Een topographische historie van Graubünden

Een verzameling historische topografische landschappen van dorpen, gebouwen en landschapsbeelden is een zeer belangrijke bron van informatie om de historische ontwikkeling van nederzettingen, veranderingen van gebouwen, vernieuwing en verplaatsing van verkeersroutes en natuurlijke of door de mens veroorzaakte veranderingen van de woon- en natuurlijke omgeving te reconstrueren.

Het Rhätische Museum in Chur heeft een uitgebreide en waardevolle collectie, vanaf 1525 tot het einde van de negentiende eeuw en de opkomst van moderne media, zoals fotografie.

Deze afbeeldingen zijn samengevat in een boek, gecomplementeerd door andere verzamelingen in Zwitserland en in chronologische volgorde per druktechniek afgebeeld. Ook komt het landschap als bron van inspiratie voor kunstenaars aan de orde, wat ook door de eeuwen een veranderend beeld documenteert.

Het boek ‘Graubünden in alten Ansichten’ bevat honderden impressies van de historische ontwikkeling van steden, kastelen en natuur, bijvoorbeeld smeltende gletsjers, chronologische lijst van geïllustreerde gedrukte publicaties, grafische werken en tekeningen en schilderijen vanaf 1525 tot rond 1880.

Het boek bestaat uit drie delen: Tekeningen en schilderijen, prenten en ansichtkaarten. Het boek is een geschiedenis van Graubünden van de 16e tot het begin van de 19e eeuw. (Bron: B. Weber, Graubünden in alten Ansichten, Chur 2002).

Het Panorama van Thun

Het Panorama van Thun (1809) van Marquard Wocher (1760-1830) is het oudste bewaard gebleven panorama ter wereld en is 210 jaar oud.

Niet meer dan 21 andere panorama’s gemaakt voor 1900 overleefden, vier daarvan zijn te zien in Zwitserland, in Einsiedeln (kruisiging van Christus), in Murten (slag bij Murten 1476), in Luzern (vlucht van de Franse generaal Bourbaki naar Zwitserland (1871) en Thun (stad Thun rond 1809).

Het panorama is een bijzondere kunst- en mediavorm, zeer populair in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het was het eerste optische massamedium en mensen konden hun steden, landschappen, historische gebeurtenissen en veldslagen zien. Het was een tijd van globalisering, het begin van de industriële en wetenschappelijke revolutie en de opkomst van het toerisme naar Zwitserland en de Alpen.

Slechts weinigen konden zich deze reizen echter veroorloven en panorama’s boden een spectaculaire, toegankelijke en niet al te dure mogelijkheid (de meeste panorama’s vroegen een gereduceerde toegangsprijs).

Het eerste panorama werd tentoongesteld door Robert Barker in 1787, het eerste Cyclorama van Londen. Staande op een platform kon men de hele stad zien. Vele panorama’s volgden, maar tegen het einde van de negentiende eeuw en de verschijning van fotografie, treinen en auto’s kregen mensen andere bronnen en het panorama verdween. De meeste panorama’s werden in stukken verkocht of vernietigd.

Het panorama maakt tegenwoordig echter een spectaculaire comeback, zoals Yadegar Asisi (1955) laat zien met zijn panorama’s (Rome 312, Slag bij Leipzig 1813, Pergamon museumstukken uit de antieke wereld (Berlijn) en Luther 1517 (Wittenberg).

Het panorama van Thun werd gered door geluk, financiering en visie van enkelen. Het toont de stad Thun rond 1809, oorspronkelijk in Basel, vanaf 1899 in Thun en in 1961 in de rotunda in het Schadaupark in Thun.

Thun was de ideale Zwitserse stad om te laten zien: stad, meer en bergen op de achtergrond. Het is nog steeds een uniek document over het leven, de gebouwen en de natuur in en rond Thun van die tijd.

(Bron: D. Imhof en anderen (Red.), Marquand Wocher, Das Panorama von Thun, Thun, 2009; Thun Panorama).

