De Kelten in de Alpenregio

Zwitserland en haar rivieren, verkeerswegen en bergpassen hebben altijd op het kruispunt gelegen van Europese handel, ideeën, cultuur en communicatie. Verschillende Keltische stammen bewoonden dit gebied lang voor de Romeinse invasie (ca. 15-13 v. Chr.).

Deze stammen werden geregeerd door aristocratieën en koningen die hun prestige ontleenden aan oorlogsvoering en een clientèle-systeem. De Romeinen noemden de nederzettingen op de top van heuvels oppida (oppidum).

De reconstructie van het oppidum Mont Vully aan de oever van het Meer van Morat (Vaud) is hiervan een voorbeeld.

De Kelten staan bekend om hun vakmanschap, wapentuig en handel. Het waren in ieder geval geen “barbaren”, zoals de Romeinen hen beschreven.

Le Mont-Vully, la Tène bij Neuchâtel (het Laténium in Hauterive is hieraan gewijd), Hallstatt in Oostenrijk, Bibracte bij Autun in Frankrijk en Heuneburg in Duitsland zijn enkele van de vele locaties van de rijke Keltische cultuur in het Alpengebied.

Het Keltisch Museum Heuneburg in Herbertingen-Hundersingen toont de originele vondsten die in de loop van jaren van opgravingen aan het licht zijn gekomen.

De tentoonstelling toont hun contacten met andere culturen, onder andere Griekse import, Barnsteen uit de Oostzee, Juwelen uit Slovenië of amforen uit Marseille.

De Heuneburg is een vroeg-Keltische vorstenresidentie en een van de oudste steden in het noordelijke Alpengebied. Het gebied rond de Heuneburg was een economisch en politiek centrum in de vroege ijzertijd (circa 620 – 480 v. Chr.).

(Nadere informatie: www.heuneburg.de/celtic-museum-heuneburg).

Natuurpark Jura Vaudois

Het park van 531 m2 in het kanton Vaud ligt tussen the hoogte van Dôle bij Saint-Cergue tot Romainmôtier. Het gevarieerde landschap wordt gekenmerkt door heuvels en bergen tot 1400 meter.

Het landschap is een wisseling van weiden, bossen en meren en herbergt een rijke flora en fauna en brengt beroemde (kaas) producten voort, zoals de Vacherin Mont d’Or. (Bron en verdere informatie: Parc Jura vaudois).

De heilige eiken van La Tène

Over de Kelten is niet veel meer bekend dan van de geschriften van Griekse en Latijnse auteurs en uit archeologische vondsten.

Hieruit blijkt dat de Kelten een aanduiding is van veel stammen, die vanaf ongeveer 1 300 v. Chr. Midden- en Zuid Europa bewoonden, waaronder het gebied van het huidige Zwitserland.

De Kelten zijn nooit een politieke eenheid geweest. Ook over de Keltische taal is niet veel bekend. Door de Romanisering vanaf de eerste eeuw voor Christus is deze taal verdwenen. Wetenschappers kunnen nog wel bepaalde woorden, namen en plaatsnamen herleiden tot deze taal, maar over de grammatica, uitspraak en herkomst is niets bekend.

Op basis van archeologische vondsten, met name in graven van de elite en de reconstructie van woonplaatsen, oppidum/oppida genoemd, is wel een redelijk betrouwbaar beeld te geven van de cultuur, handel en sociale netwerken.

Het was een cultuur met een hoog niveau van ambachten en organisatie en een Europees netwerk van handel van de Middellandse Zee tot Scandinavische landen.

In de wetenschap worden twee periodes onderscheiden. De Hallstatt periode of de eerste IJzertijd (1300-400 v. Chr.) en de La Tène periode of de Tweede IJzertijd van 400 tot het begin van de Romeinse tijd, vanaf 122 v. Chr. tot de incorporatie in het Romeinse Rijk vanaf keizer Augustus rond 15 v. Chr.

Hallstatt is genoemd naar een plaats in Oostenrijk. La Tène is het gebied vlakbij Neuchâtel waar rond 1860 paaldorpwoningen en veel Keltische objecten zijn gevonden.

Het nabij gelegen museum Laténium heeft dit tijdvak als specialisatie. De naam is dan ook een afgeleide van La Tène.

De eik had een religieuze betekenis in hun cultuur. In het gebied van La Tène is een park van eiken (opnieuw) aangelegd ter herinnering aan de oude bewoners.

Neuchâtel van dorp tot stad

Het gebied in het huidige kanton Neuchâtel was al voor de komst van de Romeinen in 15-13 v. Chr. bewoond door de stam van Helveten.

Paaldorpwoningen uit de Keltische periode zijn aangetroffen in de nabijheid van Neuchâtel. Deze zijn te bezichtigen in het Laténium in Hauterive.

