De Tafeljura, Gelterkinden en het Chrindeltal

Het klimaat en de natuur veranderen al vanaf het eerste begin van de planeet aarde, ruim vier miljard jaar geleden. De Jura en de Alpen zijn hiervan vanuit geologisch oogpunt gezien relatief jonge getuigen. De oudste van deze twee heeft inmiddels zijn groeiproces voltooid. De Alpen nemen nog steeds in hoogte toe. De Gletsjergarten in Luzern biedt een indrukwekkend beeld van deze processen.

De natuur past zich ook permanent aan klimatologische omstandigheden aan, dit geldt voor flora en fauna, mensen, virussen, schimmels en bacteriën.

De mensheid

De mens neemt in dit proces echter een bijzondere plaats in. De mens is in staat de natuur en het klimaat op korte termijn te beïnvloeden en soms zelfs radicaal te veranderen. Over het klimaat wordt dagelijks bericht.

De explosieve groei van het aantal mensen, het plaveien van de aarde met steden, beton, cement, ijzer, steen, het veranderen van rivieren in kanalen, het omleggen van beekjes, het aanleggen van stuwmeren in valleien of het rooien van bosgebieden voor landbouw en veeteelt zijn van ingrijpende invloed.

Tafeljura-Plateau

Het Tafeljura-Plateau ligt ten oosten en zuidoosten van de stad Bazel in het kanton Basel-Landschaft. Het ligt in een Natuurgebied dat zich over 58 hectare uitstrekt over de Eselfluhholde, Chrindel, Stolten en Stierengraben.

Het woord plateau zegt overigens niets over het reliëf van het gebied. Deze regio is een doorsnede van het gebergte van de Jura. Bossen, weides, kloven, rotsen, beekjes en andere waterbronnen, ruïnes, burchten, dorpen en vergezichten bepalen het beeld.

Eeuwenlang was dit gebied in gebruik als landbouwgrond en voor veeteelt. Een van de menselijke ingrepen was het verleggen van beken en het aanleggen van dammen in dit waterrijke gebied, een auenlandschaft.

De Chöpfliweg in het Chrindeltal  ging dwars door dit deels drooggelegde landschap en was bedoeld voor karren en het vervoer van vee. De St. Georgequelle (de Jörkerbrunn) werd zelfs via een 5.3 kilometer lange leiding de drinkwatervoorziening van het nabijgelegen Sissach en dus onttrokken aan de natuur.

De Chöpfliweg

De Stierengraben dankt zijn naam ook aan deze periode. Stieren trokken de ploeg en de karren in de milde jaargetijden en verbleven als dank vanaf de herfst tot de lente in de open lucht in deze onherbergzame en vochtige omgeving. Aan het einde van de Stierengraben stort de ‘Rünenberger Giessen’, zich van 18 meter hoogte op het gesteente van de Jura. Het geeft een indruk van het rauwe leefgebied voor de stieren.

Oude gerenoveerde stal voor het vee 

Met huishoudelijke inrichting voor bezoekers

Oude drinkbakken voor het vee

Kortom, gedurende enkele eeuwen had de natuur een ander aanzien dan het oorspronkelijke waterlandschap. Dit voor flora en fauna zo belangrijke landschap met ongeveer 40% van plantensoorten in Zwitserland en een rijke schakering aan insecten, vlinders, vogels, amfibieën en kleine zoogdieren, was eeuwenlang een landbouwgebied. Tot overmaat van ecologische ramp rooide men de veelzijdige bomenvegetatie en verving deze door sparren.

Evolutie

Sinds 2011 heeft het waterlandschap echter weer haar vrije verloop en zijn de sparren vervangen door de authentieke bomenvegetatie. Op een gebied van 5 hectare in het Chrindeldal heeft de natuur zelfs de vrije verloop.

Het menselijke ingrijpen is op diverse plaatsen nog te zien, zoals de eeuwenoude en gerenoveerde veestal, de drinkbak voor het vee of de eeuwenoude Chöpfliweg. Ook de natuur gaat echter haar gang, inclusief een voor essen fatale schimmel, de Eschenwelke. De vrijgekomen ruimte is binnen de kortste tijd echter weer ingenomen door een grote variatie aan planten en struiken en ontkiemende andere bomen. De evolutie in een notendop.

Revolutie

Van evolutie naar revolutie is maar een letter verschil. En toch was dit de situatie in de jaren 1832/1833. Het dorp Gelterkinden afgeleid van het Alemannische Gelterkingen, koos in de opstand van Baselbiet tegen Basel-Stadt de kant van de stad. De stad Bazel had in 1461 de rechten op het dorp Gelterkinden van de Heren van Thierstein-Farnsburg verworven.

