Het Wederdoperpad in Zwitserland

De Wederdopers vinden hun oorsprong in de reformatie in Zwitserland in de zestiende eeuw met name in Zürich en het Berner Oberland. Zij erkenden en praktiseerden slechts het doopsel van volwassen, pleitten voor een strikte scheiding van kerk en staat en deden afstand van iedere vorm van geweld.

De Wederdopers werden streng vervolgd vanwege hun geloof en vele weken uit, naar andere Europese landen, vooral Duitsland en Nederland, of naar Amerika. Anderen vluchtten naar de hoogten van de Jura, dat toen behoorde tot het bisdom Bazel. Daar voorzagen ze met name in het levensonderhoud door landbouw.

De wederdopers worden tegenwoordig Mennonieten genoemd. Het pad van de Wederdopers volgt de route, die ze namen toen ze hun toevlucht zochten in de Jura.

De wandeling leidt naar geheime ontmoetingsplaatsen, inscripties en het archief met documenten, boeken en objecten.

(Bron en verdere informatie: www.reformation-sh.ch/taeuferweg).

De Amerikaanse consul-generaal

John Godfrey Boker (1794-1860) was de eerste Amerikaanse consul-generaal in Zwitserland per oktober 1830 met als standplaats Bazel. De Zwitserse regering had in 1822 al honoraire consuls naar Washington en New York gestuurd.

De eerste Amerikaanse ambassadeur overhandigde zijn geloofsbrieven in 1853 (met zetel in Bern). John Boker vestigde zich in het gebouw dat bekend staat als Zum Goldenen Loewen in Bazel.

Een herdenkingsplaat herdenkt deze gebeurtenis. De oude Zwitserse Confederatie was al een relevante Europese speler lang voor het Congres van Wenen, maar de onafhankelijke kantons hadden hun eigen buitenlands beleid en vertegenwoordigingen. Britse, Nederlandse, pauselijke of Franse diplomaten waren lang voor 1815 in de kantons aanwezig.

De ambassade van Frankrijk was bijvoorbeeld in Solothurn. Het Amerikaanse consulaat in Bazel werd in 1963 gesloten vanwege bezuinigingsmaatregelen. Bazel bleef echter een stad van buitenlandse consulaten.

In 1920 waren er ongeveer 20. Dit aantal is in de loop der jaren toegenomen en in 1993 telde de stad 25 consulaten (Genève 63, Zürich 54, Lausanne 17, Bern 10 (het kleine aantal is te wijten aan de aanwezigheid van ambassades), Lugano 19, Chur en St. Gallen 2, Locarno en Bellinzona beide 1.

Deze aantallen zijn intussen afgenomen en blijven afnemen als gevolg van verbeterde communicatiemiddelen en de relatief kleine omvang van het land, maar het toont kosmopolitische karakter van het land.

De Reformatie, de Grossmünster en de Fraumünster in Zürich

Zürich herdenkt de Reformatie met een scala aan evenementen. De vereniging “500 Jahre Zürcher Reformation”coördineert en ondersteunt een aantal projecten om de Reformatie in perspectief te plaatsen.

De vereniging richt zich op de (internationale) relevantie, de gevolgen en de politieke en sociale invloeden die in Zürich, de (oude) Eidgenossenschaft en (ver) daarbuiten voelbaar zijn.

De reformatie in Zürich was de aanleiding tot het ontstaan van drie kerkgenootschappen: Luthers, gereformeerd en wederdoper. Zürich was ook de plaats van de Evangelische Vrije Kerk.

Hett parochiehuis van Heinrich Bullinger (1504-1575) tegenover de Grossmünster

1519 wordt beschouwd als het begin van de Reformatie in Zürich, het jaar waarin Huldrych Zwingli (1484-1531) als parochiepriester van de Grossmünster aantrad.

Onafhankelijk van Martin Luther vond Zwingli zijn eigen weg naar de fundamentele principes van de Reformatie. Hij richtte zich niet alleen tegen de misstanden in de katholieke kerk, maar veroordeelde ook de praktijk van het inhuren van Zwitserse huurlingen door buitenlandse machten.

Het stadsbestuur organiseerde op 29 januari 1523 een openbare discussie over de leer van Zwingli en het resultaat was dat het stadsbestuur het religieuze gezag van de rooms-katholieke kerk overnam. De Reformatie was een feit.

Bern volgde in 1528, Basel en Schaffhausen in 1529, gevolgd door andere steden. Andere kantons verzetten zich echter. Dit leidde tot gewapende conflicten, de Kappelerkriege in 1529 en 1531 (en de dood van Zwingli) en 1656 en 1712 (de Villmergerkriege).