De naam Neuchâtel dateert echter uit de periode van de laatste koning van het Koninkrijk Bourgondië (888-1032). Rudolph III (977-1032) bouwde op de heuvel een nieuw kasteel (Novum Castellum), dat nog steeds de skyline domineert.

Zes modellen in de Galeries de l’histoire illustreren de ontwikkeling sinds deze tijd. Deze zes modellen geven gefaseerd de mijlpalen in de ontwikkeling van de stad aan.

Tegenwoordig is Neuchâtel een stad met rond 40 000 inwoners en de hoofdstad van het Franstalige kanton Neuchâtel.

(bron: J. Bujard en anderen, Histoire du canton de Neuchâtel, Neuchâtel 2014).

De Collégiale van Neuchâtel

De Collégiale (het stift) van Neuchâtel is een middeleeuws monument. De bouw van de kerk was in de jaren 1185-1190. Een nieuwe bouwfase van de bouw omvatte het klooster, de uitbreiding van het schip en het westelijke portaal en de Sint-Michaels-kapel. De inwijding van de kerk vond plaats in 1276.

De zuidelijke toren werd rond 1300 gebouwd, de tweede pas in de 19e eeuw. Tot het begin van de 13e eeuw volgde de architectuur de Romaanse traditie van de Bovenrijn. Daarna kwam de gotische stijl die vergelijkbaar is met die van Bourgondië en Franstalig Zwitserland, zoals blijkt uit de kathedraal van Lausanne, die de bouwers van de collegiale kerk lijkt te hebben geïnspireerd.

Het schip van de kerk biedt een opmerkelijk gebeeldhouwd ensemble uit het laatste decennium van de 12e eeuw, met name het zuidelijke deel en de consoles met antropomorfe of zoömorfe figuren.

Deze sculpturen zijn verbonden met een kunststroming uit de Elzas en Duitstalig Zwitserland.

De Collégiale en het kasteel domineren nog steeds de aanblik van de stad.

(Bron: www.neuchatelville.ch).

De hervormer Guillaume Farel (1489-1565)

Russen in Zwitserland

De St. Barbara kerk in Vevey (kanton Vaud) is een Russisch orthodoxe parochie, die deel uitmaakt van de historie van de Russisch Orthodoxe Kerk in Zwitserland vanaf 1816. De eerste Russisch-orthodoxe parochie in Zwitserland was gevestigd in Bern vanaf 24 december 1816.

De Tsaar Alexander I (1777-1825) had hiervoor de opdracht gegeven. De Tsaar onderhield goede banden met de jonge Confederatie van 22 kantons en was ook een van haar belangrijkste pleitbezorgers bij het Congres van Wenen in 1814/1815. Een van diens meest gewaardeerde leermeesters en adviseurs was de Zwitser Frédéric-César de La Harpe (1754-1838).

In november 1854 werd de parochie naar Genève verplaatst, waar in 1866 een nieuwe Orthodoxe kerk werd ingewijd. Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw verbleven veel Russische aristocraten, kunstenaars, studenten en revolutionairen in Zwitserland en rond het meer van Genève in het bijzonder en in steeds meer plaatsen kwamen Orthodoxe kerken.

De ontwikkeling van het toerisme en de kuuroorden trokken ook een rijke klantenkring aan.

Graaf Pyotr (Peter) Shuvalov (1827-1889) vroeg en kreeg toestemming voor de bouw van een kerk in Vevey ter herinnering aan zijn overleden dochter Barbara. Hij financierde de kerk Sante-Barbara, die op 1 november 1878 is ingewijd. De architect was Jean-Samuel Késer-Doret  (1813-1902).

(Bron en meer informatie over de orthodoxe kerk in Zwitserland: https://orthodoxie.ch).

Le Locle, zijn stadhuis en de horloge-industrie

Le Locle (Kanton Neuchâtel) is een oude stad met Keltische en Romeinse wortels. De stad werd voor het eerst in 1151 in een document vermeld als eigendom van de heren van Valangin en daarna van de graven van Neuchâtel.

De hoogtijdagen kwamen in de negentiende eeuw en met de ontwikkeling van de horloge-industrie. Het stadhuis symboliseert de welvaart, het kosmopolitisme en de grootsheid van deze kleine stad.

De wereld is de markt voor hun (horlogerie-)industrieën en diensten. Een deel van het gebouw (l’Espace Temps et Urbanisme) is gewijd aan de geschiedenis van de

horloge-industrie.

Musée d’horlogerie du Locle, Château de Monts

Het stadhuis, gebouwd kort na de Eerste Wereldoorlog, is een harmonieuze mix van verschillende bouwstijlen: neorenaissance, Art Nouveau en lokaal.

De architectuur, fresco’s en beeldhouwwerken maken het tot een totaalkunstwerk, inclusief de godin die de bron van het levende water voor het gebouw bewaakt.

