Müstair- symbool van eenheid

De voltallige Zwitserse regering (Bundesrat/Conseil fédéral) vergadert sinds 2010 een of twee keer per jaar op een andere plaats, extra muros, van het Bundeshaus in Bern. Op 12 oktober was ze aanwezig in Müstair (Val Müstair/ Münstertal) in kanton Graubünden.

De regering vergaderde bij deze gelegenheid met de Regenza (kantonsregering) intra muros van het klooster. Daarna presenteerde ze zich aan de inwoners van de vallei.

Zij doet dit in de verschillende regio’s van het land op haar gebruikelijke vergaderdag, de woensdag. De  vergadering in Müstair is de zeventiende extra muros bijeenkomst. De regering bevestigt hiermee niet alleen de diversiteit van het land, maar wil ook de band met de kantons en de bevolking versterken.

Müstair is niet zomaar een plaats. Hier stichtte Karel de Grote rond 775 het St. Johann Klooster (Claustra Son Jon) en zijn vrouw de kerk St. Maria een paar kilometer verderop. Bovendien vond vlak bij Val Müster in 22 mei 1499 de slag bij het Zuid Tiroolse Calven (Chalavaina in het Romaans) plaats tijdens de Schwabenkrieg van 1499.

Engadinerkrieg

Deze oorlog van de Eidgenossen tegen Habsburg wordt om deze reden ook wel de Engadinerkrieg (of Schwabenkrieg vanwege de escalatie) genoemd. Keizer Maximiliaan (1469-1519) viel in 1499 Unterengadin en Val Müstair binnen met het doel het dal en de belangrijke Umbrailpas te controleren.

De troepen van de drie Bonden (de Gotteshausbund, de Zehngerichtenbund en de Obere of Graue Bund) waren echter de overwinnaars. Dit leidde in 1524 tot de oprichting van de Freistaat der Drei Bünde. Deze bestond tot 1798 (Franse inval) en werd in 1803 het nieuwe kanton Graubünden, vernoemd naar de Graue Bund.

Vlag van Graubünden - Wikipedia

Bij de Vrede van Bazel van 1499 verdwenen de Habsburgers voorgoed als wereldlijke macht van Zwitsers grondgebied, afgezien van het Unterengadin en Val Müstair en invloed van Habsburgs gezinde bisschoppen van het bisdom Chur, abten van abdijen en enkele lokale heersers.

De laatste gevechtshandelingen tussen Habsburg aan de ene, en de Freistaat der Drei Bünde aan de ander kant vond plaats gedurende de Bündner Wirren (1619-1639).  Graubünden was een zijstrijdtoneel in de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) tussen Oostenrijks- en Spaans Habsburg en zijn lokale Bündner bondgenoten aan de ene, en Frankrijk en haar (Bündner) verbondenen aan de andere kant, veelal dwars door de Protestante en Katholieke religies heen. Het was ook een burgeroorlog, zoals de Tachtigjarige Oorlog in de Nederlanden dat ook deels was.

Habsburg bestuurde formeel het Unterengadin nog tot 1652/1653. In dat jaar kochten de dorpen zich vrij. Deze waren al sinds 1367 nauw verbonden met de Gotteshausbund en hoorden feitelijk al bij de Freistaat der Drei Bünde.

De bisschop van Chur bezat de rechten op Val Müstair. Ook deze regio was aangesloten bij de Gotteshausbund. Hij verkocht deze in 1728 aan Habsburg. De dorpen in Val Müstair wilden echter niet bij Habsburg horen en kochten zich op hun beurt in 1762 vrij. Afgezien van Rhäzuns (tot 1819) en Tarasp (1803) had Habsburg vanaf dat moment geen staatkundige banden meer met Graubünden.

Romaanse taal

De Romaanse taal was in deze tijd nog steeds de belangrijkste taal in Graubünden, hoewel Duitstalige Alemannen vanaf de zevende eeuw en Welser immigranten vanaf de twaalfde eeuw steeds meer terrein wonnen.

