De barok. Een periode van contrasten

Het woord ‘barok’ heeft tegenwoordig een andere betekenis dan twee eeuwen geleden. Het staat nu voor overdaad, theatraal of overdreven gedrag, taalgebruik of voorkomen. Het woord stamt af van het Italiaanse ‘barocco’ en refereert aan een ongelijkmatige en zeker geen ronde parel.

De Italiaanse oorsprong vloeit voort uit een gebeurtenis in Italië: het Concilie van Trente (1545-1563). Dit concilie was het antwoord, de Contrareformatie, van de katholieke kerk op de in 1517 begonnen Reformatie in Europa. Een van de uitkomsten was een nieuwe presentatie en liturgie van de katholieke kerk. Dit groeide uit tot de barok, de periode 1580-1780.

Concilie van Trente, Kopie uit 1770 van een schilderij uit 1563. Tentoonstelling ‘Barock. Zeitalter der Kontraste’. Collectie: Schweizerisches Nationalmuseum 

De barok beperkte zich niet tot de katholieke omgeving, ook de protestante en seculiere cultuur, wetenschap, mode, kunst en muziek werden ‘barok’. Het Franse koninklijke hof van Louis XIV en XV zijn de toonbeelden bij uitstek van deze cultuur.

Niet alleen Versailles, maar diverse stadspaleizen in Parijs getuigen hiervan. Een voorbeeld is het Hôtel Lambert. Vanwege een veiling van het interieur is het complete barokke interieur nu online te bezichtigen. Het geeft een indruk van de barokke pracht en praal.

Detail van een tapijt van Charles le Brun (1619-1690), 1668, ontmoeting tussen de Franse Koning Lodewijk XIV, de Spaanse koning Philippe IV en de Spaanse kroonprinses, (de toekomstige vrouw van Lodewijk). TentoonstellingBarock. Zeitalter der Kontraste‘. Collectie: Mobilier national, Paris

De paleistuin van Versailles, aangelegd door André le Nôtre (1613-1700), 1668, de aankomst van Louis XIV. Reproductie, Paleis van Versailles en Trianon, akg-images/Jean-Claude Varga.

Dichter bij huis, in het Landesmuseum Zürich, plaatst de tentoonstelling (Barock. Zeitalter der Kontraste) de barok in Europees en Zwitsers perspectief. De tentoonstelling heeft een chronologische en thematische opzet.

Na de ‘barokke’ entrée met een fraaie replica van de  Lanterna van de Sant’Ivo kapel in Rome (Francesco Borromini, 1664) is er een overzicht van de religieuze en staatskundige verdeling van Europa aan de hand van kaarten uit de zeventiende eeuw en digitale overzichten.

Het geeft een duidelijk overzicht van de verschillende religieuze en politieke machten en conflicten in Europa en de handelsstromen naar en Europese machtsstrijd in de nieuwe wereld, Afrika en Azië. Het is immers ook de periode van de kolonisering van andere continenten.

Het is een goede keuze de religieuze verdeeldheid met name te beperken tot het katholicisme en de hoofdstromen van het protestantisme. Zij bepaalden de vele (religieuze) oorlogen, (koloniale) handel en vluchtelingen en de opkomst van de barok in deze periode.

Andere religies, zoals het joodse of de wederdopers, speelden staatkundig en in de vele militaire en economische conflicten tussen landen geen rol van betekenis. De Islam en Turkije, een militaire supermacht in de regio, bijvoorbeeld het beleg van Wenen in 1683, speelden een bescheiden rol in de barok, zoals onlangs een andere tentoonstelling heeft getoond.

De Cembalo. Collection: Museum für Gestaltung Zürich/Kunstgewerbesammlung/Zürcher Hochschule der Künste

Franse hofmode, zeventiende eeuw. TentoonstellingBarock. Zeitalter der Kontraste‘. Sammlung: Germanisches Nationalmuseum, Nürnberg

De titel is ook goed gekozen. Het goud en glitter van de kerken, de pracht en praal van het hofleven en de welgestelde burgerij, de bloei van de wetenschap, kunsten, muziek, architectuur en de technische ontwikkelingen stonden in schril contrast met de vrijwel permanente oorlogen en (handels) conflicten, ziektes, honger, koude (‘de kleine ijstijd’) en armoede voor het grootste deel van de bevolking.

