Tadeusz Kosciuszko in Zwitserland

Tadeusz Kosciuszko is geboren als zoon van een Poolse aristocratische familie in 1746, in een stad die nu deel uitmaakt van Wit-Rusland.

Hij maakte carrière als legerofficier, eerst in Warschau (1765-1769) en daarna in Frankrijk (1769-1774), waar hij zich als militair ingenieur bekwaamde in het bouwen van militaire vestingwerken. Hij was in het buitenland tijdens de eerste verdeling van Polen in 1772.

Hij verhuisde naar Amerika om als vrijwilliger deel te nemen aan de Onafhankelijkheidsoorlog van de Verenigde Staten tegen Engeland en om zijn bezette land te ontvluchten. Het Amerikaanse Congres benoemde hem tot kolonel van ingenieurs in het Amerikaanse leger.

Kosciuszko bouwde acht fortificaties, en voor zijn verdiensten werd hij bevorderd tot brigadier-generaal en kreeg hij landgoederen bij Westpoint en een lijfrente. Kosciuszko bleef echter niet in Amerika, maar keerde in 1784 terug naar zijn landgoed in Polen.

Tijdens de tweede (1792) en derde (1795) opstanden en delingen van Polen verwierf hij zijn faam als Poolse nationale held. De koning, Stanislaw August Poniatowski (1732-1798), wiens secretaris Maurice Glayre (1743-1819) was, een Zwitser uit het kanton Waadt, wilde van Polen een moderne staat maken.

Geïnspireerd door de ervaringen van de Amerikaanse en Franse revoluties probeerde hij soortgelijke hervormingen door te voeren in Polen.

Russische legers vielen echter het Poolse koninkrijk binnen en verpletterden de hervormingsbeweging. Kosciuszko emigreerde eerst naar Saksen en vervolgens naar Frankrijk, waar de wetgevende vergadering hem het ereburgerschap verleende.

In september 1793 werd Kosciuszko de opperbevelhebber van het Poolse bevrijdingsleger. Hij werd in november 1794 verslagen na aanvankelijke overwinningen. In januari 1795 verdeelden de drie invallers (Rusland, Pruisen en Oostenrijk) het land.

Op 19 december 1796 reisde hij door Zweden en Engeland en kwam midden augustus 1797 aan in Philadelphia.

Op het nieuws van de vorming van Poolse legioenen in Italië ging Kosciuszko in 1798 naar Frankrijk, waar hij samen met de Franse legioenen in Italië en langs de Rijn vocht om zijn hoofddoel, de bevrijding van Polen, te bereiken.

Napoleon had andere doelstellingen en creëerde het hertogdom Warschau, verbonden door een persoonlijke unie met het Koninkrijk Saksen. Kosciuszko keerde terug naar Parijs, waar hij Peter Joseph Zeltner ontmoette, een Zwitsers parlementslid uit Solothurn.

Polen was een prooi voor Rusland, Pruisen en Oostenrijk na de val van Napoleon en zijn keizerrijk. Het lot van het land werd bezegeld op het Congres van Wenen in 1815.

Kosciuszko vestigde zich in Solothurn, waar hij op 15 oktober 1817 overleed. Hij werd begraven in Zuchwil, nabij Solothurn. Zijn Odyssee eindigde daar niet. Zijn stoffelijk overschot werd in 1818 in Krakau begraven, maar zijn hart kwam in 1927 terecht in het Poolse Nationale Museum in Warschau.

De Zwitserse Kosciuszko Society is genoemd naar deze onconventionele aristocraat, die nog steeds wordt herdacht in de Verenigde Staten, Polen en Zwitserland.

Een nationale herdenkingsplaat in Philadelphia, de Kosciuszko brug in New York, Kosciuszko gemeenten in Indiana en Missisipi, Kosciuszko eiland in Alaska, de Kosciuszkoberg in Australië, Kosciuszko sterren in de kosmos, de Kosciuszko heuvel in Krakau en het Kosciuszko Museum en Genootschap in Solothurn.

(Bron: www.kosciuszkomuseum.ch).

Pro Büvetta in Scuol-Tarasp

Bad- en drinkkuren behoren tot de oudst bekende heilspraktijken, al bekend bij de Romeinen. In Scuol en Tarasp (kanton Graubünden) borrelen meer dan 20 bronnen uit de rotsen.

