Romeinse wegen en bruggen in Zwitserland

De Romeinse wegen- en bruggenbouwers waren bekwaam en veelzijdig. Hun constructie van wegen en bruggen was goed doordacht en optimaal aangepast aan de plaatselijke omstandigheden. Hun technische capaciteiten en opmetingen verbazen nog steeds. Veel moderne Europese bruggen en wegen verkeren na 80 jaar al in een slechtere staat!

De wegen werden, indien mogelijk, in een rechte lijn aangelegd en liepen langs hellingen en rivieroevers, door valleien, bergen en bergpassen. Bovendien maakten meren, rivieren en vlak land het mogelijk om veel wegen met elkaar te verbinden. Solide bruggen maakten het oversteken van (brede) rivieren mogelijk. Diverse bruggen staan er na 2000 jaar nog steeds.

Het oversteken van de Alpen was ook geen probleem. Zwitserland en Zuid-Tirol waren geen obstakels maar onmisbare assen – de belangrijkste en meest gebruikte verkeerswegen van zuid naar noord Europa ontwikkelden zich in dit Alpengebied. Het traject van de Via Claudia Augusta, die Italië met Augsburg (Augusta Vindelicum in de Provincia Raetia (secunda) verbond, is nog steeds in gebruik.

De Brennerpas en de Reschenpas in Zuid-Tirol, de Grote Sint-Bernardpas en Kleine Sint-Bernardpas in Wallis, en de Julierpas, Septimerpas, Malojapas en Ofenpas in Raetia (prima) in het huidige Graubünden waren in de Romeinse tijd de belangrijkste bergpassen in deze regio.

De Von Wattenwyl Gesprekken

Het eerste “Von Wattenwyl-gesprek” tussen de leiders van de regeringspartijen in het parlement en de nationale regering (Bunderat/Conseil fédéral) vindt dit jaar plaats op vrijdag 3 februari 2023 in het Beatrice von Wattenwyl-huis in Bern. De “Von Wattenwyl-gesprekken” zijn sinds 1970 een begrip.

De gesprekken gaan deze keer over buitenlands beleid en veiligheid, de economische situatie, energie, de relatie met de Europese Unie, migratie en de federale financiën.

Het Von Wattenwyl-gesprek vindt vier keer per jaar plaats over actuele onderwerpen. Deze gesprekken zijn in 1959 gestart om het zoeken naar consensusoplossingen in het concordantiesysteem (Konkordanzsystem/ système de concordance) te vergemakkelijken.

Het doel is met de vier partijen van de regering haalbare consensusoplossingen uit te werken sinds 1959 de “toverformule” (Zauberformel/ formule magique) in de samenstelling van de nationale regering bestaat.

Vanwege de directe democratie is een haalbaar compromis altijd een voorwaarde bij de totstandkoming en het verkondigen van besluiten van de federale regering.

Het huis Beatrice von Wattenwyl ligt in het historische centrum van Bern. Het is gebouwd in in 1446. Emanuel von Wattenwyl (1863-1934) schonk 1934 deze patriciërswoning aan de Zwitserse Confederatie namens zijn vrouw Beatrice, die vijf jaar eerder was overleden.

(Bron en verdere informatie: www.admin.ch)

Bourbaki in Verrières en Luzern

Op 1 februari 1871 sloten de Franse generaal  Justin  Clinchard (1820-1881) en zijn Zwitserse collega Hans Herzog (1819-1894) in de grensplaats Les Verrières (kanton Neuchâtel) de overeenkomst over de grensoverschrijding van het uitgeputte en verslagen Franse leger van 90 000 man met hun  paarden en karren (zie ook het Bourbaki Panorama in Luzern).

Het neutrale Zwitserland verklaarde zich bereid het leger onderdak te bieden op voorwaarde van ontwapening en  repatriëring naar Frankrijk.

Het Franse leger had op 28 januari 1871 gecapituleerd. De Franse keizer Napoleon III (1808-1873) was al op 2 september 1870 bij Sedan gevangen genomen, nadat hij  op 19 juni 1870 in een vlaag van overmoed of op basis van onjuiste adviezen Pruissen de oorlog verklaard.

Detail Bourbaki Panorama Luzern

Het Oost-Franse leger was echter geen deel van de capitulatieovereenkomst, maar moest voor de Duitse overmacht in de vrieskou en sneeuw van de Jurapassen naar Zwitserland vluchtten.

De Zwitserse bankier Henry Dunant (1827-1910) had in  1863 in  Genève het Rode Kruis opgericht. De opvang van het Franse leger en de duizenden gewonde en ondervoede soldaten was zijn eerste grote actie.

Op het Bourbaki Panorama in Luzern van Edouard Catres (1838-1902) is het Rode Kruis voor het eerst in actie te zien. Het passeren van de grens is afgebeeld op het panorama van 10 x 112 m (oorspronkelijk 14 x 112 m) uit 1881. Henri Dunant was ook van de partij, in Les Verrières en op het panorama in Luzern.

Panoramaschilderijen, als vorm van massamedia, worden tegenwoordig beschouwd als de voorlopers van cinema en als inspiratiebron voor hedendaagse mediale trends en digitale verhalen.