Het dorp verzocht zelfs om militaire steun van de stad tegen wat toen nog opstandelingen heette. Daarop bestormden en plunderden troepen van Baselbiet het dorp. Sindsdien maakt het dorp onderdeel uit van het kanton Basel-Landschaft.

Hereniging ?

De hang naar hereniging met kanton Basel-Stadt was er echter nog steeds. Dit kwam onder andere tot uiting in de mislukte  opstand tegen de kantonsregering in Liestal in 1840 (de Gemeindejoggeliputsch). Nog steeds zijn er initiatieven en zelfs (afgewezen) referenda voor een vereniging van beide kantons.

Liestal, Museum. BL. 1913, poster met oproep voor hereniging

Referendum 1936, poster tegen hereniging. Archief Basel-Stadt

Staatsarchiv Basel-Stadt

Dit veelzijdige natuurlandschap en deze historie treft de wandelaar aan op een deel van de Chirsiweg, de kersenweg, van Sommerau naar Gelterkinden. Kersenbomen staan al eeuwenlang in bloei in het voorjaar in het Oberbaselbiet en zijn nog steeds een belangrijke agrarische bedrijfstak. Deze regio heeft echter meer te bieden dan kersenteelt en toont vooral de veelzijdigheid van de Jura.

De kersenbomen van de Chirsiweg (Chirsi betekent kersen)

De Vereniging Nederland-Bazel organiseert jaarlijks wandelingen in de beide kantons Basel-Stadt en Basel-Landschaft, waarbij natuur, cultuur en historie en het sociale aspect centraal staan.

Het dorp Rünenberg

De Sta. Maria in Val Müstair

Zoals de naam van het dorp al aangeeft, was de kerk gewijd aan Maria, de Moeder Gods. De kerk komt in 1167 voor het eerst in een document voor, de Sta. Maria in Silvaplana. Sta. Maria wordt vervolgens de naam van het dorp. Volgens de legende stichtte Karel de Grote na diens veldtocht in 774/775 tegen de Longobarden en een sneeuwstorm op de Umbrailpas de kerk.

Van 1526-1837 (behalve 1620-1648): katholieken links, rechts protestanten.

De huidige kerk dateert uit het jaar 1492 en is een renovatie van de bouwmeester Andreas Bühler (1457-1512) uit het Oostenrijkse Kärnten.

Op basis van de religieuze vrijheid in de Freistaat der Drei Bünde (Ilanzer Artikel van 1526) nam het dorp de reformatie over en benoemde een dominee uit Sent (Unterengadin).

Müstair bleef echter katholiek. De katholieke minderheid in Sta. Maria kon de kerk nog gebruiken, en wel op de linker zitbanken ! Een compromis op zijn Zwitsers. Sta. Maria was bovendien al eeuwen een pelgrimsoord vanwege de Moeder Gods.

Uiteraard was er wel een spanningsveld tussen beide religies. Zo is bijvoorbeeld het verhaal bekend dat katholieken (links in de kerk) en protestanten (rechts in de kerk) tegen elkaar opzongen, de Fanfare (1958) van Bert Haantra in Sta. Maria !

Het ging goed tot 1620 en het begin van de Bündner Wirren (1619-1639). Het katholieke Habsburg bezette de vallei en verbood het nieuwe geloof. De protestanten bestormden vervolgens de kerk en gooiden de (Maria) beelden in de Rombach (Il Rom).

De Sta. Maria en Il Rom (de Rombach)

Stroomafwaarts, voor zover van hout, visten de katholieke inwoners van Zuid-Tirol deze uit de Etsch (Adige in het Italiaans) en brachten ze onder in kerken in Lichtenberg, Tschengls en Algund.

Met hulp van het (katholieke !) Franse leger kregen de protestanten in 1648 hun oude rechten terug. De katholieken mochten weer gebruik maken van de kerk zolang er katholieke inwoners waren. De laatste stierf in 1837. Het nieuwe Mariabeeld, gemaakt in 1621 in opdracht van de Habsburgers, werd vervolgens in een processie naar het klooster St. Johann gebracht. Volgens de overlevering huilde Maria bij deze gelegenheid.

De kerk heeft aan de buitenzijde van het koor nog een 8.22 hoge middeleeuwse afbeelding van Christoforus en bij het portaal een fresco uit 1513 van Jezus op de Olijfberg.

De kerk is ook bekend vanwege haar marmeren gedenkplaten uit de Weißwasserbruch uit Laas  (Zuid-Tirol), ook wel en met reden het marmerdorp genoemd.

De historie van de vallei, Graubünden en Zuid-Tirol is hier te lezen: Zuckerbäcker, Säumer, Podestà (voogd) van in 1512 door Graubünden veroverde Italiaanse gebieden (Veltlin, Bormio en Chiavenna), immigranten, dominees, de architect van Hotel Schweizerhof (bouwjaar 1903) Maini Swartz (1858-1937), kunstenaars en kooplieden.