Zijn opvolger Heinrich Bullinger (1504-1575) heeft de Reformatie met succes geïnstitutionaliseerd, maar de religieuze breuk in de Zwitserse Confederatie duurde eeuwenlang en zou pas in 1848 voorbij zijn, inclusief de Sonderbundskrieg, een laatste gewapend conflict op Zwitsers grondgebied in 1847.

(Bron en verdere informatie: http://www.zh-reformation.ch)

Fraumünster (protestants sinds 1524 1524)

Grossmünster (protestants sinds 1524) 

De Crypte en Karel de Grote

Volgens de legende bouwde keizer Karel de Grote (742-814) op deze plek de eerste kerk in Zürich, gewijd aan de martelaren van Felix en Regula. Standbeeld van Karel de Grote, ca. 1450. 1107, eerste altaarwijding in de crypte door bisschop Gebhard III van Konstanz

Model (l) van het standbeeld gemaakt in 1937 door beeldhouwer Otto Münch (1885-1965) op basis van het origineel. Nieuw model (r) van het beeld met huidige restauraties en reparaties

Belle Époque en Neuchâtel

De historie van Neuchâtel na het jaar 1000 gaat terug op de Graven van Neuchâtel (tot 1395), de Duitse heersers van Hochberg en Freiburg (1395-1504), het Franse huis van Orléans-Longueville (1543-1706), de Koning van Pruisen (1707-1806),  de Franse overheersing (1806-1813), en een Zwitsers kanton in een personele unie met de Koning van Pruisen (1815-1856) en uiteindelijk formele afstand van alle rechten en aanspraken door de Koning van Pruisen in 1856 en daarna was Neuchâtel nog uitsluitend republiek en kanton van de Zwitserse Federatie (de formele naam is République et Canton de Neuchâtel).

De stad en haar economisch achterland met wijnbouw, handel en de horloge industrie hadden een bruisende Belle Époque.

Dit is het onderwerp en thema van rondleidingen die door het bureau voor toerisme worden aangeboden in het Duits, Italiaans, Frans en Engels. Het historische centrum en de boulevard, de architectuur, het (Engels) toerisme, de vele restaurants, casino’s, het sociale leven, de kleding, de horloge industrie en beroemde inwoners en bezoekers staan hierbij in het middelpunt van de aandacht.

(Bron en verdere informatie: (www.neuchateltourisme.ch).

De Vlag van Zwitserland

De vlag van Zwitserland bestaat uit een rode vlag met een wit kruis in het midden. De afmetingen van het kruis werden formeel vastgesteld in 1889, toen de vlag de nationale vlag werd (aangenomen bij grondwet op 12 december 1889).

Het gebruik van deze vlag was daarvoor een militaire aangelegenheid. Het witte kruis werd al sinds de 14de eeuw gebruikt als identificatie van troepen van de Eidgenossenschaft.

Het witte kruis was herkenningsteken voor de strijders ter onderscheiding van hun tegenstanders. Het witte kruis werd meestal aan de banieren van de kantons of op kleding bevestigd. Zo werd het witte kruis het symbool van de confederatie.

Na de Franse invasie van 1798 en de vestiging van de eenheidsstaat de Helvetische Republiek (1798-1803) werd de groen-rood-gele driekleur de nationale vlag.

Deze Republiek bestond maar 5 jaar. In 1803 kregen de (nieuwe) kantons hun zelfstandigheid en Confederatie terug of voor de eerste keer. De driekleur verdween, gelukkig, roemloos in de vergetelheid.

Het witte kruis in het rode veld werd in 1814 heringevoerd als wapen van het confederale leger en in 1889 formeel als nationale vlag erkend.

Terra Raetica

Terra raetica was de naam die de Romeinen gaven aan de stammen van de Rhaetiërs in de Alpengebieden van Noord- en Zuid-Tirol, Oost-Zwitserland en Trentino

Dee godin van deze Raetiaanse stammen was Raetia, die werd voorgesteld als de godin met het paardenhoofd. Tegenwoordig is het gemeenschappelijke verleden de verbinding voor de regio’s Landeck, Imst, Unterengadin, Val Müstair en Vinschau.

De cultuur, de architectuur, de geschiedenis, de Romaanse cultuur, de musea, de kastelen, de natuur, het plattelandsleven en de mijnbouw in het drielandenpunt Oostenrijk, Zwitserland en Italië worden sinds de oprichting van het gezamenlijke grensoverschrijdende platform Interreg Council Terra Raetica gezamenlijk aan de buitenwereld gepresenteerd.

Dit heeft tot doel de samenwerking in deze regio te versterken en het historische en culturele erfgoed en de natuurlijke omgeving onder de aandacht te brengen.

(Meer informatie: www.terraraetica.eu).

Landschappen en natuurmonumenten van belang (BLN)

De federale inventaris van landschappen en natuurmonumenten van natuurlijk belang (Das Bundesinventar der Landschaften und Naturdenkmäler, BLN, ’Inventaire fédéral des paysages, sites et monuments naturels (IFP) telt 162 objecten met een totale oppervlakte van ongeveer 7.806 km2 , wat ongeveer 19 procent van het grondgebied van Zwitserland vertegenwoordigt.

