovendien vond vlak bij Val Müster in 22 mei 1499 de slag bij het Zuid Tiroolse Calven (Chalavaina in het Romaans) plaats tijdens de Schwabenkrieg van 1499.

Engadinerkrieg

Deze oorlog van de Eidgenossen tegen Habsburg wordt om deze reden ook wel de Engadinerkrieg (of Schwabenkrieg vanwege de escalatie) genoemd. Keizer Maximiliaan (1469-1519) viel in 1499 Unterengadin en Val Müstair binnen met het doel het dal en de belangrijke Umbrailpas te controleren.

De troepen van de drie Bonden (de Gotteshausbund, de Zehngerichtenbund en de Obere of Graue Bund) waren echter de overwinnaars. Dit leidde in 1524 tot de oprichting van de Freistaat der Drei Bünde. Deze bestond tot 1798 (Franse inval) en werd in 1803 het nieuwe kanton Graubünden, vernoemd naar de Graue Bund.

Vlag van Graubünden - Wikipedia

Bij de Vrede van Bazel van 1499 verdwenen de Habsburgers voorgoed als wereldlijke macht van Zwitsers grondgebied, afgezien van het Unterengadin en Val Müstair en invloed van Habsburgs gezinde bisschoppen van het bisdom Chur, abten van abdijen en enkele lokale heersers.

De laatste gevechtshandelingen tussen Habsburg aan de ene, en de Freistaat der Drei Bünde aan de ander kant vond plaats gedurende de Bündner Wirren (1619-1639).  Graubünden was een zijstrijdtoneel in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) tussen Oostenrijks- en Spaans Habsburg en zijn lokale Bündner bondgenoten aan de ene, en Frankrijk en haar (Bündner) verbondenen aan de andere kant, veelal dwars door de Protestante en Katholieke religies heen. Het was ook een burgeroorlog, zoals de Tachtigjarige Oorlog in de Nederlanden dat ook deels was.

Habsburg bestuurde formeel het Unterengadin nog tot 1652/1653. In dat jaar kochten de dorpen zich vrij. Deze waren al sinds 1367 nauw verbonden met de Gotteshausbund en hoorden feitelijk al bij de Freistaat der Drei Bünde.

De bisschop van Chur bezat de rechten op Val Müstair. Ook deze regio was aangesloten bij de Gotteshausbund. Hij verkocht deze in 1728 aan Habsburg. De dorpen in Val Müstair wilden echter niet bij Habsburg horen en kochten zich op hun beurt in 1762 vrij. Afgezien van Rhäzuns (tot 1819) en Tarasp (1803) had Habsburg vanaf dat moment geen staatkundige banden meer met Graubünden.

Romaanse taal

De Romaanse taal was in deze tijd nog steeds de belangrijkste taal in Graubünden, hoewel Duitstalige Alemannen vanaf de zevende eeuw en Welser immigranten vanaf de twaalfde eeuw steeds meer terrein wonnen.

Driehonderdenvijftig jaar na 1653 spreekt een minderheid van 55 000 inwoners van het kanton Romaans. De relativering: dit is meer dan het aantal inwoners in het nieuwe kanton van 1803!

De Plaz Grond van Müstair

Graubünden is nog steeds drietalig (Romaans, Italiaans en Duits). Het Romaans kent vijf idiomen. In Val Müstair is Jauer de spreektaal. Deze taal heeft veel gelijkenis met Vallader, maar heeft toch een eigen identiteit en historie. Graubünden symboliseert bij uitstek de verscheidenheid van Zwitserland. De fysieke vorm van het kanton heeft zelfs wat weg van het land.

Markus Caduff overhandigt een geschenk van het kanton aan de Bundespresident

De bijeenkomst van de regering en de Regenza had iets weg van de Landsgemeinde, die vroeger ook in Graubünden bestond. Markus Caduff, president van de Regenza, en Gabriella Binkert Becchetti, burgemeester van de gemeente Val Müstair, heetten de regering welkom, uiteraard ook in het Romaans.

Bundespresident Ignazio Cassis refereerde in zijn toespraak aan de veeltaligheid en de verscheidenheid van Zwitserland. Als symbolische deelnemer aan een cursus Vallader in Scuol in 2021 en als een van de initiatoren van federale steun voor de  Romaanse taal en cultuur, begon hij zijn toespraak in het Romaans.

Donna Leon, inwoner van Sta. Maria, en Bundespresident Ignazio Cassis.

De Bundespresident bevestigde in deze context tevens het bestaansrecht van Zwitserland: de wil van de 26 kantons en hun burgers om in de Confederatio Helvetica te wonen, die ze zelf hebben gesticht in 1848.

Ook de (reis) afstand tussen Genève en Müstair of Lugano en Basel verandert daar niets aan. Zwitserland is een Willensnation en geen creatie van buitenaf, hoezeer die ook invloed heeft gehad. De burgers en kantons hebben altijd het laatste woord, in 1815, 1848 en in 2022.

De Landsgemeinde bestaat in het kanton niet meer, maar de ingetogen, rustige en ietwat plechtige stemming en de directe contacten tussen inwoners en gemeentelijke, kantonale federale bestuurders zullen er enige gelijkenis mee hebben. Het was een bijeenkomst ‘op zijn Zwitsers’. Het land en zijn inwoners varen er wel bij.