Driehonderdenvijftig jaar na 1653 spreekt een minderheid van 55 000 inwoners van het kanton Romaans. De relativering: dit is meer dan het aantal inwoners in het nieuwe kanton van 1803!

De Plaz Grond van Müstair

Graubünden is nog steeds drietalig (Romaans, Italiaans en Duits). Het Romaans kent vijf idiomen. In Val Müstair is Jauer de spreektaal. Deze taal heeft veel gelijkenis met Vallader, maar heeft toch een eigen identiteit en historie. Graubünden symboliseert bij uitstek de verscheidenheid van Zwitserland. De fysieke vorm van het kanton heeft zelfs wat weg van het land.

Markus Caduff overhandigt een geschenk van het kanton aan de Bundespresident

De bijeenkomst van de regering en de Regenza had iets weg van de Landsgemeinde, die vroeger ook in Graubünden bestond. Markus Caduff, president van de Regenza, en Gabriella Binkert Becchetti, burgemeester van de gemeente Val Müstair, heetten de regering welkom, uiteraard ook in het Romaans.

Bundespresident Ignazio Cassis refereerde in zijn toespraak aan de veeltaligheid en de verscheidenheid van Zwitserland. Als symbolische deelnemer aan een cursus Vallader in Scuol in 2021 en als een van de initiatoren van federale steun voor de  Romaanse taal en cultuur, begon hij zijn toespraak in het Romaans.

Donna Leon, inwoner van Sta. Maria, en Bundespresident Ignazio Cassis.

De Bundespresident bevestigde in deze context tevens het bestaansrecht van Zwitserland: de wil van de 26 kantons en hun burgers om in de Confederatio Helvetica te wonen, die ze zelf hebben gesticht in 1848.

Ook de (reis) afstand tussen Genève en Müstair of Lugano en Basel verandert daar niets aan. Zwitserland is een Willensnation en geen creatie van buitenaf, hoezeer die ook invloed heeft gehad. De burgers en kantons hebben altijd het laatste woord, in 1815, 1848 en in 2022.

De Landsgemeinde bestaat in het kanton niet meer, maar de ingetogen, rustige en ietwat plechtige stemming en de directe contacten tussen inwoners en gemeentelijke, kantonale federale bestuurders zullen er enige gelijkenis mee hebben. Het was een bijeenkomst ‘op zijn Zwitsers’. Het land en zijn inwoners varen er wel bij.

Klooster St. Johann in Müstair

Het Benedictijner klooster St. Johann (Claustra Son Jon) in Müstair (kanton Graubünden) is in 774 gesticht door Karel de Grote (748-814) en staat sinds 1983 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Het klooster is een complex van historische (Karolingische en Romaanse) gebouwen en fresco’s, een museum en kloosterkerk waar al meer dan 1200 jaar ononderbroken wordt gebeden en gewerkt.

Karel de Grote  (748-814) in St. Müstair

Het museum toont de geschiedenis en de vele voorwerpen van onschatbare waarde, waaronder de unieke Karolingische en Romaanse fresco’s, het standbeeld van Karel de Grote en een laatgotisch gewelf.

De kapel van het heilige kruis met haar wandschilderingen dateert eveneens uit de 8e eeuw. De Planta toren is gebouwd in de 10de eeuw. Deze woontoren is de oudste in zijn soort in het Alpengebied. In de toren is tegenwoordig een museum gevestigd.

Tegenwoordig leven er nog negen nonnen in het klooster. De komende 1200 jaar zijn niet gegarandeerd.

(Bron en verdere informatie: J. Goll, Klostermuseum Müstair, Müstair 2004).

Een authentiek Klooster. Oktober 2022. Foto: TES.