In de BLN zijn vier verschillende soorten objecten opgenomen.

In de eerste plaats objecten die op grond van hun schoonheid, onderscheidend vermogen, wetenschappelijke, ecologische of cultureel-geografische betekenis als uitzonderlijk worden beschouwd. De Berner Alpen zijn een voorbeeld uit deze categorie.

Ten tweede bestaat uit typische landschappen, d.w.z. oppervlaktevormen die bijzonder kenmerkend zijn voor een regio, cultuurhistorische kenmerken en belangrijke habitat voor fauna en flora. Het gletsjerlandschap tussen Lorzentobel en Sihl is een voorbeeld uit deze categorie.

Ten derde, natuurmonumenten zoals rotspartijen en typische landschapsvormen. Dit zijn elementen van landschapsbescherming waarbij de nadruk ligt op de algehele uitstraling van het landschap. De rotsen bij Monthey en Collombey zijn een voorbeeld van deze categorie.

En tot slot, landschappen van bijzonder belang, zoals Pfluegstein, de Lochsiten bij Schwanden, het Luegibodenblock, de Pyramides d’Euseigne en de Gletschergarten in Luzern.

(Bron: www.bafu.admin.ch).

Regio Trirhena

De Boven-Rijnregio wordt ook wel de Regio Trirhena, het Belchenland of het Dreiland genoemd. Het omvat de Boven-Elzas, het zuidelijk deel van het Zwarte Woud en de Rijnstreek van Noordwest Zwitserland.

De steden en dorpen worden veelal gekenmerkt door hun mooie ligging in de natuur, sommige hebben een eeuwenoude geschiedenis, allemaal hebben ze een bijzonder charisma.

Tot op de dag van vandaag heeft het Zwarte Woud niets van zijn aantrekkingskracht verloren. Hier rijst het hoogste middelgebergte van Duitsland steil op uit het Boven-Rijndal, met smalle dalen en zonnige wijngaarden.

De toppen van het zuiden bieden een weids uitzicht. Wie naar het noorden reist, leert een ander Zwarte Woud kennen, sterker gevormd door uitgestrekte bossen.

Gelegen tussen de Vogezen en de Rijn is de Boven-Elzas een voorbeeld van een grensgebied dat openstaat voor invloeden van buitenaf. Het culturele erfgoed van architectuur, steden, historie en taal is een diversiteit en rijkdom van duizenden jaren.

De regio Noordwest-Zwitserland biedt kerken en kloosters vanaf de middeleeuwen, prachtige landschappen en Romeinse opgravingen.

Daarnaast is er de grootstedelijke kant van Bazel, waar de kosmopolitische sfeer zich mengt met de markt van lokale (agrarische) producten en de 1 000 jaar oude kathedraal hoog boven de Rijn de Trirhena instraalt, op de plaats waar vroeger Kelten en Romeinen woonden en hun (verdedigings) werken bouwden.

(Bron en informatie: https://www.mythische-orte.eu).

De talen van Zwitserland

Kelten, Romeinen, Alemannen: de namen zijn bekend in Zwitserland. De tentoonstelling ‘Archeologie in Zwitserland’ geeft een beeld van hun archeologische overblijfselen, prestaties en sociale systemen.

De tentoongestelde voorwerpen tonen de komst van de eerste onbekende bewoners tot de komst van de Keltische stammen rond 1000 voor Christus.

Deze stammen vormden geen politieke eenheid, maar spraken dezelfde taal en deelden dezelfde (religieuze) cultuur. De Romeinen brachten eenheid in taal, recht, cultuur, politiek systeem en economie, een proces dat tegenwoordig romanisering wordt genoemd.

Deze eenheid was echter nogal fragiel en stortte na het vertrek van de Romeinen in de vijfde eeuw in. Frankische heersers verenigden het gebied weer en introduceerden het christendom, de abdijen, het bisdom en een centraal bestuurlijk systeem. Karel de Grote was hun meest effectieve heerser. Daarna versnipperde het land weer in diverse politieke eenheden.

Eén ontwikkeling kon echter niet worden teruggedraaid: de taalkundige verscheidenheid van Zwitserland, het resultaat van het Reto-Romaanse en Romeinse erfgoedin het oosten van Zwitserland, het Franstalige koninkrijk Bourgondië in het westen, de Frankische overheersing, de komst van de Duitstalige Alemannen in het midden, noorden en oosten van het land, de migratie van de Duitstalige Walser in geromaniseerde gebieden in de dertiende en veertiende eeuw en de Italiaanse talen in het zuiden van het land.

(Meer informatie: (www.nationalmuseum.ch).