Het prinsbisdom Bazel na 1813

Het prinsbisdom Bazel heeft de afgelopen vijfhonderd jaar twee grote revoluties meegemaakt. De titel prinsbisdom (Fürstbistum) is een gevolg van de status van de bisschop in het Heilige Roomse Rijk, waar het deel van uitmaakte. De bisschop had de hoge status van vorst (Reichsfürst/Fürstbischof). In de hiërarchie stond hij dus boven hertogen en graven.

De Reformatie 1527-1529

De eerste grote omwenteling, de Reformatie van Bazel in de jaren 1527-1529, leidde tot de vlucht van de bisschop naar Porrentruy (Pruntrut in het Duits in het huidige kanton Jura).

De kathedraal is tegenwoordig nog steeds evangelisch-luthers. De voor die tijd tolerante katholieke Erasmus vond er in 1536 zelfs zijn graf. Het domkapittel vestigde zich na omzwervingen in 1678 in Arlesheim (kanton Basel-Landschaft). De bisschop gaf pas in 1828 (!) zijn claim op Bazel op en vestigde zich in Solothurn, maar het bisdom Bazel bleef bestaan.

De Franse tijd 1792-1813

De tweede inbreuk heeft het Prinsbisdom niet overleefd. De Franse revolutionaire troepen bezetten in 1792 het noordelijke katholieke deel van het bisdom (grofweg het de huidige Jura). Dit gebied werd het departement Mont-Terrible.

Het overwegend zuidelijke protestante deel (het Franstalige deel van Bern en het Duitslaige Birseck en Laufental in het huidige Basel-Landschaft) stond onder bescherming van de Eidgenossenschaft (met name van Bern en Solothurn). Deze gebieden van het bisdom veroverde Frankrijk eind 1797, vlak voor de Franse inval van de Eidgenossenschaft in 1798.

In 1800 werd het hele gebied van het prinsbisdom ondergebracht in het departement Haut-Rhin. Het prinsbisdom is in 1803 formeel opgeheven, zoals Napoleon in 1806 het Heilige Roomse Rijk van de Duitse Natie ontbond.

De Franse periode eindigde met de intocht van Oostenrijkse troepen in december 1813. Daarna was het gebied van het voormalige prinsbisdom de inzet van diverse belanghebbenden. De kantons Bern en Bazel wilden het gebied onderling opdelen.

Het Congres van Wenen 1814-1815

De stad Biel streefde ook naar een eigen kanton met een deel van dit gebied. Het prinsdom Neuchâtel, dat formeel (zelfs tot 1857 !) nog hoorde bij de Koning van Pruisen (sinds 1706), maar ook als kanton in 1815 deel uitmaakte van de Eidgenossenchaft, maakte ook aanspraak op enkele gebieden.

Daarnaast waren er plannen voor een nieuw kanton voor het prinsbisdom. Op zich niet eens zo’n vreemd idee. Het graafschap Montbéliard had immers dezelfde (niet ingewilligde) wens. In het katholieke Franstalige noordelijke deel waren er ook voorstanders van aansluiting bij Frankrijk, met name in de steden Porrentruy en Delémont.

Deze Zwitserse belangen waren voor Pruisen, Engeland, Oostenrijk en Rusland echter van ondergeschikt belang in het herstel van de Europese orde en machtsverhoudingen. Uitgangspunt was het indammen van de Franse expansiedrift.

De koninkrijken Sardinië-Savoie, Nederland en uitbreiding van Pruisisch gebied aan de Rijnoevers waren het resultaat. Zwitserland werd echter geen koninkrijk, maar een neutrale republiek van zelfstandige kantons.

Afbeelding: Wikipedia

Dit land moest militair zo sterk mogelijk zijn om de Franse buur in te tomen. Om deze reden kreeg het nieuwe kanton Genève ook Franse gebieden toegewezen om een verbinding te maken met de nieuwe Confederatie. Deze buitengrenzen van Zwitserland zijn na 1815 niet meer gewijzigd.

Vanuit strategisch belang moesten de Jura en zijn bergpassen door Zwitserland worden gecontroleerd en wel door het militair, politiek en economisch sterkste kanton Bern.

Bern kreeg het gebied van de huidige Jura toegewezen als sterkste kanton en als compensatie voor het verlies van (mede) door dit kanton sinds de vijftiende en zestiende eeuw bestuurde gebieden Aargau (sinds 1415), Thurgau (sinds 1460) en Waadt (sinds 1536). Deze gebieden waren immers zelfstandige kantons geworden in 1803, wat in 1815 werd bevestigd.