De toeristische ontwikkeling begon in 1841 toen twee ondernemers de bronnen van Tarasp pachtten en toestemming kregen om een park aan te leggen en de bronnen voor consumptie op grote schaal klaar te maken.

Het Kurhaus

Rond 1843 werd de Büvetta-drinkhal gebouwd. In 1864 is het Kurhaus van Tarasp gereed en komen welgestelde gasten in grote getale naar het kuuroord. Het hotel beschikte over 300 bedden, het modernste comfort en prachtige zalen en salons.

Een drinkhal met winkeltjes en servicesalons, grote gewelfde ramen met uitzicht op de Inn en bergen en een massief gebouwde rotunda met zuilen op hoge marmeren sokkels voor de drie waterbronnen Bonifazius, Emerita en Luzius werd voltooid in 1876.

Hotel Val Sinestra

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bleven de gasten echter weg en daarna kon het verval van de kuur- en badinrichtingen niet meer worden gestopt.

De representatieve architectuur getuigt echter nog steeds van de pracht van de hoogtijdagen van het kuurtoerisme in het Engadin.

Het mineraalwaterpad (Mineralwasserweg Scuol in het Duits of senda d’aua minerala Scuol in het Romaans) bestaat uit wandelpaden in de gebieden van Scuol, Tarasp, Ftan en Sent in Unterengadin (kanton Graubünden).

Bij bronnen wordt in twee talen (Romaans en Duits) geïnformeerd over de naam, brontype, de belangrijkste chemische bestanddelen en de eigenschappen van de bronnen.

Over een afstand van zes kilometer ontspringen in deze regio meer dan twintig bronnen op een hoogte tussen 1 165 en 1 350 meter aan beide zijden van de Inn. Deze vormden vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw (rond 1850 in Tarasp) de basis voor het kuurtoerisme in Unterengadin.

De huizen op de oude pleinen van steden en dorpen liggen rond bronnen, het centrum van het (sociale) leven tot ver in de twintigste eeuw.

De belangrijkste en bekendste bronnen zijn: Bonifacius, Carola, Emerita en Lucius, Fuschna, Chalzina, Sfondraz, Lischana, Sotsass, Clozza en Vi.

Het mineraalwaterpad telt in totaal 23 bronnen. De wandelaar kan bij iedere bron een slokje nemen en geen water proeft hetzelfde. (Bron en verdere informatie: www.mineralquellen-scuol.ch).

Bad- en drinkkuren behoren tot de oudste bekende geneeswijzen. De Romeinen waren al enthousiaste badgasten en bouwden ook vele thermen in het huidige Zwitserland, voor genezing, plezier en hygiëne.

Baden (Aquae Helveticae) is de oudste badplaats van het land, maar in de omgeving van Scuol-Tarasp (Graubünden) borrelen de meeste bronnen uit de grond.

Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, beter bekend als Paracelsus (1493-1541), noemde deze bronnen al in 1533 en de arts Conrad Gessner (1516-1565) behoorde tot de wetenschappelijke bezoekers.

De toeristische ontwikkeling begon in 1841 met de bouw van het Kurhaus. In 1864 was het hotel klaar voor gebruik en bood het plaats aan 300 gasten. Stoompompen leiden het geneeskrachtige water direct naar de baden van het Kurhaus.

Het (internationale) succes van het Kurhaus zet aan tot het plan om een representatieve drinkhal, de Büvetta, te bouwen. De architect Bernhard Simon (1816-1900) bouwde in 1876 een langwerpige hal met grote boogvensters en een achthoekige rotonde met zuilen en een hoge marmeren sokkel.

Deze architectuur getuigt van de pracht en praal van de hoogtijdagen van het kuurtoerisme in het Engadin met meer dan 20 sterk gemineraliseerde bronnen van Ftan, Tarasp, Scuol en Sent.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog blijven de gasten weg en daarna verandert de wereld en raakt het kuuroord uit de mode en is de neergang niet meer te stoppen.

Jarenlang stond de Büvetta leeg, maar de Verein pro Büvetta kijkt met het geplande Wereldwatercentrum, tentoonstellingen en een nieuwe badcultuur naar de toekomst.

(Nadere informatie: stichting Pro-büvetta).