De Dertigjarige oorlog en de vlucht van de Hugenoten zijn de meest sprekende voorbeelden. In Nederland speelde de Tachtigjarige oorlog tegen Spaans-Habsburg een hoofdrol, die echter ook een burger- en godsdienstoorlog was.

Ook Zwitserland kende een rijke barokke cultuur, maar op zijn Zwitsers, ingetogener en maatvoller dan haar buurlanden. Haar burgers, ‘Zuckerbäcker’, politici, wetenschappers, kooplieden en ondernemers waren actief in Europa en in de kolonies van Europese landen en namen de barokke cultuur over of gaven er invulling aan. Zwitserse kunstenaars verspreidden niet alleen in eigen land, maar ook bijvoorbeeld in Rome, Duitsland en aan het Franse Hof de barokke cultuur.

Carlo Maderno (1556-1629), Francesco Borromini (1599-1667), Domenico Fontana (1543-1607), Giovanni Viscardi (1645-1713), Enrico Zuccalli (1642-1724) en andere architecten of kunstenaars waren met name actief in Frankrijk, Zuid-Duitsland, Oostenrijk (Voralberg) of Italië (Rome) en andere plaatsen.

Johann Baptist Cysat (1587-1657), 1619, wereldkaart met locaties van actieve en als martelaar gestorven Jezuïeten. Collectie: Historisches Museum, Luzern

De belangrijkste onderwerpen passeren de revue: de rol van de kerk, Jezuïeten en Kapucijners en hun architectuur, de volksvroomheid, Versailles en Frankrijk als maat voor de mode, tuinen, paleizen, hof- en wooncultuur, theater, muziek, literatuur en de pre-industrialisatie (in Zwitserland onder andere de zijde-, wol- en (bedrukte) textielindustrie, de horlogerie en de verwerking van thee- en koffieproducten), de rol van Zwitserse burgers en huurlingen in Europese kolonies, de wetenschap, de ‘verzamelwoede’ en wonderkamers en de Europese netwerken op ieder gebied.

Een andere tentoonstelling in Zwitserland stelt dezer dagen een specifiek onderwerp uit de barokke cultuur centraal.

Kortom, het was een dynamische en contrastrijke periode. Wellicht kijkt men over twee eeuwen op deze wijze op onze tijd terug. De tentoonstelling maakt ook inzichtelijk dat deze periode de huidige maatschappij en cultuur nog steeds beïnvloed. De barok is geen voltooid verleden tijd, maar een belangrijke fase in de ontwikkeling van de huidige maatschappij.

(Bron en verdere informatie: Landesmuseum Zürich)

Tulpen- en Bloemenpyramide, Tulpenmanie. Delft c. 1700. Collectie Rijksmuseum, Amsterdam

Andrea Sacchi, Jan Miel, Filippo Gagliardi, schilderij van de  Il Gesù in Rome, de moederkerk van de Jezuïeten, 1640, viering honderdjarig bestaan. Collection: Nazionali d’Arte Antica di Roma. 

Katholicisme, Orthodoxie en landbouw in Schwarzbubenland

De Betekenis Schwarzbuben stamt waarschijnlijk van het woord ‘schwärzen’, dat smokkelen betekent. Het Schwarzbubenland is de regio ten noorden van de berg Passwang (1204 meter) in het kanton Solothurn. Het bestaat uit districten Dorneck en Thierstein. De belangrijkste plaatsen zijn  Dornach en Breitenbach.

Het Benedictijnse klooster Beinwil is in 1648 verplaatst naar het even verderop gelegen klooster Mariastein. Enkele monniken bleven in het klooster, maar sinds 1874 heeft Beinwil het ten gevolge van de ‘Kulturkampf’ zonder monniken moeten doen. De inwoners van Solothurn hadden aldus beslist in een referendum.