De Schweizerhof en hieronder zijn architect

Kort historisch overzicht van directe democratie

Het Zwitserse model van directe democratie functioneert vaak als voorbeeld van het betrekken van burgers bij het nemen van (fundamentele) besluiten door de wetgever. De historische ontwikkeling en het functioneren in de specifieke context van dit land zijn echter veelal onbekend.

Ieder systeem heeft zijn voor- en nadelen, een ding staat echter vast, het democratische systeem is het minst slechte, of het nu gaat om presidentiële systemen in Frankrijk of Amerika, parlementaire systemen volgens evenredige vertegenwoordiging (Denemarken) of een districtenstelsel (Verenigd Koninkrijk), een federale constitutionele opzet, zoals Duitsland of een eenheidsstaat, zoals Nederland.

Functioneren

Het systeem in de Zwitserse Confederatie (Confoederatio Helvetica) neemt echter wel een bijzondere plaats in te midden van deze democratieën en alleen een goed inzicht in de historie en het ontstaan van de directe democratie op federaal niveau plaatst haar functioneren in het juiste perspectief.

Kantons en gemeenten hebben ook referenda, soms zelfs al lang voor de Grondwet en Confederatie van 1848.  

Deze federale directe democratie, hiermee wordt gedoeld op het middel van directe volksraadpleging van (Grond-) wet of internationale verdragen en een (dubbel) veto van de burgers (das Volk) en de Raad van Staten (Ständerat) betekent het einde van iedere wet of internationaal verdrag.

Over de voor- en nadelen van dit systeem wordt niet verder ingegaan, alleen de historische ontstaansgronden komen in het kort aan de orde.

Bottom up in een eeuwenoud proces

Dit heeft tot doel aan te tonen dat het een Bottom up gegroeid concept is, dat nauw samenhangt met de geografische ligging en natuurlijke omstandigheden, het multiculturele karakter van de bevolking, machtige dynastieën die de handelswegen en alpenpassen wilden beheersen en vooral een flinke dosis pragmatisme van de (boeren) gemeenschappen in de berggebieden in de middeleeuwen, die (juridische) problemen wilden oplossen, moeilijkheden (diefstal vee met name) wilden voorkomen en wegen moesten onderhouden.

De Nederlandse waterschappen hebben kennen deze historische ontwikkeling ook, alleen is Nederland steeds ondemocratischer geworden sinds toetreding tot de Europese Unie en de vorming van een nieuwe oligarchie van journalisten, ambtenaren, politici en hun (lucratieve) netwerken.

Historie

1 augustus 1291 heeft in dit perspectief nog steeds een magische klank en is zelfs de officiële verjaardag van het land. Drie Orte Schwytz, Uri en Unterwalden (de naam kantons zou pas eeuwen later worden gebruikt) sloten een verbond en bekrachtigden dit met een eed, vandaar de naam Eidgenossen.

Deze allianties en de eed kwamen overal in westelijk Europa voor. Wat deze zo bijzonder maakt is de continuïteit en gaandeweg steeds verdere uitbreiding met andere Orte, zoals Glarus en Appenzeller, en geleidelijk steden (Bern, Luzern, Bazel, Schaffhausen, Zürich, Freiburg, Solothurn en Zug) tot 1513.

De Orte en Landsgemeinde

In de eerste Orte, boeren- en handelsgemeenschappen, werden beslissingen al in de 13e eeuw genomen door bijeenkomsten van (mannelijke) burgers, die op hun beurt weer het bestuur kozen en recht spraken.

De landsheer (Habsburg bijvoorbeeld) had in feite weinig te zeggen, al bleven formeel de banden wel behouden. Het was een soort commune systeem, bedoeld om de eigen belangen zo goed mogelijk te behartigen.

De Landsgemeinde, bijvoorbeeld in het huidige kanton Graubünden, in feite zelfstandige gemeenten, kenden dit systeem ook al rond deze tijd, wellicht onder invloed van de Italiaanse stadsstaten, die door de opening van de Gotthardpas in 1230 goed bekend waren.

Het waren in lokale democratieën (voor mannelijke) burgers en de meeste stemmen golden, Een ideologisch concept ontbrak, het was vooral gericht op conflictoplossing- en beheersing en gemeenschappelijke belangen.

In deze gebieden waren grootgrondbezitters afwezig, de meeste boeren hadden  kleine bedrijven en de landsheer, Habsburg bijvoorbeeld,  heeft militair ingrijpen duur en een keer zelfs met zijn leven moeten bekopen in deze bergachtige gebieden.