Bazel kreeg de Birseck. Het Laufental werd ook toegewezen aan Bern, Neuchâtel kreeg de zeggenschap over Lignières. Dit alles werd besloten ten tijde van en voortvloeiend uit het Congres van Wenen 1814-1815 (20 maart 1815) en de (vredes) verdragen van Parijs (30 mei 1814) en Turijn (16 maart 1816).

Bazel, de Freie Strasse

Delémont, Musée d’art et d’histoire

Het vervolg 1833-2021

In 1832-1833 scheidden Basel-Landschaft inclusief de Birseck zich af van Bazel. Laufen ruilde in 1994 kanton Bern in voor kanton Basel-Landschaft. In 1979 werd de Jura een nieuw kanton en scheidde zich af van Bern.

De tegenstellingen van 1813-1815 leven echter nog voort, onder andere in Moutier, waar een aanzienlijk deel van de bevolking aansluiting zocht bij het nieuwe kanton Jura. Een referendum hierover in 2021  is met een nipte meerderheid gewonnen door de voorstanders voor aansluiting bij kanton Jura per 1 januari 2026.

(Bron: J.-C. Rebetez, D. Bregnard (Ed.) De la crosse à la croix. L’ancien évêché de Bâle devient suisse (Congrès de Vienne – 1815), Neuchâtel 2018).

’s Werelds grootste museum

De Museums-PASS-Musées is het toegangsbewijs voor 345 musea, kastelen en tuinen in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland.

De vereniging Museums-PASS-Musées ligt aan de basis van het product “Museums-PASS-Musées”. Zij is op 14 december 1998 in Bazel opgericht. De Museum-PASS-Musées zelf is vervolgens op 1 juli 1999 ingevoerd. Het is de eerste trinationale museumpas in Europa.

Momenteel zijn meer dan 345 musea en expositieruimtes in de drie landen (in Baden-Württemberg en Rijnland-Palts, in de kantons Basel-Stadt, Basel-Landschaft, Aargau en Jura en in de Elzas) lid van de vereniging.

Sinds 2004 is de Museums-PASS-Musées financieel zelfvoorzienend. Per jaar worden meer dan 50.000 museumpassen verkocht. Ze zijn verkrijgbaar in de musea en bij een aantal andere verkooppunten of online.

Bron en verdere informatie: de vereniging Musea-PASS-Musées

 

Een reisje langs de Rijn in 38 tentoonstellingen

Het Drieländermuseum in Lörrach opende op 11 november met een vernissage in de Evangelische Stadtkirche de reeks van 38 grensoverschrijdende tentoonstellingen met als thema de Rijn.

Vernissage, optreden koor met Franse, Duitse en Zwitserse liederen uit de negentiende eeuw.

Op 12 november vond in het Drieländermuseum zelf de jaarlijkse bijeenkomst van het netwerk van historische verenigingen aan de Bovenrijn (Netzwerk Geschichtsvereine/Réseau des Sociétés d’Histoire) plaats. Ruim 200 historische verenigingen zijn  hierbij aangesloten.

Drieländermuseum in Lörrach, sprekers en organisatoren van colloquium ‘le Rhin’ van het netwerk van historische verenigingen aan de Bovenrijn, 12 november 2022

De tentoonstelling is het resultaat van samenwerking van het netwerk van musea (Netzwerk Museen/Réseau des Musées) aan de Bovenrijn. Dit netwerk is het grootste grensoverschrijdende project van musea in Europa met als coördinator het Drieländermuseum.

Zoals de naam al aangeeft heeft het Drieländermuseum de samenlevingen vanuit Frans, Duits en Zwitsers perspectief als uitgangspunt. Het doet zijn naam alle eer aan, en meer dan dat. Het is een voorbeeld van concrete en effectieve regionale grensoverschrijdende samenwerking. Het museum organiseert in samenwerking met het netwerk van musea om de vier jaar een grote tentoonstelling en jaarlijks kleinere en diverse evenementen.

De Rijn

Bazel en de Mittlere Brücke 2022 (boven) en zestiende eeuw (onder), kopergravure van George Braun- Frans Hogenberg in ‘Civitates orbis terrarum’, (1572-1617), naar een houtsnede van Johannes Stumpf of Sebastian Münster. collectie: Dreiländermuseum (DLM K 16-233).