Tot 2019. Sindsdien biedt het kloostercomplex onderdak aan het Byzantijns-Orthodoxe klooster: Heilige Orthodoxe Kloster Johannes Kapodistria, onder leiding van de Griekse abt Archimandrit Dionysios. Het klooster valt onder het Patriarchaat van Antiochië.

In 1054, het jaar van het Grote Schisma, was het ondenkbaar dat een katholiek klooster door een orthodox klooster zou worden vervangen. Het symboliseert de vitaliteit van de Orthodoxe religie in Europa. Ze vult het gat van de katholieke en protestante religies.

De abdij telt thans vier monniken en mag zich, naar eigen zeggen, in een groeiende belangstelling verheugen. Ook in Nederland ontbreekt veelal opvolging in kloosters. De hoop is gevestigd op toetreders uit andere continenten en bijvoorbeeld Indonesië, het voormalig Nederlands-Indië, waar soms nog steeds eeuwenoude banden mee bestaan, bijvoorbeeld ket klooster Onder de Bogen in Maastricht.

Niet alleen kloosters (onder andere ook in Mariastein en Dornach), kerken, talrijke kapelletjes en een enorme kerk in Seewen (Kirche St. German) hebben in dit katholieke kanton eeuwenlang een goede voedingsbodem gevonden.

Ook de (vochtige) bodemgesteldheid is van goede kwaliteit voor akkerbouw, en een diversiteit aan vruchten en groenten. Het dal van de Lüssel is een goed voorbeeld.

Zelfs na maanden zonder regen is het dal nog een groene oase. De inwoners van Erschwil hebben hun dankbaarheid voor de oogst in de Kirche St. Peter und Paul onder de aandacht gebracht. Ze brengen hiermee tot uitdrukking dat het dagelijkse voedsel géén vanzelfsprekendheid is. Dat is geen religieuze uiting, maar respect voor de natuur en de boer.

Het dorp ligt in een dal aan het riviertje de Lüssel in het middelhoge Juragebergte met haar vele rotspartijen, kloven, dalen, weides, bossen, beken en riviertjes. Het dorp is in 1147 voor het eerst in en document genoemd onder de naam Hergiswilre.

Het klooster Beinwil oefende de geestelijke macht uit en had veel grond in het dorp. De Graven von Thierstein waren de wereldlijke heersers. Solothurn verwierf het dorp in 1522. Na een aanvankelijke bekering tot het protestante geloof, had het dorp in de zeventiende eeuw weer een katholieke kerk.

Erschwil is niet alleen een goed begin- of eindpunt voor wandelingen. Het ligt ook vlakbij de steden Zwingen, Dornach en Laufen en andere mooie plaatsen, onder andere Gempen, en Rodersdorf, aan de rand van Basel-Landschaft en Frankrijk.

(Bron en verdere informatie: www.schwarzbubenland.info)

De botanische tuin van Genève

De botanische tuin van Genève, Les Conservatoire et jardin botanique de Genève (CJBG), is de grootste botanische tuin van Zwitserland. De Geneefse botanicus Augustin-Pyramus de Candolle (1778-1841) stichtte de tuin in 1817.

De botanische tuin had toen een oppervlakte van 7,5 hectare. In 1908 en 1911 zijn de plantenkassen en de orangerie gebouwd. Tussen 1954 en 1978 is de tuin uitgebreid tot 18 hectare door de aankoop van naburige landgoederen.

Het doel van de tuin s het botanisch erfgoed te verkennen, soorten in stand te houden, de kennis van de plantenwereld te onderzoeken en te ontwikkelen, de door observatie van het botanisch erfgoed verworven kennis over te dragen en de plantenwereld te beschermen.

Tegenwoordig heeft de tuin een omvang van 28 hectare midden in de stad en aan de oevers van het meer van Genève. In 1971 en 1974 zijn de herbariumcollectie en de bibliotheek in nieuwe gebouwen ondergebracht.