Er was grote solidariteit in Zwitserland en de tienduizenden soldaten en (onder) officieren kregen onderdak in alle in de winter bereikbare kantons. Deze enorme logistieke operatie (voeding, medische verzorging, onderdak) verliep zeer efficiënt  en binnen enkele maanden begon de repatriëring.

Voor een  dorp als Les Verrières en de jonge Zwitserse Confederatie (1848) was het een eerste humanitaire actie voor de Franse buurman. Bazel had de inwoners van Straatsburg al enorm gesteund in september en oktober 1870 bij het beleg door het Pruisische leger. Het monument op het plein voor het station van de SBB herinnert hieraan.

De Franse generaal Charles-Denis Bourbaki (1816-1897) maakte de grensoverschrijding op 1 februari niet mee. Als generaal van het verslagen leger had hij eind januari een mislukte zelfmoordpoging gedaan. Wel bleef zijn naam mede door het Bourbaki-Panorama aan deze gebeurtenis verbonden.

Ook de muurschildering uit 2014 in Les Verrières draagt deze naam. De generaal staat samen met de generaals Herzog en Clinchard afgebeeld samen met het Rode Kruis, de  Geneefse Conventie en de Zwitserse ‘deugden’ neutralité, humanité en hospitalité.

Het Bourbaki-pad in Les Verrières toont de route van  het Franse leger, het huis van het sluiten van de overeenkomst op 1 februari en de nasleep van deze gebeurtenis.

(bron en verdere informatie: www.bourbaki-verrieres.ch; www.bourbakipanorama.ch).

Bazel, Straatsburg Monument bij  het SBB station, als dank en erkentelijkheid van burgers van Straatsburg voor de humanitaire steun van Bazel tijdens de belegering van Straatsburg in september 1870

Les Verrières

De laatste Habsburger in Bazel

Eugen Ferdinand Pius Bernhard Felix Maria, de Erzherzog Von Habsburg (1863-1954) woonde van 1919 tot 23 mei 1934 in een suite in Hotel Les Trois Rois in Bazel. Hij was neef van Karl von Habsburg (1887-1922), de  laatste keizer van het Habsburgse Rijk. Beiden moesten na de verloren Eerste Wereldoorlog (1914-1918) in 1919 de nieuwe Oostenrijkse Republiek verlaten en gingen naar het neutrale Zwitserland.

Keizer Wilhelm II (1859-1941) van het in november 1918 ten onder gegane Duitse Rijk zocht en vond zijn toevluchtsoord in het tijdens de Eerste Wereldoorlog  eveneens neutrale Nederland.

De Duitse keizer verbleef tot aan  zijn dood in Huis Doorn en leidde een teruggetrokken leven. De laatste Habsburgse keizer ondernam echter twee mislukte pogingen om weer koning te worden van Hongarije.

De Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije was in 1918 ontbonden. De afgezette keizer was echter formeel nog wel koning van Hongarije. De geallieerden, de winnaars van de oorlog, zonden hem en zijn echtgenote na de tweede couppoging naar Madeira, waar hij in 1922 overleed.

Eugen, in de Basler volksmond “Der Erzi” genoemd, koos een andere weg dan deze twee keizers. Hij was niet politiek actief en een graag geziene verschijning in Bazel. Hij was een prominent lid van de streng katholieke Duitse Orde (Deutschritter- Orde) en derhalve, verplicht, vrijgezel.

De keuze voor Bazel vloeide enerzijds voort uit persoonlijke contacten, anderzijds uit de neutrale status van het land en de Duitse taal. Bovendien lag Bazel midden in Europa en was het een ideale plaats voor familiebijeenkomsten voor de Habsburgse ballingen.

Aartshertog of niet, hij moest zich gewoon melden bij de vreemdelingenpolitie:

“Dass er sich speziell in Basel aufhält, erklärt sich daraus, dass er ein grosser Freund der Wissenschaften, namentlich der Geschichte und auch der Musik ist, also von zwei Gebieten, auf welchen Basel viel zu bieten vermag. Er verbringt dann auch einen guten Teil seiner Zeit im Basler Staatsarchiv”.

(Erzherzog Eugen von Habsburg-Lothringen, Begleiterin Zoe Schildenfeld, Kammerdienaar Richard Schönwalder, Aufenthaltsort: Hotel Drei Könige. Grund der Aufenthaltsbewilligung: wissenschaftliche und historische Studien (Fremdenpolizei des Kantons Basel-Stadt, 1920, Staatsarchiv Basel-Stadt, Sig. PD-REG 3a 27649)

Hotel Les Trois Rois

Les Trois Rois was dan ook het oord van vele familiebijeenkomsten, waarbij onder anderen Otto von Habsburg (1912-2011), de zoon van het laatste keizerspaar, en Maria Christina von Österreich (1858-1929), Eugen’s zus en Koningin van Spanje, aan deel namen. Het eeuwenoude hotel ( de oorspronkelijk naam was Drei Könige) kreeg weer een vleugje royalty.

