Oberwangen, klein dorp, grote historie

Eeuwen voor en na het begin van de jaartelling liep er al een handelsroute van de haven van Morges-St.-Sulpice (aan het meer van Genève) door het Wangental naar Oberer Hauenstein. Deze weg door het Wangental en het huidige Oberwangen (Kanton Bern) was een belangrijke verkeersader.

In de Romeinse tijd lagen er verschillende grote complexen voor herenboeren. De Bourgondiërs, Kelten en Alemannen bewoonden het gebied in de 5e en 6e eeuw. Oberwangen is voor het eerst genoemd in een document uit 1248. In die tijd betekende de naam Wangen veld of moerassige heuvel.

Rond 1200 bezat de familie von Egerdon, leenheren van de graven van Neuchâtel, grote delen van de Wangen vallei Wangental). De familie verkocht de vallei en de burcht in 1312 aan de Duitse Orde. Bern verwierf vervolgens de vallei en het dorp Oberwangen. De eeuwenoude kapel verdween met de Reformatie in 1528. Pas in 1911 werd er een nieuwe kerk gebouwd in Oberwangen.

Tijdens de Slag om Neuegg in 1798 rukten Franse troepen op tot Oberwangen. Ze werden echter teruggeworpen tot Neuegg. Tevergeefs, de overgave na de nederlaag bij Grauholz bezegelde het einde van de gevechten en de ondergang van Bern en het Ancien Régime.

(Bron en verdere informatie: Gemeinde Könitz/ Oberwangen)

Met Johann Wolfgang von Goethe langs de Rijn

Jean Jacques Rousseau (1712-1778) was een fervente wandelaar en bewonderaar van de natuur in Zwitserland.  De uit Genève afkomstige schrijver verbleef echter vooral in Franssprekend Zwitserland.

Zijn Duitse tijdgenoot Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) vertoefde en wandelde ook graag in het Duitssprekende deel van het land. Hij was in het bijzonder onder de indruk van de waterval van de Rijn (Rheinfall) bij Neuhausen (kanton Schaffhausen) en de toentertijd nog ongetemde loop van de Rijn.

De Rijn tussen Rheinau en Neuhausen

Bij  zijn bezoeken aan de Rheinfall heeft hij kasteel Laufen en het slot Wörth (Schlössli Wörth) bezocht. In zijn dagboek schreef hij over Schlössli Wörth op 18. September 1797: „Ich ging hinein, um ein Glas Wein zu trinken“. Te zijner ere heeft dit slot een Goethe-kamer ingericht.

Vele bekende persoonlijkheden waren hem al voorgegaan en volgenden nog, onder anderen de keizers Ferdinand l (1503-1564) en Joseph II (1741-1790) van het Heilige Roomse Rijk, Tsaar Alexander I (1777-1825) van Rusland en de Oostenrijkse keizer Franz Josef I (1830-1916) en zijn vrouw Elisabeth, beter bekend als Sisi (1837-1898) en vanwege haar tragische dood in Genève.

De Rheinfall, kasteel Laufen (links), slot Wörth rechts

Slot Wörth 

Zwitserland heeft geen delfstoffen, maar des te meer water als ‘Wasserschloss’ van Europa. De Rijn is bovendien vanouds een belangrijke verkeersader voor handel en vervoer van mensen en goederen.

De stad Schaffhausen is al eeuwenlang een overslagplaats van goederen (vroeger ook van  zout uit Oostenrijk). De Rheinfall was immers een natuurlijke blokkade. Na de Rheinfall is de rivier weer bevaarbaar tot de Nederlandse delta.

Hollandse kooplieden hadden om deze reden in 1609 zelfs het stoutmoedige plan om de Rheinfall begaanbaar te maken voor de enorme en (zeer rendabele) houten vlotten vanaf de Zwitserse Rijn naar Amsterdam en Rotterdam. Dezelfde kooplieden wilden in deze tijd ook een verbinding tussen de Rhône en de Rijn maken, onder andere door de aanleg van een kanaal in Waadt.

Model van een houten vlot. Museum De Bastei, Nijmegen

Ze wilden de Rheinfall en zijn rotsen met explosieven opblazen om de houten vlotten vrije doorgang te geven! Dit idee lijkt op het plan uit de 19e eeuw om een waterverbinding voor schepen door de Zwitserse Alpen aan te leggen.

