Picasso en El Greco in dialoog in Bazel


Press Conference, Kunstmuseum Basel, 8.6.2022, f.l.t.r.: Josef Helfenstein (Directeur Kunstmuseum Basel), Pamola Picasso, Carmen Giménez (Curator). Foto: TES.

Gelukkig het dorp (Riehen, kanton Basel-Stadt) dat onder andere werken van  Francesco Goya, Georgia O’Keeffe, Rodin-Arp, de jonge Pablo Picasso of nu Piet Mondriaan op bezoek heeft in de periode dat de grote buurman in Bazel (Kunstmuseum Basel) onder dak biedt aan topstukken van onder anderen Kara Walker, Pieter Brueghel de Oudere, Louise Bourgoise en Jenny Holzer, Sophie Taeuber-Arp,  Camile Pissarro en sinds enkele dagen Pablo Picasso en El Greco.

El Greco

Yo-Greco (Ik El Greco) en El Greco Vélazquez inspirarme (El Greco Velázquez inspireer me) schreef Pablo Picasso (1881-1973) als achttienjarige op tekeningen na het aanschouwen van werken van deze oude meesters in het Museo del Prado. Picasso studeerde toen aan de kunstacademie van Madrid. Hij bleef zijn hele carrière ‘in dialoog’, naar eigen zeggen, met deze meesters.

Dit was rond 1900 nog geen vanzelfsprekendheid. El Greco (Doménikos Theotokópoulos, 1541-1614) was eeuwenlang in de vergetelheid geraakt. Zoals de naam al aangeeft was hij van Griekse komaf (Kreta).

Venetië bestuurde toen het eiland.  De Byzantijnse kunst en Iconen waren op Kreta zijn bron van inspiratie.  El Greco vertrok in 1567  naar Venetië. Daar kwam hij in contact met Titiaan (1490-1576), Tintoretto (1518-1594) en andere meesters.

Hij vestigde zich in 1572 in Rome en daar leerde hij Spaanse kunstenaars kennen. In Rome maakte hij kennis met de artistieke inspiratie van het Concilie van Trente (1543-1563) en de barok en het Mannerisme.

In 1577 vestigde hij zich aan het hof van koning Filips II (1527-1598) en zijn nieuwe paleis El Escorial in Madrid. El Greco kreeg echter niet de opdrachten en erkenning die hij verwachte en hij vertrok naar Toledo, waar hij zich vestigde als vrije kunstenaar. Daardoor kon hij zijn eigen stijl ontwikkelen. Hij was zijn tijd echter ver vooruit en om deze reden vergeten na zijn dood.

Picasso

Aan het einde van de negentiende eeuw herontdekten kunstenaars en kunsthandelaren zijn kwaliteiten als ‘moderne’ kunstenaar wat betreft compositie en kleuren. Voor Picasso was hij zelfs de grondlegger van het Cubisme, dat Picasso vervolgens verder ontwikkelde en als eerste een plaats in de kunstgeschiedenis gaf met zijn Les Demoiselles d’Avignon (1907).

De tentoonstelling (Picasso – El Greco) maakt op een intrigerende en vergelijkende wijze aanschouwelijk wat Picasso gezien heeft in El Greco. Zelf noemde Picasso het geen imitatie, maar een permanente dialoog met de Oude Meesters. Ook Diego Velázquez (1599-1660) en Rembrandt van Rijn (1606-1669) hoorden bij deze ‘gespreksgroep’.

In 1967 bracht Picasso dit tot uitdrukking op de achterzijde van ‘de Musketeer’, daar schreef hij zijn drie grootste inspiratiebronnen: Doménikos Theotokópoulos van Rijn Da Silva (Velázquez).

De relatie El Greco en Picasso

Op de persconferentie voorafgaande aan de opening was ook Paloma Picasso aanwezig. Zij bracht deze levenslange relatie treffend onder woorden.  Voor haar vader, Picasso, bestond er geen tijdsverschil. Een oude meester van 350 jaar terug was net zozeer bij de dialoog aanwezig als tijdgenoten zoals Henri Mattise (1869-1954), Paul Cézanne (1839-1906) of bijvoorbeeld Georges Braque (1882-1963).

De relatie El Greco en Picasso is niet nieuw. Wel brengt het Kunstmuseum Basel in deze tentoonstelling voor het eerst de levenslange ‘dialoog’ in woord en beeld. Beide meesters staan centraal, alsof er geen eeuwen tussen zitten, precies zoals Picasso het ook zag.