Steden

In de stedelijke gemeenschappen ontwikkelden zich in de loop der eeuwen aristocratische oligarchieën en bestuursstructuren, waarin de elite (met name de gilden) wel op consensus en meerderheden was ingesteld, bijvoorbeeld bij de religieuze vragen rond 1530, maar de overige burgers geen directe invloed hadden.

Wel werd militair geweld als het even ging vermeden, ook omdat dit de kooplieden en handelaren veel geld kostte (en de meeste Zwitsers gingen bij voorkeur in buitenlandse militaire dienst, ook voor de elites een lucratieve handel).

De instelling van de Tagsatzung, de vergadering van de Orte (kantons) in 1417 betekende een instelling, die gericht was op consensus tussen de deelnemers. In 1417 was deze onder meer gericht op het gezamenlijk besturen van de op Habsburg veroverde Aargau.

Dit is in zeer grote lijnen het beeld tot de 18e eeuw, de periode van de Verlichting en de Amerikaanse en Franse Revoluties en de oprichting van talloze sociëteiten in de steden.

Negentiende eeuw

Binnen de steden wordt de roep om democratie ook steeds sterker. De Romantiek (en de media) versterkt het beeld van de democratische (middeleeuwse) Landsgemeinde en de soevereine communes in de bergbieden.

In alle stedelijke gebieden en kantons is democratie vóór en na de Franse tijd (1798-1813, met in 1803 het ontstaan de Zwitserse federatie van 19 kantons) het onderwerp bij uitstek en vooral de directe democratie, raadpleging van (mannelijke) burgers neemt daarbij een belangrijke plaats in.

Na 1815

De directe democratie krijgt steeds meer ideologische onderbouwing en ook in van oudsher oligarchische steden (onder andere Zürich, Freiburg, Bern, Solothurn) wordt de roep om directe volksraadplegingen steeds sterker, ook om de interne vrede in tijden van oproer (1830 en 1848) en industrialisatie te bewaren en vanwege de godsdienstconflicten tussen de kantons (Sonderbundskrieg 1847).

1848

Bij de Grondwet van 12 september 1848, de basis van het huidige Zwitserland, is wel het verplichte referendum opgenomen (obligatorisches Referendum), maar nog geen nationaal fakultatief referendum.

Dit instituut bestond echter al in meerdere kantons. Steeds meer kantons zouden dit voorbeeld na 1848 volgen, omdat het bleek te werken (Aargau, Solothurn, Graubünden, Thurgau, Zürich en in 1869 zelfs Bern).

De aanleg van spoorwegen, tegengestelde belangen tussen spoorwegbaronnen en landeigenaren en onrust in de snel groeiende steden bespoedigden dit proces.

1874-1891

Er zijn tot 1874 altijd tegenstanders geweest van het referendum met dezelfde argumenten als tegenwoordig: het volk heeft onvoldoende inzicht, het ondermijnt de parlementaire representatieve democratie, de elite weet wat goed is voor het land, ‘populisten’ (is dat niet iedere politicus ?) maken er misbruik et cetera.

Na eindeloze discussie in de Nationalrat (parlement) en Ständerat zijn in 1874 (fakultatives Referendum) en 1891 (Volksinitiatieve)  referenda en hun voorwaarden opgenomen en, uiteraard, na een referendum aangenomen.

Na deze eeuwenlange ontwikkeling en discussies zou het land niet meer zonder kunnen en willen om redenen die hier verder niet aan de orde komen, maar de belangrijkste voordelen zijn een tegenwicht aan clientèle vorming, opportunisme en waan van de dag van het (politieke) establishment en the proof of the pudding is in the eating. 

Democratie laat zich nooit relativeren, niet op lokaal, regionaal of landelijk niveau, maar ook niet binnen de EU. (Bron: O. Meuwly, Une histoire de la démocratie directe en Suisse, Neuchâtel, 2018).

Een Berner in Jeruzalem

Israëlische archeologen hebben in Jeruzalem een graffiti met de naam van Adrian von Bubenberg (1424-1479) ontdekt. Het was al bekend dat de ridder uit Bern het Heilige Land op een pelgrimage heeft bezocht.

Zijn naam met afbeelding van zijn familiewapen is aangetroffen op een muur van het complex van het graf van Koning David op de berg Sion, vlakbij de oude stad. Het gebouw was toen een klooster met herberg voor pelgrims uit Europa.

Het was gebruikelijk op deze wijze je naam en/of familiewapen in steen te graveren. De onderzoekers hebben veertig andere namen aangetroffen op deze plek. Von Bubenberg was tien jaar later, in 1476, de held in Morat in de strijd tegen de Bourgondiërs van Hertog Karel de Stoute (1433-1477). De zegenreeks van de Eidgenossen zette zich voort in Grandson en in 1477 in Nancy, waar Karel zijn hoofd, leven en hertogdom verloor.