Hoe het ook zij, de Rheinfall is er nog steeds. Het Schlössli Wörth kan het initiatief van de Hollandse kooplieden kennelijk waarderen en heeft een kamer als ‘Holländer Eck’ ingericht.

Indruk van Swiss Smilestones

Enkele eeuwen later maakte de industrieel Johann Georg Neher (1788–1858) juist gebruik van de Rheinfall. Hij richtte een ijzerfabriek op en benutte de waterval als energiebron. Hiermee was tevens de basis gelegd voor de eerste aluminiumfabriek van Europa!

Neuhausen, monument voor Europa’s eerst aluminimumindustry 

De Rheinfall biedt een andere bezienswaardigheid van recente datum. Swiss Smilestones biedt een overdekt miniatuur overzicht van Zwitserland en haar natuur!

Het is niet bekend of Goethe en andere beroemdheden het plaatsje Rheinau en het  klooster Rheinau hebben bezocht. De Gastwirtschaft zum Buck staat er in ieder geval al vanaf 1492.

Wirtshaus zum Buck 

Dendrochronologisch onderzoek heeft aangetoond dat de muren van de kelder en de balken uit 1330 stammen, wellicht als  onderdeel van het klooster Rheinau. Deze Gastwirtschaft, gelegen bij de Rijn, is al eeuwenlang een halte voor de postkoets en later de Postauto en een goed begin- of eindpunt voor een wandeling langs de Rijn.

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving en elders in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

Rheinau

Waterkrachtcentrale Rheinau

Bevers aan het werk

Een eilandje bij Rheinau

De ware Europese Unie van 26 kantons

De Kelten en Romeinen

Keltische en Rhaetische stammen bevolkten het grondgebied van het huidige Zwitserland eeuwen voor Christus. Ze stonden in nauw (handels) contact met Germaanse stammen, de Middellandse zeeregio en noordelijke landen.

Met de komst van de Romeinen in de eerste eeuw voor Christus begon ook de systematische aanleg van wegen en het vervoer over bergpassen, rivieren en meren.

De vier eeuwen durende Romeinse overheersing leidde tot ‘romanisering’ van de Keltische en Rhaetische  bevolking. Er ontwikkelde zich een Gallo-Romeinse cultuur en taal, een soort vulgair Latijn (Latijn met Keltische en Rhaetische invloeden). Alleen de bovenlaag was volledig geromaniseerd, inclusief de taal.

Het gebied werd een belangrijk Europees handels- en verkeersknooppunt. Diverse Alpenpassen waren in de Romeinse tijd al in gebruik. De Gotthardpas werd pas rond 1230 toegankelijk, maar is nog steeds een belangrijke schakel in het Europese handels- en personenverkeer.

 De Middeleeuwen

Het gebied van het huidige Zwitserland telde in het jaar 500 circa 200 000 inwoners, in het jaar 1000 waren het er naar schatting 500 000. De Middeleeuwen in de periode 500-1000 waren ook in Zwitserland jaren van grote veranderingen en zeker niet ‘donker’.  Zwitserland als land bestond nog  niet, het begrip evenmin.

Na het vertrek van de Romeinen emigreerden Duitstalige stammen, Alemannen. Zij en de Walser (13-14e eeuwen) verdrongen de Gallo-Romeinse taal en cultuur, behalve in het gebied van het huidige kanton Graubünden. Daar handhaafde het Reto-Romaans zich tot in de negentiende eeuw (afgezien van enkele enclaves van Walser), waarna het Duits deze taal verdrong op vijf regio’s en idiomen na.

In het westen van het land werd Frans de belangrijkste taal. Italiaans was en is de taal van de in de vijftiende en zestiende eeuw veroverde gebieden. De Franse, Italiaanse en Duitse taalgebieden van het huidige Zwitserland lagen al rond het jaar 1 000 grotendeels vast.

In de eeuwen na  1000, de opkomst van steden, hun machtige burgerij, de (feitelijke) onafhankelijkheid van landelijke gemeenschappen in Centraal Zwitserland  en de eerste bondgenootschappen tussen Orte of kantons vanaf veertiende eeuw, neemt de geschiedenis van het land haar loop.

De  betekenis van  de Jura, de drie meren regio, de Alpen, de rivieren en de bergpassen voor het goederen – en personenverkeer was in deze periode al eminent. Abdijen, bisdommen (Genève, Lausanne, Sion, Chur, Bazel en Konstanz (thans Duitsland) speelden in de eeuwen na het  vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw een prominente  politieke (en militaire) rol.