De tentoonstelling begint toepasselijk bij de eerste tekeningen van Picasso op de kunstacademie. Daarna presenteren vergelijkenderwijs 12  werken van Picasso van het kunstmuseum Basel en ongeveer 60 meesterwerken van beiden uit musea in New York, Madrid, Barcelona, Londen, Boedapest, Washington, Parijs, Toledo, Berlijn hun relatie. Uitzonderlijk is de aanwezigheid van topstukken uit kerken in Toledo, die niet eerder uit hun religieuze context te zien zijn geweest.

Picasso en Bazel

Overigens heeft Picasso een bijzondere band met Bazel. Inwoners van de stad organiseerden een referendum in 1967 om twee schilderijen in het Kunstmuseum Basel, De twee broers en de zittende harlekijn (1923), voor verkoop te behoeden. De eigenaar en bruiklener in geldnood wilde deze voor 6 miljoen CHF verkopen. De bevolking stemde massaal voor het kopen van ‘hun’ Pablo. Als erkenning en dank schonk Picasso vervolgens vier schilderijen aan het museum.

Het Kunstmuseum Basel mag met reden op haar gevel Yo Kunstmuseum Basel schrijven.

 

Anne Frank en Zwitserland


De Frank Familie, tentoonstelling 'Anne Frank und die Schweiz', Landesmuseum Zürich. Foto: TES,

Het dagboek van Anne Frank is na publicatie in de jaren 1950 een wereldwijd fenomeen geworden. Weinig mensen zijn zich er echter van bewust hoezeer de familie Frank en de verspreiding van Annes dagboek met Zwitserland zijn verbonden.

Alleen Otto Frank, de vader van Anne, overleefde de concentratiekampen. Hij vestigde zich in Bazel. Van hieruit begon hij de nalatenschap van zijn dochter aan de wereld bekend te maken. Haar dagboeken zijn een pleidooi voor menselijkheid en verdraagzaamheid en maken deel uit van de wereldliteratuur.

De geschiedenis van Anne Frank is representatief voor het lot van Joodse families tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tentoonstelling (Anne Frank und die Schweiz) verweeft de vlucht van Anne Franks familie naar Amsterdam vanuit Frankfurt am Main in 1933 met het leven van de familieleden in Bazel.

De parallelle verhalen van deze twee takken van de familie, en hoe hun levens zich tijdens de Tweede Wereldoorlog ontvouwden, maken de toeschouwer bewust van de specifieke bedreigingen voor Joden in twee kleine Europese landen, het ene bezet door Duitsland, het andere onder een permanente dreiging van een invasie.

Centraal in de tentoonstelling staat het dagboek van Anne Frank, dat in facsimile wordt gepresenteerd met displays en vele objecten, documenten en verhalen die haar onderduikverhaal uitwerken.

De tentoonstelling schetst een beeld van de omstandigheden waaronder de teksten tot stand kwamen. De Zwitserse vluchtelingenpolitiek komt ook uitgebreid aan de orde, evenals de vele hulpacties van burgers, ambtenaren en (school) kinderen.

 

Mondriaan in Fondation Beyeler


Fondation Beyeler, Riehen, 'Mondrian Evolution'. Foto: TES.

De plannen voor de Mondriaan-tentoonstelling in 2022 waren de inspiratie voor het conserveringsproject Piet Mondriaan. Het project ging in 2019 van start en richtte zich op de conservering op lange termijn van diens schilderijen, het technisch onderzoek van de zeven schilderijen in het bezit van de Fondation Beyeler en de reconstructie van de originele kaders en nieuwe ontwerpen voor de presentatie van Mondriaan-schilderijen.

Het einde van het project is de start van de tentoonstelling ‘Mondrian Evolution’.  Piet Mondriaan (1872-1944) noemde zich vanaf 1911 Piet Mondrian, bij aankomst in Parijs. Ter gelegenheid van de 150e verjaardag van zijn geboorte wijdt de Fondation een overzichtstentoonstelling aan de Nederlandse schilder. Als een van de belangrijkste kunstenaars van de avant-garde gaf hij vanaf de jaren 1920 op beslissende wijze vorm aan de evolutie van figuratie naar abstractie.

De tentoonstelling is chronologisch van opzet en toont zijn artistieke ontwikkeling van een laat 19de-eeuwse Nederlandse landschapsschilder tot zijn beroemde rechtlijnige ordeningen van zwarte lijnen en de drie primaire kleuren, blauw, rood en geel.