De Albert en Hélène Schweitzer-Bresslau boom bij de Münster in Bazel, geplant op 24 maart 2013. De Linde gedenkt het vertrek van beiden op 24 maart 1913 uit de Elzas naar Lambaréné (Gabon) in Afrika.

De Rijn is emotie en identiteit. Het Duits-Franse echtpaar Albert (1875-1965) en Hélène (1879-1957) Schweitzer uit de Elzas noemden hun dochter Rhena. De hymne van Bazel is  ‘Z’Basel an mym Rhy’, (in 1806 geschreven door Johann Peter Hebel, 1760-1826, melodie van Franz Abt, 1819-1885) gezongen bij formele gelegenheden, de Fasnacht en bij de FCB (zeg maar het Ajax van Bazel, alleen wat minder succesvol op internationaal niveau).

Andere emoties waren eeuwenlang minder vredelievend, maar nationalistisch en gericht op gebiedsuitbreiding. Deze historie gaat terug tot de Kelten, Romeinen en de Germanen.

Na de splitsing van het Karolingische Rijk bij het Verdrag van Verdun in 843 is de Bovenrijn eeuwenlang, tot de reformatie (vanaf 1517) en de vrede van Westfalen (1648), een economisch, taalkundig (alemannisch), religieus (katholiek) en cultureel nauw verbonden regio geweest. Daarna was het tot 1945 een oorlogsgebied tussen Frankrijk en Duitsland.

Detail van een douanespel, met de tientallen douaneposten langs de Rijn tot 1798. Collectie: Drieländermuseum.

Dit uit zich ook in de perceptie van de Rijn. Frankrijk en de Elzas herdenken op 11 november ‘La Grande Guerre’, een dag van rouw. Duitsland heeft dan net de negende november achter de rug en 11 november is een dag van reflectie. In Bazel klinken op deze dag echter de piccolo’s en de tamboerijnen van het begin van Fasnacht !

Voor Frankrijk is de Rijn lange tijd een vanzelfsprekende natuurlijke grens geweest: de Pyreneeën in het zuiden, de Atlantische Oceaan/Noordzee in het westen, de Alpen in het Oosten en de Rijn tot aan Nederland in het noorden.

Napoleon (1769-1821)heeft dit consequent doorgevoerd. Nederland was vanaf 1810 deel van het Franse Keizerrijk, de Rijn was de Frans-Duitse grens (met de Rheinbund als alliantie van Duitse satellietstaten) en de splitsing van Rheinfelden, Kaiserstuhl en Laufenburg in een Duitse en Zwitserse kant, gescheiden door de Rijn. Alleen Schaffhausen en Klein-Basel aan de ‘Duitse’ kant van de Rijn respecteerde hij als Zwitsers gebied vanwege eeuwenoude aanspraken.

De Elzas

De Elzas was tot de verovering van Straatsburg in 1681 door Lodewijk XIV (1638-1714) Duitstalig en eeuwenlang Habsburgs gebied. Habsburg zag bij de Vrede van Westfalen (1648) af van zijn rechten op de Elzas.

De Duitstalige steden in Elzas (De Zehnstädtebund) of Dekapolis bleven na 1648 echter met het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie verbonden. Sommige steden waren zelfs verbonden met de Zwitserse Eidgenossenschaft ! Lodewijk maakte hier door veroveringen einde aan.

De vrede van Nijmegen (1679) maakte definitief een einde aan de aspiraties van deze Bond en na de verovering van Straatsburg was de Elzas Frans gebied. De Duitse buren hebben dit feitelijk pas 1945 aanvaard.

Links: Frans affiche 1918, zicht op Straatsburg met de Tricolore vanuit de loopgraven in de Vogezen. Rechts: Duitse toekomstvisie van gevolgen van Franse bezetting, 1918. Collectie: Drieländermuseum (DLM PI 1663 en DLM PI 2207).

De conflicten over en het stuivertje wisselen van de Elzas in de periode 1840 (de Rijncrisis), 1871-1918 (Duitse Keizerrijk), 1918-1940 (Franse Republiek), 1940-1945 (Duitse Derde Rijk) tot 1945 staan centraal.

Die Wacht am Rhein (1840, gecomponeerd door Max Schneckenberger, 1819-1849) aan Duitse kant en de Marseillaise (1792, gecomponeerd in Straatsburg door Claude Rouget de Lisle, 1760-1836) maar gezongen door soldaten uit Marseille) aan Franse kant zijn de meest bekende strijdlustige liederen uit deze periode. De onschuldige hymne ‘Z’Basel an mym Rhy’  typeert het verschil in perceptie.