De Gletsjertuin

De gletsjertuin (Gletschergarten) van Luzern werd in 1872 ontdekt en toont de geologische geschiedenis van Luzern (en Europa) van de afgelopen 20 miljoen jaar.

Luzern was 20 miljoen jaar geleden een subtropische baai omringd door palmbomen en andere subtropische flora en fauna. Dezelfde omgeving was echter slechts 20.000 jaar geleden bedekt met 800 meter dikke gletsjers uit de laatste ijstijd.

De Gletsjertuin brengt deze geschiedenis weer tot leven door een museum, een tuin en een toegankelijke wetenschappelijke uitleg.

De plaats werd per toeval ontdekt, toen een wijnkelder werd gegraven. De gletsjertuin werd spoedig daarna in 1873 geopend. Geologen uit Zürich en Luzern hadden het grote belang van de locatie onderkend en maakten van de plek een geologische ontdekking van wereldwijde faam.

Het museum toont de geologische geschiedenis aan de hand van prachtige muurschilderingen, toelichtingen, foto’s en vele andere visuele werken.

Een surrealistische schilder slaagde erin de ideeën van de geleerden te vertalen in gedetailleerde en pakkende atmosferische kunstwerken van de wereld van 20 miljoen en 20 duizend jaar geleden.

Deze ontwikkeling in Luzern is geplaatst in het perspectief en de bredere context van de geologische geschiedenis en topografie van het Europese continent.

Het is moeilijk voor te stellen, maar Luzern was een kustplaats en veel zeefossielen zijn geconserveerd in gesteente, waaronder haaien en zeebrasems.

Het verschil kan niet groter zijn met de ijstijd van 20 000 jaar geleden, een zeer lange periode voor menselijke maatstaven, maar onbeduidend in vergelijking met de geschiedenis van de aarde van 4.600 miljoen jaar.

Het museum toont ook prachtige reliëfs van Centraal-Zwitserland en de Alpen, het beroemde model van Luzern uit het jaar 1792, berghutten en andere typisch Zwitserse huizen en hun interieur uit de 18e eeuw en vele andere voorwerpen die verband houden met Luzern.

De gletsjertuin breidt zich nog steeds uit en bezoekers kunnen spoedig de rotsen van binnenuit bekijken door een nieuw systeem van tunnels.

(Bron en verdere informatie: www.gletschergarten.ch).

Een eeuw Lia Rumantscha

2019 is een feestelijk jaar voor de Lia Rumantscha, de Reto-Romaanse Vereniging. De organisatie zet zich al al 100 jaar in voor het behoud van de Reto-Romaanse taal en cultuur Van 1 tot 18 augustus 2019 organiseert de Lia Rumantscha een taal- en cultuurfestival in Zuoz in het Bovenengadin.

Het programma biedt evenementen en activiteiten rond verschillende thema’s van de Reto-Romaanse taal en cultuur. Er is bijvoorbeeld een Di da famiglia (4.8.2019), een dag op Grischun triling (11.8.2019) en het grote Festa da 100 onns (17.8.2019).

’s Avonds wordt de speciaal voor het jubileum geschreven theaterproductie vertoond. Meer informatie over het programma en de voorboeking van het theater volgen. (Meer informatie: www.liarumantscha.ch).

Morat, Karel de Stoute, de obelisk en het panorama en de Eidgenossen

Morat (Murten in het Duits) is een van de steden, die door een speling van het lot in het kanton Freiburg ligt, en bijvoorbeeld niet in de kantons Bern of Vaud.

De zestiende eeuw én de inlijving bij kanton Freiburg tegen de wil van de bevolking in 1803 bij de Mediationsakte (opgesteld door Napoleon) waren hierbij doorslaggevend.

Het is een tweetalige stad, met een Duitstalige meerderheid van ongeveer 83%. De stad is gesticht door de Hertogen van Zähringen in de tweede helft van de twaalfde eeuw, vrijwel tegelijk met Bern en Freiburg. Daarna volgde in de dertiende eeuw de periode van de Graven en Hertogen van Savoie.