Of de bedevaart van invloed is geweest op het voor Von Bubenberg gunstige strijdverloop, is niet bekend. Wel valt uit de identificatie van de veertig namen op te maken dat de pelgrims afkomstig waren uit alle verschillende regio’s en standen.

Bron: SGAW, Mal Denken

Het Willisauer bergland

Het huidige kanton Luzern is al sinds 1332 lid van de Eidgenossenschaft of confederatie van kantons. Aanvankelijk was het een stadsstaat, die geleidelijk steeds meer gebied verwierf. In 1480 bereikte het kanton zijn huidige omvang.

Het kanton is samengesteld uit vier geografische gebieden: de hoofdstad Luzern en het omliggende gebied, de Entlebuch, het Willisauer bergland en een noordelijke regio.

Het Willisauer bergland ontleent zijn naam aan het stadje Willisau en zijn beroemde lekkernij. Er valt echter ook te genieten van lekkernijen van heel andere aard. In het dorp Ettiswil staat bijvoorbeeld al acht eeuwen het prachtige waterslot Wyher.

Overigens wijzen de uitgangen ‘ingen’ en ‘wil’ op Alemannische wortels. Vanaf de zesde eeuw drong deze Germaanse stam steeds verder het grondgebied van het huidige Zwitserland binnen en verving de Gallo-Romeinse taal en cultuur.

Foto: Luzia Mathys

De historie van Ettiswil is ook nauw verbonden met de kloosters St. Urban, Einsiedeln (kanton Schwyz), St. Leodegar in Luzern, het Stift St. Michael in Beromünster en diverse andere kloosters in het kanton. Ettiswil was dan ook een bedevaartsoord van het Heilige Sakrament. Luzern bleef in de reformatie katholiek en werd in de contrareformatie een bastion van Jezuïeten én barok.

De St. Mauritiuskerk in Ruswil, de meest barokke kerk van kanton Luzern

St. Urban en haar barok

Vanaf 1574 waren Jezuïeten verantwoordelijk voor het onderwijs. De Jezuïeten hadden zelf hun opleiding gevolgd aan het Jezuïetencollege in Luzern of aan het Collegium Helveticum in het (Habsburgse) Milaan.

In de achttiende en negentiende eeuw was er tenminste één priester op 600 inwoners, de nonnen en monniken in de kloosters niet meegerekend. Ze kwamen vrijwel zonder uitzondering uit het patriciaat en de burgerij van het kanton. Dit leidde tot een nauwe vervlechting van kerkelijke macht en politiek.

De inwoners buiten Luzern zijn altijd weerbaar en maatschappelijk betrokken geweest. De boeren van de regio Ruswil kwamen in 1513 in opstand tegen de stad Luzern (de Zwiebelkrieg), in 1799 was Ruswil de drijvende kracht achter de mislukte opstand tegen de Helvetische Republiek (1798-1803) van Napoleon. In Ruswil is in 1840 de ‘Ruswiler Verein’ opgericht, als voorloper van de conservatieve-katholieke partij in het kanton. Dit was ook een reactie op de liberale partijen in het kanton en dan met name in de stad Luzern.

De nieuwe grondwet van het kanton in 1841 was een soort compromis. Het benadrukte de prominente positie van het katholicisme en daarmee van Jezuïeten, maar introduceerde ook de directe democratie, al in 1841! En toch ging het verkeerd in 1847, maar met een happy end met de nieuwe federale Grondwet van 1848.

Foto: Luzia Mathys. Natuurgebied Ostergau met en zonder mist

De schoonheid van het gebied is echter immuun geweest voor deze politieke en religieuze ontwikkelingen. Het landelijke karakter, het beschermd nauurgebied Ettiswil, het natuurgebied Ostergau, de beboste heuvels, meren, boerderijen en het Zwitserleven van het vee bepalen nog steeds het afwisselende landschap onder het toeziend oog van de Alpen.

Foto: Luzia Mathys. 

Reeën in het landschap. 

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Bron en verdere informatie: Franz Kiener, Luzern, Historisches Lexikon der Schweiz.

De Soppisee. Foto: Luzia Mathys

Foto: Luzia Mathys

De bijzondere kruidentuin van Rita Lütolf uit Ettiswil midden in het bos

Het dorp Geiss en kerk en verplaatste  op verhoging staande middeleeuwse schuur

Via Habsburg

Het Huis Habsburg was een van de invloedrijkste vorstenhuizen van Europa. Van 996 tot 1815 hadden de heersers van deze dynastie een beslissende invloed op de Europese cultuur en de geschiedenis. Zij gaven vorm aan de toekomst van Europa.

Ententes en geschillen, machtsstrijd en territoriale veroveringen, tijden van oorlog en van vrede verdeelden volkeren, maar verenigden hen ook en vormden banden, die in de loop der tijden bleven bestaan.