Pas na 1 000 traden adellijke dynastieën, onder andere die van Kyburg, Habsburg,  Savoie, Zähringen en Zwaben en andere lokale machthebbers in het Heilige Roomse Rijk op de voorgrond, na de periodes van Merovingers, Karolingers en Bourgondische koningen.

Pausen, bisdommen, abdijen, Bourgondische hertogen, Duitse koningen en (Habsburgse) keizers van het Heilige Roomse Rijk waren hun voornaamste wereldlijke tegen- of medestanders tot de feitelijke zelfstandigheid in 1499 (Vrede van Bazel) en de volkenrechtelijke soevereiniteit in 1648 (Vrede van Westfalen).

De Confederatie

Het land heeft vervolgens in een lang proces vanaf de veertiende eeuw een unieke decentrale en  democratische structuur ontwikkeld. Niet als een vanzelfsprekendheid, maar  in een  lang conflict om macht tussen stedelijke en landelijke elites in en tussen kantons.

Habsburg had na 1499 geen feitelijke en juridische macht meer, afgezien van enkele gebieden (Engadin (17e eeuw), Fricktal (1803), Tarasp (1803) en Rhäzuns (1819) en via de benoemingen van abten, bisschoppen en bevriende/verwante lokale heersers.

De Franse bezetting in de jaren 1798-1813 zette hervormingen in gang die niet meer waren terug te draaien en uiteindelijk hebben geleid tot de huidige federatie van 26 kantons en vier talen.

Conclusie

De veranderingen  gaan in  Zwitserland op federaal niveau wellicht niet altijd even snel, maar de kracht van het land ligt op decentraal en lokaal niveau, in de subsidiariteit, industriële en innovatieve centra in de meest afgelegen dorpen en gebieden, eeuwenoude exportnetwerken, uitstekend (beroeps) onderwijs, ’s werelds beste universiteiten en onderzoeksinstellingen, adequaat openbaar vervoer, een goed zorgstelsel, betrokkenheid, militieysteem en directe invloed van burgers op gemeentelijk, kantonaal en nationaal niveau. De burgers zijn uiteindelijk de soeverein.

Het is een bottom-up maatschappij. In deze context verlopen het verblijf van 2 miljoen inwoners zonder Zwitserse pas, de opvang van een relatief groot aantal asielzoekers en het dagelijkse woon-werkverkeer van bijna 400 000 (!!!) grensgangers uit Duitsland, Frankrijk, Italie en Oostenrijk (relatief) goed. Zwitserland is de ware Europese Unie van 26 soevereine kantons en vier talen.

De Rhätische Bahn, een Grand Hotel op wielen

Welke spoorwegmaatschappij heeft een glijbaan voor kinderen in wagons en spelletjes in de tafels ? Welke spoorwegmaatschappij is (vrijwel) altijd stipt op tijd, in alle jaargetijden en onder alle weersomstandigheden ? Welke spoorwegmaatschappij is aangelegd over honderden viaducten, tunnels, dalen, bergpassen, rivieren en door diverse bergen? Welke spoorwegmaatschappij organiseert een trein van 1 906 meter, met 100 wagons en 7 locomotieven, die een afstand van 25 kilometer aflegt (29 oktober 2022), van Preda bij de Albulatunnel tot Alvaneu bij het Landwasserviaduct)?

De historie van de Rhätische Bahn, zo heet deze spoorwegmaatschappij in het kanton Graubünden, begon met een Nederlandse koopman in 1867. Willem Jan Holsboer (1834-1898) emigreerde in dat jaar naar Davos vanwege zijn zieke vrouw Margaret Elisabeth Newell Jones (1847-1867). Holsboer kende dit nieuwe vervoermiddel uit Nederland en vanwege zijn zakelijke connecties in Londen, waar hij jarenlang bij een bank had gewerkt.

Willem-Jan Holsboer (1834-1898), Heimatmuseum Davos. Foto: Wikipedia

Herdenkingsfoto in treinen Rhätische Bahn. Bron: www.rhb.ch/fahrzeugnamen

Holsboer nam daarna het initiatief om samen met de Duitse arts Alexander Spengler (1812-1901)  in de jaren 1871-1874 de eerste kuuroorden in Davos op te zetten.