De Bourgondische oorlogen van 1476 zijn voor Morat van doorslaggevend belang geweest. In 1475 koos de stad voor Bern en Freiburg, tegen Bourgondië en haar bondgenoot Savoie.

Karl Giradet (1813-1871), Murtenschlacht, 1857. Museum Murten

De Hertog van Bourgondië belegerde Morat in juni 1476, na diens nederlaag bij Grandson in maart van dat jaar. De stad, bestuurd door Savoie, had in 1475 de kant van Bern, Freiburg en hun confederale bondgenoten gekozen. De Hertog van Bourgondië verliest en de stad zal vanaf 1484 tot 1798 afwisselend door Bern en Freiburg worden bestuurd.

Lord Byron (1788-1824) schreef in 1816:

While Waterloo with Cannae’s carnage vies, Morat and Marathon twin names shall stand;
They were true Glory’s stainless victories,
Won by the unambitious heart and hand
Of a proud, brotherly, and civic band, ….

De Obelisk van Meyriez is opgericht in plaats van de Beinhauskapelle voor de omgekomen Eidgenossen. Bij de Franse invasie en verovering van de oude Confederatie in 1798, hebben Bourgondische soldaten in het Franse leger de kapel verwoest. In 1821 heeft het kanton daarvoor in de plaats deze obelisk opgericht. Het geeft wel aan hoe diep trauma’s kunnen zitten: ruim drie eeuwen van 1477 nemen Bourgondische soldaten alsnog wraak!

Het museum in Morat geeft een goed gedocumenteerd overzicht van de slag bij Morat. Bovendien renoveert het museum het Panorama van deze slag in 1476!

Het prinsbisdom Bazel tot 1813

Het bisdom Bazel met zijn huidige zetel in Solothurn kent een geschiedenis, die teruggaat tot het Romeinse Rijk. Basilia, zoals de stad toen heette, werd waarschijnlijk vanwege de invallen van de Germaanse stammen (de Alemannen) aan het einde van de vijfde eeuw de nieuwe zetel van de bisschop, die daarvoor in Augusta Raurica (Augst/Kaiseraugst) zetelde.

Augusta Raurica (Augst), bisschoppelijk paleis

De heuvel, waarop later de kathedraal gebouwd zou worden, bood een goed toevluchtsoord. Tot het Karolingische Rijk van Karel de Grote (742-814) leidde het bisdom een (politiek en cultureel) onopvallend bestaan.

Twee bisschoppen springen er in deze periode uit, bisschoppen Waldo (740-814) enHaito (762-836), adviseurs van Karel en culturele vernieuwers.

In 999 zou het bisdom ook een seculiere en militaire macht worden. In dat jaar verwerft het bisdom de rechten van de abdij Moutier-Grandval (een geschenk van Rudolf III (971-1032), de laatste koning van Bourgondië).

Rond 1 000 wordt de bisschop vazal van de keizer en prins in het Heilige Roomse Rijk.  Dit is het begin van het prinsbisdom Bazel, dat tot het begin van de negentiende eeuw zou bestaan.

Een belangrijk moment is de (financiële) betrokkenheid van keizer Hendrik II (953-1024) bij de bouw van de Münster. Sculptuur van de keizer en zijn vrouw Cunegonde (980-1033) zijn op diverse plekken in de kathedraal nog te zien.

Das Münster

Met het verwerven van de abdij St. Ursanne in 1146 en door militaire expedities in de dertiende eeuw werd het prinsbisdom de sterkste seculiere macht aan de Bovenrijn. Het gebied omvatte de huidige Jura, de Sundgau, zuidelijk Elzas, Birseck, Birstal en nog verspreide bezittingen in het huidige Baden-Württemberg.

Delémont, Musée d’art et d’histoire. 

Als gevolg van de Bourgondische oorlogen in 1476, de bisschop had de kant van de Eidgenossen Bern, Solothurn en Freiburg gekozen, ontstond ook de tweedeling, die bij de huidige referenda in 1979 (ontstaan kanton Jura minus zuidelijke gebieden) en 2021  (referendum Moutier) nog zo’n grote rol zouden spelen.