De 800 jaar oude geschiedenis van de Habsburgers is bewaard gebleven op plaatsen die duizenden vierkante kilometers in West- en Midden-Europa beslaan. Paleizen, kastelen, prachtige kerken, kloosters, abdijen, schitterende musea en bescheiden monumenten laten zien hoe deze dynastie niet alleen de geschiedenis, maar ook de kunst vorm heeft gegeven.

70 plaatsen en steden in vier verschillende landen en zes regio’s nodigen de bezoeker uit voor een reis door tijdloze landschappen en buitengewone plaatsen.

In de regio’s Tirol (Oostenrijk), Zwitserland, Bodensee, Zwarte Woud (Duitsland) en Elzas en Lotharingen (Frankrijk) zijn er niet minder dan 150 bestemmingen.

Bron en verdere informatie: Via Habsburg

Gstaad, Saanen, Menuhin en filosofie

Gstaad (kanton Bern) heeft de naam een mondain (winter) sportoord te zijn. Hoewel de skimogelijkheden beperkter zijn dan in andere gebieden heeft het dorp deze positie verworven vanaf de groei van het (Engelse) toerisme in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Het zijn echter niet alleen de in materieel opzicht welgestelden die Gstaad en Saanen op waarde weten te schatten.

De musicus, violist en humanist Yehudi Menuhin (1916-1999) kwam graag en vaak naar deze dorpen en initieerde in 1957 het inmiddels wereldvermaarde jaarlijkse Menuhin-festival.

Saanen: Gstaad Menuhin Festival Academy. Foto: TES

De filosofisch ingestelde musicus waardeerde niet alleen het authentieke karakter te midden van de (te) glamourachtige Grand Hotels.

Hij vond vooral inspiratie in de natuur. De bergen, dalen, beboste hellingen, de vriendelijkheid van de (hardwerkende) boeren en de kleurrijke schakeringen van de vier jaargetijden inspireerden hem.

Wit in de winter, bloemrijke veelkleurige hellingen en weiden in de lente, groen in de zomer en de herfstkleuren daarna. Het is om deze reden dat er van Gstaad naar Saanen een naar hem genoemde ‘Philosophenweg’ loopt. In Saanen is het  Yehudi Menuhin Instituut gevestigd.

Een mondaine wereld en een filosofische levenshouding sluiten elkaar in ieder geval in Gstaad en Saanen niet uit.

Misschien geldt dat wel voor Zwitserland als samenleving, een balans tussen materie en welvaart en een ingetogen en (zelf) reflectieve levenshouding, evenwicht tussen moderniteit en authenticiteit, vooruitgang zonder toegeven aan de (politieke) waan van de dag.

Om deze reden wordt de Zwitserse democratie ook wel eens vergeleken met een uurwerk. Het is een ingenieus constitutioneel menselijk raderwerk dat in eeuwen van onderaf, bottom-up, vorm heeft gekregen.

Het is authentiek, maar modern en op maat gemaakt voor deze tijd. Het is zoals met eeuwenoude klassieke muziek: tijdloze kwaliteit. Dat is wellicht de Zwitserse inspiratie voor Yehudi Menuhin geweest.

Bron en verdere informatie: www.gstaad.ch

Saanen, The JKF International School

Gstaad.

Ritterhaus Chasa de Capol

De Zwitserse regering heeft op 12 oktober 2022 in Müstair in Val Müstair (kanton Graubünden) vergadert. Zestig jaar eerder waren leden van de regering van de toenmalige Bundesrepubliek Duitsland (BRD) en kabinetsvergaderingen echter al kind aan huis in het Ritterhaus in Sta. Maria, gelegen op enkele kilometers van Müstair.

Het Ritterhaus

De historie van dit monumentale dorpskasteel gaat terug tot de twaalfde eeuw, de functie van hotel bestaat echter pas sinds 1962. In 1955 kocht de Zwitserse musicus en dirigent Ernst Theophil Amadeus Schweizer (1932-2021) het complex. De uit Bazel afkomstige musicus was dirigent in Venetië en vond in het Münstertal een nieuwe heimat tussen Bazel en Venetië.

Het vervallen Ritterhaus renoveerde hij vanaf 1955 in authentieke stijl en vanaf 1962 ontving hij beroemde gasten uit politiek, bedrijfsleven, kunst, film en muziek, waaronder de Bondspresident Theodor Heuss, Bondskanselier Konrad Adenauer, de president van de Bundestag Eugen Gerstenmaier, de Minister van Buitenlandse Zaken Heinrich von Brentano, Ludwig Erhard en vele andere leden van de regering, Charly Chaplin, Herbert von Karajan, Albert Hofmann, Max Frisch, Friedrich Dürrenmatt en andere beroemdheden behoorden ook tot de gasten. Zijn zoon Ramun Schweizer nam in 1997 de bedrijfsvoering van het hotel over.

