De Wakkerpreis 2023

De Organisatie voor behoud van het Zwitserse culturele erfgoed (der Schweizer Heimatschutz) kent jaarlijks de Wakkerpreis toe. Deze prijs wordt toegekend aan gemeenten die bijzondere prestaties leveren op het gebied van stads- en dorpsontwikkeling.

De stad Lichtensteig (kanton St. Gallen) krijgt de Wakkerpreis 2023. Eeuwenlang was de stad het welvarende stedelijke centrum in het landelijke Toggenburg. Hier vond de regionale handel plaats en de productie voor de nationale en internationale markt.

Toggenburger Museum

De lokale economie raakte in de jaren zeventig in een crisis: honderden banen in de industrie, de handel en de dienstensector verdwenen en de bevolking bleef tot voor kort krimpen. Politici, bevolking en ondernemers ontwikkelden nieuwe innovatieve projecten om de leegstaande ruimtes nieuw leven in te blazen.

Sindsdien positioneert Lichtensteig zich als “mini.stad” – een zelfbewuste kleine stad op het platteland die goedkoop ruimte biedt om eigen visies en ideeën te realiseren. De stad steunt initiatieven die oude bedrijfsterreinen nieuw leven inblazen.

De “Mini.Stadt”-strategie is geen project voor de korte termijn maar een proces dat in gang is gezet. De stad heeft onlangs een visie en strategie voor ruimtelijke ontwikkeling tot 2050 vastgesteld. De geformuleerde doelstellingen bieden mogelijkheden voor gebruik van de oude stad en gebieden aan de rand en langs de hoofdwegen.

(Bron en verdere informatie: der Schweizer Heimatschutz)

De twee torens van de San Gian

De eerste vermelding van de kerk van San Gian (Sint Johan) in Celerina (Schlarigna in de Romaanse taal, kanton Graubünden) dateert  uit 1320. In 1478 vonden de uitbreiding van het schip naar het westen, het gewelf van het koor en de bouw van de nieuwe toren plaats.  Op 10 juni 1682 sloeg de bliksem in de grote toren. Het dak van de toren en de klok zijn er sindsdien niet meer.

Deze kerken zijn weliswaar klein, maar hebben door hun ligging op een verhoging monumentale uitstraling. In heel Graubünden zijn ze te zien. De kerk heeft niet alleen een prominente ligging, maar ook twee torens en een opmerkelijk interieur.

De kleinste, Romaanse toren is rond 1300 gebouwd. De kerk was toen nog naar het oosten gericht. In 1478 vond er een vergroting van de kerk plaats en ze werd meer naar het westen gedraaid. De Romaanse toren werd in dit nieuwe geheel geïntegreerd. Pas in 1520 was de bouw van de nieuwe laatgotische toren klaar.

Deze stond wel op de juiste plaats van de gedraaide kerk. De Romaanse toren kon echter niet meer verwijderd worden zonder de nieuwe kerk aan te tasten. Om deze praktische reden bleef hij staan.

Wellicht was het de voorzienigheid, want in 1682 vernietigde blikseminslag het dak en de klok van de nieuwe toren. Deze is niet meer hersteld, omdat het dorp 1665 een toren met klok in het centrum had gebouwd.

De buitenkant van de San Gian is sober. Het interieur is echter uniek. Het houten plafond uit 1478 is een van de fraaiste en best bewaarde van het kanton, samen met de dorpskerken in Pontresina en Bergün/Bravuogn.

Het wapen van brandend hout van de heren van Brandis

De Bisschop van Chur, Ortlieb van Brandis,  heer van Brandis van Maienfeld, liet zijn familiewapen en het wapen van de Gottesnhausbund (de steenbok) en zijn wapen (steenbok en brandend hout) als bisschop Ortlieb van Brandis in het plafond aanbrengen. Het kasteel van Brandis heeft overigens een fresco van de Waltensburger Meister.

De kerk heeft ook een aantal fresco’s uit de vijftiende eeuw. In de reformatie zijn deze wilt overgekalkt en mede daardoor in redelijke goede staat.