Delémont (Delsberg) kasteel van het kapittel en zomerresidentie van de bisschop 

Het zuidelijke deel van de Jura met de steden Biel en Moutier, kwam onder de invloedssfeer van Bern en Solothurn te staan, het noordelijke deel met Délemont, Porrentruy en St. Ursanne bleef onder volledige zeggenschap van de bisschop.

Door de toetreding van de stad Bazel tot de Eidgenossenschaft in 1501 werd de relatie tussen bisschop en stadsbestuur steeds moeizamer.

Het Raadhuis (Rathaus) van Bazel

Toen Bazel naar het andere geloof overging bij de Reformatie, verlegde de bisschop in 1527 zijn zetel naar Porrentruy (Pruntrut in Duits). De architectuur en grandeur van de stad getuigen nog steeds van de pracht en praal van de prins-bisschop en diens hof. De Domheren en het Kapittel zetelden tot 1678 in Freiburg, daarna in Arlesheim.

De Vrede van Westfalen (1648) leidde tot een verdere (politieke) verwijdering tussen de noordelijke en zuidelijke Jura. Het gebied van de prins-bisschop bleef na 1648 een katholiek vorstendom van het Heilige Roomse Rijk, terwijl de Eidgenossenschaft als soevereine staat werd erkend.

De wereld na 1792 zou niet meer hetzelfde zijn voor de prins-bisschop en zijn prinsbisdom. In 13 jaar tijd volgden vijf politieke constructies elkaar op, totdat het gebied in 1815 werd opgedeeld tussen het kanton Bern (het gebied minus de Birseck) en kanton Bazel (de Birseck).

Collectie: Musée jurassien d’art et d’histoire, Delémont

Ook in deze periode kenden noord- en zuid Jura een andere politieke geschiedenis. Het noorden van de Jura werd op 17 december 1792 ten gevolge van de Oostenrijks-Franse oorlog de Franse République rauracienne. Op 23 maart 1793 werd dit gebied samengevoegd met het Franse departement Mont-Terrible.

In 1797 annexeerde Frankrijk ook het zuidelijke deel van de Jura van het prinsbisdom in dit departement. Bij de volgende herziening op 17 februari 1800 werd het hele gebied van het prinsbisdom toegevoegd aan het departement Haut-Rhin.

Dit bleef de situatie tot de nederlaag van Napoleon. In december 1813 bezetten geallieerde troepen dit gebied. In de jaren 1814 en 1815 werd het gebied bestuurd door twee door de geallieerde benoemde gouverneurs die hun zetel in Arlesheim hadden.

Op 20 maart 1815 besloten de vier grootmachten Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Pruissen en Rusland op het Congres van Wenen het prinsbisdom op te delen tussen de kantons Bern en Bazel.

Delémont, Musée d’art et d’histoire. 

De inwoners werd niets gevraagd, het werd in het belang geacht van een sterke Zwitserse positie aan de grenzen. Dit verleden heeft Jura, Bazel en Bern 1979 (Jura scheidt zich al van kanton Bern), 1994 (de Birseck kiest voor kanton Basel-Landschaft) en 2021 (Moutier kiest voor kanton Jura) ingehaald.

(Bron: A. Berchtold, Bâle et Europe. Une histoire culturelle, Lausanne 1990)

Zie ook het bisdom Bazel na 1813

Collectie: Musée jurassien d’art et d’histoire, Delémont

Evenredige vertegenwoordiging

Op 13 oktober 1918 werd het referendum voor een evenredige vertegenwoordiging op basis van algemeen kiesrecht (alleen voor mannen echter) aangenomen.

De verkiezingen het parlement (Nationalrat) werden zelfs met een jaar vervroegd om het stelsel op zo’n kort mogelijk termijn in te voeren.

Op 26 oktober 1919 was het zover: de eerste verkiezingen onder het nieuwe stelsel van evenredige vertegenwoordiging werden gehouden.

De tentoonstelling in het parlementsgebouw herdenkt deze gebeurtenissen, die verstrekkende gevolgen zouden hebben voor de Zwitserse politiek.