Aargau en de Eidgenossen

Baden, kanton Aargau, een oude kuur- en industriestad, waar Charles L. Brown (1863-1924) en Walter Boveri (1865-1924) het bedrijf Brown, Boveri & Cie (tegenwoordig ABB) oprichtten. Aan het einde van de 19e eeuw verlichtte dit bedrijf de straten van de stad met elektrische lantaarns.

Baden was ook een van vergaderplaatsen van het de Staten-Generaal (Tagsatzung) van de Zwitserse Confederatie tussen 1417 en 1798.

Aargau, een Habsburgs thuisland, was in 1415 veroverd door Bern en andere kantons. Het gebied werd bestuurd door een landvoogd (Landvogt).

De afgezanten van de kantons van de Confederatie zijn in deze periode voornamelijk in Baden bijeengekomen om de gezamenlijk veroverde gebieden (Untertanengebiete), waaronder Aargau, te beheren.

Het kanton Aargau bestaat sinds de nieuwe Confederatie (de Mediationsakte 1803-1813).

De Queen in Zwitserland

In 2018 is het 150 jaar geleden dat koningin Victoria (1819-1901) een bezoek bracht aan Zwitserland. De koningin bracht daar vijf weken door, van 7 augustus tot 9 september 1868.

Na de dood van haar man Albert van Saksen-Coburg en Gotha (1819-1861), trok de koningin zich terug uit het openbare leven. Ze begon deze reis ter nagedachtenis aan haar man die enthousiast was over Zwitserland. Het leverde een belangrijke bijdrage aan haar herstel.

Hoewel ze slechts met een (relatief) klein entourage en incognito reisde, was de helft van Europa op de hoogte van de reis.

Ze bezocht onder andere Luzern en bestemmingen als de Rigi en de Pilatus. Het hoogtepunt was de driedaagse excursie naar de Furka-pas en de Rhône-gletsjer.

Ze hield een dagboek bij en legde haar indrukken vast in aquarellen. De reis van de machtigste vrouw ter wereld van die tijd markeert het begin van de bloei van de (Britse) toeristenindustrie in Centraal-Zwitserland.

De Rhy-Schopf van de Werkhof Widnau

De Rijn vanaf het samengaan van de Vorder- en Hinterrhein bij Reichenau tot aan de monding in het Bodenmeer wordt de Alpenrijn. Het wordt ook wel de langste bergbeek van Europa genoemd.

Als gevolg van de steeds toenemende bewoning van het Rijndal werd in de 19e eeuw een betere bescherming tegen hoogwater noodzakelijk.

Een correctie van dit deel van de Rijn was noodzakelijk. De ernstigste overstromingsramp vond plaats in 1817. Andere verwoestende gebeurtenissen waren er in 1888, 1927, 1954 en 1987 en natuurlijk de Magadalena overstroming van 1342.

Met het staatsverdrag van 1892 tussen Oostenrijk en Zwitserland werd het Internationaal Reglement voor de Rijn (IRR, Internationale Rheinregulierung) opgericht. In 2017 vierde het IRR zijn 125ste verjaardag.

In de Rhy-Schopf van de Werkhof Widnau wordt een tentoonstelling over het begin en de toekomst van de hoogwaterbescherming aan de Alpenrijn en het hoogwaterbeschermingsproject Rhesi gepresenteerd.

Rhesi staat voor Rijn – recreatie en veiligheid in het dal van de Nederrijn (Rhein – Erholung und Sicherheit im unteren Rheintal). De autoriteiten willen het gebruiken om de Rijn en zijn stuwdammen voor te bereiden op een zogenaamde 300-jaarlijkse overstroming.

Met de voltooiing van een belangrijke planningsfase van dit hoogwaterbeschermingsproject is het algemene project nu voltooid. De tentoonstelling presenteert de actuele stand van zaken van het werk op alle vakgebieden en de bijbehorende planning en diverse onderwerpen.

Het project heeft tot doel het Rijndal te wapenen tegen natuurrampen als gevolg van overstromingen.

(Bron en nadere informatie: www.rhesi.ch).

Dada en Cabaret Voltaire in Zürich 1916-2016

De eerste geregistreerde bijeenkomst van Dada was op 5 februari 1916 in Cabaret Voltaire in Zürich, met Hugo Ball, Emmy Hennings, Marcel Janco, Tristan Tzara en Jean Arp  als initiatiefnemers.

