Italië in Winterthur


Jan Both (1618/1622–1652) Italian landcape and the sea, 1642/1652. Kunst Museum Winterthur, Geschenk van de Stiftung Jakob Briner. Foto: SIK-ISEA, 2018, Zürich, Jean-Pierre Kuhn

Al sinds de Renaissance oefent Italië een fascinatie uit op Europese en later Amerikaanse kunstenaars. Een studiereis, de Grand Tour, naar Italië stond ook op het programma voor geleerden, politici en dichters van de Verlichting in de 18e eeuw.

Naast het enthousiasme voor de klassieke oudheid en bewondering voor de Italiaanse kunst, was het het verlangen, de Sehnsucht, naar het zuiden als de belichaming van vrijheid en harmonie van kunst en leven in het utopische Arcadië.

Deze opvatting veranderde in de 20e eeuw. De Grand Tour maakte plaats voor het massatoerisme. De wereldoorlogen leidden tot een kritisch (zelf) onderzoek en de plaats en rol van Italië.

De tentoonstelling Italia zwischen Sehnsucht und Massatourismus in het Reinhart am Stadtgarten (Kunst Museum Winterthur) is een ontdekkingstocht in de aantrekkingskracht op kunstenaars van Italië in en na de Renaissance.

Het Arcadië ontmoet het heden. Aan de hand van meer dan zeventig werken van gerenommeerde kunstenaars zoals Claude Lorrain, Arnold Böcklin en Anselm Feuerbach tot aan de hedendaagse kunst wordt een beeld van het land geschetst. Deze indrukken hebben eeuwenlang de perceptie van Italië bepaald.

Op de bovenverdieping van het museum is onder de titel Nord-Süd ook een omvangrijke tentoonstelling over naoorlogse kunst vanaf de jaren 1950 te zien. Deze Italiaanse kunst, de Arte Povera, ontmoet werken van kunstenaars uit het Noorden, met name uit Duitsland.

Werken van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Italiaanse naoorlogse avant-garde zoals Lucio Fontana, Mario Merz, Marisa Merz en Luciano Fabro zijn te zien naast onder anderen Gerhard Richter, Imi Knoebel en Isa Genzken.

De tentoonstelling wordt gecomplementeerd door Di passaggio over Italiaanse portretminiaturen. Deze zijn, ten onrechte, nauwelijks bekend. De collectie toont de uitzonderlijke kwaliteit van deze Italiaanse kunst.

 

Zeven iconische gebouwen van Le Corbusier


Noord en oostzijde van de Notre-Dame-du-Haut, Ronchamp. © Foto: Lea Meienberg

Zeven fotografen bezochten zeven beroemde gebouwen van Le Corbusier (1887-1966) in Frankrijk en Zwitserland. Le Corbusier zelf gebruikte de fotografie doelbewust om zijn talent en zijn visies uit te dragen.

Maar hoe bekijkt fotografie tegenwoordig de werken van Le Corbusier? Voor de tentoonstelling (Architekturikonen neu gesehen) bezochten zeven fotografen zeven sleutelwerken van Le Corbusier. Bezoekers krijgen zo een nieuwe kijk op zijn bouwkunst.

Jürg Gasser was te gast in de Villa “Le Lac” (1923-1924), het huisje dat Le Corbusier voor zijn ouders bouwde in Corseaux aan de oever van het Meer van Genève. Arthur Zalewsky fotografeerde de Villa Savoye (1928-1931) in Poissy bij Parijs. Katharina Bayer bezocht de Unité d’habitation (1946-1952) in Marseille, een enorm woonblok, dat als verticale tuinstad staat voor de Wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Seraina Wirz reisde naar zijn zomerresidentie Cabanon (1951-1952) in Roquebrune-Cap-Martin. Lea Meienberg ging de uitdaging aan van de kapel van Notre-Dame-du-Haut (1951-1955) in Ronchamp bij Belfort. Rasmus Norlander bezocht het klooster van Sainte-Marie de La Tourette (1953-1960), het betonnen bouwwerk dat hij voor de orde der Dominicanen in Éveux bij Lyon bouwde. De bijdrage van Erica Overmeer is een portret van het Pavillon, zijn laatste gebouw (1963-1967).

Op de begane grond zijn zeven witte architectonische maquettes van de gebouwen te zien, identiek qua schaal en materiaal.

Legendes in de Alpen


Copyright©Schweizerisches Nationalmuseum

De Duivelsbrug (die Teufelsbrücke), de Sennentuntschi en bijvoorbeeld Willem Tell laten zien hoe rijk het centrale Alpengebied is aan legendes. In tegenstelling tot sprookjes worden legenden geacht “waar” te zijn en hebben zij altijd betrekking op een plaats, een persoon, een gebeurtenis of een bepaalde tijd.

Legenden vertellen over buitengewone, bovennatuurlijke of wonderbaarlijke gebeurtenissen; legenden fascineren, doen huiveren en hebben ook opvoedende, maatschappijkritische en moraliserende functies.

