Die Büvetta , 1876. Foto: www.pro-büvetta-tarasp.ch

Pro Büvetta in Scuol-Tarasp

Bad- en drinkkuren behoren tot de oudst bekende heilspraktijken, reeds bekend bij de Romeinen. In Scuol en Tarasp (kanton Graubünden) borrelen meer dan 20 bronnen uit de rotsen.

De toeristische ontwikkeling begon in 1841 toen twee ondernemers de bronnen van Tarasp pachtten en toestemming kregen om een park aan te leggen en de bronnen voor consumptie op grote schaal klaar te maken.

Het Kurhaus

Rond 1843 werd de Büvetta-drinkhal gebouwd. In 1864 is het Kurhaus van Tarasp gereed en komen welgestelde gasten in grote getale naar het kuuroord. Het hotel beschikte over 300 bedden, het modernste comfort en prachtige zalen en salons.

Een drinkhal met winkeltjes en servicesalons, grote gewelfde ramen met uitzicht op de Inn en bergen en een massief gebouwde rotunda met zuilen op hoge marmeren sokkels voor de drie waterbronnen Bonifazius, Emerita en Luzius werd voltooid in 1876.

Hotel Val Sinestra

Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bleven de gasten echter weg en daarna kon het verval van de kuur- en badinrichtingen niet meer worden gestopt.

De representatieve architectuur getuigt echter nog steeds van de pracht van de hoogtijdagen van het kuurtoerisme in het Engadin.

Het mineraalwaterpad (Mineralwasserweg Scuol in het Duits of senda d’aua minerala Scuol in het Romaans) bestaat uit wandelpaden in de gebieden van Scuol, Tarasp, Ftan en Sent in Unterengadin (kanton Graubünden).

Bij bronnen wordt in twee talen (Romaans en Duits) geïnformeerd over naam, brontype, de belangrijkste chemische bestanddelen en de eigenschappen van de bronnen.

Over een afstand van zes kilometer ontspringen in deze regio meer dan twintig bronnen op een hoogte van tussen de 1 165 tot 1 350 meter aan beide zijden van de Inn. Deze vormden vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw (rond 1850 in Tarasp) de basis voor het kuurtoerisme in Unterengadin.

De huizen op de oude pleinen van steden en dorpen liggen rond bronnen, het centrum van het (sociale) leven tot ver in de twintigste eeuw.

De belangrijkste en bekendste bronnen zijn: Bonifacius, Carola, Emerita en Lucius, Fuschna, Chalzina, Sfondraz, Lischana, Sotsass, Clozza en Vi.

Het mineraalwaterpad telt in totaal 23 bronnen. De wandelaar kan bij iedere bron een slokje nemen en geen water proeft hetzelfde. (Bron en verdere informatie: www.mineralquellen-scuol.ch).

Bad- en drinkkuren behoren tot de oudste bekende geneeswijzen. De Romeinen waren al enthousiaste badgasten bouwden ook vele thermen in het huidige Zwitserland, voor genezing, plezier en hygiëne.

Baden (Aquae Helveticae) is de oudste badplaats van het land, maar in de omgeving van Scuol-Tarasp (Graubünden) borrelen de meeste bronnen uit de aarde.

Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim, beter bekend als Paracelsus (1493-1541), noemde deze bronnen al in 1533 en de arts Conrad Gessner (1516-1565) behoorde tot de wetenschappelijke bezoekers.

De toeristische ontwikkeling begon in 1841 met de bouw van het Kurhaus. In 1864 is het hotel klaar en klaar voor gebruik en biedt het plaats aan 300 gasten. Stoompompen leiden het geneeskrachtige water direct naar de baden van het Kurhaus.

Het (internationale) succes van het Kurhaus zet aan tot het plan om een representatieve drinkhal, de Büvetta, te bouwen. De architect Bernhard Simon (1816-1900) bouwde in 1876 een langwerpige hal met grote boogvensters en een achthoekige rotonde met zuilen en een hoge marmeren sokkel.

Deze architectuur getuigt van de pracht en praal van de hoogtijdagen van het kuurtoerisme in het Engadin met de meer dan 20 sterk gemineraliseerde bronnen van Ftan, Tarasp, Scuol en Sent.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog blijven de gasten weg en daarna verandert de wereld en raakt het kuuroord uit de mode en is de neergang niet meer te stoppen.

Jarenlang stond de Büvetta leeg, maar de Verein pro Büvetta kijkt naar de toekomst met het geplande Wereldwatercentrum, tentoonstellingen en een nieuwe badcultuur.

(Nadere informatie: stichting Pro-büvetta).