Quelle: R. Muggli, O. Emmenegger, Kirche San Gian bei Celerina/Schlarigna, Bern 1993

De beroemdste inwoner van Celerina, de Bondspresident Anton Ganzoni

Pontresina

Het gebied rond Pontresina (Kanton Graubünden) was reeds in de Bronstijd bewoond. Opgravingen in Val Languard wijzen op 8 000 jaar oude nederzettingen.

Na de verovering door de Romeinen (15e v. Chr.) vermengde het vulgaire Latijn zich met de  Raetische talen. Dit leidde tot de ontwikkeling van de verschillende Romaanse idiomen en dialecten in het kanton Graubünden. In Pontresina wordt Puter gesproken.

De eerste vermelding van Pontresina is in een document van 22 januari 1139, toen de plaats onder de heerschappij  van het bisdom Chur viel.  Het Oberengadin nam als één gemeente deel aan de oprichting van de Gotteshausbund in Zernez in 1367.

Pontresina ligt aan de voet van de Berninapas en de hoogste berg van Graubünden, Piz Bernina (4 049 m). Reeds in de Middeleeuwen was er een druk hansdels- en personenverkeer over de Berninapas.

In 1526 werd Pontresina de eerste gemeente in het Oberengadin die het gereformeerde geloof aannam.

St. Maria kerk en de Spaniolaturm

Museum Alpin

Grand-Hotel Kronenhof

Die Rhätische Bahn

Dankzij de goede bereikbaarheid, het gezonde klimaat en de groei van het alpinisme ontwikkelde Pontresina zich vanaf 1850 snel tot een vakantie- en kuuroord. De aanleg van de Berninaweg van 1842 tot 1864 heeft hieraan bijgedragen, evenals de aansluiting aan de Rhätische Bahn in 1908.

(Bron: www.gemeinde-pontresina.ch).

De Morteratschgletsjer van Pontresina

Pontresina (kanton Graubünden) heeft weliswaar niet de (toeristische en olympische) status van het nabijgelegen St. Moritz, maar het dorp ligt aan de voet van de grootste gletsjer en de hoogste berg van het kanton.

Overigens is de grandeur niet beperkt tot deze natuurlijke fenomenen. Ook Pontresina heeft haar Grand Hotels en een roemruchte Belle Epoque periode gekend.

Palace Hotel, tegenwoordig Hotel Walther

Grand-Hotel Walther

Het feeërieke landschap (in alle jaargetijden) is bovendien de habitat van ongeveer steenbokken, ongeveer 1 800! van het kanton. En dan te bedenken dat de steenbok een eeuw geleden vrijwel was verdwenen. Met een beetje hulp van de mens heeft de natuur zich echter ook in deze regio relatief snel hersteld.

Begin van het Gletscherpfad vanaf het roemruchte hotel-restaurant Morteratsch naar de gletsjer

De Alp-Schaukäserei Morteratsch

Der Wasserfallweg Cascada da Bernina

De Morteratsch gletsjer van de Piz Bernina, de hoogste berg (4049 meter) van het kanton

 

De regio Pontresina heeft de grootste populatie steenbokken van het kanton 

Het referendum

Behalve het (politieke) establishment is er nog een hoofdspeler in Zwitserland: de burgers. De directe democratie door referenda hangt het establishment te allen tijde boven het hoofd.

De Grondwet van Zwitserland kent voor het federale niveau drie soorten referenda (ook kantons en Gemeentes kennen referenda). Zij geven inhoud en vorm aan de directe democratie.

Verplicht referendum

Een verplicht referendum (das obligatorische Referendum) is verplicht bij nauwkeurig omschreven wijzigingen van de Grondwet. Het gaat onder andere om toetreding tot internationale organisaties, bijvoorbeeld de VN (aangenomen) of EU (verworpen in 1992 was 50,3% tegen, in 2001 77% en in 2022 waarschijnlijk 90%). inmiddels is het toetredingsverzoek door de regering teruggetrokken.

Facultatieve referendum

Bij het facultatieve referendum (das fakultative Referendum) moeten burgers tenminste 50 000 handtekeningen verzamelen om een referendum over een nationale wet of besluit aan te vragen.

De absolute meerderheid van stemmen geldt. In sommige gevallen kunnen tenminste 8 kantons een referendum aanvragen.Iedere drie maanden kunnen burgers zich over een wet of overheidsbesluit uitspreken, indien aan de voorwaarden van het facultatieve referendum is voldaan.