Als de ware monarch bewoog Eugen zich niet alleen in de Basler High Society, de “ Daig” (de dijk, genoemd in de volksmond naar de wijk St. Alban), maar tussen alle inwoners. De zeker voor die tijd en voor Zwitserland boomlange Eugen (ruim 1.93) was dan ook niet te overzien.

Hij reisde met de tram, hij was aanspreekbaar voor voorbijgangers, marktkooplieden of arbeiders, at geregeld buiten zijn hotel en was een trouwe bezoeker van de Fasnacht en de Morgestraich om 04.00 maandagmorgen bij de St. Martinskirche. In het Calvinistische Bazel maakte en had de gelovige katholiek veel vrienden en een rijk cultureel en sociaal leven.

De celibatair had in deze periode ook een trouwe metgezel, de schrijfster Zoe von Schildenfeld (1890-1981). Aan haar in 1963 in Innsbruck verschenen boek “Erzherzog Eugen, 1863-1963: ein Gedenkbuch” is de informatie en details over zijn tijd in Bazel te danken.

Dan wordt het echter 1933. In Duitsland kwamen de Nationaal-Socialisten aan de macht. De situatie in Oostenrijk wordt steeds instabieler. In 1934 grijpt Engelbert Dolfuss (1892-1934) de macht en vestigt een autoritair-katholiek regime.

Eugen krijgt toestemming terug te keren naar Oostenrijk. Op 23 mei 1934 vertrekt zijn trein (hij reisde tweede klas!) naar Wenen, uitgeleide gedaan door een bekende Fasnacht-clique met piccolo’s en tamboerijnen. De hoogste eer voor een buitenlander.

De reden voor zijn vertrek was onder andere zijn zorg over het opkomende Nazisme. Hij was een uitgesproken tegenstander van dit regime in Duitsland en vreesde voor de toekomst van Oostenrijk. Als prominente Oostenrijkse burger wendde hij, tevergeefs, zijn invloed aan het tij te keren.

De Gestapo arresteerde hem na de Anschluss (maart 1938) en plaatste hem onder huisarrest. Zijn status beschermde hem  voor erger. Na de oorlog vestigde hij zich in Merano (Italië’, tot 1919 het Oostenrijkse Zuid Tirol).

In deze regio voerde hij als veldmaarschalk het bevel over de keizerlijke troepen. Hij bezocht na Bazel regelmatig. Hotel Les Trois Rois, de “Daig” en de inwoners verwelkomden hun gast altijd hartelijk.

De cirkel was dan ook bijna rond. In de dertiende eeuw wilden de opkomende Habsburgers Bazel de belangrijkste residentie  maken van hun ontluikende imperium. De burgerij dacht er echter anders over en wilde de (financiële) last en militaire aanwezigheid van een keizerlijke residentie juist niet.

De stad was in feite, achteraf gezien, al op weg een republikeins kanton te worden en ook in andere delen van de latere Eidgenossenschaft was er verzet tegen de Habsburgse heersers. Het vervolg, inclusief de nederlagen van Habsburg in 1315, 1386, 1415, 1460 en 1499, is bekend. Bazel werd in 1501 lid van de Eidgenossenschaft. De Reformatie verdreef de prins-bisschop en zijn adellijke gevolg vanaf 1527.

Habsburg en hun heersers speelden vanaf deze jaren geen politieke rol meer in Bazel en bezochten de stad niet meer, tot juni 1919.

Bron: Zoe von Schildenfeld (1890-1981), Erzherzog Eugen, 1863-1954: ein Gedenkbuch, Innsbruck, 1963

De federale regering

Dit artikel is een sterk vereenvoudigde samenvatting van de samenstelling van de regering op federaal niveau. In volgende bijdragen komen het functioneren van het wetgevings- en besluitvormingsproces en de werkwijze van de regering aan de orde (Art. 174-179 Grondwet).

Organisatie

De federale  regering (Bundesrat, Conseil fédéral, Consiglio federale, Cussegl federal) bestaat uit zeven bondsraden (Bundesräte/Bundesrätinnen) of ministers, zoals vastgelegd in de Grondwet van 1848.

De bondskanselarij (Bundeskanzlei, Chancellerie fédérale, Cancelleria federale, Chanzlia federala) ondersteunt de regering en wordt geleid door een kanselier.

De regering en de kanselier worden door de Verenigde Vergadering van beide kamers na de verkiezingen voor een periode van vier jaar gekozen. Tot zover wijkt de regering niet fundamenteel af van andere democratieën.

Schijn bedriegt echter. In vele opzichten verschilt deze regering wezenlijk van andere klassieke parlementaire of presidentiële systemen.

Een uitzonderlijk systeem

In de eerste plaats is het aantal ministers en ministeries in de Grondwet vastgelegd. Dit aantal is sinds 1848 onveranderd, niet meer, en niet minder.

Wel is, uiteraard, het aantal taken per ministerie met name sinds 1945 enorm toegenomen. Dit komt in een volgend artikel aan de orde. De zeven ministers leiden ieder een departement (ministerie): Departement für auswärtige Angelegenheiten, Departement des  Innern, Justiz- und Polizeidepartement, Finanzdepartment, Departement für Verteidigung, Bevölkerungsschutz und Sport, Departement für Wirtschaft, Bildung und Forschung und Departement für Umwelt, Verkehr, Energie und Kommunikation.