Dada zou een van de centrale stromingen in de 20e-eeuwse kunst worden. De geest van Dada ontwikkelde zich in de kosmopolitische sfeer van Zürich, toevluchtsoord van vele kunstenaars uit oorlogvoerende landen, en de Eerste Wereldoorlog.

Een belangrijk uitgangspunt was de pacifistische houding. Tegelijkertijd waren het de gruwelen van de oorlog die de kunstconventies van de gevestigde orde ter discussie stelden.

Cabaret Voltaire, Spiegelgasse 1

De burgerlijke cultuur en haar canon van waarden werd het doelwit van artistiek protest. De dadaïsten zochten in plaats daarvan naar nieuwe vormen van expressie, zowel in de podiumkunsten als in de beeldende kunst.

Op de legendarische soirees in het Cabaret Voltaire droegen de kunstenaars gedichten voor, zongen, dansten en brachten ze hulde aan de anarchistische krachten van lichaam en ziel.

In Hannover, Berlijn en Keulen, Parijs en New York ontwikkelde Dada centra, waardoor Dada in korte tijd een revolutie in de kunstwereld teweeg kon brengen.

(Bron en verdere informatie:  (Cabaret Voltaire en www.arpmuseum.org)

De soldatenondernemer Jörg Jenatsch in het Domschatmuseum van Chur

Het bisdom Chur is een van de oudste bisdommen ten noorden van de Alpen. De oorsprong gaat waarschijnlijk terug tot de tweede helft van de 4e eeuw. Opgravingen in de huidige kathedraal, die tussen 1151 en 1272 in de (laat-)Romaanse stijl is gebouwd, hebben gebouwen uit de 5e en 8e eeuw aan het licht gebracht.

Deze continuïteit van meer dan 1500 jaar (kerkelijke) cultuurgeschiedenis is te zien in het Cathedral Treasury Museum.

De Schatkamer

De schatkamer toont bijzondere kunstwerken. Er zijn zeven hoofdgroepen: Reliekschrijnen, stoffen, altaarstukken, kruisen, beelden, paneelschilderingen en de kleding van Jörg Jenatsch.

Deze relieken kunnen primair (stoffelijk) of secundair (voorwerpen) van aard zijn. Daarnaast zijn er ook aanraakrelieken, voorwerpen die in contact zijn gekomen met primaire of secundaire relieken.

De reliekschrijnen kennen ook een rijke differentiatie. In een eerste differentiatie zijn er de vaten die werden ingemetseld in een tombe van het altaar (een altar pulcrum).

Glazen vaten konden ook als reliekschrijn dienen. De grootste afdeling in het museum toont de reliekschrijnen, waaronder schrijnen en bustes, gouden reliekschrijnen, houten schrijnen en kisten.

Reliekbustes en arm- en voetreliekschrijnen zijn ook goed vertegenwoordigd. Uit de kathedraal zijn 42 fragmenten bewaard gebleven van (vroeg)middeleeuwse zijden stoffen, vaak producten uit het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het museum bezit ook twee reliekhouders.

Het tweede grote complex van de collectie wordt gevormd door altaarvoorwerpen, de liturgische voorwerpen die werden gebruikt bij de viering van de mis, zoals de kelk,  monstrans, cruet, hostiehouder, altaarkruis, altaarklokken, evangeliealtaar, wijwaterkannen of wierookvat.

De reeks kruisen omvat een Merovingisch voorbeeld, het monumentale Romaanse Triomfkruis, verschillende collegekruisen, staande kruisen en kruisigingsgroepen.

De genres beeldhouwkunst en schilderkunst worden vertegenwoordigd door verschillende voorbeelden uit de Merovingische, Karolingische en Romaanse periode. De vroegste christelijke inscriptie in Graubünden (548), fragmenten van marmeren platen, houten figuren, een antependium met de Graflegging, twee altaarvleugels, een altaarretabel en muurschilderingen.

Jörg Jenatsch

De kleren waarin Jörg Jenatsch (1596-1639), de priester, politicus en soldaat-ondernemer, is begraven, worden hier ook bewaard. Door de invasie van Graubünden door de Spanjaarden en Oostenrijkers in 1620 werd de Freistaat betrokken bij de Dertigjarige Oorlog.