De bibliotheek heeft ruim 120 000 publicaties, waaronder unieke werken uit de 16e en 17e eeuw en een opmerkelijke reeks 18e-eeuwse botanische folio’s en quarto’s, de  rijkelijk versierd en geïllustreerd met gravures en tekeningen. Dit uitzonderlijke erfgoed getuigt van de lange botanische traditie van Genève.

Het herbarium met zes miljoen onderwerpen is een van de belangrijkste ter wereld, erfgenaam van een lange botanische traditie in Genève die teruggaat tot de 18e eeuw.

Het Herbarium bevat planten en schimmels uit de hele wereld, maar vooral uit het Middellandse Zeegebied, het Nabije en Midden-Oosten, Zuid-Amerika en de Europese flora.

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) is wellicht door deze omgeving geïnspireerd toen hij zich op latere leeftijd in kanton Neuchâtel (1762-1765) toelegde op botanisch onderzoek. In ieder geval heeft ook deze Genevois een belangrijke wetenschappelijke bijdrage geleverd aan de botanica !

De Tuin zelf heeft diverse paviljoens voor exotische en utilitaire planten, zes chalets met digitale, (audio) visuele en schriftelijke informatie over diverse onderwerpen, het hoofdgebouw Le Chêne voor de ontvangst en informatie en de villa La Console met het herbarium en de bibliotheek.

Een van de zes châlets met documentatie en informatie

Bovenal is het een goed gedocumenteerd parcours in een prachtig complex, een van de 31 botanische tuinen van Zwitserland.

(Bron en verdere informatie: Les Conservatoire et jardin botanique de Genève)

Aubonne en haar kasteel

De naam Aubonne (kanton Vaud) komt van het Keltische woord Albunna, dat “wit water” betekent vanwege het schuim en de kleur van deze wildkolkende rivier. De Aubonne ontspringt in het Juragebergte aan de voet van de Monts de Bière.

De geschiedenis van het dorp is verbonden met die van het kasteel. Het was aan het begin van de 12e eeuw dat de inwoners van de streek bescherming zochten door hun woningen te groeperen aan de voet van het kasteel.

Het kasteel was de residentie van de Seigneurs van Aubonne. In 1234 werd onder de titel “Franchises d’Aubonne” een charter opgesteld waarin de rechten en plichten van de heer en de inwoners van de stad werden vastgelegd.

Vanaf de 12e tot de 17e eeuw ging het van een eenvoudige toren naar een citadel en vervolgens naar een versterkt kasteel, al naar gelang de wisseling van bewoners, namelijk de Heren van Aubonne, het Huis van Savoye, de Heren van Grandson en de Graven van Gruyère.

De mensen van Aubonne leefden eeuwen zonder oorlogshandelingen, wat uitzonderlijke genoemd mag worden. Landbouw, wijnbouw en ambachtelijke activiteiten waren voldoende om de handel en het levensniveau op peil te houden.

De komst van Jean-Baptiste Tavernier (1605-1689), diamantair van Koning van Frankrijk en een groot reiziger, en vervolgens die van Henri, markies Duquesne (1652-1722), oudste zoon van de beroemde admiraal van Lodewijk XIV, veranderden het dorp in een dynamisch centrum. De beroemde ronde toren is een souvenir van Taverniers reizen in de Orient. Duquesne bouwde de binnenplaats met arcades.

Deze twee Hugenoten, bannelingen uit Frankrijk, maakten van het Château d’Aubonne een comfortabele en adellijke residentie geheel in de (barokke) stijl en grandeur van het Franse koninklijke Hof.

Vanaf 1701 werd Aubonne de zetel van de voogd van Bern en bleef dat tot de Franse inval in 1798. Het protestante Bern had in 1536 Vaud veroverd op de hertog van Savoie en regeerde dit gebied met een voogd.

Tegenwoordig is het kasteel op de heuvel een prachtig complex dat uitziet op de stad met zijn pittoreske straatjes .

De kerk is ook een interessant monument. In de middeleeuwen stond de parochiekerk nog in Trévelin, een kilometer verderop. Aubonne sloopte de inmiddels verlaten katholieke kerk in Trévelin echter in 1577 en gebruikte de materialen voor de bouw van de huidige protestante kerk (le temple), met zijn gotische koor en houten plafond in het schip.