Volksinitiatief

Het volksinitiatief (die Volksinitiatieve) is een referendum met als doel wijzigingen in de Grondwet te eisen of juist af te wijzen. Ten minste 100 000 burgers moeten een initiatief schriftelijk ondersteunen.

Bij aanname van het initiatief wordt het in de Grondwet opgenomen. Om deze reden behelst de Zwitserse Grondwet veel onderwerpen zoals bescherming van dieren, muzikaal onderwijs op scholen, kwaliteit in het hoger- en universitair onderwijs, quota voor immigratie, verbod op minaretten (dus geen verbod op moskees), aanleg wandel- en fietspaden, vrachtwagens op de rails vanaf de grens (verboden door de Europese Unie) of toegankelijk openbaar vervoer, zelfs in  de meest afgelegen dorpen et cetera et cetera.

Het loont de moeite de Grondwet er eens op na te lopen. De meeste initiatieven worden overigens niet aangenomen, zoals het afschaffen van het leger, basisinkomen of zelfs het afschaffen van het initiatief en het referendum (de benodigde handtekeningen zijn niet gehaald).  Het Volk blijkt toch niet zo dom te zijn, als in andere landen systematisch door ‘hoogopgeleide’ stedelingen wordt beweerd.

Functioneren

Zwitserse burgers gaan iedere drie maanden naar de stembus (nog afgezien van de referenda op gemeentelijk en kantonaal niveau).

Het gaat om een dubbel ja bij het volksinitiatief en het verplichte referendum: de absolute meerderheid in het land en een meerderheid van de stemmen per kanton. Met andere woorden: landelijk kan er een meerderheid zijn, maar door de stemmen per kanton te tellen kan een meerderheid van de kantons tegen zijn.

Dit komt regelmatig voor. De (rurale) kantons met weinig inwoners hebben precies hetzelfde stemgewicht als de urbane dichtbevolkte kantons. Dat is vanaf 1848 de opzet van het federale en gedecentraliseerde model in het land met meerdere talen, culturen, identiteiten en vooral eeuwenoude kantons.

Overigens is deze stad-land tegenstelling en de formele gelijkstelling van alle (26) kantons een onderwerp van discussie voor mogelijke hervormingen.

De absolute meerderheid in het land volstaat bij het facultatieve referendum.

Niet alle onderwerpen zijn even boeiend of mobiliseren veel stemmers. Maar dat is niet het relevante punt. Van belang is vooral dat de politiek nooit en te nimmer kan verzaken of zelfs te kwader trouw kan handelen. 

De burgers zijn immers de politici, wat ook weer samenhangt met het Militie-systeem in alle politieke geledingen (federaal, kantonaal en gemeentelijk). De kaste van politici, media en ambtenaren is ondergeschikt aan de burgers en niet andersom, zoals bijvoorbeeld in Nederland en de Europese Unie waar de burgers eens in de vier respectievelijk vijf jaar mogen stemmen. Op wie of wat wordt bovendien steeds onduidelijker, intransparanter en vager. Met democratie, verantwoording, betrokkenheid en goed bestuur heeft het steeds minder te maken.

Conclusie

Het Zwitserse systeem heeft ook zijn nadelen, zoals ieder systeem. Het vertraagt procedures en besluitvorming en het is een effectieve manier om veranderingen tegen te houden.

Het is aan de andere kant de basis voor breed gedragen, goed doordachte beslissingen en consensus en het behoedt het land voor de (opportunistische) waan van de dag van het establishment en het is vooral een belemmering voor het ontstaan van politieke, ambtelijke en journalistieke oligarchieën en hun clientèle netwerken.

In dit systeem is het establishment altijd gedwongen rekening te houden met alle betrokken organisaties en burgers over alle mogelijke onderwerpen.

De voortdurende aanwezigheid van de burgers op alle (gemeentelijke, kantonale en federale) niveaus bij alle politieke beslissingen is niet alleen een van de pijlers van de Zwitserse democratie, rechtsstaat, (sociale) cohesie en welvaart, het getuigt van een moderne, volwassen, open en zelfbewuste samenleving, waar de overheid er voor de burgers is en niet andersom.