Jenatsch begon een militaire carrière, eerst voor de hervormde hertog Henri II de Rohan (1579-1638), die Graubünden bezette namens kardinaal Richelieu (1585-1642). Jenatsch bekeerde zich in 1635 tot de katholieke kerk in het kapucijnenklooster in Rapperswil.

Hij slaagde erin om de Fransen op 5 mei 1637 tot terugtrekking te dwingen en tegelijkertijd de teruggave van de Valtellina aan Graubünden te bewerkstelligen.

Hij is op 21 januari 1639 gedood en is begraven in de kathedraal van Chur. Zijn kleren, scapulier en rozenkrans worden bewaard in het museum.

De kathedraal en het Schatmuseum van de kathedraal verenigen en tonen zo kerkelijke, regionale en Europese geschiedenis, politiek en cultuur.

Het meertalige bulletin van de Confederatie

In 2016 is het 125 jaar geleden dat de debatten in de Zwitserse volksvertegenwoordiging voor het eerst in het openbaar verschenen in de drie officiële talen Duits, Frans en Italiaans.

De discussie begon meteen na de nieuwe Grondwet van 1848. Het zou tot 1891 duren voordat het eerste Bulletin het licht zou zien: Amtliches Bulletin der Bundesversammlung, Bulletin officiel de l’Assemblée fédérale, Bollettino ufficiale dell’Assemblea federale.

Voordien was openbaarmaking vooral een aangelegenheid van de journalistiek door de eerste pioniers van de ambtelijke dienst. Zij begonnen met de openbaarmaking aan het einde van de achttiende en begin negentiende eeuw, ten tijde van de Helvetische Republiek (1798-1803), de oude Confederatie (1803-1813 en 1815-1848) en de nieuwe confederatie na 1848. Gaandeweg vond een professionalisering plaats .

In 1799 was in de Helvetische Republik (1798-1803) een openbaar toegankelijk archief voor de zaken op federaal niveau in het leven geroepen, dat na 1848 nieuw leven werd ingeblazen. Ook hier was het doel belangstellenden effectief toegang te geven tot federale aangelegenheden.

Het Bulletin neemt in dit archief na 125 jaar nog steeds een prominente plaats in, al hebben papier en drukinkt plaatsgemaakt voor video, internet en integrale uitzendingen van alle parlementaire vergaderingen. Aanvankelijk beperkte de inhoud van het Bulletin zich tot discussies over referenda (mogelijk vanaf 1874) en Initiatieven (vanaf 1891). Pas in 1971 worden alle discussies in de volksvertegenwoordiging letterlijk en volledig weergegeven. Tegenwoordig zijn alle raadsvergadering direct te volgen, is het Bulletin online beschikbaar en is het archief van de volksvertegenwoordiging gedigitaliseerd toegankelijk.

De berg in het Midden of het Suezkanaal van de Alpen.

Op 1 juni 2016 is met de nodige feestelijkheden de nieuwe spoorwegtunnel door de St. Gotthard in gebruik genomen.

De tunnel van 57 kilometer verbindt Noord-Italië direct met het Roergebied en Rotterdam als een doorgaande route.

Het project van ongeveer 12 miljard Zwitserse Franken is een jaar voor de oplevertijd gereed en is het sluitstuk van een tunnelcomplex dat in 1882 de eerste doorgang tot stand zag komen.

Sinds 1230 is de pas over St. Gotthard (2106 meter) begaanbaar voor kooplieden, pelgrims, reizigers en andere reizigers. De postkoets of diligence was eeuwenlang het transportmiddel bij uitstek voor het personenvervoer. Het transport met muildieren was voor vrachtvervoer het meest gebruikte vervoermiddel.

In 1895 passeerde de eerste auto via deze route de berg. Daarvoor was in 1830 de vernieuwde weg gereedgekomen die Flüelen direct met Chiasso en Como verbond.

In 1869 sloot Zwitserland het Gotthardverdrag met Duitsland en Italië  in verband met de bouw van de spoorwegtunnel, destijds een revolutionair plan. In 1882 reden de eerste treinen door de tunnel.

In 1960 besloot de federale regering, (der Bund/la Fédération) tot het aanleggen van een autotunnel. De werkzaamheden begonnen in 1970. De tunnel ging in 1980 open voor het autoverkeer.