Davos was echter niet bereikbaar per spoor. Om deze reden nam Holsboer het initiatief om de spoorweg Landquart-Davos aan te leggen. Hij richtte in 1889 de maatschappij AG Schmalspurbahn Landquart-Davos op en al in 1890 reden de eerste treinen! De Rhätische Bahn werd vervolgens in 1897 gesticht met het hoofdkantoor in Chur, in de Villa Planta.

Daarna breidde het spoorwegennet zich snel uit tot in alle uithoeken van kanton Graubünden. Alle uithoeken ? Tot ongenoegen van een Belgische Graaf, die een kurhotel en kasteel in Maloja bouwde in afwachting van een spoorlijn naar Maloja,  was en bleef St. Moritz sinds 1904 het eindstation.

Tegenwoordig heeft de Rhätische Bahn een spoorwegennet van 385 kilometer. De bekendste (toeristische) verbindingen zijn de Bernina- en de Glacier Express. De Berrnina Express is een traject van 122 kilometer vanaf Thusis aan de Hinterrhein tot Tirano in Italië, onder andere door het Albuladal en zijn Landwasserviaduct bij Filisur, met een afslag bij St. Moritz, en via Pontresina, langs de Morteratschgletsjer en de Piz Bernina (4049 meter) naar Alp Grüm, de Berninapas (2 253 meter),  Poschiavo en de Val Poschiavo om in Tirano te eindigen.

Poster van de Bernina Express

De Glacier Express is een traject vanaf Chur, via de Rheinschlucht ( de Ruinaulta), de Oberalppas en Andermatt naar Zermatt. Daarnaast verbindt de Rhätische Bahn ook het Unterengadin tot Scuol en, uiteraard, het ‘Stammort’ Davos.

Het is niet alleen de status UNESCO-Werelderfgoed van het Bernina-Albula traject die de Rhätische Bahn zo bijzonder maakt, in alle jaargetijden. De kwaliteit, service en comfort van de treinen en hun restaurants, conducteurs en overig personeel zijn buitengewoon.

Het Bahnmuseum Albula in Bergün/Bravogn is een informatieve en interessante stop op  het Albulatraject.

Chur, Hoofdkantoor Rhätische Bahn, naast de Villa Planta (naast het huidige Bündner kunstmuseum Chur)

De Rhätische Bahn is, evenals de SBB, een Zwitsers uurwerk op wielen, met het comfort van een Bündner Grand Hotel! Het hoofdkantoor in Chur lijkt daar niet voor niets op!

Bron en verdere informatie: Rhätische Bahn, Bernina Express, Glacier Express

Verkehrshaus der Schweiz, Luzern

’s winters

Filisur, Landwasserviadukt

’s zomers

Pinocchio in Riom

De grote kinderroman “Pinocchio” van Carlo Collodi (1826-1890) staat voor Kerstmis op het programma in Riom’s romantische Clavadeira: een geweldig verhaal over mens worden. Een humoristische meditatie over vrijheid, een ontroerende avond voor het hele gezin.

Elk kind kent Pinokkio, de koppige houten pop uit de timmermanswerkplaats van meester Gepetto. Als hij liegt, groeit zijn neus. Als hij brutaal is, huilt zijn timmervader. Maar de pop is veel meer dan een ongehoorzame marionet. Pinokkio wil een echte jongen worden, een volwaardig mens. De weg daarheen is lang, moedig en avontuurlijk.

Yaiza Coll’s (*1994) nieuwe choreografie voor Origen’s Wintertheater wordt gedanst door Borja Bermudez, Marc Jubete, Nicolas Gläsmann, Alex Vazquez Gala en Júlia Martí Gasull. De artiesten zijn bekende gasten op de podia van Origen. Onlangs nog vertolkten ze het jubileumstuk “1524” op het openluchtpodium in Lantsch ter gelegenheid van de verjaardag van de Vrijstaat van de Drie Liga’s (Freistaat der Drei Bünde) en brachten ze de historische figuren tot leven.

Voorstellingen: Riom, Clavadeira, 17.30 uur: 23, 27, 28, 29 en 30 december 2024 en 2, 3 en 4 januari 2025

(Bron en verdere informatie: Nova Fundaziun Origen)

Directe democratie en de Landsgemeinde

Voor een goed begrip voor het ontstaan en functioneren van de directe democratie in Zwitserland is (historische)kennis van de Landsgemeinde onmisbaar.

Deze bijdrage beperkt zich tot de grote lijnen. Het toont echter dat de basis van de directe democratie eeuwenoud is, maar dat de politieke keuze in de negentiende eeuw het resultaat was van hevige discussies en diepgaande controverses. De invoering van directe democratie was geen vanzelfsprekendheid.