Taken

Veel belangrijke onderwerpen worden (uitsluitend of grotendeels) door de kantons en gemeentes geregeld, zoals sociale wetgeving, onderwijs, ziekenzorg en belastinginning.

De grondwet zegt nadrukkelijk dat de federale overheid uitsluitend taken heeft, die niet onder de kantons of gemeentes vallen. De centrale federale administratie telt dan ook maar rond de 40 000 ambtenaren op een bevolking van ruim acht miljoen inwoners.

Functioneren

Een tweede opvallende aspect is dat de regering of individuele ministers niet door het parlement afgezet kunnen worden. Aan de andere kant kan  de regering geen vervroegde verkiezingen uitschrijven en het parlement ontbinden. Het klassieke onderscheid tussen regering en oppositie bestaat eigenlijk niet.

Sterker nog, door de directe democratie kunnen leden van regeringspartijen zelf in de oppositie gaan. Uiteraard bestaat wel het principe dat iedere federale wetgeving of besluit de toestemming moet hebben van de beide kamers van het parlement en, eventueel, van  het volk (de zogenaamde directe democratie, zie voorgaande artikelen). Een ander opvallend kenmerk is collegialiteit.

Collegialiteit

De regering spreekt, in theorie, naar buiten met één stem. Onderlinge verschillen zijn er wel, ook in verband met de verschillende ministeries en politieke voorkeur, maar horen niet naar buiten te komen (Kollegialprinzip). Meestal duurt het overleg zo lang tot er overeenstemming is tussen de leden van de regering. De consensus is om deze reden een ander belangrijk kenmerk.

De gelijkstelling van alle leden van de regering komt ook tot uiting door het ontbreken van een premier of eerste minister. Alle leden zijn gelijkgerechtigd en gelijkwaardig.

Het (staats) hoofd (Bundespräsident(in), Président(e), President(e), President(a)) wordt jaarlijks door de beide kamers van het parlement gekozen uit de zeven bondsraden voor de periode van maximaal één jaar, de primus/prima inter pares.

De enige ongelijkwaardigheid is protocollair van aard. In de regeringszaal of bij officiële bijeenkomsten/foto’s zit de president (e) in het midden, rechts geflankeerd door de vice-(president(e) en daarna in volgorde van anciënniteit.

Concordance systeem en Toverformule

Ook de samenstelling van de regering is opmerkelijk en er is zelfs sprake van een wereldrecord. Sinds 1848 is de Vrijzinnig-Democratische Partij (FDP) onafgebroken lid van de regering, tot 1891 zelfs als enige partij.

Vanwege het systeem van absolute meerderheid per kiesdistrict  (het Majorzsystem) had deze partij lang de absolute meerderheid in het parlement, dat op basis van algemeen kiesrecht voor mannen werd gekozen.

Bovendien bestonden tot 1880 nog geen andere moderne partijen. Daarna ontwikkelden zich de Katholiek-Conservatieve (CVP, tegenwoordig Mitte),  de Sociaal-Democratische (tegenwoordig de SP) en de Boeren-, Ondernemers- en Burgerpartij , de BGB (Tegenwoordig de SVP).

Met name door de directe democratie en de invoering van het facultatieve referendum in 1874 en het Volksinitiatief in 1891 dwongen referenda de FDP macht en een minister van de CVP in 1891 toe te laten.

Het Volksinitiatief leidde in 1919 ook tot het proportionele kiessysteem (Proporzsystem) voor het parlement op basis van algemene verkiezingen, overigens alleen voor mannen.  Spoedig daarna, in 1919, kwam er dan ook een tweede minister van de CVP,  in 1929 een minister van de BGB en in 1943 en 1951 twee ministers van de SP.

Hieruit hebben zich het Konkordanzsystem en de Zauberformel ontwikkeld. De regering bestaat uit een vaste verdeling van de grootste vier partijen: FDP, SP, CVP ieder twee ministers en de SVP een minister.

Na 2003 veranderde dit in twee zetels voor de SVP en een zetel voor de CVP, een aardverschuiving voor Zwitserse begrippen. Grote verkiezingswinsten en gewonnen referenda van de SVP lagen ten grondslag aan deze verandering.

Nieuwkomers met (veel) succes, zoals sinds ongeveer tien jaar de Groene Partijen, komen op basis van het aantal zetels in het parlement niet vanzelfsprekend in de regering. Daarvoor zijn meerdere opeenvolgende verkiezingssuccessen  voor nodig.

In het meertalige en  multiculturele Zwitserland vindt de verdeling van de ministeries plaats op basis van taal, kanton en tegenwoordig geslacht. De huidige samenstelling is vier Duitstalige, twee Franstalige en een Italiaanstalige minister.

Conclusie

Dit systeem heeft ook zijn gebreken en aanpassingsbehoefte, maar het waarborgt stabiliteit, het voorkomen van de waan de dag, de opkomst van de sterke man of vrouw en extremistische partijen en garandeert vooral het altijd zoeken naar het compromis en consensus, mede onder druk van de directe democratie en daardoor contact met burgers, ondernemers en alle maatschappelijke organisaties en geledingen.