Deze en vele andere vragen over dit onderwerp worden beantwoord door de tentoonstelling (Sagenhafter Alpenraum). De nadruk ligt op de oorsprong en de verspreiding, maar ook op de functie en het effect van legendes. De tentoonstelling is gewijd aan de mondelinge en schriftelijke legendes, maar ook aan beelden die legendes hebben voortgebracht.

Een begeleidend programma en rondleidingen met deskundigen bieden inzicht en interessante achtergrondinformatie over de receptie, de oorsprong en de verschillende motieven van de legenden.

Joseh Beuys in Kunstmuseum Basel


Basel, Kunstmuseum Basel I Gegenwart. Foto: TES.

Als tekenaar, beeldhouwer en installatiekunstenaar heeft Joseph Beuys (1921-1986) de kunst van de 20e eeuw ingrijpend veranderd. In 1969 was het Kunstmuseum Basel een van de eerste musea die zijn werken tentoonstelden.

Kort na de opening van het huidige Kunstmuseum BaselIGegenwart in 1980 werd een selectie van zijn werken in wisselende constellaties tentoongesteld. Sinds het voorjaar van 2021 wordt de groep van deze werken gepresenteerd in de nieuwbouw van Kunstmuseum BaselIGegenwart.

De elf vitrines van Joseph Beuys omvatten een groot aantal kleine sculpturen en objecten die op zichzelf staande werken zijn van zijn spectaculaire voorstellingen.

Ze werden voor het eerst tentoongesteld in Basel in 1998 onder de titel Laboratoria van de Verbeelding. De vitrines en de Basel Beuys Collection zijn permanent te zien in het Kunstmuseum Basel | Neubau op de eerste verdieping.

Art Nouveau in Pully


Alphons Mucha, Bières de la Meuse, 1897, lithographie, private collectie © Fotoatelier Peter Schälchli

De tentoonstelling (La Belle Époque de l’Art Nouveau) laat verschillende aspecten zien van de grote artistieke stroming die de architectuur en de kunst van Europa tussen het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw heeft vormgegeven.

Tussen het einde van de 19e eeuw en de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) beleefde Europa jaren van vrede (La Belle Epoque). De welvaart, wetenschappelijke en technische ontdekkingen en het vooruitgangsgeloof wezen alle één kant op, tot 1914.

Kunstenaars namen volop deel aan de vernieuwing van de maatschappij,  in Parijs, maar ook in Wenen, München en bijvoorbeeld, Brussel. De Art Nouveau verwierp de vormen van het verleden en daagde de klassieke cultuur uit met een andere manier van waarnemen en verbeelden van de dagelijkse woon- en werkomgeving.

Art Nouveau (Jugendstil in het Duits) beperkt zich niet tot esthetische en formele veranderingen, maar ook tot sociale veranderingen. Het was een artistieke beweging die het begin van de 20e eeuw ingrijpend heeft gemarkeerd.

In haar streven om de maatschappij te hervormen door schoonheid van voor iedereen toegankelijke en zichtbare objecten, werd het op grote schaal verspreid in de metro’s, straten, (publieke) gebouwen en via haar favoriete  media, affiches, tijdschriften en prenten.

De goed en overzichtelijk gedocumenteerde tentoonstelling laat een aantal van de belangrijkste kunstenaars de revue passeren, onder anderen Jules Chéret, Edvard Munch, Pierre Bonnard, Alphons Mucha, Gustav Klimt en Oskar Kokoschka.

De Metamorfosen van Ovidius in de Jura


(Français) Scénographie exposition Ovide dans le Jura. Copyright: ©Musée national suisse

Wat doet een muurversiering die men in een paleis in de Tuilerieën zou verwachten, op een boerderij in de Berner Jura? De tentoonstelling opent een blik op een luxueus ingerichte salon met een behang uit de periode tegen het einde van de 18e eeuw.

Dit meesterwerk wordt voor het eerst voor het publiek toegankelijk gemaakt, aangevuld met het spannende verhaal van zijn illustere eigenaar. Wijn en behang, groene weiden en smokkel – op het eerste gezicht volkomen losstaande zaken die bij nadere beschouwing verbazingwekkende verbanden aan het licht brengen.

De tentoonstelling Ovidius in de Jura toont een bijzondere schenking die in 2011 in de collecties van het museum terechtkwam: een 15 meter lang behang uit de achttiende eeuw met motieven uit de Metamorfosen van Ovidius dat op een boerderij in de Berner Jura werd gevonden.

 

Les Imagiers de la Gruyère


Leila-Licchelli, Spirit technique mixte, 2022=©Leila Licchelli, musée de Charmey

Les Imagiers de la Gruyère is 50 jaar geleden opgericht. Het is een groep  Kunstenaars, ambachtslieden, autodidacten en professionals. Hun uitgangspunt is gebruik van materialen uit de regio om kunst te maken.

Met behulp van verschillende technieken en materialen delen ze hun kunst met de veelheid van materialen uiit de regio van la Gruyère (Kanton Fribourg). De veelzijdige show toont onverwachte en alledaagse materialen en kunst.