De tentoonstelling toont echter de directe lijn van Hollandse landschappen, duinen, zee, boerderijen en molens naar zijn abstractie als een proces van gevoelens en percepties, tussen intuïtie en precisie, waarheidvinding en schoonheid, het gevoel van eenheid en de essentie van het beeld zelf.

Mondriaan heeft ook in de omgeving van Amsterdam, in het bijzonder in de gemeentes Ouder-Amstel en Abcoude veel geschilderd. Dat is de reden dat boerderijen en molens uit deze regio wereldberoemd zijn geworden en hun plaats hebben gevonden in New York, London en Chicago.

Mondriaan gebruikte zelf de term ‘evolutie’ voor zijn ontwikkeling als een cumulatie van ervaringen en fases van artistieke ontwikkelingen.

In zijn vroegere werken experimenteerde hij al met de invloed van kleuren, licht en de ervaring van ruimte, oppervlak, structuur en reflecties. Zijn eerste verblijf in Parijs (1911-1914) heeft zijn stijl beïnvloed.

Hij werd geïnspireerd door het kubisme  en hij zette zijn onderzoek naar thema’s als abstractie voort. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) streefden veel kunstenaars naar een radicaal nieuw cultureel begin. Ook Mondriaan etaleerde zijn artistieke programma in theoretische essays, onder andere in het nieuwe Nederlandse tijdschrift De Stijl.

Mondriaan noemde zijn nieuwe stijl ‘Neoplasticisme’. Hij vatte het op als een concentratie van essentiële lijnen: zwart en wit, gecombineerd met de drie primaire kleuren blauw, rood en geel. Het samenspel van deze kleuren, vlakken en lijnen geeft oneindige mogelijkheden van compositie.

De tentoonstelling toont de belangrijkste werken van de kunstenaar, van zijn Nederlandse schilderijen tot zijn New Yorkse tijd.

De fascinerende korte film ‘Piet & Mondrian’ van Lars Kraume. vult de tentoonstelling aan. De film neemt als uitgangspunt zijn essay uit 1920 ‘Natural Reality and Abstract Reality’, waarin de kunstenaar zijn gedachten en overwegingen over abstracte kunst formuleerde.

Mondriaan bracht de laatste 25 jaar van zijn leven door in Parijs (1919-1938), Londen (1938-1940) en New York (1940-1944). Hij stierf als een beroemde avant-garde kunstenaar en een van de belangrijkste grondleggers van de abstracte schilderkunst. Hij maakte de weg vrij voor de abstractie na 1945.

De tentoonstelling maakt deel uit van de viering van 25 jaar Fondation Beyeler.

 

De mens en het landschap


Jakob Ritzmann (1894-1990), die Maler Hans Sturzenegger en Wilhelm Hummel, 1934. Collectie Museum zu Allerheiligen schaffhausen

Landschap is het raakvlak tussen natuur en cultuur. Elke dag nemen we het waar en bewegen we ons erin. We vinden er ontspanning in en verbinden ons ermee.

De mens is en vormt als het ware het landschap, bouwt en speculeert ermee. De tentoonstelling (Mensch und Landschaft) schetst de relatie tussen mens en landschap.

De tentoonstelling toont de diversiteit van het landschap. In de tentoonstelling en op geselecteerde locaties in de stad nodigen verschillende onderzoeksstations en een landschapslaboratorium bezoekers uit om deel te nemen aan de perceptie van het landschap.

Deze ervaringen worden verzameld en in de loop van de tentoonstelling samengevoegd tot een gemeenschappelijk werk. Tot begin juli verzorgt een grootschalige video-installatie opnamen uit het landschapslaboratorium.

 

Negen installaties voor huidige problemen


Klimaatverandering, pandemieën, oorlog en andere conflicten, bitcoins, financiële crises, uitputting van de aarde en de explosieve groei van de wereldbevolking leiden tot fundamentele problemen en desoriëntatie bij het vinden van oplossingen.

Traditionele verklaringen zijn niet langer toereikend vanwege deze complexiteit. De kunst weerspiegelt deze situatie en ontwikkelt haar strategieën om ermee om te gaan. Meer dan honderd jaar geleden, in 1916, deed de Dada-beweging in Zürich hetzelfde.

De Grote Oorlog woedde en kunstenaars zochten naar nieuwe manieren om uitdrukking te geven aan de wanorde. De Grote Oorlog werd echter in 1941 de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) volgden nog vele conflicten en problemen voor de naoorlogse generatie en daarop reagerende en inspelende kunstenaars.