(Bron en verdere informatie: A. Vattel, der Bundesrat, Zürich. 2021; G. Malinverni, M. Hottelier, M. Hertig Randall, A. Flückiger, Droit constitutionnel suisse, Volume I, L’Etat, Bern 2021; www.admin.ch).

Celerina, Rhätische Bahn en Cresta Palace Hotel

Celerina/ Schlarigna in het Retoromaans (kanton Graubünden, Oberengadin) verschijnt voor het eerst als “Ad Slatannum” in een document uit 1139 en verwijst naar de locatie: “bij de beek Schlattain”, waarbij Schlattain de beek uit het dal (Val) Saluver is.

In 1139 verwierf Konrad I van Bibberig, bisschop van Chur van 1123 tot 1144, het gebied van Zuoz tot Silvaplana. De bisschop liet een kelder (cellarium in het Latijn, schler in het Reto-Romaans, wat leidde tot het huidige Schlarigna en het Duitse Celerina) bouwen op wat nu het grondgebied van Celerina is. De kerk van San Gian  werd gebouwd rond 1300.

In 1538 werden de gemeenten Samedan, Bever, Celerina, Pontresina en andere gesticht. Vanaf die tijd was er de “gemeente Celerina”.

In 1631 vielen talrijke huizen ten prooi aan de vlammen. Het opschrift “gebouwd in (of na) 1631” is te zien op de vele met sgraffiti versierde gevels vanwege de herbouw!

Rond 1900 begonnen de werkzaamheden aan de spoorlijn van Thusis naar het eindpunt in Celerina. Er moesten 39 tunnels worden geboord en 55 bruggen en viaducten worden gebouwd over woeste kloven en woeste rivieren. De Albula-lijn reed voor het eerst in 1903, maar niet naar het mondaine St. Moritz, maar naar het rustige Celerina. Pas een jaar later was ook St. Moritz per spoor bereikbaar.

In 1906 begon de aanleg van nog een spoorlijn, deze keer niet door maar over de Alpen: de Bernina-lijn loopt van St. Moritz via Celerina naar de Berninapas en naar Tirano in Italië.

Olympische Bob Run St. Moritz-Celerina en de Cresta Run (skeletonbaan)

Celerina deelt met St. Moritz niet alleen het skigebied, maar ook de beroemde Olympische Bob Run St. Moritz-Celerina en de Cresta Run (skeletonbaan). De bestemming van beide ijsbanen, die in St. Moritz beginnen, is al meer dan 100 jaar Celerina.

Het prachtige Cresta Palace Hotel is geopend in 1906. Omdat veel Engelsen hun vakantie in het Engadin doorbrachten, waren faciliteiten voor paardenraces, tennis en golf een must. Er werden Engelse kampioenschappen gehouden, en in de winter waren er wedstrijden op de bobsleebaan en de Cresta Run. Wintersporten als skiën, rodelen, schaatsen en curling werden steeds populairder.

In 1912 werd een nieuw gebouw met nog eens 100 bedden in gebruik genomen. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) veranderde de situatie dramatisch. De beurskrach in 1929, de daaropvolgende economische crisis en de Tweede Wereldoorlog (1939-1941) maakten een einde aan de opleving van het toerisme tot 1960.

In 1966 werd een nieuwe zaal met zwembad in gebruik genomen, in 1990 werd de keuken gerenoveerd, in 1998 is de authentieke Art Nouveau zaal onder handen genomen en in 2006 is het nieuwe wellness centrum geopend.

In 2022 schrijft het Cresta Palace weer geschiedenis en zet een nieuwe mijlpaal van deze hotellegende. In deze renovatie zijn ongeveer 40 kamers gerenoveerd en opnieuw ingericht in de geest van de esthetiek en elegantie van de Art Nouveau.

Bij de herinrichting van de kamers en suites is bijzondere aandacht besteed aan details en zijn karakteristieke elementen van Art Nouveau vertaald naar het moderne tijdperk met inachtneming van een moderne hotelkamer en – suite.

De sfeer en inrichting van de Belle Epoque zijn nog steeds aanwezig, kwaliteit is de norm en de natuur is nog net zo betoverend als 100 jaar geleden met de San Gian als trouwe wachter bij de ingang van het dorp.

Quelle: www.engadin.ch; das Cresta Palace Hotel

Galerie Turo Pedretti

 

Samedan, Toerisme, Politiek en Golf

Het dorp Samedan (kanton Graubünden, Oberengadin) wordt voor het eerst vermeld in 1139 naar aanleiding van de verkoop van land in Oberengadin door de graven van Gammertingen aan de bisschop van Chur.

De graven van Gammertingen, waarvan het thuisland ten noorden van de Donau in Zwaben lag, hadden destijds veel bezittingen het huidige Graubünden. Ze waren geen uitzondering. Als deel van het Heilige Roomse Rijk en de Duitse koningen en keizers waren ook andere Duitse geslachten aanwezig in het gebied van het huidige Zwitserland. De graven van Bregenz waren een ander machtig geslacht in deze periode.