De Simplonpas, Gondo en het Ecomuseum Simplon

Het Ecomuseum Simplon legt zich toe op het transitverkeer over de pas, zijn geschiedenis en de natuurlijke omgeving van de Simplon en het dal.

Het museum combineert het landschap met de culturele historie, vandaar de toevoeging ‘Eco’. Het museum is verspreid over een aantal gebouwen met permanente en tijdelijke tentoonstellingen.

Het is vooral een openluchtmuseum met de middeleeuwse saumweg en de zeventiende eeuwse Stockalperweg van ongeveer 35 kilometer als belangrijkste route. Saum is een ander woord voor muilezel. Het vervoer vond tot de komst van de postkoets voornamelijk plaats met dit pakdier. De handelaren worden om deze reden Säumer genoemd.

De Stockalperweg is een goed begaanbaar wandelpad en loopt van Brig via Gabi en Furgu, door het Zwischenbergdal en de Gondoschlucht (Gondo-kloof) naar Gondo.

Siders/Sierre

Der Alte Gasthof  (Oude Herberg) in Simplon-Dorp is het eigenlijke centrum van het museum. Het internationale transitverkeer en de gevolgen daarvan voor de regionale geschiedenis (Brig, Simplon-Dorf en andere dorpen), de cultuurhistorische voorwerpen uit deze regio (de Perren-collectie) en de geschiedenis van de goudmijn van Gondo-Zwischbergen staan in het middelpunt.

Die Alte Kaserne (Oude Kazerne) is een Napoleontisch gebouw bij de ingang van de Gondo-kloof. Het toont de verkeerswegen van de Simplon: het oude saumpad (12e en 13e eeuw), de Stockalperweg (17e eeuw), de Napoleontische weg (1805), de spoorlijn met de bouw van de Simplontunnel (1906) en de rijksweg (1957).

Fort Gondo is een fort uit 1798-1813. Aan het begin van de 20e eeuw en tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog breidde het leger de 19e-eeuwse verdedigingswerken uit tot een barrièrefort.

Das Goldabbaumuseum  (goudmijnmuseum) in de Stockalperturm in Gondo toont de gouddelversstad Gondo. Kaspar Jodok von Stockalper (1609-1691), “le roi du Simplon” zoals hij aan het hof van Lodewijk XIV werd genoemd, ontgon hier al goud in de zeventiende eeuw. Tot aan het begin van de 20e eeuw probeerden verschillende ondernemingen het kostbare metaal te delven in diverse mijnen, zonder al te veel succes.

(Bron en verdere informatie: Ecomuseum Simplon; www.simplon.ch; ViaStoria Kulturwege Schweiz

 

Jau sun Biosfera in het Münstertal

De inwoners van het Münstertal (Val Mustair) in Graubünden hebben zich in 2020 in een referendum in grote meerderheid uitgesproken voor de Charta 2021-30.

Dit document legt de doelen van het natuurpark Biosfera Val Müstair voor de komende tien jaar vast. De volgende stap ligt op kantonaal en federaal niveau. Zo gaat dat in Zwitserland, bottum-up in contact met alle betrokken organisaties vanaf het begin van de besluitvorming en niet achteraf.

De duurzame ontwikkeling, toerisme, landbouw regionale ontwikkeling en natuurbehoud zijn geen tegengestelde doelen, maar vullen elkaar juist aan.

Ruim duizend jaar voordat Val Müstair in 2011 het predicaat natuurpark van nationaal belang kreeg, was het al een regio van internationaal belang. Het klooster St. Johann (Claustra Son Jon) in Müstair, gesticht door Karel de Grote in 774 na diens veldtocht tegen de Langobarden herinnert er nog aan.

Muglin Mall

Hotel Crusch Alba

Ritterhaus Chasa de Chapol

De vele musea, de eeuwenoude Bündner dorpjes, de plaats Sta. Maria met eeuwenoude hotels, onder andere het Ritterhaus Chasa de Chapo, Crusch Alba en de Muglin Mall zijn als het ware met het schitterende landschap en de natuur vergroeid.