Jean-Jacques Waltz, (Hansi, 1873-1951), Lithographie-karikatuur, 1919, rechts Breisach (Duitsland). Collectie: Drieländermuseum (DLM  GrGeXVIII 83).

De collaterale schade was de verdrijving van 100 000 Duitsers uit Elzas en Lotharingen in 1918 en het verbod van de Duits (Alemannische) taal na 1918 en helemaal na 1945, hoewel Duits tot 1918 voor veel inwoners de spreektaal was. De Duitse veroveraars maakten zich in 1871 in Elzas echter niet populair, ondanks de gemeenschappelijke taal. De Pruisische benadering werd niet gewaardeerd.

Tentoonstellingen en verwante evenementen  

De Rijn staat niet in de top-tien van de langste rivieren van Europa, maar is wel de meest bevaren, bezongen, omstreden, verbindende, geïndustrialiseerde, mythische en prestigieuze rivier. De lengte vanaf de bron aan het Tomameer bij de Oberalppas in Zwitserland tot de monding in de Noordzee is ongeveer 1230 kilometer, waarvan 375 kilometer in Zwitserland.

De Bovenrijn stroomt van Bazel tot Bingen in Rheinland-Pfalz, van Schaffhausen tot Bazel heeft hij de naam Hoogrijn. De tentoonstelling bestrijkt dit stroomgebied.

De  unieke reeks van 38 tentoonstellingen bespreekt een grote variëteit aan onderwerpen. Voor een overzicht en inhoudelijke bespreking wordt verwezen naar de websites van de musea. Op twee uitzonderingen na. De al eerder besproken fraaie tentoonstelling ‘Ave Caesar! Römer, Gallier und Germanen am Rhein’ en de overzichtstentoonstelling (Der Rhein. Die Überblicksausstellung/Le Rhin. L’exposition générale) in het Dreilländermuseum.

De overzichtstentoonstelling en evenementen

De Rijn stroomt letterlijk door het museum, inclusief met een rondvaart van een halfuur in een comfortabele sloep van de Mittlere Brücke in Bazel tot de Dreiländerbrücke.

De Dreiländerbrücke. Foto: Michael Sesiani

De diverse onderwerpen komen aan de hand van goed gekozen objecten, documenten, topografische kaarten, video- en audiovisuele presentaties in beeld of worden ten gehore gebracht. De indrukwekkende collectie van het museum blijkt ook uit het feit dat uitsluitend van de eigen verzameling gebruik is gemaakt.

Het Franse, Duitse, Zwitserse en Europese perspectief vormen het begin en uitgangspunt van dit cultuur-historische reisje langs de Rijn, met gevoel en respect voor detail, zonder de grote lijnen uit het oog  te verliezen.

Een onderdeel van de tentoonstelling is de bouw van forten langs de Rijn, met bijzondere aandacht voor Sébastien de Vauban (1633-1707) tijdens Lodewijk XIV en de bouw van Maginotlinie na 1918 aan Franse kant en de Duitse forten van 1871-1918 en de Westwall van 1940-1945 aan Duitse kant. Aandacht voor het onverzoenlijke verdrag van Versailles (1918-1919) en de andere, verzoenlijke, benadering na 1945 sluiten de periode 1870-1945 af.

Waterkrachtwerk Kembs (1932). Het Verdrag van Versailles gaf Frankrijk niet alleen de Rijn als grens terug, maar ook alle rechten op het gebruik van de Rijn. Collectie: Drieländermuseum (DLM FoD 2)

Eduard Tennner (1830-1901), Der Isteiner Klozt, 1882, Rijnromantiek. Collectie: Drieländermuseum (DLM BKVer 25)

Tal van andere onderwerpen passeren achtereenvolgens de revue: geologie, goud delven, religies en kerkenbouw (van Chur tot Utrecht was de Rijn een lint van Romaanse en Gotische kathedralen), visvangst, Rijnregulering, scheepvaart,  waterkrachtcentrales,  kanalisering, vervuiling, overstromingen, kunst, literatuur en muziek, Rijnromantiek, archeologie, (Alemannische) dialecten, bruggen over de Rijn en andere onderwerpen. Wat is de Rijn zonder wijn. Ook daar is aan gedacht in de zit- en leeshoek.

Het museum organiseert daarnaast tientallen lezingen, conferenties, concerten, excursies, kinderprogramma’s en andere evenementen.