Het Zwitserse referendum is niet ouderwets of oubollig. Het is juist modern en heeft de toekomst. Uiteraard vooronderstelt deze directe democratie goed functionerende en onafhankelijke kwaliteitsmedia en betrokken burgers. Dat is in Zwitserland (nog)  het geval.

(Bron: A. Vatter, Das Parlament in der Schweiz, Basel, 2018).

 

Taalstrijd in Graubünden?

De twee gemeenten Surses (Oberhalbstein in het Duits) en Muntogna da Schons (Schamserberg in het Duits)) in kanton Graubünden worden voortaan niet meer ingedeeld bij het Reto-Romaanse taalgebied in het kanton, maar als Duitstalige gemeenten, althans als het aan het Federaal Bureau voor Statistiek  (Bundesamt für Statistik, BfS) ligt.

Dit heeft het BfS in december bekendgemaakt. Surses is een gemeente in het Ela-park in de regio Albula. De voormalige gemeenten Savognin, Bivio, Salouf, Riom-Parsonz, Cunter, Tinizong-Rona, Mulegns, Sur en Marmorera zijn in 2016 gefuseerd. De Romaanse taal is Surmiran.

Savognin

Muntogna da Schons, bij Park Beverin, is een gemeente in de regio Viamala. Het omvat de dorpen Casti, Donat, Farden, Lohn, Pazen en Wergenstein. De Romaanse taal is Sutselvisch, niet te verwarren met Surselvisch dat aan de Vorderrhein wordt gesproken.

De twee gemeenten zijn het niet eens met de taalkundige herindeling van het BfS. Hoewel de herindeling geen politieke gevolgen heeft, willen Surses en Muntogna niet als Duitstalige Zwitsers worden beschouwd.

De Italiaanse, Duitse en Franse taalgrenzen zijn al eeuwenlang nauwelijks veranderd. In feite ligt de Frans-Duitse taalgrens al sinds de middeleeuwen (vanaf 800-1000) vast. De Italiaanssprekende gebieden van het kanton zijn grotendeels pas aan het begin van de zestiende eeuw deel van wat toen nog de Freistaat der drei Bünde heette. Ook deze taalgrens is stabiel. Het kanton bestaat pas sinds 1803.

Bivio

De taalkundige indeling van de gemeenten is geregeld in de taalwet van het kanton Graubünden en is geen federale bevoegdheid. En aangezien 50,6% van de inwoners van Surses het Romaanse idioom Surmiran als hoofdtaal aangeeft, wordt de gemeente volgens de wet als Romaans beschouwd. Tegelijkertijd verklaart echter 61,2 procent van de bevolking dat Duits ook hun hoofdtaal was, waardoor het een tweetalige gemeente is. Bivio heeft zelfs drie hoofdtalen: Italiaans, Romaans en Duits.

Volgens de taalwet worden gemeenten in Graubünden met ten minste 40% leden van de authentieke (Romaanse) taalgemeenschap beschouwd als “eentalige gemeenten”. De twee gemeenten zien het Romaans derhalve als de taal van het bestuur en het onderwijs.

Kortom, ze zeggen eigenlijk: niet de federale overheid of een Bureau voor Statistiek bepaalt de taal, maar de Grondwet van het kanton en de gemeentewet zijn doorslaggevend.

Tiefencastel

Geografisch gezien heeft het Romaans sinds de 19e eeuw veel terrein verloren. Zelfs de Romaanse hoofdstad Chur is al bijna twee eeuwen Duitstalig.  De recente verschuiving ten nadele van het Reto-Romaanse gebied sinds de laatste enquête van vijf jaar geleden kan niet worden verklaard door een daling van het aantal Romaanse sprekers. Dit aantal is al tientallen jaren vrijwel stabiel op tussen de 40.000-50 000 Romaans-sprekenden van de vijf hoofddialecten. Ongeveer twintigduizend wonen echter niet in Graubünden maar in andere delen van Zwitserland.

Mulegns, Post Hotel Löwe

Het aantal Duitstaligen is sinds het begin van de volkstelling in 1860 echter sterk toegenomen. De toeristische plaatsen in het Oberengadin waren al rond 1888 veranderd in Duitstalige gemeenten, evenals de gemeenten in de Domleschg en Chur.