Samedan werd een onafhankelijke gemeente in 1538. Op dit moment was Graubünden nog de Freistaat der Drei Bünde, die in 1524 was gesticht. Samedan maakte deel uit van de Gotteshausbund.

St.Peter Kirche met laatste rustplaats van de familie Von Planta

Samedan was ruim twee eeuwen verwikkeld in een concurrentiestrijd met Zuoz voor de belangrijkste plaats in Oberengadin. In de 19e eeuw werd Samedan erkend als hoofdstad van het Oberengadin. Sociaal en politiek speelden de familietakken von Salis en von Planta een belangrijke rol. St. Moritz was toen nog een boerendorp met een paar honderd inwoners.

Zij drukten niet alleen hun stempel op de geschiedenis van Graubünden, maar ook op die van Zwitserland in de 18e/19e eeuw. Hun rijkdom en macht zijn ook nu nog zichtbaar in de prachtige patriciërshuizen, ware stadspaleizen.

Grand Hotel Bernina

De Herz-Jesu-Kirche

De dorpskerk. Oorspronkelijk een Romaanse kerk uit de 13e eeuw. Herbouwde en uitgebreide laatbarokke kerk rond 1700.

De toren. 12e eeuw

Geschiedenis werd ook geschreven door de hoteliersfamilie Badrutt uit Samedan. Zij bouwde in St. Moritz een hotelimperium vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw.

Het legendarische Badrutt’s Palace is nog steeds prominent aanwezig. Naar alle waarschijnlijkheid is in dit hotel in Zwitserland voor het eerst bridge in de jaren 1920. In ieder geval vond Europa’s oudste particuliere internationale bridgetoernooi mede in dit hotel plaats vanaf 1941.

Samedan werd ook een belangrijke toeristische trekpleister. In 1893 werd hier de oudste golfbaan van Zwitserland geopend. In 1903 kwam de eerste trein uit Chur in Samedan aan met de beroemde Räthische Bahn. Het toerisme floreerde, tot 1914.

Bron en verdere informatie: www.engadin.ch

Paracelsus (1493-1541), muurschildering in Samedan.

Karel de Grote en Samedan

Karel de Grote is de belangrijkste heerser van de Karolingische dynastie. Hij werd geboren in 747 of 748, bereikte de keizerlijke waardigheid in Rome in de kerstdagen van het jaar 800 en stierf in Aken op 28 januari 814.

In en rond de kerk van San Peter in Samedan liggen, zo gaat het verhaal, meer dan 30 afstammelingen van Karel de Grote begraven, meer dan waar ook. Feit is in ieder geval de Karel prominent aanwezig was in de jaren 774 in deze regio vanwege zijn veldtocht tegen de Longobarden.

Meer dan de helft van de grafstenen in en rond de kerk van San Peter zijn gewijd aan familieleden van de Von Plantas.

De machtige dynastie Von Planta leverde in de late middeleeuwen en daarna de belangrijkste politieke, militaire en religieuze leiders in Graubünden en hun stamboom gaat, wellicht, ook terug tot Karel de Grote. Feit of fictie, het zegt wat over het prestige van deze keizer in deze regio.

Bron: Kirche San Peter Samedan

Bisschoppelijk hof en Totentanz van Chur

De eerste door bronnen bevestigde bisschop in Zwitserland is de heilige Theodor van Martigny (kanton Valais). Hij was in 381 aanwezig bij het concilie van Aquileia en in 393 bij een synode in Milaan. Genève was aan het einde van de vierde eeuw al een bisdom met Isaak als eerst bekende bisschop in het jaar 400.

De eerste bekende bisschop van Chur (Curia in het Latijn, de hoofdstad van de Romeinse provincie Raetia Prima) is Asinio, die in het jaar 451 wordt genoemd. Het bisdom Chur behoorde tot 843 bij het aartsbisdom Milaan.

Door het Verdrag van Verdun (de opdeling van het Karolingische Rijk in drie zelfstandige koninkrijken) hoorde het bisdom vanaf 843 bij het aartsbisdom Mainz.

De omvang van het bisdom kwam in grote lijnen overeen met de Romeinse provincie Raetia prima en strekte zich uit tot het huidige kanton Graubünden, Liechtenstein, Oostenrijk (Voralberg en Tirol)) en Italië (Zuid-Tirol of Vinschgau). Het grondgebied van het bisdom kreeg in de middeleeuwen de naam Churrätien of Rätien.

Huis de Obere Spaniöl, 17e eeuw

Het bisschoppelijk complex in Chur bestaat uit het paleis, de kathedraal St. Maria Hemelvaart (St. Mariae Himmelfahrt) en de woonhuizen voor het kapittel, de Domheren. Een deel van het bisschoppelijk  paleis is in gebruik voor het Domschatzmuseum. Het andere deel wordt gerenoveerd en daarna opengesteld voor het publiek. Het door middeleeuwse muren omgeven complex ligt op een rots ongeveer 20 meter boven de oude stad.