Bron en verdere informatie: Drieländermuseum in Lörrach

De Rijn bij Neuenburg am Rhein

Kasteel en stad Burgdorf

De graven van Rheinfelden bezaten een kasteel in Burgdorf, dat in 1090 in het bezit kwam van de hertogen van Zähringen.

Het kasteel werd gerenoveerd en kreeg zijn huidige vorm met een woontoren (paleis), verdedigingstoren (donjon) en hal. Het kasteel doet denken aan koninklijke residenties. Dit en de grote stadskerk doen vermoeden dat Burgdorf bedoeld was als centrum van het Zähringen-gebied.

Het kasteel ging in 1218 over naar de graven van Kyburg. Het kasteel diende als residentie van de graaf tot 1384. Na de verloren Burgdorfoorlog in 1383 moesten de Kyburgers hun graafschap Burgdorf verkopen aan de stadsrepubliek Bern.

Onder Bernse heerschappij onderging het kasteel diverse verbouwingen en uitbreidingen, maar het karakter van het gebouw van 1200 bleef behouden.

Schloss Burgdorf geldt als het best bewaarde burchtcomplex van de Zähringen en is een historisch monument van nationaal belang.

Tegenwoordig wordt het gebruikt als museum, restaurant en jeugdherberg met een gemeentelijke ceremoniële zaal en banketzaal

 

Die Emme, Sommer 2022

De stadskerk is in 1490 gebouwd op de fundamenten van een oude Romaanse kerk. De kerk is rond 1870 in neogotische stijl gerenoveerd.

Bron en verdere informatie: Schloss Burgdorf

Impressies van Burgdorf

De Stadtkirche

Impressies van Burgdorf

Bronzen sculptuur in de Jura

Het kan alleen in Zwitserland: aan de oevers van een beek bevindt zich bij het dorpje Undervelier (kanton Jura) vlakbij Lac  Vert d’Untervelier op de weg naar de voormalige abdij van Bellelay en de Maison de la Tête de Moine (kanton Jura) een atelier voor de meest uiteenlopende bronzen sculptuur. Een vrij toegankelijk sculpturenpark midden in de Jura.

(Bron en verdere informatie: Bronze Art SA)

Meer van Gruyère

De stuwdam Rossens is in 1948 gereedgekomen. Daarna duurde het nog vier maanden voordat het lac de la Gruyère (kanton Fribourg/Freiburg) was volgelopen.

Het is het langste stuwmeer van Zwitserland, bijna 14 kilometer. Het meer meandert zich als het ware door het volgelopen dal met vele kleine en grotere zijtakken.

Het uitzicht op de Alpen en het groene heuvellandschap is fascinerend. Langs de oever liggen vele mooie dorpen en een uitzonderlijk fraai golfterrein.

Het kasteel Gruyères (le château de Gruyères) de naamgever van de regio en tot 1555 eigendom van de Graven van Gruyère, ligt op een paar kilometer afstand.

De middeleeuwse burcht herbergt prestigieuze collecties die getuigen van zijn lange en rijke geschiedenis. Wie het bezoekt, doorkruist de eeuwen en ontdekt zijn schatten: de gebrandschilderde ramen,  de kopieën van de Orde van het Gulden Vlies van Karel de Stoute (1433-1477), de muurdecoraties in opdracht van de voogden tijdens het Ancien Régime (tot 1798) , de schilderijen van Jean-Baptiste Camille Corot (1796-1875) en de decoraties van de Salle des Chevaliers die in de 19e eeuw in Gruyères zijn gemaakt door een kolonie gepassioneerde kunstenaars.

Bovendien is het de regio van de beroemde kaas met die naam, wat niemand zal ontgaan.

PS: de spelling van de stad en het kasteel van Gruyères bevat een laatste s, wat niet het geval is voor het meer, de graven en de kaas: Gruyère (zonder s).

Nationale conferenties over het federalisme

De nationale conferenties over het federalisme (Die Nationalen Föderalismuskonferenzen) zijn door de regering (Bundesrat), de Raad van Staten (Ständerat) en de 26 kantons en ‘hun’ Haus der Kantone in Bern in het leven geroepen.

Sindsdien hebben zes conferenties plaatsgevonden: 2005 in Freiburg, 2008 in Baden (kanton Aargau), 2011 in Mendrisio (kanton Tessin), 2014 in Solothurn, 2017 in Montreux (kanton Vaud) en 2021 in Bazel.