Vader en zoon renoveerden en renoveren het hotel met veel respect voor de eeuwenoude historie en cultuur. Het is in feite een museum, zelfs de keuken, met Ramun als kok, is gebaseerd op de klassieke houtoven, koperen pannen en regionale recepten.

Ramun Schweizer voor de keuken

Inrichting

De eeuwenoude kapel, de middeleeuwse muren, de Gotische gewelven, de open haard in de salon, de aparte authentieke middeleeuwse keuken met een open haardoven, koetsen en een Oldtimer uit 1934 (een zwarte Citroën Tractation Avant), diner voor de gasten in de ridderzaal, ontbijt in een woonstube, de fonduezaal, twaalf authentiek ingerichte slaapkamers (met Wifi, zonder televisie), de Venetiaanse Marco Polo bar en de Davidoff rookruimte en diverse andere verblijfsruimtes creëren een comfortabele en unieke sfeer.

Dinerzaal

Ontbijtzaal

Fonduezaal

Davidoff rookruimte

Overloop met toegang tot de kamers

Theater, kapel en wijnkelder

Het theater en zijn Steinway-vleugel op de bovenste verdieping verdienen een aparte vermelding. Het theater is nog steeds in gebruik voor concerten of andere evenementen. Ook instrumenten, maskers  en attributen van en over Venetië verwijzen naar de musicus en dirigent Schweizer. Bazel en de Basler Fasnacht hebben, uiteraard, ook een speciale plaats in het Ritterhaus.

Het theater

De Kapel

De wijnkelder

Historie

 Het begin van het complex gaat terug tot het 1199. Dy dynastie Polo, afkomstig uit Venetië, vestigde zich ook in Sta. Maria om er tot 1839 te blijven. Het huis is vernoemd naar Capol, Ca-Pol, of Huismacht van Polo. Deze dynastie bekleedde ambtelijke posities in de Republiek Venetië, voor de bisschop van Chur en de keizers van Habsburg en was ook economisch actief in de regio, onder andere voor het klooster St. Johann (Claustra Son Jon) in Müstair.

Na de verovering van Valtellina, Bormio en Chiavenna in 1512 door de drie bonden van het huidige Graubünden waren leden van de dynastie voogden (Podestà) in Valtellina.

De dynastie bleef katholiek in de reformatie, wat in Sta. Maria niet vanzelfsprekend was. Augustijner monniken hadden in de oostelijke aanbouw van het complex zelfs een hospiz (vanwege de ligging aan de Umbrailpas) en een refectorium en  gebruikten de bovengenoemde kapel.

Keizer Friedrich van Habsburg verhief de dynastie in 1481 tot de Graven van Capol. In 1506 logeerde keizer Maximiliaan in het Ritterhaus. Na het uitsterven van de dynastie stond het complex tot 1955 leeg en raakte het in verval.

Conclusie   

 Vanaf 1955 is het Ritterhaus Chasa Capol aan zijn tweede leven begonnen. De Kosmopolitische en culturele sfeer en geest van de Capols, Val Müstair, handel, monniken, Säumer (op weg van en naar Tirol via de Umbrailpas), keizers, graven, ridders en andere hoogwaardigheidsbekleders is nog steeds aanwezig in een authentiek, muzikaal, Venetiaans en Basler decor.

De Basler Fasnacht in het Ritterhaus

In het jaar 2000 kreeg het Ritterhaus bovendien weer een ridderlijk tintje: in dat jaar is Ernst Theophil Schweizer in St. Gallen tot Ritter van het Heilige Graf van Jeruzalem geslagen, een pauselijke orde.

Oorkonde van het Heilige Graf van Jeruzalem

Het begin van deze orde stamt uit 1099, een eeuw voor de bouw van het Ritterhaus. Tegenwoordig zijn er wereldwijd ongeveer 30 000 ridders van deze orde. Een hotelier en dirigent uit Bazel in deze orde was echter een unieke verschijning en tegelijkertijd een eerbetoon aan het huis en deze ridder.

Bron en verdere informatie: Ritterhaus Chasa de Capol

Ode aan het meest oostelijke dal

Val  Müstair (het Münstertal) is het meest oostelijk gelegen dal van Zwitserland. Het aantal inwoners is ongeveer 1600, verdeeld over een aantal dorpen en gehuchten die vallen onder de gemeente Müstair, Tschierv, Fuldera, Lü, Valchava, Sta. Maria en Müstair zijn de dorpen in de vallei.

De spreektaal is Jauer, een Romaans dialect, dat grote gelijkenis heeft met Vallader.