Met Karin Biland, Jean-Pierre Bochud, Ginette Bolomey, Marilyne Caille-Bapst, Marielle Collin, Nicole Drompt Spicher, Danielle Elamari-Sudan, Patricia Gabriel, Jean-Marc Gaillard, Yvonne Gendre, Pierre-Alain Jemmely, Éric Jolliet, Brigitte Knecht, Leila Licchelli, Lucette Pauchard, Philippe Renevey, Tania Renevey, Ursula Rime, Marie-Claude Sudan, Daniel Sudan, Hélène Tinguely, Bruno Yerly, Philippe Zueblin en Catherine Zumkeller.

Plastic en een duurzamer gebruik


Ben Morrison, Das Flipflopi-Projekt, 2015. Tentoonstelling 'Plastik. Die Welt neu denken'. Vitra Design Museum, Weil am Rhein. Foto: TES.

Kunststoffen hebben ons dagelijks leven als geen ander materiaal vormgegeven: van verpakkingen tot schoeisel, van huishoudelijke artikelen tot meubilair, van auto’s tot architectuur.

Als symbool van zorgeloos consumentisme en revolutionaire innovatie hebben kunststoffen decennialang de verbeelding van ontwerpers en architecten geprikkeld. Vandaag zijn de dramatische gevolgen van deze kunststoffen duidelijk geworden. Het materiaal blijft onmisbaar in de huidige maatschappij, in de zorg, het huishouden en in tal van andere toepassingen. De vraag is hoe we verantwoord met dit materiaal kunnen omgaan.

De tentoonstelling Plastic: Remaking Our World/Plastik. Die Welt neu denken, onderzoekt de geschiedenis en de toekomst van dit materiaal: van zijn bliksemsnelle opkomst in de twintigste eeuw tot zijn invloed op het milieu en mogelijke toepassingen en oplossingen voor een duurzamer gebruik.

De tentoonstelling omvat curiosa en veel objecten uit de begintijd van het plastic tijdperk, maar ook tal van hedendaagse ontwerpen en projecten, variërend van hergebruik, inspanningen om bodem, rivieren en oceanen schoon te maken tot slimme concepten voor afvalvermindering en recycling en bioplastics gemaakt van algen en mycelium.

Kunst en de plantenwereld


Francine Mury, Aurum 1, 2018. Courtesy the artist. Museo Villa Dei Cedri, Bellinzona.

De relatie tussen mens en natuur ligt niet vast, maar is voortdurend in ontwikkeling. Het is tijd om het te heroverwegen. De plantenwereld staat centraal in deze tentoonstelling: zij is niet alleen het onderwerp van studies en experimenten, zowel wetenschappelijk als artistiek, maar tegelijkertijd ook een bron van esthetische inspiratie.

De interdisciplinaire benadering biedt een kritische blik op onze moderne samenleving en verkent alternatieve modellen voor onze relatie met de natuur.

De tentoongestelde beeldhouwwerken, prenten, foto’s, schilderijen en installaties van Alan Butler, Thomas Flechtner, Anne-Laure Franchette, Roswitha Gobbo, Monica Ursina Jäger, Eduardo Kac, Lisa Lurati, Paolo Mazzuchelli en Dona De Carli, Gabriela Maria Müller, Loredana Müller, Francine Mury, Uriel Orlow, Ursula Palla en Suzanne Treister zijn nauw verbonden met het eeuwenoude park van het Museo Villa dei Cedri en zijn fauna.

 

Lika Nüssli


Lika Nüssli, Zeichnen hilft, 2011. Tentoonstelling: 'Lika Nüssli im Taumel', Cartoonmuseum Basel. Foto: TES.

Lika Nüssli (1973) observeert, onderzoekt en experimenteert met verschillende vormen van kunst. Haar veelzijdige oeuvre omvat tekenen, illustratie, strips, schilderen, installatie, textiel, performance en teksten.

De tentoonstelling (Lika Nüssli im Taumel) presenteert haar eerste grote retrospectieve.  Er zijn werken uit al haar periodes te zien, variërend van strips tot schilderijen op groot formaat op stof, textiel en installaties op locatie.

Deze worden aangevuld met recent werk en originele tekeningen met elementen uit Appenzell Ausserrhoden, waar ze geboren is,  en de graphic novel Starkes Ding (2021). Dit werk is gebaseerd op de herinneringen van en aan haar vader en op zijn jeugd als pleegkind in het naoorlogse Zwitserland.

In haar eerste met tekeningen geïllustreerde novel Vergiss dich nicht (2018), besteedde ze al aandacht aan haar familieachtergrond. Ze maakte een combinatie van autobiografie, documentaire en fictie, die draait om haar veranderende relatie met haar moeder, die leed aan dementie.

Veel van haar werk heeft ze op locatie gemaakt, onder andere gedurende haar verblijf in Belgrado, Parijs, Sint-Petersburg, Moskou en Caïro.

De tekeningen en reportages in deze periodes gaan gaan vaak over actuele onderwerpen, zoals repressie, censuur, vervuiling en de positie van de vrouw.

.Ze zoekt vaak het contact met de mens die onderwerp is van haar kunst, zoals bij voorbeeld met de vluchtelingen in de tentenkampen van Parijs enkele jaren geleden.