De conferenties hadden de volgende thema’s: federalisme voor nieuwe uitdagingen (Freiburg), Zwitsers federalisme onder druk (Baden), Federalisme en nieuwe territoriale uitdagingen (Mendrisio), Wat draagt federalisme bij tot cohesie en solidariteit (Solothurn), Zal Zwitserland over 50 jaar nog federalistisch zijn ? (Montreux), Federalisme en dynamiek (Bazel).

De Verklaring van Bazel 2021 begint met de woorden:

De verklaring van Montreux van 2017 onderstreepte het begrip en fundament van het federalisme voor de Zwitserse staat. De verklaring van Basel 2021 bevestigt dit inzicht en benadrukt dat federalisme voortdurend in ontwikkeling is.

(Zie voor meer informatie: www.foederalismus2021.bs.ch).

De Verklaring van Montreux 2017: Federalisme: de kracht van Zwitserland.

De Zwitserse Bondsstaat is een federale staat waarin elk niveau van de staat zijn bevoegdheden op volstrekt soevereine wijze uitoefent.

Deze verdeling van verantwoordelijkheden zorgt voor een evenwicht in de politieke macht en beschermt de burgers tegen buitensporige staatsbemoeienis.

Zwitserland, politiek van onderaf opgebouwd, is van meet af aan federalistisch geweest. Het eerbiedigt het subsidiariteitsbeginsel en de middelen die eigen zijn aan elk institutioneel niveau. Federalisme is synoniem met betrokkenheid van de burger en efficiëntie bij de uitvoering van taken.

De autonomie van de kantons, die verankerd is in de politieke structuren van Zwitserland, bevordert innovatie en versterkt het concurrentievermogen van het land.

Federalisme maakt het ook mogelijk om diversiteit samen te beleven en minderheden te beschermen, ongeacht of de verschillen gebaseerd zijn op taal, cultuur, godsdienst of bijzondere geografisch-topografische omstandigheden.

Zonder zijn federale organisatie zou Zwitserland, met zijn 8,4 miljoen inwoners, niet zo’n rijke economische, sociale en culturele verscheidenheid hebben – een verscheidenheid die Zwitserland aantrekkelijk maakt en verantwoordelijk is voor zijn hoge levenskwaliteit.

Deze federalistische structuren, gecombineerd met directe democratie, bestaan nergens anders ter wereld. Zij liggen aan de basis van de welvaart en (culturele) rijkdom van ons land en dragen in belangrijke mate bij tot begrip en interne samenhang.

Federalisme is een integrerend deel van de Zwitserse identiteit en verdient onze volle aandacht. Vergroting van het inzicht in en de fundamenten van het federalisme.

De werking van onze instellingen, de specifieke kenmerken en de voordelen van het federalisme zijn echter weinig of slecht bekend.

De ondertekenaars van deze verklaring bevestigen opnieuw hun betrokkenheid bij het federalisme, dat Zwitserland heeft gemaakt tot wat het nu is. Zij zijn zich bewust van het belang van de bevordering van het federalisme en willen aan het publieke debat deelnemen om de achtergrond en de voordelen van dit systeem duidelijk te maken.

(Bron en nadere informatie: www.federalisme2017.ch).

Forum voor Tweetaligheid

In tijden dat (jonge) Zwitserse burgers uit Duitstalige kantons soms met hun medeburgers in Franstalige kantons in het Engels moeten communiceren om elkaar te begrijpen, is het Forum voor Tweetaligheid (Forum du bilingualism/ Forum für Zweisprachigkeit) in Biel/Bienne geen overbodige luxe.

En dan gaat het nog niet eens over de Italiaans- of Reto-Romaans sprekende inwoners van het land. De kantons Graubünden, het enige drietalige kanton (Duits, Italiaans, Reto-Romaans) en het Italiaans-sprekende Ticino (Tessino) kunnen ook over de (lands) talen meepraten.

Het Forum is een stichting die gevestigd is in Biel/Bienne, de grootste tweetalige stad van Zwitserland.

De hoofdactiviteit van het forum is de bewustmaking van de voordelen van een meertalige aanpak in het onderwijs, de politiek, het bedrijfsleven, de cultuur en andere domeinen.

Het Forum is een partner voor alle instellingen die advies vragen over bi- en meertalige aspecten dankzij zijn ruime ervaring in de tweetalige stad Biel/Bienne en de tweetalige structuren in het officieel tweetalige kanton Bern.