De Biosfera leeft echter niet in het verleden, maar kijkt vooruit. De uitslag van deze stemming bevestigt dit beleid.

Een win-win situatie voor alle betrokkenen, onder anderen de landbouw, die reeds voor 80% gecertificeerde biologische landbouwproducten produceert, en het toerisme dat dit waardeert.

Jau sun Biosfera, ik ben Biosfera is de stemming (verdere informatie: (www.biosfera.ch).

De geheimen van het Wägital

Een herfstwandeling langs de oevers van de Wägitalersee biedt alles wat het Alpenlandschap te bieden heeft: bergen, bossen, weides, een meer, beekjes, een dorp, boerderijen, koeien, schapen en op deze dag (5 oktober)zelfs mooi weer. Zwitserland uit de brochure van het toeristenbureau.

Het dorp is echter niet het dorp en het meer is niet het meer uit 1924. In oktober 1847, dit jaar 175 jaar geleden, was het bovendien niet  idyllisch in het Wägital en zijn twee dorpen Innerthal en vorderthal.

Het kanton mobiliseerde weerbare mannen voor het leger van de Sonderbund. Deze opvolger van de in 1841 ontbonden Sarnerbund verenigde in 1845 de katholieke kantons Zug, Luzern, Freiburg, Wallis, Schwyz, Obwalden, Nidwalden (Unterwalden) en Uri.

Deze kantons verzetten zich tegen een te machtige federale overheid en wilden daarentegen hun soevereiniteit houden. Bovendien hadden andere kantons in strijd met de Grondwet kloosters opgeheven. Luzern reageerde daarop door de Jezuïeten weer een prominente rol te geven in het onderwijs. Dit leidde tot een militaire tegenactie van inwoners van protestante kantons.

De liberale kantons die een sterke federale overheid voorstonden en protestants waren (alleen St. Gallen, Tessin en Solothurn waren grotendeels katholiek) erkenden deze Sonderbund niet en in de Tagsatzung (zeg maar de Staten Generaal van de kantons) verklaarden ze deze illegaal.

Zij hadden de meerderheid in bevolking, economische macht en de politiek. Als het ware een soort voorloper van de scheidslijnen in de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1864). De protestante kantons Basel-Stadt en Neuchâtel en het katholieke Appenzell Innenrhoden bleven neutraal.

Daarna nam het conflict zijn loop met de (anti) climax van de veldslagen in Gisikon en Meierskappel in november 1847. De Sonderbund was de verliezende partij, maar de winnende kantons van de federatie toonden zich verzoenlijk.

Dit kwam onder andere tot uitdrukking in de Nieuwe Grondwet van 1848. De Federale overheid kreeg weinig bevoegdheden en dan nog alleen na instemming van de kantons én van de burgers. Zij bleven de soeverein, ook in de nieuwe Grondwet en tot de dag van vandaag.

De Raad van Staten (Ständerat/Conseil d´États) was de Tweede Kamer met volledig gelijkberechtigde kantons én met exact dezelfde bevoegdheden als de Nationale Raad of de Eerste Kamer (Nationalrat/Conseil fédéral). Iedere wet moest ook de toestemming hebben van een absolute meerderheid van de kantons in de Raad van Staten.

Deze opzet was bedoeld om de kleinere katholieke-conservatieve kantons een aanvaardbare (tegen) stem te geven in de federale systeem en de meerderheid van grotere en machtigere overwegend protestante kantons.

Ook op religieus gebied werd de protestante soep niet zo heet geheten en het katholieke onderwijs en de kerk kregen grondwettelijke rechten.

Het herbouwde Innerthal

Vanaf 1848 was het weer rustig in het Wägital. Tot 1924. Dan verdwijnt het dorp Innerthal om plaats te maken voor het stuwmeer, dat is ontstaan na het aanleggen van de stuwdam. Het dorp en zijn middeleeuwse kerk zal worden hoger op de heuvel worden herbouwd.