In 1990 werd besloten tot het aanleggen van een nieuwe spoorwegtunnel. In 1992 werd de aanleg in een referendum goedgekeurd, waarna in 1999 de bouwwerkzaamheden begonnen.

Deze tunnel is een nieuwe, snelle verbindingsweg voor het vracht- en personenverkeer, zeker als de verbindingswegen in Italië en Duitsland te zijner tijd (jaren na de internationale afspraken) worden afgerond.

Hoewel de bevolking in het referendum van 20 februari 1994 eiste dat het vrachtverkeer op treinen door Zwitserland via de tunnel vervoerd moest worden vanwege het milieu en drukte op de toegangswegen, heeft de EU dit om onbegrijpelijke redenen geblokkeerd. Ook de nieuwe spoorwegtunnel biedt alle faciliteiten om de grote milieubelasting en drukte op de wegen te verminderen.

Deze houding van de EU verbaast echter niet. Deze organisatie rijdt en vliegt maandelijks tussen Straatsburg en Brussel met duizenden (vracht) auto’s en  vliegtuigen omdat ze het niet eens wordt over de vestigingsplaats van het Europees Parlement.

Daarnaast verbindt deze tunnel ook Duits-, Romaans- en Italiaanstalig Zwitserland en symboliseert deze overwinning op graniet en rots de Zwitserse eenheid.

De St. Gotthard speelde ook een belangrijke rol in het voortbestaan van de confederatie ten tijde van de Franse bezetting. Na het mislukte experiment van de Helvetische eenheidsrepubliek (1798-1803) riep Napoleon de Confederatie van soevereine kantons weer in het leven door de Akte van Meditatie (Meditationsakte/ acte de Méditation) van 1803.

De reden, aldus Napoleon, was het grote strategische belang van de St. Gotthard. De (formeel) neutrale confederatie (onder Franse gezag) garandeerde het Europese machtsevenwicht, dat wil zeggen mogelijke invasies van Habsburg, Pruissen en Rusland. Frankrijk controleerde bovendien alle andere passen in Zwitserland.

Bij het Congres van Wenen (1814-1815) speelden deze overwegingen bij de erkenning van Zwitserland als een neutrale onafhankelijke staat een belangrijke rol.

Voor Zwitserland is deze berg en zijn pas uit militair oogpunt altijd belangrijk geweest. In 1887 begon de bouw van een grote vesting, het fort Airolo. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd de citadel Andermatt gebouwd.

In de Tweede Wereldoorlog speelden deze stellingen een prominente rol in het  defensiesysteem, (het zogenaamde réduit national, Schweizer Reduit) tegen een mogelijke Duitse en/of Italiaanse invasie.

Tegenwoordig zijn de Gotthard en de auto- en spoorwegtunnels nog altijd een cruciale noord-zuid verbinding.

De tunnelbouwers en de Gotthard

De Gotthardpas is hoog, de toegangsdalen zijn smal en lange tijd werd de Gotthard door reizigers als een moeilijke verbinding beschouwd. Toen maakten de technische verworvenheden van de 19e eeuw het onmogelijke mogelijk: in 1882 werd de Gotthard-spoortunnel geopend.

Zwitserland kreeg hierdoor aansluiting bij het Europese spoorwegnet. De snelwegtunnel volgde in 1980 en de Gotthard-basistunnel is in 2016 geopend. In 130 jaar tijd heeft de Gotthard drie wereldrecords gevestigd voor tunnelbouw.

De tentoonstelling in Schywz toont hoe de Gotthard de favoriete noord-zuidas van Europa werd. Geluidsfragmenten, foto’s en plannen brengen het begin van de tunnelbouw tot leven. Bezoekers kunnen ook een “tunnelgrot” binnengaan. Vergelijkingen tussen de drie tunnels illustreren de politieke, sociale en technische veranderingen in het vervoer.

Maar niet alleen de tunnelbouw, maar ook het verkeer over en door de Gotthard is het thema van de tentoonstelling: de afbeelding van de laatste postkoets maakt evenzeer deel uit van de tentoonstelling als het 100.000.000ste voertuig dat door de autotunnel is gereden.

Een rijke selectie van voorwerpen, foto’s, karikaturen, films en modellen bewijst: De Gotthard is een cultuurgeschiedenis in het midden van Europa.

(Bron en nadere informatie: Forum Schweizer Geschichte Schwyz, www.nationalmuseum.ch).