(Bron en verdere informatie: www.aubonne.ch)

De Saint-Gervais van Genève

De geschiedenis van Saint-Gervais is verbonden met de oude aanwezigheid van de eerste bruggen over de Rhône, gebouwd in de Romeinse tijd. Deze strategische plek, die door Caesar in 58 voor Christus werd genoemd in zijn de bello gallico, bleef tot in de 18e eeuw een verplichte doorgangsplaats voor wie van Zuid-Frankrijk naar de Zwitserse hoogvlakte en verder wilde reizen.

Het plateau boven de rivier, waar al in de 5e eeuw een grafkerk stond, was al rond 4000 v. Chr. bewoond; deze neolithische nederzetting is tot op heden het oudste spoor van menselijke aanwezigheid in Genève.

Keltische Graven en een Gallo-Romeins heiligdom getuigen van een ononderbroken religieuze bestemming. In de 11e en 12e eeuw werd deze kerk het centrum van een parochie, die zich uitstrekte over de wijk Saint-Gervais op de rechter- en op de linkeroever van het huidige Genève.

De kerk is tussen 1430 en 1446 volledig herbouwd (met uitzondering van de crypte) door Piemontese en plaatselijke metselaars. De kerk was rijkelijk versierd met fresco’s, waarvan belangrijkste, ondanks de reformatie in 1536, zijn bewaard.

De in gotische stijl herbouwde kerk is tweemaal verbouwd: eenmaal in 1547 om het aan te passen aan de eisen van de protestantse liturgie, en opnieuw aan het begin van de 20e eeuw om het middeleeuwse uiterlijk terug te geven.

Op 10 augustus 1535 schafte Genève de katholieke mis af. Negen maanden later werd de reformatie bevestigd en werd l’église’ ‘le temple’ en een dienst ‘le culte’.

In de Saint-Gervais leidde de verandering van confessie tot de verwijdering van de altaren, relikwieën en heilige beelden en het overschilderen van de fresco’s.

(Bron en verdere informatie: Le temple Saint-Gervais)

 

De stad en het kanton Genève

Het Franstalige Genève is al eeuwenlang een oord voor vluchtelingen, aristocratische en koninklijke bezoekers, bankiers, horlogemakers, chocolatiers, (religieuze) hervormers.

De stad is niet alleen het mondiale centrum van het Calvinisme. maar is vanaf de negentiende eeuw tevens ’s werelds hoofdstad van het multilateralisme, arbitrage, diplomatie, internationale hulpverlening en internationale organisaties.

Collège Calvin

De stad huisvest tegenwoordig meer dan 700 internationale organisaties, diplomatieke vertegenwoordigingen en NGO’s. Ze hebben de wereld als werkterrein. De Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie en het Rode Kruis zijn de bekendste voorbeelden. Meer dan 50 000 mensen zijn direct in deze sector werkzaam. De stad huisvest jaarlijks 3 230 internationale conferenties.

Maison de la Paix

Genève (ruim 200 000 inwoners) is echter meer dan een multilaterale en kosmopolitische stad. Het is de hoofdstad van een van de 26 kantons van de Zwitserse Confederatie en wel sinds 1815.

Bovendien is het niet zomaar een kanton, maar een kanton met maar één berg, de Arales van 516 meter in het oosten van het kanton. Het kanton is weliswaar van alle kanten omringd door bergen, zelfs de Mont Blanc is te zien, maar deze liggen in Frankrijk. Alleen kanton Basel-Stadt heeft maar één berg, de Chrischona van 522 meter hoog.

Wijnbouw in de stad Genève

Het kanton Genève is, ondanks zijn geringe omvang, het op twee na grootste wijnproducerende kanton van Zwitserland! In 1793 werd de eerste botanische tuin aangelegd. Om de wijnbouwtraditie van het kanton te presenteren, is in 2019 een wijngaard aangelegd op de plaats van de eerste botanische tuin, in het hart van de stad. Deze gemeentelijke wijngaard herinnert aan de band tussen stad en platteland in Genève.