Het Forum staat in nauw contact met verschillende taalonderzoeksinstellingen en helpt linguïsten om hun onderzoeksprojecten te realiseren op basis van de ervaringen in Biel/Bienne.

(Bron en verdere informatie: www.bilinguisme.ch).

Pfeffingen, Grellingen, Basel, het Karstlehrpfad en een gedicht

Heinrich II (978-1014), Koning van het Oost-Frankische  en keizer van het Heilige Roomse Rijk  (1014-1024) was op 11 oktober 1019 aanwezig bij de inwijding van de kathedraal, de Münster in Bazel.

Das Basler Münster, Kunigunde von Luxemburg en Heinich II.

De Münster, de Romaanse Galluspoort (1019) zoals Heinrich II hem zag. De poort bleef intact in 1356.

Volgens de kroniek van de domheer Nicolaus Gerung waren de aartsbisschop van Trier, de bisschoppen van Lausanne, Genève, Konstanz, Straatsburg en de gastheer de bisschop van Bazel Adalbero II ook aanwezig.

Bazel, Genève en Lausanne maakten toen deel uit van het Bourgondische Koninkrijk (888-1032). Konstanz, Straatsburg en Trier hoorden bij het Oost-Frankische Koninkrijk en het Heilige Roomse Rijk.

De keizer schonk prachtige voorwerpen, waarvan alleen het gouden altaar, het zogenaamde Basler Antependium, en een reliekenkruis, het zogenaamde Henrichkreuz, bewaard zijn gebleven. Deze waren 2019 in een tentoonstelling in het Kunstmuseum Basel te zien.

Het Bisdom Bazel strekte zich in beide koninkrijken uit en vervulde een brugfunctie, zoals ze dat tegenwoordig nog steeds doet (bijvoorbeeld door de organisaties Regio Basiliensis en Regio TriRhena).

De (laatste) Bourgondische Koning Rudolf III (977-1032) en keizer Heinrich II waren met het oog op hun zielenheil  royaal met geschenken voor de bisschop van Bazel. Rudolf schonk in 999 bijvoorbeeld  de abdij van Moutier-Grandval, Heinrich II financierde de kathedraal en schonk landgoederen in de Elzas en Breisgau en in 1010 de burcht van Pfeffingen.

De Münster en de burcht van Pfeffingen hebben nog meer gemeen. Beide zijn ze in de aardbeving van 1356 verwoest en daarna weer opgebouwd. De Münster staat er echter nog in volle glorie bij. De burcht is sinds de achttiende eeuw na veel lotgevallen een ruïne, maar wel een opvallende, goed gedocumenteerde en zelfs deels gerenoveerde ruïne.

De kantons Solothurn (Dornach en het Goetheanum), Basel-Stadt, Basel-Landschaft (met Arlesheim en Dom),  Elzas en Baden-Württemberg

De burcht Pfeffingen en Duggingen

Van Elzas en Baden-Württemberg tot Duggingen vanaf de burcht Pfeffingen

Hoog toornt ze boven Pfeffingen en het dorp Duggingen en zijn burcht Angenstein uit. Ze kijkt over het Birsdal (en zijn negen katholieke gemeenten Aesch, Allschweiler, Schönbuch, Oberweiler, Terweiler, Ettingen, Pfeffingen, Reinach en Arlesheim en zijn Dom), de kantons Solothurn (Dornach en het Goetheanum), Basel-Stadt, Basel-Landschaft, Elzas en Baden-Württemberg, kortom, deels het gebied van het oude bisdom Bazel (tot 1792).

De dichteres Alice Meyer-Haberthür (1908-1988) schreef over  het uitzichtspunt de Eggflueh (471 m.) in haar gedicht My liebi Eggflueh onder andere:

Ob em schöne Pffäfiger-Dörfli

stoht die stolzi Eggflueh;

fascht jede sunntignohmittag

zieht’s my eifach dört ufe zue.

Wenn i uf dr Höchi stand,

chasch ringsum luege und dängge,

vo Oschte här grüesst dy

dr wytbekannt Guugelhupf – dr Gämpe.

Liebi – im Birsegg hinterschti – Flueh

mit gfeerhrlig zaggige Felse,

vo Dim Plateau us sehsch Matte

und Dotzetwies Hüüser – gang, zell se!