Als bomen, water, dorpen en kantons konden spreken.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Bron en verdere informatie: René Roca, Historisches Lexikon der Schweiz, HLS

De Rijn in achtendertig musea

Het museumnetwerk (Netzwerk Museen/Réseau des musées) presenteert de grootste grensoverschrijdende tentoonstellingsreeks over de Rijn tot nu toe. Tussen het najaar van 2022 en het voorjaar van 2023 zullen er 38 tentoonstellingen worden georganiseerd rond het thema “De Rijn”.

De tentoonstellingen vinden plaats in Noord- en Zuid-Baden (Duitsland), in de departementen Haut-Rhin en Bas-Rhin (Frankrijk) en in Noordwest-Zwitserland. Ze belichten de Rijn vanuit uiteenlopende gezichtspunten.

Natuur, ecologie en scheepvaart op de Rijn zullen evenzeer aan bod komen als architectuur, geschiedenis, kunst, cultuur, religie, technologie en de verschillende nationale visies op deze grote rivier.

Het Museumnetwerk is een vereniging van musea uit Frankrijk, Duitsland en Zwitserland die op projectbasis samenwerken. Om de vier jaar presenteert het netwerk in de deelnemende musea tentoonstellingen over een gemeenschappelijk thema.

De grensoverschrijdende tentoonstellingen van het netwerk belichten thema’s vanuit verschillende invalshoeken. Grote en kleine musea zijn erbij betrokken.

De eerste tentoonstellingsreeks van het netwerk was in 2014 was gewijd aan de Eerste Wereldoorlog met meer dan 20 tentoonstellingen.

Het Museumnetwerk wordt gecoördineerd door het Dreiländermuseum Lörrach (Duitsland).

Schaffhausen, Rijn Waterval.

Bazel

De papiersnijders van Pays-d’Enhaut

Louis Saugy (1871-1953) en Johann-Jakob Hauswirth (1809-1871) zijn tegenwoordig de meest onbekende meesterkunstenaars van Zwitserland of misschien wel van Europa.

Zij vonden de kunst van het papiersnijden (découpage in het Frans, Scherenschnitt in het Duits) uit. Het werd een specialisatie in de regio Pays-d’Enhaut (kanton de Vaud) en Château- d’Oex en Rougemont zijn de centra.

Louis Saugy woonde in Rougemont en hij knipte met zijn schaar letterlijk het leven van Pays-d’Enhaut uit. Hij was vanaf 1930 al een beroemdheid en een bekend kunstenaar. Zijn voorganger Johann-Jakob Hauswirth was zijn voorbeeld, maar hij steeg daar artistiek boven uit.

Winston Churchill, de Koninklijke familie van Spanje, veldmaarschalk Alexander Montgomery en vele andere beroemdheden kwamen naar zijn huis/atelier om hem aan het werk te zien.

Het Musée du Vieux Pays-d’Enhaut in Château-d’Oex toont veel van zijn uitzonderlijke werken. Hij sneed of knipte letterlijk alles, de abdij van Rougemont, chalets, mensen, winkels, allerlei dieren, bergen, bomen, bloemen, interieurs van huizen, cafés, restaurants en vele andere scènes uit het dagelijks leven.

Zijn moeder was een schooljuffrouw en tekende prachtig. Zij leerde hem de basis van het tekenen. Zijn vader was boer en slager en sneed ’s avonds soms grote papieren silhouetten van dieren en mensen.

De MOB (de Montreux en het Berner Oberland) spoorweg verbond Montreux en het Berner Oberland en Rougemomt in 1905. De trein verving de postkoets van de Federale Postdienst voor het bezorgen van de houtsnippers voor de papierproductie. Het maakte zijn snij-  en knipleven makkelijker. Steeds meer reizigers en toeristen arriveerden met de trein en zij zagen en kochten zijn werk en maakten hem bekend in heel Europa.