De drietalige tentoonstelling in het behandelt verschillende aspecten van deze periode rond 1918-1919, zoals de levensomstandigheden, de algemene staking, de gebeurtenissen in Europa en het proces naar de eerste evenredige verkiezingen (zonder vrouwen) op nationaal niveau.

Toen het parlement in 1919 voor het eerst door middel van evenredige vertegenwoordiging werd gekozen, werd in sommige Zwitserse kantons al gebruik gemaakt van evenredige vertegenwoordiging.

Het kanton Ticino speelde hierin een voortrekkersrol. In 1892 werden de regering en het parlement op basis van een evenredige vertegenwoordiging gekozen.

(Bron en verdere informatie: www.parlament.ch).

Kasteel van Romont

Het kasteel van Romont is in 1240 door Pierre II van Savoye (ook wel de Kleine Charlemagne genoemd, 1203-1268) gebouwd ter bescherming van de inwoners van de ook door hem gestichte stad.

In de eeuwen daarna is het verder uitgebouwd. De huidige staat dateert uit de zestiende eeuw, nadat in 1536 Freiburg (in alliantie met Bern) Savoie uit Vaud heeft verdreven. Deze uitbouw heeft de kenmerken van de laatgotische stijl.

Het kasteel herbergt tegenwoordig het glasmuseum (Vitromusée), dat een unieke verzameling glas in lood laat zien vanaf de Middeleeuwen, Renaissance, Jugendstil tot hedendaagse werken.

Urbanisme Horloger

Sinds 1705 produceert de regio Neuchâtel horloges en uurwerken. Deze horloge-industrie heeft de levensstandaard en zelfs de stadsplanning van de steden bepaald.

De steden La Chaux-de-Fonds en Le Locle belichamen de stedelijke en architecturale eenheid die volledig gewijd is aan de productie van horloges en horloges, aangezien ze door en voor deze industrie werden gebouwd.

Voordat deze industriële revolutie in de achttiende eeuw op gang kwam, waren het slechts kleine dorpen en was de landbouw verreweg de belangrijkste economische activiteit.

De Espace de’urbanisme horloger is een multimediaruimte die volledig gewijd is aan de stedenbouwkundige planning van La Chaux-de-Fonds.

Dit evenement is de sleutel tot het begrijpen van de oorsprong van de status van de stad als UNESCO-werelderfgoed en biedt een tentoonstelling en een film over het indrukwekkende industriële erfgoed en het unieke stedelijke concept van de stad.

(Bron en meer informatie: www.timExplorer.ch).

De wijngaarden van Lavaux

De wijngaarden van Lavaux of de regio Lavaux wordt ook wel “Land van de Drie Zonnen” genoemd, zon uit de hemel, zon uit het meer van Genève, die als een spiegel fungeert (Lac Léman) en zon van de muren van de terrassen, die de warmte absorberen.

Het landschap van Lavaux bestaat uit een van het grootste aaneengesloten complex van wijngaarden in Zwitserland. Het bestaat uit 14 goed behouden dorpen, 400 kilometer aan muren en 10 000 terrassen verspreid over 40 lagen over 830 hectare, geëxploiteerd door 160 eigenaren.

Lavaux ligt in het kanton Vaud en de wijngaarden bedekken de oevers van het meer van Genève tussen Vevey en Lutry.

Vanaf de elfde eeuw hebben monniken van verschillende kloosters de hellingen ontgonnen en geschikt gemaakt voor de verbouw van wijn. De monniken bouwden eeuwenlang muren en vormden terrassen om de grond te ondersteunen en te egaliseren.

Uiteindelijk werd de exploitatie overgedragen aan niet-geestelijken en sindsdien hebben generaties van wijnproducenten het gebied ontwikkeld en in stand gehouden en aldus bijgedragen aan het huidige prachtige mozaïek. Lavaux is sinds 2007 erkend als werelderfgoed door de UNESCO.

(Bron en verdere informatie: www.lavaux-unesco.ch).