De Constitutie van 1848, affiche Nationalmuseum Zürich. Foto: TES.

De Landsgemeinde

Een Landsgemeinde is niet letterlijk te vertalen. Het Nederlandse equivalent is wellicht het ontstaan en het functioneren van een waterschap. Ook het waterschap is een territorium dat ontstaan is in de middeleeuwen en is gebaseerd op samenwerking en invloed van de bewoners van dat gebied. Het waterschap heeft echter geen directe democratie gekend.

De middeleeuwse Zwitserse Landsgemeinde was een politieke organisatie op een territorium met autonomie, zelfbestuur en directe democratie voor de (mannelijke) burgers. Een kanton of district in de huidige betekenis komt waarschijnlijk het dichtste in de buurt. De Landsgemeinde was de soeverein in de soevereine kantons vanaf de veertiende en vijftiende eeuw. Dit was uniek in Europa.

Er waren grote en kleine Landsgemeinde. Deze politieke eenheid is ontstaan in de dertiende en veertiende eeuw in acht huidige kantons: Appenzell Innerrhoden, Appenzell Ausserrhoden (tot 1597 Appenzell), Zug, Uri, Schwyz, Glarus, Oberwalden en Nidwalden (Unterwalden in de middeleeuwen).

Bovendien zijn er vergelijkbare instituties in Graubünden (Gerichte) en in de Valais (Zenden of Dizains). De Zehngerichtebund (1436) in Graubünden (vanaf 1524 samen met de Gotteshausbund (1367) en de Graue Bund (1395) de Freistaat der Drei Bünde, kanton Graubünden vanaf 1803)  en de Republiek van de Zeven Zenden (Die Republik der Sieben Zenden, la République des sept Dizains (1476-1798), kanton Wallis/Valais vanaf 1803) herinneren hier nog aan. (Zie ook Swiss Spectator, De dertien sterren van Valais).

In de dertiende en veertiende eeuw maakte de Landsgemeinde (formeel) nog deel uit van het gebied van de landsheer, veelal een graaf of abt. Habsburg speelde in deze regio echter een steeds prominentere rol als landsheer.

De landvoogd (Vogt) vertegenwoordigde de landsheer. Op de landdagen werd namens de landheer door de landvoogd recht gesproken (Gerichtshoheit) en het bestuur gevoerd.

Vanwege het moeilijk toegankelijke gebied namen de Landsgemeinde en de Ammann, de hoogste functionaris van de Landsgemeinde, steeds meer de plaats in van de Landtagen en de voogd.

De Landsgemeinde oefende eind dertiende/begin veertiende eeuw feitelijk de rechtspraak, wetgeving en bestuur uit. In de zogenaamde (Oer) kantons Uri, Schwyz, Oberwalden, Nidwalden bestonden ze al in de periode 1231-1309.

Republiek Gersau, gemeentehuis. Foto: TES.

Het waren kleine boeren- en handelsrepublieken, die het centrale gezag, in dit geval de Habsburgers, niet meer respecteerden.

Het verbond van de eerste Eidgenossen (1291), de legende van Willem Tell, de veldslagen tegen de Habsburgers (onder andere Mortgarten 1315, Sempach 1386) en (onderlinge) conflicten met andere (Habsburgse) steden in Zwitserland speelden niet voor niets in deze tijd.

De oerkantons Uri, Schwyz en Unterwalden kwamen door de opening van de St. Gotthardpas (omstreeks 1230) ook in contact met de Italiaanse republieken aan de andere kant van de Gotthard. Wellicht was dit ook een inspiratiebron.

Bovendien verleende de Habsburgse vorst hun Reichsfreiheit, de zogenaamde Reichsunmittelbarkeit in de dertiende en begin veertiende eeuw, waardoor ze (formeel) direct door deze vorst werden bestuurd zonder tussenkomst van lokale heersers.

Vanwege de afstanden, bergen en onbereikbaarheid van deze gebieden vanaf oktober tot april gingen ze steeds zelfstandiger functioneren.

Het Bundeshaus in Bern

Politieke concept

Het politieke concept van autonome democratische republieken was succesvol en kreeg steeds meer navolging. Zug (1376), Glarus (1387) en Appenzell (1387) volgden. Ook de kleinste republiek ter wereld, de Freistaat Gersau, was vanaf 1433 een Landsgemeinde.