De huidige generatie is geconfronteerd met nieuwe uitdagingen en kunstenaars reageren daar op hun manier weer op. Deze tentoonstelling brengt dit op een treffende wijze tot uitdrukking.

De tentoonstelling verenigt installaties van negen internationale jonge kunstenaars. Deze installaties gaan over verschillende aspecten van de hedendaagse maatschappij.

Ze illustreren dat de problemen en vragen niet meer afdoende beantwoord kunnen worden door traditionele kunst. Elke installatie is een originele kosmos op zich die leeft in een samenspel van tijd en ruimte, van verschillende objecten en media.

De negen installaties scheppen het beeld van een wereld die uit elkaar is gevallen, waarin ambivalenties moeten worden verdragen om ze te kunnen interpreteren. De negen installaties behandelen verschillende thema’s, maar vanuit hetzelfde perspectief: het verbeelden van een hedendaagse ontwikkeling en aan de kijker de interpretatie over te laten.

Brice Marden terug in Bazel


Brice Marden, Tusche und farbige Tinte auf Papier, 1985. Sammlung Brice Marden.©ProLitteris, Zürich.

Brice Marden: “Nature is a huge influence. Nature is reality. We painters deal with this weird aspect of reality. Every painting you make, you really want it to be a real thing, not just a real painting, and you’re always sort of hoping for this weird kind of apotheosis, where it all comes together”. (Bron: interview Josef Helferstein met Brice Marden, Kunstmuseum Basel). De eeuwenoude discussie over de relatie tussen kunst en natuur tot in de kern verwoord.

Brice Marden (1938) vestigde zijn naam en faam in de jaren zestig met monochrome schilderijen en emotioneel geladen tekeningen. Zijn werk combineert twee fundamentele standpunten: het abstract expressionisme en de weergave van het essentiële.

De tentoonstelling Brice Marden Inner Space presenteert een oeuvre dat aansluit bij de focus van de collectie van Amerikaanse kunst na 1960 van de Öffentliche Kunstsammlung Basel.

Zeven jaar (1978-1985) was de kunstenaar intensief betrokken bij de stad en de kathedraal in het bijzonder. In 1978 won hij een wedstrijd om de koorramen van de kathedraal van Basel te herontwerpen. Zijn ontwerpen zijn echter nooit gerealiseerd. De tentoonstelling toont een prachtige selectie en unieke van studies voor dit project en enkele schilderijen die in deze context zijn gemaakt.

Centraal in zijn schilder- en tekenpraktijk staat zijn belangstelling voor lijnen, gebaren en het zich beperken tot eenvoudige middelen en materialen. Door reeksen tekeningen en schilderijen naast elkaar te plaatsen, maakt Inner Space het procesmatige karakter van Mardens werk duidelijk.

Uitgangspunt is een fase van zijn werk die in zijn periode (1978-1985) in Bazel is ontstaan. Hij begon zich in het begin van de jaren 1980 te verdiepen in Aziatische kunst. Hij keerde zich intussen meer en maar af van monochrome schilderkunst.

In het midden van de jaren tachtig begon hij aan de Cold Mountain-serie. Hij verwees naar de geschriften van de Chinese dichter Han-Shan, bekend als “Koude Berg”, die in China actief was tijdens de Tang Dynastie (618-907).

Inner Space is een uitgebreide versie van de tentoonstelling Think of Them as Spaces. Tekeningen van Brice Marden, The Menil Collection, Houston, 21.2.-14.6.2020).

The Nabis in Bern


Félix Valloton, A. Th. Dostojekwski, 1885. Villa Rosa Winterthur. Permanente leen aan de Hahnloser/Jaeggli Stiftung

De Nabis-groep staat symbool voor het begin van de moderne kunst. De groep werd opgericht door en rond de kunstenaars Pierre Bonnard, Maurice Denis, Félix Vallotton en Édouard Vuillard. De tentoonstelling toont onder andere schilderijen uit de collectie Hahnloser/Jaeggli en gaat in op de relaties met Paul Gauguin en Odilon Redon.

Rond de eeuwwisseling van de 20e eeuw verschoof de kunst van figuratieve vvormen naar abstractie. De Nabis-groep toont de verschuiving, weg van het impressionisme.

Hoewel de Nabis kunstenaars niet waren verbonden door een uniforme stijl, techniek of ontwikkeling, zijn hun voorstellingen gebaseerd op dezelfde ideeën van en de onrust in de aanloop naar de eeuwwisseling van de 20e eeuw. De tentoonstelling behandelt verschillende thema’s die relevant zijn voor deze kunstenaars en onthult hun meervoudige wortels.