De dorpen en hun historische en culturele achtergrond,  onder andere in relatie met de graven van Tirol, de Habsburgers, Bormio, Veltlin en Chiavenna in Italië (Untertanengebiete van 1512 tot 1798), de bisschop van Chur en de Gotteshausbund, komen in andere bijdragen aan de orde.

Hieronder volgt een impressie, een ode zonder woorden aan de schoonheid van het dal en zijn dorpen.

 

Sta. Maria

Kerk Santa Maria

De San Nicolaus en Sebastian in Tschierv

Fuldera en de St. Rochus kerk

Lü  en zijn kerk op 1 920 meter hoogte

Valchava

en de Nossa Duonna

en de St. Martin kerk

Müstair en klooster St. Johann (Claustra Son Jon)

De Postauto

Het jaar 1848 betekende ook een nieuw begin voor de transportsector in Zwitserland. De spoorwegen zijn het bekendste voorbeeld. De Postauto begint dan echter ook aan zijn ontwikkeling.

Vanaf de achttiende eeuw reden diligences of de postkoetsen al over de bergpassen en door het vlakke land van Zwitserland. Zij vervoerden passagiers en post. Het waren private bedrijven.

1906-1960

De federale overheid vestigde in 1849 het monopolie over dit vervoer. De postkoets, getrokken door vier of zes paarden, was het enige transportmiddel tot 1906.  De eerste Postauto reed van Bern naar Detligen in 1906. Drie bussen reden op dit traject. Tot 1913 waren er nog 2 000 postkoetsen in bedrijf.

Vanaf 1919 neemt de Postauto deze rol over. Het leger stelde in 1919 honderd legerbussen ter beschikking van de Postauto. Dit was een grote stimulans voor de verdere ontwikkeling. De belangrijkste fabrikanten van de Postauto waren de firma Saurer in Arbon en later de firma FWB in Wetzikon.

De Postauto werd in steeds meer (berg) gebieden en zelfs afgelegen dalen actief. Een bekend voorbeeld is Saas-Fee, dat overigens nog altijd tevergeefs wacht op een aansluiting op het spoorwegennet.

Er was tot 1951 ook geen autoweg naar Saas-Fee. De postauto’s reden zo ver ze konden, waarna de tocht verder ging met muilezels. In 1951 was de autoweg naar Saas-Fee klaar en kon de Postauto ook daar komen.

De Postauto was ook een populair vervoermiddel om uitstapjes te maken tot de jaren 1960. De meeste mensen konden zich tot die tijd nog geen auto permitteren en de Postauto’s (de car alpin) vervoerde de passagiers tot aan de gletsjers en over de hoogste bergpassen. Er was vaak zelfs een file van postauto’s.

Die Postauto AG

Tegenwoordig is Postauto AG een dochteronderneming van de Schweizerische Post  AG en een zogenaamde federaal verbonden onderneming.

Ongeveer de helft van de diensten wordt geleverd door particuliere Postauto-exploitanten waarmee Postauto AG samenwerkt. Postauto heeft ook grensoverschrijdende routes en was ook jarenlang actief in Frankrijk. Deze betrokkenheid is nu echter beëindigd.

Postauto AG beschikt over een wegennet van ongeveer 17.000 km, twee keer zoveel als het spoorwegnet van de SBB. Er zijn 936 lijnen met 2.400 Postauto’s. De Postauto vervoert ongeveer 127 miljoen passagiers per jaar.

De Postauto  exploiteert haar diensten in opdracht van de Zwitserse kantons. Zij bepalen de diensten (routes en dienstregeling) en dragen – samen met de Confederatie – voor ongeveer 50% bij in de kosten. De rest van de inkomsten komt van de klanten. Aanvullende diensten zoals schoolvervoer of gespecialiseerd vervoer maken ook deel uit van het pakket.

Een bijzondere Postautolijn is in Berner Oberland van Reichenbach naar het Kandertal de Griesalp op. Deze Postauto heeft een traject van 2 kilometer met een stijging van maar liefst 28%.

De belangrijkste functie van de Postauto is niet veranderd, ondanks de gewijzigde ondernemingsvorm: personenvervoer en brieven- en pakketbezorging in zelfs de meest afgelegen regio’s en dorpen. De Postauto is een begrip en staat bekend om zijn punctualiteit, service en comfort. De meest afgelegen plaatsen zijn bereikbaar via dit vervoermiddel.

Musea

De liefhebbers van Postauto Oldtimers en de historie van dit unieke vervoersbedrijf kunnen terecht in diverse musea, onder andere het Saurer Museum in Arbon, het FWB-museum in Wetzikon, Sammlungsdepot in Schwarzenburg (kanton Bern) met de oudste intacte Postauto en het Museum für Kommunikation, en natuurlijk bij de Postauto AG.

(Bron: www.postauto.ch, www.mfk.ch).