(Bron en verdere informatie: www.lelocle.ch)

Le Locle

Het fresco van Montcherand

De eerste eeuwen van de kerk van Montcherand (kanton Vaud) zijn slecht gedocumenteerd.

Waarschijnlijk is de kerk in de elfde eeuw gesticht op initiatief van een plaatselijke notabele en vervolgens aan de kloosters van Baulmes (gesticht in de zevende eeuw) en vervolgens Payerne (abdijkerk van de Koningen van Bourgondië (888-1032) geschonken.

De Romaanse kerk bestaat volgens de typologie uit de elfde eeuw uit een enkel schip en een koor in de halfronde apsis, hoewel er sindsdien vele renovaties hebben plaatsgevonden.

De geschreven historie begint daarom bij het klooster van Baulmes, 8 kilometer verwijderd van Montcherand. Van dit klooster is tegenwoordig niets meer te zien, maar het hoorde al vóór 1123 bij de abdij van Cluny.

Vanaf 1356 worden de clunisianen van Payerne en Baulmes geleid door dezelfde prior, die tevens Heer van Montcherand was.

Net als andere middeleeuwse muurschilderingen in Vaud, zijn ook deze met witte kalk overgeschilderd na de Reformatie in 1536.

Een foto uit 1902, kort na hun ontdekking in 1902 toont de omvang van de originele fragmenten die bewaard zijn gebleven.

De huidige toestand is het resultaat van verschillende restauraties en geeft zo getrouw mogelijk het origineel uit waarschijnlijk tweede helft van de elfde eeuw of eerste helft van de twaalfde eeuw weer.

In 1902 bereikte de kerk een keerpunt in haar geschiedenis met de ontdekking van de romaanse muurschilderingen. De kerk werd van een eenvoudige parochiekerk tot een nationaal monument.

De Romaanse kerk in Donatyre toont een kopie uit 1907 van het fresco van Montcherand.

(Bron en verdere informatie: K. Queijo, L’église Saint-Etienne de Montcherand, Montcherand, 2018).

Les Cent Suisses in Vevey

Het in 1897 opgerichte Historisch Museum van Vevey heeft als doel het behoud van het erfgoed van de stad en de omgeving (Lavaux). In de afgelopen 120 jaar heeft het museum een grote en waardevolle collectie opgebouwd.

Het museum is gevestigd in een 16e eeuws stadskasteel en combineert regionale en stadsgeschiedenis, waaronder twee uitzonderlijke collecties:

de ene collectie omvat een verzameling antieke sleutels, sloten en dozen.

De tweede collectie toont het werk van de schilder F.A.L. Dumoulin (1753-1834), die getuige was van de Frans-Engelse zeeslagen in de West-Indische gebieden tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783).

Het is geen toeval dat het museum ook aandacht schenkt aan het Fête de Vignerons in een apart deel (Musée de la Confrérie des Vignerons).

Dit feest wordt sinds het einde van de achttiende eeuw één keer per generatie georganiseerd. De broederschap van wijnproducenten (Confrérie des Vignerons) werd in 1986 eigenaar van het gebouw en heeft haar zetel op de eerste verdieping.

Les Cent Suisses, de Honderd (mannelijke) Zwitsers, zijn één van de belangrijkste deelnemers sinds 1819.

Ze werden geïntroduceerd op het Fête in 1819 toen het kanton Vaud nog maar 16 jaar bestond (sinds 1803) of als kanton van een soevereine Zwitserse natie sinds 1815. In 2019 nemen echter ook vrouwen deel aan Les Cent Suisses.

Hoewel Les Cent Suisses het informele karakter van de gelegenheid en de men-only club van Les Cent Suisses benadrukken, waren een miljoen toeschouwers in Vevey en nog meer op televisie getuige van de succesvolle vrouwelijke bijdrage. Het museum zal deze geschiedenis aan zijn verhaal toevoegen.

(Bron en verdere informatie : www.museehistoriquevevey.ch)

Papierknipkunst in Château-d’Oex

De papierknipkunst maakt deel uit van de levende tradities van Château-d’Oex, in het hart van het Pays-d’Enhaut.

Het museum du Vieux Pays-d’Enhaut verzamelt opmerkelijke meesterwerken en organiseert activiteiten en openbare tentoonstellingen in Château-d’Oex.

Geïmporteerd uit het Oosten, heeft papierknipkunst zijn Zwitserse oorsprong in de Pays-D’Enhaut, in de Alpen van kanton Vaud. Johann Jakob Hauswirth (1809-1871) en Louis Saugy (1871-1953) ontwikkelden deze kunst.

Een aantal van hun prachtige kunstwerken worden in het museum tentoongesteld. Kunstenaars openen de deuren van hun atelier om hun passie over te brengen en hun kunst te tonen. 28 met de hand gemaakte papieren scènes zijn te zien in het dorp.

(Bron en verdere informatie: www.chateau-doex.ch).