Kanton Basel-Stadt telt daarentegen slechts drie gemeentes (Bazel, Riehen en Bettingen) en is een kanton zonder platteland, eerder een stadskanton. Kanton Genève (ruim 500 000 inwoners) heeft daarentegen meer dan 50 gemeentes met landelijke gebieden en dorpen, de onbekende kant van Genève.

Le village de Cologny au bord du lac

De middeleeuwse kerk van Collogne-Bellerive, twaalfde eeuw, c. 1800 herbouwd.

Collogne-Bellerive werd tot 1536 bestuurd door de hertogen van Savoie, die Lord waren van Vaud. Bern bezette collogne in 1536 en legde het protestantisme op. Collonge werd echter in 1598 weer katholiek en bleef dat ook na toetreding tot het protestante kanton Genève in 1815-1816.

Collonge heeft, net als de andere katholieke dorpen in het kanton, de Kulturkampf ondervonden. Deze beweging, die is ontstaan in Duitsland, pleitte voor controle van de katholieke kerk door de protestante staat. Genève nam 1872 de kerken in beslag.

De katholieken van Collonge trokken zich terug in een tijdelijke kapel in de gebouwen van de boerderij van Rivollet (nu het Gemeentelijk Centrum), die de “Kapel van de Vervolging” werd, in Nederland beter bekend als schuilkerken. Ze konden hun godsdienst in de kerk in 1894 weer belijden.

Het platteland van het kanton

Deze dorpen staan niet alleen aan de oevers van het meer van Genève, maar ook landinwaarts. Het is niet verbazingwekkend dat de Genevois Jean-Jacques Rousseau in deze landelijke regio zijn passie voor de natuur heeft ontwikkeld.

Het kenmerkt Zwitserland dat een landelijke omgeving en natuur nooit ver van een stedelijk centrum zijn verwijderd. Zelfs ‘s werelds multilaterale hoofdstad wordt hierdoor omgeven, nog afgezien van het meer van Genève en de prachtige parken en het vele groen in de stad Genève.

(Bron en verdere informatie: Canton et République de Genève)

De Helvetische Republiek en de Bataafse Republiek

Nederland

Nederland kende de Bataafse Republiek (1795-1801), die door Napoleon in 1795 is gesticht op basis van de Franse revolutionaire idealen en centralisme.

Deze Republiek lukte wat twee eeuwen tussen tussen zelfstandige provincies niet mogelijk was. De scheiding van de machten, eenheid van rechtsspraak en een Hoge Raad, een nieuw rechtsstelsel, een nationale opzet voor het onderwijs, een gemeenschappelijke munt, nieuwe belastingen, vrijheid van godsdienst en gelijkheid voor de wet (voor mannen).

In 1801 werd deze Republiek vervangen door een Bataafs Gemenebest, waar de oude namen, de oude mannen en de autonomie van de provincies deels weer van kracht werden. In 1806 maakte Napoleon echter een koninkrijk van de Republiek. Het koninkrijk en de Nederlandse eenheidsstaat zijn door het Congres van Wenen in 1814 en 1815 bekrachtigd.  In 1848 kreeg Nederland de Grondwet die nog steeds de constitutionele basis van het staatsbestel is.

Zwitserland

In Zwitserland speelde zich een soortgelijk proces af. De Zwitserse confederatie van dertien zelfstandige kantons was in het Verdrag van Westfalen in 1648 erkend.

Ook Zwitserland kende zijn ‘Bataven’, politici en burgers in de kantons en de door de kantons bestuurde en bezette gebieden (Untertanengebiete), die  een einde wilden maken aan het machtsmonopolie van de elites en oligarchieën. Maar er was echter ook felle tegenstand in kantons. Dit is een verschil met Nederland.

De Franse revolutie had ook in Zwitserland vele aanhangers. Diverse Franse schrijvers, politici en andere intellectuelen hadden in de decennia vóór de Franse Revolutie hun heil gezocht in Zwitserland of ze hadden hun werken daar laten publiceren. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778), Voltaire (1694-1778) en De Montesquieu (1689-1755) zijn slechts enkele voorbeelden.