Deze verandering heeft zich in de loop van de tweede helft van de 20e eeuw voortgezet. Sinds enkele decennia stabiliseert de situatie zich, alleen neemt het aantal andere talen steeds verder toe, en niet alleen het Duits, maar ook Engels, Portugees en andere talen.

(Bronnen: Lia Rumantscha, La Quotidiana)

Der Julierturm (bis Sommer 2023)

Schrijven, kunnen schrijven

De Stichting (Fondation) Jan Michalski in Montricher organiseert de tentoonstelling ‘Colette | Écrire, pouvoir écrire’, die het spoor volgt van een schrijfster die van schrijven de plaats en het instrument van haar emancipatie maakte, een manier om het mogelijke te verkennen.

Op zaterdag 14 januari worden twee rondleidingen door de curator aangeboden, gevolgd door een poëtische uitvoering van Baudelaire Jazz door schrijver Patrick Chamoiseau en saxofonist Raphaël Imbert.

(Bron en verdere informatie: Fondation Jan Michalski (fondation-janmichalski.com)

De Nationalrat

De Nationalrat (Volkskammer, Erste Kammer, Grosse Kammer) is de volksvertegenwoordiging in het parlementaire stelsel. Ze heeft identieke bevoegdheden als de Raad van Staten die in de voorgaande bijdrage is besproken.

Zetels

De tweehonderd zetels worden verdeeld op basis van proportionaliteit van behaalde stemmen van de  verkiezingen die om de vier jaar plaats vinden.

De zesentwintig kantons zijn de kiesdistricten. De verdeling vindt plaats op basis van het aantal inwoners.

De kleinste kantons hebben één zetel (Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden, Uri, Glarus, Obwalden, Nidwalden, de grootste kantons vijfendertig (Zürich), vierentwintig (Bern) en negentien (Vaud).  De overige kantons tussen de twee (Jura) en zestien (Aargau) zetels.

De burgers stemmen op politieke partijen, die vervolgens coalities vormen in het parlement. De relatie met de regering (Bundesrat) is in een voorgaand artikel al kort besproken.

Instrumenten

In deze bijdrage gaat de aandacht met name uit naar de instrumenten die de Volksvertegenwoordiging (en dus de Raad van Staten) heeft.

De parlementaire procedure en de commissies in het wetgevingsproces komen hierna aan de orde. De Volksvertegenwoordiging heeft een aantal mogelijkheden in het wetgevings- en controleproces.

Het belangrijkste instrument is het recht van initiatief, parlamentarische Initiative (een wet initiëren), de motie, Motion (de regering dwingen een wet te maken), een postulat (de regering vragen om onderzoek naar een wet of maatregel), de interpellatie (Interpellation) en vragen, einfache Anfrage (verzoeken om informatie over documenten,  of (internationale en Europese) ontwikkelingen en kwesties).

De instrumenten worden vaak (parlamentarische Initiative, Motion) of minder vaak (einfache Anfrage, Postulat) toegepast.

Alle spelen ze echter een rol in de communicatie, informatie en het stellen van prioriteiten tussen volksvertegenwoordiging en regering. Ook maakt de ene politieke partij meer gebruik van bijvoorbeeld de einfache Anfrage, de andere meer van de Motion of parlementarische Initiative, mede afhankelijk van de actualiteit (en naderende verkiezingen).

De Volksvertegenwoordiging (en de Raad van Staten) oefenen daarnaast financiële controlle uit in twee commissies en in bijzondere (ernstige) gevallen door de PUK (Parlamentarische Untersuchungs Kommission), de parlementaire enquête.

Functioneren

Ook de volksvertegenwoordiging (en dus ook de Raad van Staten) moet altijd in nauw en direct contact blijven met de achterban (kantons), (sociale en economische) belangengroepen en de burgers, want deze hebben in de directe democratie altijd het laatste woord als de echte soeverein.

De Volksvertegenwoordiging neemt een zeer onafhankelijke en sterke positie in ten opzichte van de regering in omdat de regering deze kamer nooit kan ontbinden. Ook voorkomt het jaarlijks kiezen van een premier/staatshoofd/primus inter pares machtsvorming, koehandel en politiek opportunisme.