De Landsgemeinde was de hoogste rechterlijke, wetgevende en uitvoerende instantie. De scheiding van machten bestond nog niet. Wel kozen de burgers in directe verkiezingen de functionarissen voor de ambten of stemden ze over het beleid van de Landsgemeinde. Deze stemmingen en verkiezingen vonden jaarlijks en indien nodig vaker plaats door het opsteken van handen.

De Landsgemeinde stemde over oorlog en vrede, onderhandelingen en verdragen, conflictbeheersing, het verlenen van het burgerschap aan nieuwkomers en over tal van andere onderwerpen. De burgers waren de soeverein.

Democratie betekende in deze tijd wat anders dan tegenwoordig. Ook in deze republieken maakten een paar machtige families vaak de dienst uit en corruptie, omkoperij en andere praktijken waren aan de orde van de dag. Dit neemt echter niet weg dat er altijd toestemming  moest zijn van de burgers van de Landsgemeinde.

De kiezers waren mannelijke burgers vanaf 16 jaar (soms vanaf 14 jaar). Dit burgerschap was strikt omschreven. Het burgerschap van een gemeente of kanton speelt overigens nog steeds een grote rol in het huidige kies- en sociale systeem van Zwitserland.

De Landsgemeinde kreeg als feitelijk soevereine republiek met directe democratie een groot prestige in en ver buiten Zwitserland. De Zwitserse Confederatie zou uitgroeien tot dertien leden in 1513 inclusief bondgenoten (Zugewandte Orte) en veroverde gebieden (Untertanengebiete/Gemeine Herrschaften).

De andere kantons, Bern, Solothurn, Zürich, Basel en Schaffhausen kenden geen Landsgemeinde en kenden geen directe democratie. Een oligarchie of aristocratie van gilden en oude families bestuurde de steden, zoals dat het geval was in de Republiek van de Zeven Verenigde Provincien, in Amsterdam, Haarlem en alle andere steden van deze andere republiek.

Glarus. Foto: TES.

1798-1891

Talrijke Europese schrijvers, staatslieden, filosofen en reizigers waren in de zeventiende en achttiende eeuw diep onder de indruk van de de Landsgemeinde en de afwezigheid van koningen, prinsen en aristocraten. Het was inderdaad uniek.

De Landsgemeinde werd echter pas echt populair toen Napoleon haar ophief in 1798.

De eenheidsstaat Helvetische Republiek (1798-1803) stond haaks op de eeuwenlange democratische en vooral gedecentraliseerde verworvenheden. In 1803 werden ze weer in ere hersteld (Mediationsakte) en daarna in de nieuwe confederatie (1815-1848) vastgelegd.

Het prestige van de Landsgemeinde en haar directe democratie bleef na 1815 groot. De meeste van de 22 kantons van de Confederatie van 1815 kenden echter geen Landsgemeinde of directe democratie. Ze waren republieken met een (politieke) oligarchie of aristocratie van (oude) families zonder directe democratie.

Na 1830 (en de revoluties in Europa) volgde de zogenaamde ‚Regenerationsbewegung‘ die in steeds meer kantons en steden directe democratie à la de Landsgemeinde eiste en kreeg.

Het was een confrontatie op het scherpst van de snede tussen het Ancien Régime in met name de steden en de (nieuwe) liberale burgerij, die zich liet inspireren door de idealen van de Franse Revolutie, de Amerikaanse Grondwet van 1786 en de Landsgemeinde.

Het kanton Vaud voerde in 1845 als eerste directe democratie in, andere kantons volgden.

In 1848 introduceerde de Grondwet van de nieuwe Confederatie het eerste referendum: het verplichte referendum bij Grondwetswijzingen. Na 1848 volgde kanton na kanton met het facultatieve referendum en/of het volksinitiatief.

Deze ontwikkeling leidde in 1874 tot de invoering op federaal niveau van het facultatieve referendum en in 1891 tot de invoering van het volksinitiatief.

De kantons en gemeentes kennen ook deze en andere instrumenten van directe democratie die in de negentiende eeuw werden ingevoerd in de grondwetten van de kantons en in de gemeentewetten.

Altdorf, kanton Uri, Foto: TES.

Conclusie

De Landsgemeinde functioneert nog steeds op de traditionele wijze in de kantons Glarus en Appenzell Innerrhoden. In de overige kantons bestaat de klassieke Landsgemeinde met stemmen door handopsteken (al lang) niet meer. Het handopsteken heeft plaatsgemaakt voor het stembiljet.