Na de Franse invasie in 1798 werd op 12 april 1798 de Helvetische Republiek uitgeroepen. Deze republiek was een kopie van de Bataafse Republiek. De belangrijkste uitgangspunten waren het opheffen van de bezette gebieden, centralisatie van het bestuur volgens het Franse model, uniformering van het recht, munten, maten en onderwijs, religieuze gelijkstelling en een democratischer bestuur.

De drie talen, Frans, Italiaans en Duits werden officieel erkend. Door de opsplitsing van oude kantons  ontstonden er drie nieuwe kantons (Aargau, Thurgau, Vaud en Tessin) en kwamen er drie bij (Graubünden en St. Gallen).  Drie latere kantons werden in de loop van de Franse tijd bij Frankrijk ingelijfd: Valais, Genève en Neuchâtel (als prinsdom van Maarschalk Berthier).

De Helvetische Republiek was geen lang leven beschoren. Eeuwenlange soevereiniteit, de oude strijd tussen liberalen en oude machthebbers, religieuze-, economische en taalkundige tegenstellingen waren niet eenvoudig door een Republiek te vervangen.

Op diverse plaatsten braken opstanden uit tegen het nieuwe bewind en de Franse opzet van de Helvetische Republiek. In 1803 werd deze Republiek vervangen door een nieuwe confederatie van negentien kantons door de Akte van Mediatie (mediationsakte, acte de médiation) van 19 februari 1803. De nieuwe Confederatie ontstond formeel op 15 april 1803.

De naam is ontleend aan de rol van Napoleon. Hij bemiddelde c.q. besloot dat de  negentien kantons een deel van hun soevereiniteit terugkregen. Alleen buitenlands beleid, defensie en belastingafdracht waren gecentraliseerd en feitelijk in Franse handen.

Deze Akte is de feitelijke grondslag van de nieuwe Confederatie van tweeëntwintig kantons (met de nieuwe kantons Genève, Valais en Neuchâtel) in 1815 en de Grondwet van 1848.

De Bundesbrief, de overeenkomst tussen 22 Kantons van de confederatie van 7 Augustus 1815. Foto: Wikipedia

Conclusie

De klok van de Napoleontische tijd was in Nederland en Zwitserland niet terug te draaien. Alleen werd Nederland een monarchie en een eenheidsstaat en Zwitserland een Confederatie van soevereine kantons.

De Jet d’eau van Genève

Al 131 jaar verspreidt de Jet d’eau zijn waterstraal in de bassin van Genève, aan de stroom van de Rhône. De eerste Jet d’eau was 30 meter hoog. In zijn begindagen rond 1890 had het een industriële functie. Het principe van de Jet d’eau, de eerste ter wereld, was eigenlijk een toevallige uitvinding

Genève groeide snel vanaf 1850, 64 000 inwoners, tot 100 000 inwoners in 1890.Aan het eind van de 19e eeuw, toen het elektriciteitsnet nog niet bestond, werkten veel ambachtslieden en stonden er veel industrieën langs de Rhône. Het hydraulische waterwerk van Coulouvrenière aan de oevers van het meer voorzag de machines van water.

In de avond, als de ambachtslieden en fabrieken hun machines op hetzelfde moment uitschakelden, ontstond overdruk van water. Daarom werd een drukverlagend ventiel geïnstalleerd om het water een uitweg te bieden: de lucht in.

Enkele jaren later besloot de stad Genève er een toeristische attractie van te maken. Deze, de huidige Jet d’eau, werd in 1891 ingehuldigd voor het Federale Gymnastiekfestival en enkele dagen later verlicht voor de 600e verjaardag van de Confederatie. De hoogte was 90 meter.

In 1951 bereikte hij de huidige hoogte van 140 meter. Hij haalt water uit het meer van Genève en projecteert een verticale waterkolom van 7 ton met een snelheid van 200 kilometer per uur met de hiervoor gemelde hoogte.

