Maloja Palace, Maloja. Foto/Photo: TES.

Maloja Palace

De periode van de Grand-Hotels leidde ook tot te ambitieuze of nooit gerealiseerde projecten. Een voorbeeld van dit laatste is het Grand Palace in Riom (Kanton Graubünden). Andere complexen zijn wel gebouwd, maar kregen al spoedig te maken met financiële tegenslag.

Een bekend voorbeeld is het Maloja Palace uit 1884 in Graübunden. Het Hôtel-Kursaal de la Maloja staat tussen Bergell en Oberengadin en niet ver van St. Moritz.

Het hotel is gebouwd door de Belgische Graaf Camille de Renesse (1836-1904). De Graaf kwam op dit plan na een bezoek aan St. Moritz in 1880. St. Moritz was toen al een dorp met Grand-Hotels en badhuizen, veelal eigendom van de familie Badrutt.

De Graaf wilde zijn eigen Grand-Hotel en kocht een stuk grond in Maloja aan het westelijke einde van de Silsersee. Hij kocht deze grond overigens van de familie Giacometti. Giovanni Giacometti (1868-1933)  schilderde in 1899 het hotel. Dit schilderij hangt tegenwoordig in het Schweizerhaus in Maloja.

De Graaf had grote ambities, een villapark, casino, golfbaan, restaurants, twee kerken, zwembad, tennisbaan en een ijsbaan en springschans voor de wintersport. Hij plande verder een spoorlijn en treinstation in Maloja (niet gerealiseerd), het (middeleeuwse) kasteel Belvedere (deels voltooid in 1903) en hij kocht twee stoomschepen voor het meer.

Het hotel met een façade van 200 meter was het een na grootste gebouw in Zwitserland (na de ETH in Zürich). De Belgische architect Jules Rau (1854-1919) voltooide het project in slechts 15 maanden.

De opening was op 1 juli 1884. Het ontbrak aan niets: 300 kamers met 450 bedden, verwarmde zalen met een ingenieus systeem van hete lucht, elektrisch licht, een eetzaal voor 300 gasten en een schitterend interieur, een rookzaal, bibliotheek, conversatieruimte, (Bechstein) piano´s, een paardenomnibus voor het vervoer van de gasten (van St. Moritz naar Maloja en vice versa), galeries en een platform op het dak met een magnifiek uitzicht op het (berg) landschap en aan het meer steigers voor plezierboten en de stoomschepen.

Vijf maanden na de opening was het hotel failliet. Een choleraepidemie, het overlijden van de Gravin Malvina de Kerckove von Denterghem (1846-1884), het casino-verbod, de spoorlijn die niet kwam en vooral een torenhoge schuld waren de oorzaak van het faillissement op 3 januari 1885.

Het hotel wisselde daarna tot 1934 meerdere keren van eigenaar en was daarna bestemd als verblijfsoord van het Zwitserse leger en van 1962 tot 1980 zomeropvang van (Belgische) kinderen.

In 2009 opende het hotel weer zijn deuren na een jarenlange renovatie en een nieuwe eigenaar. Het Maloja Palace, zoals het tegenwoordig heet, ligt er nog steeds stralend bij en de geest van de Graaf waart er nog steeds rond.

Het kasteel Belvedere brandde deels af. De toren van het kasteel is eigendom van de stichting Pro Natura.

(Bron: P. Bröckli, Bis zum Tod der Gräfin. Das Drama um den Hotelpalast des Grafen Renesse in Majola, Zürich 1998; www.malojapalace.com).