Het concept van de directe democratie is echter onveranderd en is op gemeente-, kanton- en federaal niveau een onmisbaar, succesvol en fundamenteel element van het Zwitserse politieke systeem.

Dit systeem was ook in Zwitserland geen vanzelfsprekendheid na 1815. Het is het resultaat van een politieke keuze die in de loop van de negentiende eeuw is gemaakt door de kantons en het Volk, als de twee stichters van de Confederatie en haar Grondwet.

Het land en het grootste deel van de burgers willen en kunnen niet meer zonder directe democratie en deze sterk gedecentraliseerde Confederatie. De burgers zijn immers de politici.

Het concept van de Landsgemeinde en directe democratie is niet ouderwets, oubollig of folklore, maar modern, transparant, effectief en toekomstgericht, met of zonder hand opsteken.

(Bron: Hans Stadler, “Landsgemeinde”, in: Historisches Lexikon der Schweiz (HLS); Louis Carlen, «Die Landsgemeinde», in: Andreas Auer (Hg.): Die Ursprünge der schweizerischen direkten Demokratie, 1996).

Het stadhuis van Freiburg en de Ewige Vrede

Na de nederlaag van de Eidgenossen tegen de Franse Koning in Italië (in 1515 bij Marignano) werd in het Hotel de Ville/Rathaus van het tweetalige Freiburg/Fribourg op 29 november 1516 een vredesverdrag met Frankrijk gesloten.

Het stadhuis (hôtel de ville). De vrede (la Paix éternelle, der ewige Friede (de eeuwige vrede) hield stand tot de Franse invasie van 1798

De grote storm was de reformatie een paar jaar later. Freiburg werd een dogmatisch katholiek bastion, inclusief de aanwezigheid van Jezuïeten. Het stadhuis heeft ook deze storm overleefd.

Wandelen met Jean-Jacques Rousseau

Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) was een van de belangrijkste filosofen van de Verlichting (tweede helft achttiende eeuw). Zijn politieke, educatieve en literaire werken en romans waren al in zijn leven bestsellers. Het bracht hem niet alleen roem, maar ook problemen met de autoriteiten.  Zijn passie voor het wandelen is echter minder bekend.

Hij legde bij voorkeur, indien mogelijk, zijn reizen te voet af. Vele duizenden kilometers heeft hij gewandeld in het gebied van de Rhône, de Alpen en de Jura.

Jean-Jacques Rousseau, musée Antoine Lécuyer, Saint-Quentin

Rousseau is geboren in Genève, destijds een onafhankelijke republiek en hoofdstad van het Calvinisme. Het meer van Genève, de Alpen en de natuur fascineerden hem al op jonge leeftijd.

Op jonge leeftijd verliet hij, te voet, in 1728 zijn geboortestad en vertrok naar Annecy en Turijn, de hoofdstad van de katholieke hertogen van Savoie, die tevens koning waren van het Koninkrijk Sardegna en Piemont. De tegenstelling met de calvinistische Republiek Genève kon niet groter zijn. In Annecy bekeerde hij zich tot het katholicisme (in 1754 werd hij echter weer protestant).

In deze stad begon zijn dolende (liefdes-en schrijvers) leven. Zijn wandelreizen, leidden hem onder andere naar Lyon, Grenoble, Chambéry (voormalige hoofdstad van de Hertogen van Savoie), Lausanne, Solothurn, Neuchâtel, Biel, Boudry, Môtiers en tussendoor nog diverse keren naar Parijs. In 1766 is hij zelfs een jaar in Engeland geweest, niet te voet, dat is zeker.

Zijn voorkeur voor reizen te voet is opmerkelijk. In de standenmaatschappij van het ancien régime was wandelen of reizen te voet immers een symbool van armoede. Je bent filosoof of je bent het niet en Rousseau zei hierover:

”Je voyageais, voyageais à pied et je voyageais seul dans l’immensité d’être. La vue de la campagne, la succession des aspects agréables, le grand air, le grand appétit, la bonne santé que je gagne an marchant, la liberté du cabaret, tout cela dégage mon âme”.

Auvernier, Tjeerd Alkema, De Wandelaars; Foto: TES.

Tussen 1762 en 1765 verbleef hij in ballingschap in kanton Neuchâtel en op het eiland St. Peter in de Bielersee (kanton Bern). Hij combineerde wandelen met een passie voor en het schrijven over planten. Hij noemde  het:

“La Ferveur botanique est le véritable amusement d’un solitaire qui se promène et ne veut pas penser à rien”.