De wondere wereld van Insecten


(English) Fondation Bolle, Insectes, du Léman au Jura. Affiche de l'exposition.

De tentoonstelling Insecten, van het Meer van Genève tot de Jura (Insectes, du Léman au Jura)  maakt deel uit van een onderzoek naar de natuur rond Morges (kanton Vaud) en omgeving.

In navolging van de vorige projecten Vogels (Les oiseaux, 2013) en Zoogdieren, Amfibieën en Reptielen (les mammifères, amphibiens et reptiles, 2016) brengt de Fondation Bolle de insecten en hun habitat nu onder de aandacht.

De wereld van de insecten is voor vrijwel iedereen een onbekende wereld. Deze expositie en dit onderzoek gaan in op steeds weer terugkerende vragen.

We zijn omringd door duizenden kleine wonderen, het ene nog verrassender, kleurrijker en nuttiger dan het andere. Insecten zijn een belangrijke schakel in de kringloop en de ontwikkeling van de flora en fauna. Maar wat weten we er weinig van en veelal vinden we ze nog eng en gevaarlijk ook, ondanks Godfried Boman’s (1913-1971) Erik of het Klein Insectenboek uit 1941.

110 foto’s, genomen door 6 fotografen uit de streek, laten niemand onverschillig in hun perceptie van de natuur en haar insecten.

 

Demografische groei, Fibonacci en de natuur


Carlo Borer, Sleeping with the Gods, Kulturstiftung Basel H. Geiger | KBH.G. Foto/Photo: TES.

Kent u deze dieren nog: Psephurus gladius (Chinese lepelsteur 2019), Diceros bicornis longipes (West-Afrikaanse zwarte neushoorn 2011), Ectopistes migratorius (Trekduif 1914), Porphyrio albus (Lord Howe purperkoet 1834), Thylacinus cynocephalus (Tasmaanse tijger of buidelwolf 1936), Hydrodamalis gigas (Steller zeekoe 1768), Coregonus gutturosus (Bodenseehouting 1970), Raphus cucullatus (Dodo 1690),  Lagorchestes leporides (Oostelijke buidelhaaskangoeroe 1890), Lipotes vexillifer (Chinese Rivierdolfijn 2002) en Equus quagga quagga (Quagga) ? Waarschijnlijk niet. Ze zijn uitgestorven vanaf 1690.

De grootschalige installaties getiteld in de tentoonstelling “Sleeping with the Gods” van de kunstenaar Carlo Borer (1961) tikken de mijlpalen aan op de evolutionaire tijdlijn. Ze verbeelden de demografische ontwikkeling op basis van modellen van de VN en het dramatische verlies van diersoorten sinds 1700.

De explosieve demografische groei

De explosieve demografische groei en het uitsterven van diersoorten staan centraal in deze expositie. Anderzijds is de kunstenaar gefascineerd door de technologische vooruitgang.

Dat is de hoopvolle boodschap van de expositie van de Kulturstiftung Basel H. Geiger | KBH.G. Of het ook deze keer zal werken, na het opmerkelijke herstel van de Rijn of het verdwijnen van de Smog in Londen bijvoorbeeld, valt nog te bezien.

Het is een goed ontworpen en artistiek krachtige weergave van hoe beide samenhangen, hoewel het onderwerp niet vaak opduikt in de huidige klimaatdiscussies.

Carlo Borer is een kunstenaar die zich toelegt op installaties. Zijn technieken en  materialen komen meestal uit de industrie en wetenschap.

Ontwerp, materiaal, effect en aanpak hebben een wetenschappelijke basis. Hij werkt hiervoor samen met experts en wetenschappers. Dat geldt ook voor deze tentoonstelling. De onderliggende boodschap is, dat de mensheid haar eigen leefomgeving aantast.

Digger

Destructieve machines en fragmenten van een kwetsbare planeet worden gesymboliseerd door zijn sculptuur “Digger”, een constructie die eruit ziet als een symbiose van buitenaards wezen en een mijnmachine. Het symboliseert de exploitatie van de natuur door de mens. De machine leidt een eigen bestaan en zijn schepper heeft het niet meer onder controle.