Het Louis Saugy wandelpad in Rougement en het Musée du Vieux Pays-d’Enhaut tonen zijn leven en werk.

Soevereiniteit Zwitserland

De geschiedenis van de soevereiniteit van Zwitserland kent vele data, mythen en (historische en politieke) discussies.

Het staat buiten kijf dat het grondgebied van het huidige Zwitserland in de 15e eeuw nog deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk en dat dit grondgebied (behalve Rhäzuns (1819) en Neuchâtel (1856) in de 19e eeuw respectievelijk in 1815 en 1848 soeverein was.

Heilige Roomse Rijk

De periode tussen de 16e en 18e eeuw (tot 1798, 1803, 1813) is minder duidelijk. Het Heilige Roomse Rijk strekt zich rond 1530 uit over gebieden die vandaag de dag verdeeld zijn over meer dan tien soevereine staten (Nederland, België, Luxemburg, Liechtenstein, Oostenrijk, Frankrijk (Lotharingen, Franche-Comté, (Hoge) Savoie, Elzass), Duitsland, Tsjechië, Slovenië en gebieden in Kroatië en Polen). Spanje, Hongarije, Sicilië en Sardinië waren verbonden in een persoonlijke unie.

De keizer

De Habsburgse dynastie leverde 1438-1806 bijna zonder uitzondering de keizers. Dit rijk en de keizers samen met de paus belichaamden ook de Latijnse christenen.

Het Rijk was formeel een politieke en juridische entiteit, met inbegrip van het Reichskammergericht in achtereenvolgens Worms, Speyer en uiteindelijk tot 1806 in Wetzlar), de Hofrat  in Wenen, de Reichstag in verschillende steden.

Het Rijk kende honderden kerkelijke en seculiere, regionale en lokale heersers: bisschoppen, abdijen, hertogdommen, graafschappen, keizerlijke steden. De lokale wetten en gewoontrecht waren meestal doorslaggevend. Van een  werkelijke politieke en juridische was geen sprake.

De geschiedenis van het recht wordt niet verder besproken. Maar drie factoren zijn relevant. Het monopolie van de keizer op het gebruik van geweld en het stichten van vrede. Dit was belangrijk voor de Eidgenossenschaft in 1415 (verovering van Aargau op Habsburg), 1460 (verovering Thurgau) en in 1474-1477 (de Bourgondische oorlogen, met keizerlijke toestemming).

Het recht om belasting te heffen en ten derde het prestige van het rijk en de keizer als opperste wetgever speelden een belangrijke rol tot de ontbinding van het Rijk in 1806.

Eidgenossenschaft

Zwitserland bestond toen nog niet in de middeleeuwen. Formeel hoorde het gebied tot 1648 (vrede van Westfalen) tot het Heilige Roomse Rijk. Feitelijk was er sprake van steeds grotere autonomie vanaf de dertiende eeuw.

De bekendste alliantie is die van de drie Urkantone van 1291 (Uri, Schwyz en Unterwalden). De politiek belangrijkste allianties waren echter tussen de keizerlijke steden Zürich, Bern, Luzern, Fribourg en Solothurn.

De academische vraag of de Eidgenossenschaft van 1291 of de stedelijke allianties de grondslag zijn van wat uiteindelijk de Confederatie zou worden is niet relevant. Het is een feit dat er in 1513 een Confederatie van dertien kantons en Orte bestond.

Deze allianties waren in die tijd gebruikelijk, de Elzasser Zehnstädtebund of Dekapolis, de Hanze of de Zwabische Liga in Zuid-Duitsland. De Zwitserse Confederatie bleef echter tot 1798 bestaan. Wat maakte deze Confederatie een uitzondering en een bijzonder geval in (Midden) Europa?