Hij was bijzonder enthousiast over de natuur van de Jura en zijn verblijf in kanton Neuchâtel. Het kanton verleende hem op 16 mei 1763 het burgerschap en op 1 januari 1765  kreeg hij ook het burgerrecht van Couvet in het kanton Neuchâtel. Op 12 mei 1763 gaf hij het burgerschap van  Genève op.

Vanwege zijn grote toewijding en respect voor de natuur wordt hij ook wel de eerste ecologist genoemd. Zeker is in ieder geval dat hij lid zou worden van de in 1863 opgerichte Schweizer Alpen Club (SAC)/Club Alpine Suisse (CAS).

De Zwitserse Alpen Club

De Zwitserse Alpen Club (Schweizer Alpen Club, SAC/Club Alpin Suisse, CAS) organiseert regelmatig wandeltochten in deze omgeving (en elders) in het land.

Hoewel de naam anders doet vermoeden, organiseert de SAC niet alleen skitochten, bergbeklimmingen en andere sporten in het hooggebergte en de Alpen, maar ook (wandel) activiteiten in andere regio’s.

(Meer informatie: www.sac-cas.ch).

 

Waldenburg, de SAC-Waldweidhütte en Regionalpark Waldweide

Waldenburch is voor het eerst vermeld in een document in 1244. De naam gaat terug op Walenburg, wat “kasteel van de Welschen” betekent, het Franstalige deel van Zwitserland. In de vroege middeleeuwen was het gebied eigendom van het Elzasser klooster Murbach en later van de heren van Froburg.

Na de opening van de Gotthardpas rond 1230 stichtte Hermann von Froburg de stad Waldenburg (kanton Basel-Landschaft). De bisschop van Bazel verwierf het stadje in 1366 en in 1400 kwam ze in handen van de stad Bazel.

In 1525 had Waldenburg een molen en een ijzersmederij, die later is omgebouwd tot een papierfabriek. Deze bedrijven maakten gebruik van de waterkracht van de Frenke.

Waldenburg werd in 1833 de districtshoofdstad van het nieuwe kanton Basel-Landschaft. Nadat het verkeer over de Oberer Hauenstein Pas stil kwam te liggen door de aanleg van de spoorweg, introduceerde de gemeente in 1853 de horlogeindustrie met kennis en vakmensen uit de Jura.

De SAC-Waldweidhütte en

de Bergwirtschaft Waldweide op 1028 m. in regionalpark Waldweide (Region Wasserfallen)

Bron en verdere informatie: Gemeinde Waldenburg; B. Degen, Waldenburg, Historisches Lexicon der Schweiz)

Impressies uit Waldenburg

       

Regionalpark Waldweid

Carte Blanche en samenwerking aan het Meer van Konstanz

De Internationale Bodensee-Konferenz (IBK) is een politieke paraplu en drijvende kracht voor grensoverschrijdende samenwerking aan het het Meer van Konstanz (Bodensee).

De IBK bestaat uit de Conferentie van regeringsleiders en een breed netwerk van deskundigen uit de deelstaten Baden-Württemberg en Beieren (Duitsland), Vorarlberg (Oostenrijk), de kantons St. Gallen, Thurgau, Schaffhausen, Zürich, Appenzell Ausserrhoden en Appenzell Innerrhoden (Zwitserland) en het Vorstendom Liechtenstein.

De IBK werkt samen met andere grensoverschrijdende verenigingen en organisaties, zoals die van parlementsleden en steden, de commissies voor milieubescherming, waterregulering en scheepvaart, het Interreg-programma Alpenrhein-Bodensee-Hochrhein en het Wissenschaftsverbund Vierländerregion Bodensee.

Samen met haar partners streeft de IBK ernaar om van de Bodenseeregio een Europese modelregio te maken met een grote economische draagkracht, innovatie en ontwikkeling, sociaal bewustzijn en inzet voor duurzaamheid. Daartoe cultiveert ze ook de diversiteit van haar regionale culturen en versterkt ze hun samenhang.

Met de Carte Blanche biedt de IBK deskundigen een platform waarop zij een impuls kunnen geven aan grensoverschrijdende samenwerking en hun visies kunnen presenteren.

(Bron en verdere informatie: Internationale Bodensee-Konferenz)

Zie ook: samenwerking aan de Bovenrijn