Maanlandschap 

In een tweede tentoonstellingsruimte toont een installatie een deel van het maanlandschap één op één maar gefragmenteerd, gebaseerd op gegevens van de NASA. De maan vertegenwoordigt een dode planeet. In zijn hier getoonde vorm is hij uiteengevallen en dient hij de wetenschap slechts als een forensisch onderzoeksobject, zonder respect voor het object.

Sleeping with the Gods

Het hart van de tentoonstelling is een grootschalige installatie, een tijdlijn van het jaar 1700 tot vandaag. De vloer vertegenwoordigt de tijd ongeveer 320 jaar geleden. Verschillende met gras begroeide kegels van verschillende hoogten lopen gestaag omhoog tot sommige uitdoven, de uitgestorven diersoorten. In het midden rijst een machtige, hoogglans gepolijste kegel van roestvrij staal op.

Deze vertegenwoordigt de explosieve demografische ontwikkeling sinds met name 1800. De met gras bedekte kegels zijn de diersoorten die eerst worden gedecimeerd en uiteindelijk zijn uitgeroeid door menselijke inmenging.

Hierboven  genoemde diersoorten krijgen een symbolisch gedenkplaatje in neonschrift. Het schrift in Latijnse namen van de uitgestorven dieren is afkomstig van de moeder van de kunstenaar.

Fibonacci

Een andere sculptuur van roestvrij staal, geplaatst op een stapel schroot als een dunne pijp of een lange hoorn, toont de ontwikkeling van het aantal mensen van de afgelopen tweeduizend jaar, gebaseerd op demografische gegevens.

De mensheid leefde eeuwenlang in afhankelijkheid van de natuur totdat in de achttiende eeuw de industrialisatie op gang kwam. Vanaf die tijd zijn de verhoudingen drastisch veranderd. De mensheid wordt nu geconfronteerd met de gevolgen van haar ingrijpen in de natuur, gesymboliseerd door het schroot.

Op het schroot vermeldt de kunstenaar de getallen van Fibonacci. Deze getallen vertegenwoordigen de exponentiële bevolkingsgroei volgens zijn model in zijn boek Liber Abaci uit 1202. Leonardo da Pisa of Fibonacci (ca. 1170 – ca. 1240) bedacht deze getallenreeks voor de voortplanting van konijnen.

Ampelografie aan de Bielersee


Rother Velteliner. Foto: Rebaumuseum am Bielersee, Ligerz.

Zwitserland is een (relatief onbekend) wijnbouwland. Het kanton Wallis en de kantons rond de meren van West-Zwitserland zijn de belangrijkste wijnbouwgebieden.

Wereldwijd worden druivenrassen gecatalogiseerd en geïnventariseerd. De grootste catalogus is de VIVC Vitis International Variety Catalogue.  In Zwitserland is er een databank aan de Universiteit van Lausanne (Swiss Vitis Microsatellite Database) en de Nationale Genenbank (Nationale Genbank)  PGREL.

Deze laatste omvat wijnstokrassen die in Zwitserland zijn ontstaan of gekweekt of die een nationaal, regionaal of plaatselijk belang hadden.

In Zwitserland worden ten minste 252 druivenrassen geteeld, waarvan 168 onder de gecontroleerde oorsprongsbenaming AOC. Wereldwijd zijn er tot 10.000 druivenrassen, sommige schattingen gaan zelfs tot 20.000, waaronder ongeveer 5.000 hybriden.

De streek rond het meer van Biel is bekend voor de teelt van Gutedel/Chasselas en Pinot noir. Tegenwoordig omvat de rassenlijst van de Rebgesellschaft Bielersee meer dan 70 witte en rode druivenrassen.

Druivenrassen worden bepaald door de beschrijving van de wijnstok. Deze wetenschap is de ampelografie (van Grieks ámpelos = wijnstok en gráphein = schrijven). De wijnstokken worden vergeleken, de vorm en de kleur van de bladeren, en de druiven worden beschreven.

Sinds mensenheugenis hebben biologen getracht onderscheid te maken tussen druivenrassen. Dankzij intensieve studies zijn de resultaten steeds nauwkeuriger. Ieder druivenras heeft tegenwoordig een uniek genetisch DNA-profiel. Dit maakt het druif te identificeren en verwantschappen tussen druivenrassen en stambomen van druivenrassen te reconstrueren.

De tentoonstelling Vielfalt der Rebsorten in het Wijnbouwmuseum (Rebbaumuseum) in Ligerz (kanton Bern) toont oude en nieuwe, bekende en onbekende druivenrassen en duikt in de  wereld van de ampelografen en de nieuwe wereld van de moderne druiventeelt.