De historie van Pfeffingen leest als een geschiedenisboek van de regio Bazel. De Kelten, de Romeinen, de Alemannen,  de Franken en Bourgondiërs, het heilige Roomse Rijk, de Graven van Thierstein, het bisdom en de stad Bazel, de inval van de Franse Armagnaken in 1444, de reformatie in 1528, de herinvoering van het katholicisme, de Franse invasie van 1792 en de inlijving in de Raurakische Republiek (1792-1793), in het departement Mont-Terrible (1793-1800) en vervolgens in het departement Haut-Rhin (1800-1813). Bij het Congres van Wenen (1814-1815) is Pfeffingen toegewezen aan het kanton Basel (1815-1833). Sinds 1833 hoort het dorp bij kanton Basel-Landschaft.

Pfeffingen,  die Waldschule

De menselijke historie van de omgeving gaat echter nog veel verder terug, en wel tot de prehistorie. De nabijgelegen grotten in de bergen van de Jura waren 5 000 v. Chr. al bewoond.

Het Karstlehrpfad Kaltbunnental-Brischallmet is gewijd aan deze grotten, de eerste bewoners, de samenstelling van de gesteenten en de flora en fauna van de Jura. Het toont het samenspel van de natuur in de loop van miljoenen jaren. Het ontstaan van grotten en kloven is bijvoorbeeld een proces van miljoenen jaren met als hoofdrolspelers water, erosie, ijs en het soort (kalk)steen. Het pad is uitvoering gedocumenteerd met informatieborden.

Fehren

Grellingen en de Birs

De route van het Karstlehrpfad van Fehren (Solothurn) tot Grellingen (Kanton Basel-Landschaft) is een Jurassic Park beleving en ‘ze’ hebben er inderdaad rondgelopen.

Grellingen was in beide wereldoorlogen een strategisch belangrijke plaats vanwege de bruggen en spoorwegovergang over de Birs. De militairen uit de diverse kantons hebben hun visitekaartje achtergelaten op de (kalk) rotsen. Ze hadden daar de tijd voor, want geschoten is er niet. Het geeft wel een indruk van de verbondenheid met de kantons.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Een keer per jaar organiseert de afdeling Basel-Stadt van de  SAC een jaarfeest. Dit jaar vond deze plaats op de Schlosshof in Pfeffingen. Ook dit jaar werden ereleden (van 25 jaar tot 73 jaar (!) lidmaatschap) weer in het zonnetje gezet.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

Van postkoets tot Postauto

Kaspar  Stockalper (1609-1691), de bekendste ondernemer, politicus, bouwheer, diplomaat uit Brig (kanton Wallis) zette als eerste een professionele postdienst over de Simplonpas op.

Het museum in het Stockalperschloss besteedt hier uitgebreid aandacht aan in de tentoonstelling “Passage Simplon”. Zijn succesvolle (en lucratieve) koeriersdienst bezorgde in minder dan acht dagen post van Milaan naar Lyon.

De koeriers en later de postkoetsen vertrokken vanaf het Stockalperschloss onder de poort van het Ursulinenklooster, vandaar de naam Simplonstrasse, later veranderd in de Alte Simplonstrasse.

Ruim 150 jaar later geeft Napoleon opdracht voor de bouw van de weg over de 2005 meter hoge Simplonpas. Ruim 5 000 arbeiders volbrachten dit werk in minder dan een jaar. Het was het begin van het tijdperk van de postkoets en later de postauto.

De postkoets of diligence werd door acht of tien paarden getrokken. In Brig, Berisal, Simplon (kanton Wallis) en Iselle (Italiaanse kant) waren wisselplaatsen voor de paarden en eet- en rustgelegenheden voor koetsiers en passagiers. Het traject van Brig naar Domodossola (aan de voet van de Simplon in Italië) duurde 12 uur.

De afstanden waren aangegeven met zogenaamde Distanzsteinen, zoals het woord al zegt afstandsstenen. Tot 1875 werd de afstand gemeten in Franse mijlen,  een erfenis van Napoleon. Een mijl was  4.445 km. Vanaf 1875 volgt de meting in de huidige kilometers.

De postkoets kon zich in een grote belangstelling verheugen. Tot 1905. In  dat jaar reed de eerste auto over de Simplonpas en in 1906 kwam de spoorwegtunnel gereed.

Na de Eerste Wereldoorlog verving de postauto de postkoets  (zie ook Swiss Spectator, Periode IV, 23 september 2021, De Postauto).

De laatste postkoets verdween echter pas in 1961 uit Zwitserland (Avers in Graubünden was de hekkensluiter).

(Bron: Museum Stockalper, Brig, www.stockalperstiftung.ch/museum).