Autonome steden en regio’s

Het centrale niveau van de heerschappij van het Heilige Roomse Rijk en de  koninkrijken waren de dominante factoren in de vorming van de staat tussen 1495 en 1648.  Het Rijk kende daarnaast veel regionale en lokale seculiere en kerkelijke heersers, ook in Zwitserland.

De vele keizerlijke steden en keizerlijke privileges voor het grondgebied van het huidige Zwitserland zijn in dit opzicht belangrijk. Keizerlijke steden waren autonome gemeenschappen, bijvoorbeeld Basel, Bern, Zürich, Freiburg, Luzern, Zug, Schaffhausen, Rapperwil, Genève, St. Gallen, Stein am Rhein en Solothurn.

In deze regio waren er veel keizerlijke steden (Besançon, Colmar, Straatsburg, Rottweil, Mulhouse, Augsburg, Konstanz) en ook stadsfederaties (Dekapolis, Schwäbischer Bund, Eidgenossenschaft).

Meer dan 90% van alle keizerlijke steden bevonden zich in het zuidwestelijke kwart van het Rijk. In de Eidgenossenschaft sloten de Orte, steden en hun territoria naadloos aan elkaar aan, in tegenstelling tot de Elzasser Zehnstädtebund en de Schwäbischer Bund.

Bovendien vormde de Eidgenossenschaft met haar bergpassen, rivieren en noord-zuidverbindingen een belangrijk gebied voor handel, personenvervoer en militair transport.

Om deze redenen sloot de Freistaat der Drei Bünde (een verbond van de drie regionale allianties Gotteshausbund, Zehngerichtenbund, Oberer/Grauer Bund) een verbond met de Confederatie van 13 kantons en toonde ook belangstelling in (militaire) samenwerking.

Deze gemeenschappelijke (commerciële) belangen waren uiteindelijk belangrijker dan de vele religieuze (sinds 1525), politieke en territoriale verschillen. De oerkantons en Graubünden waren bijvoorbeeld met geïnteresseerd in Italiaanse gebieden (Tessin, Bormio, Chiavenna en Veltlin) terwijl Bern, Solothurn en Freiburg zich vooral op Noord- en West-Zwitserland (Aargau, Thurgau, Waadt) richtten.

1513-1798

De uitbreiding van de Eidgenossenschaft in 1513 tot 13 leden en de Vrede van Westfalen in 1648 waren volkenrechtelijk niet doorslaggevend voor het ontstaan van het huidige Zwitserland.

De 13 kantons van de Eidgenossenschaft bleven tot 1798 soeverein en de Confederatie was nog geen nieuwe Europese natie, hoewel ze door andere landen wel feitelijk als staat werd behandeld. Er is een zekere gelijkenis met de Republiek van de Zeven Verenigde (soevereine) Provincies in de Nederlanden.

1815-1848

De jaren 1815-1848 waren bepalend voor de volkenrechtelijke soevereiniteit en het ontstaan van het huidige Zwitserland.

De wortels gaan echter eeuwen terug en 1291, feit, mythe of niet, is in ieder geval een indicatie van deze ontwikkeling die in  een lang proces tot de soevereiniteit heeft geleid. Dat het ook anders had kunnen lopen,  is niet relevant.

In andere bijdragen wordt ingegaan op de vele lokale en regionale heerschappijen tussen 1300 en 1798, zoals bisdommen (Bazel, Chur of Sion bijvoorbeeld), abdijen bijvoorbeeld Einsiedeln, St. Gallen, Pfäfers, Disentis, Werdenberg, hertogdommen en graafschappen (waaronder Schwaben, Habsburg, Savoie, Kyburg of Zähringen),

(Bron: B. Marquardt, Die alte Eidgenossenschaft und das Heilige Römische Reich (1350-1798). Staatsbildung, Souveränität und Sonderstatus am alteuropäischen Alpenrand, Zürich 2007).