Een actueel voorbeeld is het zogenaamde Rahmenabkommen met de Europese Unie. In Zwitserland is soevereiniteit mede een breekpunt in de onderhandelingen met de EU.

Daarnaast eist een meerderheid van het parlement loonbescherming voor haar arbeiders/middenstand vanwege de enorme verschillen tussen de EU-landen, rem op de (sociale zekerheid) immigratie van (arme) EU-burgers en regels op maat voor staatssteun.

In Zwitserland is er een hoogstaand parlementair en vanwege de directe democratie intensief publiek debat. De Volksvertegenwoordiging en democratie doen hun naam alle eer aan.

Ook deze Volksvertegenwoordiging heeft zo haar tekortkomingen en gebreken. Maar het systeem functioneert, soms (te) langzaam, maar wel uiterst zorgvuldig, democratisch en op een hoogstaand niveau.

Het is te hopen dat Zwitserland en zijn burgers dit unieke en goed functionerende democratische systeem zullen koesteren en niet offeren een nieuwe centralistische, ondemocratische en megalomane superstaat.

 

Lessoc, zijn meer, kerk en bron

Het dorp Lessoc (kanton Fribourg) in het regionale natuurpark Gruyère Pays-d’Enhaut bestaat uit een dicht netwerk van huizen en boerderijen uit de gouden eeuw van Gruyère, met een aanwezigheid van laatgotische decoratie. Het heeft een opmerkelijke overdekte waterbron op het dorpsplein.

Het dorp heette Lessoz in 1231, Les Soz in 1237 en Lessot rond 1352. In de middeleeuwen maakte hoorde het dorp deel uit van het graafschap Gruyère. De aanwezigheid van een kapel wordt in 1365 door documenten aangetoond. De huidige kerk is gebouwd in 1635. Ze onderscheidt zich door een fraai houten gewelf met geschilderde motieven.

De Sarine (Saane) stroomt door de groene vallei Intyamon en wordt doorkruist door verschillende stuwdammen. In Lessoc, bijvoorbeeld, is het Lessoc-meer ontstaan als door deze dam.

De waterkracht van de Boven-Sarine wordt op twee locaties gebruikt. De eerste locatie is de stuwdam van Rossinière en de waterkrachtcentrale van Montbouvon. De tweede stuwdam bevindt zich in Lessoc en is in dezelfde tijd gebouwd (1973). De stuwdam van Lessoc is een complex met ren zeldzaam constructietype in Zwitserland.

Lessoc ligt tegenwoordig in de gemeente Haut-Intyamon. De gemeente maakt deel uit van het arrondissement Gruyère. De gemeente omvat ook de dorpen Albeuve, Montbovon, les Sciernes d’Albeuve en Neirivue.

(Source:www.fribourgregion.ch; www.electrobroc.ch)

Het stuwmeer Lac de Vernex bij Rossinière

Walkringen, Gasthof Bären,Erdburgen und die Kirche

Walkringen (kanton Bern) is voor het eerst genoemd in een document op 10 februari 1220. De naam is afkomstig van Alemannische immigranten in de zesde en zevende eeuw. De twee Erdburgen op de zogenaamde Zwingherrenhubeln Adlisberg en Hubelwald dateren ook uit deze tijd.

De 11e-eeuwse kerk op de dorpsheuvel is in 1989 gerenoveerd. Een van de oudste gebouwen in de gemeente is de herberg (Gasthof) Bären, die het dorp nog steeds karakteriseert.

De soevereiniteit was in handen van de Kyburgers tot 1406, toen ze het afstonden aan Bern. Na de afschaffing van het Kartuizerklooster tijdens de reformatie (rond 1530) is de abt vervangen door een Berner voogd, die ook de rechtspraak uitoefende.

Tijdens de Helvetische Republiek (1798-1803) kreeg het dorp een nieuwe gemeentelijke status. In 1803 werd de gemeente deel van het Oberamt Konolfingen. Sinds 1 januari 2010 maakt de gemeente Walkringen deel uit van het district Bern-Mittelland.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Walkringen)