De Jet d’Eau wordt bij gelegenheid  verlicht uit solidariteit met verschillende doelen, bijvoorbeeld blauw voor de  Wereldvrededag, roze voor Vrouwendag en rood voor het onder de aandacht brengen van het doneren van bloed.

Dat de hoogste Jet d’eau tegenwoordig een hoogte heeft van 312 meter (in Jeddah) doet aan deze uitvinding in 1891 niets af.

Bron en meer informatie: SIG (Services Industriels de Genève).

Bassin met Jet d’eau

Bassin zonder Jet d’eau

Abdij Bellelay en Tête de Moine

De abdij van Bellelay (kanton Bern, gemeente Saicourt) is nauw verbonden met het lokale watersysteem. De abdij is rond 1140 gesticht door de Prins-Bisschop van Bazel, Ortlieb van Frohburg (onbekend-1164). De abdij is in 1797 door Franse troepen verwoest en daarna weer herbouwd.

De abdij ligt op een belangrijke historische handelsroute, die vroeger de Jura, de Franche-Comté en de Elzas verbond met het Zwitserse plateau en het middellandse zeegebied..

Tegenwoordig is de abdij een psychiatrische kliniek. Een deel is nog toegankelijk voor bezoekers.

De abdij ligt aan de rand van een breed bassin, waardoor een rivier stroomt, die vervolgens ondergronds gaat en uitkomt in de rivier Birs. Rond 1150-1200 bouwden de monniken van de Premonstratenzer Orde (ook wel Norbertijnen genoemd) een kanaal om de molens aan te drijven en het water te gebruiken voor irrigatie, visvijvers en huishoudelijk gebruik. De molens zijn verdwenen, maar de visvijver is onlangs weer in oude glorie hersteld.

De monniken waren bovendien goede kaasmakers. De  kaas la ‘Tête de Moine‘ is bijna net zo oud als de abdij, al heeft deze kaas pas sinds 1790 deze merknaam. Het gelijknamige museum ligt tegenover het klooster.

Collection: Musée jurassien d’art et d’histoire

 

Nomen est omen en de naamgever van de kaas is de ’tonsuur’, de kale plek op het hoofd van de monnik.

Bellelay ligt daarnaast niet ver van het episch centrum van de Zwitserse paardenfokkerij, Saignelégier en de Franches-Montagnes. De grote manege en de weides voor paarden achter het museum maken het abdij complex tegenwoordig tot een culinair-, cultureel- en hippisch centrum. Alleen monniken zijn er al ruim tweehonderd jaar niet meer.

(Bron en meer informatie: www.jurabernois.ch).

Chalet Balthus in Rossinière

De kunstenaar Balthus (1908-2001), pseudoniem van Balthasar Klossowski, kocht in 1976 de beroemde ‘Grand Chalet’ in het dorp Rossinière (kanton Vaud, le Pays-d’Enhaut). Sinds zijn dood heet het huis Chalet Balthus. Sinds 2007 is de even verderop gelegen kapel het bezoekerscentrum, dat gewijd is aan deze kunstenaar.

Balthus kapel, bezoekerscentrum Chapelle Balthus Association 

Het huis stamt met zijn prachtige teksten is in 1754-1756 gebouwd door Jean-David Henchoz (1712-1758), een boer,  kaashandelaar en tevens notaris, rechter/arbiter, advocaat van het dorp, kortom een notabele. De enorme omvang van het gebouw was met name bedoeld om zijn kaas te produceren en op te slaan.

In 1860 is het huis omgebouwd tot een hotel. Het hotel ontving beroemde gasten, onder anderen Victor Hugo (1802-1885) en Alfred Dreyfus (1859-1935).

De Romaanse kerk Maria Magdalena stamt uit de twaalfde eeuw. Sinds 1555, na overname door Bern, is de kerk protestants. Het parochiehuis is gebouwd in 1770. Het dorp heeft daarnaast nog veel authentieke oude woonhuizen en andere gebouwen.

Vlakbij het dorp ligt in het natuurpark Gruyère Pays-d’Enhaut het stuwmeer Lac de Vernex.

Bron en verdere informatie: Commune de Rossinière (rossiniere.ch)