Bisschoppelijk paleis. Foto: Alice das Neves Photography

1600 jaar kerkhistorie

Chur is een van de oudste bisschopssteden ten noorden van de Alpen. Bovendien is de liturgische kunstschat vrijwel intact overgeleverd, ondanks de reformatie van Chur in 1527 en de permanente spanning tussen het protestante stadsbestuur en burgerij en de katholieke enclave van het bisschoppelijke hof.

Deze situatie is te vergelijken met St. Gallen. Ook deze stad veranderde van geloof in 1524 en 1525. De eeuwenoude abdij kwam er echter minder goed vanaf dan de kathedraal in Chur.

Veel liturgische objecten werden verkocht, verwoest of geplunderd. St. Gallen kende zelfs een van de eerste politieke muren van Europa: een muur scheidde het territorium van de abdij midden in de stad van de rest van de protestante stad.

Terug naar Chur. De eerste voorganger van de kathedraal van Chur is in de vijfde eeuw gebouwd, wellicht tijdens bisschop Asinio. Archeologisch onderzoek heeft een andere voorganger uit de achtste eeuw aan het licht gebracht, de zogenaamde Tellokirche uit de periode 750-760. Bisschop Tello was de laatste telg uit het Rätische heersersgeslacht van de Zacconen of Viktoriden. De huidige laat-Romaanse kerk is op 19 juni 1272 ingewijd na een bouwperiode van 120 jaar.

Het intacte Romaanse beeldhouwwerk, de decoraties en kapitelen, in latere eeuwen aangevuld met gotische en barokke elementen, zijn bij de best bewaarde van Europa. De gotische fresco’s zijn waarschijnlijk het werk van de Rhäzuns Meester in de stijl van de Waltensburger Meester.

Het Premonstratenzer St. Luzius klooster is gesticht in 1149. St. Luzius en  St. Florinus zijn de patroonheiligen van het bisdom. De eerste bouw van het complex dateert uit de achtste eeuw als Karolingische kerk.

De Karolingische crypte is behouden. Grafplaten van leden van de dynastie van de Zacconen uit de achtste eeuw zijn bewaard gebleven. Deze Rätische dynastie stierf in 765 uit, waarna Karel de Grote (748-814) Frankische abten en vanaf 806 graven als wereldlijke heersers benoemde.

De nabijgelegen parochiekerk St. Martin is evangelisch-gereformeerd en wordt al rond 800 genoemd. Het geeft de geïsoleerde positie aan na de reformatie in 1527 van het een paar honderd meter verderop gelegen bisschoppelijke hof.

St. Martinskirche en de heilige Martinus

Het Domschatzmuseum in het voormalige barokke bisschoppelijke paleis is niet alleen een museum, maar ook een opbergplaats voor liturgische objecten die nog steeds gebruikt worden. Het tonen van het triomfkruis uit de 13e eeuw is met Pasen bijvoorbeeld een van de vaste onderdelen van de liturgie.

Foto: Ralph Feiner

Het triomfkruis

De Totentanz

Sinds 2020 zijn bovendien de wereldberoemde 25 intacte afbeeldingen van de Totentanz uit 1543 in de wijnkelder van het paleis te zien. Ze zijn gemaakt op basis van houtsnedes van Hans Holbein de Jongere (1498-1543). Deze unieke serie hing tot 1882 in het paleis. Na een verblijf in het Rätische museum zijn ze weer terug van weggeweest.

Foto: Ralph Feiner

Deze reeks bestaat uit grisailles (de anonieme schilder gebruikte uitsluitend grijze, zwarte en witte kleuren) in vakwerk van drie rijen met een lengte van 15 meter en een hoogte van 3.40 meter.

(Bron en verdere informatie: Domschatzmuseum Chur)

Impressies van de kathedraal. Hierboven St. Luzius en St. Florinus vensters

Willem van Oranje, Genève en de Muur van Hervormers

Willem van Oranje (1533-1584) was volgens een meerderheid van Nederlanders in 2012 de meest invloedrijke persoon uit de vaderlandse geschiedenis. Het is echter niet om deze reden dat hij in Genève op ‘Le Mur des Réformateurs of Le Mur de la Réforme’ als Guillaume Le Taciturne wordt vermeld.

Zijn protestantisme en verzet tegen de katholieke Spaans-Habsburgse keizer Filips II (1527-1598)  is de reden. Genava, de Keltische en Romeinse naam van de stad, was het centrum van het Calvinisme in de periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

“Le 26 juillet 1581 les Etats-Generaux reunis a la Haye adpotent la déclaration d’indépendance des Provinces-Unies”:

“D’ondersaten zyn niet van Godt gheschapen tot behoef van den Prince om hem in alles wat hy beveelt weder het goddelick oft ongoddelick recht oft onrecht als slaven te dienen, maer den Prince om d’ondersaten wille sonder dewelcke geen Prince is om deselve met recht ende redene te regeeren”. 

Deze muur is in 1909 gebouwd om de vijfhonderdste geboortedag te herdenken van Jean Cauvin (1509-1564), beter bekend als Jean Calvijn. Calvijn vluchtte in 1535 vanuit Frankrijk naar het relatief tolerante Bazel, de woonplaats van de op dat moment zieke Desiderius Erasmus (1467-1536).

Bazel was in de jaren 1527-1529 overgegaan tot het protestante geloof onder leiding van de hervormer Johannes Oekolampad (1482-1531). Erasmus ontvluchtte 1529 Bazel vanwege de reformatie en ging naar het katholieke Freiburg (Baden). Vlak voor zijn dood keerde hij naar zijn geliefde Bazel terug om in 1536 vlakbij de hervormer Oekolampad in de protestante Münster zijn laatste rustplaats te vinden.

Het is niet bekend of waarschijnlijk dat Calvijn de zieke Erasmus heeft ontmoet. Wel publiceerde Calvijn in Bazel zijn ‘Institution de la religion chrétienne’ in 1536. Kort daarop vertrok Calvijn naar Genève, dat in 1536 ook protestants was geworden. Hij werkte in deze stad samen met de hervormer Guillaume Farel (1489-1565). Farel was de drijvende kracht achter het protestantisme in het in die tijd Franse katholieke prinsdom Neuchâtel.

Calvijn was echter te dogmatisch voor het bestuur van Genève en hij vertrok naar het protestante Straatsburg (in die tijd nog een onafhankelijke Rijksstad in het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie). Calvijn was daar predikant voor protestante Franse vluchtelingen.

In 1541 keerde hij terug naar Genève om van daaruit de Calvinistische leer te verspreiden. Hij maakte van Genève binnen enkele jaren een protestants ‘Jeruzalem’, een heilige stad van de reformatie. Hij publiceerde talrijke boeken en geschriften in het Latijn en Frans, hij stichtte de academie voor predikanten, de voorloper van de huidige universiteit, en het Auditorium Calvin. De stad groeide van 10 000 inwoners in 1535 tot ruim 23 000 in 1562, waaronder veel Nederlandstaligen.

En hij was vooral in permanent conflict met andere protestante theologen en hervormers van het eerste uur, onder andere met Martin Luther (1483-1546) en Sebastian Castellio (1515-1563). Calvijn was een dogmatische scherpslijper en niet tolerant, zoals een huidige tentoonstelling in de universiteitsbibliotheek van Bazel toont.

Calvijn en niet Willem de Zwijger was wellicht de meest invloedrijke persoon in de Nederlanden aan de vooravond van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) tegen Spanje.

Het Calvinisme werd de dominante religie in de Unie van Utrecht en bleef dat eeuwenlang. Om deze reden heeft Willem de Zwijger met naam en toenaam een ereplaats op de ‘Mur des Réformateurs’. Hij is in gezelschap van de vier belangrijkste Calvinisten, die centraal staan afgebeeld: Jean Calvin, Guillaume Farel, Théodore de Bèze (1513-1605) en John Knox (1513-1572).

Andere personages op de ruim honderd meter lange muur aan de voet van de oude stadsmuur zijn, van links naar rechts: Gaspard de Coligny (1519-1572), Willem de Zwijger, Frederick-Wilhelm van Brandenburg (1620-1688), Roger Williams (1603-1684), Oliver Cromwell (1599-1658) en Etienne (István) Bocskai (1557-1606).

De muur begint aan de linkerhoek met een melding van de officiële datum van de reformatie op 21 mei 1536, een beslissing van het stadsbestuur en de stemgerechtigde burgers van de stad. De muur besluit met de datum 12 december 1602.

In deze nacht probeerde Charles-Emmanuel (1562-1630), de katholieke Hertog van Savoie, met steun van de verdreven bisschop van Genève tevergeefs de stad te veroveren. Deze gebeurtenis heeft de naam ‘L’Escalade’ vanwege de ladders die de aanvallers gebruikten. Het is nog steeds een feestdag, vergelijkbaar met het ontzet van Leiden op 3 oktober 1572.

Tussen alle protestante personages en de data 1536 en 1602 staat echter ook een Engelse koning vermeld, en wel de Prins van Oranje, Willem III (1650-1702), Koning van Engeland van 1688-1702. Hij is afgebeeld met zijn echtgenote Mary Stuart (1662-1694), Koningin van Engeland.

Le 13 février 1689 Guillaume Prince d‘Orange et Marie son épouse fille ainée de Jaqcues II appellés au trône d’Angleterre acceptèrent la couronne et la déclaration de droits fondementals de la monarchie constitutionelle. Les Lords et les communes présentent a Guillaume et à Marie la déclaration des droits d’Anglais.

The Lords spiritvall land temporall and commons being now assembled in a full and free representative of this nation doe for the vindicating and asserting their ancient rights and liberties declare: that the pretended power of suspending of laws by regall authority without consent of parlyament is illegall…That levying money without grant of parlyament is illegall…That election of members of parlyament ought to be free. The Bill of Rights.

Hoewel hij in Nederland niet wordt erkend als een groot staatsman, wordt hij in Genève (en andere protestante kantons, in het Verenigd Koninkrijk en zelfs in Frankrijk), als de belangrijkste politieke en militaire tegenstander van de agressieve Zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715) beschouwd.

Twee Oranjes op een ereplaats in Genève is geen slechte score. In Nederland zoekt men echter vrijwel vergeefs naar eerbetoon voor Willem III.